De balustrade van de koepel in de nieuwe Bavo

De balustrade van de koepel in de nieuwe Bavo/KoepelKathedraal Haarlem (foto bvhh.nu 2013).

In geen gebouw is zoveel terracotta verwerkt als in de nieuwe Bavo/KoepelKathedraal Haarlem, ontworpen door architect Joseph Cuypers. In geen gebouw is zo vroeg al verglaasde terracotta verwerkt. Toen de eerste bouwfase voltooid was – dat was vanaf de apsis aan de oostkant tot en met de eerste bouwlaag van viering en transept (1898) – had de architect een grote verrassing in petto: het binnenvallende licht in de kathedraal werd opgevangen en gereflecteerd door vele strekkende meters terra cotta sierbanden over pijlers en muren, kapitelen en imposten en lijsten van ramen en bogen. Dat moet voor de aanwezigen een hele ervaring zijn geweest.

Er was op dat moment maar één fabriek in Nederland die in staat was dit toen nog hoogst experimentele bouwmateriaal te leveren: E.C. Martin te Zeist. En zo ingewikkeld was het maakproces dat slechts één op de vier exemplaren gaaf uit de ovens tevoorschijn kwam. Vandaar dat op verschillende plaatsen ook de misbaksel werden gebruikt, die werden gevernist om toch een glanzend, verglaasd effect op te roepen. Nu zou je denken dat dat alleen op verborgen plaatsen gebeurde, maar niets is minder waar. Als resultaat van een wordingsproces pasten de misbaksels bij uitstek in het concept van de Unvollendete, de bewust onvoltooide kathedraal van Joseph Cuypers. Of liever, de kathedraal van de potenties, want ieder onaf onderdeel heeft de potentie om iets te worden. Bij dit worden wordt een traject van trial and error afgelegd, dat geïllustreerd wordt door de misbaksels. Vandaar dat je deze op soms wel heel opvallende plaatsen ziet zitten, zoals bij het hoogkoor of in de top van een van de bogen bij de entree aan de westkant.

Bij de tweede bouwfase, toen transept, koepel en schip werden gebouwd (1902-1906), ging Joseph Cuypers aan de binnenkant verder met Martin. Hij leverde onder meer de sierstenen voor deze balustrade, waar de architect, zoals hij zelf vertelt, ‘Spaansch-Arabische motieven’ heeft toegepast. Die herken je in de in elkaar geschakelde decoraties, ontworpen op basis van geometrische modules. Ter afwisseling zijn de consoles waarop de kolonetten van de koepel rusten, uitgewerkt als fraaie kopjes met verschillende gelaatsuitdrukkingen. Zouden het oosterse genii zijn, of andere wezens?

Heb je een idee waar deze voor staan? Geef het me dan door. Je weet het, ik ben dol op erfgoedraadsels.

;-) B.

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


Bronnen en verdere informatie

  • De intrigerende terracotta’s, de glanselementen en het thema van de Unvollendete heb ik meer diepgaand behandeld in mijn boek over de nieuwe Bavo: Hellenberg Hubar, Bernadette van,  De nieuwe Bavo te Haarlem.Ad orientem | Gericht op het oosten, WBOOKS-Stichting Kathedrale Basiliek Sint Bavo, op initiatief van de Rijksdienst Cultureel Erfgoed, Zwolle-Haarlem 2016.
  • Erftemeijer, Antoon, Arjen Looyenga en Marieke van Roon, Getooid als een bruid, De nieuwe Sint-Bavokathedraal te Haarlem, Haarlem 1997.
  • Thompson,M.A., De nieuwe kathedrale kerk ‘St. Bavo’ te Haarlem. Bouwgeschiedenis, constructie en symboliek, Haarlem 1898.
  • Eggenkamp, Wim, ‘Restauratie Kathedrale complex van Sint Bavo halverwege’, in: Haerlem Jaarboek 2014, Haarlem 2015, pp. 133-179.
  • Een interessant stuk over E.C. Martin staat op de site van Capriolus Contemporary Ceramics – Keramiek Galerie onder deze Evernote link.

Meer lezen, bestel het boek via: bit.ly/Bavo-Ao

Bezoekadres

Heb je belangstelling om de kathedraal een keer te bezichtingen. Dat is mogelijk vanaf april tot en met oktober en in de kerstvakantie, waarbij je ontvangen wordt door kathedraalgidsen die je van alles over de nieuwe Bavo kunnen vertellen. Kijk voor je gaat even op de website van de kathedraal voor de precieze tijden.

De entree bevindt zich bij het hoofdportaal van de kathedraal aan het Bottemanneplein, onder de twee torens.
Er is ruime parkeergelegenheid op het Emmaplein, direct naast de kerk.
Voor autobussen zijn aparte plaatsen aan het Bottemanneplein.

De entree bedraagt € 4,00 en voor kinderen tot 12 jaar € 1,00.

Driekoningenfeest boven (en beneden) de rivieren (2018) #

Driekoningenfeest werd vroeger niet alleen beneden de rivieren gevierd, maar ook daarboven. Ga je mee naar Jan Steen en Cornelis Troost?

Driekoningenfeest — Ik zie ons nog gaan, verkleed als herders en drie koningen, mijn broertjes, zusjes en ik. Van deur tot deur gingen we om iets lekkers op te halen en het lied dat we het meest zongen was:

  • Driekoningen, Driekoningen, geeft mij ‘ne nieuwen hoed
    M’n oude is versleten
    M’n moeder mag ’t niet weten
    M’n vader heeft ‘t geld
    Al op de toonbank neer geteld.

En ‘s avonds was het genieten van iets lekkers, waarin mijn moeder een boon had verstopt. Als je die tegenkwam was het helemaal feest, wat dan werd je met een papieren kroon tot koning uitgeroepen. Wat een opwinding was dat!*

Wie dit leest weet onmiddellijk dat ik van beneden de rivieren kom en dat klopt. Deze Brabantse traditie is zo uitzonderlijk dat ze op de ‘Nationale Inventaris Immaterieel Cultureel Erfgoed’ is geplaatst en – als gevolg daarvan – op de ‘UNESCO-lijst van Immaterieel Erfgoed’.* Die erkenning is terecht, zeker als je bedenkt dat dit feest vroeger ook boven de rivieren werd gevierd. Daar kwam ik achter door het onderzoek naar de nieuwe Bavo. Niet doordat de wijzen uit het oosten tot tweemaal toe in de kathedraal zijn afgebeeld – in het prachtige altaarretabel van Mari Andriessen (1929-1930) en de kleurrijke glazen van Han Bijvoet (1951) – maar dankzij weekblad Sint Bavo.*

De geschiedenis herhaalt zich; want net zoals nu in Haarlem een magazine circuleert voor de fondsenwerving ten behoeve van de restauratie – ‘Bavo in de steigers’ – werd in 1898 een tijdschrift opgericht om geld bij elkaar te sprokkelen voor de volgende bouwfasen van de kerk: godsdienstig weekblad Sint Bavo. De bisschop zou de bisschop niet zijn geweest als hij dat medium niet meteen gebruikte als spreekbuis voor zijn beleid. En tot dat beleid hoorde ook het vertrouwd maken van de gelovigen met aloude gebruiken uit de tijd van voor de reformatie. In mijn boek De nieuwe Bavo te Haarlem vertel ik wat meer over dit aspect van de zorg voor de kudde.* De geschiedenis werd aan de ene kant ingezet om de vaderlandse origine van het Nederlandse katholicisme tegenover de rest van het land te positioneren. Een groot deel van de natie was er namelijk van overtuigd dat een katholiek geen goed Nederlander kon zijn, omdat uiteindelijk toch de paus het voor het zeggen had. Aan de andere kant concentreerde de kerk zich op het eigen verleden om een wij-gevoel te kweken en gevoel van eigenwaarde onder de katholieken. Dat was wel nodig na eeuwenlang als tweederangsburgers te zijn behandeld. Vandaar de rubriek die E.H. Rijkenberg, hoogleraar aan het grootseminarie Warmond, opzette over ‘de volksgebruiken van onze Katholieke voorvaderen, hier in dit bisdom’.*

Rijkenberg begon met het feest van Driekoningen, waarvoor hij het naslagwerk Volksvermaken van Jan ter Gouw heeft gebruikt. Hieruit blijkt dat Driekoningen in vroegere tijden veel weg had van Sinterklaas: het was een dag om gul te geven, zodat ook berooide mensen zich konden vermaken. Arme kloosters kregen wijn van de stadsbesturen en de rijke kloosters ‘gaven „den armen luden” brood en bier tot „hun Coninxfeeste”’. Kinderen kregen die dag vrij en ook zij ontvingen ‘coninxgelt’ om Driekoningen te kunnen vieren. In dit verband noemt Rijkenberg herkenbaar genoeg het kinderliedje over de hoed hierboven, dat dus niet alleen in het Brabantse bekend was. Dat geldt niet minder voor de uitverkiezing van de koning door middel van de ‘coninckx-bone’ die in een taart of brood verstopt werd. Ook dat was overigens iets wat bij ons thuis nog werd gedaan. Het was, zoals Rijkenberg benadrukt, op dit soort dagen bij ‘onze voorvaderen gewoonte een gezelligen maaltijd te houden’. Ter illustratie verwijst hij naar een van Jan Steens Driekoningentaferelen.*

Jan Steen, Driekoningen (1662). Wikimedia, Boston Museum of Fine Arts.
Jan Steen, Driekoningenfeest met de koningsboon, kaarsjesspringen en sterdraaien (1662). Boston Museum of Fine Arts. Foto Wikimedia.

Rijkenberg laat niet alleen de gedrukte bronnen aan het woord, maar heeft zich ook geconcentreerd op de oral history van het bisdom. Zo vermeldt hij een lied, opgetekend uit de mond van ‘„den ouden Gerrit” te Noordwykerhout […] in het jaar 1893 onder het draaien van een mooie groote Driekoningenster gezongen’. Het gaat daarbij om het gebruik dat we hierboven zo mooi uitgebeeld zien in de voorstellingen van Cornelis Troost en Bernard Picart: ‘Drie personen: twee blanken en een zwarte, stelden de drie koningen voor. De zwarte, die in het midden loopt, draagt een standaard, waarop een draaiende papieren ster met een brandende kaars daarachter is bevestigd’. Meestal waren deze sterren gemaakt van perkament. Sommige ervan waren zo uitgewerkt dat er hele taferelen in waren opgenomen die via een ingenieus draaisysteem naar voren kwamen op het moment dat de betreffende scene in het lied aan de orde was. Het belangrijkste lied dat daarbij gezongen werd, begint als volgt:

  • Wij komen getreden met onze sterre;
    Lauwerier de Gransio,
    Wij zoeken Heer Jesus, wy hadden Hem gerre;
    Lauwerier de knier,
    Wij kwamen al voor Herodes z’n deur
    Lauwerier de Gransio.

En zo gaat het nog een stuk of vijf coupletten verder.*

Dat de reformatie een einde heeft gemaakt aan dit volksfeest staat wel vast. Maar dat betekent niet dat het helemaal uit het zicht verdween. Tot ver in de zeventiende eeuw werd het zelfs nog door gereformeerden in huiselijke kring gevierd. En het rondtrekken met de ster hield – zoals ook Rijkenberg aangeeft – stand tot laat in de negentiende eeuw. Of dit sensibiliseren ertoe geleid heeft dat Driekoningen rond 1900 echt is gaan leven in het bisdom Haarlem, is zeer de vraag. Als we afgaan op weekblad Sint Bavo, wordt alleen in 1899 gewag gemaakt van een kinderfeest in Haasveld en daarna blijft het opvallend stil.* Maar dat is eigen aan het registreren en beschermen van historische fenomenen: dat gebeurt vrijwel steeds op een moment dat de bewuste traditie zelf niet langer levenskrachtig genoeg is om het vol te houden. Paradoxaal genoeg wijst ook de plaatsing van het Driekoningenzingen op de lijst van het nationale immateriële erfgoed daarop. Mogelijk heeft dat in dit geval tevens te maken met het feit dat het verkleden en rondtrekken al voldoende beleefd kan worden tijdens Carnaval en het geven en ontvangen centraal staat met Sinterklaas. Toch kan niet ontkend worden dat zich de laatste jaren een opleving voordoet die top down gestimuleerd wordt.

Ken jij een vergelijkbaar feest dat onder druk staat?

Bernadette van Hellenberg Hubar

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


Bronnen

Het teken * in de bovenstaande tekst verwijst naar de bronnen over het Driekoningenfeest die hieronder staan vermeld.

  1. Als kind heb ik tussen 1963 en 1986 deelgenomen aan het Driekoningenzingen in Tilburg, waar ik van 1960 tot ik ging studeren in 1974 heb gewoond.
  2. Zie de volgende artikelen:
    • Jager, Jef de. “driekoningen rituelen en tradities”. Rituelen & Tradities, t.p.q. 2012. http://bit.ly/2F2FUit-Driekoningen.
    • “Driekoningenzingen in Midden-Brabant”. Immaterieel Erfgoed, 2012. http://bit.ly/2F81Mc7-Driekoningen.
    • Cultureel Brabant. “Driekoningenzingen”. Cubra.nl, 12 december 2012. http://bit.ly/2F1QFRX-Driekoningen.
    • Driekoningen Werkgroep. “Driekoningen zingen in Tilburg”. Erfgoed Tilburg, 1 december 2017. http://bit.ly/2F55Hql-Driekoningen.
  3. Rijkenberg, E.H. “Volksgebruiken uit den Roomschen tijd”. Sint Bavo, Godsdienstig weekblad van het bisdom Haarlem 1 (1898): 28–30. http://bit.ly/2Efh3H1-Driekoningen
  4. Hubar, De nieuwe Bavo, pp. 60, 71-87.
  5. Zie de noten 3 en 4 hiervoor.
  6. Zie noot 3. Het plaatsje Haasveld dat in weekblad Sint Bavo van 1899 wordt genoemd, heb ik niet kunnen localiseren. Mogelijk was het een buurtschap. Mocht iemand dat weten, dan heel graag een reactie geven onder dit artikel.
  7. Lees ook mijn andere artikel over Driekoningen en de nieuwe Bavo: over het wapen van bisschop Bottemanne en de eerste bedevaart naar het heilige Land. Volg daarvoor deze link.

Beeldmateriaal in de diapresentatie

  1. Cornelis Troost, Driekoningen, 1750, Teylersmuseum Haarlem. Met dank aan Teylersmuseum dat de foto ter beschikking stelde.
  2. Bernard Picart, Het Hollandse gebruik van zingen met de ster langs de deuren met Driekoningen te Amsterdam, 1732. Rijksmuseum: http://hdl.handle.net/10934/RM0001.COLLECT.482491
  3. Jan Steen, Driekoningenfeest met de koningsboon, kaarsjesspringen en sterdraaien (1662). Boston Museum of Fine Arts. Foto Wikimedia.
  4. In de Kerstkapel van de nieuwe Bavo zijn de Driekoningen zowel te zien in het raam van Han Bijvoet als in het altaar van Mari Andriessen. Rechtsonder een detail met het retabel van het altaar. Met dank aan het heilig Kerstmisgilde voor het ter beschikking stellen van de foto.
  5. Omslag van het weekblad Sint Bavo, waarin vanaf 1898 ook aandacht werd besteed aan oude katholieke volksgebruiken in het bisdom Haarlem. Foto bvhh.nu 2016.
  6. Screenshot van de site van immaterieel erfgoed in Nederland (bvhh.nu 2016). De foto blijkt – na raadpleging begin 2018 – vervangen te zijn. Zie “Driekoningenzingen in Midden-Brabant”. Immaterieel Erfgoed, 2012. http://bit.ly/2F81Mc7-Driekoningen.

Op alle foto’s berust auteursrecht, met uitzondering van de nummers 2 en 3 en de twee laatste. Nummer 2 hoort tot het ‘Public domain’; nummers 3 en 5 vallen onder de ‘Creative Commons’ licentie: http://bit.ly/2F5Yje8-CC-BY-NC-SA-4-0; nummer 6 is als screenshot rechtenvrij.

Lees meer in het boek over de nieuwe Bavo!

Nieuwsgierig naar meer verhalen over de kathedraal van Haarlem? Lees dan het boek dat in september 2016 is verschenen! Dat zal via de openbare bibliotheek moeten, want het is inmiddels uitverkocht! 

Het boeke over de nieuwe Bavo/Koepelkathedraal Haarlem (2016)

‘Ad orientem’ of ‘Gericht op het oosten’ slaat op de ligging van de nieuwe Bavo, waardoor de oostkant op de meeste dagen van het jaar beschenen wordt door de roodkleurige ochtendzon, zoals hier. Ontwerp omslag Marjo Starink, met een foto van de RCE beeldbank-Sjaan van der Jagt/Pixelpolder 2015: http://bit.ly/WBOOKS-nBavo.

De nieuwe Bavo is gerestaureerd door Van Hoogevest Architecten te Amersfoort (http://bit.ly/Hoogevest-Bavo) in opdracht van de Stichting Kathedrale Basiliek Sint Bavo te Haarlem: http://bit.ly/Bavo2Ao.

Dit item maakt in de versie, waarin het in 2016 verscheen op if then is now, deel uit van de serie ‘Kunst met de kleine en de grote K in de nieuwe Bavo’.

Verkorte link van dit item: bit.ly/2AxOaGp-VanHH2Org

Bernadette2all | De collectie in PDF

Wordle woordenwolk Bernadette2all (bvhh.nu 2017)

Wat heb ik on line staan buiten blogs en webartikelen? Om te beginnen een groeiende verzameling in de publieke map http://bit.ly/Bernadette4all.

Enkele rubrieken heb ik eruit getild, zoals hieronder is te zien.

Vakblad Vitruvius

Wat betreft vakblad Vitruvius hebben we een apart overzicht gemaakt, dat je kunt vinden onder deze link.

Heemschut

In Heemschut heb ik maar een korte tijd gepubliceerd. In 1985 vond op het bureau een kleine coup plaats, waardoor de mensen met wie ik samenwerkte er in eenmaal uitgebonjourd werden. Dat was jammer, want we waren een geïnspireerd team dat barstte van de creativiteit. Wat heb ik in die tijd veel geleerd, vooral van eindredacteur Jenny Bierenbroodspot die streng doch rechtvaardig mijn werk corrigeerde. Even voor de context, ik was toen nog geen 30 jaar oud.

De selectie bestaat uit:

  • mijn eerste artikel over de problematiek van de sluiting en herbestemming van kerkgebouwen (1985).
  • de serie over Cuypers’ uitmonstering in de Maastrichtse Servaaskerk, die ik grotendeels met Wies (A.J.C.) van Leeuwen schreef (1983-1985).
  • een artikel over de dreigende ontgrindingen in ons dorp die ten slotte daadwerkelijk zijn uitgevoerd.

Verkorte link: http://bit.ly/Bernadette2all-Heemschut

Et cetera

Dit overzicht is nog niet klaar, zoals de woordenwolk hierboven laat zien. Met name de bijdragen aan De Sluitsteen en het Cuypersbulletin, beide van het Cuypersgenootschap, zal nog een heel werk worden. Daarnaast zijn er nog een paar bijdragen aan het Bulletin KNOB, De negentiende eeuw en Spiegel van Roermond en nog wat incidentele artikelen. Het meeste zal inmiddels gewoon on line opgespoord kunnen worden. Niettemin, wat mij betreft wordt dit overzicht nog vervolgd, al is het maar om te beginnen met een ongesorteerde rubriek ‘rijp & groen”

;-) B.

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


Verkorte link van deze pagina is http://bit.ly/Bernadette2all (niet te verwarren met de bestandsmap op Google drive: http://bit.ly/Bernadette4all).

Deinend …

Toen ik de Oermoeder gisteren fotografeerde – ik was gefascineerd door het effect van de achtergrond van de kersverse sneeuw – kwam de gedachte op om haar een plaatsje te geven in de serie ‘Gedicht op maandag’ (#Gom). Wat je hierna leest is een bewerking een van de items uit Oermoeder, een bundel die ik in 2009 tegen het einde van het jaar schreef. Centraal hierin staat dit robuuste, verhalende beeld dat Marij een paar maanden daarvoor had aangekocht van de Belgische beeldhouwer Wilfried Jacobs. Dat gaf me een inspiratie! Ik vind het heerlijk om gedichten te schrijven bij erfgoed en kunstwerken, zoals je hieronder kunt lezen.

Deinend in de moederschoot, uit ‘De oermoeder’. Foto bvhh.nu 2017.

Deinend in
de moederschoot
de vrouw in haar stenen foedraal
dat vloeibaar werd,
watermassa’s langs de
groeven
golven graverend in de steen
spoelend over obstakels
en slijpend en schurend en schavend
tot gladde vlakken ontstaan,
van buiten zo gaaf als
de huid van
een kind.
dat nog wacht in de vrouw
tastende handen
op de buik
voelt ze het leven
dat de kracht van het water
als golven herkent
in weeën

voortgestuwd
werd ook hij geboren
die de vrede brengt.

Deinend in de moederschoot (detail), uit ‘De oermoeder’. Foto bvhh.nu 2017.


Postscriptum — Met nog een paar weken te gaan tot Kerstmis dwarrelen als vanzelf associaties omlaag over de naderende geboorte van het ‘licht der wereld’ … uit de vrouw, wier beeldvorming zo sterk bepaald is door de archetypische oermoeder. Hierover schreef ik een verhaal onder de noemer van ‘De vrouw in het oosten’ in mijn boek over de nieuwe Bavo. Heel bijzonder wat Joseph Cuypers en de latere bisschop A.J. Callier daar hebben bedacht. Iedere dag vond hier in de Mariakapel tijdens de dageraad op symbolische de wijze de conceptie van ‘het licht der wereld’ opnieuw plaats!

Voor de toelichting bij de oorspronkelijke versie van het gedicht kun je een blik werpen in de bundel via http://bit.ly/Gedichten4all.

We gaan een mooie, contemplatieve tijd tegemoet en de sneeuw levert daar op haar manier een bijdrage aan.

;-) B.

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!

Verkorte link van dit item: http://bit.ly/2jM0pqF-Oermoeder

Glaskunst in een Twittermoment

Op het Twittermoment ‘Glas‘ verzamelijk ik allerlei tweets over hedendaagse en historische glaskunst. Sinds De genade van de steiger is glas niet meer weg te denken uit mijn belangstelling. Op een niet vermoeden manier heb ik toen kennisgemaakt met het werk van Jan Toorop, Antoon Derkinderen, Joep Nicolas, Matthieu Wiegman om er enkelen te noemen.

Later heb er in het boek over de nieuwe Bavo veel aandacht aan gewijd, zowel vanwege het werk van Joseph Cuypers, als van Jan Dibbets en Marc Mulders. Daarna volgden mijn artikelen over het werk van Annemiek Punt en over het naoorlogse balanceren tussen figuratief, decoratief en modern aan de hand van de glazen van Hugo Brouwer en Charles Eyck in het Fatimahuis te Weert. Wat mij betreft mogen er nog veel opdrachten langskomen.

Over Jan Toorop heb ik hieronder een fragment opgenomen over zijn Nijmeegse Apostelraam.

Maar ga eerst eens hieronder kijken wat glaskunst allemaal teweeg brengt op Twitter.

;-) B.

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!



‘t Apostelraam van Jan Toorop (1908-1909)

Jan Toorop en het Apostelraam uit ‘De genade van de steiger’, p. 275. Klik op het plaatje om te vergroten!

Afb. 223a-e. c. Jan Toorop, Het Apostelraam (1913-1915) in de Jozefkerk te Nijmegen (1908-1909), met een ontwerptekening en details van de koppen
van Christus en de engelen. Vanwege het innovatieve karakter maakte dit
werk van Toorop destijds veel ophef. Dit zal zeker te maken hebben gehad
met de omstandigheid dat er in Nederland nog niet zoveel door Beuron beïnvloede glasschilderingen waren te zien.(90) Dit laatste verklaart ook waarom de ornamentele invulling nog sterk op de neogotiek lijkt te zijn afgestemd, al werd hiermee vermoedelijk een emulatie nagestreefd in glas van het Byzantijns geïnspireerde Beuroner mozaïek. Dat de vorm een ander doel dient, blijkt ook bij een vergelijking met het veel minder statische sectieltableau gewijd aan Aloysius in de Nieuwe Bavokathedraal te Haarlem uit 1907 (zie afb. 81).

Het is opvallend dat Plasschaert in zijn monografie over muurschilderingen blind lijkt voor de Beuroner inslag van (onder meer) dit werk. Zelf schreef Toorop hierover: ‘Maar ik heb er toch genoegen van om het apostelraam op die wijze, liturgisch en alles harmonieus zuiver in aansluiting met de omringende architectuur te hebben gemaakt. Daar moet maar eens een einde komen aan al dat ramengeknoei die onze mooie kerkgebouwen bederven’.(91) Hiermee toonde hij zich een rasecht Violierlid. Herkenbaar in de iconografie zijn aspecten (de blote voeten, de regenboog) die door Nieuwbarn in ‘Het Roomsche Kerkgebouw’ werden benoemd. Heel karakteristiek voor Toorop is het werken met een verdubbeling van koppen, waardoor het effect van diepte ontstaat zonder doorbreking van de tweedimensionaliteit. Opvallend is verder de totale vulling van de bogen in de ramen met figuren, waardoor geen achtergrond viel op te vullen en er een optimale eenheid tussen voorstelling en architectuur van het venster is ontstaan. In de hiëratische houding en plooival van de gewaden volgde Toorop Lenz, evenals in de lijnen van het gewaad van de zittende Christus (a). Het Christushoofd is levensecht, maar in zijn symmetrie volledig geconstrueerd naar een ideaal (d). Hoewel er naar de weergave van types is gestreefd, hebben de koppen van de apostelen een individuele signatuur behouden. Van enkele 
is bekend wie er model voor heeft gestaan. In de hoofden van de twee engelen heeft Toorop het portret van Miek Janssen verwerkt (b-c). Hiermee nam hij een voorschot op de kruisweg van Oosterbeek, waar hij de combinatie van portret, type en halftype ook in symbolische zin verder zou uitwerken. Herkomst: Beeldbank RCE.

Fragment uit De genade van de steiger, p. 275.

Verkorte link van dit item: http://bit.ly/2isWCOh


BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

Archief &

 


Noord-Hollands Archief, parochiearchief Sint Bavo Haarlem. Foto bvhh.nu 2016.
Aan het boek over de nieuwe Bavo te Haarlem is heel wat archiefonderzoek voorafgegaan. Voor een deel is daar ook een keuze uit gemaakt voor het beeldmateriaal. Herkomst Noord-Hollands Archief, parochiearchief Sint Bavo Haarlem. Foto bvhh.nu 2016.

Belasting of ontlasting? Nogmaals ‘t poepende mannetje

Op de omslag van de laatste Vitruvius staat als tekst ‘Het poepende mannetje op de nieuwe Bavo’; maar de foto toont de Sint Jan in Den Bosch. Hoe zit dat?
Wat een prozaïsch thema, zul je denken. Maar toch zit er een lijn tussen de denkende mens en de broekzakker. En is dat poepende mannetje op de nieuwe Bavo in Haarlem wel echt een poepend mannetje?

Meer weten? Lees het hieronder of bestel het nummer bij Educom | Vitruvius.

Het poepende mannetje, VIT_Juli.2017_Bernadette_HR (bit.ly 2HQ8XKh)

De oorspronkelijke blog over dit onderwerp – zonder het naschrift over de Sint Jan –  kun je op deze website en op ifthenisnow vinden.

Aanvullingen en suggesties zijn altijd welkom!
En natuurlijk ook het antwoord op de vraag over het kakkertje van Rembrandt.

;-) B.

Het poepende mannetje op de nieuwe Bavo. Foto bvhh.nu 2013.

Verkorte link: https://bit.ly/2uvRDD0-VanHHOrg

BewarenBewaren

Vriendenbrief aan de vooravond van Kerstmis

Een vriendenbrief, wat is dat nu weer? En waarom heet dat geen nieuwsbrief? Omdat ik me hiermee niet richt tot mijn netwerk van zoveel honderd adressen, maar tot de mensen die me na staan, die me door het jaar heen volgen en steunen, en met wie ik graag het jaar doorloop. Oude vrienden en nieuwe vrienden, fysieke contacten en virtuele relaties. Een bont gezelschap dat over het merendeel mijn liefde voor kunst, cultuur en erfgoed deelt. Wat wil ik op mijn beurt graag met jullie delen?

Het boek over de nieuwe Bavo is goed ontvangen

De Mariakapel van de nieuwe Bavo (1951) met het altaar van Joseph Cuypers en Johannes Maas (1898).

De blikvanger van de aankondiging van de vriendenbrief toont – geheel in de sfeer van de kerstdagen – de Mariakapel van de nieuwe Bavo. Een van de mooiste opdrachten ooit leidde tot een prachtig vormgegeven boek over de kathedraal van Haarlem. Veel heb ik er op deze site al over geschreven en zoals vroeger plakboeken met krantenknipsels werden gemaakt, vergaar ik nu opmerkingen en kritieken digitaal.

De grappigste kwam van het Reformatorisch Dagblad dat ik zekerheidshalve op Evernote heb opgeslagen. De journalist signaleert op basis van recent onderzoek interessante verbanden tussen de oude en de nieuwe Bavo. Dat doet hij aan de hand van mijn boek en dat van Thomas von der Dunk. Ik zal niet zeggen Bien étonnés de se trouver ensemble, want Thomas en ik delen een verleden als actieve leden van het Cuypersgenootschap. Maar het was toch wel frappant.

‘Laat je dat nu makkelijk los, zo’n groot project?’, wordt me wel eens gevraagd. Nee, helemaal niet, maar als zelfstandig onderzoeker heb je geen keus. Je moet weer verder met het volgende project, waar ik tot mijn vreugde Joseph Cuypers (en Jan Stuyt) weer tegenkwam. Dat was bij de Annakerk en vooral de Laurentiuskerk in ‘t Ginneken in Breda. Ik schreef er een artikel over voor ifthenisnow.eu.

Ondertussen heb ik over Joseph Cuypers zelf ook een artikel geschreven in verband met het project van de inventarisatie van het archief dat Pierre M. Cuypers begin dit jaar in bruikleen gaf aan het gemeentearchief van Roermond. Je kunt het via deze link inzien. Deze drukproef is exclusief de laatste verbeteringen, dus wil je het ‘schoon’ en in drukvorm zien, surf dan naar De Spiegel van Roermond en bestel dit jaarboek van 2017.

Wie weet zien we elkaar nog in Roermond of Haarlem. Want beide plaatsen zal ik komend jaar zeker nog een aantal keren aandoen.

Een nieuw boek over Annemiek Punt

'Thomas Moore' van Annemiek Punt in de kathedraal van Roermond. Foto bvhh.nu 2016.

Een leuke opdracht die via collega Evelyne Verheggen mijn kant op kwam, was het artikel over glazenier Annemiek Punt. Ik dacht dat het om een artikel zou gaan, maar het blijkt een boek te zijn, waarvan de andere bijdrage wordt geleverd door esthetisch filosoof Wessel Stoker die onder meer naam maakte met de publicatie: Kunst van hemel en aarde. Het spirituele bij Kandinsky, Rothko, Warhol en Kiefer (2011). Ik heb zijn verhaal nog niet gezien, maar ik ben er heel benieuwd naar. Het gaat vast een bijzonder boek worden. Je leest er meer over onder deze link.

Powervrouwen voor Free a girl

Ik weet dat we aan het einde van het jaar doodgegooid worden met goede doelen, maar ik ben zo vrij om er eentje in het bijzonder aan te bevelen. Dat is het initiatief van monumentenfotograaf Léontine van Geffen-Lamers: ‘Powervrouwen voor Free a girl’. Meer informatie vind je onder de link op deze site of op ifthenisnow.eu. Direct doneren? Ga dan naar http://bit.ly/Powervrouwen-FreeAGirl.

Opiniestuk van Léontine van Geffen-Lamers: 'Powervrouwen voor Free a girl' 2016.

#KunstinBreda

Het schrijven van waardestellingen over de niet beschermde religieuze kunst in Breda – aan en in de gebouwen of solitair in de publieke ruimte – was ‘n groot feest. Marjanne Statema en ik zijn van de ene verbazing in de andere gevallen. Mooi om dan van de mannen van de gemeente te horen dat ze geen idee hadden dat er zoveel bijzonders tussen zat. Wel eens gehoord van pyrofotografie? Of van een expressionistisch wegkruis? Of van … ach wat, ga eens kijken onder deze link.

Leen Douwes, Wegkruis te Breda (1930). Foto Marjanne Statema 2014.

#Kerkverhalen

Met Menno Heling van if then is now heb ik afgelopen jaar het project #kerkverhalen opgezet. Het idee is om de rijkdom aan verborgen schatten in de kerken in het licht te zetten door middel van verhalen. Als platform voor verhalen over toerisme, kunst en erfgoed past dit bij uitstek in de doelstellingen van if then is now. Veel kerken zullen de komende jaren gesloten en herbestemd of – als het aan de Nederlandse kerk ligt – gesloopt worden. Door te helpen om een museale omslag te maken kunnen de kerken die voor de eredienst open blijven op meer fronten een publieksfunctie vervullen. Want medegebruik zal nodig blijven om inkomsten voor het beheer van deze gebouwen te genereren, of dat nu op het gebied van de kunsten is of andersoortige manifestaties.

Het leverde een leuk interview op van Rob den Boer in Christelijk weekblad.

Interview over #kerkverhalen in Christelijk Weekblad (2016).

Meer over #kerkverhalen kun je vinden op deze site en bij ifthenisnow.eu door #kerkverhalen in te voeren in het zoekscherm. Binnenkort worden de verhalen gebundeld op een aparte website.

De glasnegatieven van Cuypers

Ga maar direct kijken naar de diashow over de glasnegatieven in het Cuypershuis die dringend gerestaureerd moeten worden. Dan weet je waarom crowdfunding nodig is. Dit soort acties laat je beseffen hoe veel er nog is waarvan we nauwelijks iets weten. Inderdaad, Cuypers maakte al heel vroeg gebruik van de publicitaire mogelijkheden van de fotografie. Meer bijzonder is de exercitie die hij in 1860 in Breda uitvoert, waarbij foto’s gebruikt worden in het restauratieproces. Mijn collega-Cuyperianen Wies van Leeuwen en Lidwien Schiphorst betitelen deze werkwijze als heel vroeg en dat lijkt me terecht. Maar wat hebben we nu aan vergelijkingsmateriaal? Hoe ging het er elders aan toe?

Zo zie je maar weer dat iedere vondst niet alleen antwoorden brengt, maar vaak nog meer vragen oproept. Dat is natuurlijk ook het mooie aan dit vak.

Tentoonstelling en crowdfunding glasnegatieven Cuypershuis (2016).

De foto toont een van de glasnegatieven die Pierre M. Cuypers uit Bemmel bij gelegenheid van de opening van de tentoonstelling aan de verzameling toevoegde. Je ziet zijn vader Charles op de schoot van zijn overgrootvader Pierre, zijn grootvader Joseph links en zijn ooms, Pierre junior en Michael, staand. De foto is genomen op een van de mooiste plaatsen in het museum, de Cuyperszaal die Joseph in 1907-1908 in het complex integreerde.

Dit goede doel kan gesteund worden tot medio maart. Surf daarvoor naar http://bit.ly/Cuypersglasnegatieven.

Bach’s Weihnachtsoratorium

Rest mij ieder van jullie een zalig Kerstmis, ontspannen feestdagen en een voorspoedig 2017 toe te wensen. Zelf kwam ik in de stemming door naar het Weihnachtsoratorium van Bach te luisteren. Ik vond een prachtige, historische uitvoering van Nikolaus Harnoncourt (1929-2016) op Youtube, die ik jullie van harte kan aanbevelen: klik hier voor de cantates 1-3 en hier voor de cantates 4-6. In een tijd waarin we tastend voorwaarts schuifelen – want dat we in zwaar weer verkeren en de wind voorlopig niet af zal nemen is wel duidelijk – brengt Bach je met zijn muziek terug naar het wonder van het Kerstfeest.

Dat gevoel van peis en vree is een schaars goed, dus laten we dat met elkaar delen.

;-) Bernadette

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


Verkorte link van dit item: http://bit.ly/VHH-Vriendenbrief

Hoe het begon … if then is now

Screenshot Twitteraccount @Kerkverhalen

Op 12 mei 2016 is een eerste bijeenkomst geweest in de Laurentiuskerk te Alkmaar rond het thema: De kerk in het midden. Hoe je met verhalen kerkelijk erfgoed helpt, georganiseerd door ifthenisnow.eu en vanhellenberghubar.org. Hiermee is de start gemaakt met de ontwikkeling van een virtuele community rond kerkelijk erfgoed op if then is now, met het idee om de onzichtbare musea – die kerken vaak blijken te zijn – bekend te maken bij een groot publiek. Als er één groep monumenten gebaat is bij de bevordering van erfgoedtoerisme, dan wel deze. De komende jaren zullen steeds meer kerken moeten kiezen voor integrale herbestemming of aanvullende functies, waarvoor het belangrijk is om publiek te trekken. Profileren is dus het motto.

Meer weten over wat deze dag heeft gebracht? Lees dan verder via deze link: http://bit.ly/KihM-alg (even naar beneden scrollen).

#Kerkverhalen

Naar aanleiding van de bijeenkomst in Alkmaar is op ifthenisnow.eu de rubriek #Kerkverhalen gestart. Met de hashtag#kerkverhalen krijg je via het zoekscherm een overzicht van de items die tot dusver zijn gepubliceerd. Daar zit van alles bij, dus niet alleen items die in te ontsluiten kerkgebouwen staan, maar ook algemene verhalen zoals die van André Droogers, die vol humor #kerkverhalen als antropoloog benadert.

Bij mij zitten de verhalen vol weetjes, maar dat zal mensen die al vaker iets van me hebben gelezen niet verbazen. Voor een deel staan deze webartikelen ook – aangekondigd – op deze site. De meeste items over de nieuwe Bavo in Haarlem zijn van vóór #kerkverhalen, dus die kun je eenvoudig vinden met de zoekterm ‘nieuwe Bavo’. Op dit moment hebben mijn #kerkverhalen hoofdzakelijk betrekking op het project #KunstinBreda.

Ga eens kijken, want misschien wil je hier wel aan meedoen. Als dat het geval is kun je contact opnemen met menno@ifthenisnow.eu (06-31974866) of met mij (zie de contactgegevens rechtsboven op dit scherm).

We zijn trouwens niet alleen geïnteresseerd in gloednieuwe #kerkverhalen, maar ook in stukken die (vroeger) analoog zijn gepubliceerd of op een site met een totaal andere doelgroep. Zolang de stukken actueel zijn – of wel gedateerd, maar representatief voor een bepaald tijdsbeeld – en vallen binnen de reikwijdte van kunst, cultuur en erfgoed, kunnen we je een groot lezerspotentieel bieden.

Wil je niets missen? Volg ons dan via @kerkverhalen@ifthenisnow en @Bern4dette.

B.

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!

Verkorte link van dit item: http://bit.ly/2g28S6d

Errata en voortschrijdend inzicht boek nieuwe Bavo

Signeren op de Open Monumentendag in de nieuwe Bavo, 10 september 2016. Foto Marij Coenen.

Signeren tijdens de Open Monumentendag in de nieuwe Bavo, 10 september 2016. Foto Marij Coenen.

Errata

‘Waar gehakt wordt vallen spaanders’, luidt een oer-Hollands gezegde. Die spaanders nemen we hier onder de loep onder de noemer van errata (vergissingen). Vroeger bestonden die uit een los briefje in een boek, dat natuurlijk steevast kwijt raakte. Vandaag de dag kunnen we hiervoor het wereldwijde internet gebruiken. Of dat minder vergankelijk is dan zo’n strookje papier is de vraag, maar je bereikt er in eerste instantie wel meer mensen mee.

Loop je even met me mee? Dan zie meteen op welke momenten mijn hoofd tijdens het schrijven en corrigeren overliep.

  • p. 4: niet te geloven, maar bij de inhoudsopgave hebben we er met het hele team overheen gelezen dat bij paragraaf 4.3.6 hét Unvollendete staat. Dat moet natuurlijk zijn de Unvollendete.
  • p. 13: door wijzigingen op het allerlaatste moment zijn in het dankwoord twee namen weggevallen van mensen die me geweldig geholpen hebben. Dat is allereerst Carien van de Boer-van Hoogevest met wie ik archiefonderzoek heb gedaan naar de manier waarop de kathedraal kunstmatig verlicht werd. In het boek komt dat verder niet ter sprake, maar hier is het wel interessant om te vermelden dat dat van meet af met electriciteit gebeurde. Daarnaast drs David Mulder, werkzaam bij de atlas van het gemeentearchief van Amsterdam. Hij attendeerde me op die andere Unvollendete, de Willibrordus buiten de Veste te Amsterdam.
  • p. 27: Wies van Leeuwen attendeerde me er op dat Van Heukelom moet zijn Van Heukelum (op p. 91 staat de naam wel correct).
  • p. 39: Joseph Cuypers studeerde niet van 1878 tot 1882, maar van 1879 tot 1883 aan de Polytechnische School van Delft. Deze correctie heb ik ontleend aan de Joseph Cuypers Collectie op het Gemeentearchief van Roermond (GAR): voorl. nr 38 in combinatie met de ‘Biographie’ van Joseph Cuypers, voorl. nr [volgt]. Wat betreft het startjaar moet het lemma op Wikipedia aangevuld worden. Vreemd genoeg ontbreken deze jaren in het lemma van Arjen Looyenga in het Biografisch Woordenboek van Nederland. De foutieve datering kwam van een item van de archiefsite van het Nai.*
  • p. 43 t.h.v. noot 72: bij de Vioolstruikavond werd de ‘Gentilhomme bourgois’ of parvenu van Molière opgevoerd en niet de Tartuffe. Meer hierover is te vinden in het Spiegelend Venster van Matthijs Sanders of de Thijmbiografie van Michel van der Plas.
  • p. 72: De muurschilderingen van Bernard Meddens in de Willibrorduskapel heb ik verward met die van Jan van Druten in de Mariakapel (met dank aan Letty Muizelaar).
  • p. 269: abusievelijk staat in het bijschrijft de naam van Jan Loots, terwijl dat moet zijn Lambert Lourijsen. Ik heb de twee mozaïekmakers hier door elkaar gehaald (met dank aan Letty Muizelaar).
  • p. 321: bij noot 934 is een deel van de tekst weggevallen: Walle, H.J.,  ‘Verslag der 1057ste Gewone Vergadering, gehouden in het genootschapslokaal Hotel-Americain, Leidscheplein alhier op woensdag 15 sept 1897’, in: Architectura, Orgaan van het Genootschap Architectura et Amicitia Amsterdam 5 (1897), pp. 171-172. | http://bit.ly/ Architectura-Tresor. Deze titel ontbreekt ook in de bibliografie.
  • In de bibliografie ontbreekt volstrekt ten onrechte de prachtige tentoonstellingscatalogus van Gerard van Wezel van Jan Toorop (2016).

Zo zullen vast nog meer correcties en aanvullingen volgen.

Voortschrijdend inzicht en nieuwe vondsten

Behalve errata zijn er ook aanvullingen. Naar mate de tijd voortschrijdt en er meer onderzoek uit deze periode beschikbaar komt, zal het nodige aan het boek toegevoegd kunnen worden. Dat maakt me niet verdrietig, maar trots, omdat ik met dit boek een aantal nieuwe thema’s op het podium heb gezet – zoals het bewust onvoltooide ontwerp van Joseph Cuypers – die ongetwijfeld tot reflectie zullen leiden. Dat hoort allemaal bij het proces van trial and error, waarmee we de wetenschap vooruit helpen.* Om maar een voorbeeld te geven:

  • Door ons onderzoek in de Catharinakerk van Eindhoven in 2020 – samen met Don Rackham van Res Nova Monumenten – kwam ik uit bij een artikel van Rob van Hees over de Servaaskerk in Maastricht. Hij bespreekt daarin de koepel in de keizerzaal in de westbouw, waar zich een opmerkelijke combinatie voordoet van pendentief en tromp, die ieder afzonderlijk bedoeld zijn voor de overgang van een ‘vierkant grondplan naar de ronde basis van de koepel. In de keizerzaal begint dit constructieonderdeel als pendentief om als tromp te eindigen’.* Bij de Servaaskerk is dit vrijwel zeker nodig geweest om de overspanning van circa 8 meter te halen. Wie de afbeeldingen bij deze uitleg bekijkt, ziet dat Joseph Cuypers dit concept overgenomen heeft voor zijn koepel op de viering. Joseph kende beide Maastrichtse romaanse kerken, De O.L. Vrouwekerk en de Servaaskerk, erg goed en heeft bij de ontwikkeling van de bouwplannen voor de KoepelKathedraal ook gekeken naar de opzet van het diepe kannunikenkoor van de Servaaskerk.* 
  • Af en toe is het ontsluiten van archiefcollecties – zoals de Joseph Cuypers Collectie – echt priegelwerk. Zo ben ik (november 2018) een hele ochtend bezig geweest om de juiste datering te achterhalen van de studietijd van Joseph Cuypers aan de Polytechnische School in Delft. Die staat fout op de oude site van het Nai en dus ook in mijn boek over de nieuwe Bavo (op p. 39): de architect volgde niet van 1878 tot 1882, maar van 1879 tot 1883 de opleiding tot ‘civiel-bouwkundig ingenieur’.* Deze correctie heb ik ontleend aan een collegedictaat in de Joseph Cuypers Collectie (voorl. nr 38) in combinatie met de ‘Biographie’ die hij in 1931 schreef (voorl. nr [volgt]). Wat betreft het startjaar moet het lemma op Wikipedia aangevuld worden. Vreemd genoeg ontbreken deze gegevens in het lemma van Arjen Looyenga in het Biografisch Woordenboek van Nederland dat zo langzamerhand integraal herschreven zou moeten worden.*
  • Onlangs (oktober 2017) kreeg ik toegang tot Kerkcollectie digitaal van het Catharijneconvent voor mijn E-boek over de Laurentius-Elisabethkathedraal te Rotterdam. Kerkcollectie digitaal kan sinds december 2015 geraadpleegd worden en omvat onder meer een groot deel van de vroegere inventarisaties van de opgeheven Stichting Kerkelijk Kunstbezit Nederland. Zo ontdekte ik dat de vroegste kalligrafie van de eerste strofe van het Te Deum niet in de nieuwe Bavo zit, maar in de kapel van het bisschoppelijk paleis van Utrecht: circa 1901. Het maakt deel uit van het ontwerp van een schildering van de genadestoel (Drie-eenheid) van F.W. Mengelberg (1837-1919), uitgevoerd door zijn medewerker Nicolaas Poland (1862-1949). Niet alleen was Mengelberg in de Haarlemse kathedraal actief, maar ook lid van de katholieke kunstkring De Violier. Hij zat dus zowel in het netwerk van A.J. Callier als van Joseph Cuypers. Het verschil is wel dat de kalligrafie in Utrecht deel uitmaakt van en ondergeschikt is aan de voorstelling. In de KoepelKathedraal gaat het om een tekstband onder de vensters in de lichtbeuk die de hele kerk omvat, op de koortribune in het westen na. De verbijzondering blijft hier vooralsnog zonder weerga.
  • Door het onderzoek naar de schilderingen van Kees Dunselman in de Laurentius-Elisabethkathedraal te Rotterdam belandde ik – samen met Jojanneke Post van Davique Sierschilderwerken – in het Dunselmanarchief dat ligt bij Museum Amstelkring/Ons’ Lieve Heer op Solder. En wat kwam daaruit naar voren! De schilderingen rond het heilig Hartaltaar in de Urbanuskerk van Nes aan de Amstel die ik toeschreef aan architect Joseph Cuypers, blijken van Kees Dunselman te zijn!* Meteen vraag je je dan af of de heren hierover contact hebben gehad. Ze kenden elkaar immers via De Violier, waar Joseph en Jan direct na de oprichting in 1900 in het bestuur zaten. Kees werd pas relatief laat lid in 1906.* Het kleurenschema van het werk in de Urbanuskerk is in ieder geval opvallend Cuyperiaans. De foto toont centraal het heilig hartaltaar met een gesneden beeldengroep van Christus die verschijnt aan Margareta Maria Alacoque, mogelijk uit het atelier van Cuypers. Op zich is de solitaire positie van deze voorstelling al vrij bijzonder. Hierboven houden geschilderde engelen een banderol vast met de tekst: ‘Ziedaar het hart dat u zoozeer bemint’. Links en rechts zijn engelen weergegeven tussen vazen met lelies. Ze zijn geplaatst in een gotische arcade dat rust op een gesjabloneerde lambrisering. Ook op de kopmuur bevinden zich schilderingen, maar daar is geen foto van in het Dunselmanarchief.
    Blijkens de jubileumkrant van de Urbanuskerk van 2016 – die ik spijtig genoeg niet meer heb kunnen raadplegen voor mijn boek – heeft Kees Dunselman hier meer werk verricht, waaronder de schilderingen aan de westkant en in de Antoniuskapel.*
    Dankzij de opdracht voor de Laurentius-Elisabethkathedraal heb ik verder mijn stuk over de gebroeders Dunselman in De genade van de steiger fors aan kunnen vullen en aanpassen. Je kunt het verhaal vinden in het E-boek Tussen Gabriel en Michael (2018) dat gedownload kan worden onder deze link.
  • Dankzij de voornoemde jubileumkrant staat nu vast dat de tegeltableaus van de kruisweg (1904) en de doopkapel (1899) ontworpen zijn door Joseph Cuypers. De bijzondere tegelvloer met het Benedicite is echter naar ontwerp van Theo Molkenboer (1904), eveneens een van de eerste leden van de Violier en betrokken bij de Haarlemse kathedraal.*
  • In het kader van een ander project – #KunstinBreda – kwam ik er achter dat de manier waarop Bekkers en Meijsing in hun boek uit 1923 de kathedraal als gebouw vergelijken met het mystieke lichaam van Christus, waar alle gelovigen deel aan hebben, geïnspireerd is door de liturgische visie van de priester-theoloog R. Guardini.* Dat is in meer opzichten interessant, omdat deze man zich in de voorhoede bevond van de liturgische vernieuwing. Wat zegt dat over de situatie in Haarlem? Wat zegt dat over bouwheer en architect die immers beiden hun goedkeuring aan dit boek hebben gehecht?
  • Van Philip Weijers ontving ik een stuk met interessante feed back die hier op termijn een plaatsje zal krijgen.
  • Verder wees Harrie-Jan Metselaars me op enkele frappante overeenkomsten met de Sacré Coeur in Parijs (1871-1914). Die zijn er zeker, hoewel daar in de primaire teksten over de nieuwe Bavo geen melding van wordt gemaakt. Het lijkt me spannend om dit een keer op een rij te zetten, want Joseph Cuypers heeft de kerk in Parijs ongetwijfeld bezocht. Voorlopig blijft het nog bij deze observatie.

Wie aan dit voortschrijdend inzicht bij wil dragen is van harte welkom, of dit nu op een letterlijk niveau is, of inhoudelijk!

;-) B.

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


Bronverwijzingen en bibliografie

Annotatie via de * in bovenstaande tekst

De * verwijst naar de volgende bronnen en annotaties, waarvan de verkorte titels refereren aan de projectbibliografie.

  • Hees, Rob P.J. van. ‘Sint-Servaaskerk te Maastricht. Ontwikkelingen in de restauratievisie.’ In Plafond- en wandschilderingen. Maastricht 26 april 2013, 96. Oosterhout: WTA Nederland-Vlaanderen, 2013. https://bit.ly/3cP1NlA-Cuypers; zoekterm keizerzaal.
  • Voor de verwijzing naar de Maastrichtse kerken zie Hubar, De nieuwe Bavo te Haarlem, met name pp. 90, 96, 114, 127.
  • Voor het belang van trial-and-error zie Hubar, De nieuwe Bavo te Haarlem, pp. 28-31. Het fenomeen wordt op een aantrekkelijke manier over het voetlicht gebracht in dit mooie item: Groot, Corlijn de. “Waarom is fouten maken zo belangrijk?” NPO Focus, 2019. http://bit.ly/2UnBKJ8.
  • Joseph Cuypers, Biographie.
  • Het betreft de volgende titels.
    • Joseph Cuypers, Biographie.
    • Steenberg, “Joseph Cuypers“. Wikipedia.
    • Looyenga, “Cuijpers, Josephus Theodorus Joannes (1861-1949)”.
    • Nai, “Op zoek naar een eigen stijl“.
  • Hubar, De nieuwe Bavo te Haarlem, p. 244. Museum Amstelkring/Ons’ Lieve Heer op Solder, Dunselmanarchief, historische foto zonder nummer. Meer informatie over het Dunselmanarchief is te verkrijgen bij conservator Robert Schillemans.
  • Ontleend aan “Kees Dunselman”. Wikipedia, 17 oktober 2016. http://bit.ly/2ulMo8I.
  • Timmermans, Huub, Margaret Timmermans, en Elly van Rooden. “125 jaar Sint Urbanuskerk – Nes aan de Amstel 1891 – 2016 – jubileumkrant”. UrbanusparochieNes.nl, 2016. http://bit.ly/2ukgf1l. In dit document zijn verschillende data opgenomen, ontleend aan het parochiearchief, waaronder werk van Kees Dunselman.
  • Theo Molkenboer: Hubar, De nieuwe Bavo te Haarlem, pp. 34, 40-41, 64, 176-177; 181.
  • Hubar, De nieuwe Bavo te Haarlem, pp. 215-219. Melchers, Marisa, Het nieuwe religieuze bouwen, liturgie, kerken en stedenbouw, Amsterdam 2015, p. 59.
Aanvullingen op de bibliografie van het  boek over de nieuwe Bavo

Bij onderstaande literatuur is de verkorte link veranderd. Er komt nog een automatische doorverwijzing, maar voortaan kunnen deze titels als volgt geciteerd worden:

  • Cuypers, Joseph, ‘Van hedendaagsche bouwkunst in ’t algemeen en de kathedraal van Sint Bavo in ’t bijzonder.’, in: Van Onzen Tijd 7 (1906-1907), pp. 1-16; 100-116 (i.h.b. p. 3 en p. 103): http://bit.ly/Bavo2all
  • Leeuwen, A. J. C (Wies) van. Alberdingk Thijm, bouwkunst en symboliek. Ohé en Laak: Cuypers Genootschap, 1989. http://bit.ly/2retpLg-VanLeeuwen.

Werkzaamheden aan het schipdak van de nieuwe Bavo (Foto Marij Coenen, maart 2015).
Werkzaamheden aan het dak van de nieuwe Bavo. Foto Marij Coenen, maart 2014.

Verkorte link van dit item: http://bit.ly/2eJhLjZ