Centrale linkpagina Instagram en andere sociale media

Centrale linkpagina Instagram, Facebook, Twitter en LinkedIn — Hier tref je de link aan naar het meest recente bericht – over de komische Franse serie Dix Pourcent – dat we via de sociale media hebben verspreid.*

Waarom Instagram voorop staat? Omdat je daar geen link in de tekst bij de foto kunt plaatsen. Vandaar de standaardregel ‘Link in de bio’. In ons geval kom je dan terecht op deze pagina, waar je in één moeite door kunt surfen naar eerdere berichten. 

Een nieuw seizoen van de Franse komische serie Dix Pourcent op Netflix

Archief Dunselman naar KDC | Katholiek Documentatie Centrum Nijmegen

Centrale linkpagina | Klik op de afbeelding om te vergroten! Collage bvhh.nu 2021.

Het liep tegen het nieuwe jaar (2020-2021) 

Centrale linkpagina | Klik op de afbeelding om te vergroten! Collage bvhh.nu 2020.

De gebroeders Dunselman in vakblad Vitruvius

Centrale linkpagina | Klik op de afbeelding om te vergroten! Collage bvhh.nu 2020.

Oproep eindejaarsdonatie aan Internet Archive

Centrale linkpagina | Klik op de afbeelding om te vergroten! Collage bvhh.nu 2020.

Sociale media en erfgoed

VanHellenbergHubar.Org zet sociale media in zowel om nieuws over kunst, cultuur & erfgoed te delen als om vragen te stellen en zo kennis te vergaren. Deze centrale linkpagina helpt ons bij het gebruik van de volgende platforms:

Sinds 2020 hebben we met name voor de foto’s op Instagram de hashtags #erfgoedflora , #erfgoedfauna en #erfgoednatuur geïntroduceerd. Je zou kunnen stellen dat we op deze manier een meer eigentijdse invulling geven aan het jammer genoeg verouderde begrip #natuurhistorie. 

Centrale linkpagina | Klik op de afbeelding om te vergroten! Screenshot bvhh.nu 2021.

Graag nodigen we je van harte uit om de hashtag #erfgoedflora verder te verspreiden!

Ga eens kijken en ‘like’ onze berichten, zodat onderwerpen zoals hierboven een nog grotere actieradius bereiken!

Ook erfgoed moet het hebben van delen: kennis en passie kunnen we wereldwijd via de sociale media doorgeven. Vandaar onze vraag om deze pagina te delen via de knop delen onderaan de pagina. Het zou helemaal fijn als je daarbij de hashtag #erfgoed of #erfgoednatuur gebruikt.

;-) B&M

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


Verkorte link van dit item:

  • http://bit.ly/2KbldIm
  • http://bit.ly/2KbldIm-VanHHpuntOrg

Archief Dunselman naar KDC | Katholiek Documentatie Centrum Nijmegen

Archief Dunselman naar KDC — Goed nieuws! De toekomst van het atelierarchief van Kees Dunselman – waarin zich ook ontwerpen van zijn oudere broer Jan bevinden – is veiliggesteld. Op initiatief van de familie wordt het overgedragen door museum Ons’ Lieve Heer op Solder aan het Katholiek Documentatie Centrum in Nijmegen (KDC). Dat betekent dat onderzoekers voortaan op één centrale plaats het werk van de gebroeders Dunselman kunnen bestuderen, want het KDC beschikt al over aan ander fonds met betrekking tot deze kunstenaars. 

Zelf hebben we in dit atelierarchief uitvoerig onderzoek gedaan voor een heel bijzonder project: het op een eigentijdse manier terugbrengen van de kalotschildering van Kees Dunselman in de kathedraal van Rotterdam door Jojanneke Post van Davique Sierschilderwerken in 2017-2018. Wat een rijkdom troffen we aan en wat hebben we daardoor het concept van de nieuwe schildering goed kunnen onderbouwen. 

Wil je meer weten, surf dan naar de volgende items:

  • Deel 1 van het dubbelartikel over gebroeders Dunselman in vakblad Vitruvius.
  • Het E-boek over het terugbrengen van het concept van Kees Dunselman in de kathedraal van Rotterdam door kunstenares Jojanneke Post. Dit kun je gratis downloaden.
  • Het artikel in vakblad Vitruvius over het gesamtkunstwerk dat bouwpastoor Alphons Wreesman in de latere kathedraal van Rotterdam realiseerde: Een tweede Salomon in Rotterdam.
  • Een webartikel over hoe Jojanneke Post haar opdracht heeft aangepakt.
  • Overige webartikelen en berichten op deze site.

Deel 2 van het dubbelartikel verschijnt trouwens in april 2021!

;-) B&M

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


Verkorte link van dit item: http://bit.ly/2XuqcHe-VanHHorg

De gebroeders Dunselman in vakblad Vitruvius

De gebroeders Dunselman in vakblad Vitruvius — We waren al bezig met dit artikel toen begin augustus 2020 het schokkende nieuws kwam dat museum Ons’ Lieve Heer op Solder met sluiting bedreigd werd. Schokkend omdat dit onvermijdelijk gevolgen zou hebben voor de ateliercollectie van Kees Dunselman die eind vorige eeuw door de familie in bruikleen is gegeven aan dit museum. Hierin bevindt zich niet alleen werk van de jongste Dunselman, maar ook van zijn oudere broer Jan. Ze behoren tot de top van de kerkschilders anno 1900 met een bijzonder netwerk, waartoe onder meer Antoon Derkinderen, Joseph Th.J. Cuypers en Jan Stuyt behoorden. Centrum van de discussie over monumentale kerkelijke kunst in die dagen was de katholieke kunstkring De Violier, waarvan Jan als een van de oprichters vanaf 1900 lid was, en Kees later in 1906 toetrad.

De schilderingen van Kees Dunselman (na 1903) in de onze Lieve Vrouwe Hemelvaartkerk van Oude Tonge (Goeree-Overflakkee), ontworpen door Joseph Cuypers (1897-1898).
Een van de kerken, waar Kees Dunselman gewerkt heeft, is de Onze Lieve Vrouwe Hemelvaartkerk van Oude Tonge (Goeree-Overflakkee): een ontwerp van Joseph Cuypers uit de tijd dat hij ook met de nieuwe Bavo in Haarlem bezig was (1897-1898). De uitmonstering bestond voor een deel uit materiaal- en baksteenpolychromie, ontworpen door de architect. Waarschijnlijk is ook het concept van de geschilderde polychromie van zijn hand, omdat Kees Dunselman pas vanaf 1903 als kerkschilder actief was. Het was niet ongebruikelijk om de velden voor de figuratieve schilderingen (figuraties) leeg te laten, totdat er voldoende middelen waren voor verdere invulling. In dat geval zou Kees Dunselman alleen verantwoordelijk zijn voor de figuraties in de kerk, die we op deze historische foto zien in het priesterkoor, op de triomfboog, en tegen de transeptarmen. Deze uitmonstering is grotendeels verdwenen als gevolg van de watersnood en de vernieuwingen onder Vaticanum II. Voor de herkomst van de foto volg deze link.
____________

Toekomst ateliercollectie — Wie de nieuwsberichten en de sociale media heeft gevolgd, weet dat het goed afgelopen is met Ons’ Lieve Heer op Solder. Het was een discussie die met veel emoties gepaard ging en waaraan ook vanuit de kunsthistorische hoek een constructieve bijdrage is geleverd. Zelf heb ik vooral op Facebook daaraan deelgenomen. Wat betreft mijn collega’s, mag ik graag wijzen op het artikel van grand’ old man Peter van Dael in Ignis webmagazine. Van Dael was jarenlang als docent kunstgeschiedenis verbonden aan de Vrije Universiteit van Amsterdam en was een van de eersten die zich bezighield met het veiligstellen van de archivistische nalatenschap van de gebroeders Dunselman. Ook al blijft Ons’ Lieve Heer op Solder behouden, wat er met de ateliercollectie gaat gebeuren staat allerminst vast. 

Daar komen we zeker nog op terug!

Dubbelartikel over de gebroeders Dunselman — Intussen ben je welkom om deel 1 van ons dubbelartikel te lezen over Jan en Kees Dunselman. Het is ontleend aan ons E-boek over de recente kalotschilderingen van de kathedraal van Rotterdam, waarbij Jojanneke Post zich heeft laten inspireren door het verdwenen werk van haar voorganger, Kees Dunselman. In principe hadden we hiervoor nog aanvullend onderzoek willen doen bij het KDC in Nijmegen dat eveneens over een deelarchief van Kees Dunselman beschikt. Dat bleef spijtig genoeg buiten de onderzoeksopdracht van het E-boek, omdat het doel – het achterhalen van de opzet van de oorspronkelijke schildering van de kalot – bereikt was. En nog spijtiger, ook ditmaal kon geen controleslag gemaakt worden … nu was het coronavirus de spelbreker.

Deze onderzoeksleemte ten spijt, bevat het dubbelartikel over de gebroeders Dunselman zoveel nova dat het rijp is voor een groter publiek. Vooral dankzij Delpher en Kerkcollectie Digitaal van het Catharijneconvent is veel nieuw materiaal opgespoord waardoor het geijkte beeld van wie nu precies wat deed bijgesteld kon worden. Ook de relatie tussen liturgie, uitmonstering en iconografie kon hierdoor goed in beeld worden gebracht. Dat die kenniswinst opportuun is staat wel vast. Er worden zoveel kerken herbestemd dat het goed is om te weten waar de twee kerkschilders hebben gewerkt en wat voor een rijke programma’s hier zijn uitgevoerd. Schilderingen willen bij hergebruik wel eens stiefmoederlijk worden behandeld, omdat ze eigenlijk altijd in de weg zitten. Dus ga er voor zitten en verdiep je in het verhaal. Je kunt het scherm vergroten door op het rechter icoontje te klikken in het raamwerk hieronder.

Jan en Kees Dunselman-1.VITRUVIUS

In de tekst zit een omissie die bij de aanpassing van de betreffende paragraaf voor Vitruvius is blijven hangen. We zijn benieuwd wie die als eerste signaleert. 
Verder een slip of the cursor bij de verwijzing naar de noten 31-32 in noot 33. Bedoeld zijn de noten 30-31. En had je ook dat merkwaardige jaartal gezien?

;-) B&M

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


Verwijzingen

  1. Dael, Peter van. ‘Ons’ Lieve Heer op Solder na 133 jaar dicht? Neen!’ Ignis webmagazine, 20 augustus 2020. https://bit.ly/39X53wN-KerkelijkErfgoed.
  2. Dat bijstellen geldt ook voor de paragraaf over de Dunselmannen in ons boek De genade van de steiger en het stuk over de Urbanuskerk van Nes aan de Amstel in ons boek over de nieuwe Bavo/KoepelKathedraal te Haarlem.
  3. Voor het E-boek zie: Hubar, Bernadette van Hellenberg, Jojanneke Post (Davique Sierschilderwerken), en Marij Coenen. Tussen Gabriel en Michael: de schilderingen naar Kees Dunselman in de Laurentius & Elisabeth Kathedraal te Rotterdam : achtergronden, betekenis & techniek. Rotterdam: HH. Laurentius & Elisabethparochie, 2018. http://bit.ly/VanHH-LauElKat-download.
  4. RCE. ‘Rijksmonument 521890: R.K. Kerk O.L.V. Hemelvaart Oude Tonge – Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed’. Monumentenregister.nl, 2001. http://bit.ly/2usEs5M.
  5. Voor de Katholieke Kunstkring De Violier en Jan Dunselman zie: Hubar, De nieuwe Bavo, pp. 52-57, 63-66. Voorts Hubar, De genade van de steiger, pp. 181-183, 190-193 (De Violier, Jan Dunselman). Voor het lidmaatschap van Kees Dunselman, zie het bovenstaande artikel in Vitruvius of het E-boek in noot 3 (zoekterm Violier). De volledige titels staan in de bibliografie.
  6. De herkomst van de foto met de historische uitmonstering van de Onze Lieve Vrouwe Hemelvaartkerk van Oude Tonge is jammer genoeg niet precies duidelijk. Eind 2019 werden Jojanneke Post van David Sierschilderwerken en wij, vanwege onze eerdere samenwerking bij de Laurentius en Elisabeth Kathedraal van Rotterdam, uitgenodigd om offerte uit te brengen voor een vooronderzoek met betrekking tot het eventuele terugbrengen van de polychromie/schilderingen in de kerk. Hoewel er een aardig bedrag aan subsidies in het vooruitzicht lag, heeft het kerkbestuur anders besloten. Bij de stukken die we ontvingen bij het werkbezoek voorafgaand aan de offerte zat onder meer deze historische afbeelding. 
  7. Hubar, Bernadette van Hellenberg en Marij Coenen. “Jan en Kees Dunselman. Kerkschilders van niveau (deel 1)”. Vitruvius, onafhankelijk vakblad voor erfgoedprofessionals 14 (2020): 18-25.
Sociale media en erfgoed

VanHellenbergHubar.Org zet sociale media in zowel om nieuws over kunst, cultuur & erfgoed te delen als om vragen te stellen en zo kennis te vergaren. Centraal hierin staat onze Facebookpagina: http://bit.ly/VanHHOrg2FB

Ga eens kijken en ‘like’ onze pagina, zodat de berichten over onderwerpen als de voorgaande een nog grotere actieradius bereiken!

Je kunt ons en andere onderzoekers ook helpen door deze pagina te delen via de knop delen onderaan de pagina (graag de hashtag #Dunselman gebruiken).

Verkorte link van dit item: http://bit.ly/3gZdjOq-Dunselman

Succesvolle crowdfunding Cuypersplafond

Succesvolle crowdfunding Cuypersplafond — 6 oktober 2019 stond de teller op 100%! De crowdfunding voor het #Cuypersplafond in het Cuypershuis is geslaagd! Wat in 1977 werd verwoest en in 2007 werd herontdekt, wordt in 2020 teruggebracht als onderdeel van de nieuwe collectie opstelling in museum Cuypershuis. 

Als ambassadeur hebben we ons steentje, of liever wat kleurpigment, bijgedragen aan deze actie door hiervoor aandacht te vragen op Facebook, Twitter, LinkedIn en Instagram.

We hebben de sociale media gevoerd met de volgende items (in chronologische volgorde):

Cuypers en ons schrijverscollectief — Van ons schrijverscollectief is Bernadette al vanaf haar afstuderen in 1979 bezig met de architecten Cuypers*, terwijl Marij vanaf 2004 betrokken is bij alles wat tot het Cuypers assortiment gerekend kan worden; als co-auteur, fotograaf, beeldredacteur en/of eindredacteur van de stukken. Sinds we gewerkt hebben aan het boek over de nieuwe Bavo/Koepelkathedraal te Haarlem (2013-2016) zijn we hoofdzakelijk bezig met de zoon van Pierre J.H. Cuypers, Joseph Cuypers, die na het einde van de Eerste Wereldoorlog met zijn gezin in het Cuypershuis in Roermond gaat wonen en daar – te beginnen in 1907 – verschillende verbouwingen op zijn naam heeft staan. Op dit moment zijn we druk bezig met de Joseph Cuypers Collectie op het gemeentearchief, waarover dit jaar nog ons E-boek verschijnt. Daarover vind je meer via deze link.

Tussendoor komt de oude Cuypers regelmatig langs, zoals bij het onderzoek naar Cuypersornamenten voor de N280 – jammer genoeg ligt Cuypers met 80 km per uur nog onder embargo* – en deze fondsenwerving voor het #Cuypersplafond. Beide projecten waren een pracht van een aanleiding voor Bernadette om zich weer te verdiepen in haar oude liefde: kleur, polychromie en monumentale schilderkunst!* Een totaal ander onderwerp dus als de eerdere crowdfunding voor het Cuypershuis – het herstel van de glasnegatieven – waar we eveneens als ambassadeur bij betrokken waren: ook al werd Cuypers senior hierin centraal geplaatst, het gros van de collectie komt uit de tijd dat Joseph Cuypers de scepter zwaaide.* 

Al deze onderwerpen komen met grote regelmaat aan de orde op onze Facebookpagina: http://bit.ly/VanHHOrg2FB
Ga eens kijken en ‘like’ de pagina, zodat de berichten als de bovenstaande een nog grotere actieradius bereiken!

;-) B&M

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


Verwijzingen &
  • We spreken tegenwoordig over de architecten Cuypers, omdat inmiddels gebleken is dat zowel Pierre J.H. Cuypers en zijn zoon Joseph Th.J. Cuypers, als Joseph Th.J. Cuypers en diens zoon Pierre J.J.M. Cuypers op zo’n manier hebben samengewerkt dat van een dubbel of zelfs drievoudig auteurschap gesproken kan worden. Een markant voorbeeld is de zogenaamde kathedraal van Amsterdam, de Willibrordus buiten de Veste. De oostpartij was van Pierre J.H. Cuypers, schip en transept van zijn zoon Joseph en de vieringtoren van Pierre J.J.M. Cuypers. Zie hiervoor het item over Clemens Merkelbach van Enkhuizen.
  • Hubar, Bernadette van Hellenberg, en Marij Coenen. Cuypers met 80 kilometer per uur. De uitmonstering van de N280 te Roermond. Maastricht/Ohé en Laak: Provincie Limburg/VanHH.Org, 2019.
  • Bernadette publiceerde over de polychromie van Pierre J.H. en Joseph Cuypers naar aanleiding van de inmiddels grotendeels verdwenen uitmonstering van de Servaaskerk (1884) en het herstel van de kleuren in de Teekenschool van Roermond (1997). Wat betreft kleur en polychromie schreef ze vanaf 2004 samen met Marij het rapport in het kader van het grote onderzoek naar het Cuypershuis (De muziek van het licht, 2007), het inmiddels uitverkochte boek De genade van de steiger (2013), het eveneens uitverkochte boek over de nieuwe Bavo/Koepelkathedraal Haarlem (2016) en het hierboven genoemde onderzoek over de N280 (2019).
  • Hubar, Bernadette van Hellenberg, en Marij Coenen. “Ambassadeur voor Cuypers’ glasnegatieven”. if then is now, 2017. http://bit.ly/ifthenisnow-Cuy2. Zie verder dit item op deze site. 

Verkorte link van dit item: http://bit.ly/33acc66

← Naar de hoofdpagina van Cuypers assortiment

← Naar de hoofdpagina van de Joseph Cuypers Collectie

Brochure monumentale kerkelijke schilderkunst RCE

Brochure monumentale kerkelijke schilderkunst — Wil je het verhaal eerst inzien of direct downloaden? Je kunt ook beginnen met de introductie hieronder.

Binnenkort verschijnt de brochure over kerkelijke monumentale schilderkunst, die we voor de RCE geschreven hebben naar aanleiding van ons boek ‘De genade van de steiger’. Deze kan gratis gedownload worden vanaf de site van de RCE en bij ons.

Begin 2019 verscheen de brochure over kerkelijke monumentale schilderkunst, die we voor de RCE geschreven hebben naar aanleiding van ons boek ‘De genade van de steiger’. Deze kan gratis gedownload worden.

Brochure monumentale kerkelijke schilderkunst — Als onderdeel van het beleid ten aanzien van kennisbundeling en overdracht stelt de RCE een inmiddels indrukwekkende reeks erfgoedbrochures on line ter beschikking voor eigenaren, vrijwilligers en professionals. Binnenkort wordt daar die van ons aan toegevoegd. De volledige titel luidt:

  • Hubar, Bernadette van Hellenberg. Monumentale kerkelijke schilderkunst (1890-1980). Onder redactie van Marij Coenen en Bernice Crijns. Brochures Rijksdienst Cultureel Erfgoed. Amersfoort: RCE, 2019. bit.ly/2TSEmyu-VanHH2Org.

In de introductie van de brochure wordt opgemerkt:

Experimenten, nieuwe schildertechnieken en beeldformules kenmerken de ontwikkeling van de muurschilderkunst in het interbellum. Naast het autonome werk uitte een breed scala aan kunstenaars hun creativiteit op wanden en gewelven van kerken, vaak met een hoog artistiek gehalte en verrassende iconografische oplossingen. Met de opgave van herbestemming van kerkgebouwen lopen deze schilderingen gevaar.

Dat laatste kan niet vaak genoeg benadrukt worden, want anders dan overige interieurelementen kun je dit type kunst niet verplaatsen als het in de weg staat bij hergebruiksplannen. Over sloop moeten we het dan helemaal niet hebben.

Kijk de brochure hieronder in en/of download deze via de tweede knop van rechts (met de dikke pijl naar beneden): 

In de brochure zit niet alleen een samenvatting van de kunsthistorische hoofdlijnen van De genade van de steiger, maar ook een doorkijkje tot 1980. Dit is gebaseerd op het (web)artikel: ‘Balanceren tussen figuratief, decoratief en abstract’ op deze site.

VanHH.org, monumentale_kerkelijke_schilderkunst (ol)

In de loop van het jaar verschijnt aanvullend een technische brochure Tussen organisch en synthetisch over de verschillende verfsoorten en bindmiddelen in de late negentiende en twintigste eeuw. Onze bijdrage bestond erin een compacte tekst te schrijven over de kennis en inzichten van twee specialisten van de RCE, Bernice Crijns en Rutger Morelissen. Hierin is ook het technische hoofdstuk van Angelique Friedrichs uit De genade van de steiger opgenomen.

Wordt vervolgd!

;-) B&M

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


Verwijzingen 
  • Voortschrijdend inzicht? Nu al? Ja zeker! Dankzij de volharding van specialist in religieus erfgoed, Door Jelsma, weten we eindelijk wie de kunstenaar is van de schildering uit 1863 die aan het slot van de brochure staat: Gerrit de Moreé uit Breda. Hij tekende zowel voor de schildering, de sculptuur als het mozaïek van dit bijzondere liturgische centrum. We vertellen er meer over op de betreffende webpagina ‘Voor en na Vaticanum II in Prinsenbeek (1963)‘ (zoekterm Jelsma).
  • Het projectteam bestond uit Bernice Crijns, Ben Kooij en Rutger Morelissen van de RCE en schrijverscollectief Bernadette van Hellenberg Hubar & Marij Coenen.
  • Verkorte link van dit item: bit.ly/2TSEmyu-VanHH2Org
  • Verkorte link directe download bij de RCE: bit.ly/2DTNT2u-GvdS

← Terug naar de hoofdpagina van De genade van de steiger!

De genade voorbij | Het Laatste Oordeel in Alkmaar

De genade voorbij

Deze diashow vereist JavaScript.

Ze zijn zich van geen kwaad bewust
en staan verbaasd om
zich heen te kijken
Naakt als in het paradijs
Mooi van lijf en leden
Blij … maar waren ze niet dood?
Kijk daar en daar en daar
Familie, geliefden en die daar …
Zijn dat mijn kindskinderen?

Maar veel tijd voor verbazing is er niet.
De wind steekt op en met iedere vlaag
… trompetgeschal
Engelen uit grimmiger tijden
Hun gewaad in scherpe knipplooien
met in hun handen de weegschaal,
overgedimensioneerd …
neemt Michael de mensheid de maat
De schroeiende hitte van
de hellemond voelbaar

Centraal in het gewelf de wereldrechter
Gods zoon zonder twijfel

met ‘n poker face
sierlijk gebarend naar links en rechts
scheidt hij de goeden van de kwaden
na voorspraak van moeder en doper
de genade voorbij

Jacob Corneliszoon van Oostsanen m.m.v. Cornelis Buys, Het Laatste Oordeel in de Grote Laurenskerk te Alkmaar (1519), gerestaureerd door Willem Haakma Wagenaar en Edwin van den brink (2003-2011). Foto bvhh.nu 2018.

_______________________________

De genade voorbij

Twee jaar geleden was het ‘De wonderlijke klim’ in Den Bosch, vorig jaar (2018) gooide Alkmaar er nog een schepje bovenop met ‘De klim naar de hemel’.* In het ene geval de aardse microkosmos, in het andere geval het einde der tijden.* Ik was er met ons kwintet, Wim Eggenkamp, Eduard Kimman, Harrie-Jan Metselaars en Gert van Kleef, welke laatste nauw betrokken was bij de organisatie van ‘De klim naar de hemel’ en de feestelijkheden rond het 500-jarig bestaan van de Grote Laurenskerk. Een geweldige ervaring om hoog boven het dak van de kerk te wandelen en over het golvende patroon van de geschubde leien naar de stad te kijken. En dan de stap naar binnen … oog in oog met het Laatste Oordeel van Jacob Corneliszoon van Oostsanen (1519): schilderingen op een houten gewelf die normaal ver boven je uitstijgen en waarvan de details door de afstand en speling van het licht aan je oog ontsnappen. Een geweldige ervaring daar boven op de steigers, zoals je kunt zien aan de laatste foto’s in de diaserie.

Steigers … mijn fascinatie voor steigers houdt nooit op. En waarom dat is? Misschien wel omdat je je eigenlijk in het luchtledige bevindt, even houvast hebt op plaatsen waar buiten alleen vogels kunnen komen, scherend over een dak of langs rijzige gevels; en binnen hooguit de rook van kaarsen of de klanken van het orgel. Eigenlijk bestaat de plek waar je op de steiger staat niet.

Het thema op zich hoeft iconografisch nauwelijks introductie, zeker niet na de belangstelling die het werk van Jeroen Bosch in het jubileumjaar 2016 heeft ondervonden. Met mijn gedicht volg ik de driedeling van het gewelf in de zaligen (links), de voltrekking van het oordeel (midden) en de verdoemden (rechts), waarbij Maria en Johannes de Doper als voorsprekers zijn afgebeeld.

De genade voorbij | Portret van Jacob Corneliszoon van Oostsanen (c. 1472/77-1528/33), door zijn atelier in Amsterdam, c. 1533. Herkomst Rijksmuseum, objectnumber SK-A-1405.
De genade voorbij | Portret van Jacob Corneliszoon van Oostsanen (c. 1472/77-1528/33), door zijn atelier in Amsterdam, c. 1533. Herkomst Rijksmuseum, objectnumber SK-A-1405.*

Restauratiegeschiedenis | Slepen met een gewelf 

Restaurator Willem Haakma Wagenaar heeft tijdens de restauratie van 2003 tot 2011 een artikel geschreven voor de nieuwsbrief van de stichting Jacob Cornelisz. van Oostsanen, de Jacobsbode, waarin hij de lotgevallen van het houten gewelf beschrijft. Ook hier manifesteerde zich de ‘educatieve roofzucht’ van het rijk (lees het hoofd van de afdeling Kunsten & Wetenschappen van het ministerie van Binnenlandse Zaken, Victor de Stuers en zijn rijksadviseur, Pierre Cuypers). Tussen 1885-1886 werd geregeld dat het gewelf beetje bij beetje naar het Rijksmuseum getransporteerd werd in ruil voor subsidie om een nieuw houten beschot aan te brengen. Los van de discussie over hoe je met dit soort kunst om moet gaan – conserveer je heel terughoudend of streef je naar een evocatie van het origineel – is het voor mij heel interessant dat twee schilders die ik behandeld heb in ‘De genade van de steiger’, gevraagd werden de schilderingen in orde te maken. In eerste instantie, 1902-1904, was dat Jan Dunselman, bevriend met Joseph Cuypers, die vooral bekend is geworden van de uitmonstering van de Nicolaaskerk te Amsterdam.* Mede doordat de houten drager werd ingekort om het gewelf in het Rijksmuseum te kunnen plaatsen, heeft Dunselman er vrij veel aan moet doen.

Als gevolg van gewijzigde inzichten verdween het houten gewelf uit de opstelling van het Rijksmuseum: directeur Frans Schmidt Degener had niet veel op met de educatieve visie van Cuypers en De Stuers, noch met hun belangstelling voor monumentale kunst. Daar kwam bij dat de toeschrijving inmiddels veranderd was van Jacob Corneliszoon naar zijn broer, Cornelis Buys, waardoor de kunsthistorische waarde van het oeuvre kennelijk daalde. Om kort te gaan, het gewelf werd opnieuw gecompartimenteerd en teruggebracht naar Alkmaar, waar het moest wachten tot 1940 om weer op zijn oude plek hersteld te worden. Ditmaal was het Gerhard Jansen die aan de slag ging. Over hem is Haakma Wagenaar nog minder enthousiast dan over Dunselman, vooral vanwege het gebruik van vernis. Ook al zou vandaag de dag – terecht – niemand dat meer doen, Gerhard Jansen was bepaald geen amateur. Hij had grote ervaring als restaurator en als kerkschilder. Toen Antoon Derkinderen aan het experimenteren was met het schilderen direct op de muur, deed hij dat onder meer met Gerhard Jansen in de Doopkapel van de Nicolaaskerk van Jutphaas (1904). Uiteindelijk is dat het enige oeuvre in dit genre dat van Derkinderen behouden bleef, die overigens ook voor het technische kunnen van Jan Dunselman grote waardering had. Het zou goed zijn als tijdens zo’n grote restauratie meer onpartijdig gekeken zou kunnen worden naar de ingrepen van voorgangers, waardoor ook andere aspecten van hun inmenging in het licht komen te staan. Dat maakt gewoonweg deel uit van de geschiedenis van het kunstwerk in kwestie, die nu voor een groot deel is weggepoetst, zoals onder meer uit de aanpak van de Christusfiguur blijkt. Daarnaast vergroot zo’n onderzoek de kennis over de technische vaardigheden van in casu Dunselman en Jansen en die komt weer van pas op het moment dat hun werk wordt hersteld. In het geval van de eerste hebben de laatste decennia al grote conserveringsprojecten plaatsgevonden, met name door Rob Bremer en Wil Werkhoven.*

De genade voorbij | Daantje Meuwissen legt uit waarom het Laatste Oordeel van de hand van Jacob Czn van Oostsanen is. Screenshot van het artikel in de Jacobsbode uit 2009.
De genade voorbij | Daantje Meuwissen legt uit waarom het Laatste Oordeel van de hand van Jacob Czn van Oostsanen is. Screenshot van het artikel in de Jacobsbode uit 2009.

Tekenachtig schilderen

Ik noem Derkinderen hier ook, omdat er sprake is van een opvallende synchroniciteit tussen zijn stijl en die van Jacob Cornelisz. van Oostsanen: beiden hadden een tekenachtige manier van schilderen, zoals specialist Daantje Meuwissen bij Van Oostsanen ontdekte en ik bij Derkinderen. Of dat helemaal op toeval berust is zeer de vraag. Derkinderen kende dat andere monumentale werk van Van Oostsanen dat naar het Rijksmuseum was overgebracht, heel goed: het beschilderde houten gewelf van Warmenhuizen dat zich in de ‘kapel’ van de Oefenschool bevond op het terrein. De bedoeling was dat hij dit zou restaureren, maar daar is het door de moeizame verstandhouding met Cuypers en De Stuers niet van gekomen. Wel had Derkinderen als voorbereiding daarop het hele gewelf in 1892 onderzocht en uitgetekend.* Algemeen was de belangstelling voor dit type werk in de tweede helft van de negentiende eeuw groot, zowel bij onderzoekers als kunstenaars: Cuypers’ zwager, J.A. Alberdingk Thijm, Derkinderens docent aan de Rijksacademie, noemt het voorbeeld van Naarden bij zijn transcriptie van de biblia pauperum die hij in 1866 publiceerde. Een van de meest indrukwekkende uitwerkingen van het onderliggende systeem van corresponderende voorstellingen uit het Oude en het Nieuwe Testament uit de late negentiende eeuw is de kruisweg in de Amsterdamse Nicolaaskerk van Jan Dunselman (1891-1898).*

Reformatie

Een van de vragen die steeds weer opkomt bij middeleeuwse kerken die in protestantse handen zijn overgegaan, is waarom dit soort werken de beeldenstorm ontsprong. Dat geldt niet alleen voor schilderingen als deze die op een vrij onbereikbaar niveau zaten, maar ook voor zestiende-eeuws glas in lood zoals in de Oude Kerk van Amsterdam. En wat te denken van het altaarstuk van Jacob van Heemskerck (1538-1542) dat pas na de reformatie, in 1581, naar Zweden ging en nu weer even in de Alkmaarse Grote Laurenskerk te zien is. Tegenwoordig gaat men er vanuit dat dat heeft te maken met de invloed van de schenkers van deze kunstwerken die vaak op de betreffende werken staan afgebeeld. Ook de elite ging om naar het nieuwe geloof, maar dat betekende niet dat hun kostbare investeringen te grabbel moesten worden gegooid. Of dit een urban legend is of gebaseerd is op onderzoek, heb ik niet direct kunnen achterhalen. Indien deze verklaring klopt, dan zal die ondogmatische opstelling vast tot discussies hebben geleid tussen de ‘rekkelijken’ en de ‘preciezen’. In dat geval hebben we aan het stedelijke patriciaat het behoud van bijzondere kunstwerken te danken van een generatie die bij het grote publiek nog maar weinig bekendheid geniet. Des te meer reden om naar Alkmaar te gaan voor ‘De klim naar de hemel’.

;-) Bernadette

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


Bronnen en verdere informatie

De * in de tekst hierboven verwijst naar de volgende bronnen (deels opgemaakt met Zotero). De volledige inhoud van de afgekorte titels is te vinden in de bibliografie op deze site.

  • ‘De klim naar de hemel’ is mogelijk tot en met 8 oktober 2018!
  • Voor mijn gedicht naar aanleiding van ‘De wonderlijke klim’ volg deze link.
  • Gegevens Rijksmuseum: ‘workshop of Jacob Cornelisz van Oostsanen, Portrait of Jacob Cornelisz van Oostsanen (c. 1472/77-1528/33), Amsterdam, c. 1533′, in J.P. Filedt Kok (ed.), Early Netherlandish Paintings, online coll. cat. Amsterdam: hdl.handle.net/10934/RM0001.COLLECT.8170 (consulted 27 August 2018). Permalink via deze URL.
  • Deze noot verwijst naar:
    • Haakma Wagenaar, Willem. “De gewelfschilderingen van de Laurenskerk in Alkmaar (I en II)”. Jacobsbode, nieuwsbrief van stichting Jacob Cornelisz. van Oostsanen 4–5 (2005): 1–5; 2–4. bit.ly/2BKjK6M-Oostsanen. Haakma Wagernaar voerde de restauratie uit met Edwin van den Brink.
    • Over de toeschrijving aan J.C. van Oostsanen zie het overtuigende artikel van: Meuwissen, Daantje. “Het plafond van de Laurenskerk in Alkmaar: de hand van de meester”. Jacobsbode, nieuwsbrief van stichting Jacob Cornelisz. van Oostsanen 8 (2009): 3-5. bit.ly/2BKjK6M-Oostsanen
    • De term ‘educatieve roofzucht’ komt van Wies van Leeuwen, De maakbaarheid van het verleden, pp. 117-129.
  • Deze noot verwijst naar:
    • Haakma Wagenaar, “De gewelfschilderingen van de Laurenskerk”, p. 4.
    • Over Jan en zijn broer Kees Dunselman, zie met name Hubar, Tussen Gabriel en Michael (2018), pp. 53-69, waarin de bevindingen in Hubar, De genade van de steiger, pp. 178-208, zijn aangevuld en bijgesteld. Dit was met name mogelijk door de toename van het aantal dagbladen in Delpher.nl en de toegang tot Kerkcollectie Digitaal van het Catharijneconvent. Zie ook de errata op deze site.
  • Deze noot verwijst naar:
    • Haakma Wagenaar, “De gewelfschilderingen van de Laurenskerk”, pp. 4-5. bit.ly/2BKjK6M-Oostsanen. Over de oorsprong van de aanwezige Christusfiguur is Haakma Wagenaar onduidelijk. Niettemin besloot hij deze te vervangen door een figuur waarvan het hoofd ontleend is aan de doek van Veronica op een van de andere gewelven in de Laurenskerk. Behalve dat ik hier bedenkingen tegen heb, heb ik iconografisch twijfel bij de inwisselbaarheid van het ene en het andere type. Dit is een kwestie die ik nog een keer wil voorleggen aan Daantje Meuwissen.
    • Haakma Wagenaar, Willem, en Edwin van den Brink. De gewelfschilderingen in de Laurenskerk van Alkmaar gerestaureerd, 2003-2011. z.pl. (Alkmaar), 2011. bit.ly/2oeUb4n-Oostsanen
    • Hubar, De genade van de steiger, pp. 44 (Jutphaas), 335-336 (Gerhard Jansen), 187-190 (Jan Dunselman). Rob Bremer en Wil Werkhoven hebben onder meer de Nicolaaskerk te Amsterdam gerestaureerd (Jan Dunselman), de Obrechtkerk te Amsterdam (Kees Dunselman), de Jozefkerk te Noordwijkerhout (Kees Dunselman) en de Agathakerk te Lisse (Jan en kees Dunselman).
  • Deze noot verwijst naar:
    • Het hiervoor geciteerde artikel van Daantje Meuwissen.
    • Voor Warmenhuizen: Wies van Leeuwen, De maakbaarheid van het verleden, pp. 126-129.
  • Deze noot verwijst naar:
    • Hubar, De genade van de steiger, met name pp. 44 (abusievelijk staat hier 1861 in plaats van 1866), 189 (Jan Dunselman).
    • Thijm, “De harmonieën van het Oude en het Nieuwe Testament in de beeldende kunst, Biblia Pauperum”, p. 433.*
    • Het thema van Thijm en de biblia pauperum heb ik verder uitgediept in mijn boek De nieuwe Bavo te Haarlem, pp. 84-86, waarop een voorschot is genomen met dit webartikel over de glazen van vader en zoon Cuypers in de apsis van de nieuwe Bavo.
  • Meer weten over de gedichten met de achtergrondverhalen die ik schrijf? Surf dan naar dit item.

In Alkmaar kun je  de hemel niet meer beklimmen, maar dat moet je er niet van weerhouden de Laurenskerk alsnog een bezoek te brengen!*

Bijgewerkt 4/11/19

Verkorte link van dit item: bit.ly/2ocXr07-VanHH2Org

LinkedIn april 2018

LinkedIn, aanhef

VANHELLENBERGHUBAR.ORG

Welkom op mijn LinkedIn-pagina. Voor een meer actueel beeld van de projecten waar ik mee bezig ben, kun je het beste naar mijn website surfen: Vanhellenberghubar.org.
Niettemin krijg je hier ook een indruk van wat ik kan en wat ik doe. Twee zaken haal ik met gepaste trots naar voren:

NIEUWE BAVO HAARLEM

Op 9 september 2016 verscheen mijn boek ‘De nieuwe Bavo te Haarlem, Ad orientem | Gericht op het oosten’. Ik heb met een geweldig team samen mogen werken. Heel bijzonder, zo’n boek dat je niet na, maar tijdens de restauratie schrijft. Dat leverde bijzondere inzichten op, omdat je dankzij de steigers op plaatsen komt die normaal niet bereikbaar zijn. De Haarlemse kathedraal is onvoorstelbaar interessant doordat architect Joseph Cuypers hier allerlei onbekende concepten heeft toegepast: deels waren deze van eigen vinding, deels zijn ze verder ontwikkeld vanuit de ervaring van zijn vader, Pierre Cuypers. Een eerste indruk kun je opdoen via de samenvatting op http://bit.ly/Ifthenisnow-Bavo.

INTERBELLUMBOEK ‘DE GENADE VAN DE STEIGER’

Op 21 november 2013 verscheen mijn boek ‘De genade van de steiger, monumentale schilderkunst in het interbellum’. Het eerste exemplaar werd in de Obrechtkerk te Amsterdam door de directeur van de Rijksdienst Cultureel Erfgoed, Cees van ‘t Veen, aangeboden aan Henk van Os die zich al jaren sterk maakt voor de schilderingen in deze kerk. Van Os is erg enthousiast over het boek, zoals blijkt uit deze recensie: http://bit.ly/VanOs-Obrechtkerk. Zelf heb ik er van genoten om dit project uit te mogen voeren, vooral omdat het gelukt is behoorlijk wat kenniswinst te boeken inzake dit haast vergeten genre. Meer informatie vind je hieronder bij de projecten.

Tussendoor heb ik met veel plezier enkele kleinere opdrachten gedaan, waaronder degene die hieronder bij de projecten staan vermeld.

Volg me via https://twitter.com/Bern4dette of vanhellenberghubar.org.


De E-publicatie over de Rotterdamse kathedraal is uit

… en je kunt die E-publicatie over de kathedraal hier gratis downloaden!


Download E-publicatie Kathedraal Rotterdam. Omslag bvhh.nu 2018.

Tussen Gabriel en Michael heb ik geschreven in het kader van het onderzoek naar de verdwenen schilderingen van – naar achteraf bleek – niet Jan, maar Kees Dunselman in de Laurentius & Elisabeth Kathedraal te Rotterdam. Dit project ging van start dankzij het gulle gebaar van een mecenas die zich ontfermde over de kalot van de apsis in de kathedraal. De voorstelling op dit gewelf was in 1964 verwijderd onder invloed van de vernieuwingen die tijdens het tweede Vaticaans Concilie (1962-1965) Nederland bereikten. Na raadpleging van de parochie bleek de voorkeur uit te gaan naar een ontwerp dat herinnerde aan het verdwenen werk van Kees Dunselman. Die opdracht ging naar Jojanneke Post van Davique Sierschilderwerken, met wie ik tijdens mijn onderzoek nauw heb samengewerkt. Vooral de sessies op de steiger, lopende het project, waren heel inspirerend. Als je als kunsthistoricus zo nauw mag samenwerken met een kunstenaar en de chemie bruist, dan brengt dat heel veel.

Dat de E-publicatie gratis gedownload kan worden, hebben we te danken aan de kathedraal en het bisdom. Men wil graag dat zoveel mogelijk mensen kennis nemen van dit nieuwe kunstwerk en de achterliggende verhalen.* Die zijn er te over! Wat te denken van de mensen die de kerk – want de Elisabethkerk is pas sinds 1968 kathedraal – en haar inrichting tot stand hebben gebracht. Of de symbolische code die in de voorstellingen verborgen zit. Dat bleek een hersenkraker waar Dan Brown eer aan had kunnen behalen. Het was verder een heel avontuur om het geheim te achterhalen van de bijzondere schilderstechnieken van Kees Dunselman, waar Jojanneke Post een eigen variant voor heeft bedacht. En dan het verhaal van de liturgie, waar de bisschop zelf een bijzondere inbreng in heeft gehad.* Bij ieder project leg je weer nieuwe accenten. Ditmaal heb ik liturgie en iconografie dichter bij elkaar gebracht door het virtuele duet tussen de voorgestelde mensen op de muren en de kerkgangers in het gebouw in beeld te brengen. Alles bij elkaar vormt het nieuwe kunstwerk een bijzondere toevoeging aan het gesamtkunstwerk dat de kathedraal vormt: een toevoeging die van deze tijd is, geënt op wat er vroeger speelde.

Bezichtiging Laurentius & Elisabeth kathedraal

Als je het E-boek gelezen hebt – wat zeg ik, zelfs als je het E-boek alleen maar doorgebladerd hebt – dan word je als vanzelf nieuwsgierig naar de nieuwe schilderingen en het interieur van de kathedraal. Dus op naar Rotterdam!

  • Het parochiecentrum is vrijwel iedere dag geopend tot 13:00 uur: op werkdagen vanaf 10:00 uur en zondags na de mis.
  • Bezoekadres: Robert Fruinstraat 36 (achterzijde kathedraal)
  • Voor verdere contactgegevens en bereikbaarheid met openbaar vervoer surf naar de site van de kathedraal.

Wist je trouwens dat er aanwijzingen zijn dat de Elisabethkerk stiekem ontworpen is als kathedraal? Een juweel van een #erfgoedraadsel, waarvan je de oplossing vindt in de e-publicatie.

;-) B.

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


Verwijzingen en meer informatie

  • De volledige titel van de E-publicatie luidt: Bernadette van Hellenberg Hubar, met medewerking van Jojanneke Post (Davique Sierschilderwerken) en Marij Coenen. Tussen Gabriel en Michael. De schilderingen naar Kees Dunselman in de Laurentius & Elisabeth Kathedraal te Rotterdam. Rotterdam: HH. Laurentius & Elisabethparochie, 2018. ISBN 978-90-820976-2-7.
  • Voor een meer gespecificeerd beeld van wat je in het boek kunt vinden zie de inhoudsopgave.
  • Zie daarvoor het item ‘Een boek voor de bisschop‘.
  • Op deze site is heel wat te vinden over deze E-publicatie. Surf daarvoor naar de projectpagina.

Verkorte link van dit item http://bit.ly/Download-LauElKat-VanHH

Jojanneke Post ontmoet Kees Dunselman in de schilderingen in de kathedraal van Rotterdam

Jojanneke Post ontmoet Kees Dunselman in de schilderingen in de kathedraal van Rotterdam. Collage bvhh.nu 2018.

Jojanneke Post van Davique Sierschilderwerken (linksboven) heeft afgelopen jaar in de Laurentius & Elisabeth Kathedraal een bijzondere ontmoeting gehad met Kees Dunselman (rechtsonder). Wat dat heeft gebracht kun je lezen op deze site onder het tabblad projecten en meer in het bijzonder via deze link. De oogst omvat niet alleen de terugkeer van de schilderingen, maar ook een E-boek over het onderzoek dat daaraan ten grondslag heeft gelegen. Ook dat was een spannend avontuur en ook daarover ga ik nog meer vertellen!

Maar eerst het verhaal onder deze link.

B.

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


Gratis download van het E-boek over het onderzoek naar de schilderingen van Kees Dunselman

Dit E-boek kan gedownload worden via de website van de kathedraal, het bisdom, Davique Sierschilderwerken en deze site. De volledige titel luidt:

  • Bernadette van Hellenberg Hubar, met medewerking van Jojanneke Post (Davique Sierschilderwerken) en Marij Coenen. Tussen Gabriel en Michael. De schilderingen naar Kees Dunselman in de Laurentius & Elisabeth Kathedraal te Rotterdam. Rotterdam: HH. Laurentius & Elisabethparochie, 2018. ISBN 978-90-820976-2-7

Samenstelling collage

De collage is samengesteld uit de volgende foto’s:

  • Linksboven: Jojanneke Post door Léontine van Geffen-Lamers, Monumentenfotograaf.nl, december 2017.
  • Midden boven: het pseudo-mozaïek van het Christusmonogram in de top van de triomfboog is opgezet volgens de Fibonacci reeks, bekend van het patroon van de zaden van de zonne­bloem. Foto bvhh.nu 2017.
  • Rechtsboven: het pseudo-mozaïek van de achtergrond op de naad van de marouflage. Foto Davique.nl 2017.
  • Midden onder: historische foto van de schilderingen van Kees Dunselman in de Laurentius-Elisabethkathedraal te Rotterdam. Foto F.H. van Dijk, 1953. Herkomst Stadsarchief Rotterdam, nr 4100_1976-6476.
  • Linksonder: de schilderingen in de apsis in staat van wording. Foto Davique.nl 2017.
  • Rechtsonder: portretfoto van Kees Dunselman. Herkomst: Marjan Dunselman.

Bezoek de kathedraal

Ben je in Rotterdam, ga de kathedraal dan eens bezoeken:

  • Het parochiecentrum is vrijwel iedere dag geopend tot 13:00 uur: op werkdagen vanaf 10:00 uur en zondags na de mis.
  • Bezoekadres: Robert Fruinstraat 36 (achterzijde kathedraal)
  • Voor verdere contactgegevens en bereikbaarheid met openbaar vervoer surf naar de site van de kathedraal.

Verkorte link van dit item: http://bit.ly/2Du6CCq-VanHH2org

Terugkeer schilderingen kathedraal Rotterdam | Jojanneke Post in actie

Deze diashow vereist JavaScript.

De primeur was voor RTV Rijnmond op zondag 14 januari 2017, maar met Kerstmis 2017 was het al zover. Eindelijk waren de steigers afgebroken die al vanaf 2016 op het priesterkoor van de kathedraal van Rotterdam stonden en de uitmonstering aan het oog onttrokken. Eindelijk was er weer zicht op de apsis en kregen de parochianen de herstelde polychromie te zien. Eindelijk kwamen de nieuwe schilderingen in de kalot en op de triomfboog tevoorschijn die dankzij een mecenas tot stand waren gekomen. Vanaf mei 2017 was Jojanneke Post van Davique Sierschilderwerken bezig geweest met de voorbereiding en de uitvoering hiervan. Het resultaat is een werk dat wat betreft de kleuren, de maatvoering en de gesjabloneerde omlijsting een geheel vormt met de bestaande schilderingen van Jan Dunselman. Wat er aan onderzoek nodig was om die vertaalslag mogelijk te maken, wordt verteld in het E-boek van mijn hand. Hier alvast een voorproefje.*

De man om de hoek — Jojanneke Post had er ruim een half jaar werk voor nodig om een eigentijdse vertaalslag te maken van het ontwerp van Jans jongere broer Kees Dunselman, dat in 1964 uit de apsis verwijderd werd. Door haar eigen visie te volgen en haar persoonlijke stijl en factuur in te zetten, laat de kunstenares er geen misverstand over bestaan dit háár werk is en niet een kopie van het ontwerp uit 1929-1930. Het eigentijdse karakter komt vooral tot uitdrukking in de hoofden. Wie goed kijkt kan de ontwikkeling op dit punt op de voet volgen. Aanvankelijk volgde Post de insteek van Kees Dunselman door de figuren in de kalot als typen weer te geven: het resultaat daarvan is te zien bij zowel de evangelist Marcus (met de leeuw aan zijn voet) als de twee apostelen direct aan weerszijden van Christus. Op zijn beurt volgde Dunselman hiermee de regel van de voorman van de Beuroner school, Desiderius Lenz, die adviseerde om:

  • de eindelooze afwisselingen in het menschenbeeld tot een afzienbaar en herkenbaar aantal van types terug te brengen, welke zich dan weer zullen heenscharen om den “Canon” of het algemeen grondbeeld, dat niet aan de levende werkelijkheid, maar aan de aesthetische geometrie zal zijn ontleend’.*

De te schilderen figuren moesten volgens de Beuroner kunstleer zo geïdealiseerd worden dat ze voldeden aan een matrix van volmaakte geometrische verhoudingen. Een goed voorbeeld van wat Lenz wilde, is het Laatste Avondmaal van Paulus Krebs dat een belangrijke inspiratiebron voor de gebroeders Dunselman vormde.* Anders dan de Beuroner monnik Krebs, bleven de broers hierbij vasthouden aan bestaande mensen als vertrekpunt, zoals onder meer blijkt uit atelierfoto’s van Kees Dunselman.* Er vond een soort abstractieproces plaats, waarbij gezichten hun individuele karakteristiek verloren.

De drie genoemde koppen bevredigden Post echter niet. Ze bleef dan wel dichtbij de Beuroner opzet van haar voorganger, maar het effect was in haar ogen veel te afstandelijk om het verhaal van de voorstelling over te kunnen brengen. Daarom koos ze voor een benadering, waarin de toeschouwer vandaag de dag zich beter zou kunnen identificeren met de mensen daarboven. Het publiek moet zich uitgenodigd voelen om deel te nemen aan het feest dat in de kalot plaatsvindt: de koning van hemel en aarde wordt toegejuicht door de ploeg die de hitte van de dag heeft gedragen bij het verspreiden van zijn missie. Zij hebben hun stoel in de hemel verdiend. Binnen de kerkelijke context wordt dat op een hoger plan getild door de vier mannen daaronder. Wijzend op de ‘Koning van de harten’ benadrukken ze dat deze hemelse positie voor iedereen is weggelegd die het evangelie volgt.* Juist omdat dit verhaal vanuit het christendom tijdloos is, blijft het actueel en dat vraagt om levende en levendige mensen. In de bandbreedte tussen type en portret heeft Post een middenpositie gekozen. Ze heeft bestaande mensen zo weergegeven dat het geen portretten zijn, maar herkenbare figuren die je zo om de hoek zou kunnen tegenkomen. En dat maakt het resultaat zo eigentijds. Daarom is ook gekozen voor een breder scala aan volken: tegenover een oer-Hollandse Petrus zit een Paulus met Nederlands-Surinaamse roots. De apostel naast Paulus heeft een Afrikaanse oorsprong, de evangelist Mattheus staat voor de semitische component, linksboven zit een Rotterdammer en helemaal rechts zit een apostel met Iers-Poolse genen. Net als Da Vinci deed in zijn beroemde Laatste Avondmaal zitten hier ook jonge figuren tussen. Dit zijn mensen die je zomaar zou kunnen tegenkomen in de kerk. Als hommage aan de kunstenaar met wie het allemaal begon, heeft Post bovendien Kees Dunselman een plaats gegeven tussen de apostelen.


Een kijkje op de steigers lopende de totstandkoming van de kalotschildering van Jojanneke Post in de Laurentius & Elisabeth Kathedraal te Rotterdam. Foto bvhh.nu op 19 oktober 2017.

Stijl en factuur — De andere ingrediënten voor een eigentijdse voorstelling zijn, zoals in het E-boek wordt uitgelegd, stijl en factuur of makelij.* De penseelvoering van Post is veel breder – met lange streken en egaal verlopende kleurvlakken – dan die van Kees Dunselman; op zijn beurt werkte hij alweer veel minder gedetailleerd dan zijn broer, Jan. Op de muur en rekening houdend met de afstand tot het schip beneden, is de meerwaarde van de nuance niet groot. Heeft de penseelstreek een stevige korrelgrootte dan draagt dat bij aan een monumentaal resultaat. Om de vlakken als figuren uit te laten komen, gebruikt Post, net als Kees, sterk aangezette lijnen, echter niet in zwart of bruinzwart, maar in een donkere variant van de kleur van het gewaad. Met dit soort lijnen drukt ze ook de suggestie uit van de lichaamsdelen onder de kleding. Ondertussen was het wel een proces van aftasten. Zoals Post lopende het project schreef:

  • ‘Sommige kleuren ben ik nog niet tevreden over, dus die pas ik nog aan. Het zijn nu nog maar de grondkleuren. De evangelisten zijn wel duidelijk en uitgespro­ken (rood, paars, blauw en groen), terwijl de apostelen meer vergrijsde kleuren hebben’.*

Post bedoelt hier het haast transparante, etherische effect, dat Kees aan bepaalde schilderingen wist mee te geven; dit was het resultaat van een techniek die hij zelf ontwikkeld had en hem van zijn collega’s – onder wie zijn broer Jan – onderscheidt. Je kunt het opvatten als zijn persoonlijke handschrift om een onaards, hemels karakter uit te drukken, zoals gedaan is in enkele schilderingen in de Amsterdamse Obrechtkerk. Het heeft veel moeite gekost om deze kunstgreep te doorgronden, zowel verbaal als ambachtelijk. De uitwerking van de apostelen in de kalot laat zien dat het niet om gewaden gaat in verschillende variaties van grijs, maar om overbelichte kleuren, wat bereikt wordt door ze met zachtgrijs op te hogen. Hiervoor heeft Post verschillende lagen aangebracht, net zolang tot de gewenste overbelichting met behoud van de onderliggende kleuren was bereikt. Opnieuw draait het hierbij niet om het kopiëren van haar voorbeeld, maar om een inleven in wat Kees Dunselman doet. Dat leidt tot een interpretatie die van vandaag is.

Sjabloonwerk — Vormen de figuraties een artistieke vertaalslag van het ontwerp van Kees Dunselman, de reconstructie van het sjabloonwerk in de kalot sluit mooi aan op het herstel van de polychromie op de muren eronder, waarmee Post vanaf begin 2017 met haar ploeg bezig was. Een tour de force was het terugbrengen van het pseudo-mozaïek achter de figuren. Het Fibonacci patroon van het geschilderde mozaïek achter het Christusmonogram op de triomfboog gaf al aan dat ook op dit punt weinig aan het toeval werd over­gela­ten. Maar het was flink puzzelen om erachter te komen welke geometrische onder­legger in de kalot was toegepast. Uiteindelijk bleek het te gaan om een raam­werk van elkaar overlappende cirkels met verschillende vertrekpunten vanuit het hart van de schildering, de wolk met de handen van God de Vader. Het uittekenen van dit patroon alleen al was een monnikenwerk. Afhankelijk van de lichtval ontpopt dit zich voor het oog als een serie parallel verlopende, halve cirkels die de concave vorm van de kalot benadrukken.

Materialen — De schilderingen zijn uitgevoerd op een ondergrond van acrylaat­basis, waarbij vervolgens voor de grote kleurvlakken eveneens een drager op acrylaatbasis is gekozen. De figuren zijn in papaverolie met pigmenten uitgewerkt. De leeuw, os en adelaar zijn in acryl opgezet. De schildering is, op Christus na, gevernist met een acrylaatvernis om een gelijke glans te verkrijgen. Voor de detaillering en het pseudo-mozaïek is palladium (in plaats van zilver), platina en 22 karaat oranje dubbelgoud gebruikt. Het materiaalgebruik is niet alleen voor kenners interessant, maar moet ook vastgelegd worden voor toekomstig onder­houd.* In principe blijkt dit soort schilderingen eenvoudig gereinigd te kunnen worden, maar indien men het dak met de hemelwaterafvoer niet systematisch onderhoudt, kunnen problemen met vochtdoorslag et cetera in de toekomst niet uitgesloten worden. Dat blijkt een kritische factor die in de praktijk vaak onderschat wordt.

Met de voltooiing van het werk in de kalot in de Laurentius & Elisabeth Kathedraal van Rotterdam heeft Jojanneke Post een van de grootste monumentale schilde­ringen van de afgelopen decennia gerealiseerd. Wat belooft dat voor de toekomst?

B.

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


Bronnen en verdere informatie

De * in de tekst hierboven verwijst naar de volgende bronnen (opgemaakt met Zotero):

  • Dit verhaal is overgenomen uit het E-boek over de schilderingen van de kathedraal. De titel luidt: Bernadette van Hellenberg Hubar, met medewerking van Jojanneke Post (Davique Sierschilderwerken) en Marij Coenen. Tussen Gabriel en Michael. De schilderingen naar Kees Dunselman in de Laurentius & Elisabeth Kathedraal te Rotterdam. Rotterdam: HH. Laurentius & Elisabethparochie, 2018.
  • Hubar, De genade van de steiger, p. 181. Nieuwbarn, Beuroner Kunstschool, p. 26 (Beuroner typen)
  • Hubar, Tussen Gabriel en Michael, p. 123, afb. 65 (Paulus Krebs, Laatste Avondmaal).
  • Hubar, Tussen Gabriel en Michael, p. 57, afb. 30 (Collage atelierfoto’s Kees Dunselman).
  • Hubar, Tussen Gabriel en Michael, pp. 88-89. Quas primas, RKDocumenten.nl, deel 1, artikel 1 (‘Koning van de harten’).
  • Hubar, Tussen Gabriel en Michael, pp. 69, 118-130 (factuur of makelij).
  • Bericht van Jojanneke Post aan Bernadette van Hellenberg Hubar via WhatsApp d.d. 11 oktober 2017.
  • Voor een verdere specificatie zie Hubar, Tussen Gabriel en Michael, pp. 142-144.

Voor de volledige titelbeschrijvingen, zie het hiervoor geciteerde E-boek.

Afbeeldingen met bijschriften

  1. De kalotschildering van Jojanneke Post geïnspireerd door het ontwerp van Kees Dunselman in de Laurentius & Elisabeth Kathedraal te Rotterdam. Foto bvhh.nu 2018.
  2. Detail van de foto van F. H. van Dijk van de Laurentius & Elisabeth Kathedraal uit 1953. In de kalot (boven de polychromie van zijn ouder broer Jan), op de triomfboog eromheen en op de muren en het tongewelf van de koortravee zit werk van Kees Dunselman uit 1929-1930. Herkomst Stadsarchief Rotterdam, nr 4100_1976-6476.
  3. Panorama van de kalotschildering van Jojanneke Post, genomen vanaf de steiger. De foto laat goed zien dat je op de steiger rekening moet houden met de vertekening die ontstaat als je de voorstelling vanaf het schip bekijkt. Foto Davique.nl 2017.
  4. Jojanneke Post, Het linkerdeel van de schilderingen met apostelen en evangelisten waarvoor op twee figuren na (Marcus en de apostel rechtsboven) bestaande figuren als uitgangspunt hebben gediend. Foto vanaf de steiger, Davique.nl 2017.
  5. Jojanneke Post en haar man Mario de Gilder die model heeft gestaan voor Lucas (tussen hen in, met de blauwe mantel). De foto is genomen vanaf de steiger in de kathedraal te Rotterdam. Foto Léontine van Geffen-Lamers, Monumentenfotograaf.nl december 2017.
  6. In het geschilderde mozaïek achter het Christusmonogram is voor de structuur het Fibonacci patroon gevolgd, dat onder meer bekend is van de zonnebloem. Foto bvhh.nu 2017
  7. Het uittekenen van het raster van het pseudo-mozaïek was een heel werk. Duidelijk zijn de elkaar overlappende cirkelbogen te herkennen. Foto bvhh.nu 2017.
  8. Jojanneke Post, Het rechterdeel van de schilderingen in wording met centraal de apostel wiens hoofd op het fotoportret van Kees Dunselman is gebaseerd. Links van hem zit een type, rechts is Paulus weergegeven, geïnspireerd door een man van Nederlands-Surinaamse afkomst. Foto bvhh.nu 2017.
  9. Jojanneke Post, Jonge, baardloze mannen als apostelen en evangelist Johannes. Hoewel ongebruikelijk volgt de kunstenares hiermee het precedent van Leonardo Da Vinci in zijn Laatste Avondmaal. Foto Léontine van Geffen-Lamers, Monumentenfotograaf.nl december 2017.
  10. Een kijkje op de steigers lopende de totstandkoming van de kalotschildering van Jojanneke Post in de Laurentius & Elisabeth Kathedraal te Rotterdam. Foto bvhh.nu op 19 oktober 2017.

Al het beeldmateriaal mag gebruikt worden op basis van de Creative Commons license (met naamsvermelding en zonder commercieel gebruik), behalve de foto’s van Léontine van Geffen-Lamers van Monumentenfotograaf.nl en het Stadsarchief Rotterdam, waarop alle rechten zijn voorbehouden en waarvoor dus toestemming gevraagd moet worden..

Download

Het E-boek kan gedownload worden via de website van de kathedraal, het bisdom, Davique Sierschilderwerken en deze site. De volledige titel luidt:

  • Bernadette van Hellenberg Hubar, met medewerking van Jojanneke Post (Davique Sierschilderwerken) en Marij Coenen. Tussen Gabriel en Michael. De schilderingen naar Kees Dunselman in de Laurentius & Elisabeth Kathedraal te Rotterdam. Rotterdam: HH. Laurentius & Elisabethparochie, 2018. ISBN 978-90-820976-2-7

Ben je in Rotterdam, ga de kathedraal dan eens bezoeken:

  • Het parochiecentrum is vrijwel iedere dag geopend tot 13:00 uur: op werkdagen vanaf 10:00 uur en zondags na de mis.
  • Bezoekadres: Robert Fruinstraat 36 (achterzijde kathedraal)
  • Voor verdere contactgegevens en bereikbaarheid met openbaar vervoer surf naar de site van de kathedraal.

Dit webartikel kan geciteerd worden als: Hubar, Bernadette van Hellenberg. “Terugkeer schilderingen kathedraal Rotterdam | Jojanneke Post in actie”. VanHellenbergHubar.org (blog), 2018. http://bit.ly/2mB2ZAk-VanHH2org. Het item is ook te vinden op ifthenisnow.eu.

Verkorte link van dit item: http://bit.ly/2mB2ZAk-VanHH2org