Topic spolia in #kerkverhalen

Leestijd circa 11 minuten

Topic spolia in #kerkverhalen maakt deel uit van de mirror ‘De kerk als buit’ die ik in 2016 schreef voor het platform Ifthenisnow.eu. Ook de hieronder gehanteerde indeling in algemeen, tijd en plaats, is daaraan ontleend.

We zijn inmiddels vijf jaar verder: het aantal kerksluitingen is gestegen. Veel ervan zijn rijksmonumenten die worden herbestemd wat betekent dat interieurstukken voor een deel verdwijnen. Een centraal registratiesysteem van wat er is en waar het naar toegaat, is er nog altijd niet. Niemand pakt de handschoen op, ook de RCE niet die over beschermde rijksmonumenten en hun interieurs gaat.1 En zo keert de wal het schip!

Algemeen: sloopafval of buit? Toeval of bewust?

Spolia zijn buit, maar niet zomaar buit. Het zijn de vaak kostbare restanten die na een veldtocht geroofd of meegenomen werden en later verwerkt zijn in een gebouw of voor de inrichting van een heiligdom. Op een gegeven moment slaat het begrip ook op overblijfselen die hergebruikt zijn. De vroegchristelijke kerken van Rome zitten er vol van! Vooral basementen, zuilen en kapitelen, afkomstig uit vervallen of verwoeste tempels, waren populair. Ook Nederland kent dit soort voorbeelden, waaronder de Romeinse elementen in de O.L. Vrouwekerk van Maastricht en de Barbarossakapel van Nijmegen.2 In dat laatste geval werd zeer waarschijnlijk de boodschap afgegeven dat de keizer zich als directe erfgenaam van zijn illustere Romeinse voorgangers beschouwde. Heel anders is het gesteld met de sloop van kerken vanaf circa 1970. Dan wordt alles te gelde gemaakt wat ook maar iets waard is, vaak alleen al om de sloopkosten te drukken. Een diaspora van kerkelijke kunst is het gevolg.

Tijd: van alle tijden! Schaarste en overvloed

Spoliatie treffen we al aan in het Oude Testament, bij de bouw van de tabernakeltent voor de ark van het verbond, waarvoor de schatten uit Egypte, de spolia Ægyptiorum, werden omgesmolten.3 Door de schaarste aan bouwmaterialen was het vroeger sowieso gebruikelijk om materiaal uit gesloopte gebouwen te hergebruiken. Kijken we naar kerken dan zien we een stijgende lijn van spoliatie met vanaf de eerste golf kerksluitingen in de jaren 1970. Het glas in lood van de Dominicuskerk in Alkmaar (ontworpen door Pierre J.H. Cuypers in 1863 en gesloopt in 1985) verdween om een nieuwe bestemming te krijgen in Amerikaanse kerken.4 Maar ook dichter bij huis vonden vormen van spoliatie plaats. In Roermond liet het Cuypershuis een basement, zuil en kapiteel van deze kerk in de pandgang van het museum opnemen. Zo is tenminste één voorbeeld van de rijke bouwsculptuur van deze Cuyperskerk voor het publiek behouden gebleven.5

Plaats: de kleine Eusebius op de wereldmarkt

Spoliatie is alleen mogelijk als er een voorraad is aan her te gebruiken materiaal. En daarvan is voldoende, zoals blijkt uit de lotgevallen van de inboedel van de Kleine Eusebiuskerk uit Arnhem (gesloopt in 1990).6 De inventaris is opgeslagen met als waarschijnlijke doel Japan: ‘Ze bouwen daar de Notre Dame en de San Marco na als attractie’, vertelde de opkoper.7 Bij dit voorbeeld van spoliatie zal het niet blijven. Veel kerken worden gesloten en herbestemd of gesloopt. Zo komen uitmonsteringen vrij, die nergens naartoe kunnen omdat een centrale opslag ontbreekt. Het Catharijneconvent probeert te bemiddelen, maar beperkt zich grotendeels tot kleine, roerende objecten, heeft nauwelijks aanbod en loopt zo met een grote boog om de eigenlijke problematiek heen.8 De provincie Limburg heeft een depot voor glas in lood opgericht, maar dat is slechts een deel van de inventaris.9 Opkopers vullen onvermijdelijk het gat in de markt.


Op de achtergrond

De spolia van de Dominicuskerk van Alkmaar bij het Cuypershuis. Foto bvhh.nu 2015.

De pandgang van het Cuypershuis, ontworpen door Joseph Cuypers, met een zuil basement en kapiteel uit de Dominicuskerk (1863-1866) van Pierre J.H. Cuypers. Hij staat hier opgesteld tussen gipsen voorbeelden van bouwsculptuur. Foto bvhh.nu 2015. 

De handel in spolia die al vanaf de oudheid bestaat, heeft er vanaf het laatste kwart van de vorige eeuw een nieuwe dimensie bijgekregen door de sloop van kerken en de verhandeling van hun uitmonstering. Zelf kwam ik daar voor het eerst mee in aanraking tijdens de sloop van Cuypers’ Dominicuskerk in Alkmaar in 1985, als secretaris van het Cuypersgenootschap. Als bestuur raakten we daar in een veel te laat stadium bij betrokken en voor ons restte dan ook niet veel meer dan fysiek afscheid nemen van dit bijzondere oeuvre van de naamgever van ons genootschap. De keren dat we er waren viel ons op hoe mooi de kerk ondanks de verregaande onttakeling nog was. Toen het feitelijke moment van sloop dichterbij kwam, kwamen ook telefoontjes van diverse figuren en organisaties die geïnteresseerd waren in de spolia: de een vanwege het cultuurhistorisch belang, de ander omwille van het gewin. Wies van Leeuwen heeft toen bij wijze van requiem een uitgebreide fotoreportage gemaakt en een vlammend betoog geschreven voor De Sluitsteen.

‘En hoe beschamend is die sloop zelf! Tientallen Alkmaarders kunnen zien hoe het van buiten grijs verweerde kerkgebouw als het ware openbreekt als een kleurige bloem die nog eenmaal in alle rijkdom van kleur haar bogen, pijlers, kapitelen en het veelkleurige baksteenmozaïek toont. Naast de ruïne en op een stukje industrieterrein liggen de bewaarde onderdelen: gebroken kolommen, hardstenen goten en geblutste kapitelen. Want zachtzinnig gaat het allemaal niet. Tijd is geld. Beschadigde kapitelen kosten 150 gulden, gave 500 gulden, gewelfschotels 150 gulden. De glasramen gaan naar Amerika. Wat niet verkocht kan worden, wordt vermorzeld. De noordbeuk heeft men laten instorten. De kapitelen zijn met een grijper in een container gegooid en op een hoop gekiept. Het puin wordt op oernederlandse wijze gebruikt voor het op delta-hoogte brengen van de dijk bij Wieringen’.4

Bij de opkopers bevond zich ook ons lid, de steenhandelaar Martien Mol uit Schoorl, die verschillende zuilen, kapitelen en basementen wist te bemachtigen. Daar ben ik nog altijd blij om, ook al was het toen schrale troost. Op die manier is één stel behouden gebleven in het Cuypershuis te Roermond, dankzij wijlen Harrie Tillie, de toenmalige directeur, die daar achteraan ging.5

De kleine Eusebiuskerk in Arnhem, gesloopt in 1990. Van te voren werd onder meer het glas in lood weggehaald. Foto Beeldbank RCE-P. van Galen 1990.

De kleine Eusebiuskerk in Arnhem, gesloopt in 1990. Van te voren werd onder meer het glas in lood weggehaald. Foto Beeldbank RCE-P. van Galen 1990.

Na een nauw verwante lijdensweg als de Dominicuskerk deed zich vijf jaar later de volgende casus voor: de afbraak van de kleine Eusebius te Arnhem ontworpen door H.J. van den Brink in zogenaamde stukadoorsgotiek (1864-1865).6 Ondanks een realistisch herbestemmingsplan van architect Egbert Hoogenberk, dat we als Cuypersgenootschap steunden, vond men ook hier sloop lucratiever dan behoud. Ditmaal geen grof geweld, maar dissectie van het gebouw en zijn uitmonstering, waarvan de laatste stukken in 2016 wachtten op verscheping naar Japan.7

Er zijn ook positieve voorbeelden, zoals de herbestemde Annakerk in Breda laat zien. Ook daar is niet alles in situ behouden – er zullen altijd keuzes gemaakt moeten worden – maar de preekstoel, de glazen en de schilderingen bleven in het zicht. Waar de pijn in zit, is wat als handelswaar uít het zicht verdwijnt. Hier zullen de verantwoordelijke partijen met elkaar afspraken over moeten maken om een registratie op te zetten waardoor duidelijk is wat waarheen gaat én om rijp en groen van elkaar te scheiden. De kans is groot, dat we anders opnieuw zullen beleven hoe kunst die – meestal achteraf – van nationale betekenis bleek, uit ons land verdween.

B.

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


Bronnen 

  1. Zie ons artikel: Hubar, Bernadette van Hellenberg en Marij Coenen. “De mantel der bescherming. De Laurentiuskerk van Joseph Cuypers en Jan Stuyt als toetssteen”. Vitruvius, onafhankelijk vakblad voor erfgoedprofessionals 14 (2021): 15-23, onder deze link.
  2. Wikipedia, ‘Spolia’, op: wikiwand.com, http://bit.ly/2fpsfpN, z.j. Voor de Barbarossakapel zie het lemma Barbarossa-ruïne op Wikipedia. 
  3. Hubar, Bernadette van Hellenberg, en Marij Coenen. ‘De Ark van het Verbond en de ‘spolia Ægyptiorum’’. Vitruvius, onafhankelijk vakblad voor erfgoedprofessionals 13 (2020): 20–23. http://bit.ly/Bernadette2all-Vitruvius
  4. Over de sloop van de Dominicuskerk van Alkmaar:
    1. Leeuwen, Wies van, ‘Wandalisme, afbraak in Alkmaar’, in: De Sluitsteen, Bulletin van het Cuypers Genootschap 1 (1985), pp. 2-7.| http://bit.ly/2fsaaW8
    2. Reliwiki: https://reliwiki.nl/index.php/Alkmaar,_Laat_128_hoek_Diggelaarssteeg_-_Dominicus_(1866_-_1985)
    3. Raad, Harry de. ‘De sloop van Cuypers’ Dominicuskerk in Alkmaar. Een markant Alkmaars kerkgebouw ging verloren’. Evernote | Oneindig Noord-Holland, 2011. https://www.evernote.com/l/AfJbYVFDMvFOK7jhy43lCjP2mB9pzrZ1AxI.
    4. Het verhaal over het verdwijnen van het glas in lood naar Amerika heb ik opgetekend uit de mond van de betreffende opkoper.
  5. Toen Harrie Tillie het bericht hoorde over de sloop van de Dominicuskerk, belde hij me en heb ik hem in contact gebracht met Martien Mol.  
  6. Reliwiki: http://www.reliwiki.nl/index.php/Arnhem,_Nieuwe_Plein_11_-_(Kleine)_Eusebius
  7. Het verhaal over de Japanse markt voor spolia van onder meer de kleine Eusebiuskerk is ontleend aan de site van de handelaar in kerkelijke goederen Fluminalis: fluminalis.com | http://bit.ly/2eZRVrL-fluminalis.
  8. Catharijneconvent: http://vraagenaanbod.catharijneconvent.nl
  9. Depot Limburg: http://www.glasinlooddepotlimburg.nl

Dit item kan geciteerd worden als: Hubar, Bernadette van Hellenberg, ‘#Kerkverhalen | topic spolia’, op: vanhellenberghubar.org, http://bit.ly/2foGuww (2016).
Een eerdere versie verscheen het op ifthenisnow.eu onder de verkorte link: http://bit.ly/2f4Bvkq

Verkorte link van dit item: https://bit.ly/2foGuww-VanHH2Org

Dit jeugdwerk van Joseph Cuypers in Sas van Gent, de Maria Hemelvaartkerk uit 1891-1892, is sinds 2013 onttrokken aan de eredienst en is inmiddels herbestemd tot overdekte markt, horeca en kantoren voor start ups. Een groot deel van de uitmonstering, waaronder de originele beelden en meubels, is verdwenen. Het glas in lood uit het atelier Frans Nicolas & Zonen te Roermond en Hendrik Coppejans te Gent is nog aanwezig en valt onder de bescherming van de kerk als Rijksmonument. Helaas zijn er voorbeelden te over, waarbij die bescherming met voeten is getreden. Screenshot 2016 van de site van kindtenbiesbroeck.nl.