Hoe beschermd is een interieur | Vakblad Vitruvius

Hoe beschermd is een interieur | Vakblad Vitruvius — Eigenlijk dekt de titel van dit bericht de lading niet helemaal, maar het omschrijft wel het centrale thema van dit bericht over het artikel in Vitruvius dat je hieronder kunt lezen en downloaden. De volledige titel luidt: ‘De mantel der bescherming. De Laurentiuskerk van Joseph Cuypers en Jan Stuyt als toetssteen’.1 

Het verhaal bestaat uit twee delen:

  • Het eerste stuk gaat over een paar hardnekkige broodjes aap (of zo je wil: broodje aapverhalen): dat de bescherming van een rijksmonument wordt beperkt tot wat in de redengevende omschrijving staat; dat dat met name consequenties zou hebben voor het interieur; en dat redengevende beschrijvingen niet aangepast kunnen worden. Het behelst een pleidooi voor een parallel register – in de trant van Reliwiki – waardoor actuele onderzoeksgegevens betrokken kunnen worden bij de besluitvorming rond restauratie, herbestemming etc. 
  • In het tweede stuk wordt het verhaal over regels en wetten aangekleed met enkele bevindingen uit het onderzoek naar de Laurentiuskerk van Joseph Cuypers en Jan Stuyt in ‘t Ginneken (1902) in het kader van #KunstinBreda.2 Het sluit aan bij ons pleidooi om ook de iconografie van het gebouw en zijn inrichting een plaats te geven bij de herbestemming van kerkgebouwen.3

Hebben we je nieuwsgierig gemaakt? Lees dan verder hierna. Je kunt het scherm vergroten door op het rechter icoontje te klikken in het raamwerk hieronder.

De mantel der bescherming, Laurentiuskerk Ginneken, Vakblad Vitruvius juli 2021 (bitly 2TXbZnz-VanHH2Org)

Laten we hopen dat het artikel voldoende bereik heeft om ervoor te zorgen dat we de mythes over wat er nu precies beschermd is, achter ons kunnen laten.

Last but not least dat de RCE nu eindelijk doorzet met de digitale snelweg voor alle relevante informatie voor beheer, behoud en bestemming van monumenten. Tot die tijd kunnen we voor kerkelijk erfgoed terecht bij Reliwiki!4

;-) B&M

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


Verwijzingen

  1. Dit artikel kan geciteerd worden als Hubar, Bernadette van Hellenberg en Marij Coenen. “De mantel der bescherming. De Laurentiuskerk van Joseph Cuypers en Jan Stuyt als toetssteen”. Vitruvius, onafhankelijk vakblad voor erfgoedprofessionals 14 (2021): 15-23.
  2. Hubar, Bernadette van Hellenberg. #KunstinBreda | Religieuze kunst, Waardestellingen van uitmonsteringen en clusters. Onder redactie van Marjanne Statema en Marij Coenen. Ohé en Laak/Breda: VanHH.org i.o. gemeente Breda, 2017. Zie verder op deze site: ‘n Project in verrassend Breda.
  3. Zie Iconografische bron ontsloten deel 1 | Thompson en de nieuwe Bavo.
  4. Zie het bovenstaande artikel in Vitruvius, pp. 16; 18.
Sociale media en erfgoed

VanHellenbergHubar.Org zet sociale media in zowel om nieuws over kunst, cultuur & erfgoed te delen als om vragen te stellen en zo kennis te vergaren. Centraal hierin staat onze Facebookpagina: http://bit.ly/VanHHOrg2FB

Ga eens kijken en ‘like’ onze pagina, zodat de berichten over onderwerpen als de voorgaande een nog grotere actieradius bereiken!

Je kunt ons en andere onderzoekers ook helpen door deze pagina te delen via de knop delen onderaan de pagina (graag de hashtags #erfgoedwet #bescherming #rijksmonument gebruiken).

Verkorte link van dit item: http://bit.ly/2TXbZnz-VanHH2Org

Iconografische bron ontsloten deel 1 | Thompson en de nieuwe Bavo

Iconografische bron ontsloten deel 1 — In de Facebook groep Nederlands religieus erfgoed die ik volg, gaat haast geen dag voorbij of er is weer een bericht over een kerk die gesloten wordt. En terwijl ik daarover zat te peinzen, deed zich opeens een vraag voor. Zoals dat met dit soort processen gaat, komen dan spontaan en heel associatief wat gedachten bij elkaar: de kerksluitingen, het laatste artikel voor Vitruvius over wat er nu precies beschermd is in relatie tot enkele programmatische onderdelen van de Laurentiuskerk van Joseph Cuypers en Jan Stuyt, het boek over Jan Toorop van Gerard van Wezel (2016) waaruit opnieuw de enorme iconografische kennis van Toorop blijkt en de rol van iconografen in de kerkelijke kunst van de negentiende en twintigste eeuw. 

Dat leidde tot de volgende vraag die ik op de sociale media heb gezet:

Uit de reacties – en vooral het ontbreken ervan – blijk ik niet de enige te zijn die geen antwoorden heeft. Zijn er überhaupt nog hedendaagse iconografen die iets zouden kunnen betekenen voor een programma dat bij de herbestemming van een kerk het verhaal van gisteren en dat van vandaag met elkaar verbindt?

Zelf heb ik goede herinneringen aan de inbreng van de emeritus plebaan van de nieuwe Bavo/KoepelKathedraal, Hein Jan van Ogtrop, bij de eigentijdse toevoegingen tijdens de restauratie van het complex die in 2018 is afgerond. Je komt hem regelmatig tegen in ons boek over de Haarlemse kathedraal.

Wie overigens antwoorden op mijn vraag heeft, is van harte welkom om het te laten weten via vanhellenberghubar@gmail.com.

;-) B.

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


Sociale media en erfgoed

VanHellenbergHubar.Org zet sociale media in zowel om nieuws over kunst, cultuur & erfgoed te delen als om vragen te stellen en zo kennis te vergaren. Centraal hierin staat onze Facebookpagina: http://bit.ly/VanHHOrg2FB

Ga eens kijken en ‘like’ onze pagina, zodat de berichten over onderwerpen als de voorgaande een nog grotere actieradius bereiken!

Verkorte link van dit item: http://bit.ly/3fOD57M-VanHH2org

Thompson en het kerkelijk symbolisme anno 1898

Thompson, M.A. De nieuwe kathedrale kerk ‘St. Bavo’ te Haarlem. Bouwgeschiedenis, constructie en symboliek. Haarlem: Henri Coebergh, 1898.

Deze diashow vereist JavaScript.

Tijdens de voorbereiding van een artikel voor vakblad Vitruvius1, viel het me op dat het boek van priester-journalist Marie A. Thompson uit 1898 over de nieuwe Bavo/KoepelKathedraal in Haarlem nog altijd niet online staat. Hoewel Thompson een kwestieuze rol heeft gespeeld in de katholieke kunstkritiek van het begin van de twintigste eeuw2, kunnen we er niet omheen dat hij een verbluffend iconografisch exposé heeft geschreven. Met name zijn inleiding over het ‘symbolisme’ – je leest het goed: geen symboliek, maar symbolismeis heel bijzonder. Zeker gelet op het type kunst dat men er in die tijd al onder verstond (zie het verhaal hieronder). 

Dit bijzondere karakter was de aanleiding om het verhaal van Thompson, dat sterk beïnvloed is door de bouwheer van de kathedraal, de latere bisschop A.J. Callier, en op een verbluffende manier door architect Joseph Cuypers in architectuur en uitmonstering is verbeeld, stapsgewijs toegankelijk te maken. Maar er speelt meer. Bij de hausse aan kerksluitingen en herbestemmingsprocessen waarin we op dit moment verkeren, wordt de iconografie van de betreffende gebouwen en inrichtingen zelden meegenomen in het afwegingsproces. Met het online zetten van dit boek hopen we een duw in de goede richting te geven. 

  • We beginnen met de samenvattende inleiding over het – thomistisch – symbolisme uit het boek over de nieuwe Bavo/Koepelkathedraal uit 2016.3 
  • Wie zich daarna verder wil verdiepen kan via deze link surfen naar de meer uitvoerige analyse uit hoofdstuk 5 van het boek.
  • Via deze link kan een PDF van het boek van Thompson gedownload worden: http://bit.ly/2nm8qUz-nieuweBavo

Om te beginnen stellen we je graag voor aan een van de belangrijkste figuren op de achtergrond: de dominicaner filosoof en theoloog Thomas van Aquino (circa 1225-1274). Ga je mee?

__________

Uit hoofdstuk 1 Ad orientem, pp. 21-22.

Thomas van Aquino — Een van de andere aspecten die eindelijk onderzocht kon worden, omdat de bovenste lagen in kaart waren gebracht, betreft de invloed van Thomas van Aquino. Aan de oppervlakte was hier voldoende over bekend, maar wat daar onder lag … dat weet me telkens weer met stilte en bewondering te vervullen. Stilte omdat nauwelijks te bevatten is hoe groot de inspiratie van deze middeleeuwse wijsgeer voor de bouwers van de kathedraal is geweest. Bewondering om de bijzondere manier waarop die bezieling gestalte heeft gekregen. Essentieel daarin is een van de hoofdstukken uit de eerste monografie over de nieuwe Bavo, van de hand van de priester-journalist Marie Thompson, waar men over het algemeen even overheen schaatst om het daarna ongemoeid en nominaal vermeld te laten. Maar dat stuk bevat wel de crux van wat Thompson aanduidt als het ‘symbolisme’ in de kathedraal. Alleen al de keuze van die term roept vraagtekens op, omdat zich tegelijkertijd de grote Europese stroming van het symbolisme manifesteert die we verbinden met areligieus individualisme, met esoterisch gedachtegoed en duistere, tot op het decadente af geladen zinnebeelden. Of zoals Thompson zou zeggen ‘de mystieke richting der ultra moderne kunst’.4 Het tekent de situatie dat daar in de ambiance van de nieuwe Bavo een kerkelijk symbolisme tegenover wordt gezet. En de gemene deler tussen die twee is niet zozeer de symboliek, als wel het hoogstpersoonlijke stempel ervan.

Thomistisch symbolisme — Wat dit symbolisme zo interessant maakt is niet het objectieve gehalte, waarbij een vorm een bepaalde boodschap uitdrukt, zoals de cirkel als teken van Gods volmaaktheid of de lelie van Maria’s zuiverheid. Het gaat om het persoonlijke cachet, waarin Thomas manifest aanwezig is. Dit raakt zo aan de ziel van de kathedraal, dat ik er hier in de inleiding al wat over vertel. Alles wat door God geschapen is, vloeit voort uit Zijn volmaaktheid en draagt daarvan hier op het ondermaanse zijn kenmerken, doordat het deel had en heeft aan de goddelijke bron. Dat geldt dus ook voor ons mensen. Als schepselen van God participeren wij in Zijn wezen, en zijn we zelf een beetje God om het wat kort door de bocht te zeggen. We zijn immers geschapen naar Zijn gelijkenis en daardoor is het voor Thomas in principe mogelijk om Gods wezen te leren kennen. In de woorden van Thompson:

‘Dat Wezen nu kan gekend worden niet alleen in Zich, maar ook in de gelijkenis en in de volmaaktheden, welke dat Wezen uitstort over de schepselen, want elk schepsel heeft een eigen aard en soort, naar gelang het deel heeft aan de gelijkenis met de goddelijke natuur’.5

Hierdoor heeft al wat de individuele mens aan talenten bezit en daarmee produceert iets goddelijks. Zo participeert dit schepsel in de creativiteit van God: door zijn talenten te gebruiken en zelf weer scheppend bezig te zijn. En dat scheppende bezig zijn is per definitie symbolistisch, omdat alles uiteindelijk een zintuiglijk beeld vormt van de onzienlijke idee, waarvan God in zijn volmaaktheid weer de allesomvattende Idee (met een hoofdletter) is. Omdat het hierbij gaat om iets heel individueels, is het symbolisme bij Thompson bij uitstek iets persoonlijks. Hij geeft dat een plaats door niet alleen de algemene waarheden door middel van symboliek uit te willen drukken, maar ook de persoonlijke gevoelens. En dat persoonlijke cachet is net wat de nieuwe Bavo in heel de rijkdom van zijn uitdrukkingsvormen zo bijzonder maakt. Of het van Callier kwam die als oud-docent klassieke talen het spoor volgde van de retorica van de kunst in de vorm van een catechismus in steen; die aansprekende thema’s ontwikkelde rond de bruid in het westen en de bruid in het oosten, en de traditionele noord-zuidsymboliek op scherp zette. Of van de beelddenker Joseph Cuypers die de heersende visie op Thomas op een zeer persoonlijke manier vertaalde in de Unvollendete en het eclectische gebruik van ‘Spaansch-Arabische motieven’.

__________

Voor het thomistisch symbolisme lees je meer via deze link. Afgezien van Thomas van Aquino, plaats ik daarin de tekst van Thompson tussen grootheden als abt Suger van Saint Denis, Thijm, Toorop en Panofsky, terwijl verder verschillende heiligen en andere kerkelijke prominenten de revue passeren. 

Wat betreft de ‘Spaansch-Arabische motieven’ die met name in de koepel van de kathedraal prachtig tot uitdrukking komen, kan ik je zeker hoofdstuk 7 van ons boek aanraden. Ook op dit punt speelt het (neo) thomisme een overtuigende rol.

Het is jammer dat het boek over de nieuwe Bavo/KoepelKathedraal is uitverkocht. Gelukkig kun je het wel lenen via De Bibliotheek, waar je in Nederland ook woont!

O ja, ook onderzoek naar erfgoed moet het hebben van kennis delen; zeker met het oog op het specifieke doel om symboliek en iconografie een volwaardige rol te geven bij de toekomstplannen voor kerkgebouwen. Wees dus zo goed om deze pagina te delen via de knop delen onderaan de pagina. Het zou helemaal fijn als je daarbij de hashtag #kerkelijkerfgoed gebruikt.

B&M

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


Verwijzingen
  1. Dit betreft het artikel in het volgende nummer: Hubar, Bernadette van Hellenberg en Marij Coenen. “De mantel der bescherming. De Laurentiuskerk van Joseph Cuypers en Jan Stuyt als toetssteen”. Vitruvius, onafhankelijk vakblad voor erfgoedprofessionals 14 (2021).
  2. Voor het integralisme en de splijtende rol die Thompson op dit punt speelde in kerkelijk Nederland zie hoofdstuk 2 van het in noot 3 geciteerde boek over de nieuwe Bavo/KoepelKathedraal Haarlem. 
  3. Hubar, Bernadette van Hellenberg. De nieuwe Bavo te Haarlem: ad orientem – gericht op het oosten. Onder redactie van Marij Coenen. Zwolle; Haarlem: Wbooks ; Stichting Kathedrale Basiliek Sint Bavo, op initiatief van de Rijksdienst Cultureel Erfgoed, 2016.
  4. Thompson, St. Bavo, p. 13.
  5. Thompson, St. Bavo, p. 26.

Over Joseph Cuypers is meer te vinden bij de JCC | Joseph Cuypers Collectie, De nieuwe Bavokathedraal en Cuypers assortiment.

De JCC komt verder met grote regelmaat aan de orde op onze Facebookpagina: http://bit.ly/VanHHOrg2FB
Ga eens kijken en ‘like’ de pagina, zodat de berichten over onderwerpen als de bovenstaande een nog grotere actieradius bereiken!

Dit item kan geciteerd worden als: Hubar, Bernadette van Hellenberg. ‘M.A. Thompson en het kerkelijk symbolisme anno 1898’. Onder redactie van Marij Coenen. VanHellenbergHubar.org, 1921. http://bit.ly/33jq7ZI-JCC-Bavo.

Verkorte link: http://bit.ly/33jq7ZI-JCC-Bavo

Naar een thomistisch symbolisme in de nieuwe Bavo

Naar een thomistisch symbolisme — De nieuwe Bavo/KoepelKathedraal te Haarlem vormt een zeldzaam hoogtepunt van architectuur en toegepaste kunsten in Nederland. De uitvoering vond plaats volgens een doordacht liturgisch en iconografisch programma dat voor een belangrijk deel beïnvloed was door de herontdekking van het oeuvre van Thomas van Aquino na 1850. De bestudering en verspreiding daarvan kreeg een krachtige impuls onder paus Leo XIII die in 1879 het (neo)thomisme inzette voor de hervorming van de kerkelijke wetenschap. Daarmee had Leo XIII bepaald geen gemakkelijke stap gezet:

Het was niet eenvoudig om de omslag te motiveren van een beleid dat gericht was op het ontkennen en negeren van de moderne tijd naar openheid jegens wat steeds als de vijand en antichrist was geprofileerd. Leo deed dit door Thomas van Aquino als voorbeeld naar voren te schuiven die immers uit de vijandige stromingen van het joodse en Arabische aristotelisme een waarachtig christelijk denksysteem had opgebouwd. Alles stond hem ten dienste, al was het nog zo heidens. Als het iets goeds bevatte, bewees dat alleen maar dat, zoals Leo XIII benadrukte, God zelf geen onderscheid maakt in de boodschappers om zijn openbaring de wereld in te sturen.[ad1]

Even stond het raam open voor de ontwikkelingen in de eigen tijd. Uit dit gistingsproces waarin de kerk niet langer met de rug naar de maatschappij stond, maar er proactief aan deel wilde nemen en ontstond een nieuw katholiek symbolisme. Dit profileerde zich als tegenhanger van het gemystificeerde symbolisme van het fin de siècle, dat we in Nederland verbinden met kunstenaars als Jan Toorop, Johan Thorn Prikker, Carel de Nerée tot Babberich en R.N. Roland Holst. De roomse variant ontwikkelde zich vanuit het team van clerici en leken, architecten, kunstenaars en schrijvers rond een van de grootste bouwprojecten in – katholiek – Nederland van die tijd: de kathedraal van Sint Bavo te Haarlem. Of dit type symbolisme echt wortel heeft geschoten binnen de kerkelijke cultuur van de vroege twintigste eeuw, moet nader onderzocht worden. Als significant moment kan in ieder geval de afronding van de tweede bouwfase van de kathedraal genoemd worden (1906), toen de neothomistisch geïnspireerde, majestueuze koepel verrees.   

Thomas van Aquino bij het heilig Hartaltaar in de nieuwe Bavo. Het al bestaande heilig Hartbeeld van J.P. Maas werd in 1922 uitgebreid met een groep van zijn zoon A.W.M. Maas. Het beeld van Thomas van Aquino draagt de gelaatstrekken van de bouwheer van de kathedraal, bisschop A.J. Callier die zich hiermee profileert als (neo)thomist. Foto Beeldbank RCE – Margareta Svensson.

Hubar, Bernadette van Hellenberg. De nieuwe Bavo te Haarlem: ad orientem – gericht op het oosten. Onder redactie van Marij Coenen. Zwolle; Haarlem: Wbooks ; Stichting Kathedrale Basiliek Sint Bavo, op initiatief van de Rijksdienst Cultureel Erfgoed, 2016.

Uit hoofdstuk 5 Te deum laudamus

Naar een thomistisch symbolisme

In het voorgaande is dit al heel wat keren langs gekomen: Thompsons bijzondere uitleg van het programma in het eerste monografietje over de nieuwe Bavo uit 1898. Een hoogst merkwaardig boekje is dit, alleen al omdat het van de sfeer getuigt van vóór de integralistische terreur, geïllustreerd als het is met de portretten van de actoren van de hand van de rebelse Theo Molkenboer. Zowel lid van De Violier als de Klarenbeekse Club, zou deze kunstenaar in 1900 als eerste pleiten voor een nieuw type ‘volkskerken’ in de vorm van een centraalbouw die iedere kerkganger een rechtstreekse blik op het altaar bood. En dat type kwam er, getuige de kerken die Joseph Cuypers en Jan Stuyt gezamenlijk en afzonderlijk in de jaren daarna zouden bouwen.[1] Zoals ook de portretten in het boekje van Thompson tonen, was Theo Molkenboer, vergelijkbaar met Jan Toorop, verwikkeld in een stijlexperiment, waarbij hij verschillende uitdrukkingsvormen ontplooide tussen jugendstil en art nouveau, de Beuroner school en de realistische stromingen van zijn tijd. In wisselende mate dragen deze een symbolistische opdruk, hetgeen niet verwonderlijk is voor een leerling van Derkinderen en een broer van een van de symbolisten van het eerste uur, Anton Molkenboer. Ook op dat punt reflecteerde Theo de sfeer in de eerste fase van de nieuwe Bavo, waar diverse actoren zich intensief bezighielden met de speurtocht naar een nieuw, of liever vernieuwd christelijk symbolisme. Daarvoor gold wat Theo Molkenboer als stellingname omschreef:

‘Ik verlang in de kern niet naar het nieuwe, omdat het nieuw is, maar ik streef naar een beter, nieuw kleed, voor de oude, goede beginselen’.[2]

Die metafoor van het kleed keert terug bij Thompson, zoals hierna blijkt.[3] Wie overigens bedenkt hoe enthousiast Callier zou worden over het werk van Jan Toorop, zal het zeker frappant vinden dat Thompson zijn hoofdstuk over het ‘symbolisme’ start met afstand te nemen van ‘de mystieke richting der ultra moderne kunst’.[4] De richting dus, waarvan Toorop een van de meest toonaangevende exponenten was. Het tekent de ontwikkeling van de verschillende actoren dat dit in relatief korte tijd veranderen zou.

Wetenschap in thomistische zin

Hoewel dit na de behandeling van het beleid van Leo XIII in Æterni patris niet helemaal als een verrassing komt, valt het wel op dat Thompson het symbolisme tot driemaal toe beschrijft als een wetenschap.[5] Aan de ene kant kun je dat zien als een zelfbewuste verklaring van het niveau waarop het programma van de kathedraal zich afspeelde. Anderzijds kun je je niet aan de indruk onttrekken dat er ook een zekere legitimatie achter school. Wat Callier deed was kennelijk nog altijd geen dagelijkse kost voor de clerus en naar zijn bisschop toe kon hij dit moeilijk verantwoorden op basis van het pionierswerk van Thijm. Niet genoeg kan benadrukt worden dat Bottemanne maar weinig ophad met Thijm en zo rigide was in zijn visie op de verantwoordelijkheden die zijn ambt meebracht, dat Callier echt wel een stevige noot zal hebben moeten kraken om zijn programma er door te krijgen.[6] Maar om Thomas kon en wilde echt niemand heen. En zo zien we dat niet alleen Thompson, maar ook zijn collega redactielid van weekblad Sint Bavo, Rijkenberg, de Aquiner opvoert. Hij doet dat in verband met het oeuvre van Johannes Maas die als een ware ‘priester van het Schoone’ Thomas van Aquino volgt. De kunst moet namelijk volgens deze filosoof:

‘1o. gevoelens van godsvrucht opwekken, 2o. de voorbeelden der Heiligen dagelijks en voortdurend voor oogen stellen, en 3o. het onderrichten van onwetenden, die daardoor als door boeken onderwezen worden’.[7]

Een variatie op dit thema [zien we] enkele jaren later in het invloedrijke boekje van de Violierman, pater Nieuwbarn. Als ‘leraresse der volkeren’, schrijft deze dominicaan, zet de kerk volgens zijn grote ordegenoot de beelden als volgt in:

‘a. Tot onderwijzing der niet-ontwikkelden, die hier als door boek en woord worden onderricht.

b. Tot dagelijksche, voor oogen geziene herinnering aan het geheim der h. Menschwording en aan de toonbeelden onzer Heiligen.

c. Tot vermeerdering van onzen godsdienstzin, welke door aanschouwing sterker wordt aangezet dan door het aanhooren alleen’.[8]

Jammer genoeg verwijzen Nieuwbarn noch Rijkenberg naar de bron van hun opsomming. Ondertussen is het niet moeilijk om de beroemde uitspraak van Gregorius de Grote te herkennen. Dat geldt bij Nieuwbarn ook voor de stelling sub c), van Horatius, waarover we het bij Suger en Vondel hebben gehad.[9]

De rijkdom van de natuur roept in de visie van Thompson een bepaalde stemming op die de mens leidt naar het oneindige, naar God. Het toeval wil dat de de combinatie van wilde cichorei en boerenwormkruid precies de hoofdkleuren van de polychromie van de nieuwe Bavo zijn. Foto bvhh.nu 2015 langs de Schroevendaalse plas in Ohé.

Top down of bottom up

Wat Thompson zo interessant maakt vergeleken met Thijm en Nieuwbarn is een zo consequent mogelijke bottom up-insteek, terwijl de laatste twee vooral uitgaan van de neoplatoonse top down-visie op symboliek. Zo merkt Nieuwbarn op dat ‘alle de stoffelijke vormen en bestanddeelen werden bezield met een hooger en geestelijk leven’.[10] Hier domineert de idee van een uitvloeiing of uitstorting van boven naar beneden. Ook al is Thomas het daar niet helemaal mee oneens, bij hem overheerst de aristotelische opvatting dat alles wat we weten en leren primair via de zintuigen gaat. Zo ook bij Thompson die overigens start met neoplatoonse denkers als de Pseudo-Dionysius de Areopagiet en Origenes die we eerder in dit boek bij Suger en Thijm zijn tegengekomen. Aan hen ontleent Thompson stellingen als: ‘Het zichtbare is het klare beeld van het onzichtbare’, en: toen God de ‘stoffelijke wezens’ schiep ‘heeft Hij in die wezens de figuren en de beelden eener onstoffelijke wereld neergelegd’.[11] Hoe top down ook, de priester-journalist was retorisch en stilistisch een te sterke professional om deze twee vertaalde zinnen niet te starten met het ondermaanse, het zichtbare.

De thomistische idee

Hoe thomistisch was nu eigenlijk de visie van Thompson op het symbolisme? Op welke manier heeft hij het gedachtegoed van Thomas geïntegreerd in zijn betoog? Dankzij het vorige hoofdstuk valt dat goed te achterhalen. Dat geldt onder meer voor Thompsons uitleg van de Idee, dat we als neoplatoons begrip eerder bij Thijm tegenkwamen in de zin van het perfecte, dus onzintuiglijke ‘denkbeeld’. Omdat dit een goed beeld geeft van de manier waarop Thompson Thomas verwerkte, en deze op zijn beurt de klassieke filosofie, laat ik de passage hier integraal volgen:

‘De goddelijke gedachten zijn het richtsnoer en de maatstaf naar welke alles in den tijd is voortgebracht. Deze gedachten Gods zijn eeuwig en onveranderlijk omdat zij niets anders zijn dan het Goddelijk wezen zelf. God, zegt de H. Thomas, kent Zijn Wezen volkomen. Dat Wezen nu kan gekend worden niet alleen in Zich, maar ook in de gelijkenis en in de volmaaktheden, welke dat Wezen uitstort over de schepselen, want elk schepsel heeft een eigen aard en soort, naar gelang het deel heeft aan de gelijkenis met de goddelijke natuur. God, derhalve, die Zijn wezen kent als kunnende uitgedrukt worden door dit of dat schepsel, ziet in de oneindigheid van dat zelfde Wezen tevens de bestaande reden en het eigen idée van dit schepsel. En elders zegt de H. Kerkleeraar: Alle schepsel draagt een gelijkenis met de goddelijke natuur, maar ieder op verschillende wijze en naar een verscheidene maatstaf. Het goddelijke Wezen derhalve, beschouwd als een toonbeeld, op hetwelk elk schepsel naar eigene wijze gelijkt, is ook de eigen idée van dit schepsel naar zijn bepaalden vorm van gelijkenis. En daar andere schepselen weer onder ander opzicht op God gelijken, volgt daaruit, dat de gedachte, de reden van bestaan niet voor ieder schepsel dezelfde is, ofschoon het Goddelijk Wezen, dat toonbeeld is, eeuwig hetzelfde is, want alle volmaaktheden der schepselen schitteren in God onder enkelvoudigen en ondeelbaren vorm’.[12]

Veel van wat in het vorige hoofdstuk onder de noemer van de ‘graden van volmaaktheid’ is behandeld, keert hier terug: het belangrijkste is wel de participatie van ieder schepsel in de volmaaktheid van God. Dat gebeurt op zo’n evenredige manier dat wat het bezit ook direct ontleend is aan de goddelijke bron. Vandaar dat Thompson dit typeert als de ‘volmaaktheden der schepselen’. Dat is wat de schrijver in zijn uitleg bedoelt met het begrip van de ‘idée’ als dat, wat het ene ding onderscheidt van het ander en waarvan de ene allesomvattende en volmaakte Idee God is. Voor Thompson kan het symbolisme dus samengevat worden in één zin: ‘de zichtbare schepselen zijn de uitwendige beelden en teekenen der goddelijke gedachten’.[13] Als je dit vergelijkt met zijn opmerking hiervoor over de ‘inwendige beelden en figuren’, dan raken hemel en aarde elkaar. Die relatie aanschouwelijk maken is wat het symbolisme doet. Vanuit deze positie formuleert Thompson een specificatie aan de hand van drie punten. Deze herinneren niet alleen aan de aanpak van Thijm, maar ook aan die van grote namen in de iconografie als Erwin Panofsky, wiens boek Studies in iconology uit 1939 nog altijd een standaardwerk is.[14] Het grote verschil is dat het bij Thompson niet alleen gaat om geobjectiveerde, iconografische duidingen, maar ook om gevoelens.

Primair

Thompson start met het primaire symbolisme als gevolg van de directe relatie tussen het schepsel en God. Dit legt hij uit aan de hand van de stemming die in ons opgeroepen wordt door een bloemenveld in de lente. De schoonheid daarvan voert ons op ‘naar het oneindige, iets wat mijn lichamelijk oog niet ziet, maar wat door bemiddeling van het schepsel mij toeschijnt als een visioen’.[15] Terwijl dat ook geldt voor de Unvollendete, was het vermoedelijk vooral Thompsons bedoeling om bij de lezer de eerste associaties in te prenten met de rijke flora in steen en terracotta in de kathedraal.

Jan Toorop, ‘Gewijde en profane muziek’ (1921); ontleend aan Hubar, De nieuwe Bavo te Haarlem 2016), p. 180 #KoepelKathedraal

137 Jan Toorop, ‘Gewijde en profane muziek’ (1921), toont de musicerende ziel en de mystica in extase met de stormende zee op de achter – grond. Hoewel de mystica afgebeeld wordt als non heeft ze mondain aangezette lippen die haar profane inslag verraden. Gewijd of profaan, de muziek op de voorgrond leidt tot een stemming die een nimbusachtige gloed vanuit de non laat uitstralen. Wat Thompson van dit symbolisme vond is de vraag, maar clerici anno 1921 waren hier enthousiast over. Ook de ontblote borst gaf geen aanstoot, omdat deze staat voor het verlangen van de ziel naar God en dus nog aansluit bij de iconografie van Maria lactans die sedert Bernardus van Clairvaux hetzelfde symboliseert.151 Herkomst: Hubar, De nieuwe Bavo te Haarlem, p. 180. Met dank aan Gerard van Wezel (1951-2018).

Tweede niveau

De volgende fase vormt het symbolisme als gevolg van de ‘vaste verhouding’ die God schiep tussen ‘de schepselen in betrekking tot elkander’. Hiervoor komt Thompson terecht bij de zee: ‘De bewegingen der zee geven mij een beeld van de bewegingen in ‘s menschen geest en gemoed. Het brullen harer golven symboliseert mij de stormen der menschelijke ziel’. Opnieuw gaat Thompson voorbij aan een iconografische betekenisrelatie, zoals Nieuwbarn wel doet wanneer hij hetzelfde beeld koppelt aan de ‘woedenden golfslag op het meer van Genezareth’ of het stabiele schip van de kerk met Petrus als roerganger. Beiden leunen overigens op Thijm die het bij de uitleg van het schip in de kerk heeft over ‘de strijdenden, die zich door des waerelds woelige golven trachten heen te werken’.[16] Met Callier op de achtergrond herinnert dit aan de strandwandelingen die hij vanuit Hageveld met zijn bevriende collega De Rijk maakte. Tegelijkertijd kan dit beeld niet los worden gezien van de vele werken die Toorop maakte met de stormachtige zee op de achtergrond. Toorop nog wel, die bevriend was met Nieuwbarn, een leerling was van Thijm én de aandacht genoot van Callier.[17]

Dat Thompson in dit verband ook oog heeft voor iconografische duidingen blijkt als we terugkeren tot de bloemsymboliek, waarbij hij verwijst naar wat Christus zelf vertelt over de wijnstok en over de lelies in het veld. Toch spreekt hij weer in termen van gemoedsaandoeningen als het gaat om de indruk van Gods wonderschone natuur op heiligen als Johannes van het Kruis, Franciscus en Antonius die allemaal in de nieuwe Bavo vertegenwoordigd zijn. Opnieuw is de essentie dat Gods geheimen worden geopenbaard in de luister van zijn schepping.[18] Voor Callier zal dit gerijmd hebben met de verbindingen die hij zag met het Te Deum, waarin de hele aarde God eert, en hemel en aarde vol zijn van zijn glorie.

Derde stadium

Gingen de eerste twee stappen van concreet naar abstract, in de volgende fase gaat de weg andersom. In puur thomistische termen waarmee we inmiddels dankzij het vorige hoofdstuk vertrouwd zijn, vertelt Thompson:

‘En de onstoffelijke dingen, van welke geen beeld bestaat, kennen wij door vergelijking met de stoffelijke zichtbare dingen, die hunne overeenkomstige beelden hebben. Wanneer dus een voorwerp zich voordoet aan den menschelijken geest, komt het eerst onder het bereik der zinnen, van deze gaat het over naar de verbeelding en van deze naar het verstand of het begripsvermogen’.[19]

Deze uitleg is niet compleet zonder de eveneens herkenbare opmerking dat de zichtbare wereld voor Thomas de eerste trede vormt van de ladder die de mens naar God leidt, want ‘Sensibilia sunt praeambula ad intelligibilia’ (het zintuigelijke vormt de preambule of inleiding tot het begrippelijke). Thompson doet hierna opnieuw een beroep op de Pseudo-Dionysius, wiens werk, zoals eerder aangestipt, door Thomas werd becommentarieerd. De priester-journalist doet dat om met de Areopagiet te betogen dat het bij het symbolisme nìet gaat om een zwaktebod, ook al lijkt het daarop omdat de mens niet in staat is het onzienlijke te vatten. We weten namelijk dat gemis te overstijgen door ons talent om ‘de geheimzinnige en eerbiedwaardige natuur van God en van de gelukzalige geesten te wikkelen in beeld en figuur en onuitsprekelijke raadselen en haar aldus te onttrekken aan den blik en de beschouwing van oningewijden’. Als Thompson dit nader specificeert als de ‘disciplina arcana’, de geheimhoudingsplicht uit de tijd dat de christenen vervolgd werden, volgt hij opnieuw Thomas van Aquino die dezelfde houding aannam tegenover de niet-ingewijden, de andersgezinden.[20] Tegelijkertijd maakte het talent om deze geheimen te versluieren het Thompson mogelijk om de scheppingskracht van het bouwteam van de kathedraal in te kaderen. De scheppingskracht die op een directe participatie in God berust en bij Callier resulteerde in het programma en bij Joseph Cuypers in de architectuur van de kathedraal. Je kunt je niet aan de indruk onttrekken dat vooral de Unvollendete tot de categorie van de disciplina arcana hoorde: alleen rijp voor ingewijden. Maar voor de hele onderneming telde wat de Areopagiet voorschreef: dat we de eerbied voor God met stof en vorm ‘omkleeden’. Mogelijk speelde dat bij Theo Molkenboer nog door het hoofd toen hij een jaar later schreef dat hij ernaar verlangde om de oude beginselen van een ‘beter, nieuw kleed’ te voorzien.[21] En dat gold beslist niet voor hem alleen, zoals de cyclus van de nieuwe Bavo laat zien.

138 Een van de meest symbolistisch aandoende beelden van de cyclus rond de apsis is te vinden boven de Willibrorduskapel. De moeder van Willibrordus droomde over een nieuwe maan die transformeerde in volle maan en toen plots ‘haar mond inging en geheel haar binnenste met het zilveren licht verhelderde’. Dit betekende dat haar zoon ‘door God voorbestemd was tot het bekeeringswerk onder de volkeren, die nog in de duisternis van het heidendom verzonken lagen. Vandaar het beeld van de maan, oprijzende boven de paddenstoelen en de slangen de symbolen van duisternis’.152 Foto bvhh.nu 2013.

Positionering

Het verhaal over het symbolisme van Thompson is in meer opzichten hoogst bijzonder. Tot dusver is het de enig bekende uitleg die tamelijk rigoureus vanuit een thomistisch perspectief is opgesteld. Weliswaar noemt hij ook de Pseudo-Dionysius en Origenes, maar het gaat hier om denkers die Thomas zelf bestudeerd dan wel becommentarieerd heeft. Dat geldt eveneens voor Augustinus die slechts nominaal aangestipt wordt. Beide auteurs, Origenes en Augustinus hebben we eerder ontmoet bij Thijm, onder meer als exponenten van het vrije associëren bij het gebruik van metaforen.[22] Ook in de nadere specificatie van het programma – waarbij zelfs die delen als fysiek aanwezig beschreven worden die er alleen nog maar in potentie waren! – komt Thomas opvallend vaak aan de orde. Dit is met name het geval bij het programma van de glazen in de lucida, waar ik nog uitvoerig op terugkom.[23]

Dit is echter niet de enige reden waarom het betoog van Thompson eruit springt. Ook het voorop stellen van het ‘gemoed’ in plaats van de iconografische duiding bij de primaire en secundaire voorbeelden van de symboliek is apart. Zeker kan dit niet los worden gezien van de klassieke, retorische functie van de kunst, waarmee Callier en Thompson door en door vertrouwd waren: het movere, bewegen of ontroeren.[24] Maar dit adagium kreeg beslist een extra dimensie doordat het tevens als een direct uitvloeisel kon gelden van de route langs de zintuigen à la Thomas. Zoals Thompson zijn associaties beschrijft aan de hand van de bloei in de lente en de stormachtige zee, krijgt zijn symbolisme wel iets heel individueels. En dat is temeer frappant, omdat het daardoor sterk leunt op het door hem verworpen, mystieke symbolisme van Toorop en consorten uit die tijd. Wat het nog typischer maakt, is dat de mens nu juist in dit individuele – mits het positief is – deelneemt aan Gods natuur en we dus hier nu net te maken hebben met één van die ‘volmaaktheden van de schepselen’ die een directe weerspiegeling vormt van de schoonheid van God.[25] Want dat is wat kunst doet, een stukje van Gods schoonheid naar de aarde halen. Hoewel dit minder stellig wordt geformuleerd dan onder de volgende generatie thomisten, zoals Jacques Maritain, was daarom de artistieke ambachtelijkheid zo belangrijk, omdat de incarnatie van Gods schoonheid daar direct afhankelijk van was.[26]

Dat juist de individuele participatie kunst maakt, zou wel eens de verklaring kunnen zijn voor de bijzondere invulling van het programma van de nieuwe Bavo. Hierin vindt een wonderlijke combinatie van oud en nieuw plaats: van het nieuwe dat de aanvulling en de voltooiing is van het oude en van oude thema’s in een nieuw kleed. Het nieuwe, of liever nog de vernieuwing die op deze manier niet alleen van de goddelijke creativiteit van de mens getuigt, maar tegelijkertijd staat voor de thomistische verdieping van het inzicht van de mens in God. Een inzicht dat langs de weg van trial-and-error een progressieve ontwikkeling kent op de eindeloze weg naar het Oneindige. Vandaar ook dat Leo XIII spreekt van een proces van ‘augere et perficere’ (uitbreiden en vervolmaken).[27] Dit kon echter niet door middel van een ‘wilde, onbestemde fantasie’, zoals Toorop en consorten volgens Thompson deden, maar alleen langs de route van de kerkvader en –leraren. En dat leidde tot de herleving van het vrije associëren à la Origenes en Augustinus. Dat je daarvoor verbeelding nodig hebt, was voor Thomas niet meer dan vanzelfsprekend, want hoe zou je anders iets kunnen bedenken. De verbeelding is immers de plaats, waarin onze ervaringen zijn opgeslagen; als ‘inwendig zintuig’ weet ze die informatie al abstraherend en deducerend tot ‘fantasieën’ te combineren.[28] Vertaald naar kunst en symboliek is dat wat de actoren bij de nieuwe Bavo in de ogen van Thompson hebben gedaan: in het spoor van de kerkvaders met hun rijke allegorieën hebben ze de combinerende verbeelding ingezet en die leidde hen tot composities als de bruid van het oosten en de bruid van het westen of de heilige leegte en de levende stenen. Gematerialiseerd door ‘hoogst bekwame, kunstvaardige en nijvere mannen’, geldt daarvoor wat Thompson aan de Pseudo-Dionysius ontleende: ‘Het heilige wordt daar door symbolische vormen heilig behandeld’.[29]

136 De cyclus rond de apsis getuigt van het thomistische symbolisme, waarin vernieuwing essentieel is omdat die leidt tot de volgende stap op de eindeloze weg naar het Oneindige. De mens zet hierbij zijn individuele creativiteit in, waarin hij participeert in God. Meer in het bijzonder gebeurt dat door middel van het vrije, persoonlijke associëren dat tot vroegchristelijke tradities teruggaat. Dit leidt tot nieuwe beeldformules en duidingen zoals deze allegorie op de lagere wijdingen. Hier zien we (van links naar rechts), zoals Thompson beschrijft, ‘de monnik met een condor, die geacht wordt het hoogst te vliegen en daarom beeld is van het beschouwend leven; dan volgt de ostiarius (deurbewaarder) met klok en sleutel om de geloovigen naar de kerk te roepen, en buiten te sluiten wie niet in de kerk behoort, achter hem afgebeeld door een aap; de vierde is de lector (lezer) met het boek der gebeden, waaruit hij de wijdingen van het brood en der nieuwe vruchten moet lezen; hij heeft achter zich het stekelvarken, den grooten roover van de vruchten des wijngaards’.150 Juist deze combinaties getuigen van het vrije associëren. Foto bvhh.nu 2013.

Naschrift van ‘Naar een thomistisch symbolisme’

Tot zover het fragment uit De nieuwe Bavo te Haarlem. De opmaat tot dit stuk uit de inleiding van ons boek over de Haarlemse KoepelKathedraal kun je lezen onder deze link.

Meer lezen? Het boek is uitverkocht, maar je kunt het altijd opvragen bij De Bibliotheek.

Ook onderzoek naar erfgoed moet het hebben van kennis delen; zeker met het oog op het specifieke doel om symboliek en iconografie een volwaardige rol te geven bij de toekomstplannen voor kerkgebouwen. Wees dus zo goed om deze pagina te delen via de knop delen onderaan de pagina. Het zou helemaal fijn als je daarbij de hashtag #kerkelijkerfgoed gebruikt.

B&M

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


Noten bij ‘Naar een thomistisch symbolisme’

In de noten wordt gewerkt met verkorte titels. Voor de volledige titels raadpleeg de bibliografie, waarnaar verwezen wordt, via deze link:

[1] Theo Molkenboer, ‘Volkskerken’. Gerard Brom, Herleving van de kerkelike kunst, p. 335. Men denke aan de Jacobskerk in Den Bosch (Cuypers & Stuyt, 1907), de Catharinakerk in Den Bosch (Jan Stuyt, 1917), en de Agathakerk in Beverwijk (Joseph en Pierre junior Cuypers, 1924); ontleend aan reliwiki.nl.

[2] Theo Molkenboer, ‘Volkskerken’, p. 370.

[3] Thompson, St. Bavo, pp. 33, 38.

[4] Thompson, St. Bavo, pp. 22-24.

[5] Thompson, St. Bavo, p. 23.

[6] Over Bottemanne en Thijm zie paragraaf 2.1.2 ‘De actoren tussen Vioolstruik en Violier’. Voorts Van der Plas, Vader Thijm, pp. 587-588.

[7] Rijkenberg, ‘Hollandsche kunst’, p. 183.

[8] Nieuwbarn, Het Roomsche kerkgebouw, pp. 69-70.

[9] Zie paragraaf 2.1.3 ‘Het appel van de benedictijnen’.

[10] Nieuwbarn, Het Roomsche kerkgebouw, pp. 12, 16. Over de wisselwerking tussen het neoplatoonse en aristotelische gedachtegoed in de negentiende eeuw zie Hubar, Arbeid en Bezieling, pp. 214-222.

[11] Thompson, St. Bavo, pp. 23-25.

[12] Thompson, St. Bavo, pp. 26-27.

[13] Thompson, St. Bavo, p. 25.

[14] Hubar, Arbeid en Bezieling, pp. 22-32. Panofsky, Iconologie, pp. 7-20.

[15] Thompson, St. Bavo, pp. 25-26.

[16] Thompson, St. Bavo, p. 27. Nieuwbarn, Het Roomsche kerkgebouw, pp. 34-35. Thijm, De Heilige Linie, p. 197.

[17] Hubar e.a., De genade van de steiger, pp. 276, 279. ‘Levensschets van Mgr. A.J. Callier’, in De Maasbode 28 april 1928, p. 2.

[18] Thompson, St. Bavo, p. 28.

[19] Thompson, St. Bavo, p. 30.

[20] De Groot, Het leven van den H. Thomas van Aquino, p. 175. Thompson, St. Bavo, pp. viii, 32.

[21] Thompson, St. Bavo, pp. viii-ix, 30-32. Theo Molkenboer, ‘Volkskerken’, p. 370.

[22] Zie paragraaf 3.2.2 ‘Associaties, typologieën en harmonieën’.

[23] Thompson, St. Bavo, pp. 40-52.

[24] Hubar e.a., De genade van de steiger, pp. 107, 123, 180, 473.

[25] Thompson, St. Bavo, pp. 26-27.

[26] Hubar e.a., De genade van de steiger, onder meer pp. 131-141, 148-149, 411-413. Thompson, St. Bavo, pp. 4, 18, 19-21, 66, 94-95, besteedt opvallend veel aandacht aan constructie, techniek, kunstindustrie en kunstvaardigheid.

[27] Leo XIII, ‘Æterni patris’, p. 203 (Latijns origineel) p. 225 (Nederlandse vertaling).

[28] Zie voor dit facet van Thomas, Kenny, Aquino, pp. 109-119.

[29] Thompson, St. Bavo, pp. 32, 94.

Noten in de bijschriften, toegevoegde noot in de inleiding, titelbeschrijving etc.

  • ad1) Hubar, De nieuwe Bavo te Haarlem, pp. 23-24.
  • 150) Thompson, St. Bavo, p. 84.
  • 151) Hubar e.a., De genade van de steiger, pp. 284-286. Voor Bernardus zie paragraaf 3.5 ‘Toetssteen: tussen litanie en Hooglied’. Met dank aan Gerard van Wezel.
  • 152) Thompson, St. Bavo, pp. 86-87

Over Joseph Cuypers is meer te vinden bij de JCC | Joseph Cuypers Collectie, De nieuwe Bavokathedraal en Cuypers assortiment.

De JCC komt verder met grote regelmaat aan de orde op onze Facebookpagina: http://bit.ly/VanHHOrg2FB
Ga eens kijken en ‘like’ de pagina, zodat de berichten over onderwerpen als de bovenstaande een nog grotere actieradius bereiken!

Dit item kan geciteerd worden als: Hubar, Bernadette van Hellenberg. ‘Naar een thomistisch symbolisme in de nieuwe Bavo’. Onder redactie van Marij Coenen. VanHellenbergHubar.org, 2016-2021. http://bit.ly/3b6LB0q-JCC-nBavo.

Verkorte link: http://bit.ly/3b6LB0q-JCC-nBavo

Centrale linkpagina Instagram en andere sociale media

Centrale linkpagina Instagram, Facebook, Twitter en LinkedIn — Hier tref je de link aan naar het verhaal achter het meest recente bericht, dat we via de sociale media hebben verspreid.

Waarom Instagram voorop staat? Omdat je daar geen link in de tekst bij de foto kunt plaatsen. Vandaar dat we als standaardregel toevoegen: ‘Actieve link in de bio’. Als je die aanklikt bereik je deze pagina. 

Ben je op zoek naar een overzicht van alle items op deze pagina, surf dan naar de inhoudsopgave.
Voor meer informatie over hoe we sociale media inzetten om erfgoed te promoten, volg je deze link.
Maar eerst het meest recente bericht!

De mantel der bescherming

Je vindt het artikel door de link in bovenstaande tweet aan te klikken!

Maskerade

Ga je mee om Maskerade virtueel te bekijken en de gedichten te lezen?

Joseph Cuypers 160 jaar!

Meer weten over Joseph Cuypers? Volg dan deze link!

Iconografie en de herbestemming van kerkgebouwen

Verder lezen? Volg dan deze link.

Pinksteren

Over inspiratie gesproken, wat vind je van het bevlogen verhaal onder deze link: http://bit.ly/1R2tAeY?

Groot streepzaad

 

 
 
 
 
 
Dit bericht bekijken op Instagram
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

 

Een bericht gedeeld door Bernadette Hellenberg Hubar (@vanhellenberghubar2all)

*Voor het aangehaalde artikel volg: https://bit.ly/3f6Xh5w-erfgoedflora

Artikel volgende nummer vakblad Vitruvius

*Voor een overzicht van al onze artikelen op Vitruvius, volg https://bit.ly/3tXp8JW-Vitruvius

Hemelvaart 2021

 

 
 
 
 
 
Dit bericht bekijken op Instagram
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

 

Een bericht gedeeld door Bernadette Hellenberg Hubar (@vanhellenberghubar2all)

Surf naar kerkgebouwen-in-limburg.nl voor de hier genoemde kerken.

Klein hoefblad (#erfgoedflora)

 

 
 
 
 
 
Dit bericht bekijken op Instagram
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

 

Een bericht gedeeld door Bernadette Hellenberg Hubar (@vanhellenberghubar2all)

Lees meer over klein hoefblad op Wikipedia.

Sint Jozef op 19 maart

 

 
 
 
 
 
Dit bericht bekijken op Instagram
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

 

Een bericht gedeeld door Bernadette Hellenberg Hubar (@vanhellenberghubar2all)

Lees het hele verhaal over Sint Jozef via deze link. Nou ja, hele verhaal …

Hoe zorgen we voor meer vrouwen in de Tweede kamer?

 

 
 
 
 
 
Dit bericht bekijken op Instagram
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

 

Een bericht gedeeld door Bernadette Hellenberg Hubar (@vanhellenberghubar2all)

Lees hier meer over de actie over hoe het aantal vrouwen in de tweede Kamer groter kan worden.

Hoe we de leeuw weer in de benen krijgen! | Tweede Kamer Verkiezingen 15, 16 en 17 maart 2021!

 

 
 
 
 
 
Dit bericht bekijken op Instagram
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

 

Een bericht gedeeld door Bernadette Hellenberg Hubar (@vanhellenberghubar2all)

Surf naar https://bit.ly/30Hac6n-Blendle-BartDeKoning 
Bovenstaande link werkt, ook al staat deze doorgestreept!

Internationale vrouwendag in het teken van de Tweede Kamer Verkiezingen

 

 
 
 
 
 
Dit bericht bekijken op Instagram
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

 

Een bericht gedeeld door Bernadette Hellenberg Hubar (@vanhellenberghubar2all)

De naamdag van  Bernadette Soubirous, 18 februari 2021

 

 
 
 
 
 
Dit bericht bekijken op Instagram
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

 

Een bericht gedeeld door Bernadette Hellenberg Hubar (@vanhellenberghubar2all)

Een nieuw seizoen van de Franse komische serie Dix Pourcent op Netflix

Archief Dunselman naar KDC | Katholiek Documentatie Centrum Nijmegen

Centrale linkpagina | Klik op de afbeelding om te vergroten! Collage bvhh.nu 2021.

Het liep tegen het nieuwe jaar (2020-2021)

Centrale linkpagina | Klik op de afbeelding om te vergroten! Collage bvhh.nu 2020.

De gebroeders Dunselman in vakblad Vitruvius

Centrale linkpagina | Klik op de afbeelding om te vergroten! Collage bvhh.nu 2020.

Oproep eindejaarsdonatie aan Internet Archive

Centrale linkpagina | Klik op de afbeelding om te vergroten! Collage bvhh.nu 2020.

Sociale media en erfgoed

Verkorte link van dit item: http://bit.ly/2KbldIm-VanHHpuntOrg

VanHellenbergHubar.Org zet sociale media in zowel om nieuws over kunst, cultuur & erfgoed te delen als om vragen te stellen en zo kennis te vergaren. Deze centrale linkpagina helpt ons bij het gebruik van de volgende platforms:

Sinds 2020 hebben we met name voor de foto’s op Instagram de hashtags #erfgoedflora , #erfgoedfauna en #erfgoednatuur geïntroduceerd. Je zou kunnen stellen dat we op deze manier een meer eigentijdse invulling geven aan het jammer genoeg verouderde begrip #natuurhistorie. 

Centrale linkpagina | Klik op de afbeelding om te vergroten! Screenshot bvhh.nu 2021.

Graag nodigen we je van harte uit om de hashtag #erfgoedflora verder te verspreiden!

Ga eens kijken op onze Facebookpagina en ‘like’ onze berichten, zodat onderwerpen zoals hierboven een nog grotere actieradius bereiken!

Ook erfgoed moet het hebben van delen: kennis en passie kunnen we wereldwijd via de sociale media doorgeven. Vandaar onze vraag om deze pagina te delen via de knop delen onderaan de pagina. Het zou helemaal fijn als je daarbij de hashtag #erfgoed of #erfgoednatuur gebruikt.

;-) B&M

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


De gebroeders Dunselman in vakblad Vitruvius

De gebroeders Dunselman in vakblad Vitruvius — We waren al bezig met dit artikel toen begin augustus 2020 het schokkende nieuws kwam dat museum Ons’ Lieve Heer op Solder met sluiting bedreigd werd. Schokkend omdat dit onvermijdelijk gevolgen zou hebben voor de ateliercollectie van Kees Dunselman die eind vorige eeuw door de familie in bruikleen is gegeven aan dit museum. Hierin bevindt zich niet alleen werk van de jongste Dunselman, maar ook van zijn oudere broer Jan. Ze behoren tot de top van de kerkschilders anno 1900 met een bijzonder netwerk, waartoe onder meer Antoon Derkinderen, Joseph Th.J. Cuypers en Jan Stuyt behoorden. Centrum van de discussie over monumentale kerkelijke kunst in die dagen was de katholieke kunstkring De Violier, waarvan Jan als een van de oprichters vanaf 1900 lid was, en Kees later in 1906 toetrad.

De schilderingen van Kees Dunselman (na 1903) in de onze Lieve Vrouwe Hemelvaartkerk van Oude Tonge (Goeree-Overflakkee), ontworpen door Joseph Cuypers (1897-1898).
Een van de kerken, waar Kees Dunselman gewerkt heeft, is de Onze Lieve Vrouwe Hemelvaartkerk van Oude Tonge (Goeree-Overflakkee): een ontwerp van Joseph Cuypers uit de tijd dat hij ook met de nieuwe Bavo in Haarlem bezig was (1897-1898). De uitmonstering bestond voor een deel uit materiaal- en baksteenpolychromie, ontworpen door de architect. Waarschijnlijk is ook het concept van de geschilderde polychromie van zijn hand, omdat Kees Dunselman pas vanaf 1903 als kerkschilder actief was. Het was niet ongebruikelijk om de velden voor de figuratieve schilderingen (figuraties) leeg te laten, totdat er voldoende middelen waren voor verdere invulling. In dat geval zou Kees Dunselman alleen verantwoordelijk zijn voor de figuraties in de kerk, die we op deze historische foto zien in het priesterkoor, op de triomfboog, en tegen de transeptarmen. Deze uitmonstering is grotendeels verdwenen als gevolg van de watersnood en de vernieuwingen onder Vaticanum II. Voor de herkomst van de foto volg deze link.
____________

Toekomst ateliercollectie — Wie de nieuwsberichten en de sociale media heeft gevolgd, weet dat het goed afgelopen is met Ons’ Lieve Heer op Solder. Het was een discussie die met veel emoties gepaard ging en waaraan ook vanuit de kunsthistorische hoek een constructieve bijdrage is geleverd. Zelf heb ik vooral op Facebook daaraan deelgenomen. Wat betreft mijn collega’s, mag ik graag wijzen op het artikel van grand’ old man Peter van Dael in Ignis webmagazine. Van Dael was jarenlang als docent kunstgeschiedenis verbonden aan de Vrije Universiteit van Amsterdam en was een van de eersten die zich bezighield met het veiligstellen van de archivistische nalatenschap van de gebroeders Dunselman. Ook al blijft Ons’ Lieve Heer op Solder behouden, wat er met de ateliercollectie gaat gebeuren staat allerminst vast. 

Daar komen we zeker nog op terug!

Dubbelartikel over de gebroeders Dunselman — Intussen ben je welkom om deel 1 van ons dubbelartikel te lezen over Jan en Kees Dunselman. Het is ontleend aan ons E-boek over de recente kalotschilderingen van de kathedraal van Rotterdam, waarbij Jojanneke Post zich heeft laten inspireren door het verdwenen werk van haar voorganger, Kees Dunselman. In principe hadden we hiervoor nog aanvullend onderzoek willen doen bij het KDC in Nijmegen dat eveneens over een deelarchief van Kees Dunselman beschikt. Dat bleef spijtig genoeg buiten de onderzoeksopdracht van het E-boek, omdat het doel – het achterhalen van de opzet van de oorspronkelijke schildering van de kalot – bereikt was. En nog spijtiger, ook ditmaal kon geen controleslag gemaakt worden … nu was het coronavirus de spelbreker.

Deze onderzoeksleemte ten spijt, bevat het dubbelartikel over de gebroeders Dunselman zoveel nova dat het rijp is voor een groter publiek. Vooral dankzij Delpher en Kerkcollectie Digitaal van het Catharijneconvent is veel nieuw materiaal opgespoord waardoor het geijkte beeld van wie nu precies wat deed bijgesteld kon worden. Ook de relatie tussen liturgie, uitmonstering en iconografie kon hierdoor goed in beeld worden gebracht. Dat die kenniswinst opportuun is staat wel vast. Er worden zoveel kerken herbestemd dat het goed is om te weten waar de twee kerkschilders hebben gewerkt en wat voor een rijke programma’s hier zijn uitgevoerd. Schilderingen willen bij hergebruik wel eens stiefmoederlijk worden behandeld, omdat ze eigenlijk altijd in de weg zitten. Dus ga er voor zitten en verdiep je in het verhaal. Je kunt het scherm vergroten door op het rechter icoontje te klikken in het raamwerk hieronder.

Jan en Kees Dunselman-1.VITRUVIUS

In de tekst zit een omissie die bij de aanpassing van de betreffende paragraaf voor Vitruvius is blijven hangen. We zijn benieuwd wie die als eerste signaleert. 
Verder een slip of the cursor bij de verwijzing naar de noten 31-32 in noot 33. Bedoeld zijn de noten 30-31. En had je ook dat merkwaardige jaartal gezien?

;-) B&M

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


Verwijzingen

  1. Dael, Peter van. ‘Ons’ Lieve Heer op Solder na 133 jaar dicht? Neen!’ Ignis webmagazine, 20 augustus 2020. https://bit.ly/39X53wN-KerkelijkErfgoed.
  2. Dat bijstellen geldt ook voor de paragraaf over de Dunselmannen in ons boek De genade van de steiger en het stuk over de Urbanuskerk van Nes aan de Amstel in ons boek over de nieuwe Bavo/KoepelKathedraal te Haarlem.
  3. Voor het E-boek zie: Hubar, Bernadette van Hellenberg, Jojanneke Post (Davique Sierschilderwerken), en Marij Coenen. Tussen Gabriel en Michael: de schilderingen naar Kees Dunselman in de Laurentius & Elisabeth Kathedraal te Rotterdam : achtergronden, betekenis & techniek. Rotterdam: HH. Laurentius & Elisabethparochie, 2018. http://bit.ly/VanHH-LauElKat-download.
  4. RCE. ‘Rijksmonument 521890: R.K. Kerk O.L.V. Hemelvaart Oude Tonge – Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed’. Monumentenregister.nl, 2001. http://bit.ly/2usEs5M.
  5. Voor de Katholieke Kunstkring De Violier en Jan Dunselman zie: Hubar, De nieuwe Bavo, pp. 52-57, 63-66. Voorts Hubar, De genade van de steiger, pp. 181-183, 190-193 (De Violier, Jan Dunselman). Voor het lidmaatschap van Kees Dunselman, zie het bovenstaande artikel in Vitruvius of het E-boek in noot 3 (zoekterm Violier). De volledige titels staan in de bibliografie.
  6. De herkomst van de foto met de historische uitmonstering van de Onze Lieve Vrouwe Hemelvaartkerk van Oude Tonge is jammer genoeg niet precies duidelijk. Eind 2019 werden Jojanneke Post van David Sierschilderwerken en wij, vanwege onze eerdere samenwerking bij de Laurentius en Elisabeth Kathedraal van Rotterdam, uitgenodigd om offerte uit te brengen voor een vooronderzoek met betrekking tot het eventuele terugbrengen van de polychromie/schilderingen in de kerk. Hoewel er een aardig bedrag aan subsidies in het vooruitzicht lag, heeft het kerkbestuur anders besloten. Bij de stukken die we ontvingen bij het werkbezoek voorafgaand aan de offerte zat onder meer deze historische afbeelding. 
  7. Hubar, Bernadette van Hellenberg en Marij Coenen. “Jan en Kees Dunselman. Kerkschilders van niveau (deel 1)”. Vitruvius, onafhankelijk vakblad voor erfgoedprofessionals 14 (2020): 18-25.
Sociale media en erfgoed

VanHellenbergHubar.Org zet sociale media in zowel om nieuws over kunst, cultuur & erfgoed te delen als om vragen te stellen en zo kennis te vergaren. Centraal hierin staat onze Facebookpagina: http://bit.ly/VanHHOrg2FB

Ga eens kijken en ‘like’ onze pagina, zodat de berichten over onderwerpen als de voorgaande een nog grotere actieradius bereiken!

Je kunt ons en andere onderzoekers ook helpen door deze pagina te delen via de knop delen onderaan de pagina (graag de hashtag #Dunselman gebruiken).

Verkorte link van dit item: http://bit.ly/3gZdjOq-Dunselman

Een tweede Salomon in vakblad Vitruvius

Een tweede Salomon — Voor het nieuwe nummer van Vitruvius heb ik een artikel geschreven met de hoofdlijnen van mijn E-boek dat in februari 2018 is verschenen. Het heeft me altijd gefascineerd, die toe-eigening of misschien beter nog, transpositie van grote mannen uit het verleden door de typering van ‘tweede’ of ‘andere’. Natuurlijk is dit een juweel van een retorische figuur die ongetwijfeld nog op de klassieken teruggaat en in de middeleeuwen leidde tot de eervolle benaming van de architect van Karel de Grote, Einhard, als een ‘Beseleel secundus’, een tweede Beseleel of Bezaleël. Dat was niemand minder dan de oudtestamentische bouwmeester van het mobiele heiligdom van de ark van het verbond, waarmee Gods volk door de woestijn trok. Vele eeuwen later zou Pierre J.H. Cuypers eveneens als een tweede Bezaleël betiteld worden, en wel door zijn zwager, de literator en kunsttheoreticus, J.A. Alberdingk Thijm. Werd de architect vernoemd naar zijn voorganger uit Exodus, de bouwheer werd vergeleken met de koning die opdracht gaf tot de bouw van de tempel in Jeruzalem, Salomon. En wat dat betekende voor het Rotterdam in het eerste decennium van de twintigste eeuw, daarover gaat dit artikel.

VIT_Apr.2018_Bernadette_v3

Je kunt dit artikel over de ‘tweede Salomon’ in het bovenstaande scherm downloaden via de knop rechts van ‘zoom’.*

Ook het E-boek kan gratis gedownload worden!

Er zijn nog altijd mensen die het niet zien, maar zoals ook bleek tijdens de excursie van het Cuypersgenootschap, oktober 2017, Rotterdam is machtig interessant!

;-) B.

Een tweede Salomon | Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


Bronnen en verdere informatie

De * in de tekst hierboven verwijst naar de volgende bronnen (opgemaakt met Zotero):

  • Bernadette van Hellenberg Hubar, met medewerking van Jojanneke Post (Davique Sierschilderwerken) en Marij Coenen. Tussen Gabriel en Michael. De schilderingen naar Kees Dunselman in de Laurentius & Elisabeth Kathedraal te Rotterdam. Rotterdam: HH. Laurentius & Elisabethparochie, 2018. ISBN 978-90-820976-2-7.
  • Voor de ‘tweede Bezaleël’ (‘Beseleel secundus’) zie Hubar, van Hellenberg, Bernadette C.M. van. De nieuwe Bavo te Haarlem: ad orientem – gericht op het oosten. Zwolle; Haarlem: Wbooks ; Stichting Kathedrale Basiliek Sint Bavo, 2016 (zoektermen register: Beseleel, Bezaleël).
  • Titelbeschrijving van het artikel in Vitruvius: Hubar, Bernadette van Hellenberg. “Een tweede Salomon in Rotterdam. De context van de schilderingen van Kees Dunselman in de Laurentius & Elisabeth Kathedraal te Rotterdam”. Vitruvius, onafhankelijk vakblad voor erfgoedprofessionals 11 (2018): 19–25.

Ben je in Rotterdam, ga de kathedraal dan eens bezoeken:

  • Het parochiecentrum is vrijwel iedere dag geopend tot 13:00 uur: op werkdagen vanaf 10:00 uur en zondags na de mis.
  • Bezoekadres: Robert Fruinstraat 36 (achterzijde kathedraal)
  • Voor verdere contactgegevens en bereikbaarheid met openbaar vervoer surf naar de site van de kathedraal.

Verkorte link van dit item: http://bit.ly/2IJISdn-VanHH2org

De E-publicatie over de Rotterdamse kathedraal is uit

… en je kunt die E-publicatie over de kathedraal hier gratis downloaden!


Download E-publicatie Kathedraal Rotterdam. Omslag bvhh.nu 2018.

Tussen Gabriel en Michael heb ik geschreven in het kader van het onderzoek naar de verdwenen schilderingen van – naar achteraf bleek – niet Jan, maar Kees Dunselman in de Laurentius & Elisabeth Kathedraal te Rotterdam. Dit project ging van start dankzij het gulle gebaar van een mecenas die zich ontfermde over de kalot van de apsis in de kathedraal. De voorstelling op dit gewelf was in 1964 verwijderd onder invloed van de vernieuwingen die tijdens het tweede Vaticaans Concilie (1962-1965) Nederland bereikten. Na raadpleging van de parochie bleek de voorkeur uit te gaan naar een ontwerp dat herinnerde aan het verdwenen werk van Kees Dunselman. Die opdracht ging naar Jojanneke Post van Davique Sierschilderwerken, met wie ik tijdens mijn onderzoek nauw heb samengewerkt. Vooral de sessies op de steiger, lopende het project, waren heel inspirerend. Als je als kunsthistoricus zo nauw mag samenwerken met een kunstenaar en de chemie bruist, dan brengt dat heel veel.

Dat de E-publicatie gratis gedownload kan worden, hebben we te danken aan de kathedraal en het bisdom. Men wil graag dat zoveel mogelijk mensen kennis nemen van dit nieuwe kunstwerk en de achterliggende verhalen.* Die zijn er te over! Wat te denken van de mensen die de kerk – want de Elisabethkerk is pas sinds 1968 kathedraal – en haar inrichting tot stand hebben gebracht. Of de symbolische code die in de voorstellingen verborgen zit. Dat bleek een hersenkraker waar Dan Brown eer aan had kunnen behalen. Het was verder een heel avontuur om het geheim te achterhalen van de bijzondere schilderstechnieken van Kees Dunselman, waar Jojanneke Post een eigen variant voor heeft bedacht. En dan het verhaal van de liturgie, waar de bisschop zelf een bijzondere inbreng in heeft gehad.* Bij ieder project leg je weer nieuwe accenten. Ditmaal heb ik liturgie en iconografie dichter bij elkaar gebracht door het virtuele duet tussen de voorgestelde mensen op de muren en de kerkgangers in het gebouw in beeld te brengen. Alles bij elkaar vormt het nieuwe kunstwerk een bijzondere toevoeging aan het gesamtkunstwerk dat de kathedraal vormt: een toevoeging die van deze tijd is, geënt op wat er vroeger speelde.

Bezichtiging Laurentius & Elisabeth kathedraal

Als je het E-boek gelezen hebt – wat zeg ik, zelfs als je het E-boek alleen maar doorgebladerd hebt – dan word je als vanzelf nieuwsgierig naar de nieuwe schilderingen en het interieur van de kathedraal. Dus op naar Rotterdam!

  • Het parochiecentrum is vrijwel iedere dag geopend tot 13:00 uur: op werkdagen vanaf 10:00 uur en zondags na de mis.
  • Bezoekadres: Robert Fruinstraat 36 (achterzijde kathedraal)
  • Voor verdere contactgegevens en bereikbaarheid met openbaar vervoer surf naar de site van de kathedraal.

Wist je trouwens dat er aanwijzingen zijn dat de Elisabethkerk stiekem ontworpen is als kathedraal? Een juweel van een #erfgoedraadsel, waarvan je de oplossing vindt in de e-publicatie.

;-) B.

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


Verwijzingen en meer informatie

  • De volledige titel van de E-publicatie luidt: Bernadette van Hellenberg Hubar, met medewerking van Jojanneke Post (Davique Sierschilderwerken) en Marij Coenen. Tussen Gabriel en Michael. De schilderingen naar Kees Dunselman in de Laurentius & Elisabeth Kathedraal te Rotterdam. Rotterdam: HH. Laurentius & Elisabethparochie, 2018. ISBN 978-90-820976-2-7.
  • Voor een meer gespecificeerd beeld van wat je in het boek kunt vinden zie de inhoudsopgave.
  • Zie daarvoor het item ‘Een boek voor de bisschop‘.
  • Op deze site is heel wat te vinden over deze E-publicatie. Surf daarvoor naar de projectpagina.

Verkorte link van dit item http://bit.ly/Download-LauElKat-VanHH

Het E-boek Tussen Gabriel en Michael


E-boek kathedraal | De verschijning kreeg een prelude dankzij RTV Rijnmond

E-boek kathedraal | De ontmoeting tussen Kees Dunselman en Jojanneke Post. Collage bvhh.nu 2018.

Het betrof deze opname van RT Rijnmond:

In ietwat gewijzigde vorm haalde dit item een dag later het NOS  journaal, zoals je kunt zien onder deze link.

Wil je weten hoe dit project het in de sociale media deed? Surf dan naar het Twittermoment.

B.

E-boek kathedraal | Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


Meer informatie

Het E-boek kan gedownload worden via de website van de kathedraal, het bisdom, Davique Sierschilderwerken en deze site. De volledige titel luidt:

  • Bernadette van Hellenberg Hubar, met medewerking van Jojanneke Post (Davique Sierschilderwerken) en Marij Coenen. Tussen Gabriel en Michael. De schilderingen naar Kees Dunselman in de Laurentius & Elisabeth Kathedraal te Rotterdam. Rotterdam: HH. Laurentius & Elisabethparochie, 2018. ISBN 978-90-820976-2-7

Ben je in Rotterdam, ga de kathedraal dan eens bezoeken:

  • Het parochiecentrum is vrijwel iedere dag geopend tot 13:00 uur: op werkdagen vanaf 10:00 uur en zondags na de mis.
  • Bezoekadres: Robert Fruinstraat 36 (achterzijde kathedraal)
  • Voor verdere contactgegevens en bereikbaarheid met openbaar vervoer surf naar de site van de kathedraal.

Verkorte link van dit item: http://bit.ly/2De11QF-LauElKat

Kapellen #KunstinBreda

#Kerkverhalen | Kapellen in Breda op ifthenisnow.eu

Ook het laatste onderdeel van #KunstinBreda riep vragen op. Vandaar dat ik bij #kerkverhalen op if then is now een oproep heb geplaatst om hulp te krijgen bij de waardestelling van deze twee Mariabeelden in Teteringen en Gageldonk. Er moeten toch meer voorbeelden zijn van het gesluierde Jezuskind. En zou het rechter beeld nog afkomstig kunnen zijn van de middeleeuwse Martinuskerk van Princenhage, van vóór de brand van 1873, dus vóór de restauratie/herbouw door Pierre J.H. Cuypers en J.J. Langelaar? Allemaal interessante vragen, waarop de nieuwsgierige onderzoeker graag antwoord wil hebben. En dat komt de waardestelling ten goede.

De eerste reactie – van mijn vriend en vakgenoot, Joost van Hest – is inmiddels binnen. Hij heeft een paar hele interessante aanvullingen op if then is now geplaatst.
Intussen hebben Joost, Wies van leeuwen en Sander van Daal – ook – op Twitter via @kerkverhalen gereageerd.

Dit is waar ik van droom: interactie via het wereldwijde web om kennis te delen en over te dragen.
Want dit type kennis op iconografisch gebied wordt – het is niet anders – steeds zeldzamer.

Genoeg gepraat! Ga maar eens kijken bij if then is now!

;-) B.

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


Verwijzingen (opgemaakt met Zotero, Chigaco Manual of Styles 16h edition (note).

  • Hubar, van Hellenberg, Bernadette. #KunstinBreda | Religieuze kunst, Waardestellingen van uitmonsteringen en clusters. Ohé en Laak, 2017.
  • Hubar, van Hellenberg, Bernadette. “Kunst in Breda”. VanHellenbergHubar.org, 24 september 2016. http://bit.ly/KunstinBreda-VHHorg.
  • Hubar, van Hellenberg, Bernadette. “#Kerkverhalen | Kapellen in Breda”. if then is now, 2017. http://bit.ly/2q0AFLk.