Hoe beschermd is een interieur | Vakblad Vitruvius

Hoe beschermd is een interieur | Vakblad Vitruvius — Eigenlijk dekt de titel van dit bericht de lading niet helemaal, maar het omschrijft wel het centrale thema van dit bericht over het artikel in Vitruvius dat je hieronder kunt lezen en downloaden. De volledige titel luidt: ‘De mantel der bescherming. De Laurentiuskerk van Joseph Cuypers en Jan Stuyt als toetssteen’.1 

Het verhaal bestaat uit twee delen:

  • Het eerste stuk gaat over een paar hardnekkige broodjes aap (of zo je wil: broodje aapverhalen):
    • Dat de bescherming van een rijksmonument wordt beperkt tot wat in de redengevende omschrijving staat.
    • Dat dat met name consequenties zou hebben voor het interieur dat immers vaak niet of onvolledig beschreven wordt.
    • En dat redengevende beschrijvingen niet aangepast kunnen worden. We bespreken de oplossing van een parallel register – in de trant van Reliwiki – waardoor actuele onderzoeksgegevens betrokken kunnen worden bij de besluitvorming rond restauratie, herbestemming et cetera. 
  • In het tweede stuk wordt het verhaal over regels en wetten aangekleed met enkele bevindingen uit het onderzoek naar de Laurentiuskerk van Joseph Cuypers en Jan Stuyt in ‘t Ginneken (1902) in het kader van #KunstinBreda.2 Het sluit aan bij ons pleidooi om ook de iconografie van het gebouw en zijn inrichting een plaats te geven bij de herbestemming van kerkgebouwen.3

Hebben we je nieuwsgierig gemaakt? Lees dan verder hierna. Je kunt het scherm vergroten door op het rechter icoontje te klikken, direct naast de downloadknop, in het raamwerk hieronder. 

De mantel der bescherming, Laurentiuskerk Ginneken, Vakblad Vitruvius juli 2021 (bitly 2TXbZnz-VanHH2Org)

Laten we hopen dat het artikel voldoende bereik heeft om ervoor te zorgen dat we de mythes over wat er nu precies beschermd is, achter ons kunnen laten.

Last but not least dat de RCE nu eindelijk doorzet met de digitale snelweg voor alle relevante informatie voor beheer, behoud en bestemming van monumenten. Tot die tijd kunnen we voor kerkelijk erfgoed terecht bij Reliwiki!4

;-) B&M

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


Verwijzingen

  1. Dit artikel kan geciteerd worden als Hubar, Bernadette van Hellenberg en Marij Coenen. “De mantel der bescherming. De Laurentiuskerk van Joseph Cuypers en Jan Stuyt als toetssteen”. Vitruvius, onafhankelijk vakblad voor erfgoedprofessionals 14 (2021): 15-23.
  2. Hubar, Bernadette van Hellenberg. #KunstinBreda | Religieuze kunst, Waardestellingen van uitmonsteringen en clusters. Onder redactie van Marjanne Statema en Marij Coenen. Ohé en Laak/Breda: VanHH.org i.o. gemeente Breda, 2017. Zie verder op deze site: ‘n Project in verrassend Breda.
  3. Zie Iconografische bron ontsloten deel 1 | Thompson en de nieuwe Bavo.
  4. Zie het bovenstaande artikel in Vitruvius, pp. 16; 18.
Sociale media en erfgoed

VanHellenbergHubar.Org zet sociale media in zowel om nieuws over kunst, cultuur & erfgoed te delen als om vragen te stellen en zo kennis te vergaren. Centraal hierin staat onze Facebookpagina: http://bit.ly/VanHHOrg2FB

Ga eens kijken en ‘like’ onze pagina, zodat de berichten over onderwerpen als de voorgaande een nog grotere actieradius bereiken!

Je kunt ons en andere onderzoekers ook helpen door deze pagina te delen via de knop delen onderaan de pagina (graag de hashtags #erfgoedwet #bescherming #rijksmonument gebruiken).

Verkorte link van dit item: http://bit.ly/2TXbZnz-VanHH2Org

Iconografische bron ontsloten deel 1 | Thompson en de nieuwe Bavo

Iconografische bron ontsloten deel 1 — In de Facebook groep Nederlands religieus erfgoed die ik volg, gaat haast geen dag voorbij of er is weer een bericht over een kerk die gesloten wordt. En terwijl ik daarover zat te peinzen, deed zich opeens een vraag voor. Zoals dat met dit soort processen gaat, komen dan spontaan en heel associatief wat gedachten bij elkaar: de kerksluitingen, het laatste artikel voor Vitruvius over wat er nu precies beschermd is in relatie tot enkele programmatische onderdelen van de Laurentiuskerk van Joseph Cuypers en Jan Stuyt, het boek over Jan Toorop van Gerard van Wezel (2016) waaruit opnieuw de enorme iconografische kennis van Toorop blijkt en de rol van iconografen in de kerkelijke kunst van de negentiende en twintigste eeuw. 

Dat leidde tot de volgende vraag die ik op de sociale media heb gezet:

Uit de reacties – en vooral het ontbreken ervan – blijk ik niet de enige te zijn die geen antwoorden heeft. Zijn er überhaupt nog hedendaagse iconografen die iets zouden kunnen betekenen voor een programma dat bij de herbestemming van een kerk het verhaal van gisteren en dat van vandaag met elkaar verbindt?

Zelf heb ik goede herinneringen aan de inbreng van de emeritus plebaan van de nieuwe Bavo/KoepelKathedraal, Hein Jan van Ogtrop, bij de eigentijdse toevoegingen tijdens de restauratie van het complex die in 2018 is afgerond. Je komt hem regelmatig tegen in ons boek over de Haarlemse kathedraal.

Wie overigens antwoorden op mijn vraag heeft, is van harte welkom om het te laten weten via vanhellenberghubar@gmail.com.

;-) B.

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


Sociale media en erfgoed

VanHellenbergHubar.Org zet sociale media in zowel om nieuws over kunst, cultuur & erfgoed te delen als om vragen te stellen en zo kennis te vergaren. Centraal hierin staat onze Facebookpagina: http://bit.ly/VanHHOrg2FB

Ga eens kijken en ‘like’ onze pagina, zodat de berichten over onderwerpen als de voorgaande een nog grotere actieradius bereiken!

Verkorte link van dit item: http://bit.ly/3fOD57M-VanHH2org

Bronnenlijst nieuwe Bavo

Bronnenlijst nieuwe Bavo — Met de items Thompson en het kerkelijk symbolisme en Naar een thomistische symbolisme hebben we voor het eerst fragmenten uit het boek over de nieuwe Bavo geplaatst. Daardoor diende zich de noodzaak aan om ook de bibliografie on line te plaatsen, waar in de noten naar verwezen wordt. Die tref je dus hieronder aan.

Uitverkocht, maar via De Bibliotheek verkrijgbaar!

Het boek over de nieuwe Bavo/KoepelKathedraal is uitverkocht! Gelukkig kun je het wel lenen via De Bibliotheek, waar je in Nederland ook woont!

Aan het slot van deze pagina vind je nog een rubriek ‘Aanvullende en ontbrekende titels’. Voorts de citeertitel van dit item, de verkorte link en enkele suggesties met betrekking tot de architect van de nieuwe Bavo/KoepelKathedraal, Joseph Cuypers.

Titelbeschrijving

Hubar, Bernadette van Hellenberg. De nieuwe Bavo te Haarlem: ad orientem – gericht op het oosten. Onder redactie van Marij Coenen. Zwolle; Haarlem: Wbooks ; Stichting Kathedrale Basiliek Sint Bavo, op initiatief van de Rijksdienst Cultureel Erfgoed, 2016.

Bronnenlijst

Afkortingen, termen en bezochte archieven

  • Bisschopshuis Haarlem, Bibliotheek en archief (waar de bibliotheek en het archief naar toe zijn gegaan na de opheffing van het bisschopshuis, is op dit moment niet bekend).
    Delpher, centraal toegangspunt tot Nederlandse historische teksten uit de digitale collecties van een groot aantal wetenschappelijke instellingen, bibliotheken en erfgoedinstellingen: www.delpher.nl.
  • GAR (Gemeentearchief Roermond), (FAC) Familiearchief Cuypers, V.4.
  • GAR (Gemeentearchief Roermond), Archiefcollectie Joseph Cuypers.
  • HNI (Het Nieuwe Instituut), archief het architectenbureau Cuypers (Cuba). Zie ook Nai.
  • HNI (Het Nieuwe Instituut), archief van de firma Cuypers & Co (Cuco). Zie ook Nai.
  • Ibidem: verwijst naar hetzelfde boek als de titel ervoor.
  • Nai: Nederlands Architectuurinstituut, opgevolgd door Het nieuwe instituut, (HNI). Wordt vermeld vanwege oudere literatuurverwijzingen.
  • NHA (Noord-Hollands Archief), archief van het R.K. Bisdom Haarlem.
  • NHA (Noord-Hollands Archief), archief van kleinseminarie Hageveld.
  • NHA (Noord-Hollands Archief), parochiearchief van de nieuwe Bavo.
  • Passim: geeft aan dat een bepaald begrip zo vaak voorkomt in een tekst dat het onmogelijk is om die per pagina te specificeren.
  • RCE (Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed).

Literatuur

Auteur onbekend
  • ‘Het zilveren feest onzer kathedraal’ in: Sint Bavo, Godsdienstig weekblad van het bisdom Haarlem 26 (1923), p. 145-148.
  • ‘Levensschets van Mrg. A.J. Callier’, in: De Maasbode 28 april 1928, pp. 1-2.
  • ‘Ontwerp voor een gebrandschilderd venster, te plaatsen in eene zaal voor samenkomsten van bouwkundigen, Jury-rapport’, in: Architectura, Orgaan van het Genootschap Architectura et Amicitia Amsterdam 2 (1894), p. 58. | http://bit.ly/Architectura-Tresor 
  • ‘Vragenbus’ in: Sint Bavo, Godsdienstig weekblad van het bisdom Haarlem 26 (1923), p. 115.
  • ‘Z.D.H. Mgr. A.J. Callier en de bouw der kathedrale kerk van Sint Bavo in: De Maasbode 28 april 1928.
A
  • Acs, Ilona, De controverse over het verbod op het verrichten van de salaat in de moskee-kathedraal van Córdoba, Masterscriptie Utrecht 2014. | http://bit.ly/1MVhoio 
  • Aengenent, J.D.J., ‘Het oordeel Gods over de vervolgers der H. Kerk’, in: Sint Bavo, Godsdienstig weekblad van het bisdom Haarlem 1 (1898), pp. 138-141.
  • Akker s.j, Dries van den, en Albert Gerritsen, ‘Hoe wordt men heilig’, op: heiligen.net, http://bit.ly/29nGxlo (vanaf 2007).
  • Akker, Paul van den, Looking for lines, Theories on the essence of art and the problem of Mannerism, Amsterdam 2010. 
  • Al. Gayet, L’Art Arabe, Parijs 1891. | http://bit.ly/1Q1Oj6j 
  • Alberts, Matthijs, God en het probleem van het kwaad, De moderne godsdienstfilosofie in vergelijking met Thomas van Aquino, Amsterdam z.j. (2012). | http://bit.ly/1Xr18uA 
  • Architectura, Orgaan van het Genootschap Architectura et Amicitia Amsterdam, 1893-1926, op: tresor.tudelft.nl, http://bit.ly/Architectura-Tresor (z.j.). 
  • Arrhenius, Thordis, ‘John Ruskin’s Daguerreotypes of Venice’, in: Paper från ACSIS nationella forskarkonferens för kulturstudier, Norrköping 13–15 juni 2005. | http://bit.ly/29mBOAo
  • Averkamp, A., ‘Zesde jaarverslag van den Katholieken Kunstkring: De Violier’, in: Van Onzen Tijd 8 (1907-1908), pp. 3-29. | http://bit.ly/VanOnzenTijd
B
  • Bähr, Karl, Symbolik des Mosaischen Cultus, Heidelberg 1837-1839. | http://bit.ly/29mDJVN
  • Bakker, H.A., ‘Plaats en betekenis van Rom. 11 voor een theologie van hoop’, op: whitefield.nl, http://bit.ly/1Mm7YhZ, (2003).
  • Bakker, Ineke (C.E.), Een Hemelkoningin, twee visies. De Hemelkoningin in Jer. 7 en 44, Maria Hemelkoningin in het christendom, Utrecht 2009. | http://bit.ly/29mAwpj
  • Bandmann, Günther, Mittelalterliche Architektur als Bedeutungsträger, Bonn 1951.
  • Bank, Jan en Maarten van Buuren, 1900. Hoogtij van burgerlijke cultuur, Den Haag 2000. | http://bit.ly/1H2911b 
  • Bänziger, Max, ‘Monumenta Informatik, Internet/Intranet Solutions in Philology and Paleography’, op: monumenta.ch (laatste update juli 2015).
  • Barendse, B.A.M., Thomas van Aquino: een geloof op zoek naar inzicht, Baarn, z.j. [1968].
  • Bax, Marty, Het web der schepping. Theosofie en kunst in Nederland van Lauweriks tot Mondriaan, Amsterdam 2004 (proefschrifteditie VU Amsterdam).
  • Beijck, Joh. W., Plannen voor de versiering van de kathedrale basiliek van Sint Bavo te Haarlem, zoals is voorzien [NHA, Parochiearchief Bavo, nr 25.], 1951.
  • Beijk, Joh. W.B., De nieuwe Sint Bavo te Haarlem, 1948.
  • Bekkers, Th.M.P., Een nieuw kunstwerk in de kathedraal St. Bavo’, in: Sint Bavo, Godsdienstig weekblad van het bisdom Haarlem 17 (1914), pp. 321-326.
  • Bekkers, Th.M.P., en C.N.J. Meijsing, De Kathedraal van Haarlem, 1923.
  • Bekkers, Th.M.P., en E.H. Rijkenberg, Uit Hollands paradijs. De eigen heiligen en heilige plaatsen van het bisdom van Haarlem beschreven, Leiden 1918.
  • Benedictus, ‘Regel voor monniken’, op: intratext.com, http://bit.ly/Benedictus-regel, (1996-2007).
  • Benedictus, ‘Regula Benedicti, op: intratext.com, http://bit.ly/Benedictus- Regula, (1996-2007).
  • Benthem, Jaap van, en Ton Braas, ‘RC Te Deum Laudamus’, op: diepenbrock-catalogue.nl, http://bit.ly/Diepenbrock-TeDeum, (circa 2011). 
  • Berens, Hetty (red.), P.J.H. Cuypers (1827-1921), Het complete werk, Rotterdam 2007.
  • Bergen o.p., Raymond van, ‘Glasschilderkunst’, in: Ars sacra, Verzameling van de belangrijkste werken van gewijde kunst in de laatste tien jaren ten behoeve van den Katholieken Eeredienst tot stand gekomen, Amsterdam z.j. (1929), pp. 67-71.
  • Berlage Nzn., H.P., Jonas Ingenohl, Joseph Th. J. Cuypers, ‘Prijsvraag uitgeschreven in 1894 door het Genootschap “Architectura el Amicitia’” voor het: Ontwerp voor een gebrandschilderd venster, te plaatsen in eene zaal voor samenkomsten van bouwkundigen, Jury-rapport’, in: Architectura, Orgaan van het Genootschap Architectura et Amicitia, Amsterdam 2 (1894), p. 58. | http://bit.ly/Architectura-Tresor
  • Berlage, H.P., ‘Slotvoordracht en samenvatting’, in: Bouwkunst. Zeven voordrachten over bouwkunst, gehouden vanwege ‘t Genootschap Architectura et Amicitia, Amsterdam, z.j. (1908), pp. 343-394.
  • Bestek en voorwaarden voor het gedeeltelijk voltooien der Kathedrale kerk St. Bavo te Haarlem, volgens ontwerp van Joseph Cuypers, architect civ.-ing te Amsterdam, Amsterdam 1902.
  • Bestek en voorwaarden waarnaar zal worden aanbesteed: het bouwen der Kathedrale Kerk van St. Bavo te Haarlem met torens, sacristieën, kapellen en pastorie volgens ontwerp van Joseph Cuypers te Amsterdam, bestek no. 47, Amsterdam 1895.
  • Bideault, Maryse, ‘Les Arts arabes ([1868]-1873)’, in: Jules Bourgoin (1838-1908), L’obsession du trait, Paris, Institut national d’histoire de l’art (‘Les catalogues d’exposition de l’INHA’), 2012, op: site Institut nationale de l’Histoire d’Art, http://inha.revues.org/4586 (2015).
  • Blanc, Charles, Grammaire des arts du dessin, architecture, sculpture, peinture, Parijs 1870 (tweede druk). | http://bit.ly/1R8KtZR
  • Blotkamp, Carel, e.a. Kunstenaren der idee. Symbolistische tendenzen in Nederland ca. 1880-1930, Den Haag 1978, Tent cat. Haags Gemeentemuseum Den Haag.
  • Bock, M., ‘Cuypers Berlage De Stijl, twee ruimteconcepties’, in: Forum 30 (1986), pp. 98-109.
  • Bohan, Judith i.s.m. Irene Dekker, Kleuronderzoek exterieur Sint Bavo, PowerPointpresentatie 6 juni 2013 (met literatuuroverzicht).
  • Bohan, Judith, Archiefonderzoek kleurgebruik exterieur Sint Bavo kathedraal Leidsevaart 146 te Haarlem, deel 2, 3 en 4, Haarlem 2011.
  • Bohan, Judith, Archiefonderzoek kleurgebruik exterieur Sint Bavo kathedraal Leidsevaart 146 te Haarlem, deel 2, 3 en 4, Haarlem 2011.
  • Bohan, Judith, Kleurenpalet nieuwe Sint Bavo kathedraal, PowerPointpresentatie 8 juli 2013.
  • Bohan, Judith, Kleuronderzoek blauwe afwerking voegwerk interieur nieuwe Sint Bavo kathedraal Leidsevaart 146 te Haarlem, deel 2, 3 en 4, Haarlem 2012.
  • Bohan, Judith, Kleuronderzoek exterieur & interieur schip, Haarlem april 2015.
  • Bohan, Judith, m.m.v. Christine van Laar, Presentatie kleuronderzoek interieur kapellen schip, Haarlem juni 2015.
  • Bohan, Judith, m.m.v. Christine van Laar, Rapportage kleuronderzoek schip, Nieuwe Sint Bavo kathedraal, Haarlem 2015.
  • Bohan, Judith, Rapportage kleuronderzoek exterieur nieuwe Sint Bavo kathedraal Haarlem, Haarlem 2013.
  • Bohan, Judith, Rapportage kleuronderzoek interieur nieuwe Sint Bavo kathedraal, Leidsevaart 146 te Haarlem, Haarlem 2014.
  • Bohan, Judith, Rapportage kleuronderzoek interieur nieuwe Sint Bavo kathedraal Haarlem, Haarlem 2014.
  • Bolondi, Laura en Philip Weijers, Sicut sponsa ornata, Haarlem 2013.
  • Bonin, Thérèse, ‘Thomas Aquinas in English, A Bibliography’, op: duq.edu, http://bit.ly/29mEaQ0 (1998–2016).
  • Boom, A. van der, ‘Mozaïek Jan Loots’, in: Elsevier’s Geïllustreerd Maandschrift (1925) p. 294
  • Bosman, Frank G., en Harm Goris, ‘Christelijke heiligen’, op: lucepedia.nl, http://bit.ly/Heiligen-Lucepedia (2011-2014).
  • Bots, P.M., ‘Goethe’s Faust in zijn ongeloof’, in: De katholiek, godsdienstig, geschied- en letterkundig maandschrift  84 (1883) pp. 169-185. | http://bit.ly/DeKatholiek-tijdschrift
  • Bottemanne, C.J.M., ‘Aan den Hoofdredacteur van De Katholiek’, De katholiek, godsdienstig, geschied- en letterkundig maandschrift 61 (1872) pp. 135-140. | http://bit.ly/DeKatholiek-tijdschrift
  • Bottemanne, Caspar J.M., ‘Eer uwen vader en uwe moeder’, in: Sint Bavo, Godsdienstig weekblad van het bisdom Haarlem 1 (1898), pp. 180-182.
  • Bourassé, J.-J., J. Mason Neale et Benj. Webb, Du symbolisme dans les églises du moyen age,. Tr. de l’Anglais par M.V.O. Avec une introduction, des additions et des notes, Tours 1847. | http://bit.ly/1JVTsLb 
  • Bourgoin, Jules, Les Arts arabes, architecture, menuiserie, bronzes, plafonds, revêtements, pavements, vitraux, etc. avec un texte descriptif et explicatif et le trait général de l’art arabe, Paris 1873. | http://bit.ly/1ThESQ8 
  • Bourgoin, Jules, Les Élements de l’Art Arabe. Le trait des entrelacs, Parijs 1879. | http://bit.ly/1Q1MLJk 
  • Brom, G., ‘Thijm en Broere’, in: De Beiaard 5 (1920), deel 2, pp. 141-185.
  • Brom, G., Cornelis Broere en de katholieke emancipatie, Utrecht/Antwerpen 1955. 
  • Brom, G., Herleving van de kerkelike kunst in katholiek Nederland, Leiden 1933.
  • Brom, G., J.A. Alberdingk Thijm, Utrecht/Antwerpen 1961. 
  • Brom, G., Romantiek en Katholicisme in Nederland, 2 delen. Groningen/Den Haag 1926.
  • Brom, Gerard, ‘De leek in de kerkgeschiedenis’, in: Annalen van het Thijmgenootschap 37 (1949), pp. 24-45.
  • Brom, Gerard, ‘Levensbericht van J.A. de Rijk’, in: Jaarboek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde (1897), pp. 225-256 | http://bit.ly/1yVPXdh 
  • Brom, Gerard, Herleving van de wetenschap in Katholiek Nederland, Den Haag 1930.
  • Brom, Jan, ‘Een zilveren wierookvat ontworpen door Martin Schongauer’, in: Bulletin van den Nederlandschen Oudheidkundigen Bond 5 (1903-1904), pp. 146-151. | http://bit.ly/29mF5A1
  • Brom, Jan, ‘Jan Stuyt Architect’, in: Elsevier’s Geïllustreerd Maandschrift 16 (1906), pp. 218-229. | www.elseviermaandschrift.nl 
  • Brouwers, J.W., Neerlands keizerlijk kapittel, Neerlands eerste christenkerk, Neerlands oudste kathedraal met hare XIXe eeuwsche muurschilderingen, een woord gesproken in regt voor allen te Amsterdam, Amsterdam 1864. | http://bit.ly/Brouwers-dbnl 
C
  • Callier, A.J., Katechismus of Christelijke Leer ten gebruike der Nederlandsche bisdommen voorgeschreven voor het bisdom Haarlem, Haarlem 1918.
  • Candler, Peter M, ‘The logic of Christian humanism’, in: Communio, International Catholic Review 36 (2009), pp. 69-91.
  • Catalogus van de bibliotheek van het Seminarie Hageveld, 12 delen (terminus ante quem 1888): NHA, archief Hageveld, nr 678.
  • Catholic Encyclopedia, New York 1907-1913. | http://bit.ly/Catholic-Encyclopedia 
  • Caumont, A. de, Abécédaire ou rudiments d’archéologie, z.pl. 1867 (5de druk; eerste druk 1850).
  • Chevreul, E., Des Couleurs et leurs applications aux arts industriels à l’aide des cercles chromatiques, Parijs 1864 (met atlas).
  • Chevreul, E., Exposé d’un moyen de définir et de nommer les couleurs, Parijs 1861 (met atlas).
  • Collections scientifiques & artistiques formees par feu monsieur le dr. J.A. Alberdingk Thijm, 4 delen, Veilinghuis Frederik Muller & Co, Amsterdam 1890.
  • Collins, Joseph B., ed. and trans., The Catechetical Instructions of St. Thomas, Fort Collins 2000 (1ste dr. 1939). | http://bit.ly/1N2Cuvc 
  • Concilie van Trente, ‘25e Zitting – Decreet over de verering van relikwieën van heiligen en over de afbeeldingen van heiligen’, op: rkdocumenten.nl, http://bit.ly/Trente-1 (3 december 1563).
  • Corpus thomisticum, Fundación Tomás de Aquino, 2013. | www.corpusthomisticum.org
  • Crutzen, Frans, Cuypers & Stuyt in Klimmen, Klimmen-Ransdaal 2015.
  • Cuypers, J.Th.J. (toeschrijving van monogram TH), Tentoonstelling der werken van dr P.J.H. Cuypers, architect der Rijksmuseumgebouwen, als overzicht van diens kunstenaarsloopbaan gedurende meer dan vijftig jaren, omvattende bouwkundige ontwerpen, eigenhandige schetsen van bouwwerken, meubels, decoratieve schilderwerken, enz., ingericht door het genootschap Architectura et Amicitia, Tent.cat. Amsterdam, Stedelijk Museum 1907. 
  • Cuypers, J.Th.J. (toeschrijving), Het werk van P.J.H. Cuypers 1827-1917, z. pl., 1917, p. 24.
  • Cuypers, J.Th.J., ‘Antoon Derkinderen’, in: Architectura, Orgaan van het Genootschap Architectura et Amicitia Amsterdam 14 (1906), p. 364. | http://bit.ly/Architectura-Tresor
  • Cuypers, J.Th.J., ‘De neutraliteit onzer kerkelijke kunst in gevaar?’, in: Van Onzen Tijd 14 (1913-1914), pp. 764-766. | http://bit.ly/VanOnzenTijd
  • Cuypers, J.Th.J., ‘Het gebrandschilderd glas onzer kerken’, in: Gildeboek 2 (1919-1920), pp. 194-201.
  • Cuypers, Jos. en Jan Stuyt (Constructie) en Xav. Smits (Symboliek), De nieuwe St. Jacob te ‘s-Hertogenbosch, ‘s-Hertogenbosch 1907.
  • Cuypers, Jos. Th. J., ‘Middeleeuwsche bouwkunst’, in: Bouwkunst. Zeven voordrachten over bouwkunst, gehouden vanwege ‘t Genootschap Architectura et Amicitia, Amsterdam, z.j. (1908), pp. 185-216.
  • Cuypers, Jos., ‘P.J.H. Cuypers’, in: Dr Cuypers Gedenkboek 1827 – 1927, Sittard, pp. 9-10.
  • Cuypers, Joseph (toeschrijving), Gedenkschrift bij de Onthulling van het Gedenkteken voor Dr. P.J.H. Cuypers nabij de Munsterkerk te Roermond op den 103den verjaardag zijner geboorte aangeboden door de NV Kunstwerkplaatsen Cuypers & Co 16 Mei 1930, Roermond z.j. (1930).
  • Cuypers, Joseph Th. J., ‘Jeugdherinneringen’, in: Thijmnummer, De Beiaard 5 (1920), pp. 37-42.
  • Cuypers, Joseph, ‘Bij de uitvaart van z. H. Exc. Mgr. Aengenent’, in: Het R.K. bouwblad; officieel orgaan der Algem[eene] Katholieke Kunstenaarsvereeniging 7 (1935), p. 77.
  • Cuypers, Joseph, ‘De nieuwe kathedrale kerk van Sint Bavo te Haarlem’, in;: Katholieke Illustratie 30 (1896-1897), pp. 121-123.
  • Cuypers, Joseph, ‘In memoriam Mgr. A.J. Callier Bisschop van Haarlem’, Het Gildeboek, 11 (1928), nummer 3, p. 97.
  • Cuypers, Joseph, ‘Kunstbeschouwing over Arabische kunst’ (lezing), ‘Verslagen, Technische Vakvereeniging, Afdeeling Amsterdam, Vergadering van 21 maart 1900’, in Architecura 8 (1900), p. 108 | http://bit.ly/Architectura-Tresor 
  • Cuypers, Joseph, ‘Over kerkelijke glasschilderkunst’, in: Van Onzen Tijd 15 (1914-1915), nummer 2, I, pp. 23-26; nummer 3, II, pp. 29-33; nummer 4, III, pp. 48-51. | http://bit.ly/VanOnzenTijd 
  • Cuypers, Joseph, ‘Over kleur’, in: Architectura, Orgaan van het Genootschap Architectura et Amicitia Amsterdam 8 (1900), p. 330. | http://bit.ly/Architectura-Tresor 
  • Cuypers, Joseph, ‘Van hedendaagsche bouwkunst in ‘t algemeen en de kathedraal van Sint Bavo in ‘t bijzonder.’, in: Van Onzen Tijd 7 (1906-1907), pp. 1-16; 100-116. | http://bit.ly/29uZKoZ
  • Cuypers, Joseph, Decoratieve schildering in de St. Laurentiuskerk te Dongen, door Joan Collette en de Kunstwerkplaatsen Cuypers & Co, in: Gildeboek 5 (1923), pp. 54-62.
  • Cuypers, Joseph, Symboliek aanteekeningen 1915 november studie, handschrift van een lezing, archiefcollectie Joseph Cuypers GAR.
  • Cuypers, P.J.H, ‘De heilige linie, woord ter inleiding’, in: J.F.M. Sterck, red., J.A. Alberdingk Thijm, werken IV, kunst en oudheidkunde I,  Amsterdam/Den Haag 1909 (1e dr. 1843-1848/1857), pp. xiv-xvi. | http://bit.ly/Thijm-Sterck-Oudheidkunde 
  • Cuypers, P.J.H., ‘Jozef Alberdingk Thijm, 1820 XIII augustus 1920, Eerste ontmoeting ─ uit brieven’, in: Thijmnummer, De Beiaard 5 (1920), pp. 5-16.
  • Cuypers, P.J.H., (en Joseph Cuypers [toeschrijving]), ‘Over kleurenleer’, Architectura, Orgaan van het Genootschap Architectura et Amicitia, Amsterdam 8 (1900), pp. 271-272. | http://bit.ly/Architectura-Tresor
  • Cuypers, P.J.H., (en Joseph Cuypers [toeschrijving]), ‘Over kleurenleer’, Architectura, Orgaan van het Genootschap Architectura et Amicitia Amsterdam 17 (1900), pp. 271-272. | http://bit.ly/Architectura-Tresor 
  • Cuypers, P.J.H., De oude gilden en de tegenwoordige ambachtsstand; voordracht gehouden voor de afdeeling Amsterdam van den Nederlandschen Rooms Katholieken Volksbond, Amsterdam, z.j. (1892).
D
  • Dagnino, Roberto, Twee Leeuwen, Een Kruis. De rol van katholieke culturele kringen in de Vlaams-Nederlandse verstandhouding (1830-ca. 1900), Hilversum 2015.
  • De kathedrale parochie “St. Bavo” te Haarlem – Mei 1898 – Mei – 1948, Haarlem 1948.
  • De katholiek, godsdienstig, geschied- en letterkundig maandschrift, (1842-1924), op: dbnl.org, http://bit.ly/DeKatholiek-tijdschrift. 
  • Denslagen, Wim en Aart de Vries, Kleur op historische gebouwen. De uitwendige afwerking met pleister en verf tussen 1200 en 1940, Den Haag 1984.
  • Didron, A.N., en Paul Durand, Manuel d’Iconographie Chrétienne Grecque et Latine, Traduit du Manuscrit Byzantin, Le Guide de La Peinture: Dionysius, of Fourna, ca. 1670-ca. 1745, Paris 1865. | http://bit.ly/1QO07GB 
  • Didron, A.N., Iconographie Chrétienne, Histoire de Dieu, Parijs 1843.
  • Discipulus (pseudoniem J.J. Graaf), ‘Nu de meester is heengegaan’, De Katholiek, godsdienstig, geschied- en letterkundig maandschrift 95 (1889), pp.151-164. | http://bit.ly/DeKatholiek-tijdschrift
  • Donkers, Geert, ‘De Katholieke Kunstkring De Violier, 1901-1920’, in: Trajecta 10 (2001), pp. 112-135. | http://bit.ly/29mBa5Y
  • Dr Cuypers gedenkboek (1827-1927), uitgegeven door het Limburg Provinciaal Genootschap voor Geschiedkundige Wetenschappen, Taal en Kunst, Roermond 1927.
  • Dussen, Ad van der, ‘Het belang van de hermeneutiek’, op: ngk.nl, http://bit.ly/1OuySVy (2000).
E
  • Eck, C. van, Organicism in nineteenth-century architecture, an inquiry into its theoretical and philosophical background, Amsterdam 1993.
  • Efal, Adi, ‘Philology and the History of Art’, in: Bod, Rens, Jaap Maat and Thijs Weststeijn, The Making of the Humanities, deel 2, From Early Modern to Modern Disciplines, Amsterdam 2012, pp. 283-299. | http://bit.ly/1UIadga 
  • Eggenkamp, W.M.N., Hans en Iesje Vermeulen, Gijs Frieling en Hein-Jan van Ogtrop, Projectplan nieuw kunstwerk ‘Het brandende braambos’ Gijs Frieling, Haarlem 2015. 
  • Eggenkamp, W.M.N., Van Hoogevest Architecten en Antoon Erftemeijer, Kathedrale Basiliek Sint Bavo Haarlem Projectplan glas-in-loodramen schip, Haarlem-Amersfoort 2013, p. 9.
  • Eggenkamp, Wim, ‘Restauratie Kathedrale complex van Sint Bavo halverwege’, in: Haerlem Jaarboek 2014, Haarlem 2015, pp. 133-179.
  • Elders, Leo, Thomas van Aquino, Een inleiding tot zijn leven en denken, Almere 2012. | http://bit.ly/1UM3SjF
  • Erftemeijer, Antoon, ‘Toelichting Jan Dibbets op zijn ontwerpen’, in: W.M.N. Eggenkamp, Van Hoogevest Architecten en Antoon Erftemeijer, Kathedrale Basiliek Sint Bavo Haarlem Projectplan glas-in-loodramen schip, Haarlem-Amersfoort 2013, p. 9.
  • Erftemeijer, Antoon, Arjen Looyenga en Marieke van Roon, Getooid als een bruid, De nieuwe Sint-Bavokathedraal te Haarlem, Haarlem 1997.
  • Erftemeijer, Antoon, LICHTBEELDEN. Glas in lood van Jan Dibbets in de Nieuwe Bavo te Haarlem, Haarlem 2016.
  • Evers, Henri, ‘Het Oriëntalisme in de westersche architectuur’, in: Bouwkundig weekblad 14 (1894), pp. 93-95, 107-110, 124-126, 146-148, 161-163, 184-197. | http://bit.ly/29v0gne
  • Evers, Henri, en J.P. Stok Wzn, ‘De nieuwe Remonstrantsche Kerk te Rotterdam’, in: Bouwkundig Tijdschrift 16 (1898), pp. 1-7. | http://bit.ly/29v16QJ
F
  • Fabryck, De, Bavo constructie & materialen, Utrecht 2010-2011.
  • Fabryck, De, Bavo fasering & waardestelling, Utrecht 2010-2011.
  • Fabryck, De, Bavo ruimteboek koor & transept, Utrecht 2010-2011.
  • Fabryck, De, Bavo ruimteboek souterrain, Utrecht 2010-2011.
  • Fens, Kees, ‘De zoekers’, in: De Volkskrant d.d. 29-02-1992. | http://bit.ly/25ezJSP 
  • Frans van Gaal, Wies van Leeuwen, Theo van Oeffelt, Architect van het Rijke Roomse Leven. Leven en werk van Jan Stuyt, (verschijnt in 2016).
  • Fritz Cates, Diana, Aquinas on the Emotions: A Religious-Ethical Inquiry, Georgetown 2009.
G
  • Gage, J., Colour and culture, Londen 1993.
  • Gallegos, Matthew, ‘Charles Borromeo and Catholic Tradition’, in: The sacred art journal 9 (2004). | http://bit.ly/1HKMJk9 
  • GAR, Lijst van werken afkomstig uit de bibliotheek van P.J.H. Cuypers, bruikleen van het gemeentearchief te Roermond, z.j. 1988 (?).
  • Gasten, Andrea, ‘Pseudo-mathematica en beeldende kunst’, in: Blotkamp, Kunstenaren der idee, pp. 59-66. 
  • Goeree, Willem, Mosaïze historie der Hebreeuwse kerke, deel 4, Amsterdam z.j. (na 1700). | http://bit.ly/29v1mPS
  • Goethe, J.W. von, ‘Von deutscher Baukunst (1772)’, in: Berliner Ausgabe. Kunsttheoretische Schriften und Übersetzungen, deel 19, Berlin 1960 ff | http://bit.ly/Goethe-Dom-Straatsburg 
  • Goethe, J.W. von, Farbenlehre, met inleidingen en commentaren van Rudolf Steiner, Stuttgart 1988 (1e dr. 1979). 
  • Gombrich, E.H., Kunst en illusie, de psychologie van het beeldende weergeven, Houten 1988 (1ste dr. 1959).
  • Goudeau, Jeroen, en Agnes van der Linden, Jan Stuyt (1868-1934), een begenadigd en dienend architect, Nijmegen 2011.
  • Gouwe, W.F., red., Glas in lood, De Toegepaste kunsten in Nederland, Rotterdam 1932.
  • Groot, J.V. de, ‘Vondel, in zijn ‘Bespiegelingen’’’, in: Dietsche Warande (nieuwe reeks) 1 (1876), pp. 31-55, 225-245, 456-457; ibidem 2 (1879), pp. 79-100; ibidem 3 (1881), pp. 23-43. | http://bit.ly/Dietsche-Warande
  • Groot, J.V. de, De H. Thomas van Aquino als wijsgeer : openingsrede bij de aanvaarding van het Kerkelijk Hoogleeraarsambt in de Wijsbegeerte van den H. Thomas van Aquino, aan de Universiteit van Amsterdam op maandag 1 oktober 1894, Amsterdam 1894. 
  • Groot, J.V. de, Het leven van den H. Thomas van Aquino, Utrecht 1907 (1ste dr. 1881-1882).
  • Guéranger, Prosper, L’Année Liturgique – The Liturgical Year (1841-1875), op: liturgialatina.org, http://bit.ly/29v1AXa (vanaf 2000).
  • Guéranger¸ o.s.b., Prosper, Institutions liturgiques, Parijs-Brussel 1878 (1ste druk: 1841-1875). | http://bit.ly/Gueranger-Liturgiques 
  • Gugel, E. en J.H.W. Leliman, Geschiedenis van de bouwstijlen in de hoofdtijdperken der architektuur, 2 delen, vierde druk, Rotterdam, z.j. (1915-1918).
  • Guichard, E., Harmonie des Couleurs, (Parijs, circa 1867). | http://bit.ly/Guichard-Couleurs
H
  • H., ‘Het veertiende eeuwfeest van den H. Benedictus te MonteCassino’, in: De katholiek, godsdienstig, geschied- en letterkundig maandschrift  78 (1880) pp. 333-337. | http://bit.ly/DeKatholiek-tijdschrift
  • H.R. (E.H. Rijkenberg?), ‘Kerkelijke kunst. Symbolen der Allerzuiverste Moeder-Maagd’, in: Sint Bavo, Godsdienstig weekblad van het bisdom Haarlem 4 (1901), pp. 604-605, 663-664, 685, 702, 714, 734, 749, 780, 789-790, 813, 814, 828, 829.
  • Handleiding selectie en registratie jongere stedebouw en bouwkunst (1850-1940), Rijksdienst voor de Monumentenzorg Zeist, oktober 1991.
  • Haran, Menahem, Temples and Temple-Service in Ancient Israel: An Inquiry into Biblical Cult Phenomena and the Historical Setting of the Priestly School, Winona Lake 1995 (1ste dr. 1978). | http://bit.ly/1Tn0KtE 
  • Hartelman, B. en Frits Niemeijer, Cuypers op de Kranenburg, de basis voor een kerkdorp, Vorden 2007.
  • Haslinghuis, dr. E.J. en Janse, dr. Ing. H., Bouwkundige termen. Verklarend woordenboek van de westerse architectuur- en bouwhistorie, Leiden, 2001.
  • Haslinghuis, E.J., ‘Kathedraal en parochiekerk’, in ‘De nieuwe St. Bavo voltooid’, in: De Maasbode, 26-07-1930, Avondblad pp. 1-2, via Delpher.nl. | http://bit.ly/1T4p4nW 
  • Hazenberg, F.R., Landgoed Hageveld Heemstede, Heemstede 2012.
  • Heijenbrok, J., Guido Steenmeijer, Katrien Timmers, red., Wat een weelde. Tien eeuwen Kasteel de Haar, Zwolle-Amersfoort 2013.
  • Heine, Heinrich, Deutschland. Ein Wintermärchen, Hamburg 1844. | http://bit.ly/1N0AeF0 
  • Heinze-Prause, Roswitha, en Thomas Heinze, Kulturwissenschaftliche Hermeneutik: Fallrekonstruktionen der Kunst-, Medien- und Massenkultur, Opladen 1996. 
  • Helfta, Gertrudis van, M. Winkworth, M. Marnau en Louis Bouyer, The herald of divine love, New Jersey 1993. | http://bit.ly/1Gx1tWs 
  • Hendriks, Leo en Jan van der Hoeve, Richtlijnen bouwhistorisch onderzoek, Lezen en analyseren van cultuurhistorisch erfgoed, Rijksdienst Cultureel Erfgoed, Amersfoort 2011.
  • Henneman, J.J., ‘Mgr Dr Antonius H.L. Hensen Rotterdam 30/5 1854 – ‘s Gravenhage 4/12 1932’, in: Jaarboek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde (1934), pp. 49-59 | http://bit.ly/1iRrCVU 
  • Henry, H. (1912). ‘The Te Deum’, in: The Catholic Encyclopedia, deel 14 (1912). | http://bit.ly/Catholic-Encyclopedia
  • Henry, Hugh, ‘Urbs Beata Jerusalem dicta pacis visio’, in: The Catholic Encyclopedia, deel 15 (1913). | http://bit.ly/Catholic-Encyclopedia
  • Heuft, Annemiek, De decoraties in de straalkapellen, conditierapport, Haarlem 2014.
  • Heuft, Annemieke, Vooronderzoek schilderingen koortoegangen Sint-Bavokathedraal, Haarlem 2013.
  • Hoff, Aug., ‘De religieuse kunst van Thorn Prikker’, in: Gildeboek 1924, pp. 119-130.
  • Hond, J. de, Verlangen naar het oosten. Oriëntalisme in de Nederlandse cultuur ca. 1800-1920, Leiden 2008.
  • Hoogewoud, G., J.J. Kuyt, A. Oxenaar, P.J.H. Cuypers en Amsterdam, gebouwen en ontwerpen, 1860-1898, Amsterdam 1985.
  • Hoogveld, Carine, Ellinoor Bergvelt en Frans van Burkom, Glas in Lood in Nederland, 1817-1968, Den Haag 1989.
  • Hoste, Huib, ‘Meubels van Michel Cuypers’, in: Van Onzen Tijd 18 (1917-1918), pp. 202-206. | http://bit.ly/29gMXD0
  • Hout, Nico van, Het onvoltooide schilderij, Antwerpen 2012. 
  • Hubar, B.C.M. van Hellenberg, ‘“Een godin die nooit onverschillig blijkt”, De polychromie in de Teekenschool te Roermond’, in: Spiegel van Roermond 5 (1997), pp. 8-19. | http://bit.ly/Hubar-Teekenschool-1997 
  • Hubar, B.C.M. van Hellenberg, ‘“Eerdienst en kunst op het naauwst vereenigd”, de katholieke esthetica van C. Broere en J.A. Alberdingk Thijm voltooid in het Rijksmuseum te Amsterdam’, in: Esthetica tussen Klassiek en Romantiek, themanummer van ‘Geschiedenis van de Wijsbegeerte in Nederland’, Rotterdam 1992, pp. 151-176.
  • Hubar, B.C.M. van Hellenberg, ‘De gepatineerde droom, The Spectator-artikelen van Joseph Addison als prelude op het ‘schilderachtige’, in: Eck, C. van, J. van den Eynde, W. van Leeuwen, red., Het schilderachtige, studies over het schilderachtige in de Nederlandse kunsttheorie en architectuur 1650-1990, Amsterdam 1994, pp. 34-44.
  • Hubar, B.C.M. van Hellenberg, ‘De kunstenaar als “kleine zelfstandige”, de ambities en de praktijk van de schilder Théodore Schaepkens’, in: Himmelreich, Ad., red., Théodore Schaepkens 1810-1883, Maastricht 1990, pp. 57-86.
  • Hubar, B.C.M. van Hellenberg, ‘Deelhebben aan de kunst. J.A. Alberdingk Thijm als romanticus’, in: Geurts, P.A.M. A.E.M. Janssen, C.J.A.C. Peeters en Jan Roes, red., J.A. Alberdingk Thijm, erflater van de negentiende eeuw, Baarn 1992, pp. 125-143.
  • Hubar, B.C.M. van Hellenberg, ‘Van monument in de marge tot symbolische architectuur, de Munsterkerk te Roermond als toetssteen der stijlkritiek I’. In: Bulletin KNOB 87 (1988), pp. 9-20. | http://bit.ly/29itMZR
  • Hubar, Bernadette van Hellenberg Hubar, ‘De nieuwe Bavokathedraal te Haarlem. Het boek dat tijdens de restauratie geschreven werd’, op: ifthenisnow.eu, http://bit.ly/Ifthenisnow-Bavo (2015).
  • Hubar, Bernadette van Hellenberg, ‘“Eene voorstelling van eenheid uit het vele”’, Bulletin KNOB 83 (1984), pp. 119-143. | http://bit.ly/Themanummer-KNOB-Servaas-1984
  • Hubar, Bernadette van Hellenberg, ‘Bundels licht in de nieuwe Bavo’, op: vanhellenberghubar.org, http://bit.ly/HD-VHH-Polak (2014).
  • Hubar, Bernadette van Hellenberg, ‘Caelestis urbs Jeruzalem’, op: vanhellenberghubar.org, http://wp.me/P4eh3s-cp (2014).
  • Hubar, Bernadette van Hellenberg, ‘De muziek van het licht’, Cuypers’ polychromie, Ohé en Laak 2007. | http://bit.ly/Cuypers4all 
  • Hubar, Bernadette van Hellenberg, ‘De nieuwe Bavo bloeit’, op: vanhellenberghubar.org, http://bit.ly/Bavo-Flora-Gslide (2016).
  • Hubar, Bernadette van Hellenberg, ‘Een kroon en een ster’, op: vanhellenberghubar.org, http://bit.ly/1WS3DaP (2016).
  • Hubar, Bernadette van Hellenberg, ‘Een visitekaartje in “weinig ooglijke veldovensteen”, de transformatie van Graeterhof onder P.l.H. Cuypers’, in: Spiegel van Roermond 12 (2004), pp. 62-75. | http://bit.ly/Hubar-Graeterhof 
  • Hubar, Bernadette van Hellenberg, ‘Het ciborium-altaar van de Sint-Servaaskerk te Maastricht (1884), Tussen wierook en verguizing’, in: De Sluitsteen, bulletin van het Cuypersgenootschap 1 (1985), pp. 26-44.
  • Hubar, Bernadette van Hellenberg, ‘Het poepende mannetje op de nieuwe Bavo’, op: vanhellenberghubar.org, http://bit.ly/VHH-nBavo-po (2016) | ifthenisnow.nl, http://bit.ly/ITIN-nBavo-po (2016).
  • Hubar, Bernadette van Hellenberg, ‘Het Vagevuur in de Paterskerk’, op: vanhellenberghubar.org, http://wp.me/P4eh3s-a4 (2014). 
  • Hubar, Bernadette van Hellenberg, ‘Hommage aan het team’, op: vanhellenberghubar.org, http://wp.me/P4eh3s-7q (2013).
  • Hubar, Bernadette van Hellenberg, ‘Jan Dibbets ontmoet Joseph Cuypers, op: vanhellenberghubar.org, http://wp.me/p4eh3s-Uo (2014).
  • Hubar, Bernadette van Hellenberg, ‘Kunst met een kleine en een grote K in de nieuwe Bavo’, op: vanhellenberghubar.org, http://bit.ly/nieuweBavo-kunst (2015-2016).
  • Hubar, Bernadette van Hellenberg, ‘Pinksteren’, op: vanhellenberghubar.org, http://bit.ly/1R2tAeY (2016) | ifthenisnow.eu, http://bit.ly/1WB4wUy (2016).
  • Hubar, Bernadette van Hellenberg, ‘Retort in het borgingsproces, De erfgoedSWOT© en de Wederopbouwkernkwaliteiten in de AMvB Ruimte’, in: Vitruvius, onafhankelijk vakblad voor erfgoedprofessionals 4, nummer 13 (2010), pp. 16-21 en 5, nummer 14 (2011), pp.18-25. | http://bit.ly/Hubar-Wederopbouw-Retort 
  • Hubar, Bernadette van Hellenberg, ‘Tussen ἰχθύς en garnaal’, op: vanhellenberghubar.org, http://bit.ly/23dQKYj (2015).
  • Hubar, Bernadette van Hellenberg, ‘What’s in a name: Jos, Jos. of Joseph?’, op vanhellenberghubar.org, http://bit.ly/1LmJgbB (2016).
  • Hubar, Bernadette van Hellenberg, Angelique Friedrichs en Gerard van Wezel, De genade van de steiger, monumentale kerkelijke schilderkunst in het interbellum, Amersfoort-Zutphen 2013. 
  • Hubar, Bernadette van Hellenberg, Arbeid en Bezieling; de esthetica van P.J.H. Cuypers, J.A. Alberdingk Thijm en V.E.L. de Stuers, en de voorgevel van het Rijksmuseum, Nijmegen 1997.
  • Hubar, Bernadette van Hellenberg, Auro intextum (met goud doorstikt), Kathedrale basiliek Sint Bavo te Haarlem, waardenstelling in modules, Ohé en Laak 2013.
  • Hubar, Bernadette van Hellenberg, Gert van Kleef en Wies van Leeuwen, ‘Argumenten in beroep tegen het afwijzen van de St. Vituskerk te Blauwhuis van P.J.H. Cuypers (1827-1921) als te beschermen monument’, in: De Sluitsteen 6 (1990), pp. 39-47.
  • Hubar, Bernadette van Hellenberg, Hubar, Caelestis urbs Jeruzalem, lezing gehouden in de Sint-Bavokathedraal op 3 maart 2014.
  • Hubar, Bernadette van Hellenberg, Reconstructie polychromie Domus aurea en turres, Ohé en Laak, 2014. 
  • Hubar, Bernadette van Hellenberg, Rien de pareil, Cultuur- en bouwhistorische analyse Stedelijk museum ‘Het huis van Cuypers’ te Roermond, deel 2 Icoon van de natie, Res nova, Ohé en Laak 2007. | http://bit.ly/Cuypers4all 
  • Hubar, Bernadette van Hellenberg, Rien de pareil, Cultuur- en bouwhistorische analyse Stedelijk museum ‘Het huis van Cuypers’ te Roermond, deel 1 de stad in het klein, Res nova, Ohé en Laak 2007. | http://bit.ly/Cuypers-Cassette | http://bit.ly/Cuypers4all 
  • Hubar, Bernadette van Hellenberg, Te Deum laudamus, De tekstband in schip, transept en koor van de nieuwe Bavo, Ohé en Laak 2015.
  • Hubar, Bernadette van Hellenberg, Tussen litanie en Hooglied. De torens van Maria of de torens van de bruid? Kathedrale basiliek Sint Bavo te Haarlem, Ohé en Laak 2014.
  • Hubar, Bernadette van Hellenberg, Verhalen op de muur, De schilderingen in de Clemenskerk van Merkelbeek, Brunssum 2014. | http://bit.ly/Clemenskerk-inkijkbestand 
  • Hubar, Bernadette van Hellenberg, Wies (A.J.C.) van Leeuwen, ‘“Een gemutileerde Cuypers aanbidden?”, De restauratie van de Maastrichtse Sint-Servaas’, in: Heemschut 61 (1984), pp. 128-131. | http://bit.ly/Servaas-gemutileerde-Cuypers   
  • Hubar, Bernadette van Hellenberg, Wies van Leeuwen en David Mulder, Bovendonk te Hoeven, Cultuur- en bouwhistorische analyse van het voormalige seminariecomplex van Pierre J.H. en Joseph Th.J. Cuypers, Res nova, Ohé en Laak 2008. | http://bit.ly/Cuypers-Bovendonk 
  • Hulshof o.p., Ben, Laurentiuskerk Ginneken, Een iconografie, Breda 2012.
  • Hunen (eindred.), Michiel van, e.a., Historisch metselwerk, instandhouding, herstel en conservering, Amersfoort-Zwolle 2012.
  • Hunink, Vincent en Mark Nieuwenhuis, Jacobus de Voragine, De hand van God, De mooiste heiligenlevens uit de Legenda Aurea, Amsterdam 2006. 
J
  • Japin, Arthur, De gevleugelde, Amsterdam-Antwerpen 2015.
  • Jones, O., The Grammar of ornament, Londen 1856. | http://bit.ly/1RlWwRt 
  • Jong, E. de, en A.J.J. Mekking, A.M. Koldeweij en A. van Run, ‘Een studie over het bergportaal en de bergpoort van de Sint Servaaskerk te Maastricht’, in: Publications de la société historique et archéologique dans le Limbourg 113 (1977) pp. 34-192.
  • Jongh, E. de, ‘Realisme en schijnrealisme in de Hollandse schilderkunst van de zeventiende eeuw’, in: Tent.cat. Europalia Brussel 1971, Rembrandt en zijn tijd, Brussel 1971, pp. 143-194.
  • Juffermans, C.J. , ‘Het voltooide gedeelte van de Nieuwe Sint-Bavo’, in: Sint Bavo Godsdienstig Weekblad voor het Bisdom Haarlem 1 (1898), pp. 301-303.
  • Jung, C.G, R. van Limburg, Annelies Hazenberg, Karen M. Hamaker-Zondag en Hugo van Hoorweghe, Psychologische typen, (1ste dr. 1921), Rotterdam 2003. http://bit.ly/1RSjUXR 
K
  • Kaag, A.H.W., ‘In Palestina vóór 2000 jaar’, in: Sint Bavo, Godsdienstig weekblad van het bisdom Haarlem 1 (1898), pp. 135-138; 152-154; 168-171.
  • Kalf, J., ‘Vierde jaarverslag van den Katholieken Kunstkring: De Violier’, in: Van Onzen Tijd 6 (1905-1906), pp. 130-142. | http://bit.ly/VanOnzenTijd
  • Kalf, J., en P.J.H. Cuypers (voorwoord), De katholieke kerken in Nederland, dat is de tegenwoordige staat dier kerken met hunne meubeling en versiering beschreven en afgebeeld, Amsterdam 1916.  
  • Kalf, J., Iconografie der R.K. parochie-kerk St. Anna te Breda, Haarlem 1905.
  • Kalf, Jan, ‘De bouwmeester Joseph Cuypers’, in: Elsevier’s Geïllustreerd Maandschrift 18 (1908), pp. 360-375. | https://www.dbnl.org/tekst/_els001190801_01/_els001190801_01_0048.php  
  • Kalmthout, Ton van, Muzentempels: multidisciplinaire kunstkringen in Nederland tussen 1880 en 1914, Hilversum 1998.| http://bit.ly/1Adtdt7
  • Kennedy, D., ‘St. Thomas Aquinas’, in: The Catholic Encyclopedia, deel 14 (1912). | http://bit.ly/Catholic-Encyclopedia
  • King, T.H. (bewerker), Les vrais principes de l’architecture ogivale ou chrétienne, avec des remarques sur leur renaissance au temps actuel. Remanié et développé d’après le texte anglais de A.W. Pugin et traduit en français par P. Lebrocquij, Brugge 1850.
  • Kingma, Eloe, De mooiste onder de vrouwen. Een onderzoek naar religieuze idealen in twaalfde-eeuwse commentaren op het Hooglied, Hilversum, Verloren, 1993. | http://bit.ly/Kingma-Hooglied 
  • Kleef, Gert van, ‘Verloren macht en pracht in de Sint-Dominicuskerk’, in: Macht en pracht, Open Monumentendag, Alkmaar 2013, pp. 393-413.
  • Kleef, Gert van, Bouwstenen voor een speurtocht, Brochure bij de aanbieding van Cuypers en Stuyt in Klimmen, geschreven door pastoor Frans Crutzen, op 15 november 2015, Amsterdam 2015. 
  • Koenders, A.J. en Huf, O., Handboek der liturgie, met een woord over liturgie-literatuur, 2 delen, Nijmegen 1914-1915. | http://bit.ly/29gyF56 
  • Koldeweij, A.M., ‘Het Bergportaal en de Bergpoort van de Sint-Servaaskerk te Maastricht’, in: Bulletin KNOB 83 (1984) pp. 144-158.
  • Kolman, Chris, Ben Kooij, Ben Olde Meierink, Ronald Rommes, Ronald Stenvert, Margreet Tholens, Monumenten in Nederland. Utrecht, Zeist 1996. | http://bit.ly/29v2Bys
  • Kotzur, Hans–Jurgen, ed., Rabanus Maurus, Auf den Spuren eines karolingischen Gelehrten, Mainz am Rhein 2006.
  • Kramer, Bernadette J., Een lekenboek in woord en beeld : de Spiegel der minschliken zaligheid, Groningen 2013. | http://bit.ly/Gregorius-beelden-boeken-der-leken 
  • Krautheimer, Richard, ‘Introduction to an “Iconography of Mediaeval Architecture”‘, Journal of the Warburg and Courtauld Institutes, 5 (1942), pp. 1-33. | http://bit.ly/Krautheimer-Iconography-Anastasis 
  • Kreuser, Johann P., Der christliche Kirchenbau, seine Geschichte, Symbolik, Bildnerei, nebst Andeutungen für Neubauten, deel 1, Bonn 1851. | http://bit.ly/Kreuser-Kirchenbau 
  • Kreuser, Johann, Bildnerbuch als Leitfaden für Kunstschulen, Künstler, geistliche und weltliche Kunstfreunde zur Wiederauffrischung altchristlicher Legende, Paderborn 1863. | http://bit.ly/Kreuser-Bildnerbuch  
  • Krol, Hans, ‘Historie van Landgoed en Seminarie Hageveld/’t Klooster in boekvorm samengevat’, op: librariana, http://bit.ly/1Tj305Q (2012).
  • Kromhout Cz., W. ‘Vrije uitoefening van het architecten bedrijf’, in: Architectura, Orgaan van het Genootschap Architectura et Amicitia Amsterdam 1 (1893), pp. 173-175. | http://bit.ly/Architectura-Tresor
  • Kruijff, J.R. de, ‘Praeadviezen van de Bestuur der Maatschappij over de antwoorden der afdeelingen op de gestelde vragen’, in: Bouwkundig Weekblad 11 (1891), pp. 118-121. | http://bit.ly/29v0gne
  • Kumar, Manjit, Kwantum, Einstein, Bohr en het grote debat over de natuurkunde, Amsterdam 2014.
L
  • Lans, J.R. van der, ‘Het mooie in natuur en kunst en hoe dit te zien’, in: Het jaarboekje van Alberdingk Thijm, Almanak voor Nederlandsche Katholieken 59/10 (1900), 3-36, 248-253.
  • Leclercq, H., ‘Prosper Louis Pascal Guéranger’, in: The Catholic Encyclopedia, deel 7 (1910). | http://bit.ly/Catholic-Encyclopedia
  • Leeuwen, A.J.C. (Wies) van, ‘Het Rijksmuseum van romantische illusie tot monument met toekomst’, in: Cuypersbulletin 9 (2003), pp. 33-39.
  • Leeuwen, A.J.C. (Wies) van, De maakbaarheid van het verleden. P.J.H. Cuypers als restauratiearchitect, Zwolle Zeist 1995.
  • Leeuwen, A.J.C. van, P.J.H. Cuypers architect 1827-1921, Zwolle 2007.
  • Leeuwen, Wies (A.J.C.) van, ‘Het interieur van de Maastrichtse St.-Servaas; een restauratieprobleem’, Bulletin KNOB 80 (1981), pp. 73-88.
  • Leeuwen, Wies (A.J.C.) van, Alberdingk Thijm, bouwkunst en symboliek, Ohé en Laak 1989. | http://bit.ly/Van-Leeuwen-Thijm
  • Leeuwen, Wies (A.J.C.) van, en Bernadette van Hellenberg Hubar, ‘De beginselloosheid tot adagium verheven’, De polemische restauratie van de Sint-Servaas te Maastricht, De Sluitsteen 6 (1990-1991), pp. 75-97. | http://bit.ly/Evaluatie-Servaaskerk-1991.
  • Leeuwen, Wies van, ‘Tot sieraad der omgeving, Het kerkelijk bouwbedrijf van 1795 tot 1913, in: ‘Naar gothieken kunstzin. kerkelijke kunst en cultuur in Noord-Brabant in de negentiende eeuw, Den Bosch 1979, Tent. cat. Noordbrabants Museum Den Bosch, pp. 29-48.
  • Lennep, J. van en J.H.W. Unger, De werken van J. van den Vondel, 1587-1679, Leiden, 1888-1893.
  • Lenz, D., Zur Ästhetik der Beuroner Schule, Wenen-Leipzig 1898 (de datum van publicatie wijkt af van de totstandkoming i.c. van het laatste hoofdstuk in 1865). | http://bit.ly/29nxHZu 
  • Leo XIII, ‘Aeterni patris’, in: De Katholiek 76 (1879), pp. 189-230. | http://bit.ly/DeKatholiek-tijdschrift
  • Levie, S., e.a., Het vaderlandsch gevoel, Vergeten negentiende-eeuwse schilderijen over onze geschiedenis, Amsterdam 1978, Tent. cat. Rijksmuseum Amsterdam. | http://bit.ly/29u06g0 
  • Ley, Herman de, ‘Filosofie als ambacht, De scholastieke methode’, op: cie.ugent.be, http://bit.ly/1QLY5tO (2008; 1ste druk 1993).
  • Liguori, Alphonsus de, De glorie van Maria, De uytlegging van den Salve Regina, Godvruchtige gebeden van verscheyde heyligen tot de Moeder Gods, novenen, meditatiën, redevoeringen op de byzonderste feestdagen van Maria en op hare droefheden, over de deugden van Maria, en godvrugtige oefeningen tot hare eer, Gent 1839 (1ste dr. 1750). | http://bit.ly/29ptKCJ
  • Linden, Agnes van der, Vrienden van Jan Stuyt en Louise Barozzi: Bijdragen aan een album anno 1928, Nijmegen 2015.
  • Linssen, G.C.P., In het teken van werk, Roermond 1996.
  • Lionnet, Jean, ‘De pelgrimstocht van een twijfelaar’, in: Sint Bavo, Godsdienstig weekblad van het bisdom Haarlem 1 (1898), pp. 363-365, 371-373, 388-389, 412-413, 421-422, 440-443, 458-461, 474-475, 490-492, 506-509, 525-527, 537-540, 552-554, 584-587, 603-605, 611-614.
  • Loos, J.C. van der, ‘Levensbericht van Mgr. J.J. Graaf’, in: Jaarboek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde, 1925, pp. 12-16.
  • Looyenga, A., Jan Stuyt en de Haarlemse kathedraal, lezing 2003.
  • Looyenga, A.J., ‘CUIJPERS, Josephus Theodorus Joannes (1861-1949)’ in: Biografisch Woordenboek van Nederland 3 (Den Haag 1989), op: resources.huygens.knaw.nl, http://bit.ly/1PcAbpk, (1989; 2013).
  • Lübke, W. (vertaling S. Calisch), ‘De restauratie-koorts. Wenken bij herstellen van oude bouwwerken’, in: Bouwkundige Bijdragen 13 (1863), pp. 33-42.
  • Luce/CRC, Lucepedia – Digitale theologische encyclopedie, op: lucepedia.nl, www.lucepedia.nl (2013-2016).
M
  • Maeyer, J. de, red., De Sint-Lucasscholen en de neogotiek, 1862-1914, Leuven 1988.
  • Mascini, Rob, Urbanuskerk Nes aan de Amstel, Nes aan de Amstel, z.j.
  • Mathieu (J.L.M.) Lauweriks (M.L.), ‘Restaureeren’, in: Architectura, Orgaan van het Genootschap Architectura et Amicitia Amsterdam 6 (1898), pp. 136-137. | http://bit.ly/Architectura-Tresor
  • Mathieu (J.L.M.) Lauweriks, ‘De toepassing der meetkunde bij het ontwerpen van beeldhouwwerk’, in: Architectura, Orgaan van het Genootschap Architectura et Amicitia Amsterdam 7 (1899), pp. 122-142.| http://bit.ly/Architectura-Tresor
  • Mathieu (J.L.M.) Lauweriks, ‘Schoonheidsleer’, in: Architectura, Orgaan van het Genootschap Architectura et Amicitia Amsterdam 7 (1899), pp. 218-219 225-227, 233-234, 249-250, 257-258, 265-266, 273-274 281-282. | http://bit.ly/Architectura-Tresor
  • Mathijsen, Marita, De geest van de dichter. Tien zogenaamde gesprekken met negentiende-eeuwse schrijvers, Amsterdam 1990. | http://bit.ly/29v37wb
  • McCartney, Dan G., ‘Literal and allegorical interpretation in Origen’s Contra Celsum’, Westminster Theological Journal 48.2 (1986), pp. 281-301. | http://bit.ly/1QNZSv0 
  • Mechiels, Johannes, ‘Tussen crucifix en pantocrator, Mogelijkheden en moeilijkheden van hierotopie als benadering voor de westerse middeleeuwse kunst’, in: Barbara Baert & Niels Schalley (eds), De lagen van Jeruzalem, Facetten van een hemelse stad op aarde, Leuven 2013, pp. 153-167. | http://bit.ly/1Ow9sFP 
  • Meer, F. van der, en G. Bartelinkg (inleiding en vertaling) en A. Zegveld (nawoord) Gregorius de Grote, Het leven van Benedictus, Nijmegen z.j. (1980).
  • Meiss, Millard, ‘Light as Form and Symbol in Some Fifteenth-Century Paintings’, in: The Art Bulletin 27 (1945), pp. 175-182. | http://bit.ly/1KqucNy 
  • Mekking, A.J.J., De Sint-Servaaskerk te Maastricht, Bijdragen tot de kennis van de symboliek en de geschiedenis van de bouwdelen en de bouwsculptuur tot ca. 1200, Zutphen 1986.
  • Mekking, Aart J. J. en Ahsmann, Fred B. P., ‘Het iconografisch programma van de schildering tegen het koorgewelf van de Sint-Servaaskerk te Maastricht gereconstrueerd’, in: De Maasgouw 100 (1981) pp. 74-8
  • Meyere, Ludovicus, Meditatien op de principaelstee mysterien van het leven van Jesus Christus ende Maria, Beginnende van de eeuwige schickinge der Mensch­wordinge Christi, tot sijn bitter lyden, 3de druk, Gent 1715. | http://bit.ly/29v3wPb
  • Mieras, Mark, Ben ik dat? Wat hersenonderzoek vertelt over onszelf, Amsterdam 2010.
  • Missale romanum, Rome 1570 (editie 1962), Delft 2002.
  • Molkenboer o.p., Bernard H., ‘De H. Thomas van Aquino in de schilderkunst’, in: A.W. van Winckel o.p. en F. van Goethem, red., S. Thomas van Aquino, Bijdragen over zijn Tijd, zijn Leer en zijn Verheerlijking door de Kunst, Hilversum 1927, pp. 143-223, platen 1-131.| http://bit.ly/1Qd8yOj 
  • Molkenboer, Theo, ‘Volkskerken’, in: De Katholiek, godsdienstig, geschied- en letterkundig maandschrift, pp. 367-376. | http://bit.ly/1Uf0C3w 
  • Mollevanger, Rijk en Niek van Balen, ‘Ingangen op Fens, bibliografie van krantenartikelen van Kees Fens 1954 tot 2008’, op: niekvanbaalen.net, http://bit.ly/1XoDAGC (1993-2016).
  • Möllmann, M. P. J., ‘De kerkwijding der nieuwe kathedraal’, in: Sint Bavo Godsdienstig weekblad van het bisdom Haarlem 1 (1898), pp. 290-297.
  • Mostert, Marco, 754, Bonifatius bij Dokkum vermoord, Hilversum 1999. 
  • Mulder, David, en Thijs Stobbe, Inventaris van het persoonsgebonden archief Cuypers P.J.H. Cuypers (1827-1921) J.Th. J. Cuypers (1861-1949) P.J.J.M. Cuypers (1891-1982) archief 1851-1958, Nederlands Architectuurinstituut, Rotterdam 2008.
  • Mulders, Marc, Levend water, Opdracht van de vriendenkring van de Nieuwe Bavo, voor een versiering in de Doopkapel van de Kathedraal Sint-Bavo te Haarlem, Oostelbeers 2016.
  • Murphy, Joseph C., ‘Nervous Tracery: Modern Analogies between Gothic Architecture and Scholasticism’, in: Concentric: Literary and Cultural Studies 33.1 (2007), pp. 75-85. | http://bit.ly/1Pl1Gf4
  • Muthesius, S, The High Victorian Movement in Architecture, 1850-1870, Londen/Boston 1972.
N
  • Nai, ‘Op zoek naar een eigen stijl. Archief van J.Th.J. (Joseph) Cuypers ontsloten’, op: nai.nl, http://bit.ly/29BIIYq (z.j.). 
  • Nieuwbarn, M.C., Desiderius Lenz o. s. b. schoonheidsleer der Beuroner kunstschool, Overzetting, aanteekeningen en illustratie uit de Beuroner kunst, Bussum 1912.
  • Nieuwbarn, M.C., Het Roomsche kerkgebouw, leer der algemeene symboliek en ikonografie onzer Katholieke kerken, Nijmegen 1908. | http://bit.ly/Nieuwbarn-bouwsymboliek. 
  • Nieuwenhoff, W. van, ‘John Ruskin’, in: Studiën op godsdienstig, wetenschappelijk en letterkundig gebied 29 (1896), pp. 167-213. | http://bit.ly/29vHm1k 
  • Nieuwenhoff, W. van, ‘Katholieke Kunst in de XXste eeuw’, in: Studiën; godsdienst, wetenschap en letteren 56 (1901), pp. 349-363 | http://bit.ly/29kWnUd 
  • Nijhoff, C.W., ‘Arabische lijndoorvlechtingen (Les Arts Arabes et le trait géneral de 1’Art Arabe par Jules Bourgoin, Paris, Vve A. Morel et cie, 1873.)’, in: Architectura, Orgaan van het Genootschap Architectura et Amicitia Amsterdam 10 (1902), pp. 189-190 (met drie platen tussen pp. 188-189); 198-199 (met een foto tussen pp. 198-199).| http://bit.ly/Architectura-Tresor 
  • Nuijens, J.F., ‘Een praatje over de christelijke kunst’, in: Sint Bavo, Godsdienstig weekblad van het bisdom Haarlem 2 (1899), pp. 609-612, 625-628, 690-692, 705-708, 721-724, 737-740, 753-756, 770-774, 785-788, 807-810, 835-838.
  • Numan, André, ‘De twee westtorens van de Kathedrale Basiliek St. Bavo te Haarlem en de Tempel van koning Salomo’, in: Cuypersbulletin, nieuwbrief van het Cuypersgenootschap 21 (2016), pp. 9-27. | http://bit.ly/29pVQKB
O
  • Ogtrop H.J. van, In het leerhuis van Matteüs. De schriftlezingen van de liturgie van de zondag in hun relatie met het joodse geloofsgetuigenis A-jaar, Boxtel 1989.
  • Ogtrop, H.J. van, ‘Komt de Bavo ooit af? Ontdekkingen bij de restauratie van de kathedraal III’ (2013), op: kerkengek.nl (2014).
  • Ogtrop, H.J. van, ‘Licht en donker rond de Haarlemse Kathedraal’, in: Kroniek Informatiebulletin van de Katholieke Raad voor Kerk en Jodendom (2015), nr 4, pp. 10-11. | http://www.kri-web.nl/het-kroniek-archief
  • Ogtrop, H.J. van, ‘Nieuwe schoonheid in het Schip van de Kathedrale Basiliek St. Bavo te Haarlem’ (2013), op: kerkengek.nl (2016).
  • Ogtrop, H.J. van, ‘Onder een koepel is het goed bidden’ (2002), op: kerkengek.nl (2014).
  • Ogtrop, H.J. van, ‘Verbijsterend actueel: ontdekkingen bij de restauratie van de kathedraal I’ (2012), op: kerkengek.nl (2014).
  • Ogtrop, H.J. van, ‘Verbijsterend actueel: ontdekkingen bij de restauratie van de kathedraal II’ (2012), op: kerkengek.nl (2014).
  • Ogtrop, H.J. van, Hij wil bij ons wonen, Kerkenbouw en bijbelse verbeelding in het bisdom Haarlem-Amsterdam, Haarlem 2009.
  • Ogtrop, Hein Jan van, In het leerhuis van Lucas. De schriftlezingen van de liturgie van de zondag in hun relatie met het joodse geloofsgetuigenis C-Jaar, Boxtel 1991.
  • Ogtrop, Hein Jan van, In het leerhuis van Marcus. De schriftlezingen van de liturgie van de zondag in hun relatie met het joodse geloofsgetuigenis B-jaar, Boxtel 1990.
  • Ogtrop, J.H. van, Dieu parmi nous … Het Oude Verbond verbeeld, Haarlem 2000.
  • Olyslager, H., Bisdom Haarlem, Haarlem, Schatkamer Sint Bavo, Stichting Kathedrale Basiliek Sint Bavo, Inventarisatie van het kunstbezit, SKKN, Utrecht 1999.
  • Oxenaar, Aart, P.J.H. Cuypers en het gotisch rationalisme. Architectonisch denken, ontwerpen en uitgevoerde gebouwen 1845-1878 (Dissertatie Universiteit van Amsterdam 2009), Rotterdam 2009.
P
  • Panofsky, E., Iconologie, thema’s en symboliek bij de renaissance‑schilders, Utrecht/Antwerpen 1970 (1e dr. 1962).
  • Peeters, C., De Sint Jan van Den Bosch en de neogotiek, in: ‘Naar gothieken kunstzin. kerkelijke kunst en cultuur in Noord-Brabant in de negentiende eeuw, Den Bosch 1979, Tent. cat. Noordbrabants Museum Den Bosch, pp. 87-98.
  • Peeters, C.J.A.C., De Sint Janskathedraal te ‘s-Hertogenbosch, Den Haag-Zeist 1964.
  • Peeters, K. (C.J.A.C.). ‘Dichterlijke visies op de gotische kathedraal, van Verlaine tot Marsman’, In: Nader beschouwd, een serie kunsthistorische opstellen aangeboden aan Pieter Singelenberg, Nijmegen 1986, pp. 87-106.
  • Pfeill, Karl Gabriël, ‘Johan Thorn Prikker’s beteekenis als voorlooper’, in: Opgang 12 (1932), pp. 651-655; 668-671.
  • Pius IX, ‘Apostoliesch schrijven van zijne Heiligheid Paus Pius IX, aangaande de uitspraak van het leerstuk der Onbevlekte Ontvangenis van de H. Maagd en Moeder Gods, in: De Katholiek 27 (1855), pp. 69-106. | http://bit.ly/DeKatholiek-tijdschrift 
  • Pius X, Pascendi Dominici Gregis, Over de leerstellingen van het modernisme, Rome 1907. | http://bit.ly/Pascendi-Pius-X 
  • Plas, Michel van der, Vader Thijm, biografie van een koopman-schrijver, Baarn 1995.
  • Plas, Michiel van der, Uit het rijke Roomsche leven, (1ste dr.1963), Utrecht z.j. (circa 1964).| http://bit.ly/29z8WcI
  • Poelhekke, M.A.P.C., ‘Thijm’s levenszon’, in: Thijmnummer, De Beiaard 5 (1920), pp. 110-114.
  • Polman, M., De kleuren van het Nieuwe Bouwen tijdens het Interbellum in Nederland (proefschrift TU Delft), 2011. | http://bit.ly/29F3SVq
  • Potters, Marja, David Mulder en Thijs Stobbe, Inventaris van het archief Kunstwerkplaatsen Atelier Cuypers/Stoltzenberg, Cuypers & Co., N.V. Kunstwerkplaatsen archief 1852-1957, Nederlands Architectuurinstituut, Rotterdam 2008. 
  • Potters, Marja, David Mulder en Thijs Stobbe, Inventaris van het archief van het architectenbureau Cuypers 1850-1958, Nederlands Architectuurinstituut, Rotterdam 2008. 
  • Praet, J. van, Christelijke onderwijzing en gebeden getrokkken uit de H. Schrifture den Missel, ende heylige Oude Vaders (19de dr.), Gent 1776. | http://bit.ly/1LoreJz 
  • Prat, F., ‘Origen and Origenism’, in The Catholic Encyclopedia, deel 11 (1911). | http://bit.ly/Catholic-Encyclopedia 
  • Prisse d’Avennes, Émile, L’art arabe d’après les monuments du Kaire, depuis le VIIe siècle jusqu’à la fin du XVIIe siècle, 3 delen, Paris, 1869-1877. | http://on.nypl.org/1QFut25 
R
  • Raedts, P.G.J.M., ‘De katholieken en de Middeleeuwen: Prosper Guéranger OSB (1805-1875) en de eenheid van de liturgie’, in: De Middeleeuwen in de negentiende eeuw, Hilversum 1996, pp. 87-110. | http://bit.ly/1OhrLfH 
  • Raemdonck, Chloë, Architectuurmetaforen, Betekenisconstructie in het werk van Paul Scheerbart, Bruno Taut, Adolf Behne en Hans Poelzig, Gent 2010. | http://bit.ly/1Ow8OrU 
  • Ralling, Odwin, Kathedraal Sint Bavo, Leidsevaart 146 in Haarlem, Schagen 2012, 2 delen.
  • Ranson, Susan (translation), Ben Hutchinson (introduction and notes), Rainer Maria Rilke’s The Book of Hours, A New Translation with Commentary, New York 2008 (blijkens p. 201 publiceerde Rilke dit gedicht in 1899).
  • RCE, Een toekomst voor boerderijen, Handreiking voor de herbestemming en verbouwing van monumentale boerderijen, Amersfoort 2010 (2de dr. 2012).
  • RCE, Een toekomst voor watertorens, Handreiking voor het herbestemmen en verbouwen van monumentale watertorens, Amersfoort 2013.
  • RCE, Techniek 2, Voegwerk, Amersfoort 2007
  • RCE, Techniek 4, Baksteenmetselwerk, Scheuren en herstel, Amersfoort 2009.
  • RDMZ, ‘Het restaureren van gebouwen: algemene uitgangspunten’, in: Restauratievademecum, Den Haag, RDMZ RV 1991/24·38, RVblad 01-1 – RVblad 01-21 (tekst: W.F. Denslagen en C.J.A.C. Peeters).
  • RDMZ, Gracieus verouderen, een RDMZ-symposium over monumenten en gevelreiniging, Amsterdam 1999 (synopsis).
  • RDMZ, info restauratie en beheer 17, Het reinigen van gevels, Zeist 1999.
  • RDMZ, info restauratie en beheer 25, Kleuronderzoek, Zeist 2005. 
  • RDMZ, info restauratie en beheer 29, Verwering van natuursteen in het exterieur, Zeist 2002.
  • Reeser, Eduard en Thea Diepenbrock, ed., Alphons Diepenbrock, Verzamelde geschriften, Utrecht/Brussel 1950. | http://bit.ly/Diepenbrock-TeDeum-VG 
  • Rider, Jacques le, ‘La non-réception française de la “Théorie des couleurs” de Goethe’, in: Revue germanique internationale 13 (2000).| http://rgi.revues.org/781 
  • Rietbergen, Peter, ‘De historische cultuur als cultuurhistorisch fenomeen’, op: historiek.net, http://bit.ly/1Q6Jl4y (2015). 
  • Rijk, J.A. de, ‘Een leerboek der Thomistische wijsbegeerte’, in: De katholiek, godsdienstig, geschied- en letterkundig maandschrift  78 (1880) pp. 214-223. | http://bit.ly/DeKatholiek-tijdschrift
  • Rijk, L.M. de, Middeleeuwse wijsbegeerte, traditie en vernieuwing, Assen 1977. | http://bit.ly/1kURlgX   
  • Rijkenberg, Alphabetische Registers opDe Katholiek’, godsdienstig, geschied- en letterkundig maandschrift, 1842-1899, Leiden 1900. | http://bit.ly/DeKatholiek-tijdschrift 
  • Rijkenberg, E.H., ‘Hollandsche kunst’, in: Sint Bavo, Godsdienstig weekblad van het bisdom Haarlem 1 (1898), pp. 182-183.
  • Rogier, L.J. en N. de Rooy, In vrijheid herboren, Katholiek Nederland 1853-1953, Den Haag 1953. | http://bit.ly/1FbjG9g 
  • Ronkel, Philip S. van, Het boek Ruth in bijbellezingen voor het volk, Amsterdam-Middelburg 2013. | http://bit.ly/29putUo 
  • Roon, Marike van, Goud, zilver & zijde. Katholiek textiel in Nederland 1830-1965, Zutphen 2010. | http://bit.ly/1yR4eyV 
  • Roque, Georges, ‘Chevreul and Impressionism: A reappraisal’, in: The Art Bulletin 78 (1996), pp. 26–39, op: mutualart.com, http://bit.ly/1OZVzk6 (z.j.).
  • Ruskin, John, The Seven Lamps of Architecture (1ste dr. 1848; Leipzig 1907). 
  • Ruskin, John, The Seven Lamps of Architecture, New York 1849. | http://bit.ly/1T8MWX7 
  • Ruyven-Zeman, Zsuzsanna van, De glazen van de Kathedrale Basiliek Sint Bavo te Haarlem 1897-1959, Rapport over de kunsthistorische waarde van de beglazing in opdracht van de Stichting Kathedrale Basiliek Sint Bavo, Maastricht/Haarlem 2009.
  • Ruyven-Zeman, Zsuzsanna van, Van heiligen tot amoeben, Honderdvijftig jaar monumentale glasschilderkunst in Nederland, Amersfoort 2014.
S
  • Salzer, A., Die Sinnbilder und Beiworte Mariens in der deutschen Literatur und lateinischen Hymnenpoesie des Mittelalters, Linz 1898. | http://bit.ly/29mBEsU
  • Samama, Leo, Alphons Diepenbrock: componist van het vocale, Amsterdam 2012. | http://bit.ly/1FlLU2e 
  • Sanders, M., ‘Mogelijkheid van moeilijkheden’, Over artistieke moderniteit en katholieke rechtzinnigheid, (Erasmusplein 13(2002), nr. 2) | http://bit.ly/1A9F8YT 
  • Sanders, M., Het spiegelend venster, Katholieken in de Nederlandse literatuur, 1870-1940, Nijmegen 2005.
  • Santen, Jacqueline von, ‘Het fundament onder het monument. Rijksdienst herformuleert uitgangspunten’, in: Tijdschrift van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed 5 (2013), pp. 20-21.
  • Sassen, Ferdinand, ‘Philosophia Perennis’, in: Van onzen Tijd 17 (1916-1917), pp. 583-591. | http://bit.ly/VanOnzenTijd
  • Schaepman, Herman J.A.M., Aya Sofia, Utrecht 1886 | http://bit.ly/Schaepman-AjaSofia-TeDeum
  • Schaik, A.H.M. van, ‘Brom, Gerardus Bartholomeus (1882-1959)’, in: Biografisch Woordenboek van Nederland, op: resources.huygens.knaw.nl, http://bit.ly/253FEYa (1985; 2013).
  • Scheiberling, C., ‘Sint Bavo groet U’, in: Sint Bavo, Godsdienstig weekblad van het bisdom Haarlem 1 (1898), pp. 1-2.
  • Schepers, Kees, Bedudinghe op Cantica Canticorum : vertaling en bewerking van ‘Glossa Tripartita super Cantica’ : teksthistorische studies en kritische editie, 2 delen, Leuven 2006. | http://bit.ly/29v4jzF
  • Schilder, Klaas, ‘Eros of Christus’, in: M.J. Leendertse en C. Tazelaar (uitgave), Christelijk Letterkundige Studiën II, Amsterdam 1926, pp. 130-218. | http://bit.ly/1iR2nD1 
  • Schloeder, Steven J., ‘Per lumina vera ad verum lumen: the anagogical intention of abbot Suger’, in: Symmeikta, collection of papers dedicated to the 40th Anniversary of the Institute for arts history, Faculty of Philosophy, University of Belgrade, Belgrado 2012, pp. 143-156. | http://bit.ly/1Ctblbx 
  • Schnorr von Carolsfeld, Julius, Die Bibel in Bildern, Leipzig1860. | http://bit.ly/Schnorr-Carolsfeld-Bibel 
  • Schulte, A.G., Het Land van Maas en Waal. Staatsuitgeverij, Den Haag / Rijksdienst voor de Monumentenzorg, Zeist 1986. | http://bit.ly/29v4mvr
  • Schulte, A.G., Het Rijk van Nijmegen. Westelijk gedeelte, Den Haag / Rijksdienst voor de Monumentenzorg, Zeist 1982. | http://bit.ly/29mCcPv
  • Schulte, Ton, ‘Kerkelijk kunstbezit tussen dictatuur en onverdraagzaamheid, Friedrich Wilhelm Mengelberg, zijn kruiswegstaties in de Dom te Keulen en de navolging ervan in Nederland’, in: Jaarboek Monumentenzorg, Zeist-Zwolle (1991), pp. 114-136. | http://bit.ly/29mBXnC
  • Sint Bernulphus-Gilde Verslagen over de jaren 1901-1912 (en 1913-1916), z.pl., z.j. (Utrecht 1917). | http://bit.ly/1eUG2Su 
  • Snel, Jan Dirk, ‘Het idool is mens geworden’, in: Filosofie Magazine (nummer 3, jaargang 2004).
  • Soelle, Dorothee, Herbert Haag, Helen Schungel-Straumann, Christoph Wetzel, Katharina Elliger, Marianne Grohmann, Great couples of the bible, (1ste dr. Duits 2001-2003), Minneapolis 2006. | http://bit.ly/1BUuRyF 
  • Speet, Ben, ‘O.L. Vrouw van Haarlem’, in: Databank bedevaart en bedevaartplaatsen in Nederland, 2000-2015, op: meertens.knaw.nl, http://bit.ly/Maria-van-Haarlem (2000-2016). 
  • St. Bernulphus-Gilde Utrecht, Verslag 1888, z.pl., z.j. (Utrecht 1889). | http://bit.ly/1eUJ5Kk
  • Stenvert, Ronald, ‘Jongere baksteen (1850-1965), textuurschommelingen’, in: Van Hunen, eindred., Historisch metselwerk, pp. 26-39.
  • Stenvert, Ronald, Biografie van de baksteen (1850-2000), Amersfoort-Zwolle 2012.
  • Sterck, J.F.M., ‘Bij de “Portretten van Vondel”, in: J.A. Alberdingk Thijm, werken IX, Portretten van Joost van den Vondel, Amsterdam/Den Haag 1908 (1e dr. 1867), pp. vii-xiv. | http://bit.ly/Thijm-Vondel-portretten
  • Sterck, J.F.M., ‘Ter inleiding’, in: J.F.M. Sterck, red., J.A. Alberdingk Thijm, werken IV, kunst en oudheidkunde I,  Amsterdam/Den Haag 1909 (1e dr. 1843-1848/1857), pp. vi-xiii. | http://bit.ly/Thijm-Sterck-Oudheidkunde 
  • Sterck, J.F.M., red., J.A. Alberdingk Thijm, werken IX, Portretten van Joost van den Vondel, Amsterdam/Den Haag 1908 (1e dr. 1867). | http://bit.ly/Thijm-Vondel-portretten 
  • Sterck, J.F.M., red., Verspreide gedichten van J.A. Alberdingk Thijm, 1841-1889, Amsterdam 1894 | http://bit.ly/Thijm-verspreide-gedichten 
  • Stokroos, ‘Terracotta gevelversieringen’, in: Van Hunen, eindred., Historisch metselwerk, pp. 56-67.
  • Stoks, M., ‘Dr. P.J.H. Cuypers, kunstenaar Gods’, in: Cuypers gedenkboek 1827-1927, Maastricht 1927, pp. 19-25.
  • Stuers V. de, en P.J.H. Cuypers, Het Rijks-Museum te Amsterdam, z.p. z.j. (1898).
  • Stuyt, Jan, ‘Een miskelk’, in: Sint Bavo, Godsdienstig weekblad van het bisdom Haarlem 2 (1899), pp. 23-25.
  • Stuyt, Jan, ‘Gewelven en gemetselde open spiltrappen’ (lezing), ‘Verslag der 1055ste Gewone Vergadering van 28 April 1897’, in: Architectura, Orgaan van het Genootschap Architectura et Amicitia Amsterdam 5 (1897), p. 94. | http://bit.ly/Architectura-Tresor 
  • Stuyt, Jan, ‘Katoendrukken’, in: Architectura, Orgaan van het Genootschap Architectura et Amicitia Amsterdam 7 (1899), pp. 171-172, 188, 192-197. | http://bit.ly/Architectura-Tresor
  • Stuyt, Jan, ‘Over de gelijktijdige constructie in hout en steen’, in: Architectura, Orgaan van het Genootschap Architectura et Amicitia Amsterdam 1 (1893), pp. 82-84, 84-87, 89-91, 91-95. | http://bit.ly/Architectura-Tresor
T
  • Taatgen, Alice, ‘Beschilderde houten gewelven in Noord-Hollandse kerken’, op: oneindignoordholland.nl, http://bit.ly/1kEnsS6 (2014).
  • Talbot, William Henry Fox, The Pencil of Nature, London 1844-1845. | http://bit.ly/29mBZvV
  • Taskin, H.J.M., ‘Monseigneur Johannes Dominicus Josephus Aengenent, leeraar te Hageveld (1898-1904) en Professor te Warmond (1904-1928)’, in: NHA, Archief van het bisdom, nr 1691, knipselalbum 1928, p. 9 (krant van herkomst onbekend). 
  • Thijm (A.T.), Paul Alberdingk, ‘Boekenkennis’, in: Dietsche warande 5 (1892), pp. 201-217 | http://bit.ly/1HZ2WSe 
  • Thijm (M.), J.A. Alberdingk, ‘Gewijde borduurwerken I’, in: Dietsche Warande 4 (1858), pp. 323-329. | http://bit.ly/Dietsche-Warande
  • Thijm s.j., J. Alberdingk, ‘Jeugd-herinneringen’, in: Thijmnummer, De Beiaard 5 (1920), pp. 17-24.
  • Thijm, Elisabeth Alberdingk, ‘Gedenkblad’, in: Cuypers gedenkboek 1827 1927, pp. 37-41.
  • Thijm, J.A. Alberdingk, ‘De harmonieën van het Oude en het Nieuwe Testament in de beeldende kunst, Biblia Pauperum’, in: Dietsche Warande 7 (1866), pp. 431-445. | http://bit.ly/Dietsche-Warande
  • Thijm, J.A. Alberdingk, ‘De Heilige Linie, proeve over de oostwaardsche richting van kerk en autaer als hoofdbeginsel der kerkelijke bouwkunst’, in: Sterck, J.F.M., red., J.A. Alberdingk Thijm, werken IV, kunst en oudheidkunde I, Amsterdam/Den Haag 1909 (1e dr. 1858). | http://bit.ly/Thijm-Heilige-Linie. 
  • Thijm, J.A. Alberdingk, ‘De nieuwe katholieke Kerk in de Haarlemmer Houttuinen’, in: Nederlandsch Magazijn, tijdschrift voor Noord en Zuid, fraaie letteren, populaire wetenschap, kunst en industrie (1863), nr 38, pp. 297-300.
  • Thijm, J.A. Alberdingk, ‘Inleiding’, in: Dietsche Warande 1 (1855), pp. 1-9. | http://bit.ly/Dietsche-Warande
  • Thijm, J.A. Alberdingk, ‘Opstellen over de kompozitie in de kunst’, in: Sterck, J.F.M., red., J.A. Alberdingk Thijm, werken IV, kunst en oudheidkunde I,  Amsterdam/Den Haag 1909 (1e dr. 1843-1848/1857), pp. 199-332. http://bit.ly/Thijm-Heilige-Linie
  • Thijm, J.A. Alberdingk, ‘Vondels Dichterlijke moraliteit’, Dietsche Warande 9 (1871) I, pp. 459-469 en II, pp. 560-586. | http://bit.ly/Dietsche-Warande
  • Thijm, J.A. Alberdingk, ‘Willen wij alleen de Gothiek?’, in: Dietsche Warande 4 (1858), pp. 171-180. | http://bit.ly/Dietsche-Warande
  • Thijm, J.A. Alberdingk, en L.J.A. Alberdingk Thijm, Oude en nieuwere kerstliederen benevens gezangen en liederen van andere hoogtijden en heilige dagen alsook van den advent en de vasten, gerangschikt naar de orde van het kerkelijk jaar, waaraan zijn toegevoegd eenige geestelijke liedekens van gemengden inhoud, Amsterdam 1852.
  • Thijm, J.A. Alberdingk, Geen kerkelijke bouwkunst zonder oriëntatie, een woord tot allen die belang stellen in onzen hedendaagschen kerkbouw, Amsterdam 1859.
  • Thijm, J.A. Alberdingk. ‘De schilderkunst in het westersch Europa der middeleeuwen met name in Frankrijk’, in: Dietsche Warande 9 (1871), pp. 319-335; (vervolg): Dietsche Warande 10 (1874), pp. 232-272. | http://bit.ly/Thijm4Viollet-le-Duc4Peinture 
  • Thijm, K.J.L. Alberdingk (pseudoniem Lodewijk van Deyssel), ‘Een Vioolstruik-avond in 1881’, in: Thijmnummer, De Beiaard 5 (1920), pp. 25-36.
  • Thijm, K.J.L. Alberdingk (pseudoniem Lodewijk van Deyssel). ‘De negentigjarige’, in: Bouwkundig Weekblad (1907), pp. 107-109. | http://bit.ly/29v0gne
  • Thijm, P.P.M. Alberdingk, H. Willibrordus, Apostel der Nederlanden, Amsterdam-Brussel, 1861.
  • Thompson, M.A., ‘De Nieuwe St. Bavo te Haarlem’, in: Sint Bavo Godsdienstig weekblad van het bisdom Haarlem 1 (1898), pp. 5-10.
  • Thompson, M.A., De nieuwe kathedrale kerk ‘St. Bavo’ te Haarlem. Bouwgeschiedenis, constructie en symboliek, Haarlem 1898. 
  • Thornton (red.), Claus-Jürgen, Theologische Realenzyklopaedie, Berlijn 1996. | http://bit.ly/1UM39Po 
  • Timmer, Han, ‘Evers, Hendrik Jorden (1855-1929)’, in: Biografisch Woordenboek van Nederland, op: resources.huygens.knaw.nl, http://bit.ly/1RlENHS (2002; 2013).
  • Timmer, Han, Henri Evers, 1855-1929. Architect, geschiedschrijver, hoogleraar, Rotterdam 1997.
  • Timmers, J.J.M., Christelijke symboliek en iconografie, Bussum 1974.
  • Timmers, J.J.M., Symboliek en iconographie der Christelijke kunst, Roermond-Maaseik 1947.
  • Tolboom, Hendrik, Vervangen stenen afwerken, Rijksdienst Cultureel Erfgoed, Amersfoort 2012. | http://bit.ly/1KAtZYQ 
  • Triki, Hamid en Alain Dovifat Medersa de Marrakech, met bijdragen van Yves Pochy en Jacques Vignaud, Rigueur et modernite, en Jean-Paul Saint-Aubin, L’image et la realite de l’architecture, Parijs 1999. 
V
  • Valk, J.P. de, Roomser dan de paus? Studies over de betrekkingen tussen de Heilige Stoel en het Nederlands katholicisme, 1815-1940, Nijmegen 1998.
  • Verspaandonk, J.A.J.M. en D.P.R.A. Bouvy, ‘Inleiding’, in: Kunstschatten uit het bisschoppelijk museum van Haarlem, Utrecht 1967. Tent. cat. Aartsbisschoppelijk Museum Utrecht, pp. 9-11.
  • Verwey, Albert, ‘Boeken, menschen en stroomingen. W. Worringer: Formprobleme der Gotik’, in: De Beweging 13 (1917), pp. 356-265, opgenomen in: Albert Verwey, Proza, Deel IX, Amsterdam 1923, pp. 63-75.
  • Verwilst o.p., L., ‘Te Deum’, in De Katholieke Encyclopaedie, Amsterdam 1933-1939.
  • Viola, Maria (M.V.), ‘Tentoonstellingen. Kunstzaal Kruger & Cie: Jan Toorop’, in: Van Onzen Tijd 7 (1906-1907), pp. 47-48. | http://bit.ly/VanOnzenTijd
  • Viola, Maria, ‘Kinderportretten van Toorop’, in: Van Onzen Tijd 13 (1912-1913), pp. 61-62. | http://bit.ly/VanOnzenTijd
  • Viollet-le-Duc, E.E. Dictionnaire raisonné de l’architecture française du XIe au XVIe siècle, 10 delen. Parijs 1854 1868 (I-1854, II-1854, III-1858, IV-1859, V-1861, VI-1863, VII-1864, VIII-1866, IX-1868, X-1869).| http://bit.ly/Viollet-le-Duc-Dictionnaire 
  • Viollet-le-Duc, E.E., Entretiens sur l’architecture, 2 delen, Brussel/Luik 1986 (4de druk; oorspronkelijk Parijs 1863-1872). | http://bit.ly/29mCqWX 
  • Vis, Jurjen, ‘Noordwijk-Binnen, H. Jeroen’, in: Databank bedevaart en bedevaartplaatsen in Nederland, 2000-2015, op: meertens.knaw.nl | http://bit.ly/1Fct7Yu 
  • Visscher, Jacques de, Het verhaal van de kunst, een wijgerige hermeneutiek van het kunstwerk, Amsterdam 1990.
  • Voets , B., ‘Callier, Augustinus Josephus (1849-1928)’, in Biografisch Woordenboek van Nederland: http://bit.ly/BWN-Callier 
  • Voets, B., ‘Aengenent, Johannes Dominicus Josephus (1873-1935)’, in: Biografisch Woordenboek van Nederland, op: resources.huygens.knaw.nl, http://bit.ly/1RqGPgl (1985; 2013).
  • Voets, B., Bewaar het toevertrouwde pand, Het verhaal van het bisdom Haarlem, Hilversum 1981.
  • Voragine, Jacobus de, Legenda aurea: vulgo historia lombardica dicta; transcriptie door Johann Georg Theodor Graesse, Leipzig 1850. | http://bit.ly/Legenda-Aurea-Graesse
  • Vree, Joost de, ‘Bouwencyclopedie’, op: joostdevree.nl, http://bit.ly/29pWGHf (z.j.).
  • Wee, Rick van der, Кандинскии, Wassily Kandinsky’s theorie in Visuele Beleving, Relevantie van Vorm, Kleur – Emotie relatie voor de Industrieel Ontwerper, Delft 2007.
W-Z
  • Weissman, A.W., ‘Bij de plaat der Domkerk’, in: De Opmerker 27 (1892), pp. 82-83.
  • Wely, o. p., Jos. van, ‘Sint Thomas en de mystiek’, in: A.W. van Winckel o.p. en F. van Goethem, red., S. Thomas van Aquino, Bijdragen over zijn Tijd, zijn Leer en zijn Verheerlijking door de Kunst, Hilversum 1927, pp. 100-108 | http://bit.ly/1Qd8yOj  
  • Weustink, G.H., ‘Vijfde jaarverslag van den Katholieken Kunstkring: De Violier’, in: Van Onzen Tijd 7 (1906-1907), pp. 145-29. | http://bit.ly/VanOnzenTijd
  • Wikisource, ‘Auteur: Joseph Cuypers, Bibliografie’: http://nl.wikisource.org/wiki/Auteur:Joseph_Cuypers 
  • Wikisource, ‘Hoofdportaal: Joseph Cuypers, Secundaire literatuur’: https://nl.wikisource.org/wiki/Hoofdportaal:Joseph_Cuypers
  • Willemsen, Harry, red., Woordenboek filosofie, Assen 1992.
  • Willemsen, M., ‘Verhandeling over het geboorteland van den H. Wiro’, in: Limburg’s jaarboek 5 (2897), 4, pp. 159-170. | http://bit.ly/29pR0k9
  • Winckel o.p., A.W. van, en F. van Goethem, red., S. Thomas van Aquino, Bijdragen over zijn Tijd, zijn Leer en zijn Verheerlijking door de Kunst, Hilversum 1927. | http://bit.ly/1Qd8yOj 
  • Wollf o.s.b., Odilo, Beuron. Bilder und Erinnerungen aus dem Mönchsleben der Jetztzeit, Stuttgart 1903 (1ste dr. 1892). | http://bit.ly/Wolff-Beuron
  • Wrangham, Digby Strangeways, The liturgical poetry of Adam of St. Victor: from the text of Gautier, with translations into English in the original metres, and short explanatory notes by Digby S. Wrangham, London, 1881. | http://bit.ly/29v5G1s
  • Wulf, M. de, ‘Sint Thomas van Aquino en de Middeleeuwsche beschaving’, in: A.W. van Winckel o.p. en F. van Goethem, red., S. Thomas van Aquino, Bijdragen over zijn Tijd, zijn Leer en zijn Verheerlijking door de Kunst, Hilversum 1927, pp. 23-28.| http://bit.ly/1Qd8yOj 
  • Wursten, Dick, ‘Historisch Christendom (volgens Anton van Hooff)’, op: dick.wursten.be, http://bit.ly/29pWJmr (2003; 2014).
  • Zinsmeister, A.H., ‘Architectura et Amicitia 1037ste Gewone Vergadering van 15 April 1896’, in: Architectura, Orgaan van het Genootschap Architectura et Amicitia Amsterdam 4 (1896), pp. 67-68. | http://bit.ly/Architectura-Tresor

Aanvullende en ontbrekende titels

  • “Jubileum Prof. J. V. de Groot.” Het Centrum, 6 november 1913. Delpher Koninklijke Bibliotheek. http://bit.ly/2OTIJ9b-nB.
  • Bock, M., Anfänge einer neuen Architektur, Berlages Beitrag zur architektonischen Kultur der Niederlände im ausgehenden 19. Jahrhundert, Den Haag/Wiesbaden 1983.
  • Cuypers, (toeschrijving), Joseph. “Petrus Josephus Hubertus Cuypers”. Architectura, Orgaan van het Genootschap Architectura et Amicitia Amsterdam 5 (1897): 1–4. http://bit.ly/Architectura-Tresor
  • Sengers, Erik, Roomsch socioloog – sociale bisschop, Joannes Aengenent als ideoloog en bestuurder van de katholieke sociale beweging 1873-1935, Hilversum 2016.
  • Wezel, G.W.C. van. Jan Toorop: zang der tijden. [Den Haag] : Zwolle: Gemeentemuseum Den Haag ; WBOOKS, 2016.

Het weekblad Sint Bavo werd in 1898 opgericht om fondsen te werven voor de bouwcampagne van de kathedraal. Het is een belangrijke bron voor de symboliek en iconografie, en de bouw- en geloofsgeschiedenis van en rond de nieuwe Bavo/KoepelKathedraal. In het vignet staat het eerste ontwerp van de vieringtoren. In het archief van de kathedraal op het Noord-Holland Archief bevindt zich een vrijwel volledige set jaargangen (Hubar, De nieuwe Bavo te Haarlem), pp. 61, 68-69, 71, 109, 149, 192, 204, 207, 295, 300).

Tot slot

Dit item kan geciteerd worden als Hubar, Bernadette van Hellenberg. ‘Bronnenlijst nieuwe Bavo’. Onder redactie van Marij Coenen. VanHellenbergHubar.org, 2016; 2021. http://bit.ly/3eqSoUF-nBavo-JCC.

Verkorte link van dit item: http://bit.ly/3eqSoUF-nBavo-JCC

Over Joseph Cuypers is nog meer te vinden bij de Joseph Cuypers Collectie|JCC en Cuypers assortiment.

Het project komt verder met grote regelmaat aan de orde op onze Facebookpagina: http://bit.ly/VanHHOrg2FB
Ga eens kijken en ‘like’ de pagina, zodat de berichten over Joseph Cuypers een nog grotere actieradius bereiken!

;-) B&M

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!

← Naar de hoofdpagina van de Joseph Cuypers Collectie

Thompson en het kerkelijk symbolisme anno 1898

Thompson, M.A. De nieuwe kathedrale kerk ‘St. Bavo’ te Haarlem. Bouwgeschiedenis, constructie en symboliek. Haarlem: Henri Coebergh, 1898.

Deze diashow vereist JavaScript.

Tijdens de voorbereiding van een artikel voor vakblad Vitruvius1, viel het me op dat het boek van priester-journalist Marie A. Thompson uit 1898 over de nieuwe Bavo/KoepelKathedraal in Haarlem nog altijd niet online staat. Hoewel Thompson een kwestieuze rol heeft gespeeld in de katholieke kunstkritiek van het begin van de twintigste eeuw2, kunnen we er niet omheen dat hij een verbluffend iconografisch exposé heeft geschreven. Met name zijn inleiding over het ‘symbolisme’ – je leest het goed: geen symboliek, maar symbolismeis heel bijzonder. Zeker gelet op het type kunst dat men er in die tijd al onder verstond (zie het verhaal hieronder). 

Dit bijzondere karakter was de aanleiding om het verhaal van Thompson, dat sterk beïnvloed is door de bouwheer van de kathedraal, de latere bisschop A.J. Callier, en op een verbluffende manier door architect Joseph Cuypers in architectuur en uitmonstering is verbeeld, stapsgewijs toegankelijk te maken. Maar er speelt meer. Bij de hausse aan kerksluitingen en herbestemmingsprocessen waarin we op dit moment verkeren, wordt de iconografie van de betreffende gebouwen en inrichtingen zelden meegenomen in het afwegingsproces. Met het online zetten van dit boek hopen we een duw in de goede richting te geven. 

  • We beginnen met de samenvattende inleiding over het – thomistisch – symbolisme uit het boek over de nieuwe Bavo/Koepelkathedraal uit 2016.3 
  • Wie zich daarna verder wil verdiepen kan via deze link surfen naar de meer uitvoerige analyse uit hoofdstuk 5 van het boek.
  • Via deze link kan een PDF van het boek van Thompson gedownload worden: http://bit.ly/2nm8qUz-nieuweBavo

Om te beginnen stellen we je graag voor aan een van de belangrijkste figuren op de achtergrond: de dominicaner filosoof en theoloog Thomas van Aquino (circa 1225-1274). Ga je mee?

__________

Uit hoofdstuk 1 Ad orientem, pp. 21-22.

Thomas van Aquino — Een van de andere aspecten die eindelijk onderzocht kon worden, omdat de bovenste lagen in kaart waren gebracht, betreft de invloed van Thomas van Aquino. Aan de oppervlakte was hier voldoende over bekend, maar wat daar onder lag … dat weet me telkens weer met stilte en bewondering te vervullen. Stilte omdat nauwelijks te bevatten is hoe groot de inspiratie van deze middeleeuwse wijsgeer voor de bouwers van de kathedraal is geweest. Bewondering om de bijzondere manier waarop die bezieling gestalte heeft gekregen. Essentieel daarin is een van de hoofdstukken uit de eerste monografie over de nieuwe Bavo, van de hand van de priester-journalist Marie Thompson, waar men over het algemeen even overheen schaatst om het daarna ongemoeid en nominaal vermeld te laten. Maar dat stuk bevat wel de crux van wat Thompson aanduidt als het ‘symbolisme’ in de kathedraal. Alleen al de keuze van die term roept vraagtekens op, omdat zich tegelijkertijd de grote Europese stroming van het symbolisme manifesteert die we verbinden met areligieus individualisme, met esoterisch gedachtegoed en duistere, tot op het decadente af geladen zinnebeelden. Of zoals Thompson zou zeggen ‘de mystieke richting der ultra moderne kunst’.4 Het tekent de situatie dat daar in de ambiance van de nieuwe Bavo een kerkelijk symbolisme tegenover wordt gezet. En de gemene deler tussen die twee is niet zozeer de symboliek, als wel het hoogstpersoonlijke stempel ervan.

Thomistisch symbolisme — Wat dit symbolisme zo interessant maakt is niet het objectieve gehalte, waarbij een vorm een bepaalde boodschap uitdrukt, zoals de cirkel als teken van Gods volmaaktheid of de lelie van Maria’s zuiverheid. Het gaat om het persoonlijke cachet, waarin Thomas manifest aanwezig is. Dit raakt zo aan de ziel van de kathedraal, dat ik er hier in de inleiding al wat over vertel. Alles wat door God geschapen is, vloeit voort uit Zijn volmaaktheid en draagt daarvan hier op het ondermaanse zijn kenmerken, doordat het deel had en heeft aan de goddelijke bron. Dat geldt dus ook voor ons mensen. Als schepselen van God participeren wij in Zijn wezen, en zijn we zelf een beetje God om het wat kort door de bocht te zeggen. We zijn immers geschapen naar Zijn gelijkenis en daardoor is het voor Thomas in principe mogelijk om Gods wezen te leren kennen. In de woorden van Thompson:

‘Dat Wezen nu kan gekend worden niet alleen in Zich, maar ook in de gelijkenis en in de volmaaktheden, welke dat Wezen uitstort over de schepselen, want elk schepsel heeft een eigen aard en soort, naar gelang het deel heeft aan de gelijkenis met de goddelijke natuur’.5

Hierdoor heeft al wat de individuele mens aan talenten bezit en daarmee produceert iets goddelijks. Zo participeert dit schepsel in de creativiteit van God: door zijn talenten te gebruiken en zelf weer scheppend bezig te zijn. En dat scheppende bezig zijn is per definitie symbolistisch, omdat alles uiteindelijk een zintuiglijk beeld vormt van de onzienlijke idee, waarvan God in zijn volmaaktheid weer de allesomvattende Idee (met een hoofdletter) is. Omdat het hierbij gaat om iets heel individueels, is het symbolisme bij Thompson bij uitstek iets persoonlijks. Hij geeft dat een plaats door niet alleen de algemene waarheden door middel van symboliek uit te willen drukken, maar ook de persoonlijke gevoelens. En dat persoonlijke cachet is net wat de nieuwe Bavo in heel de rijkdom van zijn uitdrukkingsvormen zo bijzonder maakt. Of het van Callier kwam die als oud-docent klassieke talen het spoor volgde van de retorica van de kunst in de vorm van een catechismus in steen; die aansprekende thema’s ontwikkelde rond de bruid in het westen en de bruid in het oosten, en de traditionele noord-zuidsymboliek op scherp zette. Of van de beelddenker Joseph Cuypers die de heersende visie op Thomas op een zeer persoonlijke manier vertaalde in de Unvollendete en het eclectische gebruik van ‘Spaansch-Arabische motieven’.

__________

Voor het thomistisch symbolisme lees je meer via deze link. Afgezien van Thomas van Aquino, plaats ik daarin de tekst van Thompson tussen grootheden als abt Suger van Saint Denis, Thijm, Toorop en Panofsky, terwijl verder verschillende heiligen en andere kerkelijke prominenten de revue passeren. 

Wat betreft de ‘Spaansch-Arabische motieven’ die met name in de koepel van de kathedraal prachtig tot uitdrukking komen, kan ik je zeker hoofdstuk 7 van ons boek aanraden. Ook op dit punt speelt het (neo) thomisme een overtuigende rol.

Het is jammer dat het boek over de nieuwe Bavo/KoepelKathedraal is uitverkocht. Gelukkig kun je het wel lenen via De Bibliotheek, waar je in Nederland ook woont!

O ja, ook onderzoek naar erfgoed moet het hebben van kennis delen; zeker met het oog op het specifieke doel om symboliek en iconografie een volwaardige rol te geven bij de toekomstplannen voor kerkgebouwen. Wees dus zo goed om deze pagina te delen via de knop delen onderaan de pagina. Het zou helemaal fijn als je daarbij de hashtag #kerkelijkerfgoed gebruikt.

B&M

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


Verwijzingen
  1. Dit betreft het artikel in het volgende nummer: Hubar, Bernadette van Hellenberg en Marij Coenen. “De mantel der bescherming. De Laurentiuskerk van Joseph Cuypers en Jan Stuyt als toetssteen”. Vitruvius, onafhankelijk vakblad voor erfgoedprofessionals 14 (2021).
  2. Voor het integralisme en de splijtende rol die Thompson op dit punt speelde in kerkelijk Nederland zie hoofdstuk 2 van het in noot 3 geciteerde boek over de nieuwe Bavo/KoepelKathedraal Haarlem. 
  3. Hubar, Bernadette van Hellenberg. De nieuwe Bavo te Haarlem: ad orientem – gericht op het oosten. Onder redactie van Marij Coenen. Zwolle; Haarlem: Wbooks ; Stichting Kathedrale Basiliek Sint Bavo, op initiatief van de Rijksdienst Cultureel Erfgoed, 2016.
  4. Thompson, St. Bavo, p. 13.
  5. Thompson, St. Bavo, p. 26.

Over Joseph Cuypers is meer te vinden bij de JCC | Joseph Cuypers Collectie, De nieuwe Bavokathedraal en Cuypers assortiment.

De JCC komt verder met grote regelmaat aan de orde op onze Facebookpagina: http://bit.ly/VanHHOrg2FB
Ga eens kijken en ‘like’ de pagina, zodat de berichten over onderwerpen als de bovenstaande een nog grotere actieradius bereiken!

Dit item kan geciteerd worden als: Hubar, Bernadette van Hellenberg. ‘M.A. Thompson en het kerkelijk symbolisme anno 1898’. Onder redactie van Marij Coenen. VanHellenbergHubar.org, 1921. http://bit.ly/33jq7ZI-JCC-Bavo.

Verkorte link: http://bit.ly/33jq7ZI-JCC-Bavo

Naar een thomistisch symbolisme in de nieuwe Bavo

Naar een thomistisch symbolisme — De nieuwe Bavo/KoepelKathedraal te Haarlem vormt een zeldzaam hoogtepunt van architectuur en toegepaste kunsten in Nederland. De uitvoering vond plaats volgens een doordacht liturgisch en iconografisch programma dat voor een belangrijk deel beïnvloed was door de herontdekking van het oeuvre van Thomas van Aquino na 1850. De bestudering en verspreiding daarvan kreeg een krachtige impuls onder paus Leo XIII die in 1879 het (neo)thomisme inzette voor de hervorming van de kerkelijke wetenschap. Daarmee had Leo XIII bepaald geen gemakkelijke stap gezet:

Het was niet eenvoudig om de omslag te motiveren van een beleid dat gericht was op het ontkennen en negeren van de moderne tijd naar openheid jegens wat steeds als de vijand en antichrist was geprofileerd. Leo deed dit door Thomas van Aquino als voorbeeld naar voren te schuiven die immers uit de vijandige stromingen van het joodse en Arabische aristotelisme een waarachtig christelijk denksysteem had opgebouwd. Alles stond hem ten dienste, al was het nog zo heidens. Als het iets goeds bevatte, bewees dat alleen maar dat, zoals Leo XIII benadrukte, God zelf geen onderscheid maakt in de boodschappers om zijn openbaring de wereld in te sturen.[ad1]

Even stond het raam open voor de ontwikkelingen in de eigen tijd. Uit dit gistingsproces waarin de kerk niet langer met de rug naar de maatschappij stond, maar er proactief aan deel wilde nemen en ontstond een nieuw katholiek symbolisme. Dit profileerde zich als tegenhanger van het gemystificeerde symbolisme van het fin de siècle, dat we in Nederland verbinden met kunstenaars als Jan Toorop, Johan Thorn Prikker, Carel de Nerée tot Babberich en R.N. Roland Holst. De roomse variant ontwikkelde zich vanuit het team van clerici en leken, architecten, kunstenaars en schrijvers rond een van de grootste bouwprojecten in – katholiek – Nederland van die tijd: de kathedraal van Sint Bavo te Haarlem. Of dit type symbolisme echt wortel heeft geschoten binnen de kerkelijke cultuur van de vroege twintigste eeuw, moet nader onderzocht worden. Als significant moment kan in ieder geval de afronding van de tweede bouwfase van de kathedraal genoemd worden (1906), toen de neothomistisch geïnspireerde, majestueuze koepel verrees.   

Thomas van Aquino bij het heilig Hartaltaar in de nieuwe Bavo. Het al bestaande heilig Hartbeeld van J.P. Maas werd in 1922 uitgebreid met een groep van zijn zoon A.W.M. Maas. Het beeld van Thomas van Aquino draagt de gelaatstrekken van de bouwheer van de kathedraal, bisschop A.J. Callier die zich hiermee profileert als (neo)thomist. Foto Beeldbank RCE – Margareta Svensson.

Hubar, Bernadette van Hellenberg. De nieuwe Bavo te Haarlem: ad orientem – gericht op het oosten. Onder redactie van Marij Coenen. Zwolle; Haarlem: Wbooks ; Stichting Kathedrale Basiliek Sint Bavo, op initiatief van de Rijksdienst Cultureel Erfgoed, 2016.

Uit hoofdstuk 5 Te deum laudamus

Naar een thomistisch symbolisme

In het voorgaande is dit al heel wat keren langs gekomen: Thompsons bijzondere uitleg van het programma in het eerste monografietje over de nieuwe Bavo uit 1898. Een hoogst merkwaardig boekje is dit, alleen al omdat het van de sfeer getuigt van vóór de integralistische terreur, geïllustreerd als het is met de portretten van de actoren van de hand van de rebelse Theo Molkenboer. Zowel lid van De Violier als de Klarenbeekse Club, zou deze kunstenaar in 1900 als eerste pleiten voor een nieuw type ‘volkskerken’ in de vorm van een centraalbouw die iedere kerkganger een rechtstreekse blik op het altaar bood. En dat type kwam er, getuige de kerken die Joseph Cuypers en Jan Stuyt gezamenlijk en afzonderlijk in de jaren daarna zouden bouwen.[1] Zoals ook de portretten in het boekje van Thompson tonen, was Theo Molkenboer, vergelijkbaar met Jan Toorop, verwikkeld in een stijlexperiment, waarbij hij verschillende uitdrukkingsvormen ontplooide tussen jugendstil en art nouveau, de Beuroner school en de realistische stromingen van zijn tijd. In wisselende mate dragen deze een symbolistische opdruk, hetgeen niet verwonderlijk is voor een leerling van Derkinderen en een broer van een van de symbolisten van het eerste uur, Anton Molkenboer. Ook op dat punt reflecteerde Theo de sfeer in de eerste fase van de nieuwe Bavo, waar diverse actoren zich intensief bezighielden met de speurtocht naar een nieuw, of liever vernieuwd christelijk symbolisme. Daarvoor gold wat Theo Molkenboer als stellingname omschreef:

‘Ik verlang in de kern niet naar het nieuwe, omdat het nieuw is, maar ik streef naar een beter, nieuw kleed, voor de oude, goede beginselen’.[2]

Die metafoor van het kleed keert terug bij Thompson, zoals hierna blijkt.[3] Wie overigens bedenkt hoe enthousiast Callier zou worden over het werk van Jan Toorop, zal het zeker frappant vinden dat Thompson zijn hoofdstuk over het ‘symbolisme’ start met afstand te nemen van ‘de mystieke richting der ultra moderne kunst’.[4] De richting dus, waarvan Toorop een van de meest toonaangevende exponenten was. Het tekent de ontwikkeling van de verschillende actoren dat dit in relatief korte tijd veranderen zou.

Wetenschap in thomistische zin

Hoewel dit na de behandeling van het beleid van Leo XIII in Æterni patris niet helemaal als een verrassing komt, valt het wel op dat Thompson het symbolisme tot driemaal toe beschrijft als een wetenschap.[5] Aan de ene kant kun je dat zien als een zelfbewuste verklaring van het niveau waarop het programma van de kathedraal zich afspeelde. Anderzijds kun je je niet aan de indruk onttrekken dat er ook een zekere legitimatie achter school. Wat Callier deed was kennelijk nog altijd geen dagelijkse kost voor de clerus en naar zijn bisschop toe kon hij dit moeilijk verantwoorden op basis van het pionierswerk van Thijm. Niet genoeg kan benadrukt worden dat Bottemanne maar weinig ophad met Thijm en zo rigide was in zijn visie op de verantwoordelijkheden die zijn ambt meebracht, dat Callier echt wel een stevige noot zal hebben moeten kraken om zijn programma er door te krijgen.[6] Maar om Thomas kon en wilde echt niemand heen. En zo zien we dat niet alleen Thompson, maar ook zijn collega redactielid van weekblad Sint Bavo, Rijkenberg, de Aquiner opvoert. Hij doet dat in verband met het oeuvre van Johannes Maas die als een ware ‘priester van het Schoone’ Thomas van Aquino volgt. De kunst moet namelijk volgens deze filosoof:

‘1o. gevoelens van godsvrucht opwekken, 2o. de voorbeelden der Heiligen dagelijks en voortdurend voor oogen stellen, en 3o. het onderrichten van onwetenden, die daardoor als door boeken onderwezen worden’.[7]

Een variatie op dit thema [zien we] enkele jaren later in het invloedrijke boekje van de Violierman, pater Nieuwbarn. Als ‘leraresse der volkeren’, schrijft deze dominicaan, zet de kerk volgens zijn grote ordegenoot de beelden als volgt in:

‘a. Tot onderwijzing der niet-ontwikkelden, die hier als door boek en woord worden onderricht.

b. Tot dagelijksche, voor oogen geziene herinnering aan het geheim der h. Menschwording en aan de toonbeelden onzer Heiligen.

c. Tot vermeerdering van onzen godsdienstzin, welke door aanschouwing sterker wordt aangezet dan door het aanhooren alleen’.[8]

Jammer genoeg verwijzen Nieuwbarn noch Rijkenberg naar de bron van hun opsomming. Ondertussen is het niet moeilijk om de beroemde uitspraak van Gregorius de Grote te herkennen. Dat geldt bij Nieuwbarn ook voor de stelling sub c), van Horatius, waarover we het bij Suger en Vondel hebben gehad.[9]

De rijkdom van de natuur roept in de visie van Thompson een bepaalde stemming op die de mens leidt naar het oneindige, naar God. Het toeval wil dat de de combinatie van wilde cichorei en boerenwormkruid precies de hoofdkleuren van de polychromie van de nieuwe Bavo zijn. Foto bvhh.nu 2015 langs de Schroevendaalse plas in Ohé.

Top down of bottom up

Wat Thompson zo interessant maakt vergeleken met Thijm en Nieuwbarn is een zo consequent mogelijke bottom up-insteek, terwijl de laatste twee vooral uitgaan van de neoplatoonse top down-visie op symboliek. Zo merkt Nieuwbarn op dat ‘alle de stoffelijke vormen en bestanddeelen werden bezield met een hooger en geestelijk leven’.[10] Hier domineert de idee van een uitvloeiing of uitstorting van boven naar beneden. Ook al is Thomas het daar niet helemaal mee oneens, bij hem overheerst de aristotelische opvatting dat alles wat we weten en leren primair via de zintuigen gaat. Zo ook bij Thompson die overigens start met neoplatoonse denkers als de Pseudo-Dionysius de Areopagiet en Origenes die we eerder in dit boek bij Suger en Thijm zijn tegengekomen. Aan hen ontleent Thompson stellingen als: ‘Het zichtbare is het klare beeld van het onzichtbare’, en: toen God de ‘stoffelijke wezens’ schiep ‘heeft Hij in die wezens de figuren en de beelden eener onstoffelijke wereld neergelegd’.[11] Hoe top down ook, de priester-journalist was retorisch en stilistisch een te sterke professional om deze twee vertaalde zinnen niet te starten met het ondermaanse, het zichtbare.

De thomistische idee

Hoe thomistisch was nu eigenlijk de visie van Thompson op het symbolisme? Op welke manier heeft hij het gedachtegoed van Thomas geïntegreerd in zijn betoog? Dankzij het vorige hoofdstuk valt dat goed te achterhalen. Dat geldt onder meer voor Thompsons uitleg van de Idee, dat we als neoplatoons begrip eerder bij Thijm tegenkwamen in de zin van het perfecte, dus onzintuiglijke ‘denkbeeld’. Omdat dit een goed beeld geeft van de manier waarop Thompson Thomas verwerkte, en deze op zijn beurt de klassieke filosofie, laat ik de passage hier integraal volgen:

‘De goddelijke gedachten zijn het richtsnoer en de maatstaf naar welke alles in den tijd is voortgebracht. Deze gedachten Gods zijn eeuwig en onveranderlijk omdat zij niets anders zijn dan het Goddelijk wezen zelf. God, zegt de H. Thomas, kent Zijn Wezen volkomen. Dat Wezen nu kan gekend worden niet alleen in Zich, maar ook in de gelijkenis en in de volmaaktheden, welke dat Wezen uitstort over de schepselen, want elk schepsel heeft een eigen aard en soort, naar gelang het deel heeft aan de gelijkenis met de goddelijke natuur. God, derhalve, die Zijn wezen kent als kunnende uitgedrukt worden door dit of dat schepsel, ziet in de oneindigheid van dat zelfde Wezen tevens de bestaande reden en het eigen idée van dit schepsel. En elders zegt de H. Kerkleeraar: Alle schepsel draagt een gelijkenis met de goddelijke natuur, maar ieder op verschillende wijze en naar een verscheidene maatstaf. Het goddelijke Wezen derhalve, beschouwd als een toonbeeld, op hetwelk elk schepsel naar eigene wijze gelijkt, is ook de eigen idée van dit schepsel naar zijn bepaalden vorm van gelijkenis. En daar andere schepselen weer onder ander opzicht op God gelijken, volgt daaruit, dat de gedachte, de reden van bestaan niet voor ieder schepsel dezelfde is, ofschoon het Goddelijk Wezen, dat toonbeeld is, eeuwig hetzelfde is, want alle volmaaktheden der schepselen schitteren in God onder enkelvoudigen en ondeelbaren vorm’.[12]

Veel van wat in het vorige hoofdstuk onder de noemer van de ‘graden van volmaaktheid’ is behandeld, keert hier terug: het belangrijkste is wel de participatie van ieder schepsel in de volmaaktheid van God. Dat gebeurt op zo’n evenredige manier dat wat het bezit ook direct ontleend is aan de goddelijke bron. Vandaar dat Thompson dit typeert als de ‘volmaaktheden der schepselen’. Dat is wat de schrijver in zijn uitleg bedoelt met het begrip van de ‘idée’ als dat, wat het ene ding onderscheidt van het ander en waarvan de ene allesomvattende en volmaakte Idee God is. Voor Thompson kan het symbolisme dus samengevat worden in één zin: ‘de zichtbare schepselen zijn de uitwendige beelden en teekenen der goddelijke gedachten’.[13] Als je dit vergelijkt met zijn opmerking hiervoor over de ‘inwendige beelden en figuren’, dan raken hemel en aarde elkaar. Die relatie aanschouwelijk maken is wat het symbolisme doet. Vanuit deze positie formuleert Thompson een specificatie aan de hand van drie punten. Deze herinneren niet alleen aan de aanpak van Thijm, maar ook aan die van grote namen in de iconografie als Erwin Panofsky, wiens boek Studies in iconology uit 1939 nog altijd een standaardwerk is.[14] Het grote verschil is dat het bij Thompson niet alleen gaat om geobjectiveerde, iconografische duidingen, maar ook om gevoelens.

Primair

Thompson start met het primaire symbolisme als gevolg van de directe relatie tussen het schepsel en God. Dit legt hij uit aan de hand van de stemming die in ons opgeroepen wordt door een bloemenveld in de lente. De schoonheid daarvan voert ons op ‘naar het oneindige, iets wat mijn lichamelijk oog niet ziet, maar wat door bemiddeling van het schepsel mij toeschijnt als een visioen’.[15] Terwijl dat ook geldt voor de Unvollendete, was het vermoedelijk vooral Thompsons bedoeling om bij de lezer de eerste associaties in te prenten met de rijke flora in steen en terracotta in de kathedraal.

Jan Toorop, ‘Gewijde en profane muziek’ (1921); ontleend aan Hubar, De nieuwe Bavo te Haarlem 2016), p. 180 #KoepelKathedraal

137 Jan Toorop, ‘Gewijde en profane muziek’ (1921), toont de musicerende ziel en de mystica in extase met de stormende zee op de achter – grond. Hoewel de mystica afgebeeld wordt als non heeft ze mondain aangezette lippen die haar profane inslag verraden. Gewijd of profaan, de muziek op de voorgrond leidt tot een stemming die een nimbusachtige gloed vanuit de non laat uitstralen. Wat Thompson van dit symbolisme vond is de vraag, maar clerici anno 1921 waren hier enthousiast over. Ook de ontblote borst gaf geen aanstoot, omdat deze staat voor het verlangen van de ziel naar God en dus nog aansluit bij de iconografie van Maria lactans die sedert Bernardus van Clairvaux hetzelfde symboliseert.151 Herkomst: Hubar, De nieuwe Bavo te Haarlem, p. 180. Met dank aan Gerard van Wezel (1951-2018).

Tweede niveau

De volgende fase vormt het symbolisme als gevolg van de ‘vaste verhouding’ die God schiep tussen ‘de schepselen in betrekking tot elkander’. Hiervoor komt Thompson terecht bij de zee: ‘De bewegingen der zee geven mij een beeld van de bewegingen in ‘s menschen geest en gemoed. Het brullen harer golven symboliseert mij de stormen der menschelijke ziel’. Opnieuw gaat Thompson voorbij aan een iconografische betekenisrelatie, zoals Nieuwbarn wel doet wanneer hij hetzelfde beeld koppelt aan de ‘woedenden golfslag op het meer van Genezareth’ of het stabiele schip van de kerk met Petrus als roerganger. Beiden leunen overigens op Thijm die het bij de uitleg van het schip in de kerk heeft over ‘de strijdenden, die zich door des waerelds woelige golven trachten heen te werken’.[16] Met Callier op de achtergrond herinnert dit aan de strandwandelingen die hij vanuit Hageveld met zijn bevriende collega De Rijk maakte. Tegelijkertijd kan dit beeld niet los worden gezien van de vele werken die Toorop maakte met de stormachtige zee op de achtergrond. Toorop nog wel, die bevriend was met Nieuwbarn, een leerling was van Thijm én de aandacht genoot van Callier.[17]

Dat Thompson in dit verband ook oog heeft voor iconografische duidingen blijkt als we terugkeren tot de bloemsymboliek, waarbij hij verwijst naar wat Christus zelf vertelt over de wijnstok en over de lelies in het veld. Toch spreekt hij weer in termen van gemoedsaandoeningen als het gaat om de indruk van Gods wonderschone natuur op heiligen als Johannes van het Kruis, Franciscus en Antonius die allemaal in de nieuwe Bavo vertegenwoordigd zijn. Opnieuw is de essentie dat Gods geheimen worden geopenbaard in de luister van zijn schepping.[18] Voor Callier zal dit gerijmd hebben met de verbindingen die hij zag met het Te Deum, waarin de hele aarde God eert, en hemel en aarde vol zijn van zijn glorie.

Derde stadium

Gingen de eerste twee stappen van concreet naar abstract, in de volgende fase gaat de weg andersom. In puur thomistische termen waarmee we inmiddels dankzij het vorige hoofdstuk vertrouwd zijn, vertelt Thompson:

‘En de onstoffelijke dingen, van welke geen beeld bestaat, kennen wij door vergelijking met de stoffelijke zichtbare dingen, die hunne overeenkomstige beelden hebben. Wanneer dus een voorwerp zich voordoet aan den menschelijken geest, komt het eerst onder het bereik der zinnen, van deze gaat het over naar de verbeelding en van deze naar het verstand of het begripsvermogen’.[19]

Deze uitleg is niet compleet zonder de eveneens herkenbare opmerking dat de zichtbare wereld voor Thomas de eerste trede vormt van de ladder die de mens naar God leidt, want ‘Sensibilia sunt praeambula ad intelligibilia’ (het zintuigelijke vormt de preambule of inleiding tot het begrippelijke). Thompson doet hierna opnieuw een beroep op de Pseudo-Dionysius, wiens werk, zoals eerder aangestipt, door Thomas werd becommentarieerd. De priester-journalist doet dat om met de Areopagiet te betogen dat het bij het symbolisme nìet gaat om een zwaktebod, ook al lijkt het daarop omdat de mens niet in staat is het onzienlijke te vatten. We weten namelijk dat gemis te overstijgen door ons talent om ‘de geheimzinnige en eerbiedwaardige natuur van God en van de gelukzalige geesten te wikkelen in beeld en figuur en onuitsprekelijke raadselen en haar aldus te onttrekken aan den blik en de beschouwing van oningewijden’. Als Thompson dit nader specificeert als de ‘disciplina arcana’, de geheimhoudingsplicht uit de tijd dat de christenen vervolgd werden, volgt hij opnieuw Thomas van Aquino die dezelfde houding aannam tegenover de niet-ingewijden, de andersgezinden.[20] Tegelijkertijd maakte het talent om deze geheimen te versluieren het Thompson mogelijk om de scheppingskracht van het bouwteam van de kathedraal in te kaderen. De scheppingskracht die op een directe participatie in God berust en bij Callier resulteerde in het programma en bij Joseph Cuypers in de architectuur van de kathedraal. Je kunt je niet aan de indruk onttrekken dat vooral de Unvollendete tot de categorie van de disciplina arcana hoorde: alleen rijp voor ingewijden. Maar voor de hele onderneming telde wat de Areopagiet voorschreef: dat we de eerbied voor God met stof en vorm ‘omkleeden’. Mogelijk speelde dat bij Theo Molkenboer nog door het hoofd toen hij een jaar later schreef dat hij ernaar verlangde om de oude beginselen van een ‘beter, nieuw kleed’ te voorzien.[21] En dat gold beslist niet voor hem alleen, zoals de cyclus van de nieuwe Bavo laat zien.

138 Een van de meest symbolistisch aandoende beelden van de cyclus rond de apsis is te vinden boven de Willibrorduskapel. De moeder van Willibrordus droomde over een nieuwe maan die transformeerde in volle maan en toen plots ‘haar mond inging en geheel haar binnenste met het zilveren licht verhelderde’. Dit betekende dat haar zoon ‘door God voorbestemd was tot het bekeeringswerk onder de volkeren, die nog in de duisternis van het heidendom verzonken lagen. Vandaar het beeld van de maan, oprijzende boven de paddenstoelen en de slangen de symbolen van duisternis’.152 Foto bvhh.nu 2013.

Positionering

Het verhaal over het symbolisme van Thompson is in meer opzichten hoogst bijzonder. Tot dusver is het de enig bekende uitleg die tamelijk rigoureus vanuit een thomistisch perspectief is opgesteld. Weliswaar noemt hij ook de Pseudo-Dionysius en Origenes, maar het gaat hier om denkers die Thomas zelf bestudeerd dan wel becommentarieerd heeft. Dat geldt eveneens voor Augustinus die slechts nominaal aangestipt wordt. Beide auteurs, Origenes en Augustinus hebben we eerder ontmoet bij Thijm, onder meer als exponenten van het vrije associëren bij het gebruik van metaforen.[22] Ook in de nadere specificatie van het programma – waarbij zelfs die delen als fysiek aanwezig beschreven worden die er alleen nog maar in potentie waren! – komt Thomas opvallend vaak aan de orde. Dit is met name het geval bij het programma van de glazen in de lucida, waar ik nog uitvoerig op terugkom.[23]

Dit is echter niet de enige reden waarom het betoog van Thompson eruit springt. Ook het voorop stellen van het ‘gemoed’ in plaats van de iconografische duiding bij de primaire en secundaire voorbeelden van de symboliek is apart. Zeker kan dit niet los worden gezien van de klassieke, retorische functie van de kunst, waarmee Callier en Thompson door en door vertrouwd waren: het movere, bewegen of ontroeren.[24] Maar dit adagium kreeg beslist een extra dimensie doordat het tevens als een direct uitvloeisel kon gelden van de route langs de zintuigen à la Thomas. Zoals Thompson zijn associaties beschrijft aan de hand van de bloei in de lente en de stormachtige zee, krijgt zijn symbolisme wel iets heel individueels. En dat is temeer frappant, omdat het daardoor sterk leunt op het door hem verworpen, mystieke symbolisme van Toorop en consorten uit die tijd. Wat het nog typischer maakt, is dat de mens nu juist in dit individuele – mits het positief is – deelneemt aan Gods natuur en we dus hier nu net te maken hebben met één van die ‘volmaaktheden van de schepselen’ die een directe weerspiegeling vormt van de schoonheid van God.[25] Want dat is wat kunst doet, een stukje van Gods schoonheid naar de aarde halen. Hoewel dit minder stellig wordt geformuleerd dan onder de volgende generatie thomisten, zoals Jacques Maritain, was daarom de artistieke ambachtelijkheid zo belangrijk, omdat de incarnatie van Gods schoonheid daar direct afhankelijk van was.[26]

Dat juist de individuele participatie kunst maakt, zou wel eens de verklaring kunnen zijn voor de bijzondere invulling van het programma van de nieuwe Bavo. Hierin vindt een wonderlijke combinatie van oud en nieuw plaats: van het nieuwe dat de aanvulling en de voltooiing is van het oude en van oude thema’s in een nieuw kleed. Het nieuwe, of liever nog de vernieuwing die op deze manier niet alleen van de goddelijke creativiteit van de mens getuigt, maar tegelijkertijd staat voor de thomistische verdieping van het inzicht van de mens in God. Een inzicht dat langs de weg van trial-and-error een progressieve ontwikkeling kent op de eindeloze weg naar het Oneindige. Vandaar ook dat Leo XIII spreekt van een proces van ‘augere et perficere’ (uitbreiden en vervolmaken).[27] Dit kon echter niet door middel van een ‘wilde, onbestemde fantasie’, zoals Toorop en consorten volgens Thompson deden, maar alleen langs de route van de kerkvader en –leraren. En dat leidde tot de herleving van het vrije associëren à la Origenes en Augustinus. Dat je daarvoor verbeelding nodig hebt, was voor Thomas niet meer dan vanzelfsprekend, want hoe zou je anders iets kunnen bedenken. De verbeelding is immers de plaats, waarin onze ervaringen zijn opgeslagen; als ‘inwendig zintuig’ weet ze die informatie al abstraherend en deducerend tot ‘fantasieën’ te combineren.[28] Vertaald naar kunst en symboliek is dat wat de actoren bij de nieuwe Bavo in de ogen van Thompson hebben gedaan: in het spoor van de kerkvaders met hun rijke allegorieën hebben ze de combinerende verbeelding ingezet en die leidde hen tot composities als de bruid van het oosten en de bruid van het westen of de heilige leegte en de levende stenen. Gematerialiseerd door ‘hoogst bekwame, kunstvaardige en nijvere mannen’, geldt daarvoor wat Thompson aan de Pseudo-Dionysius ontleende: ‘Het heilige wordt daar door symbolische vormen heilig behandeld’.[29]

136 De cyclus rond de apsis getuigt van het thomistische symbolisme, waarin vernieuwing essentieel is omdat die leidt tot de volgende stap op de eindeloze weg naar het Oneindige. De mens zet hierbij zijn individuele creativiteit in, waarin hij participeert in God. Meer in het bijzonder gebeurt dat door middel van het vrije, persoonlijke associëren dat tot vroegchristelijke tradities teruggaat. Dit leidt tot nieuwe beeldformules en duidingen zoals deze allegorie op de lagere wijdingen. Hier zien we (van links naar rechts), zoals Thompson beschrijft, ‘de monnik met een condor, die geacht wordt het hoogst te vliegen en daarom beeld is van het beschouwend leven; dan volgt de ostiarius (deurbewaarder) met klok en sleutel om de geloovigen naar de kerk te roepen, en buiten te sluiten wie niet in de kerk behoort, achter hem afgebeeld door een aap; de vierde is de lector (lezer) met het boek der gebeden, waaruit hij de wijdingen van het brood en der nieuwe vruchten moet lezen; hij heeft achter zich het stekelvarken, den grooten roover van de vruchten des wijngaards’.150 Juist deze combinaties getuigen van het vrije associëren. Foto bvhh.nu 2013.

Naschrift van ‘Naar een thomistisch symbolisme’

Tot zover het fragment uit De nieuwe Bavo te Haarlem. De opmaat tot dit stuk uit de inleiding van ons boek over de Haarlemse KoepelKathedraal kun je lezen onder deze link.

Meer lezen? Het boek is uitverkocht, maar je kunt het altijd opvragen bij De Bibliotheek.

Ook onderzoek naar erfgoed moet het hebben van kennis delen; zeker met het oog op het specifieke doel om symboliek en iconografie een volwaardige rol te geven bij de toekomstplannen voor kerkgebouwen. Wees dus zo goed om deze pagina te delen via de knop delen onderaan de pagina. Het zou helemaal fijn als je daarbij de hashtag #kerkelijkerfgoed gebruikt.

B&M

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


Noten bij ‘Naar een thomistisch symbolisme’

In de noten wordt gewerkt met verkorte titels. Voor de volledige titels raadpleeg de bibliografie, waarnaar verwezen wordt, via deze link:

[1] Theo Molkenboer, ‘Volkskerken’. Gerard Brom, Herleving van de kerkelike kunst, p. 335. Men denke aan de Jacobskerk in Den Bosch (Cuypers & Stuyt, 1907), de Catharinakerk in Den Bosch (Jan Stuyt, 1917), en de Agathakerk in Beverwijk (Joseph en Pierre junior Cuypers, 1924); ontleend aan reliwiki.nl.

[2] Theo Molkenboer, ‘Volkskerken’, p. 370.

[3] Thompson, St. Bavo, pp. 33, 38.

[4] Thompson, St. Bavo, pp. 22-24.

[5] Thompson, St. Bavo, p. 23.

[6] Over Bottemanne en Thijm zie paragraaf 2.1.2 ‘De actoren tussen Vioolstruik en Violier’. Voorts Van der Plas, Vader Thijm, pp. 587-588.

[7] Rijkenberg, ‘Hollandsche kunst’, p. 183.

[8] Nieuwbarn, Het Roomsche kerkgebouw, pp. 69-70.

[9] Zie paragraaf 2.1.3 ‘Het appel van de benedictijnen’.

[10] Nieuwbarn, Het Roomsche kerkgebouw, pp. 12, 16. Over de wisselwerking tussen het neoplatoonse en aristotelische gedachtegoed in de negentiende eeuw zie Hubar, Arbeid en Bezieling, pp. 214-222.

[11] Thompson, St. Bavo, pp. 23-25.

[12] Thompson, St. Bavo, pp. 26-27.

[13] Thompson, St. Bavo, p. 25.

[14] Hubar, Arbeid en Bezieling, pp. 22-32. Panofsky, Iconologie, pp. 7-20.

[15] Thompson, St. Bavo, pp. 25-26.

[16] Thompson, St. Bavo, p. 27. Nieuwbarn, Het Roomsche kerkgebouw, pp. 34-35. Thijm, De Heilige Linie, p. 197.

[17] Hubar e.a., De genade van de steiger, pp. 276, 279. ‘Levensschets van Mgr. A.J. Callier’, in De Maasbode 28 april 1928, p. 2.

[18] Thompson, St. Bavo, p. 28.

[19] Thompson, St. Bavo, p. 30.

[20] De Groot, Het leven van den H. Thomas van Aquino, p. 175. Thompson, St. Bavo, pp. viii, 32.

[21] Thompson, St. Bavo, pp. viii-ix, 30-32. Theo Molkenboer, ‘Volkskerken’, p. 370.

[22] Zie paragraaf 3.2.2 ‘Associaties, typologieën en harmonieën’.

[23] Thompson, St. Bavo, pp. 40-52.

[24] Hubar e.a., De genade van de steiger, pp. 107, 123, 180, 473.

[25] Thompson, St. Bavo, pp. 26-27.

[26] Hubar e.a., De genade van de steiger, onder meer pp. 131-141, 148-149, 411-413. Thompson, St. Bavo, pp. 4, 18, 19-21, 66, 94-95, besteedt opvallend veel aandacht aan constructie, techniek, kunstindustrie en kunstvaardigheid.

[27] Leo XIII, ‘Æterni patris’, p. 203 (Latijns origineel) p. 225 (Nederlandse vertaling).

[28] Zie voor dit facet van Thomas, Kenny, Aquino, pp. 109-119.

[29] Thompson, St. Bavo, pp. 32, 94.

Noten in de bijschriften, toegevoegde noot in de inleiding, titelbeschrijving etc.

  • ad1) Hubar, De nieuwe Bavo te Haarlem, pp. 23-24.
  • 150) Thompson, St. Bavo, p. 84.
  • 151) Hubar e.a., De genade van de steiger, pp. 284-286. Voor Bernardus zie paragraaf 3.5 ‘Toetssteen: tussen litanie en Hooglied’. Met dank aan Gerard van Wezel.
  • 152) Thompson, St. Bavo, pp. 86-87

Over Joseph Cuypers is meer te vinden bij de JCC | Joseph Cuypers Collectie, De nieuwe Bavokathedraal en Cuypers assortiment.

De JCC komt verder met grote regelmaat aan de orde op onze Facebookpagina: http://bit.ly/VanHHOrg2FB
Ga eens kijken en ‘like’ de pagina, zodat de berichten over onderwerpen als de bovenstaande een nog grotere actieradius bereiken!

Dit item kan geciteerd worden als: Hubar, Bernadette van Hellenberg. ‘Naar een thomistisch symbolisme in de nieuwe Bavo’. Onder redactie van Marij Coenen. VanHellenbergHubar.org, 2016-2021. http://bit.ly/3b6LB0q-JCC-nBavo.

Verkorte link: http://bit.ly/3b6LB0q-JCC-nBavo

Centrale linkpagina Instagram en andere sociale media

Centrale linkpagina Instagram, Facebook, Twitter en LinkedIn — Hieronder tref je de link aan naar het verhaal met betrekking tot het meest recente bericht, dat we via de sociale media hebben verspreid.

Waarom Instagram voorop staat? Omdat je daar geen link in de tekst bij de foto kunt plaatsen. Vandaar dat we als standaardregel toevoegen: ‘Actieve link in de bio’. Als je die aanklikt bereik je deze pagina. 

Ben je op zoek naar een overzicht van alle items op deze pagina, surf dan naar de inhoudsopgave.
Voor meer informatie over hoe we sociale media inzetten om erfgoed te promoten, volg je deze link.
Maar eerst het meest recente bericht!

Tussen data en debat | Nederlands religieus erfgoed op Facebook

Je vindt het verhaal door de link in bovenstaande tweet aan te klikken!

Open Monumentendagen 2021 | Zondag is de Urbanuskerk van Nes aan de Amstel open

 

 
 
 
 
 
Dit bericht bekijken op Instagram
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

 

Een bericht gedeeld door Bernadette Hellenberg Hubar (@vanhellenberghubar2all)

Je vindt het verhaal door deze link aan te klikken!

Maria Geboortekerk Ohé en Laak Open Monumentendagen 2021

Meer over de Open monumentendagen in de gemeente Maasgouw onder deze link.

Marguérite M.D.A. Glastra van Loon-Cuypers (1896-1986), oudste dochter van Joseph en Delphine Cuypers-Povel

Je vindt het verhaal door de link in bovenstaande tweet aan te klikken!

Op naar Nes aan de Amstel voor de Open Monumentendag 2021

Je vindt het verhaal door de link in bovenstaande tweet aan te klikken!

De mantel der bescherming

Je vindt het verhaal door de link in bovenstaande tweet aan te klikken!

Maskerade

Ga je mee om Maskerade virtueel te bekijken en de gedichten te lezen?

Joseph Cuypers 160 jaar!

Meer weten over Joseph Cuypers? Volg dan deze link!

Iconografie en de herbestemming van kerkgebouwen

Verder lezen? Volg dan deze link.

Pinksteren

Over inspiratie gesproken, wat vind je van het bevlogen verhaal onder deze link: http://bit.ly/1R2tAeY?

Groot streepzaad

 

 
 
 
 
 
Dit bericht bekijken op Instagram
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

 

Een bericht gedeeld door Bernadette Hellenberg Hubar (@vanhellenberghubar2all)

*Voor het aangehaalde artikel volg: https://bit.ly/3f6Xh5w-erfgoedflora

Artikel volgende nummer vakblad Vitruvius

*Voor een overzicht van al onze artikelen op Vitruvius, volg https://bit.ly/3tXp8JW-Vitruvius

Hemelvaart 2021

 

 
 
 
 
 
Dit bericht bekijken op Instagram
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

 

Een bericht gedeeld door Bernadette Hellenberg Hubar (@vanhellenberghubar2all)

Surf naar kerkgebouwen-in-limburg.nl voor de hier genoemde kerken.

Klein hoefblad (#erfgoedflora)

 

 
 
 
 
 
Dit bericht bekijken op Instagram
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

 

Een bericht gedeeld door Bernadette Hellenberg Hubar (@vanhellenberghubar2all)

Lees meer over klein hoefblad op Wikipedia.

Sint Jozef op 19 maart

 

 
 
 
 
 
Dit bericht bekijken op Instagram
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

 

Een bericht gedeeld door Bernadette Hellenberg Hubar (@vanhellenberghubar2all)

Lees het hele verhaal over Sint Jozef via deze link. Nou ja, hele verhaal …

Hoe zorgen we voor meer vrouwen in de Tweede kamer?

 

 
 
 
 
 
Dit bericht bekijken op Instagram
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

 

Een bericht gedeeld door Bernadette Hellenberg Hubar (@vanhellenberghubar2all)

Lees hier meer over de actie over hoe het aantal vrouwen in de tweede Kamer groter kan worden.

Hoe we de leeuw weer in de benen krijgen! | Tweede Kamer Verkiezingen 15, 16 en 17 maart 2021!

 

 
 
 
 
 
Dit bericht bekijken op Instagram
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

 

Een bericht gedeeld door Bernadette Hellenberg Hubar (@vanhellenberghubar2all)

Surf naar https://bit.ly/30Hac6n-Blendle-BartDeKoning 
Bovenstaande link werkt, ook al staat deze doorgestreept!

Internationale vrouwendag in het teken van de Tweede Kamer Verkiezingen

 

 
 
 
 
 
Dit bericht bekijken op Instagram
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

 

Een bericht gedeeld door Bernadette Hellenberg Hubar (@vanhellenberghubar2all)

De naamdag van  Bernadette Soubirous, 18 februari 2021

 

 
 
 
 
 
Dit bericht bekijken op Instagram
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

 

Een bericht gedeeld door Bernadette Hellenberg Hubar (@vanhellenberghubar2all)

Een nieuw seizoen van de Franse komische serie Dix Pourcent op Netflix

Archief Dunselman naar KDC | Katholiek Documentatie Centrum Nijmegen

Centrale linkpagina | Klik op de afbeelding om te vergroten! Collage bvhh.nu 2021.

Het liep tegen het nieuwe jaar (2020-2021)

Centrale linkpagina | Klik op de afbeelding om te vergroten! Collage bvhh.nu 2020.

De gebroeders Dunselman in vakblad Vitruvius

Centrale linkpagina | Klik op de afbeelding om te vergroten! Collage bvhh.nu 2020.

Oproep eindejaarsdonatie aan Internet Archive

Centrale linkpagina | Klik op de afbeelding om te vergroten! Collage bvhh.nu 2020.

Sociale media en erfgoed

Verkorte link van dit item: http://bit.ly/2KbldIm-VanHHpuntOrg

VanHellenbergHubar.Org zet sociale media in zowel om nieuws over kunst, cultuur & erfgoed te delen als om vragen te stellen en zo kennis te vergaren. Deze centrale linkpagina helpt ons bij het gebruik van de volgende platforms:

Sinds 2020 hebben we met name voor de foto’s op Instagram de hashtags #erfgoedflora , #erfgoedfauna en #erfgoednatuur geïntroduceerd. Je zou kunnen stellen dat we op deze manier een meer eigentijdse invulling geven aan het jammer genoeg verouderde begrip #natuurhistorie. 

Centrale linkpagina | Klik op de afbeelding om te vergroten! Screenshot bvhh.nu 2021.

Graag nodigen we je van harte uit om de hashtag #erfgoedflora verder te verspreiden!

Ga eens kijken op onze Facebookpagina en ‘like’ onze berichten, zodat onderwerpen zoals hierboven een nog grotere actieradius bereiken!

Ook erfgoed moet het hebben van delen: kennis en passie kunnen we wereldwijd via de sociale media doorgeven. Vandaar onze vraag om deze pagina te delen via de knop delen onderaan de pagina. Het zou helemaal fijn als je daarbij de hashtag #erfgoed of #erfgoednatuur gebruikt.

;-) B&M

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


De gebroeders Dunselman in vakblad Vitruvius

De gebroeders Dunselman in vakblad Vitruvius — We waren al bezig met dit artikel toen begin augustus 2020 het schokkende nieuws kwam dat museum Ons’ Lieve Heer op Solder met sluiting bedreigd werd. Schokkend omdat dit onvermijdelijk gevolgen zou hebben voor de ateliercollectie van Kees Dunselman die eind vorige eeuw door de familie in bruikleen is gegeven aan dit museum. Hierin bevindt zich niet alleen werk van de jongste Dunselman, maar ook van zijn oudere broer Jan. Ze behoren tot de top van de kerkschilders anno 1900 met een bijzonder netwerk, waartoe onder meer Antoon Derkinderen, Joseph Th.J. Cuypers en Jan Stuyt behoorden. Centrum van de discussie over monumentale kerkelijke kunst in die dagen was de katholieke kunstkring De Violier, waarvan Jan als een van de oprichters vanaf 1900 lid was, en Kees later in 1906 toetrad.

De schilderingen van Kees Dunselman (na 1903) in de onze Lieve Vrouwe Hemelvaartkerk van Oude Tonge (Goeree-Overflakkee), ontworpen door Joseph Cuypers (1897-1898).
Een van de kerken, waar Kees Dunselman gewerkt heeft, is de Onze Lieve Vrouwe Hemelvaartkerk van Oude Tonge (Goeree-Overflakkee): een ontwerp van Joseph Cuypers uit de tijd dat hij ook met de nieuwe Bavo in Haarlem bezig was (1897-1898). De uitmonstering bestond voor een deel uit materiaal- en baksteenpolychromie, ontworpen door de architect. Waarschijnlijk is ook het concept van de geschilderde polychromie van zijn hand, omdat Kees Dunselman pas vanaf 1903 als kerkschilder actief was. Het was niet ongebruikelijk om de velden voor de figuratieve schilderingen (figuraties) leeg te laten, totdat er voldoende middelen waren voor verdere invulling. In dat geval zou Kees Dunselman alleen verantwoordelijk zijn voor de figuraties in de kerk, die we op deze historische foto zien in het priesterkoor, op de triomfboog, en tegen de transeptarmen. Deze uitmonstering is grotendeels verdwenen als gevolg van de watersnood en de vernieuwingen onder Vaticanum II. Voor de herkomst van de foto volg deze link.
____________

Toekomst ateliercollectie — Wie de nieuwsberichten en de sociale media heeft gevolgd, weet dat het goed afgelopen is met Ons’ Lieve Heer op Solder. Het was een discussie die met veel emoties gepaard ging en waaraan ook vanuit de kunsthistorische hoek een constructieve bijdrage is geleverd. Zelf heb ik vooral op Facebook daaraan deelgenomen. Wat betreft mijn collega’s, mag ik graag wijzen op het artikel van grand’ old man Peter van Dael in Ignis webmagazine. Van Dael was jarenlang als docent kunstgeschiedenis verbonden aan de Vrije Universiteit van Amsterdam en was een van de eersten die zich bezighield met het veiligstellen van de archivistische nalatenschap van de gebroeders Dunselman. Ook al blijft Ons’ Lieve Heer op Solder behouden, wat er met de ateliercollectie gaat gebeuren staat allerminst vast. 

Daar komen we zeker nog op terug!

Dubbelartikel over de gebroeders Dunselman — Intussen ben je welkom om deel 1 van ons dubbelartikel te lezen over Jan en Kees Dunselman. Het is ontleend aan ons E-boek over de recente kalotschilderingen van de kathedraal van Rotterdam, waarbij Jojanneke Post zich heeft laten inspireren door het verdwenen werk van haar voorganger, Kees Dunselman. In principe hadden we hiervoor nog aanvullend onderzoek willen doen bij het KDC in Nijmegen dat eveneens over een deelarchief van Kees Dunselman beschikt. Dat bleef spijtig genoeg buiten de onderzoeksopdracht van het E-boek, omdat het doel – het achterhalen van de opzet van de oorspronkelijke schildering van de kalot – bereikt was. En nog spijtiger, ook ditmaal kon geen controleslag gemaakt worden … nu was het coronavirus de spelbreker.

Deze onderzoeksleemte ten spijt, bevat het dubbelartikel over de gebroeders Dunselman zoveel nova dat het rijp is voor een groter publiek. Vooral dankzij Delpher en Kerkcollectie Digitaal van het Catharijneconvent is veel nieuw materiaal opgespoord waardoor het geijkte beeld van wie nu precies wat deed bijgesteld kon worden. Ook de relatie tussen liturgie, uitmonstering en iconografie kon hierdoor goed in beeld worden gebracht. Dat die kenniswinst opportuun is staat wel vast. Er worden zoveel kerken herbestemd dat het goed is om te weten waar de twee kerkschilders hebben gewerkt en wat voor een rijke programma’s hier zijn uitgevoerd. Schilderingen willen bij hergebruik wel eens stiefmoederlijk worden behandeld, omdat ze eigenlijk altijd in de weg zitten. Dus ga er voor zitten en verdiep je in het verhaal. Je kunt het scherm vergroten door op het rechter icoontje te klikken in het raamwerk hieronder.

Jan en Kees Dunselman-1.VITRUVIUS

In de tekst zit een omissie die bij de aanpassing van de betreffende paragraaf voor Vitruvius is blijven hangen. We zijn benieuwd wie die als eerste signaleert. 
Verder een slip of the cursor bij de verwijzing naar de noten 31-32 in noot 33. Bedoeld zijn de noten 30-31. En had je ook dat merkwaardige jaartal gezien?

;-) B&M

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


Verwijzingen

  1. Dael, Peter van. ‘Ons’ Lieve Heer op Solder na 133 jaar dicht? Neen!’ Ignis webmagazine, 20 augustus 2020. https://bit.ly/39X53wN-KerkelijkErfgoed.
  2. Dat bijstellen geldt ook voor de paragraaf over de Dunselmannen in ons boek De genade van de steiger en het stuk over de Urbanuskerk van Nes aan de Amstel in ons boek over de nieuwe Bavo/KoepelKathedraal te Haarlem.
  3. Voor het E-boek zie: Hubar, Bernadette van Hellenberg, Jojanneke Post (Davique Sierschilderwerken), en Marij Coenen. Tussen Gabriel en Michael: de schilderingen naar Kees Dunselman in de Laurentius & Elisabeth Kathedraal te Rotterdam : achtergronden, betekenis & techniek. Rotterdam: HH. Laurentius & Elisabethparochie, 2018. http://bit.ly/VanHH-LauElKat-download.
  4. RCE. ‘Rijksmonument 521890: R.K. Kerk O.L.V. Hemelvaart Oude Tonge – Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed’. Monumentenregister.nl, 2001. http://bit.ly/2usEs5M.
  5. Voor de Katholieke Kunstkring De Violier en Jan Dunselman zie: Hubar, De nieuwe Bavo, pp. 52-57, 63-66. Voorts Hubar, De genade van de steiger, pp. 181-183, 190-193 (De Violier, Jan Dunselman). Voor het lidmaatschap van Kees Dunselman, zie het bovenstaande artikel in Vitruvius of het E-boek in noot 3 (zoekterm Violier). De volledige titels staan in de bibliografie.
  6. De herkomst van de foto met de historische uitmonstering van de Onze Lieve Vrouwe Hemelvaartkerk van Oude Tonge is jammer genoeg niet precies duidelijk. Eind 2019 werden Jojanneke Post van Davique Sierschilderwerken en wij, vanwege onze eerdere samenwerking bij de Laurentius en Elisabeth Kathedraal van Rotterdam, uitgenodigd om offerte uit te brengen voor een vooronderzoek met betrekking tot het eventuele terugbrengen van de polychromie/schilderingen in de kerk. Hoewel er een aardig bedrag aan subsidies in het vooruitzicht lag, heeft het kerkbestuur anders besloten. Bij de stukken die we ontvingen bij het werkbezoek voorafgaand aan de offerte zat onder meer deze historische afbeelding. 
  7. Hubar, Bernadette van Hellenberg en Marij Coenen. “Jan en Kees Dunselman. Kerkschilders van niveau (deel 1)”. Vitruvius, onafhankelijk vakblad voor erfgoedprofessionals 14 (2020): 18-25.
Sociale media en erfgoed

VanHellenbergHubar.Org zet sociale media in zowel om nieuws over kunst, cultuur & erfgoed te delen als om vragen te stellen en zo kennis te vergaren. Centraal hierin staat onze Facebookpagina: http://bit.ly/VanHHOrg2FB

Ga eens kijken en ‘like’ onze pagina, zodat de berichten over onderwerpen als de voorgaande een nog grotere actieradius bereiken!

Je kunt ons en andere onderzoekers ook helpen door deze pagina te delen via de knop delen onderaan de pagina (graag de hashtag #Dunselman gebruiken).

Verkorte link van dit item: http://bit.ly/3gZdjOq-Dunselman

Kunstenaarsoog in een verdwijnende wereld | Vitruvius

Kunstenaarsoog in een verdwijnende wereld | vakblad Vitruvius — Tot en met 8 maart 2020 kan de verdwenen wereld van kerken en landschappen in Breda en rond Breda bewonderd worden, vastgelegd door Clemens Merkelbach van Enkhuizen in de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw. Waar? In Stedelijk Museum Breda, waar curator Linda Eversteijn deze tentoonstelling opzette naar aanleiding van de schenking van het Bredase oeuvre door de kunstenaar. Met name de neogotische architectuur waar op dat moment totaal geen waardering meer voor was, moest het ontgelden. Als jonge kunstenaar legde Clemens niet alleen de nog gave gebouwen, maar ook het sloopproces daarvan vast. 

Het klinkt een beetje als een roman, de student aan de kunstacademie die gepokt en gemazeld was in de laatste vloedgolf van het ‘Rijke Roomse Leven’, daar zijn hart aan verpandde en dan mee moet maken hoe de getuigenissen ervan verdwijnen. La cathedrale engloutie (De verdronken kathedraal 1), maar dan niet slechts voor een etmaal, bij vloed, maar definitief …

In onderstaand artikel in vakblad Vitruvius gaat Bernadette dieper in op het kunstenaarsoog van Clemens Merkelbach en legt ze uit wat zijn werk zo bijzonder maakt.2 Ze constateert dat ‘wij als kunsthistorici’ we nog maar net begonnen zijn met het positioneren van oeuvres die niet tot die van de avant-garde behoren. Als je die met een onbevangen oog bekijkt en een bewuste poging doet om de ingesleten vooroordelen over progressie en conservatief in de kunst buiten te sluiten, dan doe je verrassende ontdekkingen. Die willen we graag via dit item met je delen.

Clemens Merkelbach, Cuypers VIT_Okt.2019_Bernadette

We hebben het al vaker opgemerkt: Breda blijf verrassen, niet alleen op het gebied van het monumentale erfgoed, zoals ons project #KunstinBreda laat zien, maar ook museaal. Als je naar de tentoonstelling van Clemens Merkelbach gaat, loop dan ook eens een van de andere de zalen binnen. En als je weer buiten staat stap dan eens een van de nog bestaande kerken binnen die we bij #KunstinBreda onder de loep hebben genomen, zoals de kathedraal of de Begijnhofkapel. Heb je meer tijd, ga dan naar de Laurentiuskerk in het Ginneken, ontworpen door Joseph Cuypers en Jan Stuyt. Je zult je geen moment vervelen!

De nummers van vakblad Vitruvius kun je overigens on line lezen. Volg daarvoor deze link.

;-) B&M

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


Verwijzingen
  • La cathédrale engloutie (De verdronken kathedraal), prelude van Claude Debussy op basis van de Bretonse legende van Ys (zie het gelijknamige Wikipedia-lemma). Tevens metafoor voor het lot van de Kerk, het verdwenen ‘Rijke Roomse Leven’ na de oorlog, zoals onder meer uitgedrukt door priester-kunstenaar Jean Adams; zie Hubar e.a., De genade van de steiger, p. 444 (volledige titel in de bibliografie van deze site).
  • Dit artikel is ontleend aan de bijdrage van Bernadette aan de publicatie bij gelegenheid van de tentoonstelling: Kuilman, Dingeman, Linda Eversteijn, Peter van Dael en Bernadette van Hellenberg Hubar. Clemens Merkelbach van Enkhuizen. Verstilling en verandering | Stillness and change. CollectieLab, 19.2. Breda: Stedelijk Museum Breda, 2019.
  • Zie ook ons eerdere bericht over deze tentoonstelling.
Sociale media en erfgoed

VanHellenbergHubar.Org zet sociale media in zowel om nieuws over kunst, cultuur & erfgoed te delen als om vragen te stellen en zo kennis te vergaren. Centraal hierin staat onze Facebookpagina: http://bit.ly/VanHHOrg2FB

Ga eens kijken en ‘like’ onze pagina, zodat de berichten over onderwerpen als de voorgaande een nog grotere actieradius bereiken!

Je kunt ons en andere onderzoekers ook helpen door deze pagina te delen via de knop delen onderaan de pagina (graag de hashtag #ClemensSMB gebruiken).

Verkorte link van dit item: http://bit.ly/354tmUm-VanHH2org

Succesvolle crowdfunding Cuypersplafond

Succesvolle crowdfunding Cuypersplafond — 6 oktober 2019 stond de teller op 100%! De crowdfunding voor het #Cuypersplafond in het Cuypershuis is geslaagd! Wat in 1977 werd verwoest en in 2007 werd herontdekt, wordt in 2020 teruggebracht als onderdeel van de nieuwe collectie opstelling in museum Cuypershuis. 

Als ambassadeur hebben we ons steentje, of liever wat kleurpigment, bijgedragen aan deze actie door hiervoor aandacht te vragen op Facebook, Twitter, LinkedIn en Instagram.

We hebben de sociale media gevoerd met de volgende items (in chronologische volgorde):

Cuypers en ons schrijverscollectief — Van ons schrijverscollectief is Bernadette al vanaf haar afstuderen in 1979 bezig met de architecten Cuypers*, terwijl Marij vanaf 2004 betrokken is bij alles wat tot het Cuypers assortiment gerekend kan worden; als co-auteur, fotograaf, beeldredacteur en/of eindredacteur van de stukken. Sinds we gewerkt hebben aan het boek over de nieuwe Bavo/Koepelkathedraal te Haarlem (2013-2016) zijn we hoofdzakelijk bezig met de zoon van Pierre J.H. Cuypers, Joseph Cuypers, die na het einde van de Eerste Wereldoorlog met zijn gezin in het Cuypershuis in Roermond gaat wonen en daar – te beginnen in 1907 – verschillende verbouwingen op zijn naam heeft staan. Op dit moment zijn we druk bezig met de Joseph Cuypers Collectie op het gemeentearchief, waarover dit jaar nog ons E-boek verschijnt. Daarover vind je meer via deze link.

Tussendoor komt de oude Cuypers regelmatig langs, zoals bij het onderzoek naar Cuypersornamenten voor de N280 – jammer genoeg ligt Cuypers met 80 km per uur nog onder embargo* – en deze fondsenwerving voor het #Cuypersplafond. Beide projecten waren een pracht van een aanleiding voor Bernadette om zich weer te verdiepen in haar oude liefde: kleur, polychromie en monumentale schilderkunst!* Een totaal ander onderwerp dus als de eerdere crowdfunding voor het Cuypershuis – het herstel van de glasnegatieven – waar we eveneens als ambassadeur bij betrokken waren: ook al werd Cuypers senior hierin centraal geplaatst, het gros van de collectie komt uit de tijd dat Joseph Cuypers de scepter zwaaide.* 

Al deze onderwerpen komen met grote regelmaat aan de orde op onze Facebookpagina: http://bit.ly/VanHHOrg2FB
Ga eens kijken en ‘like’ de pagina, zodat de berichten als de bovenstaande een nog grotere actieradius bereiken!

;-) B&M

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


Verwijzingen &
  • We spreken tegenwoordig over de architecten Cuypers, omdat inmiddels gebleken is dat zowel Pierre J.H. Cuypers en zijn zoon Joseph Th.J. Cuypers, als Joseph Th.J. Cuypers en diens zoon Pierre J.J.M. Cuypers op zo’n manier hebben samengewerkt dat van een dubbel of zelfs drievoudig auteurschap gesproken kan worden. Een markant voorbeeld is de zogenaamde kathedraal van Amsterdam, de Willibrordus buiten de Veste. De oostpartij was van Pierre J.H. Cuypers, schip en transept van zijn zoon Joseph en de vieringtoren van Pierre J.J.M. Cuypers. Zie hiervoor het item over Clemens Merkelbach van Enkhuizen.
  • Hubar, Bernadette van Hellenberg, en Marij Coenen. Cuypers met 80 kilometer per uur. De uitmonstering van de N280 te Roermond. Maastricht/Ohé en Laak: Provincie Limburg/VanHH.Org, 2019.
  • Bernadette publiceerde over de polychromie van Pierre J.H. en Joseph Cuypers naar aanleiding van de inmiddels grotendeels verdwenen uitmonstering van de Servaaskerk (1884) en het herstel van de kleuren in de Teekenschool van Roermond (1997). Wat betreft kleur en polychromie schreef ze vanaf 2004 samen met Marij het rapport in het kader van het grote onderzoek naar het Cuypershuis (De muziek van het licht, 2007), het inmiddels uitverkochte boek De genade van de steiger (2013), het eveneens uitverkochte boek over de nieuwe Bavo/Koepelkathedraal Haarlem (2016) en het hierboven genoemde onderzoek over de N280 (2019).
  • Hubar, Bernadette van Hellenberg, en Marij Coenen. “Ambassadeur voor Cuypers’ glasnegatieven”. if then is now, 2017. http://bit.ly/ifthenisnow-Cuy2. Zie verder dit item op deze site. 

Verkorte link van dit item: http://bit.ly/33acc66

← Naar de hoofdpagina van Cuypers assortiment

← Naar de hoofdpagina van de Joseph Cuypers Collectie

Wie is wie in de JCC (Joseph Cuypers Collectie)

Wie is wie in de JCC? — Op deze pagina van het open atelier van de Joseph Cuypers Collectie introduceren we de spelers en figuranten in het levensverhaal van onze architect/kunstenaar/pater familias/netwerker/zoon van Pierre J.H. Cuypers et cetera. Denk eraan, dit is een groeidocument: omdat er voortdurend aan veranderd wordt, staan de noten in de hoofdtekst (hieronder) getalsmatig niet in volgorde, maar in de bronnenlijst wel.

Scroll naar beneden voor de inhoudsopgave van deze pagina!

Pierre J.J.M. Cuypers beschikte over een vliegbrevet. Wanneer de foto precies genomen is, is niet bekend (GAR JCC, fotonummer P1310611).

Pierre J.J.M. Cuypers beschikte over een vliegbrevet, wat destijds tamelijk bijzonder was. Deze foto is gemaakt in 1939-1940, toen hij voorzitter was van de Amsterdamse Aeroclub. (GAR, JCC v.n. 202; VanHH.org fotonummer P1310611).10

Familie 

Nota bene — Op alfabetische volgorde van voornaam en/of eerste voorletter.1

Charles J.A.G. Cuypers (1906-1985) (78 jaar)

Charles Joseph Adolphe Gérard Cuypers (30 november 1906-28 mei 1985) – in familiekring aangeduid als Charlot – was de jongste zoon van Joseph Cuypers en Delphine Cuypers-Povel. Hij volgde van 1925 tot 1932 een opleiding aan de ETH (Elektro Technische Hochschule) te Zürich tot werktuigbouwkundig ingenieur. Van die tijd zijn brieven bekend aan met name zijn moeder. In een ervan vertelt hij dat hij Berlage heeft ontmoet en een avond met hem in een kroeg door heeft gebracht. Berlage hield volgens hem niet op met zijn lofzang op Rusland en Moskou in het bijzonder.14

In 1934 trouwde hij met Emmy Kneepkens met wie hij – er was in de crisis nauwelijks werk te krijgen – in 1935 naar Marokko had willen emigreren, maar dat bleek minder perspectiefrijk dan verwacht. Nét vóór de Spaanse revolutie keerde het echtpaar via Spanje terug naar Roermond, waar in 1936 en 1937 de twee oudste kinderen werden geboren (Cyril in 1936, Melo(dia) in 1937). In 1938 verhuisde de familie naar Den Haag, op het Benoordenhout. Charlot werkte in die tijd op het departement van economische zaken en hield zich bezig met op houtgas gestookt vervoer (zijn afstudeerspecialisatie). In 1940 verliet hij het departement en ging werken voor een particulier bedrijf, Munninckhoff. Omdat Charlot het Benoordenhout in de oorlog te riskant vond, verhuisde hij met zijn gezin naar het Bezuidenhout. 

Na een bezoek met zijn gezin aan zijn ouders in 1944 kon hij niet meer terug naar Den Haag als gevolg van spoorwegstaking (vanaf september 1944). Tijdens hun verblijf werd in maart 1945 bij het vergissingsbombardement op het Bezuidenhout hun huis weggebombardeerd. Samen met drie kinderen (Cyril van 8 jaar, Melodia van 7 jaar en Joos van 3 jaar) en de hoogbejaarde Joseph en Delphine waren Charlot en Emmy gedwongen de Tweede Wereldoorlog uit te zitten in de kelders van het Cuypershuis. Blijkens de stukken van de JCC verbleven daar ook architect Herman Reuser en zijn vrouw (aanvankelijk zaten ze met Joseph en Delphine op ’t Zwartbroek en daarna op de Maastrichterweg). Charlot hielp zijn vader in de nadagen van de oorlog om de familiekroniek te voltooien. Het ligt voor de hand dat Joseph hem daarom in 1945 tot ‘archivaris van onze stam’ benoemt.2 

Ook na de bevrijding zou het nog een hele tijd duren eer Charlot en Emmy met hun kinderen terug konden naar Den Haag. Vandaar dat het jongste kind, de derde Pierre in de familie, in 1947 in Roermond, in het Cuypershuis, geboren is. Werk vinden in die tijd was evenmin eenvoudig. Charles heeft daarom in 1948-1949 Argentinië bezocht met – opnieuw – het oog op emigratie. Helaas bracht dat niet wat Emmy en hij ervan hadden gehoopt, dus keerde hij in 1949 terug naar zijn gezin in Nederland. Navrant genoeg heeft hij hierdoor noch bij het overlijden kunnen zijn van zijn moeder Delphine in 1948 als van zijn vader, 20 januari 1949. Terug in Nederland ging hij in Den Haag aan de slag in dienst van de Octrooiraad, terwijl de familie tot 1952 in Roermond bleef wonen. In het weekend pendelde hij naar Roermond in een jeep die uit de oorlog was overgebleven. In 1965 vertrok hij samen met Emmy naar Spanje, waar hij in 1985 overleed.2

Dit item is opgesteld met medewerking van de jongste zoon van Charlot, Pierre M. Cuypers.

Delphine M.C.A. Cuypers-Povel (1868-1948) (80 jaar)

Delphine Cuypers-Povel (23 maart 1868-17 oktober 1948) kan zeker betiteld worden als de belangrijkste persoon in het leven van Joseph Cuypers. Een aparte biografische pagina over deze markante vrouw is in wording. Om alvast een beeld van haar te krijgen verwijzen we hier naar enkele losse items:

  • De lezing die ze in 1925 hield voor de R.K. Vrouwenbond van Roermond op deze pagina (zoekterm lezing).
  • Hoe Joseph en Delphine op het einde van hun leven in Meerssen terecht kwamen, vind je op deze pagina (zoekcombinatie Bernadette Veltman).

Emmy H.J. Cuypers-Kneepkens (1905-2007) (102 jaar)

Van Emmy (16 maart 1905-27 december 2007), de vrouw van Charlot, was tot dusver niet veel bekend. Zij was de dochter van het hoofd van de lagere school in Budel (?), Emmanuel Kneepkens. Dankzij Pierre M. Cuypers kon deze lacune in de kennis gedicht worden:

Mijn moeder is geboren op 16 maart 1905 te Budel waar haar vader hoofd der school was. De familie verhuisde in 1915 naar Swalmen, waar haar vader dezelfde functie kreeg. Haar moeder, Anna Doensen, was verloskundige, net als haar moeder en haar grootmoeder.
Ze kreeg verkering met Charlot ca. 1925. Tijdens een schaatspartij op de grachten rond kasteel Hillenraedt, kwam Emmy op het ijs ten val, waarbij ze een voortand verloor, die echter door een snelle actie (Charlot met auto) kon worden hersteld, waardoor blijvend letsel werd voorkomen.
Tijdens de studie van Charlot in Zürich verbleef ze frequent in Roermond bij Delphine Cuypers-Povel die haar (met groot succes) invoerde in de Franse keuken en taal, haar detacheerde bij gerenommeerde restaurants in België en Zwitserland en haar invoerde in de sociale geleding waarin zij de familie Cuypers en in elk geval de Povels achtte thuis te horen.
Haar oordeel over haar schoonouders is bepalend geweest voor het beeld dat deze later ook bij de nazaten zouden hebben.

Zoals hiervoor bij Charles werd verteld, verbleef het gezin met de drie kinderen (Cyril van 1936, Melodia van 1937 en Joos van 1942) vanaf de spoorwegstaking, september 1944, in Roermond in het huidige Cuypershuis. Uit de kladjes voor de brieven van Joseph aan Michel blijkt dat Emmy, Cyril en Melodia in de herfst van 1940 eveneens in Roermond bivakkeerden vanwege de gevaarlijke positie van Den Haag, maar dan nog in Roerzicht (GAR JCC v.n. 200).

In de Joseph Cuypers Collectie geven de brieven Van Emmy aan haar man en schoonouders een mooi beeld van het reilen en zeilen van de familie in de jaren na de bevrijding. De vertrouwelijke toon van de brieven tussen Delphine en Emmy roept een echo op van die tussen Nenny en Delphine een generatie eerder.13

Feico Pieter Glastra van Loon (1922-2013) (90 jaar)

De Rijksluchtvaartschool te Eelde is ontworpen door Feico P. Glastra van Loon, met medewerking van Bart van der Leck (1953-1957). Foto van voor de herbestemming en restauratie door Boei: Wutsje/Wikimedia Commons/CC-BY-SA, 2013.

De Rijksluchtvaartschool te Eelde is ontworpen door Feico P. Glastra van Loon, met medewerking van Bart van der Leck (1953-1957). In de geschiedenis is het ingegaan als een werk van Feico’s oom en medefirmant Pierre J.J.M. Cuypers die op die manier de werkwijze herhaalde van zijn vader Joseph Cuypers met hem en zijn grootvader Pierre J.H. Cuypers met Joseph Cuypers. Foto van voor de herbestemming en restauratie door Boei: Wutsje/Wikimedia Commons/CC-BY-SA, 2013.

Feico Pieter Glastra van Loon kwamen we tegen tussen de brieven aan Joseph Cuypers tijdens de oorlog. Er is niet veel van de jongste zoon van Marguérite Glastra van Loon-Cuypers bewaard gebleven, maar hij schrijft interessante en goed geformuleerde brieven aan zijn grootvader Joseph Cuypers over architectuur en stedenbouw. Feico was 17 jaar toen de oorlog begon. Uit een van de brieven blijkt dat hij in oktober 1942 studeerde in Delft, dus na de heropening van de Technische Hogeschool (TH) in 1941. In 1943 blijkt hij werkzaam te zijn in Amsterdam, bij zijn oom Pierre J.J.M.Cuypers, hoewel er nauwelijks werk was en de TH Delft formeel nog ‘open’ was. Kennelijk heeft Feico de loyaliteitsverklaring in 1943 niet willen tekenen. Weer een jaar later schrijft hij zijn grootvader over hervormingen aan de Leidse universiteit, waarover slechts ‘in beperkte kring’ gesproken mag worden. Joseph Cuypers blijkt voor hem een belangrijke gesprekspartner bij de ontwikkeling van zijn ideeën over hun vak. Uit de kanttekeningen van Joseph blijkt dat hij de brieven heeft beantwoord, maar waar deze respons gebleven is, is tot dusver niet achterhaald.16

Na de oorlog volgen enkele brieven van Feico vanuit Zürich, waar ook Charles Cuypers gestudeerd heeft. Een ervan betreft een boeiende filosofische brief, waarin hij refereert aan (Frank Lloyd) Wright en het verarmde Europa! Feico is positief over moderne zakelijkheid: wat dood is, moet je overboord gooien! Het oude moet vervangen worden door eigen symbolen. Zeer waarschijnlijk heeft Feico in Zürich zijn opleiding in de architectuur voltooid.16

Als architect is hij gaan werken bij zijn oom, Pierre J.J.M. Cuypers, bij wie hij nauwelijks zelfstandig naam heeft kunnen maken. Zijn ruim twintig jaar jongere neef, Pierre M. Cuypers (zoon van Charles), gaf door dat Feico de medefirmant was van het architectenbureau Cuypers en – wat je niet zou verwachten binnen de familie Cuypers – vrij streng gereformeerd was. Hij volgde dus het geloof van zijn vader en niet dat van zijn moeder. Wat hiermee rijmt is de in 1951 in eigen beheer uitgegeven publicatie A Protestant Church. Saillant genoeg zijn de enige stukken, die in het bedrijfsarchief op HNI met zekerheid van hem zijn, foto’s van de maquette van een protestantse kerk in Pianta (Italië).17 

Een van de belangrijkste werken van Feico is de Rijksluchtvaartschool te Eelde (1953-1957), waar híj – volgens de familie – Bart van der Leck bij betrokken heeft. Dit project liep al vanaf 1948 en zal vrijwel zeer geïnitieerd zijn door Pierre J.J.M. Cuypers die als vliegenier contacten in deze wereld had. Hij heeft dan ook het auteurschap van dit werk op zijn naam staan. Zo herhaalt de geschiedenis zich in de werkverhouding van Pierre J.H. Cuypers met Joseph Cuypers, Joseph Cuypers met zijn zoon Pierre J.J.M. en de laatste met zijn neef Feico.18 

Feico erfde de muzikaliteit van zijn moeder en via haar van zijn overgrootmoeder Nenny Cuypers-Alberdingk Thijm; hij speelde violoncello (cello).30

Aparte verkorte link voor deze paragraaf: http://bit.ly/37YtIxz-JCC

Hubert (Angilbert) Cuypers (1873-1960) (86 jaar)

Wie onderzoek doet naar de architecten Cuypers, komt onvermijdelijk de componist-dirigent Hubert Cuypers (26 december 1873-22 februari 1960) tegen. Dat heb je met kerkenbouwers en kerkelijke componisten die tot elkaars generatie behoren. Ze staan zowaar gedrieën bij elkaar in de nationale wie-is-wie van 1937, Persoonlijkheden in het Koninkrijk der Nederlanden in woord en beeld: eerst Hubert die eigenlijk Angilbert heette, dan Joseph en tenslotte Pierre J.J.M. Cuypers.10 Wel of geen familie is dan de vraag. Hubert kwam uit Baexem, niet ver van Roermond, waar zijn vader organist en koster was. Hij werd opgeleid aan de kerkmuziekschool in Aken en vestigde zich daarna in Amsterdam. Hier werd hij dirigent van het koor van de Keizersgrachtkerk; tegelijkertijd zette hij zijn studie voort bij Bernard Zweers. Hubert Cuypers heeft een indrukwekkende staat van dienst en trad met grote regelmaat op in het Concertgebouw, onder met eigen werk. Er zijn jammer genoeg maar weinig uitvoeringen van zijn werk te vinden op Youtube. Alleen zijn Ave Maria en Transeamus usque Bethlehem zijn in zwang gebleven. Van de laatste is zelfs een uitvoering op Youtube van Ton Koopman en Herman van Veen. Kenners beschouwen zijn Missa in honorem Sanctissimae Trinitatis als een van zijn topwerken, maar die moet wachten op herwaardering.11 

Voor meer informatie over de relatie met de architecten Cuypers laten we graag onze genealogische vraagbaak Pierre M. Cuypers aan het woord:

Hubert Cuypers was lang een genealogisch probleem. Mijn grootvader, Joseph, had het steeds over ‘zijn neef’, maar dat klopt natuurlijk niet en zal wel wat ruimer geïnterpreteerd moeten worden.
Totdat we Emmy Ralet-Cuypers ontmoetten. Zij bewoont een chateau bij Luik (Beyne-le-Chateau). Ze hebben/ zitten in/ beheren een farmaceutisch bedrijf en hij is consul voor Zuid Korea in België. Ze sponseren aankomende musici en laten die optreden in het kasteel, waarbij dan de ‘haute volée’ van Wallonië is geïnviteerd. […] Zij – la chatelaine Emmanuela Cuypers- is van origine lerares Frans en stamt af van Hubert Cuypers. In het Cuypersjaar meldde ze zich bij mij met de stellige mededeling dat wij verwant waren. Bij het bekijken van haar genealogie viel me op dat die een hoog Baexems kostersgehalte had. Maar omdat haar vader Petrus Josephus Hubertus Cuypers heette en – volgens Emmy- een petekind van Pierre [J.H.] was, moest er wel een verwantschap zijn. Ik kon alleen vinden dat ze van een tak afstammen ergens rond 1700, dus vier generaties vóór P.J.H. Cuypers. Stammen wij af van Herman Cuypers’ en Christina Cloudt’s zoon Jacobus (1699-1756), zij stamt af van zoon Arnoldus (*1709). Allemaal erg ver terug; het blijft dus raadselachtig.
Hubert (Angilbert) Cuypers was een oudoom van Emmy Ralet-Cuypers.12

Katy (Kathy, Katrien, Katrina) (Catharina Wilhelmina Maria) Cuypers (26 augustus 1866-26 mei 1934) (67 jaar)

Voor het derde zusje van Joseph Cuypers verwijzen we in dit stadium van het onderzoek naar het item op de pagina ‘Varia deel 2 | Van Nenny, Joseph, Katy & in de JCC‘ (zoekterm Katy). 

Marguérite M.D.A. Glastra van Loon-Cuypers (21 oktober 1896-19 augustus 1986) (89 jaar)

Marguérite Maria Delphine Antoinette Cuypers (1896-1986) via MyHeritage.28

Marguérite was de oudste dochter van Joseph Cuypers en Delphine Cuypers-Povel. Of zij naar een van de standaard katholieke meisjesscholen is geweest, zoals die van de Ursulinen, is tot dusver niet bekend. Dankzij een brief van Joseph Cuypers weten we dat ze door haar ouders voor haar talen op 16-jarige leeftijd naar een katholiek gezin in Bonn (Duitsland) is gestuurd en op 18-jarige leeftijd naar de nichtjes Povel in Surrey (Engeland). Parijs voor haar beheersing van de Franse taal bleek door het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog niet meer haalbaar. Die lacune werd opgelost door Marguérite eind 1916 naar Zwitserland te sturen. Als gevolg van de confrontatie met zwaar gewonde geïnterneerde militairen in Genève besloot Marguérite met twaalf andere Nederlandse vrouwen naar Frankrijk te gaan als verpleegster: ze werkte in Nimes, Rogat en Besançon. In 1917 kwam ze met groot verlof via Parijs en Londen terug naar huis. Daar stroomden inmiddels ook zwaargewonde Duitsers en Engelsen binnen. De dochter van Victor de Stuers, Alice, stelde Marguérite voor aan de Engelse vrouw, miss Vullliamy (?), die de verzorging van haar landgenoten in Nederland organiseerde. Van haar kreeg ze eind 1917 het verzoek: ‘Kom naar Scheveningen. Binnen 14 dagen moet een hospitaal voor ± 30 zieken geheel ingericht zijn. Wil mij helpen’. Zo kwam ze begin 1918 terecht bij een kliniek voor zwaargewonde Engelse krijgsgevangenen in Scheveningen (Den Haag). Deze stond onder leiding van dokter Feico Herman Glastra van Loon (1886-1971) met wie ze in 1919 trouwde.22 Het echtpaar vertrok eind 1919 naar Indonesië – toen formeel nog Nederlandsch Indié geheten – waar Glastra van Loon eerder al (tot 1917) werkzaam was bij de bestrijding van de pest. Hier werden hun drie kinderen geboren: 1920 (Jan), 1922 (Feico Pieter) en 1926 (Ine), alle drie in Batavia.23 

De beginjaren van het huwelijk zijn afgaande op de schaarse berichten niet slecht geweest. In 1921 schrijft Delphine aan Joseph dat Marguérite haar heeft geschreven over ‘le succès du congres’; mogelijk betreft dit iets wat Feico – al dan niet met haar hulp – georganiseerd heeft. Uiteindelijk heeft Marguérite in Indonesië geen gelukkig leven met Feico gehad, zoals onder meer blijkt uit enkele (concept)brieven van Delphine.24 Op een bepaald moment – eind jaren twintig, begin jaren dertig – heeft ze haar man verlaten. Afgaande op de familieverhalen denkt Pierre M. Cuypers dat zijn tante zo’n tien jaar van Feico Glastra van Loon gescheiden is geweest. Daarna zijn ze ‘voor de kinderen’ toch weer bij elkaar gekomen. Om welke periode het precies gaat is moeilijk aan te geven. Vast staat dat Marguérite in die tijd onder meer in Genève was, waar de moeder van Pierre M., Emmy Kneepkens, optrad als een soort nanny voor de kinderen. Dat moet voor het huwelijk van Emmy en Charles zijn geweest, dus voor 1 september 1934. Op basis van het onderstaande komen we uit op 1928.

Joseph Cuypers plaatste op zijn conceptbrief van 1918 de volgende aantekening: ‘Marguerite is getrouwd op 30 april 1919. Woont te Groningen, Helpman. ‘s-Gravenhage. Batavia. Naarden Bussum en Huizen tot najaar 1938. October. Samenkomst familie 22/23 Oct. Bankastraat 143’.22 Uit de correspondentie met haar ouders blijkt dat Marguérite tijdens de Tweede Wereldoorlog in Den Haag woonde. Het bevolkingsregister online op het gemeentearchief van Den Haag (1913-1939) toont spijtig genoeg niet alle gegevens, maar wel dat het gezin van Marguérite en Feico hier uiterlijk in 1939 woonde; alledrie de kinderen worden genoemd, waarvan de oudste toen 18 of 19 was en de jongste 12 of 13 jaar. Dat dit op de Bankastraat was, is bevestigd door Pierre M. Cuypers. Uit deze gecombineerde gegevens zou je voorzichtig kunnen concluderen dat Marguérite en Feico in 1938 weer bij elkaar zijn gekomen.25 

Voor de familiekroniek had Joseph Cuypers in 1946 het volgende lijstje klaarliggen met betrekking tot Marguerite en Feico.22 Opvallende genoeg wordt de tienjarige scheiding daaruit gelaten:

  • na het huwelijk in april 1919 is het echtpaar gaan wonen in het dorpje Helpman bij Groningen, ‘bij ingenieur Wijs’. Frappant genoeg was tussen Groningen en Helpman (bij het Helperdiep) tot 1 januari 1919 een interneringskamp gevestigd geweest, bekend als het Engelse kamp. Waar Feico precies werkzaam is geweest is niet duidelijk. In datzelfde jaar vindt zijn promotie (in de psychiatrie?) plaats te Amsterdam.29 
  • in december 1919 reizen Feico en Marguérite via Frankrijk naar Batavia, waar hij als arts en docent (STO.J.A.?) werkzaam is.
  • er is sprake van een verlof in 1923-1924 in Den Haag, waarna het gezin met toen nog twee kinderen tot 1927 terugkeert naar Batavia.
  • daarna ontbreken de gegevens, maar zoals hiervoor is gereconstrueerd, is het echtpaar zeer waarschijnlijk in 1928 uit elkaar gegaan.

In de jaren dat Marguérite zonder Feico leefde, heeft ze kennelijk op verschillende plaatsen in het Gooi gewoond tot op het moment dat in Den Haag de verzoening plaatsvond.29 Verder onderzoek in de bevolkingsregisters staat op het programma! 

Pierre M. Cuypers vertelt dat Marguérite erg muzikaal was en viool speelde. Dit rijmt met het verhaal van Joseph dat ze – voor ze naar Zwitserland vertrok – ‘met vrienden de krijgsgevangenen Nederl. kampen met muziek verzet’ bood. Ze schijnt zelfs een fonds voor aankomende violisten opgezet te hebben. Haar zoon Feico speelde violoncello.26

Marguérite is de moeder van verzetsman, hoogleraar, D66 voorman en staatssecretaris van justitie Jan Glastra van Loon (1920-2001), van architect Feico Glastra van Loon (1922-2013) en via deze de grootmoeder van schrijver Karel Glastra van Loon (1962-2005). Haar dochter Ine (Delphine) de Mol van Otterloo (1926-2016) was fysiotherapeut.27

Bronnen
  • 22) Deze bibliografische gegevens zijn ontleend aan GAR JCC v.n. 90, conceptbrief van Joseph Cuypers aan pater Herman Ermann sj, d.d. 20 mei 1918. Zie ook GAR JCC v.n. 134, Kroniek van de familie Cuypers-Povel, opgemaakt door Joseph Cuypers, deel 2. 
  • 23) Mail van Pierre M. Cuypers d.d. 19 aug 2021. Zie de vorige noot.
  • 24) Zie de vorige noot. Voorts GAR, JCC, v.n. 90 (brief Delphine d.d. 28/9/1921, fotonummers IMG_3865.JPG, IMG_3866.JPG). Voorts v.n. 196 Stukken met betrekking tot de kroniek.
  • 25) Zie noot 22. Het adres Bankastraat in Den Haag komt ook voor in de correspondentie met Marguérite (precieze nummers en data opzoeken). De brief uit 1943 bevindt zich in GAR JCC v.n. 175. Gemeentearchief Den Haag, invent.nr. 575, toegangsnummer 0354-01.575, Bevolkingsregister (1913-1939), 0354-01.575: de betreffende scan is niet zichtbaar, omdat bij het Haagse archief niet bekend is of al de vermelde personen zijn overleden. Zie de mail van Pierre M. Cuypers, noot 23: ‘Ze woonden inderdaad in de Bankastraat, want ik ben daar met mijn ouders nog op bezoek geweest (50-er jaren)’. Het gezin van Charles en Emmy, waarvan Pierre M. het jongste kind is, woonde eveneens in Den Haag. 
  • 26) Zie noot 22. Voor Feico en de violoncello zie GAR JCC v.n. 203, brieven aan zijn grootvader Joseph Cuypers over architectuur en stedenbouw.
  • 27) Voor Jan Glastra van Loon zie het lemma op Wikipedia. Idem voor Karel Glastra van Loon. Over de jongste dochter, Delphine M. Glastra van Loon, gaat dit artikel: Welgraven, Co. ‘Sterke fysiotherapeute met levenslange missie’. Trouw, 24 oktober 2016. bit.ly/2z7LL4t-JCC. Het laat mooi zien hoe legendevorming binnen de familie tot stand kwam: Ine vertelt dat haar ouders elkaar aan het front hebben leren kennen, wat dus gelet op de conceptbrief van Joseph (zie noot 22) niet het geval was.
  • 28) De genealogische gegevens op deze pagina zijn ontleend aan: Pierre M. Cuypers, ‘CUYPERS – MyHeritage’.
  • 29) Voor het Engelse kamp zie het betreffende lemma op Wikipedia. Idem wat betreft het Helperdiep. Zie voorts noot 22.

Deze paragraaf kan apart geciteerd worden als: Hubar, Bernadette van Hellenberg. ‘Marguérite M.D.A. Glastra van Loon-Cuypers (1896-1986) | Wie is wie in de JCC (Joseph Cuypers Collectie)’. Onder redactie van Marij Coenen. VanHellenbergHubar.org, 2021. https://bit.ly/3jhHDXo-JCC.

Aparte verkorte link voor deze paragraaf: https://bit.ly/3jhHDXo-JCC

Nenny (Antoinette Catherine Thérèse) Cuypers-Alberdingk Thijm (15 maart 1829-7 januari 1898) (68 jaar)

Voor de moeder van Joseph Cuypers verwijzen we in dit stadium van het onderzoek naar het item op de pagina ‘Varia deel 2 | Van Nenny, Joseph, Katy & in de JCC‘ (zoekterm Nenny). 

Paulus Franciscus Maria Jozef Versteegh (29 augustus 1895, Besuki, Indonesië-25 januari 1971, Rotterdam)

Paulus of Paul Versteegh was het voogdijkind van Joseph Cuypers, zoon van een van zijn oudste en beste vrienden, Paul (Jean Paul Ernest) Versteegh (Pasuruan, Indonesië, 7 oktober 1858-Den Haag, 14 november 1901). Na zijn studietijd in Delft keerde Paul (J.P.E.) terug naar ‘Nederlandsch Indië’, waar hij werkzaam was in de opiumregie. Joseph Cuypers kende hem al vanaf hun HBS-tijd op Rolduc (GAR, JCC v.n. 208) en zou na diens dood samen met Delphine de opvoeding ter hand nemen van diens zoon (GAR JCC v.n. 156): Paulus Franciscus Maria Jozef Versteegh (29 augustus 1895, Besuki, Indonesië-25 januari 1971, Rotterdam). Zijn moeder was een inlandse vrouw, waarvan alleen de voornaam bekend is: Minah. Blijkens de gezinskaart van Joseph Cuypers in Amsterdam werd Paulus Versteegh opgevat als ‘bezoek’. De zes jaar oude jongen kwam na de dood van zijn vader alleen uit ‘Oost Indië’ over en wordt 15/?/02 ingeschreven op de gezinskaart. Op 25 september 1902 vertrekt hij naar Roermond met als bestemming ‘pensionaat St. Louis’.20 Paul was maar een paar jaar jonger dan Pierre J.J.M. en Michel, dus mogelijk paste de jongen niet in de toenmalige gezinsverhoudingen of werd het als deel van zijn opvoeding opgevat om hem bij de broeders van Maastricht (vestiging Roermond) op kostschool te doen.

Bij de condoleances na het overlijden van Joseph Cuypers zit onder meer een brief van de tweede ex-vrouw van Paul Versteegh, E. Versteegh-Vennik. Daaruit komt een beeld naar voren van iemand die zich ontwikkeld heeft tot een weinig stabiele, onrustige persoonlijkheid. De situatie waarin hij zich bevond, doet erg denken de aflevering van Verborgen Verleden met als gast Georgina Verbaan. 
In het dossier over de voogdij bevindt zich overigens een prachtige necrologie van Joseph Cuypers over Paul Versteegh senior.20

Pierre J.J.M. Cuypers (1891-1982) (90 jaar)

Pierre J.J.M. Cuypers (11 juli 1891-3 april 1982) is de oudste zoon van Joseph Cuypers en Delphine Cuypers-Povel. Op het moment dat hij in Delft bouwkunde aan de Technische Hogeschool wilde studeren brak de Groote oorlog/Eerste Wereldoorlog uit (1914) en werd Nederland gemobiliseerd. Pierre heeft vier jaar in het leger gezeten en toen hij gedemobiliseerd werd, was het moment om te studeren voorbij. Een groot deel van het familiekapitaal was verdampt (Russische Revolutie, nationalisatie Russische Staatsspoorwegen), hij was getrouwd – met Jopie van der Crab – en moest dus ook in zijn inkomen voorzien. Uit het huwelijk van Pierre en Jopie werd één kind geboren: Adriana Margaretha Cuypers 22 maart 1922-8 juni 2016, in de familie Margrietje genoemd. Uit enkele stukken in de JCC kan opgemaakt worden dat Jopie zeer waarschijnlijk is overleden aan tbc. Pierre J.J.M. hertrouwde later met Mieke (Margaretha) de Vries.19

In de familiekroniek die Joseph Cuypers bijhield zit een kladje met daarop de aantekening: ‘Bureau verhuisd naar Vondelstr. (met potlood ingevoegd 79) na Wapenstilstand 1918, terwijl Pierre daarin trekt en weldra Jan Six daar[onder?] komt wonen’. Uit een aanvaring tussen vader en zoon in 1932 blijkt dat de associatie tussen Joseph en Pierre nooit geformaliseerd is. Pierre heeft ook nog samengewerkt met Dom Bellot en een eigen bedrijf erop nagehouden. Na de Tweede Wereldoorlog heeft hij ‘Architectuur’, zoals deze bedrijfstak in de familie heette, onder de oude naam van Joseph Cuypers en Pierre Cuypers voortgezet, waarbij onder meer zijn neef Feico Glastra van Loon, zoon van zijn zus Marguerite, ingeschakeld werd.3

In de hiervoor genoemde Persoonlijkheden in het Koninkrijk der Nederlanden in woord en beeld (1937) staan niet alleen gegevens over de (voor)opleiding van Pierre J.J.M. en zijn loopbaan als officier en architect, maar ook over zijn activiteiten als wereldreiziger en vliegenier. Op 1 oktober 1968 ontving hij – 77 jaar oud – als ‘oudste Nederlander met een geldig vliegbrevet’ op Schiphol de nieuwe luchtvaartzegels die op die dag waren verschenen (ANP). 10

Rosa (Felicitas Catharina Rosalia) Cuypers (1852-1936) (83 jaar)

De familie Cuypers in het groen, met onder andere Pierre senior, Joseph en Delphine en enkele kinderen, Rosa en haar man Eduard, en Katy. Herkomst Cuypershuis Roermond, nr 6509.

De familie Cuypers in het groen. Het Cuypershuis suggereert dat deze foto bij Cuypers’ 80ste verjaardag is gemaakt (1908), maar het kan om willekeurig welke familiebijeenkomst na 1900 gaan. Een aardige indicatie is de aanwezigheid van Eduard Alberdingk Thijm, de man van Rosa die in de verte bij de oude Cuypers staat. Hij overleed 60 jaar oud op 19 juni 1911. Zijn vrouw zit naast Delphine Cuypers-Povel (uiterst rechts van de boom in het midden). De setting is niet duidelijk, maar kan heel goed in de tuin bij het Cuypershuis zijn die tot de Frans Douvenstraat doorliep. Daar lag een gemengde landschappelijke tuin naar ontwerp van Henri Copijn en/of Joseph Cuypers.4 Heeft men een beroepsfotograaf ingehuurd of bediende iemand van het gezelschap de camera? Op de site van het Cuypershuis staat een genummerde versie met de mogelijke namen van de aanwezigen. Herkomst Cuypershuis Roermond, nr 6509.

Rosa (10 april 1852-14 maart 1936) is de oudste dochter uit het eerste huwelijk van Pierre J.H. Cuypers met de liefde van zijn Antwerpse academiejaren, Rosalie de Vin. De meest recente stand van zaken over haar is te vinden in de Cuypersbiografie (2007) van Wies van leeuwen.5 Haar moeder en zusje stierven met een paar maanden verschil in 1855. De eerste jaren is Rosa verzorgd door haar tante, een zus van Rosa die gehoopt had haar plaats in te nemen. Toen Cuypers Nenny Alberdingk Thijm leerde kennen en met haar verder wilde, werd dit een van de struikelblokken voor haar broer en zijn beste vriend Joseph die hij als hoofd van de familie om toestemming verzocht. Zijn schoonzus keert na de verloving van Pierre en Nenny (1858) terug naar Antwerpen; het contact met de familie van de Vin zal hierna geleidelijk uitdoven. Na het huwelijk (3 maart 1859) nam Nenny de opvoeding van ‘Roosje’ ter hand, wat zeker in het begin niet eenvoudig bleek te zijn. In 1862 vertrekt Rosa naar het pensionaat Jeruzalem van de Ursulinen in Venray, aan welk complex Cuypers zijn hele loopbaan gewerkt heeft door steeds verdere uitbreidingen. Deze staalkaart van zijn oeuvre ging in de Tweede Wereldoorlog verloren. 

In de JCC is met name v.n. 198 een belangrijke bron van informatie over Rosa. Hierin zit een selectie van brieven van Nenny aan haar stiefdochter, vanaf de kostschooltijd (te beginnen met 4 maart 1863) tot haar huwelijksreis met Eduard Alberdingk Thijm in oktober 1876. Vader Pierre maakte deze selectie voor zijn neef Jan Alberdingk Thijm, om te verwerken in het album In Memoriam – Antoinette Cathérine Thérèse Cuypers-Alberdingk Thijm.6 Uit de brieven blijkt dat Nenny haar best doet om haar stiefdochter te bereiken, maar dat die – hoewel niet echt onhartelijk – gesloten en afstandelijk is. Toen Nenny in het gezin trad was Rosa bijna 7 jaar oud; ze was vanaf de dood van haar moeder op driejarige leeftijd verzorgd door haar tante die als het ware verjaagd werd door de tweede vrouw van haar vader. Alle ingrediënten voor een moeizame relatie waren aanwezig. 

Zoals hiervoor aangegeven trouwde Rosa in in de familie Alberdingk Thijm door haar huwelijk met Eduard, een neef van Nenny. Zijn zus, Louise, trouwde met Frans Stoltzenberg junior (1838-1909), de zoon van de vennoot van Cuypers. Dit verklaart waarom Rosa en Eduard er alles aan gedaan hebben om te voorkomen dat de vennootschap Cuypers & Stoltzenberg werd ontbonden. Door het faillissement van Frans Stoltzenberg zijn zowel de oude Cuypers als Eduard veel geld kwijtgeraakt. De verhouding met zijn zwager Joseph was en bleef goed tot het einde van zijn leven (1911). Door het gechicaneer van vader Pierre in de aanloop naar en tijdens de Eerste Wereldoorlog, verslechterde de relatie tussen Joseph aan de ene kant en Rosa en zijn jongste zus Annie aan de andere. Na het overlijden van hun vader is het niet Joseph die de erfenis afhandelt, maar zijn zoon Pierre (inmiddels 29 jaar oud). Joseph is duidelijk klaar met deze twee zussen en opent zelfs de envelop niet waarin de kwitanties zitten met betrekking tot de erfenis.7

Yvonne M.T. Cuypers (1899-1980) (80 jaar)

Yvonne Marie Thérèse Cuypers (5 april 1899-7 maart 1980) was de jongste dochter van Joseph Cuypers en Delphine Cuypers-Povel. Ze was een gevoelige persoonlijkheid met belangstelling en aanleg voor kunst. In 1914 gaat ze volgens de familiekroniek van Joseph Cuypers naar ‘de Teekenschool voor meisjes’. Op het eerder genoemde kladje staat bij 1915: ‘Yvonne te Haarlem en Vogelenzang School (met potlood toegevoegd) Kunst Nijverheidsch.’. Van dat jaar is een schetsboek van Yvonne bewaard gebleven. Verder vermeldt Joseph in 1920; ‘… en studeert Yvonne […] bij Cornelie van Zanten en Tilly Koenen’. Een meer compleet beeld van haar wederwaardigheden komt naar voren uit de brief die Joseph Cuypers in 1923 (?) aan dr F. Allmann in Duitsland schrijft, die Yvonne zal behandelen.

Uiteindelijk kiest ze voor een toekomst als religieuze, maar na het zware noviciaat bij de zusters Clarissen-Capucinessen in Amsterdam (1922-1923?) belandt ze in een heftige mentale crisis. Naar het zich laat aanzien is ze daar nooit echt overheen gekomen, ook niet na de behandeling door dr. Allmann. Ze bleef levenslang het zorgenkind van haar ouders. Vanaf vermoedelijk de late jaren ’30 woont Yvonne in bij de franciscanessen in Mariënwaard (Maastricht). Na de dood van haar moeder schrijft Marguerite aan Charles – die dan in Argentinië zit, dat Yvonne vermoedelijk onder invloed van overgangsjaren zeer lastig en onberekenbaar is geworden. Ze kan niet bij de zusters blijven. Het is Marguerites man, Feico Glastra van Loon, gelukt om een plaats voor haar in Santpoort te krijgen, zodat ze deskundige medische verzorging kan krijgen.8

Namen en jaartallen

Vooruitlopend op de ‘wie is wie’ worden de dramatis personae hier alvast in het kort opgevoerd. 

Familie Cuypers (op alfabetische volgorde van voornaam/eerste voorletter)

  • Annie (Anny) (Anna Josepha Theodora Maria) Mathon-Cuypers (1873-1961)
  • Antoinette (Nenny) Catherine Thérèse Cuypers-Alberdingk Thijm (15 maart 1829-7 januari 1898) (68 jaar)
  • Bernadette (Marguerite Maria Bernadette) Veltman-Povel  (20 mei 1876-7 juli 1957) (81 jaar)
  • Catharina Alberdingk-Thijm (24 november 1793 -1 augustus 1864) (70 jaar)
  • Charles (Charlot) Joseph Adolphe Gérard Cuypers (30 november 1906-28 mei 1985) (78 jaar)
  • Cyril (Cyrillus) Josephus Carolus Eduardus Cuypers (7 september 1936-14 februari 2019) (82 jaar)
  • Delphine Marie Clara Antonie Cuypers-Povel (23 maart 1868-17 oktober 1948) (80 jaar)
  • Door, Dora (Dorothea Anna) Fuchs-Alberdingk Thijm (30 januari 1825-3 augustus 1910) (85 jaar)
  • Eduard Maria Alberdingk Thijm (4 november 1850-29 juni 1911) (60 jaar)
  • Emmy (Emma Hendrika Josephina) Cuypers-Kneepkens (16 maart 1905-27 december 2007) (102 jaar)
  • Enny (Engelina Everdina) Cuypers-Schlencker (10 juni 1889-19 mei 1954) (64 jaar), getrouwd met Michel/Michael Cuypers.
  • Feico Herman Glastra van Loon (1886-1971), echtgenoot van Marguérite Cuypers.
  • Feico P. Glastra van Loon (1922-2013) (90 jaar), zoon van Marguérite Cuypers, getrouwd met Adri Glastra van Loon-Voorhoeve .
  • Hubert Cuypers (26 december 1873-22 februari 1960) (86 jaar)
  • Jan Glastra van Loon (16 maart 1920 – 22 oktober 2001) (80 jaar), zoon van Marguérite Cuypers.
  • Jan (Joannes Carolus) Alberdingk Thijm sj (1847-1926)
  • Joannes Franciscus Alberdingk (22 oktober 1788-15 april 1858) (69 jaar)
  • Jopie (Johanna) Cuypers-van der Crab, eerste vrouw van Pierre J.J.M. Cuypers (17 december 1894-30 april 1929) (34 jaar)
  • Josef P.D. Cuypers (*1942)
  • Joseph (Joop/Joô) Th.J. Cuypers (10 juni 1861-20 januari 1949) (87 jaar)
  • Karel E. Veltman, echtgenoot van Bernadette Veltman-Povel (18 april 1874-18 juli 1940) (66 jaar)
  • Karel J.L. Alberdingk Thijm, alias Lodewijk van Deyssel (22 september 1864–26 januari 1952) (87 jaar)
  • Katy (Kathy, Katrien, Katrina) (Catharina Wilhelmina Maria) Cuypers (26 augustus 1866-26 mei 1934) (67 jaar)
  • Margriet (Adriana Margaretha) Dons-Cuypers, dochter van Pierre J.J.M. en Jopie Cuypers van der Crab (22 maart 1922-8 juni 2016) (94 jaar)
  • Marguérite Marie Delphine Antoinette Cuypers Glastra van Loon-Cuypers (21 oktober 1896-19 augustus 1986) (89 jaar)
  • Melodia Henrica Anna Elisabeth Antoinette Tulkens-Cuypers (* 28 december 1937)
  • Mia (Maria Catharina Ursula) Taen Er Toeng-Cuypers (1864-1944)
  • Mieke (Margaretha) Cuypers-de Vries, tweede vrouw van Pierre J.J.M. Cuypers (13 juli 1919-11 oktober 1991) (72 jaar)
  • Michel (Michael) Edouard Jean Antoine Cuypers (25 november 1892-20 juli 1971)
  • Nenny = Antoinette Catherine Thérèse Cuypers-Alberdingk Thijm (15 maart 1829-7 januari 1898) (68 jaar)
  • Pierre Jean Joseph Michel Cuypers (11 juli 1891-3 april 1982) (90 jaar)
  • Pierre M. Cuypers (*11 juni 1947)
  • Rosa Felicitas Catharina Rosalia Cuypers (10 april 1852-14 maart 1936) (83 jaar)
  • Yvonne Marie Thérèse Cuypers (5 april 1899-7 maart 1980) (80 jaar)

Van de gecursiveerde personen zijn geen stukken afkomstig in de JCC; wel wordt er over hen geschreven.

Namen vrienden en netwerk (op alfabetische volgorde eerste voorletter/voornaam)

  • François Charles Stoltzenberg
  • Frans Hubert Stoltzenberg (1838-1909)
  • Jan (Johannes Franciscus Maria) Sterck (1859-1941)
  • Joep (Josephus Antonius Hubertus Franciscus) Nicolas (6 oktober 1897-25 juli 1972) (zie item over JCC v.n. 206)
  • Nics F.A. Molenaar (1892-1973)
  • Paul (Jean Paul Ernest) Versteegh (Pasuruan, Indonesië, 7 oktober 1858-Den Haag, 14 november 1901) (43 jaar)
  • Victor E.L. de Stuers, jonkheer mr. (20 oktober 1843-21 maart 1916)
  • Willem Everts, monseigneur dr. (8 maart 1827 – 8 juni 1900)
Idem (op alfabetische volgorde achternaam)
  • Kronenburg cssr, Joannes A.F. (1853-1940)
  • Noort, Mgr. Dr. Gerardus Cornelis van (9 mei 1861-15 september 1946) (85 jaar)
  • Stoks cssr, Pater Martin (18 februari 1881-10 augustus 1958 (77 jaar)

Delen &

Delen is ons motto, dus iedereen mag gebruikmaken van de gegevens die hier staan, maar wel binnen de termen van de Creative Commons licentie.9

Over delen gesproken, je kunt ons en andere onderzoekers helpen door deze pagina te delen via de knop delen onderaan de pagina.

Meer weten over de centrale figuur van de JCC? Surf dan naar De nieuwe Bavokathedraal en Cuypers assortiment.

Het project komt verder met grote regelmaat aan de orde op onze Facebookpagina: http://bit.ly/VanHHOrg2FB
Ga eens kijken en ‘like’ de pagina, zodat de berichten over Joseph Cuypers en dit project een nog grotere actieradius bereiken!

;-) B&M

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


Bronnen &

De verkorte titels verwijzen naar de bibliografie van de JCC! Omdat de voorliggende pagina een groeidocument is, waar voortdurend aan veranderd wordt, staan de noten in de hoofdtekst (hierboven) getalsmatig niet in volgorde, maar in het overzicht hieronder wel. 

De Joseph Cuypers Collectie wordt geïnventariseerd in opdracht van het gemeentearchief van Roermond (GAR).

  1. De genealogische gegevens op deze pagina zijn ontleend aan: Pierre M. Cuypers, ‘CUYPERS – MyHeritage’.
  2. GAR JCC v.n. 83, 96, 162-164; Prikbord met nota bene’s (zoektermen Charles en/of Emmy). Voor Herman Reuser zie GAR JCC v.n. 179 en het lemma over de AKKV op Wikipedia. Zie het lemma op Wikipedia voor het bombardement op het Bezuidenhout, waarbij ook een kerk van Nicolaas Molenaar senior, met een uitmonstering van Joseph en Pierre J.J.M. Cuypers verloren ging. Ook de muurschilderingen en de glazen van Antoon Molkenboer werden vernietigd (Hubar e.a., De genade van de steiger, pp. 118; 339; voorts Reliwiki). Het verhaal over Marokko is afkomstig van Pierre M. Cuypers.
  3. GAR JCC v.n. 127, 133. Aardweg e.a., Persoonlijkheden in het Koninkrijk der Nederlanden in woord en beeld, zoekterm Cuypers.
  4. Zie Hubar, Rien de pareil, deel 2 (zoekterm Copijn): er lag een enorme beboste tuin achter het Cuypershuis, zoals uit de afgebeelde luchtfoto uit 1933 blijkt.
  5. Van Leeuwen, Pierre Cuypers, architect, pp. 13-15; 21-28; 282, 285-286, 325.
  6. GAR JCC v.n. 198. Pierre J.H. Cuypers, In Memoriam – Antoinette Cathérine Thérèse Cuypers-Alberdingk Thijm. Zie hierover het item in Varia deel 2 van de JCC (zoekterm Nenny).
  7. GAR JCC v.n. 88, 99, 182, 198. Voor de kwestie Stoltzenberg zie Hubar, Rien de pareil, deel 1 (zoekcombinatie: Buddenbrooks revisited) en Prikbord met nota bene’s (zoekterm Stoltzenberg).
  8. Zie onder meer GAR JCC v.n. 97, brief van Thomas Kwakman d.d. 29/10/1924); hierin bevindt zich ook een brief van Joseph Cuypers aan een Duitse psychiater, dr. Allmann (1923). Voorts deel 1 van de familiekroniek in GAR JCC v.n. 133. Het schetsboek bevindt zich in GAR JCC v.n. 29. Ook Yvonne’s broer Michel refereert in een brief aan de artistieke aanleg van Yvonne (vermoedelijk in GAR JCC v.n. 87 (#controleren). Mariënwaard: GAR, JCC, v.n. 96, brief van Delphine aan Charles, circa 7-11 augustus 1948. De brief van Marguerite aan Charles bevindt zich in GAR JCC v.n. 96.
  9. Voor deze site hanteren we de Creative Commons licentie, gespecificeerd onder deze link: http://bit.ly/Copyright-CC-BY-NC-SA-4-0. Dus geen commercieel gebruik en absoluut naamsvermelding, zoals geldt voor al onze teksten en foto’s op onze sites. Hiertoe rekenen we ook onze pagina’s op Facebook en Blogger. Voor de goede orde, alles wat ten dienste komt van kennisverspreiding, beheer en behoud van erfgoed zonderen we uit van commercieel gebruik.
  10. Jaartallen en Amsterdamse Aeroclub staan op de achterzijde van de foto aangegeven. Voor deze hobby van Pierre J.J.M. Cuypers zie Aardweg e.a., Persoonlijkheden in het Koninkrijk der Nederlanden in woord en beeld, zoekterm Cuypers. Met dank aan Stephan van Rijt voor het opsporen van de foto van de luchtvaartzegels: Geheugen van Nederland, ANP Foundation.
  11. Kramer, Thijs. “Hubert Cuypers (1873-1960). Missa in honorem Sanctissimae Trinitatis Op. 5”. Vocaalensemblefioretto.nl, z.j. http://bit.ly/2lbAxYE-JCC. Voor de algemene gegevens over Hubert Cuypers zie noot 10 en het lemma op Wikipedia.
  12. Mail van Pierre M. Cuypers aan VanHH.org d.d. 13/6/2019.
  13. GAR JCC v.n. 96, 164 (Emmy) en GAR JCC v.n. 92 (Delphine).
  14. GAR JCC v.n. 96. Heijden, Marien van der. “BERLAGE, Hendrik Petrus | BWSA”. BWSA | Biografisch Woordenboek van het Socialisme en de Arbeidersbeweging in Nederland, 1995-2003. http://bit.ly/2LxeM1E-JCC.
  15. Mondelinge overleveringen zijn in principe net zo betrouwbaar als – geschreven – archiefstukken, maar beide type bronnen dienen geïnterpreteerd te worden volgens wetenschappelijke uitgangspunten (oral history). Bij oral history en geschreven ego-documenten moet onder meer rekening gehouden worden met de verhalende kracht van het geheugen en ons brein, zoals beschreven Visser, ’75 jaar oorlogsherinneringen’ en Mieras, Ben ik dat?, p. 357.
  16. GAR JCC v.n. 203.
  17. Glastra van Loon, Feico P. A Protestant Church. (in eigen beheer), 1951. http://bit.ly/2LdR8p0-JCC (moet nog opgespoord worden!). Glastra van Loon, Feico P., en HNI/Nai. “CUYPf2382 Protestantse kerk”. Cuypers, P.J.H. , J.Th.J. & P.J.J.M / Archief. Zoeken.hetnieuweinstituut.nl, z.j. bit.ly/35N2iZA-JCC.
  18. Glastra van Loon, Feico P., Pierre (JJ.M.) Cuypers, en HNI/Nai. “CUBA.110383242 Rijksluchtvaartschool in Eelde”. Bureau Cuypers/ Archief. Zoeken.hetnieuweinstituut.nl, 1948 1956. bit.ly/37VGk8L-JCC. Pierre M. Cuypers verwijst naar de weduwe Van Feico, Adri Glastra van Loon-Voorhoeve, die nog leeft en een belangrijke bron van informatie is.
  19. Voor de lotgevallen van Pierre J.J.M. zie de tweedelige familiekroniek  GAR JCC v.n.v.n. 133-134. Voor Jopie van der Crab (1894-1929), haar dochter Margriet (Adriana Margaretha) Dons-Cuypers (1922-2016) en de tweede vrouw van Pierre J.J.M. Cuypers, Mieke (Margaretha) Cuypers-de Vries (1919-1991) zie voorts GAR JCC v.n. 202.
  20. GAR JCC, v.n. 179, 140, 142, 156, 208. Bevolkingsregister Gezinskaarten: NL-SAA-2118784. “Joseph Th.J. Cuypers (Cuijpers) en gezin”. Archiefbank Gemeente Amsterdam Stadsarchief, 1889-1921. http://bit.ly/2nJKjmE-JCC. Vennik, E. E. “Paulus Franciscus Maria Jozef Versteegh (1895-1971) » Stamboom Vennik » Genealogie Online”. Genealogie Online, z.j. bit.ly/2BHRNKJ-JCC (nog toevoegen aan bibliografie).
  21. Levensdata ontleend aan Genealogieonline.nl: https://www.genealogieonline.nl/alle-begijnen-van-amsterdam/I687.php (behelst tevens een biografie). Nog toevoegen aan de bronnenlijst.

Vervolg noten

Deze pagina in augustus 2021 bijgewerkt! Verkorte link van dit item: http://bit.ly/2XOboBF-JCC

← Naar het Open atelier | de hoofdpagina van de Joseph Cuypers Collectie | de inhoudsopgave van deze pagina