Reddingsactie Cuypers’ glasnegatieven

De crowdfunding voor de redding van de glasnegatieven van Cuypers is een groot succes geworden: het streefbedrag van € 10.000,00 is ruimschoots bereikt, maar dat betekent niet dat het Cuypershuis op zijn lauweren gaat rusten. Voor de totale restauratie is immers het viervoudige nodig, dus donaties blijven welkom! De actie via http://bit.ly/Cuypersglasnegatieven op het platform voordekunst.nl is voorbij, maar de crowdfunding wordt voortgezet door het museum zelf. Help mee en geef je donatie door aan museum@roermond.nl onder vermelding van #CuypersinBeeld.

Hoe begon het ook alweer? Dat lees je hieronder!

Museum Cuypershuis in Roermond heeft de afgelopen jaren interessante tentoonstellingen gemaakt waarin de architecten Cuypers, kerkelijke kunst en – ook moderne – design over het voetlicht zijn gebracht. De expositie over de glasnegatieven die onlangs is geopend, verschilt daar in zoverre van dat het publiek opgeroepen wordt om de restauratie hiervan via crowdfunding te ondersteunen. En dat is hard nodig, want de vroegere opslag op de zolder van het Cuypershuis heeft de conditie van deze beelddragers geen goed gedaan.

Vandaar de actie die je via deze link kunt steunen: http://bit.ly/Cuypersglasnegatieven

Vóór de restauratie van het Cuypershuis heb ik uitgebreid waardenstellend onderzoek gedaan naar het complex. Ik kwam toen onder meer een plattegrond van circa 1893 tegen, waarin de volgende ruimtes op zolder worden vermeld: de zaal van de fijnschilders, de fotokamer, de glasschilderskamer en enkele slaapkamers.* Vermoedelijk hebben de glasnegatieven tenminste vanaf dat moment – zo niet eerder – op zolder gestaan. Meer hierover vond ik in het proefschrift ‘Een toevloed van werk, van wijd en zijd’ (2004) van Lidwien Schiphorst. Zij heeft als eerste uitgezocht hoe het nu precies zat met de fotografie bij Cuypers en vertelt daarover onder meer het volgende:

  • Voor werkzaamheden werd de fotografie de daaropvolgende zomer ingezet [1860]. Het herstel aan het wandgraf in de Onze-Lieve-Vrouwe-kerk te Breda werd aanzienlijk vergemakkelijkt, doordat er een fotograaf bijgehaald werd om het tekenwerk te bekorten. Het was niet de eerste de beste: de in zijn tijd al bekende Edmond Fierlants uit Brussel. Hij had in 1861 foto’s van schilderijen van de Vlaamse Primitieven gemaakt en in opdracht van de stad Antwerpen 300 opnames van stedelijke gebouwen, stadspoorten, dokken, kades, molens en kerken […]. Cuypers schreef aan [zijn vrouw] Antoinette over de foto’s: ‘zonder dat zoude ik nog meer dan een week moeten blijven om die honderd details op te nemen. Ik heb nu alle dimensies opgenomen en zal met eene photographie en enige afgietsels de zaak geheel en al kunnen afwerken. Het kost mij echter wel veel geld –ik durf het niet te schrijven’.*

De kost ging duidelijk voor de baat uit!

Grafmonument Engelbrecht I van Nassau Breda, historische foto, 1860-1864.
Het laatgotische grafmonument van Engelbrecht I van Nassau en Johanna van Polanen (circa 1505-1515) in de Grote Kerk van Breda werd door architect Pierre Cuypers, beeldhouwer Louis Royer en kunstkenner J.A. Alberdingk Thijm in 1860-1865 gerestaureerd. Historische opname van Edmond Fierlants circa 1865 (met dank aan Wies van Leeuwen*).

______________________

Dat moet geloond hebben, want vanaf 1862 heeft de firma Cuypers & Stoltzenberg een fotograaf op de loonlijst staan. Er werd met name een bestand opgebouwd van beeldmateriaal van gipsafgietselsels en -modellen die gebruikt werden in albums voor de handel. De koper kon hieruit een object kiezen dat vervolgens werd uitgevoerd in natuursteen. Na de liquidatie van Cuypers & Stoltzenberg in 1894 zal de opvolger, Cuypers & Co, onder Pierre en Joseph Cuypers, eveneens een verzameling van glasnegatieven opbouwen van werkstukken, tekeningen, modellen en voorwerpen.

Dit laatste sluit aan bij wat een van de ambassadeurs van de reddingsactie vertelde: de achterkleinzoon van de naamgever van het museum, Pierre M. Cuypers uit Bemmel, die nog in het Cuypershuis opgroeide, kan zich herinneren dat er dozen vol glasnegatieven waren. Toen de familie het complex verliet hebben ze alleen de glasnegatieven met portretten meegenomen en de rest achtergelaten. Tijdens de opening van de tentoonstelling kon hij daardoor nog enkele negatieven aan de collectie toevoegen. Terecht merkte hij toen op dat het niet alleen om de collectie van zijn overgrootvader gaat, maar ook om die van Joseph Cuypers. Dat wordt niet alleen bevestigd door het boek van Lidwien Schiphorst, maar ook door verschillende items die nu geëxposeerd zijn. Vooral de collectie heilig Hartbeelden trok mijn aandacht, omdat verschillende ervan door Joseph Cuypers zijn ontworpen. Ze laten zien dat hij koos voor de sterk gestileerde stijl die rond 1920 onder invloed van Jan Toorop het handelsmerk werd van de toen moderne katholieke kunst.

Met crowdfunding zal het mogelijk zijn om deze bijzondere collectie te redden. Doe hieraan mee en surf naar http://bit.ly/Cuypersglasnegatieven om een donatie te doen. Alles is welkom!

Je kunt deze actie ook steunen door de link http://bit.ly/Cuypersglasnegatieven te verspreiden via de sociale media en dergelijke. Vergeet dan vooral de hashtag #CuypersinBeeld niet, zodat ‘t Cuypershuis jouw bericht kan doorzetten. De foto’s in de kop van dit artikel mogen daarvoor gebruikt worden. Als je denkt dat het werkt mag je ook dit artikel verder verspreiden: http://bit.ly/2hDGDLh.

Maar het liefst zie ik je bij de crowdfunding op http://bit.ly/Cuypersglasnegatieven.

Bernadette van Hellenberg Hubar

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


Bronnen

De * in de tekst hierboven verwijst naar de volgende bronnen:

  • Hubar, Bernadette van Hellenberg, Rien de pareil, Cultuur- en bouwhistorische analyse Stedelijk museum ‘Het huis van Cuypers’ te Roermond, deel 1 de stad in het klein, Res nova, Ohé en Laak 2007. | http://bit.ly/Cuypers4all
  • Leeuwen, A.J.C. van, P.J.H. Cuypers architect 1827-1921, Zwolle 2007.
  • Schiphorst, L.H.H.M., Een toevloed van werk, van wijd en zijd; de beginjaren van het Atelier Cuypers/Stolzenberg, Nijmegen 2004.

Beeldmateriaal

  • Uitnodiging van Cuypershuis om bij te dragen aan de redding van de glasnegatieven. Hierbij is gebruik gemaakt van een foto van het atelier, waar Cuypers zelf op staat, terwijl hij aanwijzigingen geeft aan een van zijn beeldhouwers met betrekking tot een Zouavenmonument.
  • Artikel over de reddingsactie van Adri Gorissen in Dagblad De Limburger van 19 november 2016. Te downloaden via deze link: http://bit.ly/2hqTR0a
  • Enkele foto’s van ‘t Cuypershuis, waaruit blijkt hoe hard de reddingsactie nodig is.
  • Nazaat Pierre M. Cuypers voegt tijdens de opening van de tentoonstelling nog enkele glasnegatieven toe aan de collectie van ‘t Cuypershuis. Foto bvhh.nu 2016.
  • Een van de glasnegatieven van Pierre M. Cuypers met zijn vader op de schoot van zijn overgrootvader, zijn grootvader links en zijn ooms staand. Herkomst Cuypershuis.
  • Ook de sociale media worden ingezet om de crowdfunding tot een succes te maken. Wie mee wil doen graag gebruik maken van de hashtag #CuypersinBeeld. Op de foto staan twee glasnegatieven die in deplorabele staat verkeren.
  • Enkele albums en folders met foto’s voor commercieel gebruik uit de tijd van Joseph Cuypers. Foto bvhh.nu 2016.
  • De firma Cuypers & Co had een ruim aanbod in verschillende soorten heilig Hartbeelden, waar een vrij grote markt voor bestond. Verschillende ervan zijn door Joseph Cuypers ontworpen.
  • Een van de meest intrigerende glasnegatieven uit de collectie betreft het maken van de mal voor het bronzen beeld van Jeroen Bosch op de markt in Den Bosch, van August Falise.
  • Foto van ‘t Cuypershuis door fotograaf Peter Kessels. Herkomst Cuypershuis.

Dit artikel is tot stand gekomen in het kader van #CuypersinBeeld en #kerkverhalen. Het kan geciteerd worden als Hubar, Bernadette van Hellenberg, ‘Reddingsactie Cuypers’ glasnegatieven’, op: vanhellenberghubar.org, http://bit.ly/2hDGDLh (2016).

Je kunt deze actie verspreiden via de sociale media via de link http://bit.ly/2hDGDLh of http://bit.ly/Cuypersglasnegatieven, onder vermelding van #CuypersinBeeld.

Pyrophotographie/pyrofotografie in #KunstinBreda

Pyrophotographie/pyrofotografie was een onbekende term in het erfgoedjargon. Daar heeft dit webitem verandering in gebracht! Voor Vakblad Vitruvius hebben we dit item omgewerkt tot een artikel, waarin een paar mooie nieuwe vondsten zijn verwerkt!

Om de diashow gedetailleerd te bekijken, druk op de pauzeknop en wandel er met de pijltjes doorheen.

________

Bij de inventarisatie van #KunstinBreda spoorde Marjanne Statema onder meer deze decoratieve ramen op in de trappenhal van Huize Liesbosch, het Grootseminarie van de Priestercongregatie van het Heilig Hart van Jezus dat hier in 1912 werd opgericht.* Het werk is van een verzorgd, ambachtelijk karakter en behoort tot een type dat destijds standaard in dit soort gebouwen werd toegepast. In dit geval komen ze uit het atelier van de Gebroeders Wuisman, wier naam in een van de ramen staat. Een apart element vormen de fotoportretten van twee geestelijken die haarscherp in het glas zijn gebrand.

Op zich is de gewoonte om portretten op te nemen in glas in lood al vanaf de negentiende eeuw – internationaal – gebruikelijk. Meestal worden ze dan gecombineerd met heiligenfiguren, zoals onder meer blijkt uit het werk van firma’s als Heinrich Oidtmann (opgericht in 1857) in Linnich, circa 40 kilometer van Roermond in Duitsland, en Nicolas in Roermond (opgericht in 1855). Werden deze aanvankelijk ‘naturalistisch’ geschilderd, Oidtmann blijkt in 1870 een procedé ontwikkeld te hebben waarbij foto’s direct op glas afgedrukt konden worden: pyrophotographie of – in hedendaags Nederlands – pyrofotografie. In feite gaat het om een toen bejubelde vorm van massaproductie die zich niet beperkte tot bijbelse scenes, maar ook de mogelijkheid schiep om portretten op glas vast te leggen. Daar had Oidtmann aparte apparatuur voor ontwikkeld.

Of de Gebroeders Wuisman zelf hiervoor voorzieningen in het atelier hadden of dat dit werk uitbesteed werd aan een Duitse firma is niet duidelijk, maar in Breda is dit procedé ongetwijfeld toegepast. Wat het nog aparter maakt, is dat deze techniek voor een deel gecombineerd werd met glasschilderen, zoals te zien is bij de jas van de man rechts (dia 2). Ook bij gewone portretfoto’s gebeurde dat vaak. Aan deze twee voorbeelden in Breda kan een vrij nauwkeurige datering gehangen worden, omdat dit glas in de trappenhal vrijwel zeker uit de bouwtijd dateert (de uitbreiding onder architect Hubert van Groenendael, 1922). Dat de portretten er niet later zijn ingezet blijkt uit de lijst die één geheel met de decoratie vormt. Ook al kwam dit type glas vroeger vrij vaak voor, er is in Breda nog maar een ander voorbeeld aangetroffen, te weten van Atelier Nicolas (zie hieronder naschrift 2).

De twee geestelijken die hier worden voorgesteld, zijn pater Johannes Leo Dehon (1843 -1925) en pater Andreas Prévot (1840-1913). De een was de stichter van deze priestercongregatie, de ander gold door zijn spiritualiteit als een van de rolmodellen van de organisatie: een klassiek exemplum virtutis (deugdzaam voorbeeld) voor de priesterstudent. Met de Latijnse tekst boven hun portret houdt het tweetal de studenten die hier langs komen een paar van de belangrijkste stellingen van de congregatie voor:

  • Ecce Venio: Hier ben ik. Het betekent dat je er bent voor God en voor de ander, dat je bereid bent een ander bij te staan.
  • Sint Unum: Wees een met alle anderen. Dit betreft niet alleen de gemeenschapszin, maar ook de solidariteit.

Elders in de trappenhal zijn behalve enkele stichtelijke oneliners, de monastieke deugden weergegeven in symbolen en woorden: kuisheid, gehoorzaamheid, armoede en offervaardigheid. Ook voor de ornamenten geldt dat ze niet van hele hoge kunsthistorische waarde zijn, maar wel karakteristiek voor dit soort gebouwen en eveneens van een type waarvan al veel verdwenen is.

B.

Glas Huize Liesbosch, #KunstinBreda. Foto MStatema.nl 2014. Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!

Naschrift 1

Via de sociale media is de nodige respons gekomen op dit bericht. De meest informatieve reactie kwam van pastoor Henricus Jpt Broers die de rechterfiguur in dia 2 identificeerde als pater Andreas Prévot (1840-1913), een van de kopstukken van de congregatie.* De foto hieronder is niet zomaar letterlijk op het glas geprojecteerd, want daarna is de glasschilder aan het werk gezet om het portret te verouderen. Je maakt werkelijk van alles mee met #KunstinBreda! Overigens loopt voor beide voormannen van de congregatie, Dehon en Prévot, een proces tot zaligverklaring.

Pater Andreas Prévot (1840-1913). Foto: Henricus Jpt Broers 2016.

Pater Andreas Prévot (1840-1913). Foto: Henricus Jpt Broers 2016.

Naschrift 2

Inmiddels is een ander – tevens ouder – voorbeeld in Breda tevoorschijn gekomen, en wel in de Laurentiuskerk te Ulvenhout.

Pyrofotografie in de Laurentiuskerk Ulvenhout #KunstinBreda. Foto's MStatema.nl 2016.

Jacqueline de Grez Mahie is als ‘sponsor’ van het Laurentiusziekenhuis door middel van pyrofotografie in dit glas vereeuwigd. Firma Nicolas en Zonen 1912.

Graag neem ik hier de tekst over van de folder over de bijzondere collectie glazen in deze kerk:

  • ‘Drie ramen In 2011 in bruikleen gegeven door de Stichting Erfgoed de Grez-Mahie Breda. Herkomst kapel van het voormalige Laurensziekenhuis in het Ginneken. Met subsidie van het Prins Bernard Cultuurfonds Noord-Brabant werden de ramen in 2011 in de kerk passend gemaakt. De ramen werden in 1912 voor het ziekenhuis ontworpen bij de firma Frans Nicolas en Zonen. Links het offer van Abraham (Genesis 22) rechts het offer van Abraham aan de priester Melchisedech (Genesis 14) en in het midden de aanbidding van het Lam Gods (Openbaring 5). Links en rechts is het echtpaar De Grez-Mahie afgebeeld. Dankzij giften van de weduwe Jacqueline de Grez Mahie is in de periode vanaf 1910 tot 1917 een groot deel van de bouw van het Laurentiusgasthuis tot stand gekomen. Dit gasthuis was bestemd voor de ouden van dagen van Ulvenhout, Bavel en het Ginneken. Haar steenrijke man Jonkheer mr. Jan de Grez was eigenaar van Villa Valkrust in het Ginneken’.*

Dit is in meer opzichten nieuws, want tot dusver was niet bekend dat ook de firma Nicolas pyrofotografie toepaste.


Bronnen
  • Met dank aan Sander van Daal zonder wie ik niet op het spoor was gekomen van Heinrich Oidtmann en de pyrophotographie, die naar hij vertelde ook aangeduid wordt als ‘Glasdruck’. Interessant was ook de sessie hierover met Sander van Daal en Dirk van de Leemputte van Atelier Nicolas (Sociaal Historisch Centrum Limburg te Maastricht) op de Facebookpagina van de laatste, op 14 juni 2016. Spijtig genoeg is deze Facebookpagina offline gehaald, want daarmee is veel nieuwe relevante informatie verdwenen.
  • Oidtmann (lezing), H., en Th. Prümm (samenvatting), ‘Ueber Pyrophotographie’, Photographische Mitteilungen, Zeitschrift des Vereins zur Förderung der Photographie 6 (1870), pp. 88-94. | http://bit.ly/2egD4J5
  • Vogel, Hermann Wilhelm, Die chemischen Wirkungen des Lichts und die Photographie in ihrer Anwendung in Kunst, Wissenschaft und Industrie, Leipzig 1874, pp. 247-250 (Pyrophotographie). | http://bit.ly/2e4XiYL
  • Voor de Gebroeders Wuisman zie het interview met Kees Wuisman junior (*1930), opgenomen in: Raaijmakers, Helma, Nettie Van Doorn, Paul Heye en Rinus Hoondert, 750 jaar geloofsgemeenschap H. Martinus, Religieus erfgoed Sint Martinus Princenhage, Princenhage 2011, pp. 39-40. Er dient dringend meer onderzoek naar dit atelier gedaan te worden.
  • Wikipedia, ‘Huize Liesbosch, op: wikiwand.com, http://bit.ly/2eccNOu, z.j.
  • Kreukels, Jo, ‘Sittard-Prevot’, op: meertens.knaw.nl|evernote, http://bit.ly/2e9Q56U (z.j.)
  • Laurentiuskerk Ulvenhout, Rondwandeling met plattegrond, z.pl., z.j. (Ulvenhout, circa 2008).
  • Nicolas en de pyrophotographie/pyrofotografie: vriendelijke mededeling van Dirk van de Leemput die bij het Sociaal Historisch Centrum van Limburg tot 2018 gewerkt heeft aan het archief van de firma Nicolas en Max Weisman. 

Dit item kan geciteerd worden als: Hubar, Bernadette van Hellenberg. “Pyrophotographie/pyrofotografie in #KunstinBreda”. VanHellenbergHubar.org (blog), 2016. http://bit.ly/2ewTUE8.

Verkorte link: http://bit.ly/2ewTUE8

Joseph Cuyperscollectie

Benieuwd waar dit over gaat? Klik op de afbeelding of op deze link.

Joseph Cuypers in De Limburger (11 februari 2016).

;-) B.

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


Kunst met een kleine en een grote K in de nieuwe Bavo | 5 feb 2016

Het valt toch werkelijk niet altijd mee voor Joseph Cuypers. Zit je al met die zware schaduw van je vader, aan wie een groot deel van je oeuvre wordt toegeschreven, en dan wordt ook nog eens voortdurend je naam verhaspelt. Daar heb ik zelf nog aan meegedaan, zoals je kunt lezen in deze blog op de Facebookpagina van de nieuwe Bavo: http://bit.ly/Facebook-nBavo-Jo.

Jos, Jos. of Joseph?

Het hele verhaal lezen? Surf dan naar: http://bit.ly/Facebook-nBavo-Jo.

Ben je geïnteresseerd in meer van dit soort blogs, ga dan naar ‘Kunst met de kleine en de grote K in de nieuwe Bavo‘ op deze site.

O ja, en ik ben natuurlijk héél benieuwd of iemand die andere plaats in de kathedraal met bouwvaksymbolen kan vinden.

;-) B. ((Zie ook What’s in a name: Jos, Jos. of Joseph? op deze site.))

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!

Joseph Cuypers in De Limburger

Joseph Cuypers in De Limburger —  Op 20 januari 2016, op de sterfdag van de architect, werd de collectie van Joseph Cuypers door zijn kleinzoon Pierre M. Cuypers aan het gemeentearchief van Roermond overgedragen. Maar er gebeurde meer in die dagen, zoals ik begin februari 2016 in de aanhef van dit bericht schreef:

Het zoemde in de pers over de nieuwe Bavo deze week. Enkele dagen geleden werd het nieuws bekend dat prinses Beatrix op 4 maart bij de afsluiting van de derde fase van de restauratie zal zijn. Dat was hét moment voor de stichting Kathedrale Basiliek om de schijnwerper op de nieuwe glazen van Jan Dibbets te richten, waarvan de laatste van de week op 9 februari zijn geplaatst. ((Zie het bericht op de site van Van Hoogevest Architecten.)) De blog die ik zo’n anderhalf jaar geleden over dit project schreef, heeft de afgelopen dagen opvallend veel bekijks gehad. ((Zie ‘Jan Dibbets ontmoet Joseph Cuypers’.)) Ondertussen heeft journalist Peter Janssen in De Limburger aandacht besteed aan het archief van Joseph Cuypers dat de nazaten in bewaring hebben gegeven aan het gemeentearchief in Roermond. ((Peter Janssen, ‘Joseph, de (nog) te onbekende zoon van Pierre Cuypers’, in De Limburger van 11 februari 2016. Het proefschrift dat hij vermeldt, wordt voorbereid door Gert van Kleef, Cuyperskenner en oud-penningmeester van het Cuypersgenootschap.)) De nieuwe Bavo komt hierin prominent aan de orde. Als voorbeeld van de ‘kathedraal vol potentie’ wordt het glas in lood van Dibbets, gemaakt door Glasatelier Hagemeier in Tilburg, hierin eveneens besproken. ((Zie de site van Glasatelier Hagemeier.))

Het artikel vind je in het scherm hieronder. Je kunt het downloaden via de knop rechts van de ‘Zoom’.

Joseph-Cuypers-De-Limburger-11-feb-2016-Peter-Janssen

Getallen zeggen niet alles, maar het is wel aardig om te noteren dat bovenstaand artikel vanaf de plaatsing in februari 2016 ruim 10.000 keer is bekeken.

Inmiddels heeft de gemeente Roermond voor 2018-2019 geld ter beschikking gesteld voor de ordening van de collectie, als onderdeel van het E-boek over Joseph Cuypers. Hiermee is ons schrijverscollectief (Bernadette van Hellenberg Hubar &Marij Coenen) aan de slag. Daarnaast gaat de stichting Cuyperiana fondsen werven voor een biografie over deze architect. Overigens is voor dit project aanvullende financiering nodig, dus wie suggesties heeft, is van harte welkom!

Over Joseph Cuypers is behalve bij de JCC en Cuypers assortiment allerlei interessants te vinden bij De nieuwe Bavokathedraal/KoepelKathedraal Haarlem.

Het project komt verder met grote regelmaat aan de orde op onze Facebookpagina: http://bit.ly/VanHHOrg2FB

Ga eens kijken en ‘like’ de pagina, zodat de berichten over Joseph Cuypers en dit project een nog grotere actieradius bereiken!

B&M ((Geïnteresseerd in het boek over de nieuwe Bavo? Ga dan naar de bestelpagina http://bit.ly/Bavo-Ao. Er is nog maar één plaats waar je het kunt krijgen. Voor de rest is het boek uitverkocht!
Verkorte link van dit item: http://bit.ly/1PHUJ7J.))

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!

← Naar de hoofdpagina van Cuypers Assortiment

← Naar de hoofdpagina van de Joseph Cuypers Collectie

Archief Joseph Cuypers naar Roermond

De sociale media hebben er al vol van gestaan, dus hier op de website mag het nieuws over het archief van Joseph Cuypers zeker niet ontbreken.

Je kunt het bericht lezen op de site van If then is now via deze link. Dat is in ieder geval een aanrader voor smartphones, tablets en iPads.
Maar het is ook mogelijk om het in te kijken en te downloaden via het scherm hieronder. De downloadknop zit in de werkbalk rechts van de zoom.

Archief-2-Joseph-Cuypers-naar-Roermond-if-then-is-now

Vrijwel tegelijkertijd met dit bericht verscheen een paginagroot artikel van Peter Janssen in Dagblad de Limburger. Wat in beide stukken onderbelicht is gebleven, is dat ik veel profijt heb gehad van dit archief bij het onderzoek naar en het schrijven van het boek over de nieuwe Bavo. Er kwamen juweeltjes uit, zoals een lezing van Joseph Cuypers over symboliek, waaraan ik het openingscitaat voor het boek ontleende.*

Verder heb ik op verzoek van De spiegel van Roermond – van de stichting Oud Roermond RURA – voor de jaargang van 2017 een artikel geschreven over de potenties van dit archief voor een biografie over Joseph Cuypers. Wat heet potenties! Zoals in die tijd – en eigenlijk nog altijd – gebruikelijk was, hielden kopstukken als Joseph Cuypers er tijdens hun leven al rekening mee dat er ooit iemand een biografie over hen zou schrijven. Met het oog daarop werd het archief ook geschoond en ingericht. Vandaar de veelzeggende titel: ‘De sortering van het verleden’.*

;-) B.

Anton van Daal, Binnenkant koepel van de nieuwe Bavo te Haarlem, ontworpen door Joseph Th.J. Cuypers (opname 9 september 2016).

Meer informatie

Het teken * in de bovenstaande tekst verwijst naar de volgende informatie en bronnen:

  • Bernadette van Hellenberg Hubar, ‘De sortering van het verleden. De archiefcollectie van Joseph Cuypers bij het gemeentearchief van Roermond’, in: Spiegel van Roermond 25 (2017), pp. 100–107.
    Dit jaarboek kan besteld worden bij de stichting RURA te Roermond.
  • Bernadette van Hellenberg Hubar, Ad orientem | Gericht op het oosten. De nieuwe Bavo te Haarlem, WBOOKS-Stichting Kathedrale Basiliek Sint Bavo, op initiatief van de Rijksdienst Cultureel Erfgoed, Zwolle-Haarlem 2016. Voor een samenvatting ga je naar http://bit.ly/Ifthenisnow-Bavo.
    Geïnteresseerd in het boek over de nieuwe Bavo? Je kunt het als volgt bestellen:

    • NieuweBavo@gmail.com, als je in of vlak bij Haarlem woont (vergeet niet je contactgegevens te vermelden). Na bevestiging van de betaling van € 49,95 kun je het boek bij de kathedraal ophalen. De opbrengst komt ten goede aan de restauratie en het onderhoud van dit monument, waar jaarlijks heel wat middelen voor nodig zijn.
    • http://bit.ly/WBOOKS-nBavo, als Haarlem buiten je horizon ligt. Zo kun je het boek voor dezelfde prijs rechtstreeks kopen bij de uitgever, inclusief verzendkosten.

Ben je toevallig in Haarlem of ga je er een keer naar toe, breng dan een bezoek aan de kathedraal die tijdens de kerstvakantie en vanaf april tot eind oktober open is voor publiek.

Verkorte link: http://bit.ly/1SlJIwW

 

Open monumentendag bij Galerie Mariska Dirkx

Open monumentendag bij Galerie Mariska Dirkx 2014
Galerie Mariska Dirkx is gevestigd in het voormalige atelier van de glazeniersfamilie Nicolas te Roermond. Ook dit jaar doet ze weer mee aan de Open Monumentendag. Op de achtergrond van de foto is het raam Sjinderhannes van Joep Nicolas te zien, op de voorgrond een werk van zijn kleinzoon Diego Semprun Nicolas. Foto Marij Coenen 2014.

Komend weekend is het Open Monumentendag en dan draai ik zaterdag mee met glasspecialist Mariska Dirkx en beeldhouwer Dick van Wijk in het voormalige atelier van de glazeniersfamilie Nicolas in Roermond (start 11:00 uur, Wilhelminasingel 67, 6041 CH Roermond).

Wat ze zoal in petto hebben lees je in hun uitnodiging hieronder:

12 en 13 september aanstaande hebben veel mooie Monumenten in Roermond hun deuren gastvrij open gezet. Er hangt dan altijd een echte feestelijke sfeer in de stad en als het zonnetje er ook nog bij schijnt is het werkelijk een echte feestdag. Het is een dag vol leuke ontdekkingen en ontmoetingen.
Ook in ons atelier bruist het die dag van de geschiedenis en het ambacht in de kunst.
Sinds 1855 is dit pand al een kunstwerkplaats, waar nu nog immer veel kunstenaars en kunstminnenden elkaar ontmoeten.
Dick van Wijk werkt hier iedere dag aan zijn beelden en permanent komen hier geïnteresseerden voor de geschiedenis van atelier Nicolas en de nieuwe glaskunst van internationale professionele glaskunstenaars.

In het monumentenweekend geven wij met een heel team op onze locatie informatie over de kunst die gerelateerd is aan de geschiedenis van het voormalig atelier Nicolas.

Te zien zijn:

  • 2 grote gebrandschilderde ramen van Joep Nicolas
  • de geschiedenis van het inventariseren, en conserveren van de mooie cartons (ontwerptekeningen) van atelier Frans Nicolas
  • kunst en ambacht van de beelden van Dick van Wijk
  • restauratie atelier Restaura; zij restaureren kunstwerken voor vele musea, archeologen, en gemeenten
  • over textielrestauratie van gewaden, vaandels en vlaggen
  • informatie over “de genade van de steiger” : monumentale kerkelijke muurschilderkunst in het interbellum
  • ambacht en techniek van de eigentijdse glaskunst
  • en in het theehuis ziet U een leuke demonstratie over het werken voor de vlam om mooie glaskralen te maken.

Tijdens deze dagen zijn aanwezig:

  • Andrea Peeters en/of Dirk van de Leemput (cartons) Sociaal Historisch Centrum Maastricht
  • Doortje Lucassen (textielrestauratie) Sociaal Historisch Centrum Maastricht
  • Helma Helgers (glaskralen)
  • Bernadette van Hellenberg Hubar, kunsthistoricus ( De genade van de steiger)
  • en Dick en ik natuurlijk.

De koffie staat klaar en wij heten U allen van harte welkom.

De toegang is gratis zoals gewoonlijk in de galerie en het atelier dat in september en oktober weer alle weekenden geopend is.

Mocht U graag een aparte ontvangst met koffie en vla en een uitgebreide uitleg over de geschiedenis van het atelier willen hebben; dan graag van te voren reserveren bij Dick of Mariska.
Dit kan iedere dag van de week. De kosten zijn dan 7,50 euro p.p.

Hartelijke groet en tot ziens in Roermond,

Dick en Mariska

Nicolas, Derkinderen en Goudse glazen in de 'Genade van de steiger' (2013)
Een deel van het stuk over Nicolas, Derkinderen en Goudse glazen in de ‘Genade van de steiger’.

Zelf geef ik uitleg aan de hand van mijn boek De genade van de steiger, waarin ik naast de schilderingen ook het glas-in-lood van Nicolas behandel. Het betreffende item is hier op de website opgenomen.
Misschien is er ook ruimte om nog wat te vertellen over de vernieuwende glazen van Joseph Cuypers in de nieuwe Bavo, waarover mijn volgende boek gaat.

Wie weet, zien we elkaar zaterdag!

;-) B.

Grafmonument familie Cuypers te Roermond (2005)

Pierre Cuypers op de leeftijd van 48 en 90 jaar.1

 

Terugblik

Mijn relatie met Cuypers startte in 1978, tijdens mijn afstudeeronderzoek naar de romaanse oostpartij van de Servaaskerk te Maastricht. Op dat moment was de hele uitmonstering op de koortravee en de apsis na, nog helemaal aanwezig en je kon de bouwgeschiedenis niet doorgronden, zonder je eerst door de ingrepen van Cuypers heen te werken. Aanvankelijk vol weerzin tegen die negentiende-eeuwse, ‘vertroebelende’ laag, groeide lopende het project waardering en bewondering voor de kennis van deze architect en zijn twee kompanen, Victor de Stuers en Jozef Alberdingk Thijm. Dat was het begin van een avontuur dat leidde tot de oprichting van het Cuypersgenootschap in 1984 en mijn promotie in 1995. Met het onderzoek naar de nieuwe Bavo dat in 2013 een aanvang nam, heb ik mijn fascinatie voor deze bouwmeester overgedragen op zijn zoon, Joseph Th.J. Cuypers.

Na mijn proefschrift over het programma van de voorgevel van het Rijksmuseum heb ik een aantal onderzoeken verricht die interessant zijn om Cuypers senior beter te leren kennen. Die kun je bekijken en downloaden via Cuypers4all. Hieronder vind je een samenvatting van de publicatie over zijn grafmonument in Roermond.2 In een later stadium zal een item volgen over het onderzoek naar zijn huis en tevens atelier, het huidige Cuypershuis te Roermond. Daarin komt vooral zijn vernieuwende karakter naar voren in een werkomgeving met stoommachines en in een comfortabele woonplek met een van de vroegste waterclosets (toilet) in Nederland. Tot slot komt een aantal verhalen uit de Cuyperscode aan de orde die een tipje van de persoonlijke sluier oplichten. De collectie Cuyperiana is inmiddels ook aangevuld met verhalen over Joseph Cuypers. Maar nu eerst naar het begin en het einde, de alfa en de omega: de grafkapel van en voor de familie Cuypers.

Op Allerzielen 2 november 2006 is het herstelde grafmonument van Pierre J.H. Cuypers door de bisschop van Roermond, monseigneur Frans Wiertz, na een mis in de grafkapel van de bisschoppen, plechtig ingewijd als slotceremonieel van de restauratie. De campagne werd voorbereid en begeleid door Res nova (cultuurhistorisch onderzoek, sponsoring, subsidie- en fondsenwerving, vergunningentraject, draagvlakverbreding en directie werkzaamheden) in samenwerking met architect Hans Coppen en aannemer Tom Loven te Roermond. Beeldhouwer Ton Mooy verzorgde de vier nieuwe beelden voor het monument. Als slotstuk van de restauratie zijn de vier vervangen beelden geconserveerd en overgedragen aan het stedelijk museum ‘Het Cuypershuis’ te Roermond. Voor dit werk tekende restaurateur Adriaan van Rossum. Het bestuur van de Stichting Restauratie Grafmonument dr P.J.H. Cuypers heeft na de voltooiing van de restauratie het monument overhandigd aan de familie Cuypers die voor verder gebruik en beheer zorg zal dragen. Tijdens de restauratie werden de belangen van de familie behartigd door met name drs Pierre M. Cuypers uit Bemmel.3

Grafmonument Cuypers met het ontbrekende beeld. Foto: Jan Straus

Het ontbrekende beeld op het grafmonument met links Cecilia en rechts Petrus. Foto: Jan Straus.

Het meest spannende onderdeel van de restauratie was de reconstructie van het ontbrekende beeld. Uit onderzoek bleek dat dit geïdentificeerd kon worden als Johannes de Evangelist. Hij verwijst niet alleen naar de vader van Cuypers die als oudste familielid in het graf is bijgezet, maar ook naar het visioen van het hemelse Jeruzalem dat Cuypers als symbool beschouwde van de volmaakte architectuur. Een korte samenvatting van het onderzoek is in 2005 ten behoeve van de fondsenwerving onder de titel ‘Tussen tijd en eeuwigheid’ uitgebracht en hieronder overgenomen. De afbeeldingen van het grafmonument hierin zijn van vóór de restauratie. Het hoofdrapport met de waardenstelling kan overigens gedownload worden via deze link.

Cuypers' gerestaureerd grafmonument met Petrus en Catharina. Foto 2005 Cuypers' gerestaureerd grafmonument met Cecilia en Catharina. Foto 2015.
Het nieuwe beeld Johannes, het meer vrij gekopieerde beeld Petrus en de gereproduceerde beelden Cecilia en Catharina (van links naar rechts).

Tussen tijd en eeuwigheid

Begraven, maar niet vergeten!

Architect dr Pierre Cuypers (bekend van onder meer het Rijksmuseum en het Centraal station in Amsterdam) ligt begraven op ‘d’n Aje Kirkhoaf’ in Roermond. Het grafmonument, waar ook andere leden van zijn familie hun laatste rustplaats hebben, en het ontwerp van de begraafplaats zelf zijn beide van zijn hand en hebben sinds enkele jaren de status van rijksmonument.

Wie was Pierre Cuypers?

Pierre Cuypers werd in Roermond geboren op 16 mei 1827. Na het stedelijk gymnasium ging hij in 1844 naar de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten in Antwerpen om zich te ontwikkelen als architect en allround ontwerper op het gebied van de toegepaste kunsten. In 1849 keerde hij terug naar Roermond, bekroond met de prix d’excellence. Een jaar later stelde de gemeente hem aan als stadsarchitect, terwijl hij door de bisschop van Roermond belast werd met de restauratie van de Munsterkerk.

Vanaf het begin maakte Cuypers naam met wat we kortweg als neogotiek aanduiden: hij ontwikkelde een eigentijdse stijl, waarbij hij elementen uit de Europese gotiek combineerde met inheemse motieven en materialen. Met name baksteen was favoriet. In Antwerpen waren de angry young men van de Academie te hoop gelopen tegen de bepleisterde schijnarchitectuur. In plaats daarvan werd ‘kale’ baksteen gebruikt: eerlijk en duurzaam materiaal dat op dat moment echter een armoedige reputatie had. Door dit te combineren met verfijnde metseltechnieken en toe te passen in verschillende kleurschakeringen, wist Cuypers de markt te interesseren voor zijn nieuwe manier van bouwen. Op den duur slaagde hij er zo in om een eigen ‘nationaal’ gezicht te geven aan internationale stromingen als de neogotiek en de neorenaissance.

Cuypers' huis en werkplaatsen te Roermond circa 1900.
Avant garde-architectuur van 1853: het woonhuis met de werkplaatsen te Roermond.

Zijn middeleeuws aandoende stijl, waarmee Cuypers teruggreep op de inheemse bouwtradities, was toentertijd zeer modern. Het complex van zijn eigen woonhuis en enkele werkplaatsen (tegenwoordig het Cuypershuis van Roermond) gold bij oplevering in 1853 als een avant-gardistisch visitekaartje van het architectenbureau en de kunstwerkplaatsen van Cuypers.

In 1850 trouwde Cuypers met de Antwerpse modiste Rosalie van de Vin. Zij overleed echter in 1855, kort na de dood van hun tweede dochtertje. In 1859 hertrouwde hij met Antoinette, de jongste zus van de Amsterdamse koopman en publicist Joseph Alberdingk Thijm, een goede vriend van Cuypers. Nenny, zoals zij in huiselijke kring heette, en Pierre kregen vijf kinderen, waarvan zoon Joseph zelf ook een bekend architect werd. Beide echtgenotes en Joseph en zijn vrouw Delphine zijn bijgezet in het familiegraf in Roermond.

Voor de verdere ontwikkeling van architectenbureau Cuypers is zijn succes als ‘netwerker’ bijzonder belangrijk. In 1853 werd de kerkelijke hiërarchie hersteld in Nederland, hetgeen betekende dat de katholieke kerk zich als organisatie in het land mocht vestigen. Het gevolg was dat de paus met goedkeuring van de Nederlandse staat overging tot de oprichting van nieuwe bisdommen, van waaruit over heel Nederland nieuwe parochies werden gesticht. Dit luidde een hausse in de kerkenbouw in. Cuypers was samen met zijn compagnon Frans Stoltzenberg juist in 1853 van start gegaan met hun atelier voor christelijke kunst en had zich in Antwerpen al bekwaamd in de neogotische kerkenbouw. De timing om deze nieuwe markt te veroveren, was dus perfect.

De Willibrordus-buiten-de-Veste te Amsterdam, ontworpen door Cuypers (1864-1866) en voltooid door Joseph Th.J. Cuypers in 1897 en 1923.
De Willibrordus-buiten-de-Veste, ontworpen door Pierre Cuypers (1864-1866). Van de hoge torens van deze zogenaamde Kathedraal van Amsterdam, werd uiteindelijk alleen die op de viering uitgevoerd, en wel door Joseph Cuypers. De kerk is gesloopt in 1970.

In 1863 verhuisde Cuypers zijn architectenbureau naar Amsterdam, waar ‘het’ immers allemaal gebeurde. Mede door zijn functie als lid van het College van Rijksadviseurs voor de Monumenten van Geschiedenis en Kunst en zijn relatie met Victor de Stuers kreeg Cuypers de opdrachten voor het Rijksmuseum en het Centraal Station in Amsterdam alsmede vele restauratieopdrachten.

Ook bij deze prestigieuze opdrachten paste Cuypers consequent baksteen als bouwmateriaal toe. Voor het Rijksmuseum liet hij zelfs een speciaal formaat ontwikkelen. Geen wonder dat zowel de vereniging van baksteenfabrikanten als de Nederlandse aannemersvereniging Cuypers huldigde bij verschillende jubilea. Doordat hij als voortrekker het traditionele bouwvak in ere had hersteld, was het spin-off effect van zijn praktijk voor zowel de ene als de andere bedrijfstak aanzienlijk.

Behalve als architect was Cuypers actief als politicus in de gemeenteraad van Amsterdam en Roermond en richtte hij een van de eerste werkgeversorganisaties in Nederland op.

Stadsplattegrond van Roermond uit 1902.
Stadsplattegrond van Roermond uit 1902: de clustering van gebouwen op het snijpunt van de wegen linksonder betreft het complex van de Kapel in het Zand. Aan de weg die naar het zuiden loopt, ligt de entree tot het kerkhof.

De begraafplaats ‘d’n Aje Kirkhoaf’ in Roermond

In de negentiende eeuw maakte de dood meer deel uit van het dagelijkse leven dan vandaag de dag. De frequentie waarmee men familie en vrienden verloor was relatief hoog ten gevolge van een verhoudingsgewijs laag peil van de kraam- en algemene gezondheidszorg. De positie die men bij leven had moest ook zichtbaar zijn na de dood. Graven waren statussymbolen, waarbij families elkaar de loef af wilden steken met de fraaiste monumenten. De laatste rustplaats werd het middelpunt van architectonische, beeldhouwkundige en sierijzeren hoogstandjes. Zo bevindt zich op het kerkhof in Roermond neogotische (graf)kunst van hoge kwaliteit in een parkachtige omgeving.

De ‘Aje Kirkhoaf’ is een van de oudste algemene begraafplaatsen in Nederland en kent een strikte scheiding van de diverse geloofsovertuigingen, zoals die in Nederland vanaf het eind van de achttiende eeuw voor dodenakkers werd doorgevoerd. Naast de indeling in religie is er op het kerkhof ook een duidelijk onderscheid in vier klassen. In de eerste klasse lieten de rijken zich begraven in “eeuwigdurende graven”, met monumentale opbouwen en indrukwekkende grafkelders. De tweede en derde klasse bestonden uit huurgraven, de vierde klasse was bedoeld voor de armste bewoners.

Deze indeling is van de hand van Cuypers, die als stadsarchitect in 1858 de begraafplaats opnieuw inrichtte. Toen ontstond ook het lineaire karakter van het kerkhof en de aandacht voor de beplanting. Inrichting en beplanting van de begraafplaats zijn belangrijk om bezoekers in de juiste sfeer te brengen. Cuypers en zijn tijdgenoten deelden de romantische visie dat de weemoed op een kerkhof een brug sloeg tussen hemel en aarde.

Cuypers gerestaureerd grafmonument aan de voet van de bisschoppelijke Grafkapel. Foto: Jan Straus
Het grafmonument van P.J.H. Cuypers ligt aan het koor van de bisschoppelijke Grafkapel. Deze symbolisch zeer belangrijke locatie zorgt ervoor dat zijn status tot het einde der tijden is verzekerd.

Cuypers’ boodschap

Het versleutelen van boodschappen in de kunst door middel van symbolen is iets van alle tijden. Bij Cuypers kan men deze ontcijferen, omdat zijn beeldentaal geënt was op een brede onderstroom van collectief bewustzijn die sterk bepaald was door het katholieke geloof. Dit kent een schat aan metaforen rond het thema ‘dood en verrijzenis’. Het kerkhof wordt beschouwd als het vertrekpunt naar het paradijs. Dit paradijs wordt gevonden in de heilige Stad, het hemels Jeruzalem dat de evangelist Johannes in de Openbaringen heeft beschreven. Deze stad staat symbool voor de katholieke maatschappij met haar heilige ordening in rangen en standen, die op haar beurt weer is ingebed in de indeling van het kerkhof. Maar dit hemelse Jeruzalem wordt ook zichtbaar gemaakt door middel van architectuur, beelden, schilderingen, (edel)smeedkunst en glas-in-lood in het aardse kerkgebouw dat als een voorafspiegeling van de Goddelijke stad geldt. Elementen als deze vormen de kern van Cuypers’ gedachtegoed, waarin de architect een rijke middeleeuwse symboliek en de rituelen van het katholieke geloof versleutelde.

Naast het thema van het hemels Jeruzalem, speelde het lijdensmotief een toonaangevende rol: het centrale ritueel in het katholieke geloof bestaat uit de eucharistie, het ‘Heilig Sacrament des Altaars’, waarbij het bloedige lijden en sterven van Christus op onbloedige wijze wordt herdacht. Daarom bevat elk altaar een kleine holte: het sepulchrum, dat een verwijzing vormt naar het graf van Christus. Iedere kerk was zo tevens de grafkerk van Christus en verwees als zodanig naar de Grafkerk bij uitstek in Jeruzalem. Dit gebouw, opgetrokken boven het lege graf van Christus (Jezus is herrezen), vormt – hoe kan het ook anders – een christelijk icoon van klasse.

Grafmonument Cuypers met de leeuw als symbool van Marcus. Grafmonument Cuypers met de os als symbool van Lucas. Grafmonument Cuypers met de adelaar als symbool van Johannes. Grafmonument Cuypers met de mens als symbool van Mattheus.
De vier evangelistensymbolen in de hoeken van het randschrift rondom de zerk en de gedenkpijler: de leeuw van Marcus, de os van Lucas, de adelaar van Johannes en de engel of mens van Mattheus.

Beide thema’s herkende Cuypers op goede gronden in de middeleeuwse Munsterkerk te Roermond. Toen hij dan ook in 1887 opdracht kreeg om een bisschoppelijke Grafkapel op ‘d’n Aje Kirkhoaf’ te ontwerpen, greep hij terug op dit model. Cuypers was waarschijnlijk al in 1858, ten tijde van de herinrichting van het kerkhof, op de hoogte van de geoormerkte positie van die grafkapel en heeft deze voorkennis gebruikt bij de bepaling van de locatie van zijn eigen graf. Als voorafbeelding van het hemels Jeruzalem, wordt de begraafplaats als het ware tot een microkosmos van de maatschappij. Het centrum van deze microkosmos wordt gevormd door de bisschoppelijke Grafkapel. Door deze symboliek plaatste Cuypers zijn graf zowel ín het hemels Jeruzalem als in de directe nabijheid van deze heilige Stad.

Grafmonument Cuypers voor de restauratie. Foto: Jan Straus
Het grafmonument van dr Pierre J.H. Cuypers te Roermond voor de restauratie (Foto: Jan Straus)

Het grafmonument van de familie Cuypers

Locatie en oriëntatie óp de begraafplaats waren van essentieel belang. Direct na de voltooiing van de werkzaamheden in 1858 wist Pierre Cuypers een vergunning te verkrijgen voor de bouw van een grafkelder op een prominente positie, in de directe nabijheid van de dertig jaar later door hem gebouwde bisschoppelijke Grafkapel.

Het grafmonument is één van de meest opvallende gedenktekens op het kerkhof. Zij geldt als eerbetoon aan zijn overleden familieleden en uiteindelijk ook voor Cuypers zelf. Het monument bestaat uit twee zerken en een grootse gedenkpijler. Op de sokkel, voorzien van de namen van de in het graf gelegen personen, is een opbouw met vier elegante heiligenfiguren geplaatst. De neogotische vormentaal van het geheel is kenmerkend voor de tweede helft van de negentiende eeuw. Het is bovendien de ‘taal’ die Cuypers gedurende zijn carrière vervolmaakte en op grote schaal toepaste.

De grafzerk van Rosa dateert van 1858 en is ontworpen in middeleeuwse stijl. Inspiratiebron hiervoor was de zerk die Cuypers vriend, geestverwant en latere zwager, Josef Alberdingk Thijm in 1855 voor de laatste rustplaats van zijn familie ontwierp. Rosa staat als het ware in een gotische kerk – verwijzing naar het hemels Jeruzalem – en is omringd door de vier evangelistensymbolen die aan ‘den ingang der poorte van het huis des Heere’ staan.

Grafmonument Cuypers voor de restauratie met de zerk van Rosa. Foto: Jan Straus
De zerk van Cuypers’ eerste vrouw, Rosa van de Vin.

De gedenkpijler, waartoe ook vier heiligenbeelden behoren, is ontstaan na de dood van Cuypers’ tweede vrouw, in 1898. De heiligen Cecilia en Catharina zijn beide verwijzingen naar Nenny; Cecilia als patrones van de muziek, Catharina als naamheilige. Beide figuren keren ook terug op een piano die Cuypers als verlovingsgeschenk aan zijn jonge vrouw had geschonken. Petrus is niet alleen afgebeeld als de naamheilige van Pierre Cuypers, maar ook als de drager van de sleutels die toegang bieden tot de poorten van de hemel, de heilige Stad. Verder was Petrus de eerste bisschop van Rome en staat hij dus symbool voor de aardse kerk.

Het vierde beeld, dat met moeite geïdentificeerd kon worden, is Johannes. Hij kreeg niet alleen een plaats als naamheilige van de vader van Cuypers, maar vooral als Johannes de evangelist die het hemels Jeruzalem in zijn visioen heeft gezien. Hij is op het grafmonument zo geplaatst dat hij kijkt naar de bisschoppelijke Grafkapel, de aardse voorafspiegeling van het hemels Jeruzalem.

Grafmonument Cuypers Mariasymbool roos op hoek baldakijn.  Grafmonument Cuypers Mariasymbool maarts viooltje op hoek baldakijn.  Grafmonument Cuypers Mariasymbool maarts viooltje op hoek baldakijn.  Grafmonument Cuypers Mariasymbool roos op hoek baldakijn.
De hoeken van de baldakijnen boven de vier heiligen zijn gesierd met bloemen die terug te voeren zijn tot de roos en het maarts viooltje: beide behoren tot de Mariasymbolen

Tot in details als de bloemmotieven toe werkt de symboliek door. De associatie van bloemen, hiernamaals en verrijzenis is al zo oud als de prehistorie. De rol van de bloemen in de grafcultus wordt op prachtige wijze door Cuypers verwoord, wanneer hij zijn zoon Joseph na een bezoek aan het graf van Nenny schrijft: ‘Wat is verwonderlijk hoe fraai de bloemen blijven op Moeders graf. Er zijn rozenknoppen die voortdurend ontluiken. Het groen is zoo frisch of ‘t slechts eenige uren aan de stam onttrokken is -‘. Dit thema lijkt vertaald te zijn in de stenen rozen aan de baldakijnen die in een eeuwigdurend ontluiken zijn verstild.

Met de restauratie van het monumenten zijn de graven geschud en de beenderen verzameld. Rustend tussen zijn beide vrouwen is Cuypers op 2 november 2006 opnieuw ten grave gelegd in de crypte die hij voor zijn familie had bestemd. Dona eis requiem sempiternam.

Mozaïek van Cuypers: de vloer van het koor van de Munsterkerk.
Mozaïek van Cuypers de vloer van het koor van de Munsterkerk met het Benedicite.

Delen is ons motto, dus iedereen mag gebruik maken van de gegevens die hier staan, maar wel binnen de termen van de Creative Commons licentie.4

Over delen gesproken, je kunt ons en andere onderzoekers helpen door deze pagina te delen via de knop delen onderaan de pagina

;-) B(&M)

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


Verwijzingen &

  1. Deze en andere foto’s in dit item zijn ontleend aan het onderzoek over het grafmonument, waarvan de volledige titel luidt: Bernadette van Hellenberg Hubar en Don Rackham. Het familiegraf van Pierre J.H. Cuypers. Cultuurhistorische analyse met waardenstelling. 1ste dr. Ohé en Laak/Horn: Res nova-VanHH.org, 2005. http://bit.ly/2jT4LM3-Cuyperiana. Onder deze laatste link kan het onderzoek ingekeken en gedownload worden.
  2. Het onderzoek is uitgevoerd in nauwe samenwerking met drs Don Rackham van Res nova Monumenten die een groot deel van de tekst van de publicatie voor zijn rekening nam.
  3. Terugblikkend op dit project, anno 2019, was niet alleen de restauratie op zich een heel avontuur: het bleek ook een hele uitdaging om uit de specialistische tekst van het rapport een eenvoudige leesbare brochure te destilleren. Hier mag niet onvermeld blijven dat onze co-onderzoeker, Don Rackham, de collegiale toets verrichtte en drs Roland Bruynesteyn MBA ons hielp met het verder vereenvoudigen van de tekst en de redactie op zich nam. Bij dit project voerde de laatste ook de fondsenwerving uit namens het bestuur van de restauratiestichting.
  4. Voor deze site hanteren we de Creative Commons licentie, gespecificeerd onder deze link: http://bit.ly/Copyright-CC-BY-NC-SA-4-0. Dus geen commercieel gebruik en absoluut naamsvermelding, zoals geldt voor al onze teksten en foto’s op onze sites. Hiertoe rekenen we ook onze pagina’s op Facebook en Blogger. Voor de goede orde, alles wat ten dienste komt van kennisverspreiding, beheer en behoud van erfgoed zonderen we uit van commercieel gebruik.

De verkorte link van deze webpagina is http://bit.ly/1PHUGJ4.

← Terug naar de hoofdpagina van de Joseph Cuypers Collectie

← Terug naar de hoofdpagina van Cuypers assortiment

 

Tweemaal lezing ‘Genade van de steiger’

Op 13 april aanstaande houd ik een lezing voor de kring Maastricht van Limburgs Geschied- en Oudheidkundig Genootschap en op 22 april voor de stichting RURA te Roermond. Hieronder vind je de aankondiging!


Lezing 'Genade van de Steiger': F.H. Bach in de Juvenaatskapel te Maastricht (1922-1927).
Een van de schilderingen van F.H. Bach in de Juvenaatskapel te Maastricht (1922-1927). Foto: Beeldbank RCE-Pixelpolder.

Bernadette van Hellenberg Hubar,
De genade van de steiger, monumentale schilderkunst in het interbellum (met een accent op Maastrichtse voorbeelden)
Lezing voor de kring Maastricht van LGOG
13 april 2015. ((Locatie en tijdstip: Stayokay, Maasboulevard 10, 6211 JW Maastricht om 19:45 uur.))

De genade van de steiger, monumentale schilderkunst in het interbellum (met een accent op Roermondse voorbeelden)
Lezing voor de stichting RURA te Roermond
22 april 2015. ((Locatie en tijdstip: Forum te Maasniel, inloop vanaf 19.15 uur, start om 19.30 uur.))

Algemeen — De lezing gaat over het onderzoek naar monumentale kerkelijke schilderkunst in het interbellum, dat in opdracht van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed werd uitgevoerd. Dit resulteerde in het eerste boek over dit onderwerp: De genade van de steiger. De titel reflecteert de worsteling van de kunstenaar die in allerlei houdingen hoog op de steiger zijn werk uitvoert en in zijn hoofd een berekening moet maken van hoe dit er vanaf de grond uit komt te zien. Een beetje genade was daarbij onmisbaar.

Over monumentale schilderkunst uit de twintigste eeuw was nauwelijks iets bekend: niet alleen strikt genomen wat betreft de jaren twintig en dertig, maar ook over de aanloop vanaf circa 1900 en de nasleep na 1940. De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed constateerde dat het gesignaleerde hiaat dit segment van de kerkelijke kunst onzichtbaar dreigde te maken. De geïnitieerde inhaalslag heeft er toe geleid dat er veel relevante informatie beschikbaar is gekomen voor het beheer en behoud van dit type erfgoed. Dat blijkt op verschillende niveaus opportuun te zijn.

Maastricht — Zo is in Maastricht onlangs de enige muurschildering van Henri Jonas – in de Koepelkerk – gerestaureerd door de SRAL (Stichting Restauratie Atelier Limburg). ((Zie het fragment op deze site via http://wp.me/P4eh3s-1ms.)) Minder goed is het gesteld met het werk van Jan Grégoire en Jaap Mes in de Lambertuskerk, terwijl de leegstand van het vroegere juvenaat van de broeders Maastricht het nodige doet vrezen voor de schilderingen van F.H. Bach. Daartegenover staat weer het werk van Harrie Schoonbrood en Eugène Laudy in de Hubertuskerk dat ondanks de herbestemming van het gebouw tot sportschool ongemoeid bleef. ((Voor meer informatie over dit laatste voorbeeld zie http://wp.me/p4eh3s-fU.))

Roermond — Wat betreft Roermond is het met name de figuur van Joseph Th.J. Cuypers die centraal staat, de zoon van de architect van het Cuypershuis en het Rijksmuseum, Pierre J.H. Cuypers. Niet alleen probeerde Joseph Cuypers professioneel opgeleid kerkschilders als Joan Collette aan de kunstwerkplaatsen te verbinden, maar ook – hoewel hij het aanbod afsloeg – een autodidact als Joep Nicolas. Overigens komt een van de ontdekkingen van het onderzoek, Augustijn Hermans, zelf uit de stal van de Roermondse werkplaatsen.

Personalia — Bernadette van Hellenberg Hubar (1956) houdt zich vanaf de jaren ’80 bezig met monumentale kunst, onder meer als onderdeel van het oeuvre van de architectenfamilie Cuypers. Zij promoveerde op het proefschrift Arbeid & Bezieling, over de esthetica van Pierre J.H. Cuypers, Joseph A. Alberdingk Thijm en Victor E.L. de Stuers, zoals uitgedrukt in de voorgevel van het Rijksmuseum. Op dit moment is ze bezig met een boek over de nieuwe Bavokathedraal te Haarlem (1895-1930), een werk van Joseph Th.J. Cuypers. ((Voor Arbeid & Bezieling volg deze link, voor de nieuwe Bavo deze. De verkorte link van de onderhavige blogpost is http://wp.me/p4eh3s-1BO.))

Lezing: Joseph Cuypers | Cuypers & Co, Gewelfschildering in de kapel van kasteel De Haar , circa 1917.
Joseph Cuypers | Cuypers & Co, Gewelfschildering in de kapel van kasteel De Haar (circa 1917). De gewelven in deze kapel zijn uiteindelijk niet voltooid en in 1926 verwijderd. Ook de schilderingen zijn dus verdwenen. Ik heb dit ontwerp van Joseph Cuypers geanalyseerd in mijn boek ‘De genade van de steiger’. Met dank aan Jacqueline Heijenbrok van De Fabryck ((Hubar, De genade van de steiger, pp. 229-230. Jacqueline Heijenbrok, Guido Steenmeijer, Katrien Timmers, Wat een weelde. Tien eeuwen Kasteel de Haar, Zwolle-Amersfoort 2013, p.391.

→ Door naar De genade van de steiger!))

De genade van de steiger kan rechtstreeks besteld worden bij de Walburg Pers.

_________________________________

Voetnoten:

De voetsporen van Joep Nicolas | Glasbiënnale Roermond

Ook zo genoten van de tentoonstelling over Joep Nicolas in Cuypershuis te Roermond afgelopen jaar? Maak dan een afspraak bij Galerie Mariska Dirkx (www.galeriemariskadirkx.nl) in het voormalige atelier van Joep Nicolas.

Joep Nicolas, Portret van de vrouw van Max Weiss.

Joep Nicolas, Portret van de vrouw van zijn chef de atelier, Max Weiss, circa 1930 (detail) met in de spiegeling de ruimte van zijn vroegere atelier. Te zien op de tentoonstelling ‘De voetsporen van Joep Nicolas’, Galerie Mariska Dirkx te Roermond. Foto, Marij Coenen 2014. ((Voor meer informatie zie www.galeriemariskadirkx.nl.))

Als je een boek schrijft over kunstenaars – want dat is De genade van de steiger natuurlijk – ga je met elk van hen een relatie aan. Met ieder van hen is het dansen op het scherp van de snede tussen wetenschappelijke afstandelijkheid en empathie. Dat dat laatste zeker zo belangrijk is als de objectiverende logica, is er bij mij wel ingeprent. Ik hoor nog mijn promotor Paulus citeren door ons voor te houden: als je de liefde niet hebt …

Daar had hij zonder meer gelijk in en het aparte is, dat de beroemde kunstenaar en -theoreticus Albrecht Dürer dat ook al stelde. Met zijn visie eindig ik de inleiding van De genade van de steiger: je hoeft een geslaagd werk niet lang te bekijken, want zoiets trekt de mensen onmiddellijk naar zich toe door een ongelooflijke liefde. ((Hubar, Arbeid en Bezieling, pp. 232; 254; parafrase van de Oudhollandse vertaling Van de Menschelijcke Proportien (1622) die zich in de bibliotheek van de Rijksacademie bevond: men hoeft ‘een loflick werck niet langh aen te zien/ maer dat selve treckt terstont alle verstandighe tot onghelooflicke liefde van sich selve.’))

Het zou eigenlijk geen betoog behoeven dat dit nu precies is wat het werk van Joep Nicolas doet. Maar zo’n betoog is wel degelijk nodig, want hij is in geen enkele vaste collectie van enig Nederlands museum nog te zien. Misschien gaat dat veranderen na de twee tentoonstellingen in Roermond, de een in het Cuypershuis (tot 22 februari 2015) en de andere in zijn vroegere atelier, waar nu de Galerie van Mariska Dirkx gevestigd is en beeldhouwer Dick van Wijk zijn werkplaats heeft. Deze laatste expositie, De voetsporen van Joep Nicolas, wordt gecombineerd met de tiende glasbiënnale van Mariska Dirkx in de kruisgang van het kartuizer klooster (beide eindigden 22 oktober 2014, maar een aantal werken blijft tentoongesteld in de galerie van Mariska Dirkx die op afspraak te bezoeken is). ((Voor meer informatie zie www.galeriemariskadirkx.nl.))

De tentoonstellingen vormden een mooie aanleiding om het stuk over de glazen van Joep Nicolas uit De genade van de steiger on line te zetten. Omdat het boek over monumentale schilderkunst gaat, verwachten de meeste mensen niet direct informatie over het medium glas-in-lood. Waarom dat toch het geval is, leg ik uit bij het item zelf. ((Surf daarvoor naar http://bit.ly/GvdS-Nicolas-glazen.)) Hier wil ik nog even terugkomen op de reactie van Mariska Dirkx op dit fragment uit De genade van de steiger:

Bernadette, wat heb je een prachtige uiteenzetting geschreven over het werk van Joep Nicolas! Zo uitgebreid heb ik het nog nergens gelezen. Het is een plezier om zo samen naar het werk te kijken.

Dat is toch wel heel prettig om te horen van iemand die al vanaf 1986 met het werk van Nicolas bezig is. ((Mariska Dirkx staat aan de basis van de herwaardering van het gehele werk van de familie Nicolas: http://www.galeriemariskadirkx.nl/nicolas.html.)) Na zo’n opmaat ben je meer dan welkom om zelf een kijkje te nemen bij http://bit.ly/GvdS-Nicolas-glazen.

Ondertussen hoop ik je ook te verleiden om Roermond te bezoeken. Want niet alleen de Nicolastentoonstellingen, maar ook de glasbiënnale is een feest. Een mooiere ambiance voor dit medium dan het oude kartuizer klooster is nauwelijks te vinden. ((Adressen: Wilhelminasingel 67 – Roermond: het voormalige atelier Joep Nicolas. Swalmerstraat 100 – Roermond: Eigentijdse glaskunst van moderne glaskunstenaars, fragmenten van de grootste glasvondst in N.W. Europa in de kruisgangen van het voormalig kartuizerklooster. Openingstijden op beide locaties: zaterdag en zondag van 13 – 17 uur. Toegang gratis. ))

Ga kijken in Roermond!

B. ((Verkorte link van dit item: http://wp.me/p4eh3s-10n.

< Surf verder naar http://bit.ly/GvdS-Nicolas-glazen!))

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!

 

Arbeid & Bezieling bij het Rijksmuseum (proefschrift)

Arbeid & Bezieling bij het Rijksmuseum (proefschrift) — De Engelse samenvatting van mijn proefschrift wordt voorafgegaan door de lezing die ik een paar keer voor de masterclass van de Open Universtiteit heb gehouden.

Arbeid & Bezieling | Masterclass Open Universiteit over het Rijksmuseum

Arbeid & Bezieling — De presentatie hierboven is gebaseerd op mijn proefschrift Arbeid & Bezieling dat in het bijzonder gaat over het programma van de voorgevel van het Rijksmuseum.[1] Aan de hand van dit verhaal heb ik uitleg gegeven aan de masterclass van de Open Universiteit over de invloed van het Rijksmuseum op onze interpretatie van de renaissance (en de middeleeuwen) als nationale cultuurdrager(s). Deze bijeenkomst stond onder leiding van professor dr. Paul van den Akker van de Open Universiteit (12 mei 2017 en 3 mei 2019), die zelf een lezing gaf over ons beeld van de renaissancestad bij uitstek, Florence. Het was een plezierige bijeenkomst die in 2017 voortgezet werd op locatie bij het Rijksmuseum. Het is één ding om een presentatie te geven en weer een ander om het onderwerp daarvan met eigen ogen te kunnen bekijken. Dat leidde tot een aantal interessante vragen en discussie. Bij de rondwandeling is ook ingegaan op verschillende aspecten van de afgelopen restauratie.

Spijtig genoeg kon ik in 2019 fysiek niet bij de masterclass aanwezig zijn. Het bleek wel een uitgelezen aanleiding om voor het eerst een presentatie on line via Skype te geven. Dat ging veel beter dan ik had verwacht, vooral door de dialoog tijdens het verhaal met Paul van den Akker.

Hoewel het in 2017 tot in de middag pijpenstelen regende, kwam gelukkig op tijd de zon door. Zou het dan toch geholpen hebben om een worst aan de heilige Clara te beloven?[2] 

Aan de hand van de Engelse samenvatting hieronder kun je een eerste indruk opdoen van Arbeid & Bezieling.

;-) B.[3] 

Masterclass Open Universiteit bij het Rijksmuseum (2017).

Masterclass Open Universiteit bij het Rijksmuseum: uitleg van de topgevel met Arbeid & Bezieling (2017).

Naar aanleiding van de presentatie:

  • Op het bezoek van Albrecht Dürer aan Den Bosch wordt kort ingegaan in deze blog. Van het item over Jeroen Bosch is inmiddels een apart webartikel gemaakt.
  • Over het fenomeen gipsafgietsel heeft Hanno van der Lans een lemma gemaakt voor Wikipedia. Hij heeft daarvoor onder meer gebruik gemaakt van mijn artikel over het Rijksmuseum – het Nederlandsch Museum voor Geschiedenis en Kunst en de collectie gipsafgietsels – uit 1983: http://bit.ly/Hubar-gipsafgietsels.

Karel van Manderprijs

29 maart 1995 promoveerde ik aan de Katholieke Universiteit van Nijmegen op het proefschrift Arbeid & Bezieling, de esthetica van P.J.H. Cuypers, J.A. Alberdingk Thijm en V.E.L. de Stuers, en de voorgevel van het Rijksmuseum. Daarna zou het nog twee jaar duren eer de handelseditie van het proefschrift uitkwam. Het was een hele eer dat het werk in datzelfde jaar, 1997, bekroond werd met de Karel van Manderprijs voor beste boek op het gebied van architectuurgeschiedenis en beeldhouwkunst van de Vereniging van Nederlandse Kunsthistorici (VNK).

Dat het die onderscheiding ontving, mag best een wonder heten, want het is een buitengewoon complexe studie. Ik heb nooit meer iets geschreven dat zo ingewikkeld is: in de beste tradities van de grote iconoloog Erwin Panofsky is op grond van kunsttheoretische, filosofische, theologische en architectuurhistorische bronnen getraceerd, wat mogelijkerwijs achter het beeldprogramma van de voorgevel van het Rijksmuseum schuilgaat. Ook andere delen van het museumgebouw zijn daarbij betrokken, maar het accent ligt op de façade aan de Stadhouderskade die als een compendium in steen opgevat kan worden van de opvattingen van het driemanschap Cuypers, Thijm en De Stuers. Hoe ik dit onderzoek heb aangepakt kun je lezen in de inleiding die de veelzeggende titel draagt: Een poging in de kunst.[4]

Een van mijn dromen is om op basis van Arbeid & Bezieling een klein, makkelijk toegankelijk boekje te schrijven over de buitenkant van het Rijksmuseum, zodat de bezoeker met dit bijzondere programma kennis kan maken. Tot het zover is, nodig ik je graag uit om onderstaande samenvatting te lezen.

Het Rijksmuseum van Pierre J.H. Cuypers (1875-1885)

Het Rijksmuseum kort na de opening in 1885. Aan de voet van de gelijkzijdige, centrale topgevel zitten de beelden van Arbeid & Bezieling (herkomst: het Nieuwe Instituut te Rotterdam, waar het archief van de firma Cuypers & Co ligt)

Labour and Inspiration

An iconological interpretation of the façade of the Amsterdam Rijksmuseum based on the aesthetics of P.J.H. Cuypers, J.A. Alberdingk Thijm and V.E.L. de Stuers

Bernadette van Hellenberg Hubar

Labour and Inspiration (Arbeid en Bezieling) is a study of the theories on the active and passive process of artistic creation of P.J.H. Cuypers, J.A. Alberdingk Thijm and V.E.L. de Stuers as they were expressed in the sculpture of the façade of the Rijksmuseum in Amsterdam and the decoration of the Arts & Crafts School in Roermond. Although in both cases the design of the ornament was supervised by Cuypers, the programme of meanings to be expressed in and through the deco­ration was devised in frequent consultations between the aesthetician and man of letters Alberdingk Thijm , the civil servant De Stuers and the architect Cuypers. In order to present their theories on both the active creative process of making a work of art and the passive artistic experience of the public and to interpret their formal expression in the Rijksmuseum and the Arts & Crafts School in Roermond, the methods of iconography and iconology have been used. In spite of their draw­backs, these methods have proved themselves to be useful instruments for an inquiry into the meaning of these decoration programmes. However, it should be remarked at the outset that the aim was not to reach quasi-objective results, but to enter into a dialogue with these works of art, leading to interpretations and reflec­tions in which the role of the educated guess is openly acknowledged.

Order and Movement

Labour and Inspiration is devided into three parts, called after a triad of con­cepts which play a central role in Thijm’s view of the development of a contem­porary Christian art formed after a devine model: “the Holy Type of Unity and Multiplicity, Order and Movement, and Harmony and Diversity”. Part I (Order and Movement) presents the opinions of the three men on the practical and idealis­tic aspects of the creation and enjoyment of art. In three chapters Cuypers’ educa­tion as an architect, Thijm’s aesthetic theories and De Stuers’ policy concerning artistic education and public art collections are discussed. Each chapter is prece­ded by a short biographical sketch of the dramatis personae of this study.

A close study of the years Cuypers spent at the Académie des Beaux Arts in Antwerp reveals not only the wide range of ‑ often conflicting ‑ theories of art that prevailed in Belgium and The Netherlands in the first half of the nineteenth century, but also the artistic practice at that time. The transformation of the classi­cist ideal of the ‘universal master’ into a romantic, quasi-mediaeval ideal of the Magister operum is a central theme in this chapter; another is the discovery that Cuypers’ professors, under the influence of J.-F. Blondel’s Cours d’Architecture, held a rhetorical view of architecture which was a major factor in determining  Cuypers’ ideas on the meaning and impact of architecture, on the role of iconolo­gical programmes and on the use of building styles and ornament.

Spotprent van J.P. Holswilder op het Rijksmuseum kort na de opening in 1885.

Spotprent van J.P. Holswilder op het Rijksmuseum kort na de opening in 1885. Het geeft een aardig beeld van wie men algemeen als de bedenkers van dit al te ‘Roomsch’ aandoende overheidsgebouw zag. Het oorspronkelijke onderschrift luidt dan ook: ‘De wijding van het bisschoppelijk paleis, genaamd “Het Rijksmuseum te Amsterdam”‘. Van links naar rechts: jonkheer Victor E.L. de Stuers, Joseph A. Alberdingk Thijm en Pierre J.H. Cuypers (herkomst: KDC Nijmegen).

Thijm’s aesthetics is presented by means of a discussion of one of his most beautiful historical novellas, The Organist of the Cathedral (De Organist van den Dom, 1848). In this work Thijm combines without effort typical Renaissance motifs such as the furor poeticus and the furor melancholicus with a general ro­mantic and catholic atmosphere, thus throwing new light on the mediaeval Cathe­dral of Utrecht, where the action takes place.

To end Part I, De Stuers’ cultural and educational policy is discussed. Both the state-supervised national programme for schooling in the arts and crafts and the idealistic programme of the National Museum for History and Art (Nederlandsch Museum voor Geschiedenis en Kunst), a subdivision of the Rijksmuseum, were dictated by the same vision on the role of the arts and crafts in society. One of De Stuers’ preoccupations was the problem of translating a creative concept into a practicable drawing and subsequently into an artistic product; another was the appeal of the work of art on its public, whose participation is made possible by the moving effect of aesthetic experience. This rhetorical view of art, in which its capacity to move the beholder is so central, is one of the characteristics of De Stuers’ museum ideology. This ideology was partly based on the “propre musée” located at the house of Cuypers’ first mentor Charles Guillon. Both preoccupa­tions of De Stuers have clearly informed the conception of the Rijksmuseum and its annexe, the Art Training School (Oefenschool).

Pierre J.H. en Joseph Th.J. Cuypers, De Teekenschool voor Nuttige en Beeldende Kunsten te Roermond (1904-1905) was net als het Rijksmuseum iconografisch opgezet als een tempel der kunst. Dit gebouw is in het oeuvre van Cuypers als enige buiten het Rijksmuseum gesierd met voorstellingen van Arbeid en Bezieling. (Opname van nà de restauratie in 1996).

Harmony and Diversity

Part II (Harmony and Diversity) is devoted to the Arts & Crafts School in Roermond and especially to its tile decoration of images of Labour and Inspira­tion. Although the Rijksmuseum antedates the Roermond School, the latter is dis­cussed first because this offers the opportunity to present the thoroughly catholic and mediaeval pair of concepts ‘inspiration’/’conception’ and ‘labour’/’craftsman’ as the background to the partly ‘Oudhollandsche’ (Old-Dutch) and partly classicist use of these concepts in the façade of the Rijksmuseum. To begin with, the buil­ding history and the architectural composition of this Gesamtkunstwerk is elucida­ted. Because of its liveliness and subtle balance between variety and variation, movement and asymmetry it is one of the outstanding Dutch examples of ‘pictu­res­que’ architecture. Cuypers ‘picturesque’ and varied design received added lustre by the colourful decoration of the exterior, where different kinds of brick, com­plex masonry motifs, sculpture and tile pictures were used. Secondly, the pro­gramme which formed the basis of all this ornament is interpreted. The represen­tation of ‘inspiration’/’conception’ is based on Mariological metaphors as they occur in the dogma De immaculata conceptione (1854); it strongly resembles the iconography of the decorations designed by Cuypers for the piano he gave as a wedding present to his second wife, Thijm’s sister Nenny. The figure of ‘inspira­tion’/’conception’ expresses an analogy between the ‘inspiration’ of Christ in Mary and the inspiration of the creative concept in the artist. This analogy was based on the interpretation of the articles devoted to Mary by Thijm’s friend, the priest and theologian Cornelis Broere. The figure of ‘labour’/’craftsman’ on the other hand shows the romantical, ‘mediaeval’ labor ethic of the three friends, which was held up to the citizens of Roermond as a harmonious model of a pros­perous society.

De personificatie van Bezieling te Roermond

Het tegeltableau van Bezieling bij de Teekenschool voor Nuttige en Beeldende Kunsten te Roermond (1905): Bezieling is afgestemd op de traditionele iconografie van de Annunciatie en wordt weergegeven als Maria (foto: Paul Kuyt 1983).

Unity and Multiplicity

Part III, Unity and Diversity, is devoted to the iconography and iconology of the Schauseite of the Rijksmuseum. The analysis of its content and meaning is preceded by a chapter which reconstructs the development of the plan, the buil­ding history and the façade sculpture, and describes the complex. The statues of Labour and Inspiration which support the façade, are the central themes here. In Thijm’s aesthetical theory and the series of conceptual associations which form an important part of it this pair of concepts is identical with that of Matter and Spirit. ‘True’ works of art can only be created in and through their interaction. The matter and craft aspect is reflected in the complex of meanings attached to the figure of Labour-Luke-Apelles as a patron of Painting, which combination goes back in essence to the apocryphal biblical story of Saint Luke painting the Madon­na. In the representation of Labour-Luke, drawing takes precedence over painting because drawing is the visual equivalent of verbal language. Labour-Luke thus illustrates the belief of Thijm, Cuypers and De Stuers in the Renaissance notion of drawing as the mediator of Platonic Ideas. The origins of this conviction can be traced through contemporary art criticism, philosophical treatises and the ‘Oudhol­landsche’ artistic theory to the Platonist humanism of Marsilio Ficino and his classical sources.

Het beeld Arbeid in de topgevel van het Rijksmuseum (Bart van den Hove 1883).

Het beeld Arbeid in de topgevel van het Rijksmuseum kreeg van Victor de Stuers de volgende beschrijving: ‘De driehoekige topgevel is aan zijn voet besloten door twee zittende beelden, de Arbeid en de Bezieling, de voorwaarden onmisbaar tot voortbrenging van ware kunstwerken; de Arbeid is een bejaard man gebogen over zijn tafel waarop hij zijn werk teekent. Naast hem een os als zinnebeeld van den ingespannen arbeid’. Deze figuur personifieert niet alleen de tekenkunst, maar verwijst tevens naar de evangelist Lucas en de klassieke schilder Apelles. Het beeld is van de hand van Bart van den Hove (1883-1885) (foto: J.J. Kuyt, 1988).

Inspiration on the other hand turns out to be John the evangelist, represented as the personification of the art of building, beholding the perfection of the heavenly Jerusalem. He is pictured in accordance with both the type of Meditatione and that of the furor poeticus, derived from the ‘Oudhollandsche’ edition of Cesare Ripa’s Iconologia. By this typology, which was extremely popular, the young man Inspi­ration symbolizes Thijm’s view of the creative power of sublimated melancholy. This theme, which was known above all through Dürer’s Melencolia I, can also be traced back to Ficino.

Het beeld Bezieling in de topgevel van het Rijksmuseum, van de hand van Bart van den Hove (1883).

Over het beeld Bezieling in de topgevel van het Rijksmuseum vertelt De Stuers: ‘De Bezieling is een jongeling naar den Hemel starend en gereed in een open boek de ontvangen ingeving op te teekenen; naast hem een arend, wiens hooge vlucht en scherpe blik hem vanouds stelden als zinnebeeld der bezieling’. Op deze bezieling kreeg men vat dankzij de furor poeticus (dichterlijke razernij), hetgeen de jonge man tot symbool van de dichtkunst maakt. Tegelijkertijd verwijst hij naar Johannes de Evangelist die als ziener van het hemelse Jeruzalem de bouwkunst vertegenwoordigt. Het beeld werd net als zijn tegenhanger Arbeid gemaakt door Bart van den Hove (1883-1885) (foto: J.J. Kuyt, 1988).

Next comes the interpretation of the decoration programme of the façade, pre­sented as a book for the laity. The strikingly classical design of the sculpture can be explained by connecting it with the double aim of emulating both the Parthe­non and the Amsterdam Town Hall by Jacob van Campen. By means of a con­struction of the history of art that had been prepared symbolically by Thijm and rationally by Viollet-le-Duc, Greek and mediaeval art could be considered as equivalents because they both represented the flowering of a culture. As a result of this specific concordance masterpieces of Greek art ‑ here the Parthenon ‑ also served as a model for contemporary projects. The emulation of the Town Hall was legitimated because its designers, Van Campen and Artus Quellinus, had tried in a similar way to find a national, classicist-’Oudhollandsch’ answer to the classics. In virtue of the central role of the Virgin, the sculpture of the Rijksmuseum can be interpreted as a litany in stone to the Madonna: the Parthenon, originally a temple devoted to a virgin goddess, had been consecrated tot the Mother of God in the early Christian age; the Amsterdam Town Hall had the Amsterdam Virgin as pa­troness, and the Rijksmuseum the Dutch Virgin. In both cases, this use of a virgin patroness originates in the use of Mary as a symbol of architecture, city-state or society. Moreover, in virtue of a multiplicity of ‘Oudhollandsche’ motifs, the Rijksmuseum would grow into a monument of patriotic feeling: a cultural and historical pantheon for national heroes, exempla virtutis, whose names and por­traits were immortalized in the tympana of the windows on the exterior. Thus the decoration of the façade presents us with a summa in which varying motifs had been connected by the “fertility and elasticity of the Christian-symbolical system” (Thijm). Various controversial catholic elements received in this fashion a diffe­rent, ‘Oudhollandsche’ and ‘classical’ interpretation.

Het centrale paneel in de latei boven de onderdoorgang van het Rijksmuseum toont het reliëf van de Nederlandse Maagd tussen Wijsheid en Rechtvaardigheid met Schoonheid en waarheid aan haar voeten. Ze wordt geflankeerd door Nederlandse wetenschappers en kunstenaars. Het beeldhouwwerk werd uitgevoerd door Frans Vermeylen 1881-1885 (foto: J.J. Kuyt, 1988).

One of these ‘elastic’ themes of the façade is represented in the relief ‘The Art of Drawing and Painting’, which is in fact an anachronistically ‘Greek’ variation of the theme ‘Saint Luke paints the Madonna’. Instead of Luke we find the pain­ter Apelles and instead of the Virgin with Christ sitting on her lap we find Venus Urania with Amor. The analysis of this relief is preceded by the iconographical explanation of the tile tableau with the Three Graces ‘Beauty, Truth and Good­ness’ above the entrance to the Art Training School (Oefenschool). This picture especially demonstrates the importance of the part played by De Stuers as icono­grapher and the great knowledge of ‘Oudhollandsche’ culture both he and Thijm possessed. Ficino’s concept of the Geminae Veneres ‑ heavenly Urania and earthly Pandemos ‑ is mixed with that of the Three Graces as they are represented in the tile tableau. These twins also appear in the relief with the Greek ‘Luke’ or Apel­les: Venus Urania as a model, the other Venus drawing. The design of the relief of ‘The Art of Drawing and Painting’ is based on a harmony between a classical, humanistic and mediaeval motif, devised by Thijm as an allusion to the Concordia Veteris et Novi Testamenti. Again, Mary is the link: she is prefigured as “the highest ideal in art” by Venus Urania, who in turn is often used as a visual me­taphor for the Idea of beauty.

Reliëf met de teken- en schilderkunst aan de gevel van het Rijksmuseum te Amsterdam

Apelles schildert Venus Urania met Amor divinus | Lucas schildert de Madonna met het Christuskind. De meester wordt omringd door zijn leerlingen. Linkerpaneel van de latei boven de onderdoorgang van het Rijksmuseum. Het reliëf werd uitgevoerd door Frans Vermeylen 1881-1885 (foto: J.J. Kuyt, 1988).

The counterpart for the relief of Apelles is the tableau depicting ‘The Art of Building and Sculpture’. Here, the motif of the Greek Magister operum is repre­sented on the basis of a similar concordance. Holding a banderole showing the almost magical emblem of circle, square and triangle, the architect refers as well to Vitruvius as to the mediaeval technique of triangulation. Thus this representa­tion of an architect can be linked to the portrait of Cuypers as an architectus doctus painted in Roermond by his brother in 1853: it shows the sitter against a richly filled book-case, with a drawing-case, an equilateral triangle and a Roman-Gothic capital. Similarly, the Amsterdam relief shows the symbiosis between vitruvianism and organicism in Cuypers’ thought and work in so far as the ‘master of the works’ also refers to the demiourgos, the architect of the universe. Analogous to this divine architect, the Magister operum creates architecture as a “second natu­re” (Thijm).

Reliëf van de bouw- en beeldhouwkunst aan de voorgevel van het Rijksmuseum te Amsterdam.

De bouwloods met de klassieke meester van het werk. Op zijn banderol toont hij het klassieke kwadratuurschema dat symbool staat voor de onvergankelijke geometrische figuren, die ten grondslag liggen aan de bouwkunst als een tweede natuur. Het reliëf werd uitgevoerd door Frans Vermeylen 1881-1885 (foto: J.J. Kuyt, 1988).

Victory-imagination is the central theme of the last chapter of Part III. The three friends considered imagination as a powerful creative instrument, active in a poetical, combining and perfecting way, but only if it is divinely inspired and recognized as a gift from heaven. Because of the analogy between God and man the latter is almost forced to use his imagination and to work creatively. From this results both the victory of mind over matter and the connecting link between heaven and earth. It is quite remarkable to see that this concept turns out to be similar in countless points to the aesthetics of the agnostic Carel Vosmaer, the most important opponent of Thijm, Cuypers and De Stuers.

Finally, by way of a conclusion and synthesis of the meanings connected with the programme of the façade, the most important lines and patterns ‑ both compo­sitional and allegorical ‑ are discussed. As in a perpetuum mobile a limited num­ber of themes dominates the front in ever changing forms and combinations. Among these are Mary as the highest ideal in art, the Magister operum, Beseleel and the demiourgos, the heavenly Jerusalem and the temple of the arts, Venus Urania and Venus Pandemos, the art of drawing as the mediator of the idea, the furor poeticus and many more. By continually balancing on the razor’s edge, turning necessity into a virtue by taking into account the criticism of opponents and incor­porating it in the visual programme, the iconology of the Rijksmuseum has acqui­red its acuteness and its subtle and inspired content. Yet at the same time this programme has remained incomprehensible for the average visitor because of its extreme difficulty. Even if countless symbolical ‘beams’ (Thijm) in the façade flash out with the aim of striking each other in the mind of the beholder, the programme remained too exclusive for the unsuspecting public. One can therefore safely state that similar to the mediaeval cathedral, the Rijksmuseum did not suc­ceed completely in being a book for the layman.

Het centrale deel van het Rijksmuseum met de sculptuur in het teken van Arbeid en Bezieling.

De voorgevel van het Rijksmuseum wordt bekroond door het beeld van Victoria, de gevleugelde dochter des hemels die staat voor de artistieke verbeeldingskracht. Zij reikt dan ook kransen uit aan de geslaagde kunstenaars wier werk als resultaat van Arbeid & Bezieling in het museum is te zien (foto: bvhh.nu 2013).

Epilogue

The epilogue first gives an evaluation of the degree in which ‘Oudhollandsche’ conceptual triads such as nature, teaching and exercise ‑ which were known from the writings of Vondel, Dürer, Ripa, Van Hoogstraten and others ‑ could be suc­cessfully transformed into the trio Labour, Inspiration and Victory. Again, it transpires that Cuypers, Thijm and De Stuers possessed a very solid and profound knowledge of such ‘Oudhollandsche’ metaphors. In this way, they can be conside­red as the precursors of the iconography and iconology of the twentieth century, in spite of the lack of actuality of the metaphors they used for contemporary art. Secondly, the epilogue considers whether and in which way the programme of the completed museum has influenced the work and opinions of the next generation of artists: the architect H.P. Berlage, the writers A. Verwey and L. van Deyssel (Thijms’ son), the painters R.N. Roland Holst, J. Toorop and A. Derkinderen and the composer A. Diepenbrock (Cuypers’ and Thijm’s relative), who summarized their ideals in the concept of ‘community art’ or Gemeenschapskunst.

De plechtigheid rond Cuypers' negentigste verjaardag bij de Teekenschool te Roermond.

Bij gelegenheid van zijn negentigste verjaardag werd Pierre Cuypers in Roermond geëerd met een buste in ‘zijn’ Teekenschool, waar overigens, naar achteraf bleek, ook zijn zoon Joseph als architect een belangrijk aandeel aan heeft geleverd. De school was onder meer gesierd met de personificaties van Arbeid & Bezieling. Rechts op de foto staat Joseph Cuypers met zijn hoed in de hand. Zijn generatie zou de ‘gemeenschapskunst’ hoog in het vaandel dragen.[5]

Critique fortune

Arbeid & Bezieling heeft uiteraard behalve lof ook kritiek gekregen. Dat is met name omdat de betekenis van Thijm te zwaar aangezet zou zijn en omdat de analyse een dolgedraaide iconologische exercitie heet te zijn: de bewijsvoering – voor zover van zoiets al sprake kan zijn – is te uitputtend en te abstract, en dus in meer opzichten onnavolgbaar. Vooral Elineor Bergvelt heeft het er moeilijk mee en veroordeelt Arbeid & Bezieling in één adem met het artikel van Jochen Becker uit 1985 dat me inspireerde tot het proefschrift. Deze opstelling doet vermoeden dat ze van geen van beide echt kennis genomen heeft, want het gaat om twee heel verschillende studies. Dat zou tegelijkertijd verklaren waarom het haar is ontgaan dat Arbeid & Bezieling juist op het punt van de moeilijkheidsgraad een hoog oplossend vermogen heeft. Het is namelijk zo opgezet dat je snel tot zeer snel van de hoofdlijnen en conclusies kennis kunt nemen zonder de breed uitgewerkte onderbouwing door te hoeven ploegen:

  • de Engelse samenvatting – die hierboven staat – beslaat slechts 4 pagina’s.
  • ieder hoofdstuk wordt voorafgegaan door een samenvatting vooraf, waardoor je in om en nabij de 35 pagina’s in vogelvlucht over het onderzoek scheert.
  • wie daarna voor diepgang wil gaan, kan het hele boek lezen, maar desgewenst ook via de inhoudsopgave en de index kiezen voor een selectie van onderwerpen.

Wat betreft de rol van Thijm zijn het met name Ype Koopmans en Aart Oxenaar die ten strijde trekken, zij het wel ieder om andere redenen. De eerste is van mening dat ik Victor de Stuers als programmamaker te kort doe en de laatste vindt algemeen dat Thijm teveel gewicht krijgt als het om de productie van Cuypers als architect gaat. Beide collega onderzoekers hebben net zoveel gelijk als ongelijk, waarmee ik maar wil zeggen dat een andere aanvliegroute heel goed kan betekenen dat we op een complementaire manier op dezelfde bestemming landen.

Wordt vervolgd!

;-) B. 

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


Annotatie

  1. Hubar, Bernadette van Hellenberg. Arbeid en bezieling: de esthetica van P.J.H. Cuypers, J.A. Alberdingk Thijm en V.E.L. de Stuers, en de voorgevel van het Rijksmuseum. Nijmeegse kunsthistorische studies, d. 3. Nijmegen: Nijmegen University Press, 1997.
  2. Het equivalent van die worst is gedoneerd aan monumentenfotograaf Léontine Van Geffen-Lamers voor haar actie ten behoeve van #FreeAGirl.
  3. Meer weten over de familie Cuypers? Surf dan naar http://bit.ly/Cuypers4all.
  4. De inleiding van Arbeid & Bezieling kan ingezien en gedownload worden via http://bit.ly/2FHOnGM-ArbeidEnBezieling.
  5. Tussen Pierre en Joseph Cuypers staan zijn vrouw en zonen; waarom de dochters ontbreken is niet duidelijk. In ieder geval niet vanwege hun gender: Delphine was een voorvechtser van de vrouwenemancipatie en dochter Marguerite was oorlogsverpleegster. Zie meer hierover bij de diapresentatie onderaan de pagina van Cuypers assortiment en elders in de Joseph Cuypers Collectie.
  6. Dit item kan geciteerd worden als: Hubar, Bernadette van Hellenberg, ‘Proefschrift Arbeid & Bezieling’, op: Vanhellenberghubar.org, http://bit.ly/Arbeid-Bezieling (2014).