Kunstenaarsoog in een verdwijnende wereld | Vitruvius

Kunstenaarsoog in een verdwijnende wereld | vakblad Vitruvius — Tot en met 8 maart 2020 kan de verdwenen wereld van kerken en landschappen in Breda en rond Breda bewonderd worden, vastgelegd door Clemens Merkelbach van Enkhuizen in de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw. Waar? In Stedelijk Museum Breda, waar curator Linda Eversteijn deze tentoonstelling opzette naar aanleiding van de schenking van het Bredase oeuvre door de kunstenaar. Met name de neogotische architectuur waar op dat moment totaal geen waardering meer voor was, moest het ontgelden. Als jonge kunstenaar legde Clemens niet alleen de nog gave gebouwen, maar ook het sloopproces daarvan vast. 

Het klinkt een beetje als een roman, de student aan de kunstacademie die gepokt en gemazeld was in de laatste vloedgolf van het ‘Rijke Roomse Leven’, daar zijn hart aan verpandde en dan mee moet maken hoe de getuigenissen ervan verdwijnen. La cathedrale engloutie (De verdronken kathedraal 1), maar dan niet slechts voor een etmaal, bij vloed, maar definitief …

In onderstaand artikel in vakblad Vitruvius gaat Bernadette dieper in op het kunstenaarsoog van Clemens Merkelbach en legt ze uit wat zijn werk zo bijzonder maakt.2 Ze constateert dat ‘wij als kunsthistorici’ we nog maar net begonnen zijn met het positioneren van oeuvres die niet tot die van de avant-garde behoren. Als je die met een onbevangen oog bekijkt en een bewuste poging doet om de ingesleten vooroordelen over progressie en conservatief in de kunst buiten te sluiten, dan doe je verrassende ontdekkingen. Die willen we graag via dit item met je delen.

Clemens Merkelbach, Cuypers VIT_Okt.2019_Bernadette

We hebben het al vaker opgemerkt: Breda blijf verrassen, niet alleen op het gebied van het monumentale erfgoed, zoals ons project #KunstinBreda laat zien, maar ook museaal. Als je naar de tentoonstelling van Clemens Merkelbach gaat, loop dan ook eens een van de andere de zalen binnen. En als je weer buiten staat stap dan eens een van de nog bestaande kerken binnen die we bij #KunstinBreda onder de loep hebben genomen, zoals de kathedraal of de Begijnhofkapel. Heb je meer tijd, ga dan naar de Laurentiuskerk in het Ginneken, ontworpen door Joseph Cuypers en Jan Stuyt. Je zult je geen moment vervelen!

De nummers van vakblad Vitruvius kun je overigens on line lezen. Volg daarvoor deze link.

;-) B&M

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


Verwijzingen
  • La cathédrale engloutie (De verdronken kathedraal), prelude van Claude Debussy op basis van de Bretonse legende van Ys (zie het gelijknamige Wikipedia-lemma). Tevens metafoor voor het lot van de Kerk, het verdwenen ‘Rijke Roomse Leven’ na de oorlog, zoals onder meer uitgedrukt door priester-kunstenaar Jean Adams; zie Hubar e.a., De genade van de steiger, p. 444 (volledige titel in de bibliografie van deze site).
  • Dit artikel is ontleend aan de bijdrage van Bernadette aan de publicatie bij gelegenheid van de tentoonstelling: Kuilman, Dingeman, Linda Eversteijn, Peter van Dael en Bernadette van Hellenberg Hubar. Clemens Merkelbach van Enkhuizen. Verstilling en verandering | Stillness and change. CollectieLab, 19.2. Breda: Stedelijk Museum Breda, 2019.
  • Zie ook ons eerdere bericht over deze tentoonstelling.
Sociale media en erfgoed

VanHellenbergHubar.Org zet sociale media in zowel om nieuws over kunst, cultuur & erfgoed te delen als om vragen te stellen en zo kennis te vergaren. Centraal hierin staat onze Facebookpagina: http://bit.ly/VanHHOrg2FB

Ga eens kijken en ‘like’ onze pagina, zodat de berichten over onderwerpen als de voorgaande een nog grotere actieradius bereiken!

Je kunt ons en andere onderzoekers ook helpen door deze pagina te delen via de knop delen onderaan de pagina (graag de hashtag #ClemensSMB gebruiken).

Verkorte link van dit item: http://bit.ly/354tmUm-VanHH2org

Topic spolia in #kerkverhalen

Topic spolia in #kerkverhalen maakt deel uit van de mirror ‘De kerk als buit’ die ik in 2016 schreef voor het platform Ifthenisnow.eu. Ook de hieronder gehanteerde indeling in algemeen, tijd en plaats, is daaraan ontleend.

We zijn inmiddels vijf jaar verder: het aantal kerksluitingen is gestegen. Veel ervan zijn rijksmonumenten die worden herbestemd wat betekent dat interieurstukken voor een deel verdwijnen. Een centraal registratiesysteem van wat er is en waar het naar toegaat, is er nog altijd niet. Niemand pakt de handschoen op, ook de RCE niet die over beschermde rijksmonumenten en hun interieurs gaat.1 En zo keert de wal het schip!

Algemeen: sloopafval of buit? Toeval of bewust?

Spolia zijn buit, maar niet zomaar buit. Het zijn de vaak kostbare restanten die na een veldtocht geroofd of meegenomen werden en later verwerkt zijn in een gebouw of voor de inrichting van een heiligdom. Op een gegeven moment slaat het begrip ook op overblijfselen die hergebruikt zijn. De vroegchristelijke kerken van Rome zitten er vol van! Vooral basementen, zuilen en kapitelen, afkomstig uit vervallen of verwoeste tempels, waren populair. Ook Nederland kent dit soort voorbeelden, waaronder de Romeinse elementen in de O.L. Vrouwekerk van Maastricht en de Barbarossakapel van Nijmegen.2 In dat laatste geval werd zeer waarschijnlijk de boodschap afgegeven dat de keizer zich als directe erfgenaam van zijn illustere Romeinse voorgangers beschouwde. Heel anders is het gesteld met de sloop van kerken vanaf circa 1970. Dan wordt alles te gelde gemaakt wat ook maar iets waard is, vaak alleen al om de sloopkosten te drukken. Een diaspora van kerkelijke kunst is het gevolg.

Tijd: van alle tijden! Schaarste en overvloed

Spoliatie treffen we al aan in het Oude Testament, bij de bouw van de tabernakeltent voor de ark van het verbond, waarvoor de schatten uit Egypte, de spolia Ægyptiorum, werden omgesmolten.3 Door de schaarste aan bouwmaterialen was het vroeger sowieso gebruikelijk om materiaal uit gesloopte gebouwen te hergebruiken. Kijken we naar kerken dan zien we een stijgende lijn van spoliatie met vanaf de eerste golf kerksluitingen in de jaren 1970. Het glas in lood van de Dominicuskerk in Alkmaar (ontworpen door Pierre J.H. Cuypers in 1863 en gesloopt in 1985) verdween om een nieuwe bestemming te krijgen in Amerikaanse kerken.4 Maar ook dichter bij huis vonden vormen van spoliatie plaats. In Roermond liet het Cuypershuis een basement, zuil en kapiteel van deze kerk in de pandgang van het museum opnemen. Zo is tenminste één voorbeeld van de rijke bouwsculptuur van deze Cuyperskerk voor het publiek behouden gebleven.5

Plaats: de kleine Eusebius op de wereldmarkt

Spoliatie is alleen mogelijk als er een voorraad is aan her te gebruiken materiaal. En daarvan is voldoende, zoals blijkt uit de lotgevallen van de inboedel van de Kleine Eusebiuskerk uit Arnhem (gesloopt in 1990).6 De inventaris is opgeslagen met als waarschijnlijke doel Japan: ‘Ze bouwen daar de Notre Dame en de San Marco na als attractie’, vertelde de opkoper.7 Bij dit voorbeeld van spoliatie zal het niet blijven. Veel kerken worden gesloten en herbestemd of gesloopt. Zo komen uitmonsteringen vrij, die nergens naartoe kunnen omdat een centrale opslag ontbreekt. Het Catharijneconvent probeert te bemiddelen, maar beperkt zich grotendeels tot kleine, roerende objecten, heeft nauwelijks aanbod en loopt zo met een grote boog om de eigenlijke problematiek heen.8 De provincie Limburg heeft een depot voor glas in lood opgericht, maar dat is slechts een deel van de inventaris.9 Opkopers vullen onvermijdelijk het gat in de markt.


Op de achtergrond

De spolia van de Dominicuskerk van Alkmaar bij het Cuypershuis. Foto bvhh.nu 2015.

De pandgang van het Cuypershuis, ontworpen door Joseph Cuypers, met een zuil basement en kapiteel uit de Dominicuskerk (1863-1866) van Pierre J.H. Cuypers. Hij staat hier opgesteld tussen gipsen voorbeelden van bouwsculptuur. Foto bvhh.nu 2015. 

De handel in spolia die al vanaf de oudheid bestaat, heeft er vanaf het laatste kwart van de vorige eeuw een nieuwe dimensie bijgekregen door de sloop van kerken en de verhandeling van hun uitmonstering. Zelf kwam ik daar voor het eerst mee in aanraking tijdens de sloop van Cuypers’ Dominicuskerk in Alkmaar in 1985, als secretaris van het Cuypersgenootschap. Als bestuur raakten we daar in een veel te laat stadium bij betrokken en voor ons restte dan ook niet veel meer dan fysiek afscheid nemen van dit bijzondere oeuvre van de naamgever van ons genootschap. De keren dat we er waren viel ons op hoe mooi de kerk ondanks de verregaande onttakeling nog was. Toen het feitelijke moment van sloop dichterbij kwam, kwamen ook telefoontjes van diverse figuren en organisaties die geïnteresseerd waren in de spolia: de een vanwege het cultuurhistorisch belang, de ander omwille van het gewin. Wies van Leeuwen heeft toen bij wijze van requiem een uitgebreide fotoreportage gemaakt en een vlammend betoog geschreven voor De Sluitsteen.

‘En hoe beschamend is die sloop zelf! Tientallen Alkmaarders kunnen zien hoe het van buiten grijs verweerde kerkgebouw als het ware openbreekt als een kleurige bloem die nog eenmaal in alle rijkdom van kleur haar bogen, pijlers, kapitelen en het veelkleurige baksteenmozaïek toont. Naast de ruïne en op een stukje industrieterrein liggen de bewaarde onderdelen: gebroken kolommen, hardstenen goten en geblutste kapitelen. Want zachtzinnig gaat het allemaal niet. Tijd is geld. Beschadigde kapitelen kosten 150 gulden, gave 500 gulden, gewelfschotels 150 gulden. De glasramen gaan naar Amerika. Wat niet verkocht kan worden, wordt vermorzeld. De noordbeuk heeft men laten instorten. De kapitelen zijn met een grijper in een container gegooid en op een hoop gekiept. Het puin wordt op oernederlandse wijze gebruikt voor het op delta-hoogte brengen van de dijk bij Wieringen’.4

Bij de opkopers bevond zich ook ons lid, de steenhandelaar Martien Mol uit Schoorl, die verschillende zuilen, kapitelen en basementen wist te bemachtigen. Daar ben ik nog altijd blij om, ook al was het toen schrale troost. Op die manier is één stel behouden gebleven in het Cuypershuis te Roermond, dankzij wijlen Harrie Tillie, de toenmalige directeur, die daar achteraan ging.5

De kleine Eusebiuskerk in Arnhem, gesloopt in 1990. Van te voren werd onder meer het glas in lood weggehaald. Foto Beeldbank RCE-P. van Galen 1990.

De kleine Eusebiuskerk in Arnhem, gesloopt in 1990. Van te voren werd onder meer het glas in lood weggehaald. Foto Beeldbank RCE-P. van Galen 1990.

Na een nauw verwante lijdensweg als de Dominicuskerk deed zich vijf jaar later de volgende casus voor: de afbraak van de kleine Eusebius te Arnhem ontworpen door H.J. van den Brink in zogenaamde stukadoorsgotiek (1864-1865).6 Ondanks een realistisch herbestemmingsplan van architect Egbert Hoogenberk, dat we als Cuypersgenootschap steunden, vond men ook hier sloop lucratiever dan behoud. Ditmaal geen grof geweld, maar dissectie van het gebouw en zijn uitmonstering, waarvan de laatste stukken in 2016 wachtten op verscheping naar Japan.7

Er zijn ook positieve voorbeelden, zoals de herbestemde Annakerk in Breda laat zien. Ook daar is niet alles in situ behouden – er zullen altijd keuzes gemaakt moeten worden – maar de preekstoel, de glazen en de schilderingen bleven in het zicht. Waar de pijn in zit, is wat als handelswaar uít het zicht verdwijnt. Hier zullen de verantwoordelijke partijen met elkaar afspraken over moeten maken om een registratie op te zetten waardoor duidelijk is wat waarheen gaat én om rijp en groen van elkaar te scheiden. De kans is groot, dat we anders opnieuw zullen beleven hoe kunst die – meestal achteraf – van nationale betekenis bleek, uit ons land verdween.

B.

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


Bronnen 

  1. Zie ons artikel: Hubar, Bernadette van Hellenberg en Marij Coenen. “De mantel der bescherming. De Laurentiuskerk van Joseph Cuypers en Jan Stuyt als toetssteen”. Vitruvius, onafhankelijk vakblad voor erfgoedprofessionals 14 (2021): 15-23, onder deze link.
  2. Wikipedia, ‘Spolia’, op: wikiwand.com, http://bit.ly/2fpsfpN, z.j. Voor de Barbarossakapel zie het lemma Barbarossa-ruïne op Wikipedia. 
  3. Hubar, Bernadette van Hellenberg, en Marij Coenen. ‘De Ark van het Verbond en de ‘spolia Ægyptiorum’’. Vitruvius, onafhankelijk vakblad voor erfgoedprofessionals 13 (2020): 20–23. http://bit.ly/Bernadette2all-Vitruvius
  4. Over de sloop van de Dominicuskerk van Alkmaar:
    1. Leeuwen, Wies van, ‘Wandalisme, afbraak in Alkmaar’, in: De Sluitsteen, Bulletin van het Cuypers Genootschap 1 (1985), pp. 2-7.| http://bit.ly/2fsaaW8
    2. Reliwiki: https://reliwiki.nl/index.php/Alkmaar,_Laat_128_hoek_Diggelaarssteeg_-_Dominicus_(1866_-_1985)
    3. Raad, Harry de. ‘De sloop van Cuypers’ Dominicuskerk in Alkmaar. Een markant Alkmaars kerkgebouw ging verloren’. Evernote | Oneindig Noord-Holland, 2011. https://www.evernote.com/l/AfJbYVFDMvFOK7jhy43lCjP2mB9pzrZ1AxI.
    4. Het verhaal over het verdwijnen van het glas in lood naar Amerika heb ik opgetekend uit de mond van de betreffende opkoper.
  5. Toen Harrie Tillie het bericht hoorde over de sloop van de Dominicuskerk, belde hij me en heb ik hem in contact gebracht met Martien Mol.  
  6. Reliwiki: http://www.reliwiki.nl/index.php/Arnhem,_Nieuwe_Plein_11_-_(Kleine)_Eusebius
  7. Het verhaal over de Japanse markt voor spolia van onder meer de kleine Eusebiuskerk is ontleend aan de site van de handelaar in kerkelijke goederen Fluminalis: fluminalis.com | http://bit.ly/2eZRVrL-fluminalis.
  8. Catharijneconvent: http://vraagenaanbod.catharijneconvent.nl
  9. Depot Limburg: http://www.glasinlooddepotlimburg.nl

Dit item kan geciteerd worden als: Hubar, Bernadette van Hellenberg, ‘#Kerkverhalen | topic spolia’, op: vanhellenberghubar.org, http://bit.ly/2foGuww (2016).
Een eerdere versie verscheen het op ifthenisnow.eu onder de verkorte link: http://bit.ly/2f4Bvkq

Verkorte link van dit item: https://bit.ly/2foGuww-VanHH2Org

Dit jeugdwerk van Joseph Cuypers in Sas van Gent, de Maria Hemelvaartkerk uit 1891-1892, is sinds 2013 onttrokken aan de eredienst en is inmiddels herbestemd tot overdekte markt, horeca en kantoren voor start ups. Een groot deel van de uitmonstering, waaronder de originele beelden en meubels, is verdwenen. Het glas in lood uit het atelier Frans Nicolas & Zonen te Roermond en Hendrik Coppejans te Gent is nog aanwezig en valt onder de bescherming van de kerk als Rijksmonument. Helaas zijn er voorbeelden te over, waarbij die bescherming met voeten is getreden. Screenshot 2016 van de site van kindtenbiesbroeck.nl.

Sacramentskerk Tilburg (2005)

Omslag Res nova Sacramentskerk 2005

De omslag van de rapportpublicatie over de Sacramentskerk in Tilburg. Onderaan dit item wordt uitgelegd hoe je het kunt bestellen.

Inleiding

In 2005 is Res nova gevraagd om een waardenstellend onderzoek naar de Sacramentskerk uit te voeren met als doel dit in te zetten voor het behoud van de kerk. De bisschop van ‘s-Hertogenbosch, mgr A. Hurkmans, had namelijk besloten de Sacramentskerk te verkopen met als doel de hieruit voortkomende opbrengst aan te wenden voor het behoud van andere Tilburgse kerken. Wanneer immers een kerkgebouw haar liturgische functie verliest, zo meende hij, ‘[blijft] er weinig ruimte over […] voor alternatief gebruik van Rooms-katholieke kerkgebouwen’. Verkoop betekende toen sloop, want het gebouw had geen status als rijksmonument noch als gemeentelijk monument. Na jaren procederen, waarbij ik eenmaal bij de rechtbank en eenmaal bij een slopende zitting van de monumentencommissie aanwezig was – die zich volledig had ingegraven – is dat spijtig genoeg niet gelukt.1 Ten onrechte, want uit het onderzoek van Res nova zijn ontegenzeggelijk de waarden van gebouw en inrichting gebleken.

Twaalf jaar later, anno 2017, mag de Sacramentskerk nog heel even haar stempel drukken op het stadsbeeld van Tilburg. In de loop van de zomer zal ze grotendeels gesloopt worden. Het meest actuele plan is om de beeldbepalende gevel van de Sacramentskerk met de toren te behouden en op de plaats van het schip daarachter vijftien woningen te bouwen.2 

Anno 2017 blijkt het onderzoek naar de Sacramentskerk een van de meest gewilde titels uit het educatieve fonds dat Vanhellenberghubar.org namens Res nova heeft voortgezet. En terecht, want het blijft een rapport met verrassende vondsten, zoals hierna uit de samenvatting zal blijken.3 Het onderzoek en de hoofdtekst staan op naam Don Rackham die ook tekende voor de vondst van het versneld perspectief. Zelf deed ik de begeleiding, de completering en finetuning van de waardenstelling, en de eindredactie van de tekst.

Sacramentskerk2

De Sacramentskerk en de pastorie na de sloop van de spits in 1992. Foto Don Rackham.

Samenvatting

De Sacramentskerk werd gebouwd op een belangrijke locatie, het kruispunt van de pas voltooide Ringbaan-Oost en de Nieuwe Bosscheweg. Vanuit beide wegen doemt de Sacramentskerk op als een fraai visueel baken, en is het geworden tot een belangrijk oriëntatiepunt voor de gemeente Tilburg en een herkenningspunt voor de Armhoefse Akkers, ook wel de Sacramentsparochie genoemd.

De door de Eindhovense architect M. van Beek in 1931 ontworpen Sacramentskerk is niet alleen een gaaf en geslaagd voorbeeld van de wijze waarop een kerk werd gebouwd als het middelpunt van een nieuwe parochiewijk, ook de intrinsieke waarden van de kerk zijn van belang. Geheel volgens de Christocentrische idealen uit het interbellum heeft Van Beek alle middelen aangewend om de aandacht van de parochianen op het koor te vestigen. De gordelbogen en triomfbogen die in versneld perspectief tot achter het altaar doorlopen, de enorme overspanning van het schip, waarbij geen zichtverstorende kolommen zijn geplaatst, het verhogen van het vloerniveau van het koor en de wijze waarop Van Beek gebruik heeft gemaakt van de natuurlijke lichtinval zorgen voor een dramatisch en doeltreffend effect.

_DSC1404

Het interieur van de Sacramentskerk. Door de repetitie en de exponentiële verkleining van de spitsboog wordt ons oog naar het altaar geleid. Foto Jack Janssen (2013).4 

Ook aan het exterieur heeft hij de aandacht op het priesterkoor weten te vestigen: dit gebeurde door middel van een massief volume dat als een gesloten baldakijn over de locus sanctus staat en deze accentueert. De subtiele manier waarop Van Beek met de bouw van de kerk ruimtelijk op de plek heeft ingespeeld, blijkt uit de symmetrische opzet van de voorgevel. Door een trapsgewijze vergroting van de elkaar opvolgende bouwelementen is een fraai lijnenspel ontstaan. De detaillering versterkt dit: de Sacramentskerk is geheel in baksteen opgetrokken. Niet alleen de opgaande muren en de gewelven zijn hierbij van baksteen, maar ook de decoratieve elementen zoals rollagen, gootlijsten en plint. Door afwijkende tinten te gebruiken ontstond een verfijnde baksteenpolychromie.

Res novae

Omdat de besluitvorming eerder aan de marginale kant is gebleven en er voorheen geen integrale waardenstelling is opgesteld, is het onderhavige rapport geproduceerd. Hieruit blijkt dat de Sacramentskerk zowel cultuurhistorisch, architectonisch als stedenbouwkundig een groot aantal bijzondere waarden kan worden toegekend. Uit grondig onderzoek is een beeld naar boven gekomen, dat in eerder gevoerde discussies helemaal niet of onvoldoende ter sprake is gekomen. Een aantal aspecten daarvan kan als res novae (nieuwe zaken) worden beschouwd. We laten deze hieronder de revue passeren:

  • Het belangrijkste novum betreft de wijze waarop Van Beek bij de Sacramentskerk gebruik heeft gemaakt van het versneld perspectief, zowel bij het exterieur als aan de binnenzijde. Door dit optische spel dat in de renaissance is ontwikkeld door architecten als Bramante en Michelangelo, ontstaat aan de buitenzijde een nog rijziger en monumentaler gebouw, dat intern aan diepte wint. Deze toepassing is binnen de huidige stand van het onderzoek een unicum: op dit punt zijn er verder geen gebouwen bekend uit de periode 1900-1940, laat staan uit de jaren dertig.
  • De Sacramentskerk vormt het slotakkoord van een wijk die is opgezet als resultaat van de kruisbestuiving binnen een select netwerk aan stedenbouwkundigen, waartoe behalve ‘locale’ vakmensen als Johan Rückert in Tilburg en Louis Kooken in Eindhoven, grote namen behoren als G.J. de Jongh, H.P. Berlage, K.P.C. de Bazel en Jos.Th.J. Cuypers, naast omstreden figuren als de Delftse hoogleraar administratief recht J.H. Valckenier Kips die juridisch als een van de eerste planologen kan gelden.
  • Het betreffende netwerk liet zich leiden door met name de ideeën over de natuurlijk gegroeide stad van Camillo Sitte en de Engelse tuindorpgedachte van Ebenezer Howard, waarbij een sterk sociaal gevoel de idealistische ondertoon bepaalde.
  • Van Beek heeft de ideale – Christocentrische – volkskerk uit het interbellum gerealiseerd, hetgeen vooral blijkt uit de opzet van het ruime schip en de nadruk op het priesterkoor. Hierbij liet hij zich leiden door ideeën van de liturgist A.F. van Beukering, die architect A.J. Kropholler in de Antonius-Abtkerk te Rotterdam als prototype verwerkte.
  • De manier waarop Van Beek bij het volume van het priesterkoor een gelaagd beeld weet op te roepen, waarbij in- en exterieur zich naar de toeschouwer totaal anders manifesteren, getuigt van een subtiel architectonisch gevoel voor compositie: aan de buitenkant wordt het rijzige, gesloten ‘baldakijn’ getoond dat Van Beek aan Kropholler ontleende. Intern blijkt dit te functioneren als een soort toneeltoren om indirect licht op het priesterkoor te verkrijgen. Dit indirecte licht zorgde voor een ‘theatraal’, mystiek karakter dat er toe bijdroeg alle aandacht naar het altaar te trekken, geheel conform het Christocentrische ideaal.
  • Het belang van de Sacramentskerk in het oeuvre van een architect, waarvan verschillende werken op de Rijkslijst en onder meer in zijn geboorteplaats en domicilie – Eindhoven – op de gemeentelijke monumentenlijst staan, is pas met dit onderzoek aan het licht gekomen.
Tilburg-Bosscheweg-002

De Sacramentskerk gezien vanaf de Bosscheweg voor de oorlog.5 

Overige waarden

Andere aspecten die wel bekend waren, maar eerder niet of onvoldoende in het besluitvormingsproces zijn meegenomen, zijn:

  • De hoge waarde van het kerkgebouw als centrum van de parochiewijk. Zowel visueel als sociaal-cultuurhistorisch neemt de kerk een prominente positie in de Armhoefse Akkers in.
  • De esthetische werking van de symmetrie van de voorgevel als gevolg van de ligging. Het lijnenspel dat ontstaat door de afgewogen compositie van de opeenvolgende bouwelementen zorgt voor een fraai schouwspel en benadrukt de belevingswaarde.
  • Het gevoel van detail van Van Beek dat zich vooral manifesteert door de toepassing van baksteen als deels sierend, deels accentuerend en deels geledend element.
  • Het interieur vormt een prachtig gesamtkunstwerk uit de jaren dertig waaraan namen als Charles Eyck en Joan Collette verbonden zijn.
  • Ook de wederopbouw is vertegenwoordigd, zoals het glas-in-lood van Jan Dijker laat zien (1951-1954). De herwaardering van kunst uit deze tijd heeft anno 2014 haar weerslag gekregen in de website die aan het oeuvre van deze kunstenaar is gewijd.6 Postcriptum

Naar aanleiding van dit item liet de Amsterdamse architectuurhistoricus Guido Hoogewoud* mij in 2015 het volgende weten: ‘het versneld perspectief is ook toegepast door K.P. Tholens in het koor van de Chassékerk in Amsterdam (1924-1926). In de zich verjongende bogen zijn de namen van de engelenkoren aangebracht’. Maar er blijken er meer te zijn geweest: tijdens de excursie van het Cuypersgenootschap van 4 juni 2016 naar het voormalige kleinseminarie Hageveld, bleek ook architect Jan Stuyt van deze kunstgreep gebruik gemaakt te hebben; niet in de kapel, maar in de kolonnade van de hal van het hoofdgebouw (1925). Het is dus kennelijk iets dat in die tijd weer opgepakt werd in de eigentijdse architectuur en dus wel degelijk van architectuurhistorische waarde is. Maar juist de betekenis van het toepassen van het versneld perspectief is destijds door de monumentencommissie van Tilburg snerend van de tafel geveegd! Zo’n gremium heeft zelf te weinig ervaring met onderzoek om te beseffen dat wanneer eenmaal iets is gesignaleerd – zoals Don Rackham heeft gedaan met het versneld perspectief in de Sacramentskerk – er daarna meer voorbeelden volgen.

Een groot aantal jaren sprak ik op deze plaats de hoop uit dat zich hier niettemin een modelherbestemming zou ontwikkelen. Alle voorwaarden daartoe waren immers aanwezig.

Juli 2017 valt het doek dan toch definitief.7 De waardevolle onderdelen van de kerk worden ‘gered’, zoals de glazen van Jan Dijker en de beelden van Charles Eyck en Frans Mandos, maar over een maand is het silhouet van de Sacramentskerk voorgoed verdwenen. Het zal een vreemde gewaarwording zijn als ik met de trein vanuit het zuiden Eindhoven binnenrijd op weg naar een ander project of naar familie in de stad van mijn jeugd.

:-( B.

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


Bronnen en herkomst foto’s

  1. Zie mijn pleitnotities bij die gelegenheid: http://bit.ly/1WIdX1e.
  2. Zie het betreffende lemma op Wikipedia.
  3. De samenvatting is grotendeels ontleend aan de rapportpublicatie, waarover de volgende informatie gaat:
    1. Bibliografische vermelding: Rackham, Don, en Bernadette van Hellenberg Hubar. De Sacramentskerk te Tilburg. Waardenstellend onderzoek. Erfgoed in ontwikkeling. Ohé en Laak: Res nova, 2005. http://bit.ly/2AsiWkc.
    2. De rapportpublicatie over de Sacramentskerk kan besteld worden bij het virtuele loket van Bibliodoc.
    3. Het onderzoek is voor een deel in te zien via Google boeken.
  4. Foto Jack Janssen, ontleend aan het album Sacramentskerk Tilburg binnen.
  5. Foto ontleend aan vandunstamboom.nl.
  6. Uit de gegevens op deze site blijkt dat de ramen van Jan Dijker (1913-1993) voor een deel inmiddels verwijderd en opgeslagen zijn: stichtingjandijker.nl.
  7. Voor de voorgeschiedenis van de sloop zie het artikel van Petra Robben. “Erfgoed Tilburg: Behoud erfgoed Sacramentskerk Tilburg”. Erfgoed Tilburg, juli 2017. http://bit.ly/2uMX9kF.
  8. Dit webitem kan geciteerd worden als: Hubar, Bernadette van Hellenberg. “Waardenstellend onderzoek Sacramentskerk Tilburg (2005)”. VanHellenbergHubar.org (blog), 2014-2017. http://bit.ly/1QPaAGJ
Sacramentskerk Tilburg Jan Dijker

In de Tilburgse Sacramentskerk bevindt/bevond zich ook naoorlogs glas-in-lood van Jan Dijker. Meer hierover vertelt Judith Kuipéri op de site van de stichtingjandijker.nl.

Verkorte link van dit item: http://wp.me/P4eh3s-T6 | http://bit.ly/1QPaAGJ

← Terug naar Voorheen Res nova.