Down memorylane | Bovendonk te Hoeven

Omslag CBA Bovendonk Hoeven 2008

Het onderzoek naar Bovendonk van drie generaties Cuypers uit 2008 blijkt nog steeds actueel.

Soms kom je uit bij een trip down memorylane en dat was bij mij het geval met Bovendonk. Ik was op zoek naar wat Thijm ook al weer vond van de pondération van Viollet-le-Duc – want die speelt natuurlijk bij de nieuwe Bavo ook een belangrijke rol* – en toen kwam ik uit bij dit onderzoek uit 2008. Dit was werkelijk een heel plezierig project samen met David Mulder en Wies van Leeuwen. David heeft de hoofdmoot van het onderzoek gedaan, produceerde samen met Wies stukken tekst in diverse soorten en maten, ik schreef de waardenstelling, voegde er het een en ander aan toe, waarvan ik weer wat meer wist (zoals polychromie) en Marij Coenen maakte er een rapport van.

Toen ik er toch mee bezig was, leek het wel aardig om de projectbeschrijving van dit oeuvre van drie generaties Cuypers on line te zetten. Dan kun je zelf constateren dat synergie tot vruchtbare resultaten leidt (volg deze link). En mooier nog, het rapport kan zonder kosten gedownload worden via Cuypers4all.

O ja, voor de liefhebber: zondag 31 augustus ben je van harte welkom bij de lezing Caelestis urbs Jeruzalem* die ik vroeg in de middag in de nieuwe Bavo te Haarlem geef (vergeet niet om je op te geven bij koster@rkbavo.nl). De bijeenkomst begint om 12:15 uur.

Wordt vervolgd!

B. 

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!

 


Bronnen en verdere informatie

Verkorte link van dit item: http://wp.me/p4eh3s-SI of https://bit.ly/31N9ipE-VanHH2org

Bovendonk van drie generaties Cuypers (2008)

Grootseminarie Bovendonk te Hoeven van Pierre J.H. Cuypers, Joseph Th.J. Cuypers en Pierre J.J.M. Cuypers (1897-1906; 1922-1923). Collage bvhh.nu 2008.

Seminariecomplex Bovendonk te Hoeven van Pierre J.H. Cuypers, Joseph Th. J. Cuypers en Pierre J.J.M. Cuypers (1897-1906; 1922-1923).

‘Kwaliteit is het product van een langdurige ontwikkeling, van een samengaan, versmelten, van ‘kunde’ in de dubbele betekenis van technische vaardigheid en beheersing van de stof, een en ander afgerond, tot iets dat de maker individueel eigen is, het stempel van de persoonlijkheid, de originaliteit’ (Hella Haase).*

In de zomer van 2008 vond in opdracht van MAS Architectuur het eerste grote cultuur- en bouwhistorisch onderzoek plaats naar het voormalig seminariecomplex Bovendonk te Hoeven van Pierre J.H. Cuypers en Joseph Th.J. Cuypers. Het complex werd begin twintigste eeuw gesticht en functioneert tegenwoordig voor een klein deel nog steeds als priesteropleiding en voor het overige als hotel en conferentieoord. In 2007 vond in het kader van het Cuypersjaar een druk bezocht symposium plaats dat in ieder geval liet zien hoe passend deze bestemming voor dit gesamtkunstwerk van de architecten Cuypers is. Voordat we de samenvatting van de cultuur- en bouwhistorische analyse laten volgen, passeren hier eerst de vondsten uit het onderzoek de revue.*

Res novae

— door Bernadette van Hellenberg Hubar

  • Bovendonk is in het werk van Cuypers evenzeer een statement van ontwerptechniek, stijl en iconografie als het Amsterdamse Rijksmuseum.
  • De symboliek is niet beperkt gebleven tot de beelden en reliëfs in de gevel maar strekt zich ook uit tot de gehanteerde bouwstijl van het complex.
  • Bij het ontwerp van het complex heeft Cuypers de aan A.W.N. Pugin ontleende thematiek van de ‘stad in het klein’ gebruikt.
  • Bovendonk is, net als bijvoorbeeld het Rijksmuseum, een voorbeeld van interpretatie en emulatie van een historisch voorbeeld, in dit geval de architectuur van het huis van Maarten van Rossum in Zaltbommel.
  • De geometrische patronen van de tegelvloeren in de gangen van het complex zijn ontleend aan de Dictionnaire raisonnée van Viollet-le-Duc.
  • Bij de bouw van het grootseminarie zijn de marmeren schouwen uit het voormalige zomerverblijf van monseigneur de Nelis hergebruikt in de hoofdvleugel.
  • Het complex is ontworpen op basis van een geometrisch raster dat zijn wortels heeft in de ontwerpleer van de Fransman J.N.L. Durand.
  • De logistieke indeling van Bovendonk is een uitwerking van de beproefde seminarieplattegronden van Haaren en Driebergen-Rijsenburg.
  • Cuypers grijpt in Hoeven terug op de kloostertypologie uit de renaissance en de barok, die gekenmerkt wordt door geometrische rasterplattegronden met vele binnenplaatsen en door kloostergangen ontsloten vleugels.
  • De voorgevel is ontworpen op basis van de gelijkzijdige driehoek, terwijl de verhoudingen van de zijgevels op de minder steile Egyptische driehoek zijn gebaseerd.
  • Het basisschema van de hoofdtrappen gaat terug op het trappenhuis van de directievilla van het Rijksmuseum.
  • Bovendonk is een van de vroegste complexen waar op grote schaal een CV-installatie is ingebouwd.
  • Het gehanteerde kleurschema in Bovendonk vertoont grote overeenkomsten met het ‘Oud-Hollandse’ kleurenschema van het Rijksmuseum, dat is gebaseerd op de kleurenleer van Georg Hirth. In Das deutsche Zimmer der Renaissance uit 1880 bepleitte Hirth de rehabilitatie van de kleur bruin. Cuypers werkt de belangrijkste principes uit dit werk in Bovendonk uit in directe samenhang met de materiaalpolychromie.
  • Het ontwerp van Bovendonk vertoont sterke overeenkomsten met andere late werken uit het oeuvre van P.J.H. Cuypers, in het bijzonder de Roermondse Teekenschool (1902-1904), de Maastrichtse Stichting Ridder Emile de Stuers (1901-1904), de Ursulinenkapel te Hamont (1912-1914), en de Lievevrouwekerk te Venlo (1912-1914).
  • Joseph Cuypers is niet alleen verantwoordelijk geweest voor de uitvoering van de bouw, maar heeft ook grote delen van het complex ontworpen. De refter en recreatiezaal zijn vrijwel zeker van zijn hand.
  • Het ontwerp van de voorgevel van de kapel door Joseph Cuypers vertoont opvallende overeenkomsten met de Amsterdamse Vondelkerk, ontworpen door P.J.H. Cuypers, en kan als eerbetoon aan zijn vader worden opgevat.
  • De iconografie van de kapel is grotendeels een herhaling van de iconografie van de voorgevel, gericht op de verbeelding van de rol van het seminarie bij de opleiding tot het priesterschap.
  • De noordvleugel is nooit van eigen toiletten voorzien geweest. De huidige toiletgroepen zijn pas bij een verbouwing in de jaren vijftig of zestig ingebouwd.
  • Het complex had oorspronkelijk geen badkamers wat opmerkelijk is gezien het feit dat ze wel voorkomen op oudere ontwerpvarianten van het complex.
  • Gelet op zijn aanwezigheid als één van de drie herders bij het Maria-altaar kan geconcludeerd worden dat Pierre Cuypers junior bij het ontwerp van de kapel betrokken is geweest.
 
Grootseminarie Bovendonk te Hoeven van Pierre J.H. Cuypers, Joseph Th.J. Cuypers en Pierre J.J.M. Cuypers (1897-1906; 1922-1923). Collage bvhh.nu 2008.

In de trappenhuizen beleef je de factor beweging.

Samenvatting onderzoek Bovendonk

— door Wies van Leeuwen

Ruimtelijke schepping

Als grote ruimtelijke schepping in neogotische stijl is Bovendonk een samenballing van de principes die het werk van vader en zoon Cuypers typeren. Het is een kwalitatief hoogstaand gebouw, ontworpen en uitgevoerd door architecten met decennia aan ervaring. En dat is te zien. Wie het gebouw omcirkelt herkent onmiddellijk elementen uit de silhouetten van het Amsterdamse Rijksmuseum, het Centraal Station en de Roermondse Teekenschool. Aan deze gebouwen spelen hoge leien daken, torens, smeedijzeren bekroningen, dakkapellen, trap- en tuitgevels een intrigerend spel, waarbij het silhouet steeds verandert. In weerwil van de bewogen, schilderachtige silhouetten is de opzet van Cuypers’ gebouwen de resultante van de zakelijke eisen die aan het ontwerp worden gesteld. Hij volgt daarin de zienswijze van de door hem bewonderde Engelse architect A.W. Pugin. Die beschrijft in 1841 hoe pittoreske schoonheid voortkomt uit de wijze waarop de bouwers van de middeleeuwen hun plattegronden en ontwerpen opzetten aan de hand van de wensen van de opdrachtgevers en de plaatselijke omstandigheden. Daarbij benadrukken Pugin en de evenzeer door Cuypers bewonderde Eugène Viollet-le-Duc dat ornament alleen mag dienen als verrijking van de hoofdconstructie.

Typologie plattegrond

In samenspraak met de opdrachtgevers gebruiken ze een al sinds decennia voor seminaries beproefde plattegrond. Hoogstwaarschijnlijk is deze voor het eerst ontwikkeld in het bisdom ’s-Hertogenbosch, waar Jacobus Cuyten met de Oisterwijkse architect H. Essens in 1834-1836 het grootseminarie van Haaren ontwerpt. Het wordt een sobere, haast classicistische baksteenbouw met een waardig fronton en torentje. Essens rangschikt drie vleugels rondom een cour die gesloten wordt met een driebeukige kapel. Bovendonk is de schilderachtige variant van deze opzet. Het gebouw vormt een rechthoek, waarvan drie zijden bestaan uit twee- en drielaags vleugels met zadeldaken en de vierde zijde gesloten wordt door de kapel. De plattegrond toont het streng volgehouden grid van vierkanten en rechthoeken. Dat grid is overduidelijk zichtbaar in de lijnen van de gewelven van gangen en zalen, maar ook in de bibliotheek en klaslokalen keert het terug in de ijzeren plafondbalken, die de traveeën aangeven.

Grootseminarie Bovendonk te Hoeven van Pierre J.H. Cuypers, Joseph Th.J. Cuypers en Pierre J.J.M. Cuypers (1897-1906; 1922-1923). Collage bvhh.nu 2008.

De hallen, de gangen op de begane grond en de refter en recreatiezaal zijn overdekt met kruis- en netgewelven in baksteen.

Constructie, ambachtlijkheid en materiaalgebruik

Bovendonk is een baksteenbouw, deels onderkelderd. De buitenmuren zijn versierd met speklagen, siermetselwerk en ornamenten in kalksteen, de ramen en beeldnissen hebben gebakken profielsteen met subtiele kleurverschillen tussen helderrood en bruinrood. De hallen, de gangen op de begane grond en de refter en recreatiezaal zijn overdekt met kruis- en netgewelven in baksteen, ook weer met gebruik van gebakken profielsteen voor de ribben en kleurverschillen in de steen. Minder representatieve ruimten zijn overdekt met in baksteen gemetseld troggewelfjes, rustend op ijzeren profielen. Zo ontstaan brandvrije constructies. De gangen en kamers zijn veel soberder en hebben gepleisterde muren. Naar boven toe wordt het gebouw soberder, tot de indrukwekkende houten kappen van de immense bergzolders.

De decoraties en raamvormen tonen het onderscheid tussen representatieve gangen en zalen en eenvoudige verblijfsruimten. Vergelijk bijvoorbeeld de getraceerde ramen van de bibliotheek met de schuiframen van de theologantenkamers en de boogramen van de refter met die van de toiletaanbouwen. In de refter vinden we ook de brede bogen, rustend op hardstenen kolommen. Zij geven extra ruimtelijkheid en de gepleisterde aanzetten der gewelven zijn voorzien van gestileerde geschilderde bladmotieven, ter accentuering van de constructie. De muren zijn hier ter bescherming voorzien van een lambrisering van geglazuurde baksteen. Ook de grote variatie in kapitelen tussen de open en gesloten kloostergangen is opvallend: binnen bladkapitelen, buiten eenvoudige lijstkapitelen. De bibliotheek is ook een constructief hoogstandje. Daar rusten de uit grenenhout opgebouwde galerijen op ijzeren profielen met geschilderde geometrische siermotieven. De profielbalk van de twee galerijen is met een smeedijzeren stang opgehangen aan de oorspronkelijk okerkleurig geschilderde moerbalken van het plafond. De kapel door Joseph Cuypers is uitwendig sober gedetailleerd en minder rijzig dan de oudere ontwerpen van Pierre Cuypers. Middenschip en zijbeuken zijn gebaseerd op de gelijkzijdige driehoek en tonen een verzorgde detaillering in baksteen met marmeren kolommen en decoratieve marmeren vloeren.

Grootseminarie Bovendonk te Hoeven van Pierre J.H. Cuypers, Joseph Th.J. Cuypers en Pierre J.J.M. Cuypers (1897-1906; 1922-1923). Collage bvhh.nu 2008.

De buitenmuren zijn versierd met speklagen, siermetselwerk en ornamenten in kalksteen, de ramen en beeldnissen hebben gebakken profielsteen met subtiele kleurverschillen tussen helderrood en bruinrood.

Cuypers wordt geroemd als de man ‘die alle ambachten kende’, niet in letterlijke zin maar ‘zeker voor zoover hij den aard van het materiaal en de bewerking daarvan moet begrijpen en daarnaar zijn vormen maken.’ Met zijn kennis en ervaring maakt hij Bovendonk tot een ruimtelijke en visuele eenheid. Als constructeur zal hij vanaf het eerste begin van zijn carrière, kort voor 1850, zeer uiteenlopende materialen gaan gebruiken, waarbij hij al vrijwel meteen afrekent met pleister- en stucwerk, dat hij als onwaardig surrogaat veroordeelt. Daarvoor in de plaats grijpt hij terug op de eeuwenoude baksteentraditie van Limburg. Verder past hij waar nodig uiteenlopende natuursteensoorten zoals hardsteen en mergel toe, al snel gecombineerd met ijzer. Ook hier is de Dictionnaire van Viollet-le-Duc een onuitputtelijke bron van inspiratie.

Rationeel door het ontwerpen op systeem

In Bovendonk gebruikt Cuypers baksteen, natuursteen, hout, ijzer en – niet zichtbaar – gewapend beton. Deze materialen stellen Cuypers in staat de inwendige bestemming van zijn gebouwen in het uitwendige uit te drukken, zoals zijn leermeesters het wilden. Die afwisseling van materialen en vormen geeft zijn gebouwen met een logische, rationele plattegrond een schilderachtig karakter. In de tweede helft van de negentiende eeuw vindt de overgang plaats van goeddeels op basis van ervaring en intuïtie geconstrueerde gebouwen, naar de berekening van constructies. Evenals zijn illustere voorbeeld, de Franse architect E. Viollet-le-Duc, is Cuypers van mening dat de stabiliteit van het gebouw wordt gewaarborgd door het gebruik van de juiste geometrische grondvormen. Cuypers senior zal zijn constructies dus waarschijnlijk nog niet berekend hebben, maar zijn zoon Joseph kan al wel tabellen voor draagsterkte gebruikt hebben. Cuypers garandeert de degelijkheid van zijn gebouwen door zijn ruime ervaring en intuïtie.

Hij baseert zijn gebouwen op geometrische grondvormen: het vierkant en de rechthoek. Daarnaast gebruikt hij de ranke gelijkzijdige en de iets minder rijzige Egyptische driehoek, die de basis vormen voor de gevels en de ornamenten. De rijzige voorgevel van Bovendonk is ontworpen op basis van de gelijkzijdige driehoek. In de soberder gevels van de zijvleugels vinden we de iets gedrongener proporties van de Egyptische driehoek.

Symboliek en iconologie

Net als deze gebouwen en in beginsel alle kerken is Bovendonk voor Cuypers de verbeelding van het Hemels Jeruzalem. In navolging van Alberdingk Thijms Heilige Linie vat Cuypers zijn kerken op als de verbeelding van het Hemels Jeruzalem op aarde. Het apocalyptische visioen van de evangelist Johannes inspireert hem levenslang. Zijn profane gebouwen krijgen een vergelijkbare symbolische lading. Ze verbeelden een ideale wereld, een stad-in-het-klein, als beeld van de corporatieve staat op katholieke grondslag. Een moreel verantwoord visioen: ieder kent zijn plaats, ieder heeft zijn rol. Daarnaast vertoont Bovendonk alle kenmerken van de Cuyperiaanse ‘stad-in-het-klein’. De Civitas dei, de Stad Gods van Augustinus is erin verbeeld. Het is daarmee de microkosmos van de in zichzelf besloten samenleving van professoren, priesterstudenten en huispersoneel. Het gebouw heeft net als andere kloosters en het Rijksmuseum een ‘stedelijk’ silhouet gekregen, met een afwisselend en schilderachtig dakenlandschap, topgevels en torens. Het beeld van de stad-in-het-klein is voor de bezoeker die de groene oprijlaan en daarna het voorplein betreedt overduidelijk zichtbaar aan de drie trapgevels van de voorbouw. Ook van opzij en op de binnenplaats is deze symboliek zeer sprekend aanwezig in de vooruitspringende trapgevels van de trappenhuizen van de noord- en zuidvleugel en de voorbouw.

De factor beweging

In de ‘stad’ Bovendonk buiten vader en zoon Cuypers de factor beweging ten volle uit. Door de ramen van de kloostergangen heen veranderen gevel en silhouetten van de vleugels voortdurend. Wie de trappenhuizen betreedt maakt kennis met wisselende ruimten. Door bogen en nissen zijn steeds weer andere gewelfvormen en plafonds te zien. De gangen en zalen functioneren als de ‘straten’ van de stad en bieden met hun op organische bruin- en bronstinten gebaseerde kleurstellingen een steeds wisselend beeld aan de bezoeker. Vooral de tegelvloeren en het glas-in-lood spelen daarin een belangrijke rol.

Grootseminarie Bovendonk te Hoeven van Pierre J.H. Cuypers, Joseph Th.J. Cuypers en Pierre J.J.M. Cuypers (1897-1906; 1922-1923). Collage bvhh.nu 2008.

De factor beweging komt vooral tot zijn recht in de gangen en zalen met zijn tegelvloeren en glas-in-lood, doordat ze met hun kleurstellingen een steeds wisselend beeld geven aan de bezoeker.

Priesteropleiding

Door het vermengen van de gotiek en de Oud-Hollandse stijl maakt Cuypers in Bovendonk als het ware duidelijk dat ook de priesters die in daar worden opgeleid deel hebben aan de Nederlandse cultuur. Bovendonk draagt ook uit dat het samenlevingsverband van professoren, priesterstudenten en personeel een microkosmos is van de maatschappij op katholieke grondslag. Daarbij is de voorgevel het frontispice van het gebouw, de titelpagina die de functie verklaart. Dat blijkt uit de voorstellingen in de voorgevel en uit het educatieve programma in de kapel. Beide zijn gericht op de verbeelding van de rol van het seminarie bij de opleiding tot het priesterschap.

Vader en zoon Cuypers

Het seminarie is een laat werk van het bureau Cuypers. Het schijnbare gemak waarmee het geheel is opgezet en uitgewerkt verraadt de ervaring van de architect van het Rijksmuseum. Het vertoont echter een combinatie van soberheid en afgewogenheid die het laat passen tussen late werken als het klooster van Keer bij Maastricht, de Ursulinenkapel te Hamont en de Lievevrouwekerk te Venlo. Als we in Bovendonk proberen de hand van vader en zoon te herkennen, dan is dat niet gemakkelijk. De tekeningen zijn getekend door vader Cuypers, de schilderachtige vormentaal van Bovendonk verraadt in de afwisseling van baksteen en lichte natuursteen, de compositie en detaillering overduidelijk de hand van vader en zoon. De rationele opzet van het geheel is ook zichtbaar in het materiaalgebruik en de toegepaste constructies. Daarin verraadt zich ook de hand van de aan de Polytechnische School te Delft geschoolde Joseph Cuypers.

Het ligt voor de hand te veronderstellen dat vader Cuypers zich bij Bovendonk wel heeft bemoeid met de hoofdopzet en veel details – dat kon hij toch niet laten – maar dat ontwerp en detaillering goeddeels van de hand van Joseph zijn. Het seminariegebouw is door vader en zoon zeker opgevat als een typisch product van het bureau Cuypers, waarin Joseph al sinds 1885 nauw samenwerkt met zijn vader en vanaf 1898 de overhand heeft. Ondanks de verschillen in detaillering en de contrasten tussen rijkdom en soberheid vertoont het gebouw een onmiskenbare eenheid en daarmee alle kenmerken van een werk van het bureau Cuypers. Het onderzoek was in handen van David Mulder, Wies van Leeuwen en Bernadette van Hellenberg Hubar. De laatste heeft de verschillende bijdragen aangevuld en in één rapport samengebracht, dat redactioneel getoetst werd door Marij Coenen.*

Grootseminarie Bovendonk te Hoeven van Pierre J.H. Cuypers, Joseph Th.J. Cuypers en Pierre J.J.M. Cuypers (1897-1906; 1922-1923). Collage bvhh.nu 2008.

De architecten Pierre, Joseph en Pierre junior Cuypers als herders bij het Maria-altaar.

Naschrift en downloadlink

— Door VanHH.org

Voortschrijdend inzicht — Ruim 10 jaar na dato is er zeker sprake van kenniswinst als het gaat om grote en langdurige projecten als Bovendonk. Door het onderzoek naar de nieuwe Bavo/Koepelkathedraal in Haarlem en de Joseph Cuypers Collectie in Roermond is het wel duidelijk dat de samenwerking tussen de vaders en zonen Cuypers niet altijd even eenduidig is. Wies van Leeuwen geeft in zijn samenvatting al aan dat Joseph vanaf 1889 de overhand heeft op het bureau in Amsterdam. Cuypers is al overwerkt als in 1892 de vertrouwensbreuk met Stoltzenberg plaatsvindt, waarna hij zich terugtrekt in Valkenburg. Net nadat hij terug verhuisd is naar Roermond (in 1898) overlijdt zijn vrouw, Nenny, waarop een tweede inzinking volgt. Terecht meent Wies (hierboven) dat je je kunt afvragen wat de oude Cuypers nu echt aan het ontwerp van Bovendonk heeft gedaan, behalve het ontwerp van Joseph Cuypers en zijn medewerkers kritisch volgen en tenslotte goedkeuren. De geschiedenis herhaalt zich in 1922, want dan vormen Joseph en zijn zoon Pierre J.J.M. het architectenteam Cuypers. Zo zijn de torens van de nieuwe Bavo die na 1925 zijn ontworpen, van de hand van Pierre J.J.M. die het hele project ook heeft begeleid; dit alles onder de vleugels van zijn vader. Dit is de reden waarom we tegenwoordig van de architecten Cuypers zouden moeten spreken. Vanaf het moment dat Joseph afstudeert, in 1883, en aan de slag gaat in Architectuur, zoals het bureau in de familie genoemd werd, is het afgelopen met de solopositie van zijn vader. Op zijn beurt geeft Joseph na de Eerste Wereldoorlog het estafettestokje door aan zijn zoon die bij Bovendonk zeer waarschijnlijk een positie verdient als co-architect.*

Het rapport en latere publicaties — Het rapport over Bovendonk kan als onderdeel van het educatieve fonds Cuypers4all gratis gedownload worden via http://bit.ly/Cuypers-Bovendonk. Delen ervan zijn inmiddels gebruikt voor de monografie Lindeijer, Marc, Jan Brouwers, David Mulder, en Hans de Jong. Seminarie Bovendonk: reisgids door een monument, 2018. De daaraan opgenomen teksten van David Mulder zijn collegiaal getoetst door Bernadette van Hellenberg Hubar. In de literatuurlijst staat ten onrechte Herman Heuver bij de auteurs, terwijl de inbreng van Bernadette van Hellenberg Hubar en Marij Coenen achterwege is gelaten. Herman van Heuver was opdrachtgever, Bernadette was co-auteur en samensteller van het rapport en Marij eindredacteur.

Eveneens in 2018 is een publicatie van de heemkundevereniging verschenen: Caulil, C.M.M. van, Hans de Jong, P.C Lauwerijssen, A.J.M Vermunt, Rieni Voermans, A.P.F Wouters, en Stichting Priesteropleiding Bovendonk (Hoeven). Uythof Bovendonk: centrum van West-Brabant. Hoeven: Stichting Bovendonk, 2018.

Voor beide publicaties heeft Bea Hoeks – een deel van – de fotografie en/of vormgeving verzorgd. Als lid van de Facebookgroep Nederlands Religieus Erfgoed zorgt ze ervoor dat dit deel van Nederland in de aandacht blijft staan.

In het kader van de Open monumentendagen in 2019 is Bovendonk als locatie opgenomen in de Open Monumenten Special over de Bernardusdagen (25 augustus, 1, 8 en 15 september). Een mooie gelegenheid om meteen dat andere bijzondere werk van Pierre J.H. Cuypers te zien, de Sint Pieter in het klein in Oudenbosch. Klik op onderstaand plaatje voor een vergroting van de route!

Kennis delen — Zoals hiervoor al aangestipt, is VanHH.org op dit moment als schrijverscollectief intensief bezig met de Joseph Cuypers Collectie op het gemeentearchief van Roermond, onderwerp van het volgende e-boek. Dit project komt met grote regelmaat aan de orde op onze Facebookpagina: http://bit.ly/VanHHOrg2FB

Ga eens kijken en ‘like’ de pagina, zodat de berichten als de bovenstaande een nog grotere actieradius bereiken!

In Cuypers4all zijn ook andere onderzoeken en artikelen over de architectenfamilie Cuypers te vinden die tot het publieke domein horen. Delen is ons motto, dus iedereen mag gebruik maken van de gegevens die hier staan, maar wel binnen de termen van de Creative Commons licentie.*

Over delen gesproken, je kunt ons en andere onderzoekers helpen door deze pagina te delen via de knop delen onderaan de pagina.

;-) B&M

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


Verwijzingen &

  • Hella S. Haasse, 1987, geciteerd naar: Retour Grenoble. Anthony Mertens in gesprek met Hella S. Haasse, Amsterdam 2003, p. 47.
  • De volledige titel luidt: Hubar, Bernadette van Hellenberg, A. J. C (Wies) van Leeuwen, en David Mulder. Bovendonk te Hoeven, Cultuur- en bouwhistorische analyse van het voormalige seminariecomplex van Pierre J.H. en Joseph Th.J. Cuypers. Onder redactie van Marij Coenen. Erfgoed in ontwikkeling. Ohé en Laak/Horn: Res nova-VanHH.org, 2008. http://bit.ly/Cuypers-Bovendonk. Het project werd uitgevoerd met mijn vorige bedrijf Res nova.
  • Dit zal nog duidelijker worden als Gert van Kleef klaar is met zijn promotieonderzoek naar het kerkelijke oeuvre van Joseph Cuypers.
  • Voor deze site hanteren we de Creative Commons licentie, gespecificeerd onder deze link: http://bit.ly/Copyright-CC-BY-NC-SA-4-0. Dus geen commercieel gebruik en absoluut naamsvermelding, zoals geldt voor al onze teksten en foto’s op onze sites. Hiertoe rekenen we ook onze pagina’s op Facebook en Blogger. Voor de goede orde, alles wat ten dienste komt van kennisverspreiding, beheer en behoud van erfgoed zonderen we uit van commercieel gebruik.

De verkorte link van dit item is http://wp.me/P4eh3s-DR of http://bit.ly/1PHUJEz.

← Naar de hoofdpagina van Cuypers assortiment!

← Naar de hoofdpagina van de Joseph Cuypers Collectie

De Urbanuskerk in Nes aan de Amstel

Urbanuskerk Nes aan de Amstel

De Urbanus van Nes aan de Amstel (1889-1891) geldt als het eerste kerkgebouw dat Joseph Cuypers zelfstandig als architect heeft ontworpen. Foto auteur 2014

Al eens de Urbanuskerk in Nes aan de Amstel bezocht? Dat zou ik zeker een keer doen, want het is echt een juweeltje. Ze oogt wat somber van de buitenkant, maar dat heeft vooral met vervuiling te maken. Aan de binnenkant is het één feest van kleur, licht en glans, ook al lijden verschillende muren aan vochtproblemen en zoutuitbloei. Alles bij elkaar een verbazingwekkende primeur van Joseph Cuypers, die zoals zijn tijdgenoten zeiden, niet alleen een droit de naissance kende, maar ook een droit de conquête (oftewel, je hebt weliswaar een streep voor als zoon van een beroemde architect, maar o, wat is het zwaar om tegen zo’n grootheid op te moeten boksen).

Wat die wisselwerking bij de Urbanuskerk heeft gebracht, kun je vinden onder deze knop.

Joseph Cuypers Urbanuskerk Nes aan de Amstel

Joseph Cuypers Urbanuskerk Nes aan de Amstel — Dit jeugdwerk van Joseph Cuypers is een echte aanrader om te bezoeken! Dat kan in ieder geval tijdens de Open Monumentendagen op ZONDAG 12 september vanaf 11:00 tot 16:30 uur. Dankzij de actieve Vrienden van de Urbanuskerk van Nes aan de Amstel die je op Facebook kunt volgen, staat de kerk sinds juni 2021 aan de oostkant in de steigers om het glas in lood te restaureren. De vrienden zijn goed bezig, maar er moet nog heel wat gedaan worden om dit gebouw in staat van onderhoud te brengen. Dus als je de Urbanuskerk bezoekt, doe dan ook gelijk een donatie, want alle bijdragen helpen.1

Een groot deel van de foto’s in deze diaserie is gemaakt in het kader van de productie van mijn boek over de nieuwe Bavo/Koepelkathedraal Haarlem door Sjaan van der Jagt in opdracht van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), in 2015. Spijtig genoeg zijn deze foto’s nog steeds niet opgenomen op de beeldbank van de RCE. De volledige set kan bekeken worden via deze link. Je kunt de diashow overigens op pauze zetten en eventueel sprekersnotities openen et cetera door de drie verticale puntjes aan te klikken naast de dianummering.

Op naar Nes aan de Amstel

In 2014, toen me de opdracht was gegund voor het schrijven van een boek over de nieuwe Bavo/Koepelkathedraal Haarlem, bracht ik een werkbezoek aan de Urbanuskerk in Nes aan de Amstel.2 Waarom dat nodig was? Heel simpel, omdat het hier allemaal begonnen is. We hebben het over het eerste werk van de architecten Cuypers, waar alleen de handtekening van Joseph onder staat. Hij werkte hieraan zonder de slagschaduw van zijn vader die bij andere – ook latere – projecten zwaar leunde op de arm van zijn zoon.

Maar wat zeker zo belangrijk was, is dat Joseph Cuypers hier bij de kerkwijding vicaris-generaal A.J. Callier ontmoette – de rechterhand van bisschop Bottemanne – die de opdracht zou regelen voor de nieuwe Bavo. Op de thuisreis hadden ze, naar Joseph later vertelde, ‘een langdurig en diepgaand gesprek over kerkbouw en symboliek’.3 De overlevering wil dat dit gesprek plaatsvond op een trekschuit; een draadje op Twitter leidde tot de ontdekking dat het een stoomboot geweest moet zijn van maatschappij De Volharding die Nes aandeed op weg van Amsterdam naar Gouda en vice versa (zie bovenstaande diashow).4

Bij de Urbanuskerk werkte de architect samen met bouwpastoor M.A. van Zanten, net als Callier oud-docent van het kleinseminarie Hageveld. Later, vanaf 1898, zou hij als pastoor van de ‘kathedraal’ van Amsterdam, de Willibrordus buiten de Veste, opnieuw met Joseph Cuypers aan de slag gaan. Pas toen kreeg dit Amsterdamse bouwwerk, waarvan de bouw 24 jaar had stilgelegen, eindelijk het aanzien van een echte kerk: Joseph Cuypers voegde schip, zijbeuken, viering en transept toe; alles bij elkaar een volume dat vele malen groter was, dan de oostpartij die in 1873 onder zijn vader tot stand kwam.5

In Nes hebben Van Zanten en Joseph Cuypers samen een vernieuwend stukje kerkelijke architectuur gerealiseerd dat onder de volgende pastoors, M.P.R. Droog (tot 1908) en J. Opmeer (tot 1928) verder ingericht zou worden. Dit gebeurde waarschijnlijk voor een deel nog volgens een programma dat door de bouwpastoor en zijn architect was samengesteld. Het ademt de sfeer van de ‘modernistische’ katholieke kunstkring De Violier, waarvan Van Zanten en Joseph Cuypers beiden actief lid waren.6 

Joseph bleef tot circa 1910 als ontwerper en producent van onderdelen van de uitmonstering bij de Urbanuskerk betrokken.7 Hoe vernieuwend ook die laatste was, blijkt alleen al uit de iconografie van de schipvloer en de doopkapel (1899), in welke laatste ruimte het geijkte element van het water op een aparte manier is gecombineerd met andere thema’s. Daarnaast is ook aan andere standaardonderdelen veel aandacht besteed, zoals de volledig betegelde kruisweg laat zien met haar lambrisering van gestileerde passiebloemen, rozen en lelies.

Juist die rijke keramiek vormt een van de meest opvallende aspecten van de kerk. Bij de doopkapel staat op één van de tegels aangegeven dat ze geproduceerd zijn door de bekende plateelbakkerij Rozenburg in Den Haag (ontwerp Joseph Cuypers, 1899). De betegelde kruisweg is eveneens van de hand van Joseph Cuypers en gemaakt door de firma Brantjes te Purmerend (1904). De hoogst zeldzame uitvoering van het Benedicite in de tegelvloer, naar ontwerp van Theo Molkenboer (eveneens actief in De Violier), blijkt gemaakt te zijn in een Engelse fabriek (1904).8 De Urbanuskerk zou eigenlijk een keer opnieuw tegen het licht gehouden moeten worden van de opvattingen over kunst van De Violier. In mijn boek over de nieuwe Bavo/Koepelkathedraal wordt uitgelegd dat het raam in de kerk onder Paus Leo XIII even openstond, waardoor innovaties mogelijk waren. De Haarlemse kathedraal vormt daar het ongeslagen hoogtepunt van, maar ook de Urbanuskerk maakt deel uit van deze zeldzame groep werken, waaraan een thomistisch symbolisme ten grondslag ligt.9

Kruisweg

Over de kruisweg moet ik ook nog iets kwijt. Dankzij het onderzoek dat ik deed voor De genade van de steiger (2013) is meer bekend geworden over de receptie van de artistieke idealen van de Beuroner school die haar uitvalsbasis had in de benedictijner abdij van Beuron in de deelstaat Baden-Württemberg van Duitsland. Onder leiding van pater Desiderius Lenz ontstond een type kunst dat heel Europa van conservatief tot progressief – om deze versleten termen maar te gebruiken – in zijn greep nam. In Nederland gebeurde dat na de publicatie van drie opstellen van Lenz in 1899. Joseph Cuypers memoreerde later dat zijn familiebedrijf met haar werk al veel eerder een weg had ingeslagen in die richting, want:

‘Parallel aan dat werk zien wij het type der Beuronner school zich ontwikkelen en reeds vroeger in Engeland de Praerafaelisten.’ 10

Joseph Cuypers geeft hier eigenlijk aan dat de kunstzinnige productie van zijn familiebedrijf zich kan meten met deze majeure stromingen. Hoewel dit zeker het geval is, bleef enige wisselwerking niet uit, want we zien al vrij vroeg Beuroner tendensen in de uitmonsteringen van de firma Cuypers, onder meer in de Dominicuskerk te Amsterdam die in 1883-1893 werd gebouwd. Maar dat geldt niet minder voor de kruisweg van de Urbanuskerk in Nes: héél karakteristiek zijn de egale, blauwe achtergronden, waarin vrijwel alleen de stad Jeruzalem in de verte als coulisse toe wordt gelaten. Daarnaast is ook de natuurlijke, weinig gecompliceerde plooival van de gewaden – iets waar Lenz zich zeer druk om maakte – , het zachte kleurenpalet en de ingehouden dramatiek van de haast klassieke poses en gebaren van de figuren zeer Beuronesk. Hét model hiervoor waren de wandschilderingen met de kruisweg in de Mariakerk van Stuttgart van Desiderius Lenz uit 1884. In de Nederlandse vaktijdschriften van die tijd werd daar vanaf 1893 aandacht aan besteed.11

Betegelde kruisweg met lambrisering in de Urbanuskerk van Jospeh Cuypers in Nes aan de Amstel (1889-1891).
Met de betegelde kruisweg van de Urbanuskerk van Nes aan de Amstel laat de firma Cuypers & Co zien hoe ze de Beuroner invloeden heeft verwerkt. Foto bvhh.nu 2014.

Om de vernieuwende inbreng van Joseph te illustreren kan de kruisweg van Nes het beste vergeleken worden met een ander betegeld exemplaar van de firma Cuypers & Co, te weten de kruisweg uit De Liefde (helaas gesloopt in 1990) die duidelijk de hand van Cuypers senior verraadt. Dankzij het Nederlands tegelmuseum in Otterloo, waar alle staties zijn opgeslagen, kunnen we ons hier een beeld van vormen. Volgens de site van het museum zou de kruisweg vrij snel na de voltooiing van deze Amsterdamse kerk in 1885 tot stand gekomen zijn:

‘Nederland kende al vele eeuwen een rijke traditie van tegelfabrieken, maar halverwege de negentiende eeuw verdwenen deze de een na de ander, omdat ze de concurrentie met industriële buitenlandse fabrieken niet aankonden. Cuypers koos er echter nadrukkelijk voor om zijn tegels bij een oud, traditioneel bedrijf te laten maken, hoewel zijn neogotische ontwerpen in stijl en kleurgebruik sterk afweken van de oud-Hollandse tegels. Hij kwam uit bij de tegelfabriek van Jan van Hulst in Harlingen, waar zijn tegels geschilderd werden door de eerste schilder Joseph Witte (1843-1909). Het gaat hier om één van de grote tegelopdrachten die aan het eind van de negentiende eeuw de herleving van de Nederlandse tegelindustrie inluidden’.12

Beide kruiswegen werden in een gestileerde architectuuromlijsting gevat. Maar die van De Liefde is veel gedetailleerder en vertoont een veel sterker neogotisch idioom dan de inkadering van het exemplaar in Nes die haast tot het hoognodige gereduceerd is. De blauwe fonds hebben de beide werken gemeen, maar als je kijkt naar de figuren valt in het Amsterdamse exemplaar de uitbundige middeleeuwse plooival van de gewaden op, met bijna gebeeldhouwde geknikte driepunten. Een ander verschil is de klassiek aandoende anatomie van de personages in het exemplaar in Nes tegenover de wat schrale en tanige actoren in dat van De Liefde. Opvallend is ook het gebruik van de gotische minuskel in de al even gotische banderollen tegenover de veel neutralere tekstband in de Urbanuskerk. Daar is ten slotte de bloemenrand eveneens minder gedetailleerd en qua opzet kloeker dan die in De Liefde.

Kruisweg uit De Liefde van Pierre J.H. Cuypers (na 1885).
De kruisweg uit De Liefde van Pierre J.H. Cuypers (na 1885) ligt opgeslagen in het Nederlands tegelmuseum. Vergeleken met die van de Urbanuskerk in Nes, ontworpen door Joseph Cuypers, valt op hoeveel neogotischer van signatuur die van zijn vader is. Herkomst: Nederlands Tegelmuseum 2008. In de zomer van 2018 is de kruisweg tentoongesteld in het Heiligenbeeldenmuseum in de oudste nog bestaande Cuyperskerk te Kranenburg bij Vorden.13

Al vanaf 1979 ben ik met Cuypers bezig, en hoewel we met een groot aantal kunst- en architectuurhistorici – onder meer binnen het Cuypersgenootschap – veel onderzoek hebben gedaan en gepubliceerd, valt telkens weer op hoe weinig we van bepaalde zaken weten. Met het inventariseren en ontsluiten van de Joseph Cuypers Collectie op het gemeentearchief van Roermond, vinden we heel wat antwoorden, maar doemen als vanzelf weer nieuwe vragen op. Dat maakt ons vak ook zo spannend en boeiend. 

Wordt vervolgd!

;-) B (&M)

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!



Ook in 2021 doet de Urbanuskerk weer mee aan de Open Monumentendag (12 september). Volg de mededelingen op Facebook.

Bronnen en andere verwijzingen

  1. Voor de bezoektijden, raadpleeg verder de site, mail een van de bestuursleden of bel met de pastorie: 0297-582 232. Jammer genoeg is het informatieve boekje van de kerk uitverkocht: Mascini, Rob, Urbanuskerk Nes aan de Amstel, Nes aan de Amstel, z.j. Het komt misschien online op de site van de vrienden.
  2. Dit webartikel is in augustus 2021 vrijwel geheel herschreven. Sedert ons schrijverscollectief – Marij Coenen en ik – bezig zijn met de Joseph Cuypers Collectie in Roermond hebben zich nieuwe inzichten voorgedaan. Die zijn grotendeels verwerkt, wat ook geldt voor de gegevens uit de publicatie van Timmermans, Huub, Margaret Timmermans, en Elly van Rooden. “125 jaar Sint Urbanuskerk – Nes aan de Amstel 1891 – 2016 – jubileumkrant”. UrbanusparochieNes.nl, 2016. http://bit.ly/2ukgf1l. De volledige URL is https://www.urbanusparochienes.nl/pdf/Urb.jub.krant-125jr.-final.pdf.
  3. Het citaat over de ontmoeting met Callier komt van Looyenga, in: Erftemeijer, Getooid als een bruid, p. 40 (zie bibliografie). 
  4. Perkamentus. ‘Met een stoomboot van de “Volharding”, die ook in De Nes aanlegde. 😊’. Tweet. @Perkamentusblog (blog), 30 juni 2021.https://twitter.com/Perkamentusblog/status/1410244341201833991. Geschiedenisvanzuidholland.nl. ‘Aanlegplaats Stoomboot De Volharding’. Geraadpleegd 30 juni 2021. https://geschiedenisvanzuidholland.nl/collecties/aanlegplaats-stoomboot-de-volharding. Helaas werkt deze link niet meer door een ingrijpende transformatie van deze website. Een deel valt te achterhalen via de WayBackMachine van Archive.org.
  5. Hubar, De nieuwe Bavo te Haarlem (zie bibliografie). Meer informatie over het boek is te vinden onder deze link. Wat betreft de Urbanuskerk volg in het register online van de monografie de zoektermen Urbanuskerk, Nes of Nes aan de Amstel.
  6. Voor M.A. van Zanten volg het register online van Hubar, De nieuwe Bavo te Haarlem (zie bibliografie). Idem voor de betekenis van De Violier voor de kerkelijke kunst van die tijd. Voor het thomistisch symbolisme zie dit item op onze site. Voor de ambtsperiode van de hier genoemde pastoors zie de volgende bronnen:
    1. M.A. van Zanten (1866-1898): Timmermans, Timmermans en Van Rooden, 125 jaar Sint Urbanuskerk, p. 13. Pius-almanak …; jaarboek van katholiek Nederland, jrg 24, 1898, 1898. Geraadpleegd op Delpher op 05-08-2021, https://resolver.kb.nl/resolve?urn=MMKDC04:000791001:00009
    2. M.P.R. Droog (1898-1908): Zie de almanak hiervoor en Onze Pius-Almanak voor het jaar des Heeren …, jrg 8, 1907, 1907. Geraadpleegd op Delpher op 09-08-2021, https://resolver.kb.nl/resolve?urn=MMKDC04:002643001:00009
    3. J. Opmeer (1908-1928): Zie de almanak hiervoor en Pius-almanak …; jaarboek van katholiek Nederland, jrg 34, 1908, 1908. Geraadpleegd op Delpher op 05-08-2021, https://resolver.kb.nl/resolve?urn=MMKDC04:000795001:00009 en Timmermans, Timmermans en Van Rooden, 125 jaar Sint Urbanuskerk, p. 21.
  7. NHI Rotterdam, CUBA.110380522 Bouw en decoratie van de rooms-katholieke St. Urbanuskerk en pastorie in de Nes- en Zwaluwenbuurt (Nes aan de Amstel), door J.Th.J. Cuypers. 1888-1903. NHI Rotterdam, CUCO.110384089 Decoratie van de rooms-katholieke St. Urbanuskerk in de Nes- en Zwaluwenbuurt (Nes aan de Amstel). 1891, z.j. NHI staat voor Nederlands Architectuurinstituut, waar zich zowel het archief van de architecten Cuypers bevindt, als dat van hun atelier voor kerkelijke kunst: Cuypers & Stoltzenberg, vanaf 1892 Cuypers & Co (Van Leeuwen, Pierre Cuypers, architect, pp. 35-36 (zie bibliografie).
  8. Timmermans, Timmermans en Van Rooden, 125 jaar Sint Urbanuskerk, pp. 4, 15. Zie het lemma op Wikipedia: http://nl.wikipedia.org/wiki/Plateelbakkerij_Rozenburg. Heel informatief is ook de brochure van de RACM, thans de RCE: Nijenhuis, Henk, Tegels in de twintigste eeuw, brochure cultuurhistorie 13, RACM Amersfoort 2008.
  9. Zie noot 6 voor De Violier, Leo XIII en het thomistisch symbolisme. Naar deze groep kerken, waar in ieder geval de vroege kerken van de vennootschap Joseph Cuypers en Jan Stuyt (vanaf 1900) toe behoren, is tot op heden nauwelijks onderzoek gedaan. 
  10. Hubar, De genade van de steiger, p. 227 (zie bibliografie).
  11. Hubar, De genade van de steiger, pp. 468-469: over de Beuroner school en haar invloed; pp. 227-238: over de Beuroner school en Joseph Cuypers; pp. 190-191, 222, 263, 339, 469: de kruisweg van Desiderius Lenz in de Mariakerk van Stuttgart uit 1884. Op één voorstelling na is deze tijdens de Tweede Wereldoorlog geheel vernietigd (zie bibliografie).
  12. Spijtig genoeg is deze informatieve pagina over de Amsterdamse Cuyperskerk De Liefde van de site van het tegelmuseum verwijderd. 
  13. “Thematentoonstelling | Heiligenbeeldenmuseum Kranenburg”, Heiligenbeeldenmuseum, 2018. http://bit.ly/2rnC5Pt-Evernote. Deze informatie is eveneens vervangen en door het ontbreken van een zoektoets op de site ook verder onvindbaar; ik ben blij dat ik die pagina destijds opgeslagen heb op Evernote!
  14. Voor verdere informatie over dit jeugdwerk van Joseph Cuypers zie ook de site van Monumenten Ouder-Amstel en Reliwiki

Dit item kan geciteerd worden als: Hubar, Bernadette van Hellenberg. ‘Joseph Cuypers Urbanuskerk Nes aan de Amstel | VanHH.org’. Onder redactie van Marij Coenen. VanHellenbergHubar.org, 2014-2021. https://bit.ly/1Ot6l2T-JCC.

Over Joseph Cuypers is meer te vinden bij de Joseph Cuypers Collectie, De nieuwe Bavokathedraal en Cuypers assortiment.

Het project komt verder met grote regelmaat aan de orde op onze Facebookpagina: http://bit.ly/VanHHOrg2FB
Ga eens kijken en ‘like’ de pagina, zodat de berichten over Joseph Cuypers en zijn werk een nog grotere actieradius bereiken!

Wil je de Urbanuskerk bezoeken, controleer dan van te voren de openingstijden op de site of op de Facebookpagina van de vrienden!
Het kan in ieder geval op de Open Monumentendag op zondag 12 september vanaf 11:00 tot 16:30 uur.

Verkorte link van dit item: https://bit.ly/1Ot6l2T-JCC

Haptisch erfgoed

Lambrisering van reliëftegels in de Jacobskerk van Den Bosch van de architecten Joseph Cuypers en Jan Stuyt (1905).

Lambrisering van reliëf tegels in de Jacobskerk in Den Bosch van de architecten Joseph Cuypers en Jan Stuyt (1905). Foto: bvhh.nu 2014.

Wat heeft een betegelde lambrisering te maken met haptisch erfgoed? Of liever gezegd, bestaat er wel zo iets als haptisch erfgoed? Dat gevoel had ik wel toen ik weer eens een bezoekje bracht aan de Jacobskerk in Den Bosch, van de architecten Joseph Cuypers en Jan Stuyt (1905). Daar bevindt zich in de zijbeuken een prachtige lambrisering van reliëftegels, sowieso al een bijzonder fenomeen. Als je er met je vingers overheen strijkt kun je de lijnen – wat zeg ik, de bladnerven – volgen. Een mooie haptische ervaring die het kijkgenot vergroot.

Er is nog maar weinig onderzoek gedaan naar de ‘vormelijke’ beïnvloeding van de art nouveau op de religieuze kunst en vice versa. Ondanks de weerzin van Cuypers senior tegen de ‘vermicellistijl’, valt op dat in de decoraties van de firma Cuypers & Co rond 1900 vloeiende lijnen doordringen. Het gaat dan vaak om monogrammen en symbolische figuren. In de Jacobskerk herken je ze in de lijnen van de de langstelige bloem, waaraan zowel leliën als rozen ontspruiten. Gaande naar beneden ontvouwt zich een spitse piramide van een in elkaar geslingerd motief met sterk gestileerde bladeren en wortels volgens een module van driehoeken. Daartussen bevinden zich passiebloemen die in een bolvormige structuur zijn gevat. En dit alles gebeurt dan ook nog in tamelijk ongewone kleuren die haast in elkaar overvloeien: tertiaire tinten groen, blauw, geel, bruin en weinig rood, waarbij op de bladeren vlammende toetsen zijn aangebracht. In een woord, bijzonder. Maar het blijft toch dat haptische gevoel van de sterke lijnen onder je vingers dat dit kijkspel afmaakt.

gelde lambrisering onder de kruisweg in de Urbanuskerk van Jospeh Cuypers in Nes aan de Amstel (1889-1891).

Betegelde lambrisering onder de kruisweg in de Urbanuskerk van Joseph Cuypers in Nes aan de Amstel (1889-1891). Foto: auteur (2014).

Hoe de ideeën van met name Joseph Cuypers qua stijl en haptiek gewijzigd zijn, valt op als je de lambrisering uit de Jacobskerk vergelijkt met die van zijn Urbanuskerk in Nes aan de Amstel: ook hier de afwisseling van lelies en passiebloemen, volgens hetzelfde ritme als in de Jacobskerk, maar daar houdt de gelijkenis toch wel mee op. De kleuren zijn helder gedefinieerd ten opzichte van elkaar, met diep donkergroen, warm rood en okergeel, terwijl de zacht getinte kruiswegscenes tegen een diepblauw fond zijn geplaatst. Opvallend is de rol van het wit in de kleding van Christus en in de bloemkronen. Cuypers en Stuyt hebben in Den Bosch weliswaar dezelfde module gebruikt, maar het ontwerp in veel vloeiender lijnen en in een afwijkend palet uitgevoerd. Dat wil niet zeggen dat in Nes iedere golvende lijn ontbreekt, helemaal niet. Juist in de doopkapel, waar vanouds het element water centraal staat, zien we onder de als ornamenten gecomponeerde golven Jugendstillijnen verschijnen in de sierlijk wuivende leliën.* Er valt kortom nog heel wat te ontdekken als het gaat om de toegepaste kunst van de firma Cuypers & Co.

Meer zien? Ga dan eens kijken bij het Nederlands tegelmuseum, waar de kruisweg van de firma Cuypers & Co, afkomstig uit de gesloopte Amsterdamse kerk De Liefde, wordt bewaard. Op dit moment (mei 2018) is deze te zien in de oudste nog bestaande Cuyperskerk, in Kranenburg bij Vorden.*

Wordt vervolgd!

B.
Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


Verwijzingen

  • Zie het item over Joseph Cuypers en de Urbanuskerk.
  • “Thematentoonstelling | Heiligenbeeldenmuseum Kranenburg”. Heiligenbeeldenmuseum, 2018. http://bit.ly/2KIjrd9 | http://bit.ly/2rnC5Pt-Evernote.

Dit item kan geciteerd worden als Hubar, Bernadette van Hellenberg. “Haptisch erfgoed”. VanHellenbergHubar.org (blog), 23 mei 2014. http://bit.ly/1Ot6tzB.

De verkorte link is http://wp.me/p4eh3s-qq | http://bit.ly/1Ot6tzB

< Door naar de nieuwe Bavo!