De gebroeders Dunselman in vakblad Vitruvius

De gebroeders Dunselman in vakblad Vitruvius — We waren al bezig met dit artikel toen begin augustus 2020 het schokkende nieuws kwam dat museum Ons’ Lieve Heer op Solder met sluiting bedreigd werd. Schokkend omdat dit onvermijdelijk gevolgen zou hebben voor de ateliercollectie van Kees Dunselman die eind vorige eeuw door de familie in bruikleen is gegeven aan dit museum. Hierin bevindt zich niet alleen werk van de jongste Dunselman, maar ook van zijn oudere broer Jan. Ze behoren tot de top van de kerkschilders anno 1900 met een bijzonder netwerk, waartoe onder meer Antoon Derkinderen, Joseph Th.J. Cuypers en Jan Stuyt behoorden. Centrum van de discussie over monumentale kerkelijke kunst in die dagen was de katholieke kunstkring De Violier, waarvan Jan als een van de oprichters vanaf 1900 lid was, en Kees later in 1906 toetrad.

De schilderingen van Kees Dunselman (na 1903) in de onze Lieve Vrouwe Hemelvaartkerk van Oude Tonge (Goeree-Overflakkee), ontworpen door Joseph Cuypers (1897-1898).
Een van de kerken, waar Kees Dunselman gewerkt heeft, is de Onze Lieve Vrouwe Hemelvaartkerk van Oude Tonge (Goeree-Overflakkee): een ontwerp van Joseph Cuypers uit de tijd dat hij ook met de nieuwe Bavo in Haarlem bezig was (1897-1898). De uitmonstering bestond voor een deel uit materiaal- en baksteenpolychromie, ontworpen door de architect. Waarschijnlijk is ook het concept van de geschilderde polychromie van zijn hand, omdat Kees Dunselman pas vanaf 1903 als kerkschilder actief was. Het was niet ongebruikelijk om de velden voor de figuratieve schilderingen (figuraties) leeg te laten, totdat er voldoende middelen waren voor verdere invulling. In dat geval zou Kees Dunselman alleen verantwoordelijk zijn voor de figuraties in de kerk, die we op deze historische foto zien in het priesterkoor, op de triomfboog, en tegen de transeptarmen. Deze uitmonstering is grotendeels verdwenen als gevolg van de watersnood en de vernieuwingen onder Vaticanum II. Voor de herkomst van de foto volg deze link.
____________

Toekomst ateliercollectie — Wie de nieuwsberichten en de sociale media heeft gevolgd, weet dat het goed afgelopen is met Ons’ Lieve Heer op Solder. Het was een discussie die met veel emoties gepaard ging en waaraan ook vanuit de kunsthistorische hoek een constructieve bijdrage is geleverd. Zelf heb ik vooral op Facebook daaraan deelgenomen. Wat betreft mijn collega’s, mag ik graag wijzen op het artikel van grand’ old man Peter van Dael in Ignis webmagazine. Van Dael was jarenlang als docent kunstgeschiedenis verbonden aan de Vrije Universiteit van Amsterdam en was een van de eersten die zich bezighield met het veiligstellen van de archivistische nalatenschap van de gebroeders Dunselman. Ook al blijft Ons’ Lieve Heer op Solder behouden, wat er met de ateliercollectie gaat gebeuren staat allerminst vast. 

Daar komen we zeker nog op terug!

Dubbelartikel over de gebroeders Dunselman — Intussen ben je welkom om deel 1 van ons dubbelartikel te lezen over Jan en Kees Dunselman. Het is ontleend aan ons E-boek over de recente kalotschilderingen van de kathedraal van Rotterdam, waarbij Jojanneke Post zich heeft laten inspireren door het verdwenen werk van haar voorganger, Kees Dunselman. In principe hadden we hiervoor nog aanvullend onderzoek willen doen bij het KDC in Nijmegen dat eveneens over een deelarchief van Kees Dunselman beschikt. Dat bleef spijtig genoeg buiten de onderzoeksopdracht van het E-boek, omdat het doel – het achterhalen van de opzet van de oorspronkelijke schildering van de kalot – bereikt was. En nog spijtiger, ook ditmaal kon geen controleslag gemaakt worden … nu was het coronavirus de spelbreker.

Deze onderzoeksleemte ten spijt, bevat het dubbelartikel over de gebroeders Dunselman zoveel nova dat het rijp is voor een groter publiek. Vooral dankzij Delpher en Kerkcollectie Digitaal van het Catharijneconvent is veel nieuw materiaal opgespoord waardoor het geijkte beeld van wie nu precies wat deed bijgesteld kon worden. Ook de relatie tussen liturgie, uitmonstering en iconografie kon hierdoor goed in beeld worden gebracht. Dat die kenniswinst opportuun is staat wel vast. Er worden zoveel kerken herbestemd dat het goed is om te weten waar de twee kerkschilders hebben gewerkt en wat voor een rijke programma’s hier zijn uitgevoerd. Schilderingen willen bij hergebruik wel eens stiefmoederlijk worden behandeld, omdat ze eigenlijk altijd in de weg zitten. Dus ga er voor zitten en verdiep je in het verhaal. Je kunt het scherm vergroten door op het rechter icoontje te klikken in het raamwerk hieronder.

Jan en Kees Dunselman-1.VITRUVIUS

In de tekst zit een omissie die bij de aanpassing van de betreffende paragraaf voor Vitruvius is blijven hangen. We zijn benieuwd wie die als eerste signaleert. 
Verder een slip of the cursor bij de verwijzing naar de noten 31-32 in noot 33. Bedoeld zijn de noten 30-31. En had je ook dat merkwaardige jaartal gezien?

;-) B&M

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


Verwijzingen

  1. Dael, Peter van. ‘Ons’ Lieve Heer op Solder na 133 jaar dicht? Neen!’ Ignis webmagazine, 20 augustus 2020. https://bit.ly/39X53wN-KerkelijkErfgoed.
  2. Dat bijstellen geldt ook voor de paragraaf over de Dunselmannen in ons boek De genade van de steiger en het stuk over de Urbanuskerk van Nes aan de Amstel in ons boek over de nieuwe Bavo/KoepelKathedraal te Haarlem.
  3. Voor het E-boek zie: Hubar, Bernadette van Hellenberg, Jojanneke Post (Davique Sierschilderwerken), en Marij Coenen. Tussen Gabriel en Michael: de schilderingen naar Kees Dunselman in de Laurentius & Elisabeth Kathedraal te Rotterdam : achtergronden, betekenis & techniek. Rotterdam: HH. Laurentius & Elisabethparochie, 2018. http://bit.ly/VanHH-LauElKat-download.
  4. RCE. ‘Rijksmonument 521890: R.K. Kerk O.L.V. Hemelvaart Oude Tonge – Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed’. Monumentenregister.nl, 2001. http://bit.ly/2usEs5M.
  5. Voor de Katholieke Kunstkring De Violier en Jan Dunselman zie: Hubar, De nieuwe Bavo, pp. 52-57, 63-66. Voorts Hubar, De genade van de steiger, pp. 181-183, 190-193 (De Violier, Jan Dunselman). Voor het lidmaatschap van Kees Dunselman, zie het bovenstaande artikel in Vitruvius of het E-boek in noot 3 (zoekterm Violier). De volledige titels staan in de bibliografie.
  6. De herkomst van de foto met de historische uitmonstering van de Onze Lieve Vrouwe Hemelvaartkerk van Oude Tonge is jammer genoeg niet precies duidelijk. Eind 2019 werden Jojanneke Post van David Sierschilderwerken en wij, vanwege onze eerdere samenwerking bij de Laurentius en Elisabeth Kathedraal van Rotterdam, uitgenodigd om offerte uit te brengen voor een vooronderzoek met betrekking tot het eventuele terugbrengen van de polychromie/schilderingen in de kerk. Hoewel er een aardig bedrag aan subsidies in het vooruitzicht lag, heeft het kerkbestuur anders besloten. Bij de stukken die we ontvingen bij het werkbezoek voorafgaand aan de offerte zat onder meer deze historische afbeelding. 
  7. Hubar, Bernadette van Hellenberg en Marij Coenen. “Jan en Kees Dunselman. Kerkschilders van niveau (deel 1)”. Vitruvius, onafhankelijk vakblad voor erfgoedprofessionals 14 (2020): 18-25.
Sociale media en erfgoed

VanHellenbergHubar.Org zet sociale media in zowel om nieuws over kunst, cultuur & erfgoed te delen als om vragen te stellen en zo kennis te vergaren. Centraal hierin staat onze Facebookpagina: http://bit.ly/VanHHOrg2FB

Ga eens kijken en ‘like’ onze pagina, zodat de berichten over onderwerpen als de voorgaande een nog grotere actieradius bereiken!

Je kunt ons en andere onderzoekers ook helpen door deze pagina te delen via de knop delen onderaan de pagina (graag de hashtag #Dunselman gebruiken).

Verkorte link van dit item: http://bit.ly/3gZdjOq-Dunselman

Klim naar het licht

Klim naar het licht — Als je het gedicht hieronder leest, zou je denken dat het gemaakt is bij gelegenheid van de ‘Klim van het licht’. Maar dat is niet zo. Bernadette schreef het als eindejaarsgedicht bij de jaarwisseling van 2015 naar 2016, toen we net het laatste hoofdstuk van het boek over de nieuwe Bavo bij de leescommissie hadden ingeleverd. Dat gaat … je raadt het al, over de koepel van Joseph Cuypers. Wat jammer dat toen de naam KoepelKathedraal nog niet bestond, want die is gelet op de iconografie van dit gebouw heel toepasselijk: vanuit het oogpunt van architectuur, van het decoratieprogramma binnen en buiten, de polychrome uitmonstering, de liturgische choreografie en noem maar op.

Zouden al die ruim 70.000 klimmers naar het licht de vue op de koepel ook zo ervaren hebben, zoals hieronder wordt verteld? Al die keren dat Bernadette tijdens de restauratie op de steigers van de kathedraal rondliep – toen de woorden nog moesten komen – werd ze steeds weer naar dit ene punt getrokken. Steeds weer die draaiende spiralen …  

Naar de zon in het zenith gericht
draaien de spiralen
een dubbele helix gelijk
mysterie van hoe het begon
en tot de geboorte leidde
van stammen, rassen en volkeren
dna van duizenden gelovigen
die al eeuwenlang
de jacobsladder beklimmen
naar het licht …
vuur dat langs de vier
armen van het kruis
in de windrichtingen spreidt
het spectrum openbreekt
en de ontelbare kleuren
bundelt tot energie
onvoorwaardelijk voor iedereen

KoepelKathedraal/ nieuwe Bavo Haarlem. Verguld en gepolychromeerd kapiteel met omringende bloemornamenten in de koepel, ontworpen door Joseph Cuypers 1902-1906. Beeldbank Rijksdienst Cultureel erfgoed - Chris Booms, 2012.

________________________

Klim naar het licht met gedicht op maandag — Met gedicht op maandag zitten we in Haarlem, waar het afgelopen half jaar tienduizenden mensen van de ene verbazing in de andere vielen toen ze de spilloze wenteltrap betraden, vervolgens op de balustrade van de koepel belandden en de hele kerk van bovenaf konden bekijken; de moedigen onder hen hielden zich goed vast en keken nog wat verder omhoog naar de stadsmuur van het hemels Jeruzalem en het koepelgewelf. Daarna over de gewelven van het schip naar de westtorens, waar de echte klim begon, om te eindigen op het hoogste punt met het onvergetelijke uitzicht op de koepel van Joseph Cuypers.

Het mooie is, dit kan nog even: deze week tot en met 27 oktober! Surf naar deze site voor meer informatie.

En als je daar dan staat, en je je verwondert over het oosterse karakter van het patroon op de koepel – een vorm van oriëntalisme die je ook elders in het gebouw tegenkomt (Sacramentskapel, orgeltribune et cetera) – denk dan even aan de architect, Joseph Cuypers en zijn opdrachtgever, bisschop A.J. Callier. Hun liefde voor ‘Spaansch-Arabische motieven’ (jargon van Joseph Cuypers) heeft niet alleen te maken met de erkenning van de inheemse architectuur van het heilige Land als inspiratiebron van christelijke cultuur, maar is sterk beïnvloed door de figuur van Thomas van Aquino. En deze middeleeuwse denker dankte zijn kennis van Aristoteles aan de Arabische scholen: aan stukken die hij ter beschikking kreeg via Spanje en zijn islamitische tradities van Arabische signatuur. Daarmee construeerde hij zijn eigen filosofie, zoals Joseph zijn eigen koepel bouwde. De nieuwe Bavo slaat een brug tussen de christelijke en islamitische cultuur door te laten zien wat de een vol respect van de ander heeft overgenomen en in iets eigens heeft getransformeerd. De hele wereld met zijn weelde aan visies en opvattingen was hun deel, in de stellige overtuiging dat het katholieke geloof dit een aparte plek zou geven in zijn eigen bestel; of het nu om religie, filosofie, kunst of architectuur ging. De boodschap die rond 1900 werd afgegeven, blijkt anno 2019 verrassend actueel te zijn.

Alle Menschen werden Brüder!

;-) B&M

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


Et cetera
  • Ons boek over de nieuwe Bavo is uitverkocht, maar op een plaats hebben ze dat nog in voorraad, bij de KoepelKathedraal waar je het na de klim naar het licht kunt kopen!
  • Voor de volledige tekst van Ode an die Freude van Friedrich von Schiller met de profetische uitroep ‘Alle Menschen werden Brüder!’, zie dit lemma op Wikipedia. Op Spotify en Youtube kun je allerlei uitvoeringen vinden van het slotkoor van de negende symfonie van Beethoven die de Ode an die Freude met drie beginregels heeft uitgebreid en op muziek heeft gezet.
  • Verkorte link van dit item: http://bit.ly/2P4Pysk-Gom

Zowel aan Joseph Cuypers als aan #Gom | Gedicht op maandag wordt aandacht besteed op onze Facebookpagina: http://bit.ly/VanHHOrg2FB
Ga eens kijken en ‘like’ de pagina, zodat berichten als deze een nog grotere actieradius bereiken en wie weet, ook anderen inspireren tot dichterlijke reflecties op erfgoed!

Dat kun je ook doen door dit item te delen via de knop delen onderaan de pagina. Het zou helemaal fijn zijn als je daarbij de hashtag #gom gebruikt.

Meer weten over architect Joseph Cuypers? Surf dan naar de Joseph Cuypers Collectie of de items over de KoepelKathedraal/nieuwe Bavo.

Succesvolle crowdfunding Cuypersplafond

Succesvolle crowdfunding Cuypersplafond — 6 oktober 2019 stond de teller op 100%! De crowdfunding voor het #Cuypersplafond in het Cuypershuis is geslaagd! Wat in 1977 werd verwoest en in 2007 werd herontdekt, wordt in 2020 teruggebracht als onderdeel van de nieuwe collectie opstelling in museum Cuypershuis. 

Als ambassadeur hebben we ons steentje, of liever wat kleurpigment, bijgedragen aan deze actie door hiervoor aandacht te vragen op Facebook, Twitter, LinkedIn en Instagram.

We hebben de sociale media gevoerd met de volgende items (in chronologische volgorde):

Cuypers en ons schrijverscollectief — Van ons schrijverscollectief is Bernadette al vanaf haar afstuderen in 1979 bezig met de architecten Cuypers*, terwijl Marij vanaf 2004 betrokken is bij alles wat tot het Cuypers assortiment gerekend kan worden; als co-auteur, fotograaf, beeldredacteur en/of eindredacteur van de stukken. Sinds we gewerkt hebben aan het boek over de nieuwe Bavo/Koepelkathedraal te Haarlem (2013-2016) zijn we hoofdzakelijk bezig met de zoon van Pierre J.H. Cuypers, Joseph Cuypers, die na het einde van de Eerste Wereldoorlog met zijn gezin in het Cuypershuis in Roermond gaat wonen en daar – te beginnen in 1907 – verschillende verbouwingen op zijn naam heeft staan. Op dit moment zijn we druk bezig met de Joseph Cuypers Collectie op het gemeentearchief, waarover dit jaar nog ons E-boek verschijnt. Daarover vind je meer via deze link.

Tussendoor komt de oude Cuypers regelmatig langs, zoals bij het onderzoek naar Cuypersornamenten voor de N280 – jammer genoeg ligt Cuypers met 80 km per uur nog onder embargo* – en deze fondsenwerving voor het #Cuypersplafond. Beide projecten waren een pracht van een aanleiding voor Bernadette om zich weer te verdiepen in haar oude liefde: kleur, polychromie en monumentale schilderkunst!* Een totaal ander onderwerp dus als de eerdere crowdfunding voor het Cuypershuis – het herstel van de glasnegatieven – waar we eveneens als ambassadeur bij betrokken waren: ook al werd Cuypers senior hierin centraal geplaatst, het gros van de collectie komt uit de tijd dat Joseph Cuypers de scepter zwaaide.* 

Al deze onderwerpen komen met grote regelmaat aan de orde op onze Facebookpagina: http://bit.ly/VanHHOrg2FB
Ga eens kijken en ‘like’ de pagina, zodat de berichten als de bovenstaande een nog grotere actieradius bereiken!

;-) B&M

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


Verwijzingen &
  • We spreken tegenwoordig over de architecten Cuypers, omdat inmiddels gebleken is dat zowel Pierre J.H. Cuypers en zijn zoon Joseph Th.J. Cuypers, als Joseph Th.J. Cuypers en diens zoon Pierre J.J.M. Cuypers op zo’n manier hebben samengewerkt dat van een dubbel of zelfs drievoudig auteurschap gesproken kan worden. Een markant voorbeeld is de zogenaamde kathedraal van Amsterdam, de Willibrordus buiten de Veste. De oostpartij was van Pierre J.H. Cuypers, schip en transept van zijn zoon Joseph en de vieringtoren van Pierre J.J.M. Cuypers. Zie hiervoor het item over Clemens Merkelbach van Enkhuizen.
  • Hubar, Bernadette van Hellenberg, en Marij Coenen. Cuypers met 80 kilometer per uur. De uitmonstering van de N280 te Roermond. Maastricht/Ohé en Laak: Provincie Limburg/VanHH.Org, 2019.
  • Bernadette publiceerde over de polychromie van Pierre J.H. en Joseph Cuypers naar aanleiding van de inmiddels grotendeels verdwenen uitmonstering van de Servaaskerk (1884) en het herstel van de kleuren in de Teekenschool van Roermond (1997). Wat betreft kleur en polychromie schreef ze vanaf 2004 samen met Marij het rapport in het kader van het grote onderzoek naar het Cuypershuis (De muziek van het licht, 2007), het inmiddels uitverkochte boek De genade van de steiger (2013), het eveneens uitverkochte boek over de nieuwe Bavo/Koepelkathedraal Haarlem (2016) en het hierboven genoemde onderzoek over de N280 (2019).
  • Hubar, Bernadette van Hellenberg, en Marij Coenen. “Ambassadeur voor Cuypers’ glasnegatieven”. if then is now, 2017. http://bit.ly/ifthenisnow-Cuy2. Zie verder dit item op deze site. 

Verkorte link van dit item: http://bit.ly/33acc66

← Naar de hoofdpagina van Cuypers assortiment

← Naar de hoofdpagina van de Joseph Cuypers Collectie

Erfgoedverhalen op de sociale media


De header van @Erfgoedverhaal op Twitter met een van de ondeugden uit de nieuwe Bavo te Haarlem. Inmiddels is het aantal volgers gegroeid naar 449. Easy going is het motto! Screenshot bvhh.nu 2018.

De header van @Erfgoedverhaal op Twitter met een van de ondeugden uit de nieuwe Bavo te Haarlem. Inmiddels is het aantal volgers gegroeid naar 536. Easy going is het motto! Screenshot bvhh.nu 2018.

Sociale media 2019-2020 | Greep uit de berichten

Collectie Bern4dette/VanHellenbergHubar.org

Selectie 2019

Oproep Eric Hennekam in verband met hosting toegangen op de historische archieven | 9 juni 2019

Bekijk ook de reacties!

Tekstbanden met bloemmotieven in de HH. Laurentius- en Elisabethkathedraal te Rotterdam, gerestaureerd door Davique.nl | 12 mei 2019

Directe link

Nota bene — De kennisuitwisseling hierover volgt!

En toen waren ze weg | Jom Hasjoa op 2 mei en Dodenherdenking 4 mei 2019

Directe link

Idem op LinkedIn (directe link):

Wim Eggenkamp ontving de penning van verdienste van de gemeente Haarlem | 26 april 2019

Directe link.

Herbert van hasselt | 14 april 2019

Directe link.

Terug naar de hoofdpagina!

Een ster en een kroon (2016)

Een ster en een kroon — Wat heeft dit wapen nu met Driekoningen te maken, hoor ik je denken. Als je kijkt naar de volledige afbeelding onder deze link, kom je waarschijnlijk niet veel verder, want wat verbindt zo’n feestcantate met de drie wijzen uit het oosten? Het antwoord ligt verborgen in de naam boven het wapen: monseigneur C.J.M. Bottemanne (1823-1903), de vierde bisschop van Haarlem sinds 1853, het jaar van het herstel van de kerkelijke hiërarchie in Nederland. Voor hem werd dit blazoen namelijk ontworpen, toen hij in 1883 aantrad. Misschien begint er een lampje te branden als je weet wat zijn roepnaam was: Caspar.

Tijdens mijn onderzoek afgelopen twee jaar naar de nieuwe Bavo, vond ik in het Noord-Hollands Archief een artikel over dit wapen in het Maandblad van het Genealogisch-heraldiek genootschap “De Nederlandsche Leeuw” (1884). Zowel de vereniging als het  tijdschrift bestaat nog steeds. De auteur, L.J.A. Braakenburg, begint met zijn vooral protestantse lezerspubliek uit te leggen dat ‘Hoogwaardigheidsbekleeders in de Catholieke kerk een zegel moeten hebben’. Dat was nodig om officiële stukken te kunnen bezegelen. Nu was een van de hoogleraren van het grootseminarie Warmond, waar Bottemanne als president leiding gaf voor hij tot bisschop werd benoemd, zo goed geweest Braakenburg het groot- en kleinzegel te sturen. Dat beschrijft hij als volgt:

‘Het wapen omgeven door de attributen der bisschop-waardigheid [kruis, mijter, staf, platte hoed met tien kwasten], eigen is;
doorsneden 1. van azuur [blauw] beladen met een zespuntige ster van goud.
2. van keel [rood] beladen met eene gouden zevenpuntige Oostersche koningskroon, op den rand versierd met roode edelgesteenten (gemmae).
Devies: “Omnia in Charitate.” [Alles in liefde]
Randschrift van het groot zegel is: Sigillum Casparis Joseph Martini Epi. Harlemen [zegel van Casper Joseph Martinus bisschop van Haarlem].
Men zou oppervlakkig uit de beschrijving geen “sprekend” wapen herkennen. En toch is dit zoo.
Toen de Zaligmaker geboren was, togen de drie wijzen uit het Oosten op naar Palestina om Jezus hunne hulde te brengen. Hunne namen waren: Balthazar, Caspar en Melchior. De ster wees aan den blauwen hemel hun den weg, verder heeft de kroon betrekking op hun’ vorstelijken stand, terwijl rood de kleur der Oosterlingen is.
De verdere verklaring van ’t wapen als “sprekend” te zijn, is niet noodig. Want een der voornamen van den Bisschop is die van een der koningen’.*

Sprekend of niet, wat zegt het dat Bottemanne zich als een van de wijzen uit het oosten profileerde? Het sluit in ieder geval prachtig aan bij het oriëntalisme in Nederland dat eind negentiende eeuw aanwakkerde. Hoe belangrijk dit is geweest voor de nieuwe Bavo, laat de prachtige koepel van Joseph Cuypers op de kathedraal (1906) iedere dag weer zien. Dankzij de herleving van de visie en denkbeelden van Thomas van Aquino kon dit oriëntalisme katholiek ingekaderd worden. De belangstelling voor de Oriënt bevorderde ondertussen een groeiende belangstelling voor het land waar Christus leefde, Palestina. Zo trok pastoor A.H.W. Kaag, een van Bottemanne’s redacteuren bij de katholieke pers, in 1895 naar het heilige Land om onder meer Kerstmis in Bethlehem bij te wonen. In de literatuur heet het dat de eerste Nederlandse pelgrimstocht naar het heilige Land in 1905 heeft plaatsgevonden, maar dat klopt toch niet. In De Tijd van 12 december 1894 staat een advertentie voor een ‘Bedevaart naar het Heilige Land’, onder ‘geestelijke leiding van den Weleerw. Heer Pastoor A. Kaag’. Kaag ging dus niet zomaar als toerist op reis, maar had de zorg voor ‘ten hoogste 16 katholieken’. In 1898 doet hij uitvoerig verslag van deze pelgrimstocht in weekblad Sint Bavo.*

Historische foto van de grotstal van Bethlehem, waar Christus geboren is (circa 1895)
Historische foto van de grotstal van Bethlehem, waar Christus geboren is en herders en wijzen hem kwamen bezoeken. Ontleend aan het artikel van A.H.W. Kaag over de bedevaart naar Palestina in 1895.

Of Bottemanne zelf nog het heilige Land had willen bezoeken? Dat is zeker niet uitgesloten, maar de bisschop kampte met twee hindernissen: allereerst was het de vraag of hij het verantwoord vond om zijn diocees, en daarmee zijn kudde, zo lang te verlaten. Kaag was immers alles bij elkaar ruim een jaar afwezig. Maar er was een nog grotere handicap. Bottemanne was begin jaren negentig al vrijwel blind. Je kunt je voorstellen dat Kaag bij hem op audiëntie is geweest om te vertellen over zijn reis. We mogen in ieder geval aannemen dat de bisschop met veel belangstelling zijn artikelen in weekblad Sint Bavo gevolgd heeft. Hoe zou dat geweest zijn? Zelf krijg ik een beeld van een winterse avond bij de haard in februari 1898: terwijl zijn secretaris hem het reisverslag van Kaag voorleest, vertrekt Bottemanne in gedachten naar het heilige Land. Als een van de drie wijzen volgt hij de ster naar Bethlehem om de nieuwe Koning te aanbidden en hem goud, wierook en mirre te offeren.

Deze scène is verschillende keren in de kathedraal uitgebeeld. Waar zou dat precies zijn?

B. ((Dit item maakt deel uit van de serie ‘Kunst met de kleine en de grote K in de nieuwe Bavo’ en vormt een bewerking van het item, gepubliceerd op de Facebookpagina van de nieuwe Bavo op 6 januari 2016.
Verkorte link: bit.ly/2CQcdlJ-VanHH2Org))

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


Meer informatie & bestelgegevens

Het teken * in de bovenstaande tekst verwijst naar de volgende informatie en bronnen:
  • Hellenberg Hubar, Bernadette van,De nieuwe Bavo te Haarlem, Ad orientem | Gericht op het oosten, WBOOKS-Stichting Kathedrale Basiliek Sint Bavo, op initiatief van de Rijksdienst Cultureel Erfgoed, Zwolle-Haarlem 2016. Met name hoofdstuk 4 en hoofdstuk 6 gaan over Thomas van Aquino en het oriëntalisme van Joseph Cuypers.
  • Hellenberg Hubar, Bernadette van, ‘Driekoningenfeest’, op: Ithenisnow.nl | http://bit.ly/1O3uxFL (2016): over het volksfeest dat in het bisdom Haarlem in onbruik was geraakt.
  • Braakenburg, L.J.A., ‘Het wapen van den tegenwoordigen Bisschop van Haarlem, Mgr. C. J. M. Bottemanne’, in: Maandblad van het Genealogisch-heraldiek genootschap “De Nederlandsche Leeuw” (1884), p. 81.
  • Delpher, berichten over de bedevaart van A.H.W Kaag in Algemeen Handelsblad van 14 november 1894 en De Tijd van 12 dec 1894.
  • Erftemeijer, Antoon, Arjen Looyenga en Marieke van Roon, Getooid als een bruid, De nieuwe Sint-Bavokathedraal te Haarlem, Haarlem 1997, pp. 220-222.
  • Kaag, A.H.W., ‘In Palestina vóór 2000 jaar’, in: Sint Bavo, Godsdienstig weekblad van het bisdom Haarlem 1 (1898), pp. 135-138; 152-154; 168-171.
  • Wikipedia: items over Bottemanne, Driekoningen en tijdschrift De Nederlandsche Leeuw.

Wil je het boek over de nieuwe Bavo bestellen, surf dan naar deze pagina.

Credit beeldmateriaal collage
  • Linksboven: omslag van de feestcantate voor bisschop Caspar J.M. Bottemanne bij gelegenheid van zijn gouden priesterfeest, 1896, gecomponeerd door Philip Loots (drukwerk). Herkomst: parochiearchief nieuwe Bavo in het Noord-Hollands Archief te Haarlem. Foto bvhh.nu 2015.
  • Rechtsboven: het altaar van Marie Andriessen met rechts op het retabel Driekoningen (2010). Met toestemming ontleend aan de website van het Heilig Kerstmisgilde.
  • Rechtsonder: historische afbeelding van de grotstal in Bethlehem uit het artikel van Kaag, geciteerd hierboven.
  • Middenonder: de drie wijzen in de mozaïeken van Ravenna. Herkomst Wikimedia Commons; foto Nina Aldin Thune, 2006.


De collage op de sociale media 6 januari 2019 (bvhh.nu).

 

De architecten Cuypers en het Vitruvianisme

Voor het oktobernummer van Vakblad Vitruvius (2018) hebben we een artikel gemaakt over het vitruvianisme en de architecten Pierre J.H. en Joseph Th.J. Cuypers. Daarmee sloeg ik twee vliegen in een klap. Ik wilde namelijk de balans opmaken van waarin vader en zoon Cuypers verschillen als het gaat om het zogenaamde ontwerpen op systeem. Daarom heb ik twee publicaties geklutst: hoofdstuk 10 van mijn proefschrift en verschillende passages in het boek over de nieuwe Bavo/KoepelKathedraal Haarlem die opgezocht kunnen worden met de zoektermen: proportie, geometrie, geometrisch, cirkel, vierkant, driehoek.*

Of deze exercitie iets heeft gebracht? Ik denk het wel. Ik sta er iedere keer weer van te kijken hoe effectief een andere aanvliegroute kan werken. Heel interessant hoe nieuwe inzichten ontstaan; in dit geval niet alleen ten aanzien van de architecten Cuypers, maar ook wat betreft de wisselwerking tussen Joseph Cuypers en H.P. Berlage. Ga het verhaal maar eens lezen. Wil je er met de zoektoets doorheen gaan, download het artikel dan via het frame hieronder of deze link.

De architecten Cuypers en Vitruvius

Omdat hele stukken van een eerdere publicatie van mijn hand zijn overgenomen, wordt dit in academische kringen wel betiteld als ‘self plagiarism’. Voor mij valt dit onder de categorie ‘De honden blaffen en de karavaan trekt verder’. Zelfs in recensies word ik betiteld als iemand met ‘een missie’ en dat brengt met zich mee dat ik me bewust herhaal. Het is een oeroud pedagogisch adagium dat je alleen zo de boodschap in kunt slijpen. Zeker als het om een verhaal gaat dat voor de meeste mensen nog altijd als nieuw ervaren wordt en al helemaal als de lijn doorgetrokken kan worden naar lopend onderzoek, heeft – partiële – herhaling een evidente meerwaarde. Op dit punt zie je dat de wetenschap achterloopt op de sociale media, waar herhaling een erkend stukje gereedschap is. Pedagogiek en marketing vallen hier samen.

Overigens is dit ook een goed moment om een paar zaken aan te vullen en te corrigeren:

  • Bij de Teeken- en Ambachtsschool ontbreekt de architect die formeel het laatste gebouw ontworpen heeft, L.H. Luyten. Waarom er zoveel mensen aan mee hebben gewerkt? Dat kwam omdat Cuypers senior op dat moment in de gemeenteraad zat. Volgens de grote oeuvrecatalogus van het werk van Cuypers senior staat het vroegste ontwerp op naam van Joseph Cuypers (1894). Tevens blijkt dat verschillende tekeningen op het bureau van vader en zoon Cuypers in Amsterdam zijn gemaakt, waaronder een voorontwerp van het uiteindelijke complex aan de Godsweerdersingel.* Het ziet ernaar uit dat Joseph Cuypers een groter aandeel heeft gehad in het project, dan ik destijds in de jaren ’80 en ’90 van de vorige eeuw dacht.
  • Bij afbeelding 12 ontbreekt de naam van de fotograaf, Jan Straus.
  • De spreuk uit het ‘Boek der Wijsh. IX, 21’ dat God als een demiurg de kosmos met maat, getal en gewicht heeft geschapen – lees geconstrueerd – staat níet in de onderdoorgang van het Rijksmuseum gekalligrafeerd. Ik moet het tijdens mijn promotieonderzoek ergens hebben gevonden, dus misschien was het een andere plaats in het Rijksmuseum of een nooit uitgevoerd voorstel. Maar ruim dertig jaar na dato wil het echte laatje in mijn geheugen niet opengaan. Hopelijk kan iemand me dit nog een keer vertellen.

Je weet het, schrijven is trial and error dus terugkoppeling is altijd welkom!

;-) B.

Een van de tegeltableaus van de Roermondse Teeken- en Ambachtsschool (1904-1908). Hierin zijn de drie primaire schema’s van het driehoekssysteem van Viollet-le-Duc gecombineerd tot een afbeelding, waaronder de drie sleutelwoorden uit de bijbehorende tekst in zijn ‘Dictionnaire’ staan: Geometrie, Stabiliteit en Proportie. Foto Jan Straus Roermond.


Bronnen en verdere informatie

Nota bene — Voor de verkorte titels zie de algemene bibliografie van deze site of een van de deelbibliografieën (Joseph Cuypers Collectie, Clemenskerk):

  • Hubar, Arbeid en Bezieling, pp. 325-348: ‘Het reliëf De Bouw- en beeldhouwkunst. De Griekse “meester van het werk” en Cuypers’ proportiesysteem’. Hubar, De nieuwe Bavo te Haarlem, register, zoektermen: proportie, geometrie, geometrisch, cirkel, vierkant, driehoek. Het hoofdstuk in mijn proefschrift gaat op zijn beurt terug op een artikel in de feestbundel van mijn promotor, Kees Peeters: Hubar, “‘De door wiskunst en verbeelding gebouwde kerk'”, pp. 249-259.
  • Berens e.a., P.J.H. Cuypers (1827-1921): het complete werk, p. 313.
  • Hubar, ‘”Een godin die nooit onverschillig blijkt”‘.
  • Het artikel in Vitruvius kan geciteerd worden als: Hubar, Bernadette van Hellenberg. “De architecten Cuypers en het vitruvianisme”. Vitruvius, onafhankelijk vakblad voor erfgoedprofessionals 12 (2018): 18–27. http://bit.ly/2zqa7qm-VanHH2Org Meer weten over Vakblad Vitruvius, volg dan deze link

Het Rijksmuseum kan iedereen vast wel zonder mij vinden, de nieuwe Bavo/KoepelKathedraal Haarlem en de Dom van Keulen ook. Maar de Teeken- en Ambachtsschool in Roermond? Mocht je die willen bezoeken, neem dan van te voren contact op met de Limburgse Werkgevers Vereniging (LWV) die in de Teekenschool gehuisvest is. In de aanpalende Ambachtsschool zit het Limburgse Groenhuis. Ik heb het complex behandeld in hoofdstuk 4 van mijn proefschrift, nadat ik er eerder over gepubliceerd had in de vakbladen De Maasgouw en De Sluitsteen.* Heel bijzonder is de polychromie, waarover ik eveneens een artikel schreef na de voltooiing van de restauratie in 1997.* Kortom, zeer de moeite waard om een bezoek te brengen.

Verkorte link van dit item http://bit.ly/2zqa7qm-VanHH2Org

Biografie Marij Coenen

Deze diashow vereist JavaScript.

Marij Coenen is mijn vrouw en vennoot. We zijn in hetzelfde jaar geboren, ik eind februari en zij half mei 1956. Marij studeerde HBO Diëtetiek (Heerlen), HBO Verpleegkunde (Sittard) en HBO+ Mesologie te Amsterdam. Zij heeft jarenlang gewerkt als wijkverpleegkundige in het Heuvelland van Zuid-Limburg en een eigen praktijk gevoerd. Vanaf 2000 was ze in dienst van Monumentenhuis Limburg en daar heeft ze als eindredacteur van de rapporten van de Monumentenwacht een blijvende liefde voor het erfgoed opgelopen. Sinds 2003 is zij zelfstandig ondernemer met een gecombineerde aanpak: ze had deels een praktijk in gezondheidsadvies en deels een bedrijf in administratie & communicatie. Vanaf 2005 was ze als vennoot en medewerker betrokken bij Res nova, waar ze de financiële administratie combineerde met de eindredactie van de rapporten en publicaties.

Redacteur

In de loop van de jaren heeft Marij zich ontwikkeld tot een uitermate precieze en kritische redacteur die zowat met het groene boekje onder haar kussen slaapt. Haar expertise op dit gebied is de afgelopen jaren alleen maar belangrijker geworden, doordat uitgevers er zelf geen redacteuren meer op na houden. Vandaar dat ik haar rol onderstreept heb aan het slot van mijn dankwoord van ons boek over de nieuwe Bavo:

De laatste die ik hier in het licht wil zetten was zeker niet de minste in dit proces: Marij Coenen is de enige die kan vertellen dat ze dit boek van voor naar achteren heeft gelezen en toen weer terug. Hele stukken heb ik haar voorgelezen in de avondzon en bij de haard, steeds weer een ultieme test om te horen of zinnen liepen en de tekst begrijpelijk bleef. Ook al blijven er delen van het boek die beslist pittig zijn, zij heeft me telkens weer aangespoord en geïnspireerd om te kiezen voor minder complexe zinswendingen en vooral de verteltrant vast te houden. Mezelf trouw te blijven in wat ik nu eenmaal ben: een verhalenverteller.*

Uitgever Johan de Bruijn van WBooks heeft deze lof op zijn manier kracht bijgezet door Marij in het ISBN-nummer op te voeren als co-auteur! Gelukkig heeft hij dat van tevoren niet laten weten, want bescheiden als Marij is had ze dat nooit goed gevonden. Dat is omgekeerd evenredig met het aantal publicaties waaraan ze heeft meegewerkt.*

“Daarom alleen al is Marij onmisbaar! Mijn hersens helpen me geweldig om over alle stel- en spelfouten heen te lezen bij de stukken die ik zelf geschreven heb! Ze houdt me bij de les!” (;-) B.)

Fotograaf

Marij houdt van fotograferen en dat komt tijdens onze projecten goed van pas. Zo tekende ze voor het gros van de foto’s voor de publicatie over de Clemenskerk (2014) en de rapportages over de kloosterruïne Hoogcruts (2010) en de Martinuskerk van Beek (2018). Maar ook tentoonstellingen legt ze vast, waardoor we beschikken over een groeiende beeldbank die bij onderzoek zeer van pas komt. Daartussen zit onder meer materiaal met betrekking tot de collectie van Gerard van Wezel (Droomkunst), Joep Nicolas (Cuypershuis Roermond), Jan Toorop (Haags Gemeentemuseum), Verzaagd en verspijkerd (Brabants Museum Den Bosch) et cetera. Haar kracht komt verder tot uiting in natuurfoto’s die de landschappelijke component van het erfgoed onderstrepen. Alles bij elkaar vormt haar fotografie een belangrijke bron voor de sociale media.

Sociale media

Sociale media draaien op content en erfgoed is een en al content! In onze branche heb je te maken met de overvloed van de weelde. Dus heb je behoefte aan iemand die rijp van groen kan onderscheiden. Bij dit proces van keuzes maken voegt Marij af en toe wat human interest toe aan onze berichten en dat maakt het beeld naar buiten des te overtuigender. Wil je het resultaat zien? Kijk dan bij onze Facebookpagina.

Marij Coenen is ook te volgen op Twitter via @Erfgoedcontent.* Op LinkedIn profileert ze zich vooral met haar administratieve werk.*

;-) B.

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


Verwijzingen

De * in de tekst hierboven verwijst naar de volgende informatie:

Marij Coenen fotografeert de doopvont van Anton Molkenboer in de kathedraal van Roermond. bvhh.nu 2016.

Verkorte link van dit item: http://bit.ly/Marij-Coenen2VanHHOrg

Verhalen in de nieuwe Bavo ¨

Deze pagina vormt een doorverwijzing naar de collectie verhalen in de nieuwe Bavo te Haarlem, het meesterwerk van Joseph Cuypers op kerkelijk gebied.

Collectie verhalen | Hoe maak je items zichtbaar in de Joseph Cuypers Collectie? Woordenwolk bvhh.nu 2018.

Weet je op welk stuk deze woordenwolk slaat? Mail me dan of reageer hieronder en wie weet heb ik wat aardigs voor je.

;-) B.

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!

Kleurenvanger

De kleurenvanger op Curaçao


Tegen elkaar aangeschurkt op de kade
pand na pand divers in toon
als kleurige helklinkende ijzeren
plaatjes
op de kinderxylofoon
flikkerend bij iedere oogopslag
Dwalend van stoep naar stoep
gaat een bonte pijper
tingelend over de klinkers
een stoet van kleuren achter hem aan
wij in hun kielzog mee
ons oog betoverd door roze
en rood, okergeel en groen
en beige, citroengeel en blauw
geplukt uit de regenboog
Hier kersvers gesausd
op nieuwe pleisterlagen
met scherpe haakse hoeken
Daar gedempt door verwering
bladderende plekken
vocht en regenslag
met suggestieve vegen vervuiling
als expressionistische toets
Vreedzaam naast elkaar
in Caribische coëxistentie

Rond de evenaar
valt de korte schemer
ebt het kleurgetijde weg
de pijper sluit de avondpoort
vereffent de balans in blauwdonkergrijsgroenzwart

______________________________

Kleurenvanger — Het gedicht ‘Kleurenvanger’ komt uit E kas blau | Het blauwe huis, de bundel die ik schreef bij mijn eerste bezoek aan Curaçao in 2011.* Vandaag krijgt het een aparte plekje in het kader van het initiatief Gedicht op maandag | #Gom. In de achtergrondverhalen van de bundel staat de volgende toelichting:

Ik ben gek op kleur en heb van – historische – architectuur mijn beroep gemaakt. Dat zie je weerspiegeld in de Kleurenvanger en Vogelvlucht vanuit de toren. Wie door Punda en Otrabanda heeft gewandeld zal zich, net als wij, op sleeptouw hebben gevoeld van een kleurenvanger die bij iedere oogopslag de blik met een nieuwe tint weet te bekoren. Eenmaal dit thema van de rattenvanger gekozen, kon het uitgerold worden tot op het moment waarop de bergdeur achter de kinderen gesloten wordt. Hier worden ze gelukkig iedere dag bij zonsopgang weer uit hun gevangenis verlost. Het lef waarmee het palet is samengesteld doet erg denken aan de natuurlijke orde: nergens immers is de polychromie zo onbeschaamd uitbundig en gevarieerd als bij bloemen die in een volstrekte willekeur worden gegroepeerd en nooit vloeken (dat is ook de reden waarom ik zo dol ben op natuurgebieden met een rijke wilde flora). Is dat kleurgevoel antropologisch bepaald? Wie zal het zeggen. De anekdote dat een gezagsdrager het wit te pijnlijk voor zijn ogen vond, kan historisch kloppen, maar lijkt me toch wat banaal.

Zoals bekend staat een groot deel van Curaçao, waaronder de kleurige gebouwen, op de werelderfgoedlijst. Hoe paradoxaal dat ook klinkt, het gevaar daarvan is overkill dat ook in Nederland bij iedere restauratie dreigt. Waarschijnlijk zal het in een tropisch klimaat nog moeilijker zijn om het midden te vinden tussen verantwoord onderhoud en vernieuwing, maar ook de toegevoegde waarde van het patin, de verwering van de tijd behoort tot de cultuurhistorische kwaliteiten die beschermd moeten worden. In die zin popte het idee van de Caribische coëxistentie op: het zou spannend zijn om naast de strakke, gloednieuw ogende panden de schoonheid van de verwering een kans te geven. Te zoeken naar een manier van consolidatie die uiterst basaal is. Over meer scenario’s te beschikken dan alleen het herstel in nieuwe luister.

Postscriptum — Zeven jaar later en een paar boeken verder is mijn fascinatie voor kleur alleen maar verder verdiept, wat overigens niet minder geldt voor de mate waarin patin of patina me boeit. Op dit punt heeft vooral het onderzoek naar de nieuwe Bavo me veel gebracht. De al eerder aangetroffen associatie van de polychromie van Cuypers senior met de kosmische kleurenleer van Goethe – die minstens zo sterk, zo niet sterker voor zijn zoon Joseph gold – heb ik verder uit kunnen diepen. Hoewel een directe relatie tussen dit werk en de kleurtoepassing van vader en zoon Cuypers – nog – niet vaststaat, zijn de aanwijzingen heel sterk.* Met name de kleurenschema’s in de nieuwe Bavo lijken er het resultaat van te zijn.*

Wat betreft de omgang met patina doet zich in Nederland een ware richtingenstrijd voor, omdat het moeilijk blijkt om eenduidig te bepalen waar patina eindigt en vervuiling begint. Bij die gebouwen waar architecten materiaalpolychromie toegepast hebben als esthetische kunstgreep – zoals bij de nieuwe Bavo is gebeurd – dient ervoor gewaakt te worden dat de kleuren verdwijnen als gevolg van het nivellerende effect van de grauwsluier van vervuiling. Wat overigens heel interessant is, is dat Joseph Cuypers met zijn ontwerp anticipeerde op de ‘atmosferische’ werking van de tijd; niet alleen buiten, maar zelfs binnen, ín het gebouw. Naar dit fenomeen is in Nederland verder geen onderzoek gedaan, wat benadrukt dat in ieder geval gekeken moet worden naar de intenties van de architect bij de besluitvorming rond de aanpak van patina/vervuiling. Het onderdeel van de waardenstelling dat ik daarover geschreven heb, is vanwege de omvang buiten het boek over de nieuwe Bavo gebleven. Het blijft op de plank liggen tot de tijd rijp is om het uit te werken tot een artikel. Enkele aspecten heb ik meegenomen in het hoofdstuk over de polychromie van de Haarlemse kathedraal.*

Wordt vervolgd!

;-) B.

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


Bronnen en verdere informatie

De * in de tekst hierboven verwijst naar de volgende bronnen (opgemaakt met Zotero):

  • Hubar, Bernadette van Hellenberg. E kas blau | Het blauwe huis. Gedichten op locatie met reisimpressies (Curaçao). Curaçao/Ohé en Laak, 2011. http://bit.ly/2ykneeF-KasBlau. Over mijn beeldgedichten/gedichten op locatie vind je meer onder deze link.
  • Hubar, Bernadette van Hellenberg, Ad orientem | Gericht op het oosten. De nieuwe Bavo te Haarlem, WBOOKS-Stichting Kathedrale Basiliek Sint Bavo, op initiatief van de Rijksdienst Cultureel Erfgoed, Zwolle-Haarlem 2016. Het register kan via deze link geraadpleegd worden. Wil je het boek bestellen volg dan deze link.
  • Hubar, Bernadette van Hellenberg. ‘De muziek van het licht’, Cuypers’ polychromie. Erfgoed in ontwikkeling. Ohé en Laak: Res nova-VanHH.org, 2007. http://bit.ly/Muziek-polychromie.
  • Foto’s en collage bvhh.nu 2011.

Ben je een keer in Willemstad op Curacao, ga dan eens kijken in de Rifwaterstraat, waar de foto hierboven is genomen die de Caribische coëxistentie in de kleurige gevels laat zien.

Verkorte link van dit item: bit.ly/2JReVIy-VanHH2Org