Palet van het interbellum laatste dag

Morgen, 29 juni, eindigt de tentoonstelling Palet van het interbellum in Museum De Wieger te Deurne. Een kans die je niet ongebruikt moet laten liggen, want je ziet hier echt een keur aan meesters bij elkaar. De meesten ervan heb ik ontmoet tijdens mijn onderzoek naar de monumentale schilderkunst in het interbellum, want behalve op vrij werk concentreerden deze schilders zich een enkele keer op de muur. De resultaten waren verbluffend, zoals je in het boek De genade van de steiger kunt lezen.

De kunstenaar van de bovenstaande ‘collage’, Hugo Landheer (1896-1995), ben ik eerder niet tegen gekomen. ((Foto’s Marij Coenen, 2014)) Hoewel hij – voor zover bekend – nooit een monumentaal werk heeft gemaakt, komen deze twee stukken wel zeer monumentaal over: het ene, Droomstad aan het water dateert van 1929 en het andere, Kerkinterieur met beelden uit 1926. Hieraan zijn ook de details (midden en rechts) ontleend. We zien een mengeling van kubisme en symbolisme dat helemaal past bij de nieuwe kerkelijke kunst uit de jaren twintig, zoals deze met name door de Roomse Haagse school beoefend werd. ((Hubar, De genade van de steiger, pp. 311-338)) Héél apart.

De schilderijen behoren tot de collectie van het museum, dus het zou interessant te achterhalen of Wiegersma ze zelf aangeschaft heeft. Dat is vooral zo spannend, omdat de kunstenaars uit deze richting door de critici van De Gemeenschap, de katholieke angry young men waar Wiegersma deel van uitmaakte, regelmatig neergesabeld werden. Jan Engelman, aan wiens relatie met Wiegersma de volgende tentoonstelling in het museum is gewijd (vanaf 6 juli), stond daarbij voorop.

Op naar Deurne zou ik zeggen!

B. ((Verkorte link van bovenstaand item: http://wp.me/p4eh3s-xg))
_________________________________

Voetnoten

Welkom!

Voor een eerste kennismaking ben je van harte welkom om door de dia’s te bladeren of meteen door te gaan naar de tekst eronder.

Deze diashow vereist JavaScript.

Een kleine selectie van publicaties, rapporten en ander werk van de afgelopen jaren. Niets hiervan was tot stand gekomen zonder mijn vennoot Marij Coenen.* Wil je rustig door de dia’s wandelen, navigeer dan zelf met de muis of bij een touchscreen met je vinger.*

Welkom

Welkom op deze site waar we graag met je kennis willen maken en ons werk onder de aandacht willen brengen. Mijn naam is Bernadette van Hellenberg Hubar en ik ben erfgoedspecialist, homo ludens (spelende mens), schrijver en dichter, en voorheen vennoot van Res nova, erfgoed in ontwikkeling. Als professional ben ik al bijna 40 jaar actief in de wereld van de monumentenzorg en het erfgoedbeheer.* Voor ‘ons’ zijn minimaal twee personen nodig en dat is hier niet anders: graag stel ik je dan ook voor aan mijn vennoot Marij Coenen, die zowel hier op de homepage voor het voetlicht wordt geplaatst, als in haar biografie op deze site.* Samen met haar vorm ik in feite al jaren een schrijverscollectief.

Schrijver — Het afgelopen decennium ben ik geworden wat ik, acht jaar oud, graag wilde zijn, namelijk schrijver. De diashow hierboven laat zien dat we prachtige projecten hebben mogen uitvoeren, waarvan we er een paar hierna voor het voetlicht plaatsen. Voor een deel gaat het om fysieke en deels om digitale boeken. De opmars van het E-boek is niet meer te stuiten. Omdat het eenvoudig te produceren is, zie je dat steeds meer instellingen onderzoeksopdrachten als E-boek ter beschikking stellen aan hun achterban en de vakwereld. Kijk maar eens naar de brochure Monumentale kerkelijke schilderkunst (1890-1980), uitgegeven door de RCE; of het E-boek Tussen Gabriel en Michael, De schilderingen naar Kees Dunselman in de Laurentius & Elisabeth Kathedraal te Rotterdam, uitgegeven door de parochie van de kathedraal

Ook bij ons lopende project – de ontsluiting van de Joseph Cuypers Collectie – staat ‘t schrijven centraal. Overigens zijn er inmiddels nog heel wat meer artikelen in dit vaktijdschrift verschenen.

Duizendpoot — De hoofdmoot van ons werk de afgelopen jaren ligt op het gebied van de kerkelijke kunst van de negentiende en twintigste eeuw. Dat heeft uiteraard te maken met de massale sluiting van dit type monumentale architectuur, die wekelijks de pers haalt. Maar dat is niet het enige waar we mee bezig zijn geweest.

  • Waardenstellend onderzoek | Voor iets wat zo belangrijk is bij bescherming en beheer van erfgoed, is het opvallend hoe weinig aandacht dit onderdeel van ons vak krijgt. Onderzoeken en inventariseren kunnen de meeste erfgoedprofessionals wel, maar waarden stellen is een verhaal apart. Er worden her en der wel handreikingen gedaan – zoals de richtlijnen voor bouwhistorisch onderzoek – maar over een samenhangende systematiek beschikken we niet. Zelf heb ik een methode ontwikkeld die op het gebied van monumentale schilderkunst uitgewerkt is in mijn boek De genade van de steiger en waarvan ik opnieuw gebruik heb kunnen maken bij de nieuwe Bavo en het stuk voor het boek over Annemiek Punt. Bij het project #KunstinBreda heb ik gewerkt met de erfgoedmeetlat van de VNG die de gemeente verder ontwikkeld heeft. Omdat het hierbij om roerende objecten ging, is de lat in goed overleg aangepast.*
  • Planologische bescherming | Dit staat in het middelpunt van de belangstelling vanwege de nieuwe Omgevingswet die in 2021 van kracht wordt. In 2005 heb ik samen met een team de voorloper ontwikkeld voor de gemeente Maastricht: het planologisch erfgoedregime. Gemeenten hoeven niet te wachten tot 2021, want dankzij jurisprudentie en bouwbesluiten is het bestaande bestemmingsplan al een prima instrument.*
  • Sociale media | Je hoeft maar een blik te werpen op Twitter of Facebook om in te zien dat erfgoed niet meer zonder sociale media kan. Wat dat voor een invloed heeft, heb ik op een rij gezet in het kader van het project #kerkverhalen.* Toch merk je dat de erfgoedwereld deze media nog lang niet ten volle heeft omarmd. Zo heeft het Cuypersgenootschap de stekker getrokken uit een project voor een 2.0 opzet* voor deze vereniging, hoewel Menno Heling van if then is now en ik twee perspectiefrijke rapporten hierover hebben geproduceerd.
  • Verhalenverteller | Of het nu episch of lyrisch is, ik ben een rasechte verhalenverteller. Daar staat deze site ook bol van.

Voor wat ik nog meer heb gedaan, mag ik graag verwijzen naar mijn biografie.*

Kroonjuwelen — Eén van de meest interessante projecten die ik ooit heb mogen doen, heb ik alweer enige tijd geleden afgerond. Dat is het boek over de nieuwe Bavo te Haarlem van architect Joseph Cuypers dat 9 september 2016 voorafgaand aan de Open Monumentendagen in Haarlem is gepresenteerd. Met deze opdracht ben ik vanaf 2013 bezig geweest. Nu is de kathedraal op zich al zo bijzonder, maar dat boek is nog eens extra apart omdat ik het lopende de restauratie heb mogen schrijven. Dat is tamelijk ongebruikelijk, maar heeft beslist een meerwaarde. Je komt met dingen in aanraking op een manier die onmogelijk wordt zodra de steigers verdwenen zijn. En het resultaat is er dan ook naar. Een prachtwerk, waar heel wat fotografen aan meegeholpen hebben. Dankzij vormgever Marjo Starink en WBooks heeft de lezer echt wat moois in handen. En dat moois zit tjokvol verhalen. Om daarvan alvast een indruk te geven, is een samenvatting gepubliceerd op het platform if then is now. Maar ook elders op deze site vind je verhalen over de Haarlemse kathedraal.*

Ik mag me gelukkig prijzen, want in de jaren ervoor is ook al zo’n spannend project op mijn weg gekomen: het onderzoek naar monumentale kerkelijke schilderkunst uit het interbellum. Een juweel van teamwork dat verrassende inzichten heeft opgeleverd in een type kunst, waarover vrijwel niets bekend was. Het resultaat was een publicatie, getiteld De genade van de steiger, die tot stand kwam in opdracht van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed en uitgegeven is door de Walburg Pers te Zutphen. Het boek is sinds oktober 2017 uitverkocht, maar nog wel in enkele boekwinkels en antiquarisch te verkrijgen.*

Bernadette van Hellenberg Hubar met 'De genade van de steiger' (2013)
Een blije Bernadette van Hellenberg Hubar met haar net verschenen boek ‘De genade van de steiger’ in haar hand. De presentatie van dit naslagwerk over monumentale kerkelijke schilderkunst in het interbellum vond 21 november 2013 plaats in de Obrechtkerk te Amsterdam. Het eerste exemplaar werd aangeboden aan Henk van Os die er een lovende recensie over schreef.* (foto Marij Coenen, 2013).

Met wie werk ik samen?

De kracht van ondernemend Nederland ligt in de samenwerkingsverbanden die per project worden aangegaan.* Zo heb ik wat betreft kleuronderzoek onder meer samengewerkt met Judith Bohan (nieuwe Bavo te Haarlem) en Angelique Friedrichs van de SRAL in Maastricht (Clemenskerk Merkelbeek, Lambertuskerk Maastricht). Ik mag graag verwijzen naar de SRAL als uitvoerende instantie, maar ook naar Jojanneke Post van Davique Schilderwerken, met wie ik het project bij de kathedraal in Rotterdam heb gedaan. Daar heeft zij een beslissende stap gezet van restauratie naar kunstproductie. Voor bijzondere bouwhistorische expertise kan ik steevast terecht bij Karl Pesch Konopka van Stadsherstel Limburg die tevens restauratiearchitect is. Ook met andere architecten werk ik in wisselende combinaties samen. Daarnaast heb ik met Annelei Engelberts inmiddels enkele bundels met beeldgedichten mogen maken. Daar komt nog een vervolg op. Op het digitale vlak word ik zowel technisch als creatief bijgestaan door Wolthera.info en Lostagain.nl. En dan heb je nog de vele netwerken via de sociale media en andere platforms. Zo heeft de samenwerking met ifthenisnow.nl – platform voor cultuur, kunst en toerisme – geleid tot de rubriek #Kerkverhalen op onze sites en de oprichting van een aparte subsite voor kerkverhalen.*

Degene echter met wie ik het meest constant samenwerk is mijn vennoot Marij Coenen. Zij speelt een belangrijke rol bij de fotografie, de manuscripten en rapporten, de berichtgeving op de sociale media en de items op deze site. Zonder haar waren de boeken en bundels die ik de afgelopen jaren heb geschreven, er niet gekomen.


Bernadette en Marij luisteren geconcentreerd naar de uitleg tijdens de Probusexcursie naar de tentoonstelling ‘De sporen van Joep Nicolas’. Dit was in de galerie van Mariska Dirkx in het voormalige atelier van Nicolas te Roermond (foto Steef Stevens, 2014).*
 

Waar zijn jullie mee bezig?

‘Waar zijn jullie op dit moment mee bezig?’, wordt me vaak gevraagd. En vaak in een adem er achter aan: ‘Wat zijn nu jullie plannen?’ Na van die bijzondere opdrachten kunnen mensen zich niet voorstellen dat er weer wat moois op je pad komt. Maar toch gebeurt dat.

De Joseph Cuypers Collectie — In 2018 ben ik opnieuw met een fascinerend project gestart: de ordening van de Joseph Cuypers Collectie als onderdeel van de productie van een E-boek/biografie met een tentoonstelling in het Cuypershuis te Roermond. Alweer een schrijfopdracht dus. Voor een deel zijn de middelen hiervoor afkomstig van de gemeente Roermond die Joseph Cuypers als een belangrijke figuur beschouwt in het programma van het Cuypershuis. Men vertrouwt erop dat de overige financiering door middel van fondsenwerving wordt gerealiseerd. Als alles doorgaat is het een droom die uitkomt, want sinds het onderzoek naar de nieuwe Bavo ben ik meer dan ooit geïntrigeerd door de figuur van Joseph Cuypers (1861-1949).* En een biografie schrijven … wat een uitdaging. Maar vooralsnog is het werk gericht op een E-boek over de collectie en voordat je dat kunt maken moet je ordenen, ordenen en nog eens ordenen. Ik heb zowel wat betreft dit laatste als op biografisch gebied al wat voorwerk gedaan in mijn artikel ‘De sortering van het verleden’ voor De Spiegel van Roermond van 2017.

Dromen — En andere dromen? Wat dacht je van kennis overdragen? Dat staat ook hoog op mijn agenda. Na ruim 40 jaar in de erfgoedwereld zit er een heleboel in mijn hoofd wat ik graag met anderen deel. Vandaar dat ik graag tijdens mijn projecten gebruik maak van de sociale media, overigens niet alleen om kennis te delen, maar ook om kennis te vergaren. Ondertussen is het ook heerlijk om veldwerk te doen, liefst bovenop een steiger … gewoon lekker kijken met je handen en ze vies maken bij het onderzoeken van een gebouw. Het heeft allemaal met passie, ontdekkingsreizen en verhalen te maken. Wat ik ontdek probeer ik – binnen de grenzen van de opdracht – over te dragen via blogjes en de sociale media: de ene keer heel laagdrempelig, de andere keer meer diepgaand. Je kunt er op deze encyclopedische site van meegenieten.

Welkom! | Op de steigers in de Laurentius-Elisabethkathedraal met Jojanneke Post. Foto Davique.nl 30 jan 2017
Domweg gelukkig op de steigers in de apsis van de Laurentius Elisabeth Kathedraal van Rotterdam met Jojanneke Post van Davique Sierschilderwerken. Een geweldige samenwerking die tot een rijk boek en een bijzonder kunstwerk heeft geleid.* Foto Davique.nl 2017.

Of het nu toeval is of niet, het E-boek wat Marij en ik in 2018 hebben afgerond, borduurt naadloos voort op De nieuwe Bavo en De genade van de steiger. Het betreft de schilderingen van Jojanneke Post naar Kees Dunselman in de Laurentius Elisabeth Kathedraal in Rotterdam, waarover je meer kunt vinden via deze (download) link. Het is verbazingwekkend wat er allemaal tevoorschijn is gekomen. Alsof het zo heeft moeten zijn, kwam ook hier Joseph Cuypers langs.

Soms denk je dat je alles hebt gehad en gezien, zeker als het de architecten Cuypers betreft. Dus wat een verrassing dat we begin 2020 met Don Rackham een start konden maken met een groot onderzoek naar de Catharinakerk te Eindhoven (1895-1867), een jeugdwerk van Pierre J.H. Cuypers. Of het nu om vakgenoten of de goegemeente in Eindhoven gaat, iedereen meent dat alles over die kerk al is uitgezocht! Het tegendeel bleek het geval! Binnenkort vertellen we er meer over.

En verder? Kijk eens bij ‘Werk in uitvoering‘.

;-) B.

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


Bronnen en verdere informatie

De * in de tekst hierboven verwijst naar de volgende bronnen:

  • De diapresentaties op deze site werken alleen als JavaScript op je computer is geïnstalleerd. Sowieso doet zich op dit moment (8/11/18) op de Mac een probleem met Chrome voor, waardoor met een storende regelmaat de vermelding verschijnt: ‘Deze diashow vereist JavaScript’. Aangeraden wordt de site te bekijken met Safari of Firefox, waar deze plugin gewoon werkt.
  • Voor mijn wederwaardigheden, onder meer als oprichter van het Cuypersgenootschap en Res nova, zie mijn biografie.
  • Voor #KunstinBreda volg deze link. Hubar, De genade van de steiger, pp. 468-475 (paragraaf 8.1 Waardenstellende termen en begrippen).
  • Voor het Planologisch erfgoedregime (PER©) volg deze link.
  • Voor mijn biografie volg je deze link.
  • Je kunt het boek over de nieuwe Bavo te Haarlem bestellen via deze link. De omslag van ‘De nieuwe Bavo te Haarlem’ is ontworpen door Marjo Starink, met een foto van de RCE beeldbank-Sjaan van der Jagt/Pixelpolder 2015. Voor de samenvatting zie http://bit.ly/Ifthenisnow-Bavo. De korte verhalen over de kathedraal zijn te vinden in Kunst met een kleine en een grote K in de nieuwe Bavo.
  • Voor het begrip 2.0 zie https://nl.wikipedia.org/wiki/Web_2.0.
  • De presentatie die ik hierover hield in het kader van het minisymposium ‘De kerk in het midden’ staat on line op deze site.
  • Voor De genade van de steiger volg deze link.
  • De recensie van Henk van Os is te vinden onder deze link.
  • Voor meer informatie surf naar de pagina met snelkoppelingen.
  • Voor #Kerkverhalen ga je naar … #Kerkverhalen!
  • Voor Galerie Mariska Dirkx volg deze link.
  • Zie het item over het archief van Joseph Cuypers.
  • Surf hiervoor naar de projectpagina.

Nota bene — Wil je terug naar de vorige positie in de tekst, dan moet je omhoog scrollen.

Beeldmateriaal diashow

  • Collage van publicaties van de laatste jaren (bvhh.nu 2018).
  • Tussen Gabriel en Michael. De schilderingen naar Kees Dunselman in de Laurentius & Elisabeth Kathedraal te Rotterdam. Rotterdam: HH. Laurentius & Elisabethparochie, 2018.
  • Annemiek Punt Monumentale glaskunst 1980-2017. Utrecht: Gebr. de Wal, 2017.
  • #KunstinBreda | Religieuze kunst, Waardestellingen van uitmonsteringen en clusters (bvhh.nu 2017)
  • Omslag van ‘De nieuwe Bavo te Haarlem, Ad Orientem | Gericht op het oosten’ (2016).
  • Titelblad van ‘De nieuwe Bavo te Haarlem, Ad Orientem | Gericht op het oosten’ (2016).
  • Opdrachtblad van ‘De nieuwe Bavo te Haarlem, Ad Orientem | Gericht op het oosten’ (2016).
  • Vue vanaf de Leidsevaart op ‘De nieuwe Bavo te Haarlem, Ad Orientem | Gericht op het oosten’ (2016).
  • Verhalen op de muur | De Clemenskerk te Merkelbeek (2014).
  • Wikken en wegen. Rechtspraak in Roermond in 14 beeldgedichten. Omslag met aquarel Annelei Engelberts 2014.
  • De genade van de steiger. Monumentale kerkelijke schilderkunst in het interbellum (2013).
  • De genade van de steiger, vers van de pers! (2013)
  • De kruisweg van Jan Toorop in ‘De genade van de steiger’ (2013)
  • Het mozaïek van Anton Molkenboer in ‘De genade van de steiger’ (2013).
  • E kas blou | Het blauwe huis. Beeldgedichten op Curaçao 2011. Omslag bvhh.2011.
  • Omslag van ‘Het labyrint, Fanfiction gewijd aan Pierre J.H. Cuypers en opgedragen aan Wies van Leeuwen’, Ohé en Laak 2007
  • Omslag van ‘Se non è vero, Fanfiction gewijd aan Nenny Alberdingk Thijm’, Ohé en Laak 2008.
  • Omslag ‘De Sacramentskerk te Tilburg’ (Res nova, 2005).
  • Collage werkzaamheden Joseph Cuypers Collectie.

Verkorte link van dit item: http://bit.ly/VHH-org

De naakte waarheid van Hendrik Wiegersma

Naakte waarheid | Hendrik Wiegersma, glas in lood in zijn woonhuis, 1939 (foto Marij Coenen, 2014).
De naakte waarheid in het bovenlicht van een van de deuren van Museum De Wieger te Deurne. Het ontwerp is van Hendrik Wiegersma, de uitvoering vrijwel zeker van zijn zoon, glazenier Pieter Wiegersma (1939). Foto Marij Coenen 2014.

Wiegersma was niet alleen een gevierd schilder in het interbellum, maar ontwierp ook glas-in-lood, zoals dit exemplaar in zijn woonhuis, thans museum De Wieger in Deurne. ((Nota bene — Titels waar een * achter staat, zijn integraal te vinden op internet.

Zie de site van Museum de Wieger)) Zeer waarschijnlijk werd het geproduceerd door zijn zoon Pieter, van wie ook verschillende glazen in de vaste opstelling zijn te zien.

Associërend met behulp van de kunsthistorische bagage waarover ik beschik, kun je de voorstelling op verschillende manieren ‘zin’ geven. De naakte vrouw zou kunnen staan voor de naakte waarheid, een oud iconografisch motief dat hier ‘geheiligd’ wordt door het karakteristieke kenmerk van heiligen: het aureool. Ze ligt half op een weegschaal en heeft het zwaard amper in haar hand. Dit suggereert dat ze tevens voor de rechtsprekende en de uitvoerende macht staat. De duif die op haar schoot landt kan staan voor de heilige geest: zonder de bevruchting van de geest Gods staat de menselijke macht machteloos, zou je kunnen zeggen. En dat geldt al helemaal voor het derde element van de Trias politica, de wetgevende macht die vertegenwoordigd wordt door het parlement. ((Zie http://nl.wikipedia.org/wiki/Trias_politica)) Die blijft in dit raam onbesproken. Denk je echter een stap verder, dan kan die verbeeld worden de toeschouwer, de burger die elementair is voor de parlementaire democratie. Er zijn verschillende voorbeelden waarin de toeschouwer bewust geadresseerd wordt door de kunstenaar; een van de vormen waar Wiegersma mee vertrouwd was, was de manier waarop dat gebeurde in de katholieke liturgie. Het niet is ondenkbaar dat dat hier ook het geval was, maar dit vraagt om meer onderzoek. Intussen roept de waarheid ook associaties op met Christus’ uitspraak: ‘Ik ben de weg, de waarheid en het leven’. Maar het leven lijkt uit de waarheid weggevloeid te zijn en de weg is zij allang kwijt.

Een beetje speculeren prikkelt ‘the little grey cells’, dus ik heb geprobeerd de letters rond de figuur te ontraadselen: tara? sir es vci. Als we ze opvatten als een anagram valt het woord veritas er in terug te vinden. Het resterende woord is dan crisi, een verbuiging van het woord crisis. Een mogelijke vertaling zou dan kunnen zijn: de waarheid in crisis, hetgeen anno 1939 bepaald niet vergezocht zou zijn.

Navraag bij het museum leerde me dat de allegorie – inderdaad – als verwijzing naar de opmaat tot de Tweede Wereldoorlog wordt opgevat. Maar er staat iets heel anders dan ik dacht. Eenvoudigweg van links naar rechts gelezen, laten de letters zich groeperen tot de zin Si resucitará?, hetgeen uit het Spaans vertaald betekent: Wanneer zal zij herrijzen? Deze titel verwijst naar een van de beroemde prenten van Goya, waarin hij kritiek levert op de regering van Ferdinand VII na de Spaanse onafhankelijkheidsoorlog. ((Francisco Goya Si resucitará? (Zal zij herrijzen?) circa 1814 – 1820, museum Boymans van Beuningen, aan de site waarvan het bovenstaande screenshot is ontleend. Met dank aan Ineke Wouters van Museum De Wieger.))

Naakte waarheid | Francisco Goya Si resucitará? (Zal zij herrijzen?) Boymans van Beuningen. Screenshot bvhh.nu 2018.
Francisco Goya, Si resucitará? (Zal zij herrijzen?) circa 1814 – 1820, museum Boymans van Beuningen. Screenshot website museum bvhh.nu 2018.

Zowel de overeenkomsten als de verschillen zijn frappant, waarbij het meest elementaire onderscheid toch wel bestaat uit het aureool en de heilige Geest of de vredesduif. Dat Wiegersma zijn inspiratie aan Goya ontleende, heeft niet alleen met de faam van deze Spaanse kunstenaar te maken, maar vrijwel zeker ook met de Spaanse Burgeroorlog die op 1 april 1939 eindigde met een overwinning van de fascisten. ((Zie http://nl.wikipedia.org/wiki/Spaanse_Burgeroorlog)) Wiegersma behoorde tot de groep van katholieke intellectuelen rond het tijdschrift De Gemeenschap met voortrekkers als Anton van Duinkerken en Jan Engelman die zich strijdbaar tegenover het fascisme opstelden en zich scherp hadden uitgelaten over wat er in Spanje gebeurde. ((Haterd, L.A.G.J. (Lex) van de, De waarheid hooger dan de leus. Over de beeldvorming rondom tijdschrift en uitgeverij De Gemeenschap 1925-1941 (proefschrift UvA), Amsterdam 2008, pp. 131-132 *)) In die zin is het waarschijnlijker dat dit raam een retrospectieve reflectie vormt op wat zich daar had afgespeeld, dan wat er in het verschiet lag; alhoewel men zeker niet blind was voor de dreiging in Europa.

Op dit moment loopt een tentoonstelling over Jozef Cantré in De Wieger, waar ik zeker nog op terug kom.

B. ((Verkorte link van bovenstaand item: http://wp.me/p4eh3s-y6 | bit.ly/2JbKH3F-Wieger))

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


Naschrift

Deze blog werd geschreven na bezoek aan de tentoonstelling Palet van het interbellum, waarin een groot aantal kunstenaars figureerden die tot het netwerk Engelman en Wiegersma behoorden. ((Zie ‘Palet van het interbellum’ op de site van Museum de Wieger.)) Ook de daarop volgende tentoonstelling over de relatie tussen Hendrik Wiegersma en Jan Engelman was zeer de moeite waard.

Met Hendrik Wiegersma ben ik vrij intensief bezig geweest tijdens mijn onderzoek naar monumentale kerkelijke schilderkunst tijdens het interbellum. Hij heeft dan ook een welverdiende plaats gekregen in De genade van de steiger, welk boek inmiddels uitverkocht is.

Recensies & signalementen

Recensies — Hoe De genade van de steiger is ontvangen kun je met name in het lijstje hieronder vinden. Je ziet het goed, het boek heeft nauwelijks aandacht gekregen in de nieuwsbladen en de vaktijdschriften. Een kenner die zich meldde bij het Bulletin KNOB om het werk te recenseren werd afgewimpeld, omdat iemand van de redactie het zou doen. Bijna zes jaar na dato is dat nog altijd niet gebeurd en nu het boek is uitverkocht, lijkt ‘t ons* twijfelachtig …  

Maar laten we ons concentreren op de positieve zaken: er zijn besprekingen van Henk van Os en Mieke Rijnders, van alle kanten krijgen we (nog steeds) complimenten van restauratoren (zeker ook dankzij het hoofdstuk van Angelique Friedrichs van de SRAL) en ook de sociale media laten zich niet onbetuigd. Daarom vooraf een recente opsteker van iemand die het boek zoekt voor zijn master thesis aan de OU:

*

Wie vindt er wat van?
  • Mieke Rijnders geeft een pittig lovende recensie onder de titel, ‘Roomse schilderkunst’, in Museumtijdschrift van mei 2014.
  • Henk van Os was aangenaam verrast door De genade van de steiger, zoals ook uit bijgaand signalement in Kunstschrift blijkt. Meer details vind je op deze pagina, waar we ook een van zijn favorieten behandelen: de heilig Hartschildering van Mathieu Wiegman in de Obrechtkerk.
  • Het enthousiaste artikel van Caspar Cillekens in Dagblad De Limburger.
  • Het blad van het bisdom Roermond spreekt over ‘een standaardwerk maar zeker ook een lust voor het oog’.
  • Een lovend verhaal van kerkenspecialist en VU-promotus Herman Wesselink, nota bene op de site van Protestant.nu (in iets uitgebreidere vorm tevens te vinden in het Cuypersbulletin).*
  • In de categorie klein, maar fijn, het signalement van dr Jos Pouls.
  • Een mooie recensie op de site van De Leestafel, die illustreert dat wat we beoogd hebben met dit boek – de herwaardering van de monumentale schilderkunst – gaat lukken.
  • Lest best, op Bol.com:

Veel kunstenaars hebben tussen de twee wereldoorlogen ‘de steiger’ getrotseerd om de muren en gewelven van kerken te beschilderen naar de roomse traditie en architectuur. Na 1945 werden zij met grote tegenzin ontvangen: hun kunst was niet modern abstract en de kerk was minder in tel. Recente restauraties zijn nu aanleiding dit beeld te herzien met een grondige en monumentale inventarisatie. In afgeronde hoofdstukken komen aan bod de vorming van deze zo diverse kunst- en kerkschilders, de vele conservatieve of experimentele stromingen, hun thema’s, technieken en de kritiek, en dat volgens objectieve criteria van schoonheid en wetenschap en historische waarde. Het resultaat is een alomvattende studie met bijna 400 prachtige afbeeldingen van kunstrijke of meer decoratieve interieurs, door vooral de kopstukken: Otto van Rees, Charles Eyck, Cuypers, Toorop, Derkinderen e.a. Met veel begripsverklaringen van vaak aparte termen, in citaten, veel noten en bronnen. Een ware canon van ‘vergeten’ kerkelijke kunst. Drs. Erik Kreytz

Mieke Rijnders recensie-

Recensie Mieke Rijnders ‘Genade van de steiger’ in Museumtijdschrift, mei 2014.

Zoals gezegd, is het boek inmiddels uitverkocht. Het grappige daarvan is dat je dan merkt hoeveel vraag er nog altijd naar is. Laten we hopen dat de RCE niet al te lang wacht met het plan om het boek online te zetten op DBNL.org.

Wordt vervolgd!

;-) B&M

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


Verwijzingen &
  • Ondanks het netwerk van initiator en goede vriend Gerard van Wezel, lukte het niet de dagbladpers te interesseren. Voor kerkelijke kunst hebben we moeten wachten op Kerkinterieurs in Nederland (2016) van het Catharijneconvent, eer dit type kunst in de waardering steeg. Ons slaat ook op het schrijverscollectief van Bernadette van Hellenberg Hubar en Marij Coenen dat begin 2019 geformaliseerd is in een VOF. Aan De genade van de steiger heeft Marij intensief meegewerkt. 
  • Helaas is de verwijzing naar Protestant.nu inmiddels een dode link! Jammer genoeg heeft de geweldige WayBackMachine van Archiv.org niet alle pagina’s opgenomen. De site Cuypersgenootschap.nl is eveneens uit de lucht, maar dit artikel is dankzij de WayBackMachine wel duurzaam opgeslagen. Je kunt het ook vinden onder deze link.
  • Juli 2019 bleek ook onze andere grote coproductie uitverkocht te zijn: De nieuwe Bavo te Haarlem (2016). Er is nog één adres  
  • Verkorte link van dit item: http://wp.me/P4eh3s-sU | http://bit.ly/1Zvd5z0

De genade van de steiger

Jan Toorop, De genade van de steiger en wat dies meer zij …


De Genade van de Steiger (2013).
Omslag van ‘De genade van de steiger‘. De foto’s op de omslag en in het boek kunnen gedownload worden via de beeldbank van de RCE en zijn merendeels gemaakt door Pixelpolder.

Signalement van De genade van de steiger

Het onderzoek dat de Rijksdienst Cultureel Erfgoed in 2011 initieerde naar monumentale kerkelijke schilderkunst in het interbellum resulteerde in de eerste studie over dit onderwerp: De genade van de steiger. De titel reflecteert de worsteling van de kunstenaar die in allerlei houdingen hoog op de steiger zijn werk uitvoert en in zijn hoofd een berekening moet maken van hoe dit er vanaf de grond uit komt te zien. Een beetje genade was daarbij onmisbaar.

De publicatie schetst hoe de academisch geschoolde kunstenaar aan het einde van de negentiende eeuw zijn entree maakte op de steiger. Dit leidde in het interbellum tot een relatief kortstondige vlucht aan kerkelijke opdrachten voor specialistisch geschoolde muurschilders. Niet alleen de actoren en hun opleiding, maar ook de toegepaste technieken en de kunstkritiek passeren de revue. Pièce de résistance vormt de canon die ingedeeld is in drie hoofdstromingen met karakteristieken en jargon, kopstukken en representanten, einzelgänger en wisselspelers.

De publicatie wordt afgesloten met een thesaurus van waarde stellende termen en begrippen. Hiermee wordt een kader geboden om in de toekomst de waarden van dit type werk te kunnen positioneren. Vanuit een wetenschappelijke benadering beoogt dit boek enerzijds een handwerk te zijn voor liefhebbers en anderzijds voor professionals die zich voor het beheer en behoud van monumenten en hun interieurs sterk maken.

Om een idee te krijgen van de inhoud van De genade van de steiger zijn op deze site enkele fragmenten geplaatst. De keuze daarvan is vooral bepaald door de actualiteit, variërend van lopende exposities, tot acute bedreiging en restauratie.

B. 

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


Verwijzingen
  • Het boek is uitverkocht bij de Walburg Pers, maar mogelijk elders nog wel voorradig. Het is in ieder geval verkrijgbaar via de Openbare Bibliotheek.
  • Voor de start va de Coronacrisis was de RCE bezig met een verkenning van de mogelijkheden om De genade van de steiger on line te zetten. Wordt vervolgd?
  • Verkorte link van dit item: http://bit.ly/GevdS

Pagina uit 'De genade van de steiger' met het werk van Joan Collette in Dongen.

Links de schilderingen van Joan Collette in samenwerking met Cuypers & Co in de Laurentiuskerk van Joseph Cuypers te Dongen. Rechts: historische foto van het werk in wording (1923). Deze laatste, zeldzame afbeelding is te danken aan oudefotosvandongen.nl. Het boek was te bestellen bij de Walburg Pers, maar is inmiddels uitverkocht.

Interbellumdatabase | Schoonbrood in de Hubertuskerk te Maastricht

Schildering van Hubertus, vrijwel zeker van de hand van Harrie Schoonbrood in de Hubertuskerk te Maastricht. bvhh.nu 2012.

Schildering van de patroonheilige, Hubertus, vrijwel zeker van de hand van Harrie Schoonbrood, in de Hubertuskerk te Maastricht. bvhh.nu 2012.

Interbellumdatabase monumentale kunstenaars — Eind januari 2014 hebben we het spreadsheet voor de interbellumdatabase opgeleverd bij Bernice Crijns van de Rijksdienst Cultureel Erfgoed. Je leest het goed, behalve De genade van de steiger (2013) zou er ook nog een interbellumdatabase komen.* Voordat namelijk de gedachte ontstond dat het onderzoeksmateriaal een boek verdiende, luidde de opdracht om een beredeneerde inventarisatie uit te voeren. Om de mogelijkheid open te houden daar in een later stadium een database van te kunnen maken, hebben we die opgezet in de vorm van een spreadsheet. Inmiddels zijn er ruim 200 namen verzameld en een dikke 1400 werken. Daar zitten ook kunstenaars tussen die het boek niet gehaald hebben.

Schoonbrood — Dit is dan ook een mooie gelegenheid om de aandacht vestigen op een talent dat we met pijn in het hart, op ‘n enkele nominale vermelding na, weg hebben moeten laten uit De genade van de steiger: Henri of Harrie Schoonbrood (1898-1972), een van de vele Limburgse kunstenaars die opgeleid werden aan de Rijksacademie in Amsterdam, en wel onder R.N. Roland Holst. Schoonbrood nam deel aan de afscheidstentoonstelling van zijn hoogleraar in 1934, waar van zijn hand een ontwerp voor een glasraam werd getoond, bestemd voor het geologisch laboratorium van de universiteit van Amsterdam.*

Harrie Schoonbrood, ontwerp voor een glasraam voor het geologisch laboratorium van de universiteit van Amsterdam, afscheidstentoonstelling van R.N. Roland Holst in de Rijksacademie te Amsterdam (1934).

Harrie Schoonbrood, ontwerp voor een glasraam voor het geologisch laboratorium van de universiteit van Amsterdam, afscheidstentoonstelling van R.N. Roland Holst in de Rijksacademie te Amsterdam (1934). Ontleend aan Bouwkundig Weekblad Architectura.*

Heel anders is de hier getoonde muurschildering in de Hubertuskapel die op grond van eliminatie is toegeschreven aan Harrie Schoonbrood.* Vergelijken we deze twee met elkaar, dan herkennen we in Schoonbrood de stijlpluralist die in staat was om in meer genres te werken. De uitgebalanceerde, ietwat archaïsche toonzetting van het profane werk – typisch voor de school van Roland Holst – heeft plaats gemaakt voor een barokke zwier. Vandaar dat de kunstenaar terecht werd opgenomen in de selectie van Jan Engelman:

‘Al eenige jaren is er bij jongere kunstenaars (noemen we, behalve Nicolas, maar Eyck, Simon, Schoonbrood, Smeets, Ten Horn, Ninaber van Eyben) een neiging waar te nemen tot meer bewogenheid, tot levendigheid in tegenstelling met styleering, tot zuidelijke blijheid tegenover noordsche strengheid, tot effecten die men al „de nieuwe barok” heeft genoemd’.*

Zoals we in ‘De genade van de steiger’ hebben uitgelegd, vormde die nieuwe barok een volwaardig kerkelijk alternatief voor het expressionisme dat door Rome werd veroordeeld als ‘arte blasfema’. In het voetspoor van enkele Duitse kunshistorici was men er zelfs van overtuigd dat er een zelfde ‘Zeitgeist’ heerste in de gotiek, de barok en het expressionisme die zich uitte in een sterk contrapost en wapperende draperieën en gewaden, turbulente wolken et cetera.* Dit idioom werd gecombineerd met een grote voorkeur voor het historisch presens: de weergave van eigentijdse elementen door kleding of situering. Dit laatste doet Schoonbrood door zijn Hubertusfiguur te positioneren tussen de nieuwe kerk boven en de karakteristieke Limburgse hoeve als symbool van het rurale karakter van de omgeving. Vergelijkbaar met wat Jean Adams zo bewonderde in het lam Gods van de gebroeders van Eyck – en wat hij zelf in Nunhem uitvoerde – lijkt Schoonbrood hier een uitbeelding te geven van het ‘katholieke “zielelandschap”’ in het zuiden.* Onder de voeten van de pendant van Hubertus, voedstervader Joseph als patroon van de werkman, is de andere pijler van het bestaan te zien: de  moderne industrie. Volksaard, broodwinning en geestesgesteldheid zijn (letterlijk) geworteld in een streek die – in deze schildering – onder de bescherming van de kerk op de bodem van de traditie nieuwe waarden zag verschijnen.

De Limburgse hoeve aan de voet van Sint Hubertus, vrijwel zeker van de hand van Harrie Schoonbrood, in de Hubertuskerk te Maastricht. bvhh.nu 2012.

De Limburgse hoeve aan de voet van Sint Hubertus, vrijwel zeker van de hand van Harrie Schoonbrood, in de Hubertuskerk te Maastricht. Zoals veel gebeurde in het interbellum werd de muur hier als een vel papier behandeld. bvhh.nu 2012.

De modern industrie aan de voet van Sint Jozef (patroon van de werklieden), de pendant van Sint Hubertus, vrijwel zeker van de hand van Harrie Schoonbrood, in de Hubertuskerk te Maastricht. bvhh.nu 2012.

De modern industrie aan de voet van Sint Jozef (patroon van de werklieden), de pendant van Sint Hubertus, vrijwel zeker van de hand van Harrie Schoonbrood, in de Hubertuskerk te Maastricht. bvhh.nu 2012.

Monumentale kunst en herbestemming — Het idee was dat de database door de gebruikers zelf aangevuld en bijgewerkt kon worden, waardoor naar verwachting veel materiaal in het publieke domein ter beschikking komen. Dit zou een sneeuwbaleffect teweeg kunnen brengen, waardoor ook toeschrijvingen als de bovenstaande geverifieerd en waar nodig bijgesteld konden worden. Met de hausse aan kerksluitingen en herbestemmingen blijft dat actueel!

Er is dus nog een reden om de aandacht te vestigen op dit werk in de Hubertuskerk. Tijdens de herbestemming van deze gewijde ruimte tot sportschool, is namelijk de gehele uitmonstering, waaronder het werk van Harrie Schoonbrood en Eugène Laudy, behouden gebleven. Daarmee vervult het gebouw een voorbeeldfunctie voor de toekomst.

;-) B&M

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!

Bronnen

Bovenstaande blog werd bijgewerkt naar aanleiding van vragen na de masterclass voor de Open Universiteit, 3 mei 2019.

Het teken * in de bovenstaande tekst verwijst naar bronnen die hierna vermeld worden:

  • Althans, dat was de bedoeling. Door problemen bij de betreffende afdeling van de RCE is het plan voor onbepaalde tijd geparkeerd. Of het in de nabije toekomst nog geactualiseerd zal worden, is zeer de vraag (stand van zaken mei 2019).
  • De toeschrijving aan Schoonbrood van de twee monochrome schilderingen in de Hubertuskerk te Maastricht vond plaats op grond van de redengevende omschrijving, opgenomen op de site Kerkgebouwen in Limburg: daarin wordt gesproken van ‘diverse schilderingen van H. Schoonbrood’. Die in de apsis zijn van Eugène Laudy. Dan resteren dus deze twee in de koortravee voor Schoonbrood. Voor de toeschrijving kon anno 2014 geen feitelijke ondersteuning worden gevonden via Delpher (KB kranten- en tijdschriftenbank).
  • Afscheid Roland Holst: Bouwkundig Weekblad Architectura, Orgaan Van De Maatschappij tot Bevordering der Bouwkunst, Bond Van Nederlandsche Architecten en het Genootschap Architectura et Amicitia, d.d. 24 februari 1934, nummer 8, p. 74.
  • Jan Engelman: Hubar, De genade van de steiger, p. 162.
  • arte blasfema: Hubar, De genade van de steiger, pp. 379-382
  • Jean Adams: Hubar, De genade van de steiger, p. 439.
  • Meer – biografische – gegevens over Schoonbrood zijn te vinden op de site Kerkgebouwen in Limburg.
  • Hoe het deze kunstenaars verging na de oorlog is in kaart gebracht door Monique Dickhaut, Arcadië voorbij. Het Limburgse kunstdebat in de wederopbouwperiode (1945-1965). Proefschrift Open Universiteit. Heerlen: OU, 2019.

Dit item kan geciteerd worden als: Hubar, Bernadette van Hellenberg, en Marij Coenen. “Interbellumdatabase | Schoonbrood in de Hubertuskerk te Maastricht |”. VanHellenbergHubar.org (blog), 2014; 2019. http://bit.ly/1NHZcbA.

Verkorte link van dit item: http://bit.ly/1NHZcbA

Biografie Bernadette

Bernadette in de Picardie met Kunst der Vormen. Foto Poul de Haan 2010.
Bernadette van Hellenberg Hubar geeft uitleg bij een monument in Frankrijk (foto: Poul de Haan 2010).

Bernadette van Hellenberg Hubar (1956) studeerde kunstgeschiedenis aan de Rijksuniversiteit te Utrecht en promoveerde aan de Katholieke Universiteit te Nijmegen op het proefschrift Arbeid & Bezieling, De esthetica van P.J.H. Cuypers, J.A. Alberdingk Thijm en V.E.L. de Stuers, en de voorgevel van het Rijksmuseum in 1995. De handelseditie van 1997 werd bekroond met de Karel van Manderprijs van de Nederlandse vereniging van kunsthistorici. November 2013 verscheen van haar hand De genade van de steiger, monumentale kerkelijke schilderkunst uit het interbellum, dat naar een idee en onder leiding van Gerard van Wezel van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) werd uitgevoerd en door de Walburg Pers is uitgegeven. Dit boek, waarover hierna meer, is inmiddels uitverkocht!

Het volgende project, waaraan ze van 2013 tot 2016 heeft gewerkt, was de monografie over de nieuwe Bavo te Haarlem. Dit boek over het kerkelijke meesterwerk van Joseph Th.J. Cuypers, zoon van Pierre J.H. Cuypers is geschreven in opdracht van de Stichting Kathedrale Basiliek Sint Bavo – op initiatief van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) – en uitgegeven door WBOOKS te Zwolle. Het boek is sinds 2019 uitverkocht. Hieronder volgt meer informatie.



Een van de vondsten bij het onderzoek naar de nieuwe Bavo die (ook) in de pers aansloeg is die van de Unvollendete. Download hier de PDF-versie van deze recensie. Het boek is te bestellen via deze link

Expertise Bernadette van Hellenberg Hubar profileerde zich als cultureel ondernemer en productontwikkelaar op het raakvlak van cultuurhistorie en juridisch instrumentarium. De basis hiervoor is gelegd gedurende 15 jaar secretariaat van het Cuypersgenootschap dat in 1997 de Prins Bernhardfondsprijs toegekend kreeg voor de combinatie van wetenschappelijk onderzoek en juridisch optreden. Vanaf de entree van de nota Belvedere in 1999 is Bernadette op zoek gegaan naar methodes die inzetten op ruimtelijke bescherming en ontwikkeling. Een van deze producten – Praktijkboek en Concordans Atlas Sint Geertruid (Margraten) – die ze met Margreeth Bangert heeft uitgewerkt, werd in 2003 onderscheiden. Met name op het gebied van het stellen van waarden heeft Bernadette een bijzondere expertise die onder meer resulteerde in de erfgoedSWOT©, bedacht bij het traceren van kernkwaliteiten voor wederopbouwgebieden in opdracht van het ministerie van OC&W (2010). Door haar kennis van beleid en regelgeving, kan ze als weinig anderen waardestellingen synchroniseren met erfgoedprocedures. Dat is ook van pas gekomen bij grootschalige projecten als de herbestemming van Landgoed Rhederhof in samenwerking met Friso Woudstra Architecten te Vorden.

Uitvinder — Bernadette van Hellenberg Hubar staat voor de inhoudelijke kant van het vak. Naast haar eigen projecten, begeleidt ze onderzoekers, verzorgt collegiale toetsen en participeert als coauteur. Daarnaast heeft ze grote interesse in het bedenken van nieuwe producten. Ze ontwikkelde in 2003 de formule voor Fiscaal verhaal© voor Rijksmonumenten en in 2004 het (PER©) voor gemeenten, dat een modern alternatief biedt voor de klassieke monumentenverordening. De afgelopen jaren is dit bij bestemmingsplangebieden in Maastricht en Eindhoven ingevoerd. Het vernieuwende denken achter het (PER©) is gehonoreerd door minister Plasterk in de beleidsbrief MoMo (september 2009). Het beleid dat toen is ingezet heeft tot een wijziging van het B(esluit)ro geleid, waardoor het PER© per 1 januari 2012 voortaan direct wettelijk verankerd was. Vanaf dat moment had het bovengrondse erfgoed heeft in het bestemmingsplan dezelfde status als het bodemarchief. In 2013 heeft ze met haar vroegere bureau Res nova een variant van het PER© voor de gemeente Bunschoten afgerond. Het PER© is actueler dan ooit, want met de nieuwe omgevingswet wordt planologische bescherming van erfgoed geïnstitutionaliseerd in de opvolger van het bestemmingsplan, het omgevingsplan (2021).*

Biografie | PER© brochure 2010
Een van de uitvindingen is het Planologisch erfgoedregime of PER© dat al vanaf 2005 in Maastricht wordt gebruikt. Dit type bescherming wordt geïnstitutionaliseerd in de Omgevingswet die per 2021 in werking treedt. De brochure kan gedownload worden via http://bit.ly/2wiVwOC-PER-Brochure.

Erfgoedspel — In het kader van de verdere ontwikkeling van de portfolio in de erfgoedsector heeft Bernadette van Hellenberg Hubar samen met Lost again in 2008 deel 2 van de Cuyperscode voltooid, een erfgoedspel dat vanaf de lancering in oktober 2007 ruim 80.000 bezoeken heeft getrokken. Bernadette tekende voor het script en schreef hiervoor enkele gedichten en fanfictions (historische korte verhalen), Lost again bouwde de engine. De Cuyperscode is op verschillende middelbare scholen gespeeld.

Gedichten — Als homo ludens kreeg Bernadette van Hellenberg Hubar in 2008 de gelegenheid om een nieuwe weg in te slaan met cultuurhistorie. Tijdens verschillende excursies, georganiseerd door Kunst der Vormen en haar reis naar China, kwam ze op het idee om gedichten op locatie te schrijven. Heel apart was de opdracht van de Rechtbank Roermond voor een bundel over rechtspraak in Roermond, die werd uitgevoerd in samenwerking met kunstenares Annelei Engelberts (2013-2014). Meer informatie daarover is te vinden onder deze link.

Interbellumboek — Eind 2013 is het boek De genade van de steiger, Monumentale kerkelijke schilderkunst uit het interbellum, verschenen, dat geschreven is in opdracht van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed: Ter introductie schreef Bernadette van Hellenberg Hubar hierover:

‘Zo’n verzameling schilders kan je aardig bezig houden. Tijdens het onderzoek regende het vondsten. Iedere keer weer kwamen er verrassende zaken tevoorschijn. Omdat ook de aanloop naar het interbellum in kaart is gebracht, hebben we nu een goed beeld gekregen van de invloed van de Beuroner school op de monumentale schilderkunst. Die was niet alleen veel groter dan algemeen wordt gedacht, maar vooral héél anders. Dat valt op als je het werk van Anton Derkinderen plaatst naast dat van Jan en Kees Dunselman, of F.H. Bach vergelijkt met Joan Collette en Piet Gerrits. Zowel de verschillen als de overeenkomsten maken het heel spannend. Onder meer hierdoor kunnen we nu voor de eerste keer de vinger leggen op de betekenis van het katholieke werk van Jan Toorop. Naast de kunstenaars die tot zijn richting horen – met grote namen als Anton Molkenboer en Chris Lebeau – heb je de kunstenaars van de expressionistische stam met figuren als Joep Nicolas, Henri Jonas, Matthieu Wiegman, Otto van Rees, Charles Eyck, Jaap Mes et cetera. Via de kunstkritiek is het gelukt meer greep op dit gezelschap te krijgen, waarbij vooral de rol van de Franse filosoof Jacques Maritain tevoorschijn komt. Daarnaast heeft ook de liturgische stijlstrijd grote gevolgen gehad. De veelheid van invloeden en factoren heeft in het interbellum tot een indrukwekkende variëteit aan artistieke producten geleid, waaronder veel monumentaal werk met een grote K’.

Een beknopt overzicht van de inhoud van het boek is te vinden in de samenvatting op deze site. Daar wordt ook duidelijk gemaakt wat de kunstenaars Joan Collette en Anton Molkenboer nu precies bedoelden met ‘de genade van de steiger’
Overigens is ook dit boek uitverkocht.

Biografie | De beelden rond de apsis van de nieuwe Bavo te Haarlem tijdens de restauratie. Foto bvhh.nu 2013.
De beelden rond de apsis van de nieuwe Bavo te Haarlem tijdens de restauratie. Foto bvhh.nu 2013.

Nieuwe Bavo — Was De genade van de steiger al zo’n bijzonder project, het onderzoek naar de nieuwe Bavo weet dat te evenaren, zo niet te overtreffen.  Zelden is over het programma van een kerk zo diepgaand nagedacht, in dit geval met name door Joseph Cuypers en de bouwheer, de latere bisschop A.J. Callier. Hoewel er vrijwel voortdurend geldgebrek was, slaagden zij er toch in hun kathedraal te realiseren zonder al te veel concessies aan de kwaliteit. Die wordt niet alleen door het artistieke niveau bepaald, maar ook door de hoge mate van ambachtelijkheid, waarmee het gebouw en zijn inrichting zijn uitgevoerd. De ideeën die vóór 1900 ontwikkeld werden over de boodschap die de nieuwe Bavo in architectuur en uitmonstering moest uitdragen zijn tot na de jaren 1950 actueel gebleven. Ook de nieuwe tijdslagen die in het kader van de huidige restauratie aan de kathedraal worden toegevoegd zijn daar voor een belangrijk deel op geënt.  Zo vormt de nieuwe Bavo het podium van ruim een eeuw artistieke uitdrukkingsvormen, waarin beeld, uitvoering en inhoud elkaar completeren. Het boek kan via deze link besteld worden.

Overige publicaties — Behalve deze twee grote werken heeft Bernadette van Hellenberg Hubar de afgelopen jaren verschillende andere sleutelpublicaties afgerond:

  • de monografie over de Clemenskerk in Merkelbeek.
  • de waardestelling van het oeuvre van Annemiek Punt in de monografie van Joost de Wal over de glazenier.
  • het E-boek over de schilderingen van Jojanneke Post naar het werk van Kees Dunselman in de kathedraal van Rotterdam.

Hoewel geen publicatie in de formele zin van het woord, mag hier ook het project #KunstinBreda genoemd worden met waardestellingen van het onroerende kerkelijke erfgoed in de gemeente Breda.

Deze publicaties waren geen van alle tot stand gekomen zonder de inbreng van vennoot Marij Coenen die met straffe hand de redactie voert.

Recent — Een overzicht van de activiteiten waar Bernadette van Hellenberg Hubar & Marij Coenen verder mee bezig zijn, is te vinden op LinkedIn* en op deze site onder het tabblad Projecten.


Een van de meest bijzondere kunstenaars van het interbellumonderzoek is Joep Nicolas. Op deze site is een fragment uit ‘De genade van de steiger’ geplaatst, waarin ook bovenstaand werk ter sprake komt; het Hubertusraam (1928) in de de pastorie van de Obrechtkerk te Amsterdam. De twee linker (noordelijke) ramen zijn aan Maria gewijd: linksboven zien we de Kroning van Maria, Koningin van de Rozenkrans. Linksonder staat een rozenstruik met rozenkrans, verwijzend naar de naam van de kerk: de vijf witte rozen staan voor de blijde geheimen van de rozenkrans, de vijf rode rozen voor de droevige geheimen en de vijf gouden rozen voor de glorievolle geheimen. Centraal is de parabel van goede herder weergegeven die verwijst naar pastoor Hoosemans als herder van de parochie. De ramen rechts (zuidelijk), waar je Jozef zou verwachten, zijn hier gewijd aan de patroon van de pastoor, Hubertus: rechtsboven zien we de bekering van Hubert met het hert dat in zijn gewei een kruis draagt; rechtsonder figureert de heilige als bisschop van Luik (Voor de datering en de iconografie zie de site obrechtkerk.nl.). Foto: RCE-Sjaan van der Jagt/Pixelpolder.

Verkorte link van dit item: http://bit.ly/Biografie-VHH-org

Archief: symposium

Interbellumboek Obrechtkerk Kees Dunselman
Bladzijde uit ‘De genade van de steiger’ over de schilderingen in het schip en de koortravee van Kees Dunselman in de Obrechtkerk te Amsterdam.

Presentatie & symposium ‘De genade van de steiger

Op donderdag 21 november 2013 verschijnt het boek De genade van de steiger, monumentale kerkelijke schilderkunst in het interbellum, van de hand van Bernadette van Hellenberg Hubar, met een bijdrage van Angelique Friedrichs en onder redactie van Gerard van Wezel. Naar aanleiding daarvan organiseert de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) een middagsymposium in de Obrechtkerk in Amsterdam. De locatie is goed bereikbaar met de auto en het openbaar vervoer.* Het boek is in de Obrechtkerk te koop, maar kan ook besteld worden bij de Walburg Pers. Belangstellenden voor het symposium kunnen zich gratis opgeven bij de RCE.

Programma:

13.30 Ontvangst met koffie en thee.

14.00 Welkomstwoord door mr. Manfred Evers, ‘regisseur’ van de Obrechtkerk.

14.10 Van historische naar esthetische herwaardering van verguisde kunst door prof. dr. Paul van den Akker, hoogleraar Beeldende Kunst voor 1800 aan de Open Universiteit en universitair docent Beeldende Kunst 300-1800 aan de Vrije Universiteit Amsterdam, tevens middagvoorzitter.

14.30 Bevrijding van de dwingende kerk: Over de afkeer van de negentiende-eeuwse kerkelijke kunst en architectuur in Nederland door prof. dr. Sible de Blaauw, hoogleraar Vroegchristelijke Kunst en Architectuur aan de Radboud Universiteit Nijmegen.

14.50 De betekenis van de liturgiehistorische context in de herwaardering van de twintigste-eeuwse kerkelijke kunsten door dr. Marisa Melchers, zelfstandig kunsthistorisch onderzoeker.

15.15 Uitreiking van het boek De genade van de steiger door drs. Cees van ’t Veen, directeur van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, aan prof. dr. Henk van Os.

15.25 Op de knieën met Wim Beeren door prof. dr. Henk van Os, universiteitshoogleraar Kunst en Samenleving aan de Universiteit van Amsterdam.

15.45 Theepauze.

16.15 De genade van de steiger: monumentale kerkelijke schilderkunst in het interbellum door dr. Bernadette van Hellenberg Hubar, erfgoedspecialist van adviesbureau vanhellenberghubar.org en hoofdauteur van het boek De genade van de steiger.

16.45 Afsluiting door prof. dr. Paul van den Akker.

17.00 Borrel tot 18.00.


*) Locatie van het symposium: Obrechtkerk (Onze Lieve Vrouw van de Allerheiligste Rozenkrans), Jacob Obrechtstraat 30, 1071 KM Amsterdam, www.obrechtkerk.nl. Vanaf het Centraal Station tram 2 en 16, halte Jacob Obrechtstraat. Vanaf Station Zuid tram 5, halte Concertgebouw. Vijf minuten lopen. Parkeergarage Museumplein, ingang Van Baerlestraat. Vijf minuten lopen.

Drukproeven

Het is natuurlijk geweldig om een naslagwerk te mogen schrijven, maar o help, die drukproeven … wat een werk! We zitten nu midden in de tweede ronde, en dan volgt nog een laatste controle. Ik voel me op het zwaarste punt van de marathon, dus het is doorzetten nu! De finish komt in zicht. #Interbellumboek #RCE #WalburgPers

drukproef

 

Samenvatting van ‘De genade van de steiger’

Nota bene — Wie liever eerst wil kijken naar het overzicht van items over De genade van de steiger op deze site, kan deze link volgen. Het boek is inmiddels uitverkocht en bij uitgeverij De Walburg Pers niet meer verkrijgbaar. Gelukkig blijkt het bij verschillende webwinkels nog verkrijgbaar te zijn en verder wordt het ook tweedehands en antiquarisch aangeboden. Ga maar eens googelen.

Samenvatting Genade van de steiger| Uitnodiging voor de presentatie van het boek, 21 november 2013 in de Obrechtkerk te Amsterdam
Detail van de koepelschildering van Jan Oosterman in de Catharinakerk van Den Bosch van Jan Stuyt. (Foto: RCE-Pixelpolder)

De genade van de steiger vormt de eerste studie die aan de monumentale kerkelijke schilderkunst van het interbellum in Nederland is gewijd. Over dit genre is nauwelijks iets bekend, niet alleen strikt genomen wat betreft de jaren twintig en dertig van de vorige eeuw, maar ook over de aanloop vanaf circa 1900 en de nasleep na 1940. Voor de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) vormden de kanjerrestauraties van acht grote kerken aanleiding om hier nader onderzoek naar te laten verrichten. Men constateerde dat het gesignaleerde hiaat dit onderdeel van de kerkelijke kunst onzichtbaar dreigde te maken. De geïnitieerde inhaalslag heeft er toe geleid dat er veel relevante informatie beschikbaar is gekomen voor het beheer en behoud van dit type erfgoed.

Bij dit project is een rijk gestoffeerd landschap in kaart gebracht, waarbij voor het eerst ook kwantitatief onderzoek naar monumentale schilderkunst is verricht. Niet eerder is er zoveel bekend geworden over wie zich allemaal in kunstzinnig Nederland bezig hielden met dit genre. Aanvankelijk was gerekend op zo’n 40 treffers, maar uiteindelijk zijn nagenoeg 200 namen van kunstenaars, ateliers en vakschilders tevoorschijn gekomen. Opvallend genoeg blijkt het gros van het nog bestaande werk in rijksmonumenten aanwezig te zijn. Tijdens het onderzoek is veel primaire literatuur opgespoord, mede dankzij de krantenbank van de KB. De analyse van dit materiaal resulteerde in een boek, waarin de lezer in vier inleidende hoofdstukken naar een canon van de verschillende stromingen in de muurschilderkunst wordt geleid. Deze canon bestaat uit drie hoofdstukken die elk gewijd zijn aan een van de ontdekte hoofdstromingen: de epische mis-en-scène en de Beuroner beurtzang (I), het synthetisme en het symbolisme (II), en ten slotte de expressionistische stam (III).

Vorming en technieken Het eerste hoofdstuk is gewijd aan de Amsterdamse Rijksacademie: alleen daar kon men een specialisatie volgen in de monumentale kunst. Aan de hand van concrete lesstof is achterhaald wat voor een soort onderwijs de aankomende kunstenaar op de steiger hier genoot. Hierdoor was het mogelijk lacunes in ouder onderzoek te dichten, hetgeen tot veel kenniswinst heeft geleid. Tegenover de academisch gevormde ‘figuristen’ stond het anonieme leger aan vakschilders: de voorbereiders, de decoratieschilders en de kalligrafen. Ook deze blijken over het algemeen degelijk geschoold te zijn. Als vervolg op de opleiding is een apart hoofdstuk gewijd aan de technieken en materialen van die tijd. Hierbij kwam voor het eerst aan het licht dat de frescoschilderkunst in Nederland pas tijdens het interbellum serieus beoefend werd. Daarnaast is het ontstaan en de introductie van de succesvolle keimverf in Nederland onder de loep genomen. Ook oudere technieken als olie-, caseïne- en wasverf komen aan de orde, naast nieuwe materialen als linoleum en hard- en zachtboard.

Samenvatting Genade van de steiger | De worgengel in het noorderportaal in Asselt van Joep Nicolas
Joep Nicolas, Cyclus in de crypte van Asselt (1923-1924) (Foto: RCE-Pixelpolder)

Kunstkritiek — Een aparte plaats neemt het hoofdstuk over de kunstkritiek in. Dit bleek onmisbaar om greep te krijgen op de verschillende stromingen en de uiteenlopende begrippen voor de waardering van monumentale schilderkunst. De analyse van dit onderdeel vond plaats op tekstueel niveau, waardoor standaardtermen als symbolisme en expressionisme, maar ietwat paradoxaal ook barok herijkt zijn. De katholieke esthetica van die tijd komt hierbij eveneens aan bod. Daarnaast is het jargon tegen het licht gehouden: dit heeft ertoe geleid dat we woorden als factuur, coloriet, abstract, cerebraal, decoratief, synthetisch, episch, leesbaar, gedenatureerd et cetera in de context van die tijd kunnen verstaan en actualiseren. Langs deze weg is een wetenschappelijk waarderingskader ontstaan dat tot dusver nog niet bestond.

Canon — De voorgaande hoofdstukken monden uit in een overzicht, waarin de belangrijkste kunstenaars en hun volgelingen op het toneel worden gezet. Behalve de drie genoemde hoofdgroepen worden enkele wisselspelers en einzelgänger uitgelicht. Aan de ene kant leidt deze mise-en-scène tot een correctie en verfijning van het algemene beeld van die tijd. Anderzijds wijkt de monumentale schilderkunst door de aparte voorwaarden die het medium stelt zo sterk af van de gangbare uitingsmiddelen dat dit ook van invloed blijkt op de positionering. Ondertussen worden programma’s gerealiseerd die iconografisch bezien verrassende oplossingen tonen, terwijl ze tegelijkertijd de bindende kracht van de christelijke symboliek demonstreren. De publicatie brengt alles bij elkaar veel nieuwe feiten en inzichten over het voetlicht. Ze biedt de gelegenheid om kennis te maken met een aparte wereld binnen de internationale artistieke scene, die een nadere beschouwing meer dan waard is.

Productie Het onderzoek is opgezet naar een idee en onder leiding van Gerard van Wezel van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Het manuscript is van de hand van dr Bernadette C.M. van Hellenberg Hubar, met medewerking van drs Angelique Friedrichs (hoofdstuk 3) en assistentie van drs Silvia Pellemans en drs Ingrid M.H. Evers. Het boek wordt rijkelijk geïllustreerd met speciaal daarvoor gemaakt beeldmateriaal, geproduceerd door Sjaan van der Jagt van Pixelpolder. Voor de correctie tekenden Marij Coenen en drs ir Marja Langenberg, terwijl de eindredactie en inhoudelijke synchronisatie verzorgd werd door professor dr Paul van den Akker.

Database Behalve deze publicatie is de RCE voornemens om het spreadsheet met alle aangetroffen namen van kunst- en vakschilders om te zetten in een database, die on line geraadpleegd kan worden.

Samenvatting Genade van de steiger | De omslag rolt van de pers.
De omslag rolt van de drukpers. Foto Gerard van Wezel 2013.

De genade van de steiger was direct te bestellen bij de Walburg Pers.

De verkort link van dit item is http://bit.ly/GvdS-samenvatting.