Succesvolle crowdfunding Cuypersplafond

Succesvolle crowdfunding Cuypersplafond — 6 oktober 2019 stond de teller op 100%! De crowdfunding voor het #Cuypersplafond in het Cuypershuis is geslaagd! Wat in 1977 werd verwoest en in 2007 werd herontdekt, wordt in 2020 teruggebracht als onderdeel van de nieuwe collectie opstelling in museum Cuypershuis. 

Als ambassadeur hebben we ons steentje, of liever wat kleurpigment, bijgedragen aan deze actie door hiervoor aandacht te vragen op Facebook, Twitter, LinkedIn en Instagram.

We hebben de sociale media gevoerd met de volgende items (in chronologische volgorde):

Cuypers en ons schrijverscollectief — Van ons schrijverscollectief is Bernadette al vanaf haar afstuderen in 1979 bezig met de architecten Cuypers*, terwijl Marij vanaf 2004 betrokken is bij alles wat tot het Cuypers assortiment gerekend kan worden; als co-auteur, fotograaf, beeldredacteur en/of eindredacteur van de stukken. Sinds we gewerkt hebben aan het boek over de nieuwe Bavo/Koepelkathedraal te Haarlem (2013-2016) zijn we hoofdzakelijk bezig met de zoon van Pierre J.H. Cuypers, Joseph Cuypers, die na het einde van de Eerste Wereldoorlog met zijn gezin in het Cuypershuis in Roermond gaat wonen en daar – te beginnen in 1907 – verschillende verbouwingen op zijn naam heeft staan. Op dit moment zijn we druk bezig met de Joseph Cuypers Collectie op het gemeentearchief, waarover dit jaar nog ons E-boek verschijnt. Daarover vind je meer via deze link.

Tussendoor komt de oude Cuypers regelmatig langs, zoals bij het onderzoek naar Cuypersornamenten voor de N280 – jammer genoeg ligt Cuypers met 80 km per uur nog onder embargo* – en deze fondsenwerving voor het #Cuypersplafond. Beide projecten waren een pracht van een aanleiding voor Bernadette om zich weer te verdiepen in haar oude liefde: kleur, polychromie en monumentale schilderkunst!* Een totaal ander onderwerp dus als de eerdere crowdfunding voor het Cuypershuis – het herstel van de glasnegatieven – waar we eveneens als ambassadeur bij betrokken waren: ook al werd Cuypers senior hierin centraal geplaatst, het gros van de collectie komt uit de tijd dat Joseph Cuypers de scepter zwaaide.* 

Al deze onderwerpen komen met grote regelmaat aan de orde op onze Facebookpagina: http://bit.ly/VanHHOrg2FB
Ga eens kijken en ‘like’ de pagina, zodat de berichten als de bovenstaande een nog grotere actieradius bereiken!

;-) B&M

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


Verwijzingen &
  • We spreken tegenwoordig over de architecten Cuypers, omdat inmiddels gebleken is dat zowel Pierre J.H. Cuypers en zijn zoon Joseph Th.J. Cuypers, als Joseph Th.J. Cuypers en diens zoon Pierre J.J.M. Cuypers op zo’n manier hebben samengewerkt dat van een dubbel of zelfs drievoudig auteurschap gesproken kan worden. Een markant voorbeeld is de zogenaamde kathedraal van Amsterdam, de Willibrordus buiten de Veste. De oostpartij was van Pierre J.H. Cuypers, schip en transept van zijn zoon Joseph en de vieringtoren van Pierre J.J.M. Cuypers. Zie hiervoor het item over Clemens Merkelbach van Enkhuizen.
  • Hubar, Bernadette van Hellenberg, en Marij Coenen. Cuypers met 80 kilometer per uur. De uitmonstering van de N280 te Roermond. Maastricht/Ohé en Laak: Provincie Limburg/VanHH.Org, 2019.
  • Bernadette publiceerde over de polychromie van Pierre J.H. en Joseph Cuypers naar aanleiding van de inmiddels grotendeels verdwenen uitmonstering van de Servaaskerk (1884) en het herstel van de kleuren in de Teekenschool van Roermond (1997). Wat betreft kleur en polychromie schreef ze vanaf 2004 samen met Marij het rapport in het kader van het grote onderzoek naar het Cuypershuis (De muziek van het licht, 2007), het inmiddels uitverkochte boek De genade van de steiger (2013), het eveneens uitverkochte boek over de nieuwe Bavo/Koepelkathedraal Haarlem (2016) en het hierboven genoemde onderzoek over de N280 (2019).
  • Hubar, Bernadette van Hellenberg, en Marij Coenen. “Ambassadeur voor Cuypers’ glasnegatieven”. if then is now, 2017. http://bit.ly/ifthenisnow-Cuy2. Zie verder dit item op deze site. 

Verkorte link van dit item: http://bit.ly/33acc66

← Naar de hoofdpagina van Cuypers assortiment

← Naar de hoofdpagina van de Joseph Cuypers Collectie

Hoe zeldzaam is het Cuypersplafond?

Hoe zeldzaam is het Cuypersplafond in het Cuypershuis? — Voordat we dat vertellen even een update: 6 oktober 2019 stond de teller op 100%! De crowdfunding is geslaagd! Wat in 1977 werd verwoest en in 2007 werd herontdekt, wordt in 2020 teruggebracht als onderdeel van de nieuwe collectie opstelling in het Cuypershuis. Dus voordat je gaat lezen hoe zeldzaam dit plafond is, willen we zeggen … tot volgend jaar in Roermond!

Vue op de kleurstelling van de draken van het plafond door Claudia Junge van de SRAL. Herkomst Cuypershuis 2019.

Vue op de kleurstelling van de draken van het plafond door Claudia Junge van de SRAL. Herkomst Cuypershuis 2019. Klik op de draak om te doneren!

Hoe zat het nu met die zeldzaamheid? We hebben het al eens eerder gezegd; we zijn heel voorzichtig met het woord ‘uniek’. Als alles uniek wordt genoemd wordt die kwalificatie erg sleets en raakt het woord zijn overtuigingskracht kwijt. Maar we kunnen er niet omheen, het #Cuypersplafond is echt uniek, dus hoogst zeldzaam.

Waarom dat zo is? Uit deze tijd, 1859, is nauwelijks polychromie van Cuypers behouden gebleven, en al helemaal geen burgerlijke polychromie, laat staan polychromie in zijn eigen woning, laat nog meer staan polychromie die hij speciaal ontworpen heeft om zijn nieuwe vrouw, Antoinette Alberdingk Thijm, welkom te heten. Het plafond is eigenlijk een grote liefdesverklaring, en – zoals we vertelden bij de draken – een lofzang op Gods verbeeldingskracht, waar de creatieve mens, man èn vrouw, in participeert. 

Wat betreft de specifieke vraagstelling over kleuren en hun toepassing vind je meer hieronder in de paragraaf over het plafond uit het rapport De muziek van het licht, dat Bernadette in 2007 schreef.

Segment Cuypersplafond uit De muziek van het licht

Zo zeldzaam is het Cuypersplafond dus! Ook al zijn er slechts fragmenten van teruggevonden, door de opmeettekeningen van Harrie Hovens en de historische foto’s kan een overtuigende reconstructie gerealiseerd worden.

Je kunt het hele rapport downloaden via Cuypers4all.

We hebben nog wat andere verhalen over het Cuypersplafond, zoals over de draken, de polychromie en de herontdekking van de schilderingen in 2007.

Om de laatste 24 donateurs te bereiken kun je ons helpen door deze pagina te delen via de knop delen onderaan de pagina. Het zou helemaal fijn als je daarbij de hashtag #Cuypersplafond gebruikt. 

;-) B&M

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


Sociale media en erfgoed

VanHellenbergHubar.Org zet sociale media in zowel om nieuws over kunst, cultuur & erfgoed te delen als om vragen te stellen en zo kennis te vergaren. Centraal hierin staat onze Facebookpagina: http://bit.ly/VanHHOrg2FB

Ga eens kijken en ‘like’ onze pagina, zodat de berichten over onderwerpen als de voorgaande een nog grotere actieradius bereiken!

O ja, en vergeet niet te doneren!

Verkorte link van dit item: http://bit.ly/2o3qXsB

← Naar de hoofdpagina van Succesvolle crowdfunding #Cuypersplafond

Cuypersplafond Cuypershuis | Lezing SRAL over de kleuren van Cuypers

Cuypersplafond Cuypershuis lezing — 6 oktober 2019 staat de teller op 100%! De crowdfunding is geslaagd! Wat in 1977 werd verwoest en in 2007 werd herontdekt, wordt in 2020 teruggebracht als onderdeel van de nieuwe collectie opstelling in het Cuypershuis. Dus laten we zeggen … tot volgend jaar in Roermond!

Stand van zaken bij de plaatsing van dit bericht op 24 september 2019

Het loopt goed met de crowdfunding van het Cuypershuis voor de reconstructie van het plafond dat Pierre Cuypers in 1859 ontwierp voor zijn bruid Nenny (Antoinette) Alberdingk Thijm. Ruim 60% van het streefbedrag is binnen! Bravo! Nu de overige circa 7000 euro nog. Als nu 700 mensen een tientje doneren! 

We zijn altijd heel voorzichtig met het woord uniek, omdat het zo sleets is. Liever gebruiken we dan begrippen als zonder weerga, equivalent of hoogst bijzonder. Maar eerlijk is eerlijk … dit plafond verdient absoluut de betiteling uniek. Er zijn nauwelijks burgerlijke plafonds van de hand van Pierre J.H. Cuypers behouden gebleven en dit was dan ook nog eens gemaakt voor zijn eigen woonhuis. Hoe bijzonder kan dat zijn!

Wil je nu al doneren klik dan op de draak!

De instelling die ongetwijfeld de meeste ervaring heeft met de restauratie van uitmonsteringen van de architecten Cuypers, is de SRAL, voluit bekend onder de naam van Stichting Restauratie Atelier Limburg. Dit instituut heeft een belangrijke rol gespeeld bij het terugbrengen van de kleuren van de architecten Cuypers in het Rijksmuseum. Adjunct-directeur René Hoppenbrouwers geeft 26 september – overmorgen – een lezing over de kleuren van Cuypers.

De entree van 5 euro komt ten goede aan de crowdfunding!

 

 
 
 
 
 
Dit bericht bekijken op Instagram
 
 
 
 
 
 
 
 
 

 

Het blijft intrigeren, de polychromie van de architecten Cuypers. Ik schreef er in 1984 over naar aanleiding van de inmiddels grotendeels verdwenen uitmonstering van de Servaaskerk, in 1997 over de kleuren in de Teekenschool van Roermond, in 2007 in het kader van het grote onderzoek naar het @Cuypershuis (‘De muziek van het licht’), en in 2016 over de polychromie binnen en buiten van de nieuwe Bavo/Koepelkathedraal Haarlem. Nog steeds is niet precies duidelijk uit hoe vader en zoon, Pierre en Joseph Cuypers hun uitmonsteringen ontwierpen. Met name de manier waarop ze hun kleurengamma’s samenstelden zonder dat die met elkaar vloekten, is een groot raadsel. O ja, ze gebruikten de kleurendriehoek, ze kenden de theorieën van Owen Jones en Viollet-le-Duc, en vrijwel zeker ook Goethe’s Farbenlehre en de theorieën van Chevreul, maar hoe dat toverstokje eruitzag … na deze lezing komt het antwoord vast weer een paar stappen dichterbij. Alvast een kijkje nemen in ‘De muziek van het licht’? Surf dan naar http://bit.ly/Cuypers4all. Om te doneren volg je deze link: bit.ly/2ZuRNeV-Cuypersplafond ___________________ #Cuypersplafond, Cuypershuis, @Cuypershuis

Een bericht gedeeld door Bernadette Hellenberg Hubar (@vanhellenberghubar2all) op

We hebben nog wat andere verhalen over het Cuypersplafond, zoals over de kleurtoepassing, de draken en de herontdekking van de schilderingen in 2007.

Hadden we al verteld over de draak waarop je kunt klikken om te doneren? 

Toe maar …

;-) B&M 

Klik op de draak om direct te doneren!
Klik op de draak voor de doneerpagina!


Et cetera

Verkorte link van dit item: http://bit.ly/2QZbSlU

← Naar de hoofdpagina van Cuypers assortiment

Crowdfunding reconstructie plafond Cuypershuis

Crowdfunding reconstructie plafond Cuypershuis — 6 oktober 2019 stond de teller op 100%! De crowdfunding is geslaagd! Wat in 1977 werd verwoest en in 2007 werd herontdekt, wordt in 2020 teruggebracht als onderdeel van de nieuwe collectieopstelling in het Cuypershuis. Dus we zouden zeggen … tot volgend jaar in Roermond!

Oral history | Hoe de schilderingen herontdekt werd in 2007

Het gebeurt wel vaker dat je herinneringen ophaalt naar aanleiding van een concreet bericht op de sociale media. Dat overkwam Karl Pesch Konopka en mij (Bernadette) toen op Cuyperiana het bericht verscheen over de crowdfunding van het #Cuypersplafond in het Cuypershuis:

In 2006-2007 waren samen met Karl intensief bezig met de cultuur- en bouwhistorische analyse en het gebrekenplan van wat toen nog Stedelijk Museum ‘Het huis van Cuypers’ heette.1 Dit gebeurde in nauw overleg met de toenmalige directeur, Ridsert Hoekstra, die anders dan de meeste van zijn voorgangers zeer betrokken was bij het gebouw. De opdracht was om onderleggers te leveren voor de restauratie en verbouwing van het museum die in de jaren daarna zou volgen. Tegelijkertijd werd gevraagd om materiaal aan te leveren voor toekomstige tentoonstellingen over het complex en zijn bewoners en gebruikers. Dat resulteerde in een cassette met verschillende rapporten die je via Cuypers4all kunt bekijken en downloaden. 

Dankzij de enthousiaste inzet van de medewerkers van het museum kwamen toen de stukken tevoorschijn – waaronder de tekeningen op schaal 1:1 van H. Hovens (oktober 1977) – die nu de basis vormen voor de reconstructie van het plafond. Op dat moment werd eerst goed duidelijk wat de verbouwing van de jaren ’70 teweeg had gebracht. Zowat alle plafonds zijn weggeslagen, waaronder dit rijk uitgemonsterde exemplaar, en vervangen door verlaagde plafonds met quasi-historische rozetten. De enige rozet die mogelijk nog origineel was, maar helemaal dicht geschilderd, was die in de voormalige Maria Theresiazaal, waar je nu binnenkomt vanuit de huidige entree en museumwinkel. Daar werd in de jaren zeventig nog iets bijzonders gesloopt: de ruimte was namelijk gescheiden van de kamer ernaast door een houten opbouw met entresol, waarvan spijtig genoeg geen enkele foto of ontwerptekening bekend is. Ooggetuigen vertellen dat dit ‘meubel’ geheel uit hout was samengesteld en een boekenkast met bureau, wenteltrapje en verdieping combineerde. Op een van de tekeningen van Joseph lijkt dit schetsmatig ingetekend te zijn tussen de twee kamers aan die kant. Zeer waarschijnlijk was deze houten inbouw, die ooggetuigen aan kasteel De Haar deed denken, van zijn hand. Vermoedelijk zijn tijdens deze campagne ook de twee houten puien aan weerszijden van de centrale gang die vanaf de oorspronkelijke voordeur naar de tuin liep, weggehaald. Hierin zaten portretten van kinderen en kleinkinderen in glas in lood die onder de familie verspreid zijn geraakt.2

5-Collage plafond Cuypershuis crowdfunding Karl Pesch Konopka

Fragmenten en een groene haard! Hoezo?
_____________

Terug naar het plafond. Wie ook alweer van wie deze informatie kreeg, kan ik me niet meer herinneren, maar Karl en kwamen erachter dat onze oud-collega Willem de Wit, in die tijd net benoemd bij de Rijksdienst voor de Monumentenzorg, betrokken was bij deze verbouwing. Toen hij informeerde bij de kunsthistorici van de dienst wat er met dit plafond moest gebeuren, bleek dat niemand van de leiding het behoudenswaardig vond. Als het door middel van foto’s gedocumenteerd werd, kon het verdwijnen. Je kon immers toch niet alles bewaren, hoorde je vaak als mantra (nog steeds overigens). 

De hamvraag was: was het plafond na deze adviesronde inderdaad verdwenen? We konden moeilijk door de verlaagde zoldering heen kijken en er waren te weinig gegevens om een inschatting te maken. Ridsert hakte de knoop door en zo gebeurde het dat Karl en Thomas Laugs op 12 juli 2007 het stukje wegbraken waar nu de woorden ‘Een restje verleden’ bijstaan (zie foto). Wat was ik teleurgesteld dat alles zo grof was weggehakt en er niet meer behouden was. Voor Karl lag het iets genuanceerder. In hoofdlijnen deelt hij mijn verslag, maar … ‘Ik had alleen een enigszins positievere ervaring bij de ontdekking: het verlaagde plafond zat zo hoog dat ik bang was dat alles weg zou zijn, maar in elk geval de kantlijst die voor het verlaagd plafond weg gehakt zou zijn. Het idee was een klein gaatje te maken dat makkelijk weer te dichten was bij een gehele desillusie. Ik had Thomas gevraagd wegens zijn technische kennis van stucplafonds en zijn handigheid om zoiets te doen. Dus het was een onverwachte opluchting dat we de lijst aantroffen, terwijl ik die de minste kans had gegeven’.7 

Hoe zat het met de rest van het huis. Was daar nog iets te vinden? Tot onze grote spijt niet. Mijn vermoeden was dat tegen de onder/achterkant van beide spiltrappen ook polychromie had gezeten. Waarom ik dat dacht: omdat als je de huizen van het corps de logis binnenkwam je niet geconfronteerd werd met het opgaande deel van het trappenhuis, maar met de achter/onderkant ervan. Dat had alleen zin als Cuypers die nodig had om iets te laten zien en dat iets kon voor mijn gevoel alleen een staalkaart zijn van zijn polychromie. Dat zou gepast hebben in een complex dat een prospectus op ware grootte was van het kunnen van het architectenbureau. Bij de restauratie trof men echter niets aan onder de laatste afwerkingslaag, wat zou betekenen dat ook hier alles is kaal gehaald. Bij de muren was dit eveneens het geval. Foto’s laten zien dat ze tot op het metselwerk zijn afgebikt en dus alles wat er op gezeten heeft, is verdwenen. 

Geen verhaal om blij van te worden, vooral niet omdat er tot dusver geen foto’s gevonden zijn van het corps de logis van voor 1970, in tegenstelling tot de vleugel met de Cuyperszaal, die Joseph Cuypers in 1907-1908 verbouwde. En juist omdat er zoveel ongedocumenteerd weg is, is het van groot belang om dit plafond waar we wel voldoende van weten, te restaureren.

Op een andere reden komen we nog terug. Wat dacht je van de symboliek, de kleurtoepassing of van zeldzaamheidswaarde binnen het totale oeuvre van de architecten Cuypers! 

Wordt vervolgd!

Crowdfunding 

Wat is het plan van aanpak voor dit plafond? Dat lees je in onderstaand stuk dat ontleend is aan de crowdfunding pagina op de site van Voor de kunst. Aan het slot kun je gelijk een donatie doen, want hoe bijzonder is dit project. We gaan er je de komende tijd meer over vertellen!

O, je wil direct naar de donatieknop? Surf dan naar de draak en klik op zijn snuit!

Geef het Cuypersplafond weer kleur-2

Aan deze crowdfunding wordt ook aandacht besteed op onze Facebookpagina: http://bit.ly/VanHHOrg2FB en die van het Cuypershuis.
Ga eens kijken en ‘like’  onze pagina’s zodat de berichten over dit project een nog grotere actieradius bereiken!

Hadden we al verteld dat we ambassadeur zijn voor de Crowdfunding reconstructie plafond Cuypershuis?

;-) B&M 

Klik op de draak om direct te doneren!
Klik op de draak om direct te doneren!


Verwijzingen &

  1. Oral history is in principe gebaseerd op de verhalen die mensen over vroeger vertellen, zoals deze terugblik op de vondst van de schilderingen in 2007 van Bernadette. Dat vroeger kan van alles zijn, zoals in het bijzondere artikel van De Volkskrant op een rij is gezet: hoe werkt ons geheugen en welke verhaalfragmenten die we hebben opgeslagen zijn wel en niet betrouwbaar. Een mooie evenwichtige uiteenzetting, waarin het kind niet met het badwater is weggegooid: Visser, Ellen de. “75 jaar oorlogsherinneringen”. De Volkskrant, 7 september 2019. http://bit.ly/2k86sJx-Evernote. Voor het verhalende vertellende effect van onze hersens zie ook Mieras, Ben ik dat?, pp. 354-358. Ook mijn oral history over het plafond van Cuypershuis moet in die zin tegen het licht worden gehouden.
  2. Met dank aan Pierre M. Cuypers, kleizoon van Joseph Cuypers, voor deze informatie. Een en ander is verwerkt in Hubar, Rien de pareil, deel 1, pp. 105-107; deel 2, pp. 231-232.
  3. Wil je een idee hebben van de oorspronkelijke kleuren van de draak? Kijk dan hieronder naar het plaatje uit de brochure van het Cuypershuis, met linksboven het monogram van Antoinette Alberdingk Thijm en Pierre (J.H.) Cuypers (1859). 
  4. Donderdag 26 september 2019 van 19:30 tot 20:30 uur vindt in het Cuypershuis een lezing plaatst over de kleuren van Cuypers door René Hoppenbrouwers van de SRAL, waar men het kleurenonderzoek heeft gedaan: http://bit.ly/2ktEHew-Cuypersplafond. De entree van 5 euro komt ten goede aan de crowdfunding voor het Cuypersplafond.
  5. Donderdag 3 oktober 2019 van 14:00 – 15:00 uur geeft Cuypersbiograaf Wies van Leeuwen een rondleiding door het Cuypershuis naar aanleiding van de crowdfunding voor het plafond. De entree van 5 euro komt ten goede aan dit project.
  6. Mocht je nog aanvullingen hebben op de oral history over de vernietiging van het plafond in 1977, stuur dan een mailtje naar postvanhellenberghubar@gmail.com.
  7. Ontleend aan de mail van Karl Pesch Konopka d.d. 11 september 2019.
  8. De fragmenten van het #Cuypersplafond (1859) in het Cuypershuis, gefotografeerd door ir Karl Pesch Konopka van Stadsherstel Limburg op 12 juli 2007. Ook de haard in de ruimte met het plafond heeft hij toen vastgelegd. Wie weet laat de kleur groen van de bladeren wel de oorspronkelijke tint zien van de nog bestaande haard in die ruimte, die in een soort schoolbordgroen afgewerkt is, waarvan ik (B.) me altijd heb afgevraagd of dat de authentieke kleur was of dat die in 1977 er op is gezet. Tot dusver heeft hier nog geen materiaalonderzoek plaats gevonden. Op de haard heeft hoog waarschijnlijk ook nog sjabloonwerk gezeten.

Tussentijdse stand
  • 4 oktober 2019 staat de teller op 98%, dus met nog 2 dagen voor de boeg gaat dit project geheid de eindstreep halen, zeker als je NU doneert! Dat kan vanaf een tientje! En vele tientjes maken het verschil! Er is nog 235 euro nodig, dus klik op deze link en doe het! Je mag ook op de draak klikken om te doneren! Die zit samen met zijn maatjes te springen om weer terug te kunnen naar het #Cuypersplafond.
  • in het bericht over de zeldzaamheid van het Cuypersplafond: 4 oktober 2019 staat de teller ‘s morgen op 98%, dus met nog 2 dagen voor de boeg gaat dit project geheid de eindstreep halen, zeker als je NU doneert! Dat kan vanaf een tientje! Er zijn nog maar 24 tientjes nodig, dus doe mee en maak het verschil! Doneer hier of klik op de draak!
  • 3 oktober 2019 staat de teller op 89%, dus met nog 3 dagen voor de boeg gaat dit project geheid de eindstreep halen als je NU doneert! Dat kan vanaf een tientje! En vele tientjes maken het verschil!
  • 2 oktober 2019 staat de teller op 88%, dus met nog 4 dagen voor de boeg gaat dit project geheid de eindstreep halen als je NU doneert! Dat kan vanaf een tientje! En vele tientjes maken het verschil! 
  • In het bericht over de lezing van de SRAL 24 september 2019: Het loopt goed met de crowdfunding van het Cuypershuis voor de reconstructie van het plafond dat Pierre Cuypers in 1859 ontwierp voor zijn bruid Nenny (Antoinette) Alberdingk Thijm. Ruim 60% van het streefbedrag is binnen! Bravo! Nu de overige circa 7000 euro nog. Als nu 700 mensen een tientje doneren!

Verkorte link: http://bit.ly/2MYrWo5-Cuypersplafond

← Naar de hoofdpagina van ‘Succesvolle crowdfunding #Cuypersplafond’

Wie is wie in de JCC (Joseph Cuypers Collectie)

Wie is wie in de JCC? — Op deze pagina van het open atelier van de Joseph Cuypers Collectie introduceren we de spelers en figuranten in het levensverhaal van onze architect/kunstenaar/pater familias/netwerker/zoon van Pierre J.H. Cuypers et cetera. Denk eraan, dit is een groeidocument: omdat er voortdurend aan veranderd wordt, staan de noten in de hoofdtekst (hieronder) getalsmatig niet in volgorde, maar in de bronnenlijst wel.

Scroll naar beneden voor de inhoudsopgave van deze pagina!

Pierre J.J.M. Cuypers beschikte over een vliegbrevet. Wanneer de foto precies genomen is, is niet bekend (GAR JCC, fotonummer P1310611).

Pierre J.J.M. Cuypers beschikte over een vliegbrevet, wat destijds tamelijk bijzonder was. Deze foto is gemaakt in 1939-1940, toen hij voorzitter was van de Amsterdamse Aeroclub. (GAR, JCC v.n. 202; VanHH.org fotonummer P1310611).10

Familie 

Nota bene — Op alfabetische volgorde van voornaam en/of eerste voorletter.1

Charles J.A.G. Cuypers (1906-1985) (78 jaar)

Charles Joseph Adolphe Gérard Cuypers (30 november 1906-28 mei 1985) – in familiekring aangeduid als Charlot – was de jongste zoon van Joseph Cuypers en Delphine Cuypers-Povel. Hij volgde van 1925 tot 1932 een opleiding aan de ETH (Elektro Technische Hochschule) te Zürich tot werktuigbouwkundig ingenieur. Van die tijd zijn brieven bekend aan met name zijn moeder. In een ervan vertelt hij dat hij Berlage heeft ontmoet en een avond met hem in een kroeg door heeft gebracht. Berlage hield volgens hem niet op met zijn lofzang op Rusland en Moskou in het bijzonder.14

In 1934 trouwde hij met Emmy Kneepkens met wie hij – er was in de crisis nauwelijks werk te krijgen – in 1935 naar Marokko had willen emigreren, maar dat bleek minder perspectiefrijk dan verwacht. Nét vóór de Spaanse revolutie keerde het echtpaar via Spanje terug naar Roermond, waar in 1936 en 1937 de twee oudste kinderen werden geboren (Cyril in 1936, Melo(dia) in 1937). In 1938 verhuisde de familie naar Den Haag, op het Benoordenhout. Charlot werkte in die tijd op het departement van economische zaken en hield zich bezig met op houtgas gestookt vervoer (zijn afstudeerspecialisatie). In 1940 verliet hij het departement en ging werken voor een particulier bedrijf, Munninckhoff. Omdat Charlot het Benoordenhout in de oorlog te riskant vond, verhuisde hij met zijn gezin naar het Bezuidenhout. 

Na een bezoek met zijn gezin aan zijn ouders in 1944 kon hij niet meer terug naar Den Haag als gevolg van spoorwegstaking (vanaf september 1944). Tijdens hun verblijf werd in maart 1945 bij het vergissingsbombardement op het Bezuidenhout hun huis weggebombardeerd. Samen met drie kinderen (Cyril van 8 jaar, Melodia van 7 jaar en Joos van 3 jaar) en de hoogbejaarde Joseph en Delphine waren Charlot en Emmy gedwongen de Tweede Wereldoorlog uit te zitten in de kelders van het Cuypershuis. Blijkens de stukken van de JCC verbleven daar ook architect Herman Reuser en zijn vrouw (aanvankelijk zaten ze met Joseph en Delphine op ’t Zwartbroek en daarna op de Maastrichterweg). Charlot hielp zijn vader in de nadagen van de oorlog om de familiekroniek te voltooien. Het ligt voor de hand dat Joseph hem daarom in 1945 tot ‘archivaris van onze stam’ benoemt.2 

Ook na de bevrijding zou het nog een hele tijd duren eer Charlot en Emmy met hun kinderen terug konden naar Den Haag. Vandaar dat het jongste kind, de derde Pierre in de familie, in 1947 in Roermond, in het Cuypershuis, geboren is. Werk vinden in die tijd was evenmin eenvoudig. Charles heeft daarom in 1948-1949 Argentinië bezocht met – opnieuw – het oog op emigratie. Helaas bracht dat niet wat Emmy en hij ervan hadden gehoopt, dus keerde hij in 1949 terug naar zijn gezin in Nederland. Navrant genoeg heeft hij hierdoor noch bij het overlijden kunnen zijn van zijn moeder Delphine in 1948 als van zijn vader, 20 januari 1949. Terug in Nederland ging hij in Den Haag aan de slag in dienst van de Octrooiraad, terwijl de familie tot 1952 in Roermond bleef wonen. In het weekend pendelde hij naar Roermond in een jeep die uit de oorlog was overgebleven. In 1965 vertrok hij samen met Emmy naar Spanje, waar hij in 1985 overleed.2

Dit item is opgesteld met medewerking van de jongste zoon van Charlot, Pierre M. Cuypers.

Delphine M.C.A. Cuypers-Povel (1868-1948) (80 jaar)

Delphine Cuypers-Povel (23 maart 1868-17 oktober 1948) kan zeker betiteld worden als de belangrijkste persoon in het leven van Joseph Cuypers. Een aparte biografische pagina over deze markante vrouw is in wording. Om alvast een beeld van haar te krijgen verwijzen we hier naar enkele losse items:

  • De lezing die ze in 1925 hield voor de R.K. Vrouwenbond van Roermond op deze pagina (zoekterm lezing).
  • Hoe Joseph en Delphine op het einde van hun leven in Meerssen terecht kwamen, vind je op deze pagina (zoekcombinatie Bernadette Veltman).

Emmy H.J. Cuypers-Kneepkens (1905-2007) (102 jaar)

Van Emmy (16 maart 1905-27 december 2007), de vrouw van Charlot, was tot dusver niet veel bekend. Zij was de dochter van het hoofd van de lagere school in Budel (?), Emmanuel Kneepkens. Dankzij Pierre M. Cuypers kon deze lacune in de kennis gedicht worden:

Mijn moeder is geboren op 16 maart 1905 te Budel waar haar vader hoofd der school was. De familie verhuisde in 1915 naar Swalmen, waar haar vader dezelfde functie kreeg. Haar moeder, Anna Doensen, was verloskundige, net als haar moeder en haar grootmoeder.
Ze kreeg verkering met Charlot ca. 1925. Tijdens een schaatspartij op de grachten rond kasteel Hillenraedt, kwam Emmy op het ijs ten val, waarbij ze een voortand verloor, die echter door een snelle actie (Charlot met auto) kon worden hersteld, waardoor blijvend letsel werd voorkomen.
Tijdens de studie van Charlot in Zürich verbleef ze frequent in Roermond bij Delphine Cuypers-Povel die haar (met groot succes) invoerde in de Franse keuken en taal, haar detacheerde bij gerenommeerde restaurants in België en Zwitserland en haar invoerde in de sociale geleding waarin zij de familie Cuypers en in elk geval de Povels achtte thuis te horen.
Haar oordeel over haar schoonouders is bepalend geweest voor het beeld dat deze later ook bij de nazaten zouden hebben.

Zoals hiervoor bij Charles werd verteld, verbleef het gezin met de drie kinderen (Cyril van 1936, Melodia van 1937 en Joos van 1942) vanaf de spoorwegstaking, september 1944, in Roermond in het huidige Cuypershuis. Uit de kladjes voor de brieven van Joseph aan Michel blijkt dat Emmy, Cyril en Melodia in de herfst van 1940 eveneens in Roermond bivakkeerden vanwege de gevaarlijke positie van Den Haag, maar dan nog in Roerzicht (GAR JCC v.n. 200).

In de Joseph Cuypers Collectie geven de brieven Van Emmy aan haar man en schoonouders een mooi beeld van het reilen en zeilen van de familie in de jaren na de bevrijding. De vertrouwelijke toon van de brieven tussen Delphine en Emmy roept een echo op van die tussen Nenny en Delphine een generatie eerder.13

Feico Pieter Glastra van Loon (1922-2013) (90 jaar)

De Rijksluchtvaartschool te Eelde is ontworpen door Feico P. Glastra van Loon, met medewerking van Bart van der Leck (1953-1957). Foto van voor de herbestemming en restauratie door Boei: Wutsje/Wikimedia Commons/CC-BY-SA, 2013.

De Rijksluchtvaartschool te Eelde is ontworpen door Feico P. Glastra van Loon, met medewerking van Bart van der Leck (1953-1957). In de geschiedenis is het ingegaan als een werk van Feico’s oom en medefirmant Pierre J.J.M. Cuypers die op die manier de werkwijze herhaalde van zijn vader Joseph Cuypers met hem en zijn grootvader Pierre J.H. Cuypers met Joseph Cuypers. Foto van voor de herbestemming en restauratie door Boei: Wutsje/Wikimedia Commons/CC-BY-SA, 2013.

Feico Pieter Glastra van Loon kwamen we tegen tussen de brieven aan Joseph Cuypers tijdens de oorlog. Er is niet veel van de jongste zoon van Marguérite Glastra van Loon-Cuypers bewaard gebleven, maar hij schrijft interessante en goed geformuleerde brieven aan zijn grootvader Joseph Cuypers over architectuur en stedenbouw. Feico was 17 jaar toen de oorlog begon. Uit een van de brieven blijkt dat hij in oktober 1942 studeerde in Delft, dus na de heropening van de Technische Hogeschool (TH) in 1941. In 1943 blijkt hij werkzaam te zijn in Amsterdam, bij zijn oom Pierre J.J.M.Cuypers, hoewel er nauwelijks werk was en de TH Delft formeel nog ‘open’ was. Kennelijk heeft Feico de loyaliteitsverklaring in 1943 niet willen tekenen. Weer een jaar later schrijft hij zijn grootvader over hervormingen aan de Leidse universiteit, waarover slechts ‘in beperkte kring’ gesproken mag worden. Joseph Cuypers blijkt voor hem een belangrijke gesprekspartner bij de ontwikkeling van zijn ideeën over hun vak. Uit de kanttekeningen van Joseph blijkt dat hij de brieven heeft beantwoord, maar waar deze respons gebleven is, is tot dusver niet achterhaald.16

Na de oorlog volgen enkele brieven van Feico vanuit Zürich, waar ook Charles Cuypers gestudeerd heeft. Een ervan betreft een boeiende filosofische brief, waarin hij refereert aan (Frank Lloyd) Wright en het verarmde Europa! Feico is positief over moderne zakelijkheid: wat dood is, moet je overboord gooien! Het oude moet vervangen worden door eigen symbolen. Zeer waarschijnlijk heeft Feico in Zürich zijn opleiding in de architectuur voltooid.16

Als architect is hij gaan werken bij zijn oom, Pierre J.J.M. Cuypers, bij wie hij nauwelijks zelfstandig naam heeft kunnen maken. Zijn ruim twintig jaar jongere neef, Pierre M. Cuypers (zoon van Charles), gaf door dat Feico de medefirmant was van het architectenbureau Cuypers en – wat je niet zou verwachten binnen de familie Cuypers – vrij streng gereformeerd was. Hij volgde dus het geloof van zijn vader en niet dat van zijn moeder. Wat hiermee rijmt is de in 1951 in eigen beheer uitgegeven publicatie A Protestant Church. Saillant genoeg zijn de enige stukken, die in het bedrijfsarchief op HNI met zekerheid van hem zijn, foto’s van de maquette van een protestantse kerk in Pianta (Italië).17 

Een van de belangrijkste werken van Feico is de Rijksluchtvaartschool te Eelde (1953-1957), waar híj – volgens de familie – Bart van der Leck bij betrokken heeft. Dit project liep al vanaf 1948 en zal vrijwel zeer geïnitieerd zijn door Pierre J.J.M. Cuypers die als vliegenier contacten in deze wereld had. Hij heeft dan ook het auteurschap van dit werk op zijn naam staan. Zo herhaalt de geschiedenis zich in de werkverhouding van Pierre J.H. Cuypers met Joseph Cuypers, Joseph Cuypers met zijn zoon Pierre J.J.M. en de laatste met zijn neef Feico.18 

Feico erfde de muzikaliteit van zijn moeder en via haar van zijn overgrootmoeder Nenny Cuypers-Alberdingk Thijm; hij speelde violoncello (cello).30

Aparte verkorte link voor deze paragraaf: http://bit.ly/37YtIxz-JCC

Hubert (Angilbert) Cuypers (1873-1960) (86 jaar)

Wie onderzoek doet naar de architecten Cuypers, komt onvermijdelijk de componist-dirigent Hubert Cuypers (26 december 1873-22 februari 1960) tegen. Dat heb je met kerkenbouwers en kerkelijke componisten die tot elkaars generatie behoren. Ze staan zowaar gedrieën bij elkaar in de nationale wie-is-wie van 1937, Persoonlijkheden in het Koninkrijk der Nederlanden in woord en beeld: eerst Hubert die eigenlijk Angilbert heette, dan Joseph en tenslotte Pierre J.J.M. Cuypers.10 Wel of geen familie is dan de vraag. Hubert kwam uit Baexem, niet ver van Roermond, waar zijn vader organist en koster was. Hij werd opgeleid aan de kerkmuziekschool in Aken en vestigde zich daarna in Amsterdam. Hier werd hij dirigent van het koor van de Keizersgrachtkerk; tegelijkertijd zette hij zijn studie voort bij Bernard Zweers. Hubert Cuypers heeft een indrukwekkende staat van dienst en trad met grote regelmaat op in het Concertgebouw, onder met eigen werk. Er zijn jammer genoeg maar weinig uitvoeringen van zijn werk te vinden op Youtube. Alleen zijn Ave Maria en Transeamus usque Bethlehem zijn in zwang gebleven. Van de laatste is zelfs een uitvoering op Youtube van Ton Koopman en Herman van Veen. Kenners beschouwen zijn Missa in honorem Sanctissimae Trinitatis als een van zijn topwerken, maar die moet wachten op herwaardering.11 

Voor meer informatie over de relatie met de architecten Cuypers laten we graag onze genealogische vraagbaak Pierre M. Cuypers aan het woord:

Hubert Cuypers was lang een genealogisch probleem. Mijn grootvader, Joseph, had het steeds over ‘zijn neef’, maar dat klopt natuurlijk niet en zal wel wat ruimer geïnterpreteerd moeten worden.
Totdat we Emmy Ralet-Cuypers ontmoetten. Zij bewoont een chateau bij Luik (Beyne-le-Chateau). Ze hebben/ zitten in/ beheren een farmaceutisch bedrijf en hij is consul voor Zuid Korea in België. Ze sponseren aankomende musici en laten die optreden in het kasteel, waarbij dan de ‘haute volée’ van Wallonië is geïnviteerd. […] Zij – la chatelaine Emmanuela Cuypers- is van origine lerares Frans en stamt af van Hubert Cuypers. In het Cuypersjaar meldde ze zich bij mij met de stellige mededeling dat wij verwant waren. Bij het bekijken van haar genealogie viel me op dat die een hoog Baexems kostersgehalte had. Maar omdat haar vader Petrus Josephus Hubertus Cuypers heette en – volgens Emmy- een petekind van Pierre [J.H.] was, moest er wel een verwantschap zijn. Ik kon alleen vinden dat ze van een tak afstammen ergens rond 1700, dus vier generaties vóór P.J.H. Cuypers. Stammen wij af van Herman Cuypers’ en Christina Cloudt’s zoon Jacobus (1699-1756), zij stamt af van zoon Arnoldus (*1709). Allemaal erg ver terug; het blijft dus raadselachtig.
Hubert (Angilbert) Cuypers was een oudoom van Emmy Ralet-Cuypers.12

Katy (Kathy, Katrien, Katrina) (Catharina Wilhelmina Maria) Cuypers (26 augustus 1866-26 mei 1934) (67 jaar)

Voor het derde zusje van Joseph Cuypers verwijzen we in dit stadium van het onderzoek naar het item op de pagina ‘Varia deel 2 | Van Nenny, Joseph, Katy & in de JCC‘ (zoekterm Katy). 

Marguérite M.D.A. Glastra van Loon-Cuypers (21 oktober 1896-19 augustus 1986) (89 jaar)

Marguérite Maria Delphine Antoinette Cuypers (1896-1986) via MyHeritage.28

Marguérite was de oudste dochter van Joseph Cuypers en Delphine Cuypers-Povel. Of zij naar een van de standaard katholieke meisjesscholen is geweest, zoals die van de Ursulinen, is tot dusver niet bekend. Dankzij een brief van Joseph Cuypers weten we dat ze door haar ouders voor haar talen op 16-jarige leeftijd naar een katholiek gezin in Bonn (Duitsland) is gestuurd en op 18-jarige leeftijd naar de nichtjes Povel in Surrey (Engeland). Parijs voor haar beheersing van de Franse taal bleek door het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog niet meer haalbaar. Die lacune werd opgelost door Marguérite eind 1916 naar Zwitserland te sturen. Als gevolg van de confrontatie met zwaar gewonde geïnterneerde militairen in Genève besloot Marguérite met twaalf andere Nederlandse vrouwen naar Frankrijk te gaan als verpleegster: ze werkte in Nimes, Rogat en Besançon. In 1917 kwam ze met groot verlof via Parijs en Londen terug naar huis. Daar stroomden inmiddels ook zwaargewonde Duitsers en Engelsen binnen. De dochter van Victor de Stuers, Alice, stelde Marguérite voor aan de Engelse vrouw, miss Vullliamy (?), die de verzorging van haar landgenoten in Nederland organiseerde. Van haar kreeg ze eind 1917 het verzoek: ‘Kom naar Scheveningen. Binnen 14 dagen moet een hospitaal voor ± 30 zieken geheel ingericht zijn. Wil mij helpen’. Zo kwam ze begin 1918 terecht bij een kliniek voor zwaargewonde Engelse krijgsgevangenen in Scheveningen (Den Haag). Deze stond onder leiding van dokter Feico Herman Glastra van Loon (1886-1971) met wie ze in 1919 trouwde.22 Het echtpaar vertrok eind 1919 naar Indonesië – toen formeel nog Nederlandsch Indié geheten – waar Glastra van Loon eerder al (tot 1917) werkzaam was bij de bestrijding van de pest. Hier werden hun drie kinderen geboren: 1920 (Jan), 1922 (Feico Pieter) en 1926 (Ine), alle drie in Batavia.23 

De beginjaren van het huwelijk zijn afgaande op de schaarse berichten niet slecht geweest. In 1921 schrijft Delphine aan Joseph dat Marguérite haar heeft geschreven over ‘le succès du congres’; mogelijk betreft dit iets wat Feico – al dan niet met haar hulp – georganiseerd heeft. Uiteindelijk heeft Marguérite in Indonesië geen gelukkig leven met Feico gehad, zoals onder meer blijkt uit enkele (concept)brieven van Delphine.24 Op een bepaald moment – eind jaren twintig, begin jaren dertig – heeft ze haar man verlaten. Afgaande op de familieverhalen denkt Pierre M. Cuypers dat zijn tante zo’n tien jaar van Feico Glastra van Loon gescheiden is geweest. Daarna zijn ze ‘voor de kinderen’ toch weer bij elkaar gekomen. Om welke periode het precies gaat is moeilijk aan te geven. Vast staat dat Marguérite in die tijd onder meer in Genève was, waar de moeder van Pierre M., Emmy Kneepkens, optrad als een soort nanny voor de kinderen. Dat moet voor het huwelijk van Emmy en Charles zijn geweest, dus voor 1 september 1934. Op basis van het onderstaande komen we uit op 1928.

Joseph Cuypers plaatste op zijn conceptbrief van 1918 de volgende aantekening: ‘Marguerite is getrouwd op 30 april 1919. Woont te Groningen, Helpman. ‘s-Gravenhage. Batavia. Naarden Bussum en Huizen tot najaar 1938. October. Samenkomst familie 22/23 Oct. Bankastraat 143’.22 Uit de correspondentie met haar ouders blijkt dat Marguérite tijdens de Tweede Wereldoorlog in Den Haag woonde. Het bevolkingsregister online op het gemeentearchief van Den Haag (1913-1939) toont spijtig genoeg niet alle gegevens, maar wel dat het gezin van Marguérite en Feico hier uiterlijk in 1939 woonde; alledrie de kinderen worden genoemd, waarvan de oudste toen 18 of 19 was en de jongste 12 of 13 jaar. Dat dit op de Bankastraat was, is bevestigd door Pierre M. Cuypers. Uit deze gecombineerde gegevens zou je voorzichtig kunnen concluderen dat Marguérite en Feico in 1938 weer bij elkaar zijn gekomen.25 

Voor de familiekroniek had Joseph Cuypers in 1946 het volgende lijstje klaarliggen met betrekking tot Marguerite en Feico.22 Opvallende genoeg wordt de tienjarige scheiding daaruit gelaten:

  • na het huwelijk in april 1919 is het echtpaar gaan wonen in het dorpje Helpman bij Groningen, ‘bij ingenieur Wijs’. Frappant genoeg was tussen Groningen en Helpman (bij het Helperdiep) tot 1 januari 1919 een interneringskamp gevestigd geweest, bekend als het Engelse kamp. Waar Feico precies werkzaam is geweest is niet duidelijk. In datzelfde jaar vindt zijn promotie (in de psychiatrie?) plaats te Amsterdam.29 
  • in december 1919 reizen Feico en Marguérite via Frankrijk naar Batavia, waar hij als arts en docent (STO.J.A.?) werkzaam is.
  • er is sprake van een verlof in 1923-1924 in Den Haag, waarna het gezin met toen nog twee kinderen tot 1927 terugkeert naar Batavia.
  • daarna ontbreken de gegevens, maar zoals hiervoor is gereconstrueerd, is het echtpaar zeer waarschijnlijk in 1928 uit elkaar gegaan.

In de jaren dat Marguérite zonder Feico leefde, heeft ze kennelijk op verschillende plaatsen in het Gooi gewoond tot op het moment dat in Den Haag de verzoening plaatsvond.29 Verder onderzoek in de bevolkingsregisters staat op het programma! 

Pierre M. Cuypers vertelt dat Marguérite erg muzikaal was en viool speelde. Dit rijmt met het verhaal van Joseph dat ze – voor ze naar Zwitserland vertrok – ‘met vrienden de krijgsgevangenen Nederl. kampen met muziek verzet’ bood. Ze schijnt zelfs een fonds voor aankomende violisten opgezet te hebben. Haar zoon Feico speelde violoncello.26

Marguérite is de moeder van verzetsman, hoogleraar, D66 voorman en staatssecretaris van justitie Jan Glastra van Loon (1920-2001), van architect Feico Glastra van Loon (1922-2013) en via deze de grootmoeder van schrijver Karel Glastra van Loon (1962-2005). Haar dochter Ine (Delphine) de Mol van Otterloo (1926-2016) was fysiotherapeut.27

Bronnen
  • 22) Deze bibliografische gegevens zijn ontleend aan GAR JCC v.n. 90, conceptbrief van Joseph Cuypers aan pater Herman Ermann sj, d.d. 20 mei 1918. Zie ook GAR JCC v.n. 134, Kroniek van de familie Cuypers-Povel, opgemaakt door Joseph Cuypers, deel 2. 
  • 23) Mail van Pierre M. Cuypers d.d. 19 aug 2021. Zie de vorige noot.
  • 24) Zie de vorige noot. Voorts GAR, JCC, v.n. 90 (brief Delphine d.d. 28/9/1921, fotonummers IMG_3865.JPG, IMG_3866.JPG). Voorts v.n. 196 Stukken met betrekking tot de kroniek.
  • 25) Zie noot 22. Het adres Bankastraat in Den Haag komt ook voor in de correspondentie met Marguérite (precieze nummers en data opzoeken). De brief uit 1943 bevindt zich in GAR JCC v.n. 175. Gemeentearchief Den Haag, invent.nr. 575, toegangsnummer 0354-01.575, Bevolkingsregister (1913-1939), 0354-01.575: de betreffende scan is niet zichtbaar, omdat bij het Haagse archief niet bekend is of al de vermelde personen zijn overleden. Zie de mail van Pierre M. Cuypers, noot 23: ‘Ze woonden inderdaad in de Bankastraat, want ik ben daar met mijn ouders nog op bezoek geweest (50-er jaren)’. Het gezin van Charles en Emmy, waarvan Pierre M. het jongste kind is, woonde eveneens in Den Haag. 
  • 26) Zie noot 22. Voor Feico en de violoncello zie GAR JCC v.n. 203, brieven aan zijn grootvader Joseph Cuypers over architectuur en stedenbouw.
  • 27) Voor Jan Glastra van Loon zie het lemma op Wikipedia. Idem voor Karel Glastra van Loon. Over de jongste dochter, Delphine M. Glastra van Loon, gaat dit artikel: Welgraven, Co. ‘Sterke fysiotherapeute met levenslange missie’. Trouw, 24 oktober 2016. bit.ly/2z7LL4t-JCC. Het laat mooi zien hoe legendevorming binnen de familie tot stand kwam: Ine vertelt dat haar ouders elkaar aan het front hebben leren kennen, wat dus gelet op de conceptbrief van Joseph (zie noot 22) niet het geval was.
  • 28) De genealogische gegevens op deze pagina zijn ontleend aan: Pierre M. Cuypers, ‘CUYPERS – MyHeritage’.
  • 29) Voor het Engelse kamp zie het betreffende lemma op Wikipedia. Idem wat betreft het Helperdiep. Zie voorts noot 22.

Deze paragraaf kan apart geciteerd worden als: Hubar, Bernadette van Hellenberg. ‘Marguérite M.D.A. Glastra van Loon-Cuypers (1896-1986) | Wie is wie in de JCC (Joseph Cuypers Collectie)’. Onder redactie van Marij Coenen. VanHellenbergHubar.org, 2021. https://bit.ly/3jhHDXo-JCC.

Aparte verkorte link voor deze paragraaf: https://bit.ly/3jhHDXo-JCC

Nenny (Antoinette Catherine Thérèse) Cuypers-Alberdingk Thijm (15 maart 1829-7 januari 1898) (68 jaar)

Voor de moeder van Joseph Cuypers verwijzen we in dit stadium van het onderzoek naar het item op de pagina ‘Varia deel 2 | Van Nenny, Joseph, Katy & in de JCC‘ (zoekterm Nenny). 

Paulus Franciscus Maria Jozef Versteegh (29 augustus 1895, Besuki, Indonesië-25 januari 1971, Rotterdam)

Paulus of Paul Versteegh was het voogdijkind van Joseph Cuypers, zoon van een van zijn oudste en beste vrienden, Paul (Jean Paul Ernest) Versteegh (Pasuruan, Indonesië, 7 oktober 1858-Den Haag, 14 november 1901). Na zijn studietijd in Delft keerde Paul (J.P.E.) terug naar ‘Nederlandsch Indië’, waar hij werkzaam was in de opiumregie. Joseph Cuypers kende hem al vanaf hun HBS-tijd op Rolduc (GAR, JCC v.n. 208) en zou na diens dood samen met Delphine de opvoeding ter hand nemen van diens zoon (GAR JCC v.n. 156): Paulus Franciscus Maria Jozef Versteegh (29 augustus 1895, Besuki, Indonesië-25 januari 1971, Rotterdam). Zijn moeder was een inlandse vrouw, waarvan alleen de voornaam bekend is: Minah. Blijkens de gezinskaart van Joseph Cuypers in Amsterdam werd Paulus Versteegh opgevat als ‘bezoek’. De zes jaar oude jongen kwam na de dood van zijn vader alleen uit ‘Oost Indië’ over en wordt 15/?/02 ingeschreven op de gezinskaart. Op 25 september 1902 vertrekt hij naar Roermond met als bestemming ‘pensionaat St. Louis’.20 Paul was maar een paar jaar jonger dan Pierre J.J.M. en Michel, dus mogelijk paste de jongen niet in de toenmalige gezinsverhoudingen of werd het als deel van zijn opvoeding opgevat om hem bij de broeders van Maastricht (vestiging Roermond) op kostschool te doen.

Bij de condoleances na het overlijden van Joseph Cuypers zit onder meer een brief van de tweede ex-vrouw van Paul Versteegh, E. Versteegh-Vennik. Daaruit komt een beeld naar voren van iemand die zich ontwikkeld heeft tot een weinig stabiele, onrustige persoonlijkheid. De situatie waarin hij zich bevond, doet erg denken de aflevering van Verborgen Verleden met als gast Georgina Verbaan. 
In het dossier over de voogdij bevindt zich overigens een prachtige necrologie van Joseph Cuypers over Paul Versteegh senior.20

Pierre J.J.M. Cuypers (1891-1982) (90 jaar)

Pierre J.J.M. Cuypers (11 juli 1891-3 april 1982) is de oudste zoon van Joseph Cuypers en Delphine Cuypers-Povel. Op het moment dat hij in Delft bouwkunde aan de Technische Hogeschool wilde studeren brak de Groote oorlog/Eerste Wereldoorlog uit (1914) en werd Nederland gemobiliseerd. Pierre heeft vier jaar in het leger gezeten en toen hij gedemobiliseerd werd, was het moment om te studeren voorbij. Een groot deel van het familiekapitaal was verdampt (Russische Revolutie, nationalisatie Russische Staatsspoorwegen), hij was getrouwd – met Jopie van der Crab – en moest dus ook in zijn inkomen voorzien. Uit het huwelijk van Pierre en Jopie werd één kind geboren: Adriana Margaretha Cuypers 22 maart 1922-8 juni 2016, in de familie Margrietje genoemd. Uit enkele stukken in de JCC kan opgemaakt worden dat Jopie zeer waarschijnlijk is overleden aan tbc. Pierre J.J.M. hertrouwde later met Mieke (Margaretha) de Vries.19

In de familiekroniek die Joseph Cuypers bijhield zit een kladje met daarop de aantekening: ‘Bureau verhuisd naar Vondelstr. (met potlood ingevoegd 79) na Wapenstilstand 1918, terwijl Pierre daarin trekt en weldra Jan Six daar[onder?] komt wonen’. Uit een aanvaring tussen vader en zoon in 1932 blijkt dat de associatie tussen Joseph en Pierre nooit geformaliseerd is. Pierre heeft ook nog samengewerkt met Dom Bellot en een eigen bedrijf erop nagehouden. Na de Tweede Wereldoorlog heeft hij ‘Architectuur’, zoals deze bedrijfstak in de familie heette, onder de oude naam van Joseph Cuypers en Pierre Cuypers voortgezet, waarbij onder meer zijn neef Feico Glastra van Loon, zoon van zijn zus Marguerite, ingeschakeld werd.3

In de hiervoor genoemde Persoonlijkheden in het Koninkrijk der Nederlanden in woord en beeld (1937) staan niet alleen gegevens over de (voor)opleiding van Pierre J.J.M. en zijn loopbaan als officier en architect, maar ook over zijn activiteiten als wereldreiziger en vliegenier. Op 1 oktober 1968 ontving hij – 77 jaar oud – als ‘oudste Nederlander met een geldig vliegbrevet’ op Schiphol de nieuwe luchtvaartzegels die op die dag waren verschenen (ANP). 10

Rosa (Felicitas Catharina Rosalia) Cuypers (1852-1936) (83 jaar)

De familie Cuypers in het groen, met onder andere Pierre senior, Joseph en Delphine en enkele kinderen, Rosa en haar man Eduard, en Katy. Herkomst Cuypershuis Roermond, nr 6509.

De familie Cuypers in het groen. Het Cuypershuis suggereert dat deze foto bij Cuypers’ 80ste verjaardag is gemaakt (1908), maar het kan om willekeurig welke familiebijeenkomst na 1900 gaan. Een aardige indicatie is de aanwezigheid van Eduard Alberdingk Thijm, de man van Rosa die in de verte bij de oude Cuypers staat. Hij overleed 60 jaar oud op 19 juni 1911. Zijn vrouw zit naast Delphine Cuypers-Povel (uiterst rechts van de boom in het midden). De setting is niet duidelijk, maar kan heel goed in de tuin bij het Cuypershuis zijn die tot de Frans Douvenstraat doorliep. Daar lag een gemengde landschappelijke tuin naar ontwerp van Henri Copijn en/of Joseph Cuypers.4 Heeft men een beroepsfotograaf ingehuurd of bediende iemand van het gezelschap de camera? Op de site van het Cuypershuis staat een genummerde versie met de mogelijke namen van de aanwezigen. Herkomst Cuypershuis Roermond, nr 6509.

Rosa (10 april 1852-14 maart 1936) is de oudste dochter uit het eerste huwelijk van Pierre J.H. Cuypers met de liefde van zijn Antwerpse academiejaren, Rosalie de Vin. De meest recente stand van zaken over haar is te vinden in de Cuypersbiografie (2007) van Wies van leeuwen.5 Haar moeder en zusje stierven met een paar maanden verschil in 1855. De eerste jaren is Rosa verzorgd door haar tante, een zus van Rosa die gehoopt had haar plaats in te nemen. Toen Cuypers Nenny Alberdingk Thijm leerde kennen en met haar verder wilde, werd dit een van de struikelblokken voor haar broer en zijn beste vriend Joseph die hij als hoofd van de familie om toestemming verzocht. Zijn schoonzus keert na de verloving van Pierre en Nenny (1858) terug naar Antwerpen; het contact met de familie van de Vin zal hierna geleidelijk uitdoven. Na het huwelijk (3 maart 1859) nam Nenny de opvoeding van ‘Roosje’ ter hand, wat zeker in het begin niet eenvoudig bleek te zijn. In 1862 vertrekt Rosa naar het pensionaat Jeruzalem van de Ursulinen in Venray, aan welk complex Cuypers zijn hele loopbaan gewerkt heeft door steeds verdere uitbreidingen. Deze staalkaart van zijn oeuvre ging in de Tweede Wereldoorlog verloren. 

In de JCC is met name v.n. 198 een belangrijke bron van informatie over Rosa. Hierin zit een selectie van brieven van Nenny aan haar stiefdochter, vanaf de kostschooltijd (te beginnen met 4 maart 1863) tot haar huwelijksreis met Eduard Alberdingk Thijm in oktober 1876. Vader Pierre maakte deze selectie voor zijn neef Jan Alberdingk Thijm, om te verwerken in het album In Memoriam – Antoinette Cathérine Thérèse Cuypers-Alberdingk Thijm.6 Uit de brieven blijkt dat Nenny haar best doet om haar stiefdochter te bereiken, maar dat die – hoewel niet echt onhartelijk – gesloten en afstandelijk is. Toen Nenny in het gezin trad was Rosa bijna 7 jaar oud; ze was vanaf de dood van haar moeder op driejarige leeftijd verzorgd door haar tante die als het ware verjaagd werd door de tweede vrouw van haar vader. Alle ingrediënten voor een moeizame relatie waren aanwezig. 

Zoals hiervoor aangegeven trouwde Rosa in in de familie Alberdingk Thijm door haar huwelijk met Eduard, een neef van Nenny. Zijn zus, Louise, trouwde met Frans Stoltzenberg junior (1838-1909), de zoon van de vennoot van Cuypers. Dit verklaart waarom Rosa en Eduard er alles aan gedaan hebben om te voorkomen dat de vennootschap Cuypers & Stoltzenberg werd ontbonden. Door het faillissement van Frans Stoltzenberg zijn zowel de oude Cuypers als Eduard veel geld kwijtgeraakt. De verhouding met zijn zwager Joseph was en bleef goed tot het einde van zijn leven (1911). Door het gechicaneer van vader Pierre in de aanloop naar en tijdens de Eerste Wereldoorlog, verslechterde de relatie tussen Joseph aan de ene kant en Rosa en zijn jongste zus Annie aan de andere. Na het overlijden van hun vader is het niet Joseph die de erfenis afhandelt, maar zijn zoon Pierre (inmiddels 29 jaar oud). Joseph is duidelijk klaar met deze twee zussen en opent zelfs de envelop niet waarin de kwitanties zitten met betrekking tot de erfenis.7

Yvonne M.T. Cuypers (1899-1980) (80 jaar)

Yvonne Marie Thérèse Cuypers (5 april 1899-7 maart 1980) was de jongste dochter van Joseph Cuypers en Delphine Cuypers-Povel. Ze was een gevoelige persoonlijkheid met belangstelling en aanleg voor kunst. In 1914 gaat ze volgens de familiekroniek van Joseph Cuypers naar ‘de Teekenschool voor meisjes’. Op het eerder genoemde kladje staat bij 1915: ‘Yvonne te Haarlem en Vogelenzang School (met potlood toegevoegd) Kunst Nijverheidsch.’. Van dat jaar is een schetsboek van Yvonne bewaard gebleven. Verder vermeldt Joseph in 1920; ‘… en studeert Yvonne […] bij Cornelie van Zanten en Tilly Koenen’. Een meer compleet beeld van haar wederwaardigheden komt naar voren uit de brief die Joseph Cuypers in 1923 (?) aan dr F. Allmann in Duitsland schrijft, die Yvonne zal behandelen.

Uiteindelijk kiest ze voor een toekomst als religieuze, maar na het zware noviciaat bij de zusters Clarissen-Capucinessen in Amsterdam (1922-1923?) belandt ze in een heftige mentale crisis. Naar het zich laat aanzien is ze daar nooit echt overheen gekomen, ook niet na de behandeling door dr. Allmann. Ze bleef levenslang het zorgenkind van haar ouders. Vanaf vermoedelijk de late jaren ’30 woont Yvonne in bij de franciscanessen in Mariënwaard (Maastricht). Na de dood van haar moeder schrijft Marguerite aan Charles – die dan in Argentinië zit, dat Yvonne vermoedelijk onder invloed van overgangsjaren zeer lastig en onberekenbaar is geworden. Ze kan niet bij de zusters blijven. Het is Marguerites man, Feico Glastra van Loon, gelukt om een plaats voor haar in Santpoort te krijgen, zodat ze deskundige medische verzorging kan krijgen.8

Namen en jaartallen

Vooruitlopend op de ‘wie is wie’ worden de dramatis personae hier alvast in het kort opgevoerd. 

Familie Cuypers, Thijm en Povel (op alfabetische volgorde van voornaam/eerste voorletter)

  • Alphons Johannes Maria Diepenbrock (2 september 1862 – 5 april 1921) (58 jaar)
  • Annie (Anny) (Anna Josepha Theodora Maria) Mathon-Cuypers (1873-1961)
  • Antoinette (Nenny) Catherine Thérèse Cuypers-Alberdingk Thijm (15 maart 1829-7 januari 1898) (68 jaar)
  • Bernadette (Marguerite Maria Bernadette) Veltman-Povel  (20 mei 1876-7 juli 1957) (81 jaar)
  • Catharina Alberdingk-Thijm (24 november 1793 -1 augustus 1864) (70 jaar)
  • Charles (Charlot) Joseph Adolphe Gérard Cuypers (30 november 1906-28 mei 1985) (78 jaar)
  • Cyril (Cyrillus) Josephus Carolus Eduardus Cuypers (7 september 1936-14 februari 2019) (82 jaar)
  • Delphine Marie Clara Antonie Cuypers-Povel (23 maart 1868-17 oktober 1948) (80 jaar)
  • Door, Dora (Dorothea Anna) Fuchs-Alberdingk Thijm (30 januari 1825-3 augustus 1910) (85 jaar)
  • Eduard Maria Alberdingk Thijm (4 november 1850-29 juni 1911) (60 jaar)
  • Elisabeth Alberdingk Thijm (21 feb 1863-27 okt 1952) (89 jaar)
  • Emmy (Emma Hendrika Josephina) Cuypers-Kneepkens (16 maart 1905-27 december 2007) (102 jaar)
  • Enny (Engelina Everdina) Cuypers-Schlencker (10 juni 1889-19 mei 1954) (64 jaar), getrouwd met Michel/Michael Cuypers.
  • Feico Herman Glastra van Loon (1886-1971), echtgenoot van Marguérite Cuypers.
  • Feico P. Glastra van Loon (1922-2013) (90 jaar), zoon van Marguérite Cuypers, getrouwd met Adri Glastra van Loon-Voorhoeve .
  • Hubert Cuypers (26 december 1873-22 februari 1960) (86 jaar)
  • Jan Glastra van Loon (16 maart 1920 – 22 oktober 2001) (80 jaar), zoon van Marguérite Cuypers.
  • Jan (Joannes Carolus) Alberdingk Thijm sj (1847-1926)
  • Joannes Franciscus Alberdingk (22 oktober 1788-15 april 1858) (69 jaar)
  • Jopie (Johanna) Cuypers-van der Crab, eerste vrouw van Pierre J.J.M. Cuypers (17 december 1894-30 april 1929) (34 jaar)
  • Josef P.D. Cuypers (*1942)
  • Joseph (Joop/Joô) Th.J. Cuypers (10 juni 1861-20 januari 1949) (87 jaar)
  • Karel E. Veltman, echtgenoot van Bernadette Veltman-Povel (18 april 1874-18 juli 1940) (66 jaar)
  • Karel J.L. Alberdingk Thijm, alias Lodewijk van Deyssel (22 september 1864–26 januari 1952) (87 jaar)
  • Katy (Kathy, Katrien, Katrina) (Catharina Wilhelmina Maria) Cuypers (26 augustus 1866-26 mei 1934) (67 jaar)
  • Margriet (Adriana Margaretha) Dons-Cuypers, dochter van Pierre J.J.M. en Jopie Cuypers van der Crab (22 maart 1922-8 juni 2016) (94 jaar)
  • Marguérite Marie Delphine Antoinette Cuypers Glastra van Loon-Cuypers (21 oktober 1896-19 augustus 1986) (89 jaar)
  • Melodia Henrica Anna Elisabeth Antoinette Tulkens-Cuypers (* 28 december 1937)
  • Mia (Maria Catharina Ursula) Taen Er Toeng-Cuypers (1864-1944)
  • Mieke (Margaretha) Cuypers-de Vries, tweede vrouw van Pierre J.J.M. Cuypers (13 juli 1919-11 oktober 1991) (72 jaar)
  • Michel (Michael) Edouard Jean Antoine Cuypers (25 november 1892-20 juli 1971)
  • Nenny = Antoinette Catherine Thérèse Cuypers-Alberdingk Thijm (15 maart 1829-7 januari 1898) (68 jaar)
  • Pierre Jean Joseph Michel Cuypers (11 juli 1891-3 april 1982) (90 jaar)
  • Pierre Josephus Hubertus Cuypers (16 mei 1827 – 3 maart 1921) (93 jaar oud)
  • Pierre M. Cuypers (*11 juni 1947)
  • Rosa Felicitas Catharina Rosalia Cuypers (10 april 1852-14 maart 1936) (83 jaar)
  • Yvonne Marie Thérèse Cuypers (5 april 1899-7 maart 1980) (80 jaar)

Van de gecursiveerde personen zijn geen stukken afkomstig in de JCC; wel wordt er over hen geschreven.

Namen vrienden en netwerk (op alfabetische volgorde eerste voorletter/voornaam)

  • François Charles Stoltzenberg
  • Frans Hubert Stoltzenberg (1838-1909)
  • Jan (Johannes Franciscus Maria) Sterck (1859-1941)
  • Joep (Josephus Antonius Hubertus Franciscus) Nicolas (6 oktober 1897-25 juli 1972) (zie item over JCC v.n. 206)
  • Nics F.A. Molenaar (1892-1973)
  • Paul (Jean Paul Ernest) Versteegh (Pasuruan, Indonesië, 7 oktober 1858-Den Haag, 14 november 1901) (43 jaar)
  • Victor E.L. de Stuers, jonkheer mr. (20 oktober 1843-21 maart 1916)
  • Willem Everts, monseigneur dr. (8 maart 1827 – 8 juni 1900)
Idem (op alfabetische volgorde achternaam)
  • Kronenburg cssr, Joannes A.F. (1853-1940)
  • Noort, Mgr. Dr. Gerardus Cornelis van (9 mei 1861-15 september 1946) (85 jaar)
  • Stoks cssr, Pater Martin (18 februari 1881-10 augustus 1958 (77 jaar)

Delen &

Delen is ons motto, dus iedereen mag gebruikmaken van de gegevens die hier staan, maar wel binnen de termen van de Creative Commons licentie.9

Over delen gesproken, je kunt ons en andere onderzoekers helpen door deze pagina te delen via de knop delen onderaan de pagina.

Meer weten over de centrale figuur van de JCC? Surf dan naar De nieuwe Bavokathedraal en Cuypers assortiment.

Het project komt verder met grote regelmaat aan de orde op onze Facebookpagina: http://bit.ly/VanHHOrg2FB
Ga eens kijken en ‘like’ de pagina, zodat de berichten over Joseph Cuypers en dit project een nog grotere actieradius bereiken!

;-) B&M

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


Bronnen &

De verkorte titels verwijzen naar de bibliografie van de JCC! Omdat de voorliggende pagina een groeidocument is, waar voortdurend aan veranderd wordt, staan de noten in de hoofdtekst (hierboven) getalsmatig niet in volgorde, maar in het overzicht hieronder wel. 

De Joseph Cuypers Collectie wordt geïnventariseerd in opdracht van het gemeentearchief van Roermond (GAR).

  1. De genealogische gegevens op deze pagina zijn ontleend aan: Pierre M. Cuypers, ‘CUYPERS – MyHeritage’.
  2. GAR JCC v.n. 83, 96, 162-164; Prikbord met nota bene’s (zoektermen Charles en/of Emmy). Voor Herman Reuser zie GAR JCC v.n. 179 en het lemma over de AKKV op Wikipedia. Zie het lemma op Wikipedia voor het bombardement op het Bezuidenhout, waarbij ook een kerk van Nicolaas Molenaar senior, met een uitmonstering van Joseph en Pierre J.J.M. Cuypers verloren ging. Ook de muurschilderingen en de glazen van Antoon Molkenboer werden vernietigd (Hubar e.a., De genade van de steiger, pp. 118; 339; voorts Reliwiki). Het verhaal over Marokko is afkomstig van Pierre M. Cuypers.
  3. GAR JCC v.n. 127, 133. Aardweg e.a., Persoonlijkheden in het Koninkrijk der Nederlanden in woord en beeld, zoekterm Cuypers.
  4. Zie Hubar, Rien de pareil, deel 2 (zoekterm Copijn): er lag een enorme beboste tuin achter het Cuypershuis, zoals uit de afgebeelde luchtfoto uit 1933 blijkt.
  5. Van Leeuwen, Pierre Cuypers, architect, pp. 13-15; 21-28; 282, 285-286, 325.
  6. GAR JCC v.n. 198. Pierre J.H. Cuypers, In Memoriam – Antoinette Cathérine Thérèse Cuypers-Alberdingk Thijm. Zie hierover het item in Varia deel 2 van de JCC (zoekterm Nenny).
  7. GAR JCC v.n. 88, 99, 182, 198. Voor de kwestie Stoltzenberg zie Hubar, Rien de pareil, deel 1 (zoekcombinatie: Buddenbrooks revisited) en Prikbord met nota bene’s (zoekterm Stoltzenberg).
  8. Zie onder meer GAR JCC v.n. 97, brief van Thomas Kwakman d.d. 29/10/1924); hierin bevindt zich ook een brief van Joseph Cuypers aan een Duitse psychiater, dr. Allmann (1923). Voorts deel 1 van de familiekroniek in GAR JCC v.n. 133. Het schetsboek bevindt zich in GAR JCC v.n. 29. Ook Yvonne’s broer Michel refereert in een brief aan de artistieke aanleg van Yvonne (vermoedelijk in GAR JCC v.n. 87 (#controleren). Mariënwaard: GAR, JCC, v.n. 96, brief van Delphine aan Charles, circa 7-11 augustus 1948. De brief van Marguerite aan Charles bevindt zich in GAR JCC v.n. 96.
  9. Voor deze site hanteren we de Creative Commons licentie, gespecificeerd onder deze link: http://bit.ly/Copyright-CC-BY-NC-SA-4-0. Dus geen commercieel gebruik en absoluut naamsvermelding, zoals geldt voor al onze teksten en foto’s op onze sites. Hiertoe rekenen we ook onze pagina’s op Facebook en Blogger. Voor de goede orde, alles wat ten dienste komt van kennisverspreiding, beheer en behoud van erfgoed zonderen we uit van commercieel gebruik.
  10. Jaartallen en Amsterdamse Aeroclub staan op de achterzijde van de foto aangegeven. Voor deze hobby van Pierre J.J.M. Cuypers zie Aardweg e.a., Persoonlijkheden in het Koninkrijk der Nederlanden in woord en beeld, zoekterm Cuypers. Met dank aan Stephan van Rijt voor het opsporen van de foto van de luchtvaartzegels: Geheugen van Nederland, ANP Foundation.
  11. Kramer, Thijs. “Hubert Cuypers (1873-1960). Missa in honorem Sanctissimae Trinitatis Op. 5”. Vocaalensemblefioretto.nl, z.j. http://bit.ly/2lbAxYE-JCC. Voor de algemene gegevens over Hubert Cuypers zie noot 10 en het lemma op Wikipedia.
  12. Mail van Pierre M. Cuypers aan VanHH.org d.d. 13/6/2019.
  13. GAR JCC v.n. 96, 164 (Emmy) en GAR JCC v.n. 92 (Delphine).
  14. GAR JCC v.n. 96. Heijden, Marien van der. “BERLAGE, Hendrik Petrus | BWSA”. BWSA | Biografisch Woordenboek van het Socialisme en de Arbeidersbeweging in Nederland, 1995-2003. http://bit.ly/2LxeM1E-JCC.
  15. Mondelinge overleveringen zijn in principe net zo betrouwbaar als – geschreven – archiefstukken, maar beide type bronnen dienen geïnterpreteerd te worden volgens wetenschappelijke uitgangspunten (oral history). Bij oral history en geschreven ego-documenten moet onder meer rekening gehouden worden met de verhalende kracht van het geheugen en ons brein, zoals beschreven Visser, ’75 jaar oorlogsherinneringen’ en Mieras, Ben ik dat?, p. 357.
  16. GAR JCC v.n. 203.
  17. Glastra van Loon, Feico P. A Protestant Church. (in eigen beheer), 1951. http://bit.ly/2LdR8p0-JCC (moet nog opgespoord worden!). Glastra van Loon, Feico P., en HNI/Nai. “CUYPf2382 Protestantse kerk”. Cuypers, P.J.H. , J.Th.J. & P.J.J.M / Archief. Zoeken.hetnieuweinstituut.nl, z.j. bit.ly/35N2iZA-JCC.
  18. Glastra van Loon, Feico P., Pierre (JJ.M.) Cuypers, en HNI/Nai. “CUBA.110383242 Rijksluchtvaartschool in Eelde”. Bureau Cuypers/ Archief. Zoeken.hetnieuweinstituut.nl, 1948 1956. bit.ly/37VGk8L-JCC. Pierre M. Cuypers verwijst naar de weduwe Van Feico, Adri Glastra van Loon-Voorhoeve, die nog leeft en een belangrijke bron van informatie is.
  19. Voor de lotgevallen van Pierre J.J.M. zie de tweedelige familiekroniek  GAR JCC v.n.v.n. 133-134. Voor Jopie van der Crab (1894-1929), haar dochter Margriet (Adriana Margaretha) Dons-Cuypers (1922-2016) en de tweede vrouw van Pierre J.J.M. Cuypers, Mieke (Margaretha) Cuypers-de Vries (1919-1991) zie voorts GAR JCC v.n. 202.
  20. GAR JCC, v.n. 179, 140, 142, 156, 208. Bevolkingsregister Gezinskaarten: NL-SAA-2118784. “Joseph Th.J. Cuypers (Cuijpers) en gezin”. Archiefbank Gemeente Amsterdam Stadsarchief, 1889-1921. http://bit.ly/2nJKjmE-JCC. Vennik, E. E. “Paulus Franciscus Maria Jozef Versteegh (1895-1971) » Stamboom Vennik » Genealogie Online”. Genealogie Online, z.j. bit.ly/2BHRNKJ-JCC (nog toevoegen aan bibliografie).
  21. Levensdata ontleend aan Genealogieonline.nl: https://www.genealogieonline.nl/alle-begijnen-van-amsterdam/I687.php (behelst tevens een biografie). Nog toevoegen aan de bronnenlijst.

Vervolg noten

Deze pagina in augustus 2021 bijgewerkt! Verkorte link van dit item: http://bit.ly/2XOboBF-JCC

← Naar het Open atelier | de hoofdpagina van de Joseph Cuypers Collectie | de inhoudsopgave van deze pagina

Prikbord met lezingen et cetera uit de JCC

Prikbord met lezingen — Welkom bij het prikbord met de stukken die Joseph Cuypers over zijn vak of naar aanleiding van het onderwijs, de vakorganisatie, sociale kwesties et cetera geschreven en/of voorgedragen heeft! 

Joseph Cuypers 159 jaar. Collage en tekst bvhh.nu 2018-2020.

Lezingen, concept artikelen, ingezonden stukken, drukproeven en studies van Joseph Cuypers

Joseph Cuypers schreef graag en veel. Dat laatste zou je niet zeggen op basis van het aantal nummers hieronder, maar je moet bedenken dat dit het topje van de ijsberg is; veel van de stukken zijn door de jaren heen verloren gegaan, niet in het laatst omdat zijn vrouw Delphine noodgedwongen opruiming hield, toen ze aan het einde van de Tweede Wereldoorlog even noodgedwongen verhuisden van Roermond naar Meerssen.* Overigens wordt het beeld van de schrijvende architect bevestigd door segment aan artikelen, lezingen en wat dies meer zij in het Cuypersarchief in HNI te Rotterdam. Samen bieden de stukken een Roermond en Rotterdam een divers beeld van artikelen, redactionele voorwoorden, lessen, voordrachten, ingezonden stukken en een enkele publicatie. Voor een deel zijn deze in kaart gebracht op Wikisource. 

De terugkerende aanduiding hieronder van GAR, JCC, v.n. staat voor Gemeentearchief Roermond, Joseph Cuypers Collectie, voorlopig nummer.

Hieronder volgt de inhoudsopgave!

__________________

GAR JCC v.n. 150 | RK Volksbond Roermond

Stukken betreffende de voorbereiding, de verslaglegging en het vervolg van de lezing gehouden voor de R.K. Volksbond te Roermond (1897). Met retroacta en postacta (1893-1897)

Notabene — Betreft een pleidooi voor een eigentijds herstel van het gildesysteem. In de lezing zijn krantenknipsels geplakt over kieswet en kiesgerechtigden. Het krantenartikel van na de lezing van 7 februari 1897 heeft titel noch datum. Bij de retroacta onder meer het adres van architecten en het bouwvak aan de gemeente Amsterdam (1893). Bij de postacta het artikel ‘Over Patroonsverenigingen’ van G.W. Konings in De Katholiek van 1898 (vermelding Leo XIII, R.K. Volksbond (zie v.n. 151), R.K. Gildenbond (zie v.n. 22). Joseph Cuypers spreekt in de lezing over zichzelf als een ‘Romundsje jong’; in de krant wordt dit in het Nederlands omgezet! Dat Joseph Cuypers Roermonds sprak blijkt ook uit v.n. 85.

PS | Sluit opvallend aan bij een lezing over het gildensysteem die zijn vader een jaar eerder hield in het R.K. Patronaat in Maastricht.

__________________

GAR JCC v.n. 145 | Lezing Stockholm

Lezing Stockholm met retroacta, 1916-1918

Notabene — De bewaarde krantenknipsels (namen niet zichtbaar) van een lezing over ‘Het wezen der architectuur’ (met lichtbeelden) van december 1916 (Den Haag, Academie van Beeldende Kunsten) doen vermoeden dat Joseph Cuypers deze heeft gebruikt voor het schrijven van een lezing in het Frans voor Stockholm. Op de omslag staat tweemaal in zijn handschrift Stockholm, in pen en potlood. Voorts in potlood: ‘Geschikt voor Rio de Janeiro’. ‘Nederland in den vreemde/’ ‘1917-18?’. De vermelding van Rio de Janeiro kan te maken hebben met de poging van zijn jongste zoon Charles op daar werk te vinden. Op de site/in de inventarissen van NHI/Nai met betrekking tot het architectenbureau, de kunstwerkplaatsen en de persoonlijke archieven van leden van de familie Cuypers zijn geen gegevens over de reis naar Stockholm te vinden.

PS | Je vindt de site/inventarissen in de bibliografie van deze collectie onder HNI/Nai.

__________________

GAR JCC v.n. 144 | Lezing Sorbonne te Parijs

Lezing Sorbonne te Parijs over stedenbouw en architectuur in Amsterdam, georganiseerd door het Centre d’Études Franco-Hollandaises op verzoek van de Parijse universiteit, 1924

Notabene — Joseph Cuypers heeft zich vanaf de Woningwet van 1902, waarin stedenbouwkundige uitbreidingsplannen voorgeschreven werden, actief beziggehouden met stedenbouw en verschillende van dat soort plannen op zijn naam staan. In de lezing behandelt hij onder meer het Plan Zuid van H.P. Berlage in Amsterdam, dat op dat moment al ver gerealiseerd was. Berlage blijkt een jaar eerder voor dit gremium een lezing verzorgd te hebben over Nederlandse bouwkunst. Secretaris van het centrum was onder meer J.A. Pollones. Andere sprekers dat jaar waren professor J.A.G. van der Steur (TH Delft), Jan Kalf, professor T.K.L. Sluyterman (T.H. Delft), M. Wibaut en M. Verkruysen. Waarschijnlijk wordt met M(eneer) Wibaut F.M. Wibaut bedoeld, die als wethouder veel voor de stadsontwikkeling en volkshuisvesting in Amsterdam heeft betekend. M(eneer) Verkruysen was H.C. Verkruysen, medewerker van de jaarboeken van de VANK (V.A.N.K., Vereeniging voor Ambachts- en Nijverheidskunst) en vanaf 1926 hoofdredacteur van het tijdschrift Wendingen. De eerste drie personen behoren in ieder geval tot het netwerk van Joseph Cuypers.

PS | De gegevens over de VANK en Verkruysen zijn ontleend aan Thomas, Mienke Simon. Goed in vorm: honderd jaar ontwerpen in Nederland. 010 Publishers, 2008, pp. 42, 58, 70.

Typerend genoeg ontbreekt de naam van Joseph Cuypers volledig in deze publicatie. Dat is alleen al vreemd in relatie tot de VANK, waarvan het bestuur aanwezig was bij de huldiging van de architect bij gelegenheid van zijn zeventigste verjaardag. Bron: “Huldiging Joseph Cuypers”. Algemeen Handelsblad/Wikisource, 1931. http://bit.ly/2T1WKoa.

De relatie tot de VANK moet verder uitgediept worden.

Joseph Cuypers stond midden in het debat tussen architecten en de eerste generatie stedenbouwers. De laatste groep meende dat de eerste zich beter niet bezig kon houden met stadsplanning. Zie hierover onder meer Rackham en Hubar, De Sacramentskerk te Tilburg (2005). Voorts Rackham m.m.v. Hubar, De Steentjeskerk te Eindhoven (2019).

__________________

GAR JCC v.n. 121 | Voordracht over Victor de Stuers

Stukken betreffende de voordracht over Victor de Stuers op de Monumentendag in Arnhem, later omgewerkt tot artikel bulletin Nederlandsche Oudheidkundige Bond (NOB) (1930, 1943)

Notabene — De voordracht was uit 1930 eveneens voor de NOB, het gelegenheidsartikel uit 1943 bij gelegenheid van de 100ste geboortedag van Victor de Stuers, op verzoek van H.E. van Gelder, namens de redactiecommissie van het bulletin. Joseph Cuypers lag op dat moment (1943) in het O.L. Vrouwegasthuis te Amsterdam. Mogelijk samenhang met GAR JCC v.n. 112 ‘Critische aantekeningen’ Polytechnische School Delft, vanwege de opmerking van Joseph Cuypers in de kladlezing dat hij van De Stuers een verslag moest maken na afloop van zijn studie, opdat de laatste het onderwijs in Delft kon aanpakken. Overigens waren Joseph Cuypers en De Stuers geen vrienden (zie Van Leeuwen, P.J.H. Cuypers (2007)).

PS | De teksten geven een beeld van hoe Joseph Cuypers recht probeert te doen aan de verdiensten van een man met wie hij lange tijd in onmin verkeerde, zo niet gebrouilleerd was.

__________________

GAR JCC v.n. 120: Drukproeven gedenkschrift onthulling beeld Pierre J.H. Cuypers 

‘Gedenkschrift bij de Onthulling van het Gedenkteken voor Dr. P.J.H. Cuypers nabij de Munsterkerk te Roermond op den 103den verjaardag zijner geboorte aangeboden door de NV Kunstwerkplaatsen Cuypers & Co 16 Mei 1930’

Notabene — Toevoegingen in handschrift Joseph Cuypers (schoonschrift t.b.v. De drukker). Deze bewijzen dat Joseph Cuypers inderdaad de auteur was en dat de toeschrijving aan hem correct is. Het bronzen beeld van zijn vader op het Munsterplein is ontworpen door August Falize, waarbij Joseph een belangrijke corrigerende invloed heeft gehad. In principe zou het beeld dus op de naam van beide kunstenaars gezet kunnen worden. De mal voor het bronzen beeld is gemaakt bij de Kunstwerkplaatsen, zoals blijkt uit de collectie glasnegatieven van het Cuypershuis.

PS | Voor het beeld van August Falize op de glasnegatieven zie dit webartikel met mijn logboek van de crowdfunding voor de glasnegatieven van het Cuypershuis op het platform if then is now: Hubar, Bernadette van Hellenberg. “Ambassadeur voor Cuypers’ glasnegatieven”. if then is now, 2017. http://bit.ly/ifthenisnow-Cuy2.

__________________

Wat Jablonka hieronder vertelt, is een belangrijke boodschap voor de biograaf: durf de kant van de literatuur te zoeken zonder je ‘feitelijke’ grondslag te verwaarlozen! Denk aan Thijm!


__________________

GAR JCC v.n. 114 Concept artikelen en drukproeven

Concept artikelen en drukproeven voor periodieken, nieuwsbladen en verzamelboeken

Notabene — Onder meer: De leeuw als symbool uit Van Onzen Tijd (z.j.). Jeugdherinneringen aan J.A. Alberdingk Thijm (Thijmbundel de Beiaard 1920). Artikel herinrichting Munsterplein voor ‘Tijdschrift voor Volkshuisvesting en Stedebouw’ van het Nederlands Instituut voor Volkshuisvesting en Stedebouw (1925). Bezoek VANK aan Kunstwerkplaatsen Cuypers & Co voor verenigingsblad (1930). Roermonds Kunstleven voor het ‘Gedenkboek ter gelegenheid van het zevenhonderdjarig bestaan van Roermond als stad’ (1932). Over Katholicisme en Facisme (1933). De begindatering is gebaseerd op het artikel over de leeuw circa 1910.

PS | Jaartal achterhalen van De leeuw als symbool uit Van Onzen Tijd (z.j.).

Het bezoek van de (V.A.N.K., Vereeniging van Ambachts- en Nijverheidskunst) is goed terug te vinden op Delpher (zoektermen: V.A.N.K. Roermond Cuypers). Een van de berichten komt uit Limburgsch Dagblad, 25-06-1930:

Op het programma staat een bezoek aan de kathedraal, Munsterkerk, Dr. Cuypersmonument, de kunstwerkplaatsen der firma Cuypers en Co, en de glasschilders-ateliers van Nicolas en Zonen, waar diverse in uitvoering zijnde glaswerken zullen worden bezichtigd o.a. de eerste uitgevoerd détails van het door Joep Nicolas te maken Hugo de Grootraam in de Nieuwe kerk te Delft, twee in opdracht van den rijksgebouwendienst vervaardigde vensters voor de nieuwe R.H.B.S. te Tiel enz. In den namiddag zal per motorboot bezoek worden gebracht aan het kerkje Asselt. Op de terugweg zal de stuw bij den Donck bezichtigd worden.

Niet Joseph Cuypers verzorgde de uitleg, maar zijn eerste man, Victor Sprenkels. Saillant detail is het bezoek aan de schilderingen en de glazen van het kerkje van Asselt onder leiding van Joep Nicolas. Deze zijn uitvoerig behandeld in De genade van de steiger. De tekst van de betreffende paragraaf staat integraal op deze site.
Voor Victor Sprenkels (met foto), zie Joseph Cuypers, Gedenkschrift, p. 40.

Cuypers, Joseph Th.J. “Roermonds kunstleven”. In Gedenkboek ter gelegenheid van het zevenhonderdjarig bestaan van Roermond als stad, 334–47. Roermond, 1932.

Het Nederlands Instituut voor Volkshuisvesting en Stedebouw is opgericht in 1918. Zie Ruijter, Peter de. Voor volkshuisvesting en stedebouw. Utrecht: Matrijs, 1987.

__________________

GAR JCC v.n. 73 Klad en concept artikelen

Klad en concept artikelen voor niet getraceerde periodieken

Nota bene — Schilderkunst, bouwkunst en Rijksacademie, ongedateerd, 1898 (gedateerd via Groene Amsterdammer). Arti & Industriae, boekband Pierre J.H. Cuypers (z.j.). Polychromie muren en hoogaltaar St. Hippolytus Delft ( z.j.). Glasschilderkunst (ingezonden, monogram TH, z.j.). Szegeb Hongarije 1931. In Memoriam Eduard Brom (1935). Het verschil tussen lezingen en concept artikelen is niet altijd duidelijk. De begindatering is gebaseerd op het handschrift van een van de kladjes, de einddatering op het stuk over Eduard Brom.

PS | Arti & Industriae op Wikipedia. Naar de architecten Cuypers als grafische ontwerpers is tot dusver nog geen specialistisch onderzoek gedaan.

Joseph Cuypers schreef van tijd tot tijd onder het initiaal/pseudoniem TH.

De Hippolytuskerk is ontworpen door Pierre J.H. Cuypers, in 1884-1886 (Wikipedia). Joseph Cuypers heeft de kerk tijdens zijn studietijd zien verrijzen.

__________________

De voorgaande items geven een goed beeld van waar Joseph Cuypers mee bezig was en zich voor inzette. Het zou interessant zijn de verschillende concepten te vergelijken met de uiteindelijk gedrukte versies.

Een van de belangrijkste lezingen is waarschijnlijk die over stedenbouw en architectuur bij de Sorbonne. Wanneer is die interesse van Joseph Cuypers voor stedenbouw begonnen? Heeft Berlage die hij goed kenden, daar nog invloed op uitgeoefend? Is het mogelijk dat de problematiek van de wederopbouw tijdens en na de Eerste Wereldoorlog in België hierbij een rol speelt?*

We komen er op terug!

;-) B&M

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


Bronnen en verdere informatie
  • Brief, nummer en datering opzoeken.
  • HNI, Cuypers, P.J.H. , J.Th.J. & P.J.J.M / Archief: https://zoeken.hetnieuweinstituut.nl/nl/archieven/details/CUYP/ → CUYP.110591440 J.Th. J. Cuypers (1861-1949) → CUYP.110591466 Algemeen. 
  • Voor deze site hanteren we de Creative Commons licentie, gespecificeerd onder deze link: http://bit.ly/Copyright-CC-BY-NC-SA-4-0. Dus geen commercieel gebruik en absoluut naamsvermelding, zoals geldt voor al onze teksten en foto’s op onze sites. Hiertoe rekenen we ook onze pagina’s op Facebook en Blogger. Voor de goede orde, alles wat ten dienste komt van kennisverspreiding, beheer en behoud van erfgoed zonderen we uit van commercieel gebruik.
  • De verkorte titels in de tekst hierboven verwijzen naar de bibliografie van de Joseph Cuypers Collectie en/of van de integrale website.
  • Zotero is een gratis referentiemanager, waarin literatuur en andere verwijzingen inzake dit project zijn opgeslagen. Voor meer informatie volg deze link. Te zijner tijd komt de deelverzameling met betrekking tot dit project on line.
  • Cuypers, Pierre M. “CUYPERS – MyHeritage”. MyHeritage, 2018-2019. http://bit.ly/2OGqofQ-JCC.
  • #PM Precieze verwijzing in de brieven opzoeken.
  • Blijkens enkele stukken in de JCC hebben de architecten Cuypers zich beziggehouden met deze wederopbouw. Voor de invloed van Berlage zie Hubar (en Coenen), De nieuwe Bavo te Haarlem, (register online, zoekterm Berlage).

Ook dit prikbord maakt deel uit van het open atelier van de inventarisatie van de Joseph Cuypers Collectie. 

Voor het delen en het gebruik maken van de inhoud van de items op dit prikbord gelden de regels van de Creative Commons licentie.
Over delen gesproken, je kunt ons en andere onderzoekers helpen door deze pagina te delen via de knop delen onderaan de pagina.

Over Joseph Cuypers is nog meer te vinden bij De nieuwe Bavokathedraal en Cuypers assortiment.

Het project komt verder met grote regelmaat aan de orde op de Facebookpagina’s van Bern4dette en Van Hellenberg Hubar, Kunst, Cultuur & Erfgoed.
Ga eens kijken en ‘like’ de berichten, zodat de verhalen over Joseph Cuypers en dit project een nog grotere actieradius bereiken!

Naar dit item kan verwezen worden als: Hubar, Bernadette van Hellenberg, en Marij Coenen. “Prikbord met lezingen et cetera uit de JCC”. VanHellenbergHubar.org (blog), 2019. http://bit.ly/2Hc1Rxm-VanHH2Org.

Verkorte link: bit.ly/2Ag3nzc-VanHH2Org

← Naar de hoofdpagina van de Joseph Cuypers Collectie

Jeroen Bosch in het Rijksmuseum

Het logo van de Cuyperscode bestaat uit een lakzegel met het wapen van Pierre J.H. Cuypers dat vrijwel zeker door zijn zwager J.A. Alberdingk Thijm ontworpen is in 1859. Ontwerp Wolthera.info 2006.

Jeroen Bosch in het Rijksmuseum — Naar aanleiding van de masterclass over het Rijksmuseum voor de Open Universiteit begin mei 2019, hebben we het verhaal over wat Jeroen Bosch te maken heeft met het Rijksmuseum online geplaatst. Dit stuk is geschreven in het kader van de Cuyperscode deel 2, een erfgoedspel dat begin 2009 in Den Bosch ten doop werd gehouden. Producent was ons vorige bedrijf, erfgoedbureau Res nova, dat dit samen met LostAgain.nl en Wolthera.info ontwikkelde. Deel 1 dateerde van Cuypersjaar 2007 en had Roermond als locatie, waartegenover de opvolger zich met name in Brabant afspeelde.

In een branche met zulke snelle ontwikkelingen als de game industrie, is de houdbaarheid van een spel van beperkte duur. Onlangs zijn beide delen van de Cuyperscode dan ook offline gehaald. Een aantal van de achtergrondverhalen, waaronder het item hieronder, bedden we in in onze website. Ze zijn voor het merendeel geschreven door Bernadette van Hellenberg Hubar en geredigeerd door Marij Coenen. Om dicht bij de oorsprong te blijven is in deze stukjes de situatie gehandhaafd, waarin een speler wordt aangesproken die inmiddels al wat raadsels heeft opgelost.

De bronverwijzingen hebben we uit het verhaal gehaald en er apart onder geplaatst, omdat actieve links in ingebedde items voor problemen zorgen. Dit bood tevens de gelegenheid om enkele URL’s te actualiseren.

Genoeg gepraat! Ga je mee naar het Rijksmuseum?

Jeroen Bosch in de Cuyperscode (deel 2)

De afbeeldingen van het werk van Jeroen Bosch zijn afkomstig van het Jheronimus Bosch Art Center (JBAC) te Den Bosch en ter beschikking gesteld in het kader van de Cuyperscode II, waarin het centrum een bijzondere rol speelde. Tenzij anders vermeld, zijn de overige afbeeldingen afkomstig van Wikipedia/Wikimedia Commons en zijn ze gebruikt in overeenstemming met de aldaar aangegeven voorwaarden, waaronder de GNU Free Documentation License en de Creative Commons License. Onder die laatste licentie vallen ook de afbeeldingen van de Rijksmuseum Studio. Tenslotte is beeldmateriaal ontleend aan media waar geen auteursrecht (meer) op berust.

De * in de ingebedde tekst verwijst naar de volgende bronnen:

    1. In het kader van het Jeroen Boschjaar 2016 is een aparte bronnenbank over de schilder online gezet, waarin onder meer de hieronder aangegeven referenties te vinden zijn: BoschDoc.
    2. Jeroen Bosch in het Rijksmuseum. Collage van bvhh.nu met reprovrij beeldmateriaal: de afbeelding van de achtergrond met de polychromie van het Rijksmuseum en de foto linksboven van het Rijksmuseumgebouw komen beide uit het hiervoor geciteerde album van De Stuers en Cuypers, Het Rijks-Museum te Amsterdam. De foto van het paneel van Jeroen Bosch is ontleend aan Bogers, J., en J.P. Filedt Kok. “Rijksmuseum, Ecce Homo, Copy after Jheronimus Bosch, c. 1530 – c. 1550”. Rijksmuseum, 2019. http://bit.ly/2DVGi38
    3. Het naslagwerk van Christiaan Kramm is eveneens integraal te vinden op de DBNL: Kramm, Christiaan. “De levens en werken der Hollandsche en Vlaamsche kunstschilders, beeldhouwers, graveurs en bouwmeesters, van den vroegsten tot op onzen tijd · dbnl”. DBNL, 1857. http://bit.ly/2VjhOeU. De verschillende citaten hierboven kunnen getraceerd worden via de zoektoets.
    4. Het portret van Karel van Mander komt van Wikimedia Commons. Dat van Jeroen Bosch idem van Wikimedia Commons.
    5. Het Schilderboeck van Karel van Mander is te vinden op de site van de DBNL (Digitale bibliotheek voor de Nederlandse letteren): Mander, Karel van. “Het schilder-boeck · dbnl”. DBNL, 1604. http://bit.ly/2DSfSzy. De verschillende citaten hierboven kunnen getraceerd worden via de zoektoets.
    6. Wat betreft dit citaat, de rol van de tekenkunst (en de filosofie achter het Rijksmuseum in het algemeen) zie Bernadette van Hellenberg Hubar, Arbeid en Bezieling, De esthetica van P.J.H. Cuypers, J.A. Alberdingk Thijm en V.E.L. de Stuers, Nijmegen, 1997 (register: tekenkunst, teekenen, teyckenen, Van Mander, Oefenschool).
    7. Dit achtergrondverhaal staat nog niet online. De Biblia pauperum hebben we overigens uitvoerig behandeld in Hubar (en Coenen), De nieuwe Bavo te Haarlem, pp. 85-86, 168-169, 184-194.
    8. Over de aanschaf van Victor de Stuers uit 1875 zie Bogers, J., en J.P. Filedt Kok. “Rijksmuseum, Ecce Homo, Copy after Jheronimus Bosch, c. 1530 – c. 1550”. Rijksmuseum, 2019. http://bit.ly/2DVGi38  | This panel was one of a group of five early Netherlandish paintings and several medieval statues that Victor de Stuers bought from the Brigittine sisters in Uden in 1875 for the Nederlandsch Museum voor Geschiedenis en Kunst. The Ecce Homo panel was thus one of the nation’s earliest purchases of medieval art. De Stuers bought it as a work by Jheronimus Bosch himself; it was not until 1912 that it was recorded as a copy after Bosch in the Rijksmuseum’s catalogue’.
    9. Het tegeltableau van de ontvangst van Albrecht Dürer in Den Bosch is door Vincent Steenberg vrijgegeven op Wikimedia Commons. Onder deze link kun je de volledige capita selectie in de tegeltableaus op de gevels vinden.
    10. Het citaat uit het dagboek van Dürer is ontleend aan: J. Becker, ”Ons Rijksmuseum wordt een tempel’, zur Ikonographie des Amsterdamer Reichsmuseums’, Het Rijksmuseum, opstellen over de geschiedenis van een nationale instelling, Nederlands Kunsthistorisch Jaarboek 35 (1984), Weesp 1985, pp. 227-326., i.h.b. p. 277.
    11. De beschrijvingen van De Stuers zijn afkomstig uit: Stuers, V. de, en Pierre J.H. Cuypers. Het Rijks-Museum te Amsterdam. Amsterdam: Van Holkema & Warendorf, 1898.
    12. De collage met kunstenaarsportretten is als volgt samengesteld met materiaal van Wikimedia Commons: Jan van Scorel met daaronder Jan Gossaert en Maarten van HeemskerkLucas van Leyden boven en Pieter Coecke van Aelst onder. De gravure links van Pieter Coeck stelt Jeroen Bosch voor. Op Wikimedia bevindt zich overigens ook een portret van Lucas van Leyden door Albrecht Dürer.
    13. Voor de symboliek in het werk van Jeroen Bosch zie in het bijzonder: Jeanne van Waadenoijen, De ‘geheimtaal’ van Jheronimus Bosch. Een interpretatie van zijn werk, Hilversum 2007. Iconografische thema’s zijn verder op te sporen via BoschDoc.
    14. De presentatie over het Rijksmuseum die ik voor de masterclass van de OU in 2017 en 2019 hield, kun je bekijken onder deze link

Vond je het een interessant verhaal? Dan nodigen we je graag uit om het te delen via de knop delen aan het einde van deze pagina (liefst met de hashtag #Rijksmuseum en/of #JeroenBosch).

;-) B&M

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


Sociale media en erfgoed

VanHellenbergHubar.Org zet sociale media in zowel om nieuws over kunst, cultuur & erfgoed te delen als om vragen te stellen en zo kennis te vergaren. Centraal hierin staat onze Facebookpagina: http://bit.ly/VanHHOrg2FB

Ga eens kijken en ‘like’ onze pagina, zodat de berichten over onderwerpen als de voorgaande een nog grotere actieradius bereiken!

Verkorte link van dit item: bit.ly/2E0WccH-VanHH2Org

Retroacta van de Joseph Cuypers Collectie

Retroacta? En postacta? Je leest er meer over na de inhoudsopgave!

Terug naar hoofdpagina


Retroacta | Joseph Cuypers in De Limburger (2016)

Wat retroacta zijn, gaan we je binnenkort uitgebreider vertellen! Hier houden we ‘t er even op dat het een prachtig woord uit de archivistiek is voor de ‘prequel’, de aanloop, wat vooraf ging, de voorgeschiedenis en noem maar op. Als je alleen al denkt aan de nieuwe Bavo, dan is die voorgeschiedenis hier aanzienlijk! Vandaar dat ook Cuypers assortiment aan de inhoudsopgave hierboven is toegevoegd!

Een van de mooiste berichten uit deze retroacta? De reddingsactie van de glasnegatieven. Natuurlijk heeft Museum Cuypershuis vooral getamboereerd op de rol van hun naamgever, maar dat neemt niet weg dat de meeste glasnegatieven uit de periode afkomstig zijn dat Joseph Cuypers aan het roer stond! 

Postacta — Overigens zijn er naast retroacta ook postacta, zoals in het dossier van de lezing voor de R.K. Volksbond te Roermond (1897).* Bij deze gelegenheid hield Joseph Cuypers een pleidooi voor een eigentijds herstel van het gildesysteem. Voor de maatschappelijk geëngageerde katholieken, waartoe Joseph behoorde, zou dat een passend antwoord bieden op de ‘sociale quaestie’ (het opkomende socialisme). Joseph en zijn tijdgenoten gaven hiermee invulling aan de katholieke sociale leer van paus Leo XIII in zijn encycliek Rerum novarum (1891). In de lezing zijn krantenknipsels geplakt over kieswet en kiesgerechtigden. Het bewaarde krantenartikel van na de lezing van 7 februari 1897 heeft titel noch datum, maar kon opgespoord worden via de krantenbank van het archief. Bij de retroacta zitten onder meer het adres (in de zin van oproep) van architecten en het bouwvak aan de gemeente Amsterdam (1893). Bij de postacta het artikel ‘Over Patroonsverenigingen’ van G.W. Konings in De Katholiek van 1898. Joseph Cuypers spreekt in de lezing over zichzelf als een ‘Romundsje jong’; in de krant wordt dit in het Nederlands omgezet! Dat hij van jongs af aan Roermonds sprak blijkt ook uit het dagboek van zijn moeder.*

De Joseph Cuypers Collectie komt met grote regelmaat aan de orde op onze Facebookpagina: http://bit.ly/VanHHOrg2FB
Ga eens kijken en ‘like’ de pagina, zodat de berichten over Joseph Cuypers en dit project een nog grotere actieradius bereiken!

;-) B&M

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


Verwijzingen en wat dies meer zij

Voor verkorte titels zie de bibliografie.

  • GAR JCC, v.n. 150. “Lezing van den heer Jos. Cuijpers voor de leden van den R.K. Volksbond”. Maas- en Roerbode. 9 februari 1897. GAR, Historische kranten. http://bit.ly/2ZL7XNH-JCC. Zie ook v.n. 151 (vermelding Leo XIII, R.K. Volksbond) en v.n. 22 (R.K. Gildenbond). Een jaar eerder had zijn vader het herstel van het gildesysteem bepleit (lezing Maastricht 1896; zie bibliografie Hubar, Arbeid & Bezieling). Voor meer informatie zie het lemma Rerum novarum op Wikipedia.
  • GAR JCC, v.n. 85. In Varia deel 2 hebben we een apart item over Nenny en haar Roermonds sprekende zonen (ook de vroeg overleden Theo sprak Roermonds).
  • In principe mag iedereen gebruik maken van de gegevens die op deze site staan, maar wel binnen de termen van de Creative Commons gespecificeerd onder deze link: http://bit.ly/Copyright-CC-BY-NC-SA-4-0. Dus geen commercieel gebruik en absoluut naamsvermelding, zoals geldt voor al onze teksten en foto’s op deze site. Hiertoe rekenen we ook onze pagina’s op Facebook en Blogger. Voor de goede orde, alles wat ten dienste komt van kennisverspreiding, beheer en behoud van erfgoed zonderen we uit van commercieel gebruik.
  • Verkorte link: http://bit.ly/2TdS1PN

Terug naar hoofdpagina

 

In het open atelier van de JCC

In het open atelier? Je leest er meer over na de inhoudsopgave!

Terug naar hoofdpagina


*

In het open atelier

Hoe zo open atelier, zul je denken? Tja, we kregen associaties met restauratoren van een kunstwerk die in een glazen ruimte zitten, zichtbaar voor iedereen, geconcentreerd bezig met hun werkzaamheden. Begin 2019 zag Bernadette dit nog bij de restauratie van het Lam Gods in Gent en kort daarna is een dergelijk ‘aquarium’ ook opgetrokken rond de Nachtwacht in het Rijksmuseum.* Dat leidde tot het idee van dit open atelier. Zie je ons al zitten achter het glas, als in een vissenkom … in het oog van iedereen die wil weten hoe zo’n project zich al doende ontwikkelt? Want hoe gaat dat nou, al schrijvend inventariseren? Of is het al inventariserend schrijven? Het is in ieder geval al werkend denken, zoals je hieronder kunt lezen bij het stukje over de oude orde of oude ordening in de archivistiek.

Vooraf in het kort iets over de varia en prikborden: tijdens het ordenen sla je van alles op om niet te vergeten. Dat zijn de varia die van lieverlee in verhalen uitmonden. Daarnaast zijn er de nota bene’s bij de beschrijvingen van de collectie stukken, waarvan we er een aantal op prikborden hebben geprikt.

Beide categorieën geven een kijkje in de keuken! Wil je weten wanneer Joseph Cuypers nu precies gestudeerd heeft of welke andere banden hij met Delft had, ga dan eens kijken. Heel interessant is ook de ontsluiting van de conceptartikelen en lezingen die hij geschreven heeft. Staat dat in verhouding tot wat vakgenoten deden? Dat kunnen we in dit stadium van het project nog niet vertellen. Maar wie weet …

Al doende | De JCC zit vol met mappen, waarop in het handschrift van Joseph Cuypers aanwijzingen van een oude ordening staan. Foto bvhh.nu 21 september 2018.

De JCC zit vol met mappen, waarop in het handschrift van Joseph Cuypers aanwijzingen van een oude ordening staan. Foto bvhh.nu 21 september 2018.

Oude orde

Bovenstaande foto laat iets van de oude orde in de collectie zien. ‘Oude orde’, zul je denken, ‘Wat is dat?’ De oude orde of oude ordening is een begrip dat zijn entree maakte als gevolg van de ontwikkeling van het vak archivistiek in de negentiende eeuw. Grote namen als die van Victor de Stuers zijn daarmee verbonden; een man waarmee Joseph Cuypers het overigens niet goed kon vinden, ook al was het een van de beste vrienden van zijn vader. De Stuers en zijn medestanders in de archiefwereld geloofden stellig in het concept dat een archief een organisch geheel was: het vormde de weerslag van de organisatie die het had geproduceerd. Men dacht toen vooral in termen van overheidsorganisaties. Het begrip raakte ingeburgerd lang voordat ook familie- en persoonsarchieven hun weg vonden naar de archiefdepots. En sindsdien blijft er discussie of er wel zoiets als een oude ordening bestaat in een collectie als die van Joseph Cuypers. In ons artikel ‘De sortering van het verleden’ gaat Bernadette hierop in met betrekking tot de collectie van Joseph Cuypers.* Inmiddels zijn we, voorjaar 2019, zover met de ordening gevorderd, dat we aan kunnen sturen op een nieuwe invulling van dit begrip.

Je kunt er in de loop van dit jaar meer over lezen in ons E-boek.

Als je meer wilt weten over Joseph Cuypers, dan kun je ondertussen terecht bij de De nieuwe Bavokathedraal en Cuypers assortiment.

Het project komt verder met grote regelmaat aan de orde op onze Facebookpagina: http://bit.ly/VanHHOrg2FB
Ga eens kijken en ‘like’ onze pagina, zodat de berichten over Joseph Cuypers en dit project een nog grotere actieradius bereiken!

;-) B&M

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!

Verkorte link van dit item: https://bit.ly/3kwIEZt-JCC

Terug naar hoofdpagina

De genade voorbij | Het Laatste Oordeel in Alkmaar

De genade voorbij

Deze diashow vereist JavaScript.

Ze zijn zich van geen kwaad bewust
en staan verbaasd om
zich heen te kijken
Naakt als in het paradijs
Mooi van lijf en leden
Blij … maar waren ze niet dood?
Kijk daar en daar en daar
Familie, geliefden en die daar …
Zijn dat mijn kindskinderen?

Maar veel tijd voor verbazing is er niet.
De wind steekt op en met iedere vlaag
… trompetgeschal
Engelen uit grimmiger tijden
Hun gewaad in scherpe knipplooien
met in hun handen de weegschaal,
overgedimensioneerd …
neemt Michael de mensheid de maat
De schroeiende hitte van
de hellemond voelbaar

Centraal in het gewelf de wereldrechter
Gods zoon zonder twijfel

met ‘n poker face
sierlijk gebarend naar links en rechts
scheidt hij de goeden van de kwaden
na voorspraak van moeder en doper
de genade voorbij

Jacob Corneliszoon van Oostsanen m.m.v. Cornelis Buys, Het Laatste Oordeel in de Grote Laurenskerk te Alkmaar (1519), gerestaureerd door Willem Haakma Wagenaar en Edwin van den brink (2003-2011). Foto bvhh.nu 2018.

_______________________________

De genade voorbij

Twee jaar geleden was het ‘De wonderlijke klim’ in Den Bosch, vorig jaar (2018) gooide Alkmaar er nog een schepje bovenop met ‘De klim naar de hemel’.* In het ene geval de aardse microkosmos, in het andere geval het einde der tijden.* Ik was er met ons kwintet, Wim Eggenkamp, Eduard Kimman, Harrie-Jan Metselaars en Gert van Kleef, welke laatste nauw betrokken was bij de organisatie van ‘De klim naar de hemel’ en de feestelijkheden rond het 500-jarig bestaan van de Grote Laurenskerk. Een geweldige ervaring om hoog boven het dak van de kerk te wandelen en over het golvende patroon van de geschubde leien naar de stad te kijken. En dan de stap naar binnen … oog in oog met het Laatste Oordeel van Jacob Corneliszoon van Oostsanen (1519): schilderingen op een houten gewelf die normaal ver boven je uitstijgen en waarvan de details door de afstand en speling van het licht aan je oog ontsnappen. Een geweldige ervaring daar boven op de steigers, zoals je kunt zien aan de laatste foto’s in de diaserie.

Steigers … mijn fascinatie voor steigers houdt nooit op. En waarom dat is? Misschien wel omdat je je eigenlijk in het luchtledige bevindt, even houvast hebt op plaatsen waar buiten alleen vogels kunnen komen, scherend over een dak of langs rijzige gevels; en binnen hooguit de rook van kaarsen of de klanken van het orgel. Eigenlijk bestaat de plek waar je op de steiger staat niet.

Het thema op zich hoeft iconografisch nauwelijks introductie, zeker niet na de belangstelling die het werk van Jeroen Bosch in het jubileumjaar 2016 heeft ondervonden. Met mijn gedicht volg ik de driedeling van het gewelf in de zaligen (links), de voltrekking van het oordeel (midden) en de verdoemden (rechts), waarbij Maria en Johannes de Doper als voorsprekers zijn afgebeeld.

De genade voorbij | Portret van Jacob Corneliszoon van Oostsanen (c. 1472/77-1528/33), door zijn atelier in Amsterdam, c. 1533. Herkomst Rijksmuseum, objectnumber SK-A-1405.
De genade voorbij | Portret van Jacob Corneliszoon van Oostsanen (c. 1472/77-1528/33), door zijn atelier in Amsterdam, c. 1533. Herkomst Rijksmuseum, objectnumber SK-A-1405.*

Restauratiegeschiedenis | Slepen met een gewelf 

Restaurator Willem Haakma Wagenaar heeft tijdens de restauratie van 2003 tot 2011 een artikel geschreven voor de nieuwsbrief van de stichting Jacob Cornelisz. van Oostsanen, de Jacobsbode, waarin hij de lotgevallen van het houten gewelf beschrijft. Ook hier manifesteerde zich de ‘educatieve roofzucht’ van het rijk (lees het hoofd van de afdeling Kunsten & Wetenschappen van het ministerie van Binnenlandse Zaken, Victor de Stuers en zijn rijksadviseur, Pierre Cuypers). Tussen 1885-1886 werd geregeld dat het gewelf beetje bij beetje naar het Rijksmuseum getransporteerd werd in ruil voor subsidie om een nieuw houten beschot aan te brengen. Los van de discussie over hoe je met dit soort kunst om moet gaan – conserveer je heel terughoudend of streef je naar een evocatie van het origineel – is het voor mij heel interessant dat twee schilders die ik behandeld heb in ‘De genade van de steiger’, gevraagd werden de schilderingen in orde te maken. In eerste instantie, 1902-1904, was dat Jan Dunselman, bevriend met Joseph Cuypers, die vooral bekend is geworden van de uitmonstering van de Nicolaaskerk te Amsterdam.* Mede doordat de houten drager werd ingekort om het gewelf in het Rijksmuseum te kunnen plaatsen, heeft Dunselman er vrij veel aan moet doen.

Als gevolg van gewijzigde inzichten verdween het houten gewelf uit de opstelling van het Rijksmuseum: directeur Frans Schmidt Degener had niet veel op met de educatieve visie van Cuypers en De Stuers, noch met hun belangstelling voor monumentale kunst. Daar kwam bij dat de toeschrijving inmiddels veranderd was van Jacob Corneliszoon naar zijn broer, Cornelis Buys, waardoor de kunsthistorische waarde van het oeuvre kennelijk daalde. Om kort te gaan, het gewelf werd opnieuw gecompartimenteerd en teruggebracht naar Alkmaar, waar het moest wachten tot 1940 om weer op zijn oude plek hersteld te worden. Ditmaal was het Gerhard Jansen die aan de slag ging. Over hem is Haakma Wagenaar nog minder enthousiast dan over Dunselman, vooral vanwege het gebruik van vernis. Ook al zou vandaag de dag – terecht – niemand dat meer doen, Gerhard Jansen was bepaald geen amateur. Hij had grote ervaring als restaurator en als kerkschilder. Toen Antoon Derkinderen aan het experimenteren was met het schilderen direct op de muur, deed hij dat onder meer met Gerhard Jansen in de Doopkapel van de Nicolaaskerk van Jutphaas (1904). Uiteindelijk is dat het enige oeuvre in dit genre dat van Derkinderen behouden bleef, die overigens ook voor het technische kunnen van Jan Dunselman grote waardering had. Het zou goed zijn als tijdens zo’n grote restauratie meer onpartijdig gekeken zou kunnen worden naar de ingrepen van voorgangers, waardoor ook andere aspecten van hun inmenging in het licht komen te staan. Dat maakt gewoonweg deel uit van de geschiedenis van het kunstwerk in kwestie, die nu voor een groot deel is weggepoetst, zoals onder meer uit de aanpak van de Christusfiguur blijkt. Daarnaast vergroot zo’n onderzoek de kennis over de technische vaardigheden van in casu Dunselman en Jansen en die komt weer van pas op het moment dat hun werk wordt hersteld. In het geval van de eerste hebben de laatste decennia al grote conserveringsprojecten plaatsgevonden, met name door Rob Bremer en Wil Werkhoven.*

De genade voorbij | Daantje Meuwissen legt uit waarom het Laatste Oordeel van de hand van Jacob Czn van Oostsanen is. Screenshot van het artikel in de Jacobsbode uit 2009.
De genade voorbij | Daantje Meuwissen legt uit waarom het Laatste Oordeel van de hand van Jacob Czn van Oostsanen is. Screenshot van het artikel in de Jacobsbode uit 2009.

Tekenachtig schilderen

Ik noem Derkinderen hier ook, omdat er sprake is van een opvallende synchroniciteit tussen zijn stijl en die van Jacob Cornelisz. van Oostsanen: beiden hadden een tekenachtige manier van schilderen, zoals specialist Daantje Meuwissen bij Van Oostsanen ontdekte en ik bij Derkinderen. Of dat helemaal op toeval berust is zeer de vraag. Derkinderen kende dat andere monumentale werk van Van Oostsanen dat naar het Rijksmuseum was overgebracht, heel goed: het beschilderde houten gewelf van Warmenhuizen dat zich in de ‘kapel’ van de Oefenschool bevond op het terrein. De bedoeling was dat hij dit zou restaureren, maar daar is het door de moeizame verstandhouding met Cuypers en De Stuers niet van gekomen. Wel had Derkinderen als voorbereiding daarop het hele gewelf in 1892 onderzocht en uitgetekend.* Algemeen was de belangstelling voor dit type werk in de tweede helft van de negentiende eeuw groot, zowel bij onderzoekers als kunstenaars: Cuypers’ zwager, J.A. Alberdingk Thijm, Derkinderens docent aan de Rijksacademie, noemt het voorbeeld van Naarden bij zijn transcriptie van de biblia pauperum die hij in 1866 publiceerde. Een van de meest indrukwekkende uitwerkingen van het onderliggende systeem van corresponderende voorstellingen uit het Oude en het Nieuwe Testament uit de late negentiende eeuw is de kruisweg in de Amsterdamse Nicolaaskerk van Jan Dunselman (1891-1898).*

Reformatie

Een van de vragen die steeds weer opkomt bij middeleeuwse kerken die in protestantse handen zijn overgegaan, is waarom dit soort werken de beeldenstorm ontsprong. Dat geldt niet alleen voor schilderingen als deze die op een vrij onbereikbaar niveau zaten, maar ook voor zestiende-eeuws glas in lood zoals in de Oude Kerk van Amsterdam. En wat te denken van het altaarstuk van Jacob van Heemskerck (1538-1542) dat pas na de reformatie, in 1581, naar Zweden ging en nu weer even in de Alkmaarse Grote Laurenskerk te zien is. Tegenwoordig gaat men er vanuit dat dat heeft te maken met de invloed van de schenkers van deze kunstwerken die vaak op de betreffende werken staan afgebeeld. Ook de elite ging om naar het nieuwe geloof, maar dat betekende niet dat hun kostbare investeringen te grabbel moesten worden gegooid. Of dit een urban legend is of gebaseerd is op onderzoek, heb ik niet direct kunnen achterhalen. Indien deze verklaring klopt, dan zal die ondogmatische opstelling vast tot discussies hebben geleid tussen de ‘rekkelijken’ en de ‘preciezen’. In dat geval hebben we aan het stedelijke patriciaat het behoud van bijzondere kunstwerken te danken van een generatie die bij het grote publiek nog maar weinig bekendheid geniet. Des te meer reden om naar Alkmaar te gaan voor ‘De klim naar de hemel’.

;-) Bernadette

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


Bronnen en verdere informatie

De * in de tekst hierboven verwijst naar de volgende bronnen (deels opgemaakt met Zotero). De volledige inhoud van de afgekorte titels is te vinden in de bibliografie op deze site.

  • ‘De klim naar de hemel’ is mogelijk tot en met 8 oktober 2018!
  • Voor mijn gedicht naar aanleiding van ‘De wonderlijke klim’ volg deze link.
  • Gegevens Rijksmuseum: ‘workshop of Jacob Cornelisz van Oostsanen, Portrait of Jacob Cornelisz van Oostsanen (c. 1472/77-1528/33), Amsterdam, c. 1533′, in J.P. Filedt Kok (ed.), Early Netherlandish Paintings, online coll. cat. Amsterdam: hdl.handle.net/10934/RM0001.COLLECT.8170 (consulted 27 August 2018). Permalink via deze URL.
  • Deze noot verwijst naar:
    • Haakma Wagenaar, Willem. “De gewelfschilderingen van de Laurenskerk in Alkmaar (I en II)”. Jacobsbode, nieuwsbrief van stichting Jacob Cornelisz. van Oostsanen 4–5 (2005): 1–5; 2–4. bit.ly/2BKjK6M-Oostsanen. Haakma Wagernaar voerde de restauratie uit met Edwin van den Brink.
    • Over de toeschrijving aan J.C. van Oostsanen zie het overtuigende artikel van: Meuwissen, Daantje. “Het plafond van de Laurenskerk in Alkmaar: de hand van de meester”. Jacobsbode, nieuwsbrief van stichting Jacob Cornelisz. van Oostsanen 8 (2009): 3-5. bit.ly/2BKjK6M-Oostsanen
    • De term ‘educatieve roofzucht’ komt van Wies van Leeuwen, De maakbaarheid van het verleden, pp. 117-129.
  • Deze noot verwijst naar:
    • Haakma Wagenaar, “De gewelfschilderingen van de Laurenskerk”, p. 4.
    • Over Jan en zijn broer Kees Dunselman, zie met name Hubar, Tussen Gabriel en Michael (2018), pp. 53-69, waarin de bevindingen in Hubar, De genade van de steiger, pp. 178-208, zijn aangevuld en bijgesteld. Dit was met name mogelijk door de toename van het aantal dagbladen in Delpher.nl en de toegang tot Kerkcollectie Digitaal van het Catharijneconvent. Zie ook de errata op deze site.
  • Deze noot verwijst naar:
    • Haakma Wagenaar, “De gewelfschilderingen van de Laurenskerk”, pp. 4-5. bit.ly/2BKjK6M-Oostsanen. Over de oorsprong van de aanwezige Christusfiguur is Haakma Wagenaar onduidelijk. Niettemin besloot hij deze te vervangen door een figuur waarvan het hoofd ontleend is aan de doek van Veronica op een van de andere gewelven in de Laurenskerk. Behalve dat ik hier bedenkingen tegen heb, heb ik iconografisch twijfel bij de inwisselbaarheid van het ene en het andere type. Dit is een kwestie die ik nog een keer wil voorleggen aan Daantje Meuwissen.
    • Haakma Wagenaar, Willem, en Edwin van den Brink. De gewelfschilderingen in de Laurenskerk van Alkmaar gerestaureerd, 2003-2011. z.pl. (Alkmaar), 2011. bit.ly/2oeUb4n-Oostsanen
    • Hubar, De genade van de steiger, pp. 44 (Jutphaas), 335-336 (Gerhard Jansen), 187-190 (Jan Dunselman). Rob Bremer en Wil Werkhoven hebben onder meer de Nicolaaskerk te Amsterdam gerestaureerd (Jan Dunselman), de Obrechtkerk te Amsterdam (Kees Dunselman), de Jozefkerk te Noordwijkerhout (Kees Dunselman) en de Agathakerk te Lisse (Jan en kees Dunselman).
  • Deze noot verwijst naar:
    • Het hiervoor geciteerde artikel van Daantje Meuwissen.
    • Voor Warmenhuizen: Wies van Leeuwen, De maakbaarheid van het verleden, pp. 126-129.
  • Deze noot verwijst naar:
    • Hubar, De genade van de steiger, met name pp. 44 (abusievelijk staat hier 1861 in plaats van 1866), 189 (Jan Dunselman).
    • Thijm, “De harmonieën van het Oude en het Nieuwe Testament in de beeldende kunst, Biblia Pauperum”, p. 433.*
    • Het thema van Thijm en de biblia pauperum heb ik verder uitgediept in mijn boek De nieuwe Bavo te Haarlem, pp. 84-86, waarop een voorschot is genomen met dit webartikel over de glazen van vader en zoon Cuypers in de apsis van de nieuwe Bavo.
  • Meer weten over de gedichten met de achtergrondverhalen die ik schrijf? Surf dan naar dit item.

In Alkmaar kun je  de hemel niet meer beklimmen, maar dat moet je er niet van weerhouden de Laurenskerk alsnog een bezoek te brengen!*

Bijgewerkt 4/11/19

Verkorte link van dit item: bit.ly/2ocXr07-VanHH2Org