Shete Boka aan de noordkust van Curaçao

Shete Boka — Met gedicht op maandag gaan we naar de noordkust van Curaçao. Op dit eiland ontstond in 2011 de bundel gedichten en essays E kas blau (het blauwe huis).* Het gedicht vind je na de collage op p. 2.

Noordkust van Curacao (bvhh.nu 2011)

Noordkunst van Curaçao kwam tot stand tijdens mijn eerste bezoek aan Curaçao met Mathie Flugi van Aspermont in 2011. Het was liefde op het eerste gezicht.

Een van de meest indrukwekkende locaties was de noordkust in Nationaal Park Shete Boka waar het gedicht over de uitschurende kracht van de golven ontstond. De beeldspraak in de tweede strofe is een directe reflectie op het woord boca, dat – zo vertelde de gids – mond betekent. Vergelijkbaar dus met ons begrip monding. Toen ik de eerste versie aan Mathie voorlas viel haar op dat ik de regenboogschittering was vergeten. Die kreeg alsnog een plaats in dit vers dat voor een deel zowaar spontaan in rijm ontstond. Nee, op rijm schrijven is niet mijn ding, omdat het effect al heel snel banaal wordt. Ik heb grote bewondering voor mensen die dat kunnen zonder de inhoud geweld aan te doen. Daar groei ik misschien al doende naar toe, maar voorlopig past hier bescheidenheid.

Die bescheidenheid blijft me passen. Nog steeds maak ik rijmloze gedichten en nog steeds heb ik grote bewondering voor mensen die iets ongekunsteldst mooi op rijm maken; en dan heb je ook nog dichters die echte sonnetten schrijven, helemaal zoals het moet.* Klinkdichten, zoals Hooft ze, meen ik, noemde! Of Vondel met zijn klinkerts. En dat doen ze, klinken, sonare! Het is muziek uit woorden.

;-) B.

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


Bronnen en andere informatie
  • De volledige titel van de bundel luidt: Hubar, Bernadette van Hellenberg. E kas blau | Het blauwe huis. Gedichten op locatie met reisimpressies (Curaçao). Curaçao/Ohé en Laak, 2011. http://bit.ly/2ykneeF-KasBlau.
     Onder de voorgaande link kun je de bundel inzien en downloaden.
  • Kijk eens op Facebook bij Wiel Kusters.
  • Meer weten over mijn gedichten op locatie, lees dan hier hoe het allemaal begon!
  • Enkele andere gedichten in de bundel – die veel bekijks trokken – zijn Kleurenvanger, Ontzielde handelswaar en Stoelenparade.  

Ben je een keer in Curacao, ga dan eens kijken op de locatie waar dit gedicht zich afspeelt.

Verkorte link van dit item: http://bit.ly/2ZKPK23

Druiven plukken op Roozendael

Deze diashow vereist JavaScript.

De stilte bestond uit zonlicht

Uit de wind die in de ranken draalde

Tegen een achtergrond van landbouwruis

En het zachte timbre van stemmen

De schreeuw van de buizerds in de lucht

begeleidt pirouettes boven de wijngaard.

Staccato geklik van de snoeischaar

gevolgd door de geluidloze plof

van trossen als kolven

’n blauw mozaïek in allerlei tinten

Tot berstens toe …

ontploft zoet in je mond

papillair verrast, onstilbaar genot

Oogsttijd op Roozendael

Druiven plukken op landgoed Roozendael in Reuver. Foto Marij Coenen 2018.


Druiven plukken op Roozendael

Welk Roozendael zullen kenners als eerste vragen? Want er zijn wel heel veel Rozendalen in allerlei schrijf varianten in Nederland. Dit Roozendael is een landgoed in Reuver (Midden-Limburg) dat bestierd wordt door wijnboer Henk Stiekema en zijn vrouw, mijn Probus collega, Marieke Kruit. Na al het onderzoek wat ik in het verleden naar boerderijen en landelijke gebieden heb gedaan en begeleid, raak je je fascinatie voor toponiemen niet meer kwijt. Dat deel ik met de eigenaren, want op hun website staat dit aardige stukje:

Het landgoed bevindt zich op een maasterras, een voormalige dalbodem, aan de oostzijde van de rivier. Door deze ligging bestaat er geen gevaar voor wateroverlast bij hoge waterstanden van de Maas. Meer naar het oosten (richting Duitsland) bevinden zich nog een aantal hogere maasterrassen, zodat de geologische ontwikkeling van het gebied goed zichtbaar is in het landschap. De grond bestaat uit voormalige stuifzanden (maasduinen), maar in de diepte bevindt zich een oude kleilaag. Deze is in de jaren 60 van de 20ste eeuw doorgestoken, om wateroverlast in de nabij gelegen woonwijk te verminderen. Tot dan toe bevond zich aan de noordoostelijke zijde een groot ven met begroeiing. Daar is waarschijnlijk ook de naam van het gebied van afkomstig. Ross (maar ook reuss) is een oude benaming voor riet en dal duidt op een laagte in het land. Er zijn in Nederland meer plaatsen die op deze wijze een soortgelijke naam hebben gekregen. Dat de naam in de loop der jaren aangepast is, blijkt uit de topografische kaarten, waarop het gebied aangegeven is met de naam Roosendaal.*

Het landgoed wordt overigens niet alleen uitgebaat als wijngaard en wijnmakerij. Marieke heeft er ook haar atelier voor grafiek, beeldhouwen en glas in lood, waar ze eveneens cursussen verzorgt. Wijn en kunst, altijd een goede combinatie.

Het gedicht geeft het al aan: ‘t was een dag met een gouden randje. Waar anderen duizenden kilometers rijden om in mediterraan weer wijngaarden te bewonderen, konden Marij en ik hetzelfde doen op nog geen half uur van ons huis! En wat zo apart is … je stapt uit en bent haast meteen van de wereld! Alles valt van je af als je tussen de stokken zit en meter voor meter opschuift om de trossen te knippen. Af en toe een prikkende braamstengel weghalen of wat verhullende bladeren en verder niets. Er is een rust die alles omhult en waarin ook het praten telkens weer wegzinkt. Vredig …

En zoet! Zo zoet had ik het niet verwacht. Zelfs de spontaan ontwikkelde rozijnen die aan de trossen zaten, waren zoet en dat schijnt nogal bijzonder te zijn. Voor we zo’n tros in de emmer mochten doen, moesten we eerst proeven of de rozijn inderdaad niet zuur was, want anders … weg ermee. Maar de hoeveelheid zonuren had voor veel zoets gezorgd en dat was voor mij überhaupt een verrassing, omdat ik niet van zoet houd.

Door de hete droge zomer is de oogst dit jaar tweemaal zo groot als andere jaren. Dus wie belangstelling heeft om te plukken kan zich melden bij hoeve Roozendael via de website of Facebook.*

Tot slot nog een dankwoord aan mijn andere Probus collega en medeplukker, Steef Stevens, die tussen het plukken door mompelde dat ik vast aan het denken was over een gedicht.

Et voilà!

;-) Bernadette

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


Bronnen en verdere informatie

De * in de tekst hierboven verwijst naar het volgende:

  • “Beschrijving Landgoed Roozendael”. Roozendael.nl, 2013. bit.ly/2Nvhuks-Roozendael. Voor deze informatie wordt verwezen naar Tussen Maas en Meerlebroek, Toponiemen in de gemeente Beesel. Auteur Loe Giesen, uitgave Heemkunde vereniging Maas- en Swalmdal, Reuver, 1990.
  • Voor de site zie de voorgaande noot. Voorts: “Hoeve Roozendael”. Facebook. Geraadpleegd 8 oktober 2018. bit.ly/2NuSAlc-Roozendael.

Routebeschrijving:

Verkorte link: bit.ly/2y75AID-VanHH2Org

Grand’ parade te Soissons

Grand’ parade

Grand’ parade, de faun in de groteske van 'le petit cloître' van l'Ancienne abbaye de Saint-Jean-des-Vignes te Soissons. Foto Poul de Haan 2009.

Onbeschaamd
de dijen gespreid
wachtte de faun
de eeuwen af
steunend op zijn geslacht
een slang uit de doodskop van zijn buik

Ontdekt als groteske
in de ruïnes van het paleis
kreeg hij een plaats
op het timpaan boven
de voluut op de zuil
die de beer geleedde
De verheerlijking van de klassieken
een schaamlap
om zich open en bloot
te tonen
aan de pandgang van de abdij

Toen de tijd
zijn werk had gedaan
en ranken zijn
benen verlengden
werd het effect bizar uitvergroot
decoratief, obsceen en grotesk

Gemaskerde koppen
monsterden het resultaat
gillend grijnslachend om zoveel lef
in een sacrale ambiance
Grand’ parade

Het gedicht 'Grand' parade' in de bundel 'Poèmes de Picardie' uit 2009. Tekst en collage bvhh.nu 2009.

___________________

Grand’ parade Dit gedicht schreef ik tijdens de derde excursie die ik met Kunst der Vormen meemaakte, opnieuw in de Picardie (2009). In Soissons hadden Marjan van de Bosch en Marja Langenberg al vastgesteld waar ik dit zou moeten maken: bij het beeldhouwwerk van le petit cloître van l’Ancienne abbaye de Saint-Jean-des-Vignes te Soissons. Mijn aandacht werd direct getrokken door de ruïneuze decoratie op een van de steunberen die een wat scabreuze indruk maakte. ‘Volgens mij is het een faun’, zei ik tegen Poul de Haan die zich zette aan het fotograferen van de details. ‘Leunt hij op zijn geslacht?’, vroeg Poul wat verbaasd. Daar leek het sterk op. Nu we dankzij de scherpe foto’s de details kunnen zien komt naar voren dat de buik van de faun – jawel, hij heeft hoeven – een doodskop is waaruit een slang glijdt als geslacht. Hoe bizar kun je het bedenken.

Als het gaat om de belangstelling voor monsters is er niet zoveel verschil tussen de Middeleeuwen en de renaissance. Zoals zo vaak gebeurt in de cultuurgeschiedenis, krijgt hetzelfde beestje een andere naam. Toen men in Rome rond 1490 onder vele lagen puin de domus aurea van Nero ontdekte, raakten de kunstenaars helemaal in de ban van het stucwerk en de schilderingen die ze daar zagen. De meest vreemdsoortige mythologische wezens, monstertjes, maskers, bladmotieven en architecturale franje passeerden de revue. Nadat Rafael deze eenmaal verwerkt had in de loggia’s van het Vaticaan, was de opmars niet meer te stuiten. Wie als kunstenaar in Rome vertoefde kon niet naar huis keren zonder tekeningen van deze grotesken, die vernoemd waren naar het grotachtige karakter van de ondergrondse ruimtes van het paleis van Nero. Kijken we naar de verspreiding van dit type decoratie benoorden de Alpen, dan zijn het met name de graveurs geweest die daarin een grote rol hebben gespeeld. Bij ons heeft vooral Hans Vredeman de Vries (1527 – circa 1609) met zijn architectuurtraktaten de toon gezet. Concentreren we ons op de Franse invloed­­sfeer dan valt de naam van zijn tijdgenoot, Jacques Androuet du Cerceau (1515 –1585). De abt die le petit cloître liet bouwen liep dus helemaal in de pas met de ontwikkelingen van zijn tijd.

Toch wordt hier een vreemde boodschap afgegeven en lijkt de scabreuze faun op dezelfde manier gelegitimeerd te worden als de bekoringscènes die Jeroen Bosch rond 1500 in zijn werk opnam: om aan te geven waar het kwaad in school moest het wel afgeschilderd worden en dus werden de verleidingen zo onomwonden mogelijk op doek en paneel en in hout en steen uitgebeeld. De legitimatie school bij de faun niet alleen in de klassieke herkomst, maar ook en opnieuw in de suggestie van grens tussen goed en kwaad, het aardse en het hemelse.

;-) B.

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


Bronnen

  • Gedicht en toelichting zijn ontleend aan Hubar, Bernadette van Hellenberg. Poèmes de Picardie. Art des formes à la recherche de structures du passé. Ressons le long/Ohé en Laak: VanHH.org, 2009. http://bit.ly/Poemes-de-Picardie.
  • Voor de achtergronden van de groteske zie onder meer
    Rackham, Don, Bernadette van Hellenberg Hubar en Karl Pesch-Konopka. Kasteel Wolfrath, Cultuur- en bouwhistorische analyse. Erfgoed in ontwikkeling 6. Ohé en Laak/Horn: Res nova, 2006. Zie Google Boeken.
  • De foto’s zijn van de hand van Poul de Haan. Hierop zijn alle rechten voorbehouden.

Ben je een keer in Soissons, ga dan eens kijken op de locatie waar dit gedicht zich afspeelt.

Verkorte link van dit item: http://bit.ly/2F1WQFW-Dichtwerk

Gedicht op maandag | #Gom op Twitter

De serie ‘Gedicht op maandag’ #Gom kan direct op twitter bekeken worden via deze link.

Wat ik daar nu toch mee wil, met dit soort gedichten, lees je hieronder naar aanleiding van mijn eerste bundel ‘Assez de place’ (2008).


Mijn eersteling*

Ik liep er al een hele tijd mee rond, voordat ik me waagde aan mijn eerste bundel gedichten – Assez de place pour être heureux – die ik schreef tijdens een excursie in de Picardie met het gezelschap ‘Kunst der vormen’ in 2008. De titel is ontleend aan de tekst die Marjan ons tijdens een briefing voorlas, waarin de regel voorkwam: ‘Pense qu’il faut si peu de place pour être heureux’. Wat mij betreft, was er op de plek waar we waren ‘assez de place pour être heureux’. Ik heb het als een gunst ervaren om zowel in ambiance als gezelschap zoveel inspiratie te vinden dat mijn droom werkelijkheid werd. De ‘notice explicative’ bij de gedichten ben ik gestart met een soort beginselverklaring die niets van haar kracht verloren heeft:

De gedichten zijn het resultaat van vrije associatie en zijn in de kiem vaak in enkele minuten op locatie tot stand gekomen, waarna het tijdrovende schaafwerk en het wikken en wegen van subtiele woordschakeringen volgde. Bij de opzet ervan heb ik vanwege de beoogde relatie met de ‘kunst der vormen’ geen enkele poging gedaan me los te maken van mijn discipline als kunsthistoricus. Ook al deed zich hier niet de noodzaak voor om mijn interpr taties wetenschappelijk te onderbouwen, om ze te kunnen geven – hoe verdicht ook – moest ik een beroep doen op mijn individuele schatkamer aan beelden en woorden. Daar schuilt natuurlijk ook een pracht van een paradox achter die ik graag bewaar voor een volgende keer.

Net zoals architectuur – en de kunst in het algemeen – kunnen gedichten vanuit verschillende lagen gelezen worden. Dat geldt al helemaal als er ook nog een plaatje bij zit. Het bleek een spannende worsteling te zijn om een goede onderlinge groepering te vinden tussen de twee media. Bij een gedicht op locatie zijn woord en beeld immers onverbrekelijk met elkaar verbonden. Eigenlijk gaat het om een soort stripverhaal en dan staat zo’n zin er zonder figuratieve ondergrond maar naakt bij.

Bij deze stripgedichten bestaat de eerste laag van de interpretatie uit datgene wat iedereen er zelf van maakt. En dat kan iets heel anders zijn dan ik bedoelde. Dat is niet erg. Zoals de kunstfilosoof Jacques de Visscher ooit met de nodige verve beweerde, is de bestemming van de kunst niet de maker zelf, ‘maar het publiek, en dat bijgevolg de zaak van het begrijpen van een kunstvoorwerp niet in de eerste plaats bij de maker ligt die dit dan buiten het werk om aan de toeschouwer als aangesprokene dicteert’. Kunstwerken zijn niet aansprekelijk omdat ze ‘in de particulariteit van de wereld van de maker’ gevangen zitten, maar juist omdat ze steeds weer ‘nieuwe verhalen genereren’. Het staat ieder dus vrij er van te maken wat men wil, zoals ik met mijn vrije associatie eveneens heb gedaan. Maar de meeste mensen blijken daar wel een handvat bij te kunnen gebruiken. Vandaar dat ik enige achtergrondinformatie bij de gedichten geef.

En zo ben ik dat blijven doen.

Meer weten over de gedichten die ik vanaf 2006 schreef? Volg dan deze link.

;-) B.

Omslag gedichtenbundel 'Assez de place' (2008) | Gedicht op maandag #Gom
De eerste bundel met erfgoedgedichten op locatie was ‘Assez de place’.

* Verkorte link van dit item: http://bit.ly/2fEzLO1-Assez

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewarenBewarenBewarenBewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

#Gom | Gedicht op maandag

Antonius die Antonius ontmoet (volgt)
Contra symfonisch in Wijlre
Wilfred Owen | Eerste Wereldoorlog (FB)
Klim naar het licht
Laatste oordeel Alkmaar revisited (FB)
101 jaar zou ze zijn geworden
Trabzon | Stroom
Meesterteken | Akkoorden
Shete Boka aan de noordkust van Curaçao
Blinde verering …
Salomé
Ubi sunt …*


Gom — Vanaf 2006 heb ik gedichten geschreven, met name rond erfgoedthema’s, maar ook over andere vormen van ‘human interest’. Eens in de paar weken stof ik er eentje af en zet dat on line onder de titel Gedicht op maandag | #Gom.

Gom | Met Kunst der Vormen in Wylre, bezig met een gedicht over dit werk van Leo Vroegindeweij. Collage bvhh.nu 2010.
Met Kunst der Vormen in de tuin van kasteel Wylre, bezig met een gedicht over dit werk van Leo Vroegindeweij voor de bundel ‘In ‘t Zuie’. Collage bvhh.nu 2010.

Verkorte link: bit.ly/2ySQKG7-Gom

Unieke Tag: 2ySQKG7

Thomas Wrobel (1983-2017)

Thomas Wrobel-van Hövell tot Westerflier
12 november 1983-16 september 2017


Mijn schoonzoon rust,

Zijn gezicht ligt zijwaarts geschoven op de kussens
Een toren haast, met turkoois bekroond
Als een kleurige slagroomtoef
Waartegen zijn wang wegzinkt
In een diepe droom van
Morfine en lucht die
De longen nog even het
Gevoel van kunnen geven,
Maar ook dat is een droom,
Want de werkelijkheid wil dat dit sluimeren
Zich verder verdiept en verdiept en verdiept
Tot de geest zich losmaakt van dit lijf
En in een verre tocht door het universum
De eeuwigheid zoekt
Rust zacht Thomas

My son in law is resting
His face draped sideways on the pillows
A tower it seems, with a crown in turquoise
Like a colorful touch of cream
Against which his cheek floats away
In a deep dream of
Morfine and air
The longues having a slight moment
of seemingly being in power
But that too is a dream
For reality tells that his slumbering
Will soon deepen and deepen and deepen itself
‘till the mind frees itself from this body
And in a vast journey through the universe
Starts seeking eternity
Rest in peace Thomas

 

Postscriptum

Ik schreef dit gedicht toen ik waakte bij Thomas de avond van 15 september en even alleen bij hem was. Die nacht zou hij overlijden. Het was een vredig moment samen, ook al was het nog zo verdrietig.

De Engelse vertaling heb ik gemaakt voor zijn ouders en zijn vrienden overzee. Zijn moeder Bernadine vond het ‘beautiful’ en dat was fijn om te horen.

B.

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


Verwijzingen
  • De foto boven is gemaakt in het Elisabethziekenhuis in Tilburg, 15 september 2017, en voor een select gezelschap voor een paar dagen geplaatst geweest op Facebook op 16 september 2017.
  • De foto onder is gemaakt tijdens de bruiloft van Bertine’s broer en schoonzusje, Herman & Joyce, op 3 juni 2017. ©Emily B. Photography
Memorabilia

Wat hebben we toch geweldig samengewerkt aan de Cuyperscode deel 2. Daar maakte deze virtuele maquette deel van uit. Een andere voorbeeld, maar dan uit deel 1 was deze.

Verkorte link: http://bit.ly/2jVTw8v