Rosalia van de Vin (1825-1855)

Leestijd circa 5 minuten

Het logo van de Cuyperscode bestaat uit een lakzegel met het wapen van Pierre J.H. Cuypers dat vrijwel zeker door zijn zwager J.A. Alberdingk Thijm ontworpen is in 1859. Ontwerp Wolthera.info 2006.

Maria Rosalia van de Vin (7 december 1825-7 november 1855) was de eerste vrouw van Pierre J.H. Cuypers (1827-1921). De oorspronkelijke versie van onderstaande biografische schets kwam tot stand in het kader van de Cuyperscode (2007). Omdat dit erfgoedspel inmiddels offline is gehaald, hebben we het plan opgevat om de verschillenden achtergrondverhalen geleidelijk hier op de website te plaatsen. De werkzaamheden aan de Joseph Cuypers Collectie maakte het nodig om er een paar voorrang te geven, waaronder deze.


‘Met levendige aandoening heb ik uit uw schrijven de ramp vernomen, die u getroffen heeft. En dat in uw afzijn! terwijl gij eenige voldoening inoogstte van uw verdienstelijke arbeid! Dat is dubbel hard!’, schreef Alberdingk Thijm in 1855 aan Cuypers, toen zijn vriend bij thuiskomst van de geslaagde Wereldtentoonstelling in Parijs ontdekken moest dat zijn vrouw Rosalia overleden was.

Pierre Cuypers ontmoette zijn eerste vrouw Rosalia van de Vin – Rosa in huiselijke kring – toen hij in Antwerpen studeerde. Zij was een geboren en getogen Antwerpse die enkele jaren ouder was dan Pierre. Waarschijnlijk hebben zij elkaar leren kennen via haar broer, de beeldhouwer Joseph van de Vin, die een jaargenoot van Cuypers was en in 1852 naar Roermond trok, waar hij tot de eerste lichting kunstenaars van het nieuwe atelier behoorde. De twee trouwden in 1850 te Antwerpen om vervolgens naar Roermond te verhuizen, waar Pierre werd benoemd tot stadsarchitect. Hoewel de overgang van het mondaine Antwerpen naar het burgerlijke Roermond voor Rosalia groot geweest zal zijn, bleef zij niet van contacten verstoken. Cuypers slaagde er namelijk in een aantal van zijn studiegenoten over te halen zich in Roermond te vestigen, onder wie Jean Lauweriks en Frans van Schouwbroeck, welke laatste zelfs bij het echtpaar inwoonde. Ook zijn neef Frans was na zijn opleiding als schilder weer naar zijn geboorteplaats terug gekeerd, voordat hij zich in Amerika vestigde. Toen het atelier in 1853 eenmaal op dreef kwam, sloten zich daar nog meer Antwerpse kunstenaars bij aan. Zo werden het élan en de idealen van de Antwerpse ambiance naar Roermond overgebracht.

In het Gedenkschrift van 1930 dat Joseph Cuypers bij gelegenheid van de onthulling van het standbeeld van Cuypers op het Munsterplein uitbracht, wordt verteld dat de

‘eerste huwelijkjaren […] vol intiem geluk [waren]. Hun dochtertje, Felicia, Rosalia, werd geboren. Zo vinden wij dat geluk uitgedrukt in een brief van de jonge Vrouw aan haar Moeder, Mevrouw van de Vinne. “Mon bonheur est si grand, si profond, et si doux, que j’en ai peur”. Was het een voorspelling?’

Rosalia trad in de voetsporen van haar moeder door zich in Roermond als modiste – zij ontwierp en maakte hoeden en andere modeartikelen – te vestigen. Daarvoor werd een deel van hun eerste woning, een pand op de hoek van de Varkensmarkt-Bergstraat, verbouwd tot winkel en pasruimte. Vermoed wordt dat ze ook borduurwerk verrichtte naar ontwerp van haar man, mogelijk zelfs de twee stola’s die in 1855 werden geëxposeerd op de Wereldtentoonstelling in Parijs.

Na het eerste dochtertje, Catherina Felicia Rosalia (10 april 1852), volgde al spoedig het jong gestorven zusje Anna Maria Rosalia Hubertina (1853 – 1854), dat eveneens in het familiegraf is bijgezet. Eind 1855 overleed Rosa ‘wier gezondheid wankel was geworden na de geboorte’ onverwacht: ‘Diep was het verdriet en groot het offer. Gesloten de oogen voor altijd … Gesloten, zij, die het licht van zijn ziel waren geweest. Nu de vreugde van zijn leven was uitgedoofd werd zijn werk, zoo mogelijk nog meer dan te voren, de groote kracht die hem schraagde’. Cuypers beleefde een rouwproces, waaraan hij uiting zou hebben gegeven in het ontwerp van een altaar voor de Heilige Familie, waarin hij Rosalia en zichzelf, met het overleden dochtertje portretteerde.

Op het ‘statieportret’ dat zijn neef Frans rond 1853 van hem schilderde als ‘geleerde, Academische kunstenaar’ werden Rosalia en kleine Anna postuum toegevoegd. Na de herinrichting van dn Aje kirkhoaf in 1858, ontwierp hij voor Rosa een prachtige grafzerk in middeleeuwse stijl die vandaag de dag – zij het sterk verweerd – het monument nog altijd siert.

Bronnen

  • Schiphorst, Een toevloed van werk
  • Van Leeuwen, Pierre Cuypers, architect
  • Hubar, Rien de pareil, 1.

De preekstoel van Cuypers & Stoltzenberg die bekroond werd op de Parijse Wereldtentoonstelling van 1855. Bij die gelegenheid werden mogelijk ook twee borduurwerken van Rosalia tentoongesteld.

Portret van Cuypers als academische architect door zijn neef Frans. Postuum zijn Rosa en Anna toegevoegd.