Fotodocumentatie Paterskerk →

Klik om door te gaan naar 'Fotodocumentatie Paterskerk'.
Met één klik op de afbeelding ga je naar …

Dit is de doorverwijspagina naar het geposte bericht: Fotodocumentatie Paterskerk

Documentatie is de achilleshiel van alles wat in Nederland aan restauratie en herbestemming plaatsvindt. De Paterskerk te Eindhoven vormt een uitzondering. Waarom dat zo is lees je in deze blog.

De verkorte link van dit item is http://wp.me/p4eh3s-pI.

B.

De Urbanuskerk in Nes aan de Amstel

Urbanuskerk Nes aan de Amstel

De Urbanus van Nes aan de Amstel (1889-1891) geldt als het eerste kerkgebouw dat Joseph Cuypers zelfstandig als architect heeft ontworpen. Foto auteur 2014

Al eens de Urbanuskerk in Nes aan de Amstel bezocht? Dat zou ik zeker een keer doen, want het is echt een juweeltje. Ze oogt wat somber van de buitenkant, maar dat heeft vooral met vervuiling te maken. Aan de binnenkant is het één feest van kleur, licht en glans, ook al lijden verschillende muren aan vochtproblemen en zoutuitbloei. Alles bij elkaar een verbazingwekkende primeur van Joseph Cuypers, die zoals zijn tijdgenoten zeiden, niet alleen een droit de naissance kende, maar ook een droit de conquête (oftewel, je hebt weliswaar een streep voor als zoon van een beroemde architect, maar o, wat is het zwaar om tegen zo’n grootheid op te moeten boksen).

Wat die wisselwerking bij de Urbanuskerk heeft gebracht, kun je vinden onder deze knop.

Joseph Cuypers Urbanuskerk Nes aan de Amstel

Joseph Cuypers Urbanuskerk Nes aan de Amstel — Dit jeugdwerk van Joseph Cuypers is een echte aanrader om te bezoeken! Dat kan in ieder geval tijdens de Open Monumentendagen op ZONDAG 12 september vanaf 11:00 tot 16:30 uur. Dankzij de actieve Vrienden van de Urbanuskerk van Nes aan de Amstel die je op Facebook kunt volgen, staat de kerk sinds juni 2021 aan de oostkant in de steigers om het glas in lood te restaureren. De vrienden zijn goed bezig, maar er moet nog heel wat gedaan worden om dit gebouw in staat van onderhoud te brengen. Dus als je de Urbanuskerk bezoekt, doe dan ook gelijk een donatie, want alle bijdragen helpen.1

Een groot deel van de foto’s in deze diaserie is gemaakt in het kader van de productie van mijn boek over de nieuwe Bavo/Koepelkathedraal Haarlem door Sjaan van der Jagt in opdracht van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), in 2015. Spijtig genoeg zijn deze foto’s nog steeds niet opgenomen op de beeldbank van de RCE. De volledige set kan bekeken worden via deze link. Je kunt de diashow overigens op pauze zetten en eventueel sprekersnotities openen et cetera door de drie verticale puntjes aan te klikken naast de dianummering.

Op naar Nes aan de Amstel

In 2014, toen me de opdracht was gegund voor het schrijven van een boek over de nieuwe Bavo/Koepelkathedraal Haarlem, bracht ik een werkbezoek aan de Urbanuskerk in Nes aan de Amstel.2 Waarom dat nodig was? Heel simpel, omdat het hier allemaal begonnen is. We hebben het over het eerste werk van de architecten Cuypers, waar alleen de handtekening van Joseph onder staat. Hij werkte hieraan zonder de slagschaduw van zijn vader die bij andere – ook latere – projecten zwaar leunde op de arm van zijn zoon.

Maar wat zeker zo belangrijk was, is dat Joseph Cuypers hier bij de kerkwijding vicaris-generaal A.J. Callier ontmoette – de rechterhand van bisschop Bottemanne – die de opdracht zou regelen voor de nieuwe Bavo. Op de thuisreis hadden ze, naar Joseph later vertelde, ‘een langdurig en diepgaand gesprek over kerkbouw en symboliek’.3 De overlevering wil dat dit gesprek plaatsvond op een trekschuit; een draadje op Twitter leidde tot de ontdekking dat het een stoomboot geweest moet zijn van maatschappij De Volharding die Nes aandeed op weg van Amsterdam naar Gouda en vice versa (zie bovenstaande diashow).4

Bij de Urbanuskerk werkte de architect samen met bouwpastoor M.A. van Zanten, net als Callier oud-docent van het kleinseminarie Hageveld. Later, vanaf 1898, zou hij als pastoor van de ‘kathedraal’ van Amsterdam, de Willibrordus buiten de Veste, opnieuw met Joseph Cuypers aan de slag gaan. Pas toen kreeg dit Amsterdamse bouwwerk, waarvan de bouw 24 jaar had stilgelegen, eindelijk het aanzien van een echte kerk: Joseph Cuypers voegde schip, zijbeuken, viering en transept toe; alles bij elkaar een volume dat vele malen groter was, dan de oostpartij die in 1873 onder zijn vader tot stand kwam.5

In Nes hebben Van Zanten en Joseph Cuypers samen een vernieuwend stukje kerkelijke architectuur gerealiseerd dat onder de volgende pastoors, M.P.R. Droog (tot 1908) en J. Opmeer (tot 1928) verder ingericht zou worden. Dit gebeurde waarschijnlijk voor een deel nog volgens een programma dat door de bouwpastoor en zijn architect was samengesteld. Het ademt de sfeer van de ‘modernistische’ katholieke kunstkring De Violier, waarvan Van Zanten en Joseph Cuypers beiden actief lid waren.6 

Joseph bleef tot circa 1910 als ontwerper en producent van onderdelen van de uitmonstering bij de Urbanuskerk betrokken.7 Hoe vernieuwend ook die laatste was, blijkt alleen al uit de iconografie van de schipvloer en de doopkapel (1899), in welke laatste ruimte het geijkte element van het water op een aparte manier is gecombineerd met andere thema’s. Daarnaast is ook aan andere standaardonderdelen veel aandacht besteed, zoals de volledig betegelde kruisweg laat zien met haar lambrisering van gestileerde passiebloemen, rozen en lelies.

Juist die rijke keramiek vormt een van de meest opvallende aspecten van de kerk. Bij de doopkapel staat op één van de tegels aangegeven dat ze geproduceerd zijn door de bekende plateelbakkerij Rozenburg in Den Haag (ontwerp Joseph Cuypers, 1899). De betegelde kruisweg is eveneens van de hand van Joseph Cuypers en gemaakt door de firma Brantjes te Purmerend (1904). De hoogst zeldzame uitvoering van het Benedicite in de tegelvloer, naar ontwerp van Theo Molkenboer (eveneens actief in De Violier), blijkt gemaakt te zijn in een Engelse fabriek (1904).8 De Urbanuskerk zou eigenlijk een keer opnieuw tegen het licht gehouden moeten worden van de opvattingen over kunst van De Violier. In mijn boek over de nieuwe Bavo/Koepelkathedraal wordt uitgelegd dat het raam in de kerk onder Paus Leo XIII even openstond, waardoor innovaties mogelijk waren. De Haarlemse kathedraal vormt daar het ongeslagen hoogtepunt van, maar ook de Urbanuskerk maakt deel uit van deze zeldzame groep werken, waaraan een thomistisch symbolisme ten grondslag ligt.9

Kruisweg

Over de kruisweg moet ik ook nog iets kwijt. Dankzij het onderzoek dat ik deed voor De genade van de steiger (2013) is meer bekend geworden over de receptie van de artistieke idealen van de Beuroner school die haar uitvalsbasis had in de benedictijner abdij van Beuron in de deelstaat Baden-Württemberg van Duitsland. Onder leiding van pater Desiderius Lenz ontstond een type kunst dat heel Europa van conservatief tot progressief – om deze versleten termen maar te gebruiken – in zijn greep nam. In Nederland gebeurde dat na de publicatie van drie opstellen van Lenz in 1899. Joseph Cuypers memoreerde later dat zijn familiebedrijf met haar werk al veel eerder een weg had ingeslagen in die richting, want:

‘Parallel aan dat werk zien wij het type der Beuronner school zich ontwikkelen en reeds vroeger in Engeland de Praerafaelisten.’ 10

Joseph Cuypers geeft hier eigenlijk aan dat de kunstzinnige productie van zijn familiebedrijf zich kan meten met deze majeure stromingen. Hoewel dit zeker het geval is, bleef enige wisselwerking niet uit, want we zien al vrij vroeg Beuroner tendensen in de uitmonsteringen van de firma Cuypers, onder meer in de Dominicuskerk te Amsterdam die in 1883-1893 werd gebouwd. Maar dat geldt niet minder voor de kruisweg van de Urbanuskerk in Nes: héél karakteristiek zijn de egale, blauwe achtergronden, waarin vrijwel alleen de stad Jeruzalem in de verte als coulisse toe wordt gelaten. Daarnaast is ook de natuurlijke, weinig gecompliceerde plooival van de gewaden – iets waar Lenz zich zeer druk om maakte – , het zachte kleurenpalet en de ingehouden dramatiek van de haast klassieke poses en gebaren van de figuren zeer Beuronesk. Hét model hiervoor waren de wandschilderingen met de kruisweg in de Mariakerk van Stuttgart van Desiderius Lenz uit 1884. In de Nederlandse vaktijdschriften van die tijd werd daar vanaf 1893 aandacht aan besteed.11

Betegelde kruisweg met lambrisering in de Urbanuskerk van Jospeh Cuypers in Nes aan de Amstel (1889-1891).
Met de betegelde kruisweg van de Urbanuskerk van Nes aan de Amstel laat de firma Cuypers & Co zien hoe ze de Beuroner invloeden heeft verwerkt. Foto bvhh.nu 2014.

Om de vernieuwende inbreng van Joseph te illustreren kan de kruisweg van Nes het beste vergeleken worden met een ander betegeld exemplaar van de firma Cuypers & Co, te weten de kruisweg uit De Liefde (helaas gesloopt in 1990) die duidelijk de hand van Cuypers senior verraadt. Dankzij het Nederlands tegelmuseum in Otterloo, waar alle staties zijn opgeslagen, kunnen we ons hier een beeld van vormen. Volgens de site van het museum zou de kruisweg vrij snel na de voltooiing van deze Amsterdamse kerk in 1885 tot stand gekomen zijn:

‘Nederland kende al vele eeuwen een rijke traditie van tegelfabrieken, maar halverwege de negentiende eeuw verdwenen deze de een na de ander, omdat ze de concurrentie met industriële buitenlandse fabrieken niet aankonden. Cuypers koos er echter nadrukkelijk voor om zijn tegels bij een oud, traditioneel bedrijf te laten maken, hoewel zijn neogotische ontwerpen in stijl en kleurgebruik sterk afweken van de oud-Hollandse tegels. Hij kwam uit bij de tegelfabriek van Jan van Hulst in Harlingen, waar zijn tegels geschilderd werden door de eerste schilder Joseph Witte (1843-1909). Het gaat hier om één van de grote tegelopdrachten die aan het eind van de negentiende eeuw de herleving van de Nederlandse tegelindustrie inluidden’.12

Beide kruiswegen werden in een gestileerde architectuuromlijsting gevat. Maar die van De Liefde is veel gedetailleerder en vertoont een veel sterker neogotisch idioom dan de inkadering van het exemplaar in Nes die haast tot het hoognodige gereduceerd is. De blauwe fonds hebben de beide werken gemeen, maar als je kijkt naar de figuren valt in het Amsterdamse exemplaar de uitbundige middeleeuwse plooival van de gewaden op, met bijna gebeeldhouwde geknikte driepunten. Een ander verschil is de klassiek aandoende anatomie van de personages in het exemplaar in Nes tegenover de wat schrale en tanige actoren in dat van De Liefde. Opvallend is ook het gebruik van de gotische minuskel in de al even gotische banderollen tegenover de veel neutralere tekstband in de Urbanuskerk. Daar is ten slotte de bloemenrand eveneens minder gedetailleerd en qua opzet kloeker dan die in De Liefde.

Kruisweg uit De Liefde van Pierre J.H. Cuypers (na 1885).
De kruisweg uit De Liefde van Pierre J.H. Cuypers (na 1885) ligt opgeslagen in het Nederlands tegelmuseum. Vergeleken met die van de Urbanuskerk in Nes, ontworpen door Joseph Cuypers, valt op hoeveel neogotischer van signatuur die van zijn vader is. Herkomst: Nederlands Tegelmuseum 2008. In de zomer van 2018 is de kruisweg tentoongesteld in het Heiligenbeeldenmuseum in de oudste nog bestaande Cuyperskerk te Kranenburg bij Vorden.13

Al vanaf 1979 ben ik met Cuypers bezig, en hoewel we met een groot aantal kunst- en architectuurhistorici – onder meer binnen het Cuypersgenootschap – veel onderzoek hebben gedaan en gepubliceerd, valt telkens weer op hoe weinig we van bepaalde zaken weten. Met het inventariseren en ontsluiten van de Joseph Cuypers Collectie op het gemeentearchief van Roermond, vinden we heel wat antwoorden, maar doemen als vanzelf weer nieuwe vragen op. Dat maakt ons vak ook zo spannend en boeiend. 

Wordt vervolgd!

;-) B (&M)

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!



Ook in 2021 doet de Urbanuskerk weer mee aan de Open Monumentendag (12 september). Volg de mededelingen op Facebook.

Bronnen en andere verwijzingen

  1. Voor de bezoektijden, raadpleeg verder de site, mail een van de bestuursleden of bel met de pastorie: 0297-582 232. Jammer genoeg is het informatieve boekje van de kerk uitverkocht: Mascini, Rob, Urbanuskerk Nes aan de Amstel, Nes aan de Amstel, z.j. Het komt misschien online op de site van de vrienden.
  2. Dit webartikel is in augustus 2021 vrijwel geheel herschreven. Sedert ons schrijverscollectief – Marij Coenen en ik – bezig zijn met de Joseph Cuypers Collectie in Roermond hebben zich nieuwe inzichten voorgedaan. Die zijn grotendeels verwerkt, wat ook geldt voor de gegevens uit de publicatie van Timmermans, Huub, Margaret Timmermans, en Elly van Rooden. “125 jaar Sint Urbanuskerk – Nes aan de Amstel 1891 – 2016 – jubileumkrant”. UrbanusparochieNes.nl, 2016. http://bit.ly/2ukgf1l. De volledige URL is https://www.urbanusparochienes.nl/pdf/Urb.jub.krant-125jr.-final.pdf.
  3. Het citaat over de ontmoeting met Callier komt van Looyenga, in: Erftemeijer, Getooid als een bruid, p. 40 (zie bibliografie). 
  4. Perkamentus. ‘Met een stoomboot van de “Volharding”, die ook in De Nes aanlegde. 😊’. Tweet. @Perkamentusblog (blog), 30 juni 2021.https://twitter.com/Perkamentusblog/status/1410244341201833991. Geschiedenisvanzuidholland.nl. ‘Aanlegplaats Stoomboot De Volharding’. Geraadpleegd 30 juni 2021. https://geschiedenisvanzuidholland.nl/collecties/aanlegplaats-stoomboot-de-volharding. Helaas werkt deze link niet meer door een ingrijpende transformatie van deze website. Een deel valt te achterhalen via de WayBackMachine van Archive.org.
  5. Hubar, De nieuwe Bavo te Haarlem (zie bibliografie). Meer informatie over het boek is te vinden onder deze link. Wat betreft de Urbanuskerk volg in het register online van de monografie de zoektermen Urbanuskerk, Nes of Nes aan de Amstel.
  6. Voor M.A. van Zanten volg het register online van Hubar, De nieuwe Bavo te Haarlem (zie bibliografie). Idem voor de betekenis van De Violier voor de kerkelijke kunst van die tijd. Voor het thomistisch symbolisme zie dit item op onze site. Voor de ambtsperiode van de hier genoemde pastoors zie de volgende bronnen:
    1. M.A. van Zanten (1866-1898): Timmermans, Timmermans en Van Rooden, 125 jaar Sint Urbanuskerk, p. 13. Pius-almanak …; jaarboek van katholiek Nederland, jrg 24, 1898, 1898. Geraadpleegd op Delpher op 05-08-2021, https://resolver.kb.nl/resolve?urn=MMKDC04:000791001:00009
    2. M.P.R. Droog (1898-1908): Zie de almanak hiervoor en Onze Pius-Almanak voor het jaar des Heeren …, jrg 8, 1907, 1907. Geraadpleegd op Delpher op 09-08-2021, https://resolver.kb.nl/resolve?urn=MMKDC04:002643001:00009
    3. J. Opmeer (1908-1928): Zie de almanak hiervoor en Pius-almanak …; jaarboek van katholiek Nederland, jrg 34, 1908, 1908. Geraadpleegd op Delpher op 05-08-2021, https://resolver.kb.nl/resolve?urn=MMKDC04:000795001:00009 en Timmermans, Timmermans en Van Rooden, 125 jaar Sint Urbanuskerk, p. 21.
  7. NHI Rotterdam, CUBA.110380522 Bouw en decoratie van de rooms-katholieke St. Urbanuskerk en pastorie in de Nes- en Zwaluwenbuurt (Nes aan de Amstel), door J.Th.J. Cuypers. 1888-1903. NHI Rotterdam, CUCO.110384089 Decoratie van de rooms-katholieke St. Urbanuskerk in de Nes- en Zwaluwenbuurt (Nes aan de Amstel). 1891, z.j. NHI staat voor Nederlands Architectuurinstituut, waar zich zowel het archief van de architecten Cuypers bevindt, als dat van hun atelier voor kerkelijke kunst: Cuypers & Stoltzenberg, vanaf 1892 Cuypers & Co (Van Leeuwen, Pierre Cuypers, architect, pp. 35-36 (zie bibliografie).
  8. Timmermans, Timmermans en Van Rooden, 125 jaar Sint Urbanuskerk, pp. 4, 15. Zie het lemma op Wikipedia: http://nl.wikipedia.org/wiki/Plateelbakkerij_Rozenburg. Heel informatief is ook de brochure van de RACM, thans de RCE: Nijenhuis, Henk, Tegels in de twintigste eeuw, brochure cultuurhistorie 13, RACM Amersfoort 2008.
  9. Zie noot 6 voor De Violier, Leo XIII en het thomistisch symbolisme. Naar deze groep kerken, waar in ieder geval de vroege kerken van de vennootschap Joseph Cuypers en Jan Stuyt (vanaf 1900) toe behoren, is tot op heden nauwelijks onderzoek gedaan. 
  10. Hubar, De genade van de steiger, p. 227 (zie bibliografie).
  11. Hubar, De genade van de steiger, pp. 468-469: over de Beuroner school en haar invloed; pp. 227-238: over de Beuroner school en Joseph Cuypers; pp. 190-191, 222, 263, 339, 469: de kruisweg van Desiderius Lenz in de Mariakerk van Stuttgart uit 1884. Op één voorstelling na is deze tijdens de Tweede Wereldoorlog geheel vernietigd (zie bibliografie).
  12. Spijtig genoeg is deze informatieve pagina over de Amsterdamse Cuyperskerk De Liefde van de site van het tegelmuseum verwijderd. 
  13. “Thematentoonstelling | Heiligenbeeldenmuseum Kranenburg”, Heiligenbeeldenmuseum, 2018. http://bit.ly/2rnC5Pt-Evernote. Deze informatie is eveneens vervangen en door het ontbreken van een zoektoets op de site ook verder onvindbaar; ik ben blij dat ik die pagina destijds opgeslagen heb op Evernote!
  14. Voor verdere informatie over dit jeugdwerk van Joseph Cuypers zie ook de site van Monumenten Ouder-Amstel en Reliwiki

Dit item kan geciteerd worden als: Hubar, Bernadette van Hellenberg. ‘Joseph Cuypers Urbanuskerk Nes aan de Amstel | VanHH.org’. Onder redactie van Marij Coenen. VanHellenbergHubar.org, 2014-2021. https://bit.ly/1Ot6l2T-JCC.

Over Joseph Cuypers is meer te vinden bij de Joseph Cuypers Collectie, De nieuwe Bavokathedraal en Cuypers assortiment.

Het project komt verder met grote regelmaat aan de orde op onze Facebookpagina: http://bit.ly/VanHHOrg2FB
Ga eens kijken en ‘like’ de pagina, zodat de berichten over Joseph Cuypers en zijn werk een nog grotere actieradius bereiken!

Wil je de Urbanuskerk bezoeken, controleer dan van te voren de openingstijden op de site of op de Facebookpagina van de vrienden!
Het kan in ieder geval op de Open Monumentendag op zondag 12 september vanaf 11:00 tot 16:30 uur.

Verkorte link van dit item: https://bit.ly/1Ot6l2T-JCC

Fotodocumentatie Paterskerk

De Paterskerk te Eindhoven met het heilig Hartbeeld

De Paterskerk te Eindhoven (1896-1898) met het heilig Hartbeeld hoog in de top van de toren. Deze riskante positie heeft het beeld de bijnaam bezorgd van Jezus waaghals, of Jezus de springer. Van een aangetrouwde oom hoorde ik dat de Amerikaanse soldaten die Eindhoven op 18 september 1944 bevrijdden, dachten dat het mr Philips was. Foto: Bas Gijselhart | BASEPHOTOGRAPHY (2014).

Het onderstaande stukje schreef ik toen ik druk bezig was met het onderzoek en de waardenstelling van dit rijksmonument. Nog altijd vraag ik me af of ik niet te naïef ben geweest. Of het projectmanagement mij niet gewoon zag als een onvermijdelijke specialist die je d’r gang laat gaan, terwijl men ondertussen zijn eigen plan trekt. Maar zo dacht ik er in 2014 over:

Soms bof je met een project en dat geldt zeer beslist voor de Paterskerk in Eindhoven. Afgezien van het genoegen dat ik beleef aan het schrijven over zo’n mooi gebouw met zo’n bijzondere uitmonstering, heb ik het ook getroffen met de fotografen. Terwijl ik bezig was met de waardenstelling, was ondertussen een ploegje druk in de weer met de opname van alle bijzondere onderdelen van het interieur.

Want dat was de gedachte die er achter zat: de Paterskerk zal – als alles goed loopt – herbestemd worden, en dan kun je niet vroeg genoeg beginnen met de documentatie. Een goede documentatie is nog altijd de achilleshiel van alles wat in Nederland aan cultuurgoed verdwijnt. Vaak heeft dat te maken met een kwaad geweten, niet omdat mensen per definitie de kwader trouw zijn, maar omdat iedereen zich toch diep in zijn hart schaamt als iets waardevols vernietigd wordt.

Nu gaat het daar met de Paterskerk helemaal niet om. Er wordt op dit moment uitermate prudent met het gebouw en zijn inrichting omgegaan. Bij dit project ben ik er dan ook eerder bang voor dat op een gegeven moment het proces in zo’n krachtige versnelling raakt dat zoiets als documentatie over het hoofd wordt gezien.

Daarom ben ik heel blij dat fotoclub De Gender in Eindhoven, en wel meer in het bijzonder Bas Gijselhart van BASEPHOTOGRAPHY en Anke Spijkers zich over de Paterskerk ontfermd hebben. Ze hebben prachtig werk verricht. Daarnaast hebben Barbara Bonfrer en Bart van Gestel van Franken Projectmanagement opnames gemaakt. Eigenlijk zou een centraal orgaan deze digitale collectie moeten beheren, maar zover is het nog niet.

De foto’s van Bas Gijselhart en Anke Spijkers staan grotendeels on line via de site van BASEPHOTOGRAPHY.1 Van het werk van het tweetal van Franken Projectmagagement heb ik zelf een selectie in een lage resolutie op Flickr gezet, die bekeken kan worden via http://bit.ly/Paterskerk2franken-pm (noot auteur: deze is inmiddels verplaatst naar Google Photo’s onder deze link).

Ik zou zeggen, ga een kijkje nemen en geniet, maar respecteer het auteursrecht van de makers!

Inderdaad, geniet, want de sfeer die zo gaaf behouden was, is even onvermijdelijk als onherroepelijk verdwenen. Ook daar ligt beslist een uitdaging voor architecten die zich met herbestemming bezig houden. In het rapport met perspectieven voor de herbestemming kun je ermeer over vinden. Het voorgaande geldt trouwens ook voor de iconografie en symboliek van een kerkgebouw, waarvoor ik sinds 2021 een lans breek.

B.

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!

Detail van het Augustinusaltaar in de Paterskerk

Detail van het Augustinusaltaar van de gebroeders Custers te Eindhoven (vóór 1908). Afgezien van de bijzondere iconografie is de uitvoering van een zeer hoog niveau. Het reliëf was bedoeld om in steen gerealiseerd te worden, maar daar gaven de augustijnen geen toestemming voor. Om toch die indruk te wekken werd het gedaan in wit beschilderd hout. Dit altaar is op zijn oorspronkelijke positie behouden gebleven. Foto: Barbara Bonfrer van franken-pm.nl (2014).

Meer weten?

Het onderzoek over de Paterskerk is onder meer opgeleverd in de volgende twee delen:

  • Hubar, Bernadette van Hellenberg, De mantel der liefde, De Paterskerk te Eindhoven, ErfgoedSWOT©, onderdeel waardenstelling, Ohé en Laak 2014.
  • Hubar, Bernadette van Hellenberg, Met hart en ziel, De Paterskerk te Eindhoven, ErfgoedSWOT©, onderdeel perspectief, Ohé en Laak 2014.

Deze twee stukken zijn te vinden in de cassette van het project Paterskerk: http://bit.ly/2B0GejS-Paterskerk, waarvan de inhoud openbaar is gemaakt door de gemeente Eindhoven als bevoegd gezag.

Mijn opdrachtgever was coöperatie DELA te Eindhoven die met succes had deelgenomen aan marktconsultatie van de gemeente Eindhoven en de augustijnen:

‘De Orde der Augustijnen en de gemeente Eindhoven hebben naar aanleiding van de marktconsultatie Mariënhage besloten om verkennende gesprekken te voeren met coöperatie DELA over de verkoop van het gehele complex. DELA gaat een haalbaarheidsstudie doen naar het renoveren en exploiteren van gebied Mariënhage (exclusief het klooster) als ceremoniële locatie en daarmee opnieuw invulling geven aan de ‘hart en ziel’ gedachte. Verder wordt bekeken of er een samenwerking tussen DELA en Kapellerput (als beoogd huurder) mogelijk is om er zo ook ontmoetings- en overnachtingsfaciliteiten te realiseren ten behoeve van zakelijke en particuliere bijeenkomsten’. 2

Het project werd gecoördineerd door Karl Franken van Franken Projectmanagement en namens Dela begeleid door Peter Hoesbergen Advies. Als architecten waren Diederendirrix en Architecten|en|en, beide te Eindhoven, bij dit initiatief betrokken. Projectleider vanuit de gemeente Eindhoven was Sandra Janssen-Poelman.

Overige verwijzingen
  1. De serie op BASEPHOTOGRAPHY blijkt spijtig genoeg niet langer aanwezig te zijn. Wel zijn bij het project Domus DELA aansprekende foto’s te vinden van de huidige situatie.
  2. Persbericht van de gemeente Eindhoven d.d. 21 november 2013, ontleend aan de gemeentelijk website.
Verkorte link van dit item: http://bit.ly/1Pq4CZf

Door naar het hoofditem

De genade van de steiger

Jan Toorop, De genade van de steiger en wat dies meer zij …


De Genade van de Steiger (2013).
Omslag van ‘De genade van de steiger‘. De foto’s op de omslag en in het boek kunnen gedownload worden via de beeldbank van de RCE en zijn merendeels gemaakt door Pixelpolder.

Signalement van De genade van de steiger

Het onderzoek dat de Rijksdienst Cultureel Erfgoed in 2011 initieerde naar monumentale kerkelijke schilderkunst in het interbellum resulteerde in de eerste studie over dit onderwerp: De genade van de steiger. De titel reflecteert de worsteling van de kunstenaar die in allerlei houdingen hoog op de steiger zijn werk uitvoert en in zijn hoofd een berekening moet maken van hoe dit er vanaf de grond uit komt te zien. Een beetje genade was daarbij onmisbaar.

De publicatie schetst hoe de academisch geschoolde kunstenaar aan het einde van de negentiende eeuw zijn entree maakte op de steiger. Dit leidde in het interbellum tot een relatief kortstondige vlucht aan kerkelijke opdrachten voor specialistisch geschoolde muurschilders. Niet alleen de actoren en hun opleiding, maar ook de toegepaste technieken en de kunstkritiek passeren de revue. Pièce de résistance vormt de canon die ingedeeld is in drie hoofdstromingen met karakteristieken en jargon, kopstukken en representanten, einzelgänger en wisselspelers.

De publicatie wordt afgesloten met een thesaurus van waarde stellende termen en begrippen. Hiermee wordt een kader geboden om in de toekomst de waarden van dit type werk te kunnen positioneren. Vanuit een wetenschappelijke benadering beoogt dit boek enerzijds een handwerk te zijn voor liefhebbers en anderzijds voor professionals die zich voor het beheer en behoud van monumenten en hun interieurs sterk maken.

Om een idee te krijgen van de inhoud van De genade van de steiger zijn op deze site enkele fragmenten geplaatst. De keuze daarvan is vooral bepaald door de actualiteit, variërend van lopende exposities, tot acute bedreiging en restauratie.

B. 

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


Verwijzingen
  • Het boek is uitverkocht bij de Walburg Pers, maar mogelijk elders nog wel voorradig. Het is in ieder geval verkrijgbaar via de Openbare Bibliotheek.
  • Voor de start va de Coronacrisis was de RCE bezig met een verkenning van de mogelijkheden om De genade van de steiger on line te zetten. Wordt vervolgd?
  • Verkorte link van dit item: http://bit.ly/GevdS

Pagina uit 'De genade van de steiger' met het werk van Joan Collette in Dongen.

Links de schilderingen van Joan Collette in samenwerking met Cuypers & Co in de Laurentiuskerk van Joseph Cuypers te Dongen. Rechts: historische foto van het werk in wording (1923). Deze laatste, zeldzame afbeelding is te danken aan oudefotosvandongen.nl. Het boek was te bestellen bij de Walburg Pers, maar is inmiddels uitverkocht.

Caelestis urbs Jeruzalem in de nieuwe Bavo/KoepelKathedraal te Haarlem

Hoe de hemelse stad tot tweemaal toe even opnieuw nederdaalde …

Het was genieten op 31 augustus in de bisschoppelijke sacristie en op 3 maart in de KoepelKathedraal zelf. Om het bij die laatste bijeenkomst te houden, samen met organist Ton van Eck, drie jeugdsolisten van de kathedrale koorschool en de Kathedrale Bavo Cantorij, mocht ik de avond verzorgen die gewijd was aan het hemels Jeruzalem. Alleen al qua muziek is er heel wat langs gekomen, variërend van Bach en Händel tot de Caelestis urbs Jeruzalem van Jean Titelouze (1562 – 1633) en Flor Peeters (1903 – 1986). Pièce de resistance was uiteraard de gelijknamige hymne van Alphons Diepenbrock (1862-1921). Wat de inhoud van de lezing betreft, kun je in de aankondiging hieronder een samenvatting aantreffen.*

 

De lezing zelf is met enthousiasme ontvangen, zoals je onder meer kunt lezen op de site van Van Hoogevest Architecten, het bureau dat verantwoordelijk was voor de restauratie van de nieuwe Bavo. Verschillende aanwezigen hebben me gevraagd of ze de lezing als PDF mochten hebben. Omdat alleen zo’n bestand niets van de voice over (mijn inbreng dus) of de sfeer van de locatie kan overbrengen, vond een tweede uitvoering plaats op 31 augustus dat jaar. 

Kijk trouwens hieronder vooral even naar de laatste dia van mijn presentatie, waar ik de mensen bedank die me hebben geholpen, want dit soort activiteiten doe je niet in je eentje. Stephan van Rijt, koster van de nieuwe Bavo en penningmeester van de Vrienden van de Bavo staat voorop, want zonder zijn inspirerende inzet had ik deze onderneming nooit tot een goed einde kunnen brengen.

De monstrans van Jan Brom is een van de pronkstukken van het KathedraalMuseum van de nieuwe Bavo/KoepelKathedraal Haarlem.

Jan Brom liet zich in 1906-1907 bij het ontwerp van de monstrans voor de nieuwe Bavo inspireren door Johannes’ beschrijving van het hemels Jeruzalem. Herkomst: restauratie.rkbavo.nl.

Caelestis urbs Jeruzalem

… onder de koepel van de nieuwe Bavo

Wat bindt de componist Alphons Diepenbrock met Joseph Cuypers als architect van de nieuwe Bavo? Wat zijn de schakels tussen de Apocalyps van Johannes en De Heilige Linie van Cuypers’ peetoom J.A. Alberdingk Thijm? Welke gemene deler is er tussen de Sainte Chapelle van Parijs, het Amsterdamse Rijksmuseum en de nieuwe Bavo in Haarlem? En wat is dan weer de overeenkomst met de monstrans van Jan Brom in het Kathedraal Museum van de nieuwe Bavo? Er is maar één antwoord en dat is: het hemels Jeruzalem.

Inspiratie — Een van de meest inspirerende thema’s in de kerkelijke kunst is dat van de hemelse stad die door Johannes in zijn Apocalyps op onnavolgbare wijze wordt beschreven. Het rijk Gods dat niet van deze wereld is, werd niettemin vanouds opgevat als een aardse stadstaat, omsloten door muren als een veilige burcht. Zo schilderde Jan Oosterman haar in de Catharinakerk in Den Bosch van Jan Stuyt, de co-architect van de nieuwe Bavo. Oosterman, die ook in de nieuwe Bavo gewerkt heeft (de verering van het Lam Gods en de Drie-eenheid boven de noordelijke entree naar de kooromgang is van zijn hand), schilderde dit visioen in Den Bosch in de centrale koepel: het deel van de kerk dat bij uitstek door haar ronde vorm de eeuwigheid verbeeldt. Ook bij de majestueuze koepel van Haarlem is dat het geval. Zo ontvouwt zich een patroon dat verloopt van staat naar stad naar gebouw, of liever gezegd kerkgebouw. De hymne In festo dedicationis ecclesiae, bij het kerkwijdingsfeest, opent dan ook met de woorden Caelestis urbs Jeruzalem, want ieder kerkgebouw is een aardse voorafbeelding van de hemelse stad.

Jan Oosterman, Het hemels Jeruzalem met de acht zaligsprekingen (1918-1919) in de Catharinakerk van Jan Stuyt te Den Bosch (1917-1918). Herkomst: Beeldbank RCE - Pixelpolder

Jan Oosterman, Het hemels Jeruzalem met de acht zaligsprekingen (1918-1919) in de Catharinakerk van Jan Stuyt te Den Bosch (1917-1918). Herkomst: Beeldbank RCE – Sjaan van der Jagt/Pixelpolder

Nieuwe Bavo — Toch zijn er kerken bij wie dit thema nadrukkelijker speelt dan bij andere, en op dit punt springt de nieuwe Bavo er uit. Ze is namelijk de enige die een motto draagt dat direct te herleiden is tot de Apocalyptische stad. Johannes vertelt dat deze stad geheel uit goud is gemaakt en versierd is met edelstenen. Hij vergelijkt haar met een bruid die zich mooi maakt voor haar man: een beeld dat hij ontleende aan het Hooglied, dat andere bijbelse gezang dat maar niet ophield, noch houdt, te inspireren. Zo kwam de KoepelKathedraal als enige kerk in Nederland aan haar devies: sicut sponsa ornata, getooid als een bruid.

Leidmotief — Al vanaf mijn studie kunstgeschiedenis, die ik afrondde met een scriptie over de romaanse Servaaskerk in Maastricht, heeft het visioen van Johannes me geïntrigeerd. Het thema van de hemelse stad kwam terug, toen ik bezig was met mijn proefschrift over het Rijksmuseum en kan dan ook als een van de leidmotieven in het oeuvre van Cuypers senior worden beschouwd. Dat is ook de reden dat Alphons Diepenbrock zijn hymne In festo dedicationis ecclesiae speciaal voor de architect componeerde en wel voor zijn zeventigste verjaardag. Dat dit motief ook in de nieuwe Bavo een prominente positie inneemt, mag eigenlijk niet verbazen. In de lezing heb ik mijn toehoorders meegenomen naar hemelse steden in aardse vormen.

Lezing — Tijdens de lezing op 3 maart werd de hymne In festo dedicationis ecclesiae van Alphons Diepenbrock uitgevoerd door de Kathedrale Bavo Cantorij.

De lezing was georganiseerd door de Vriendenkring van de nieuwe Bavo. Voor de entree werd een bijdrage van 10 euro gevraagd (vrienden vrij) die ten goede kwam aan het nieuwe glas-in-lood van Marc Mulders voor de Doopkapel van de kathedraal. 

Jan Oosterman, Drie-eenheid met Lam Gods in de nieuwe Bavo/KoepelKathedraal (1908)

Jan Oosterman, De verering van het Lam Gods en de Drie-eenheid (1908) boven de noordelijke entree naar de kooromgang van de nieuwe Bavo/KoepelKathedraal Haarlem (voor de restauratie). Oosterman vertelde later in een interview dat Jan Stuyt, in die tijd vennoot van Joseph Cuypers, hem bij de nieuwe Bavo betrok. De schildering is gemaakt op doek en vervolgens op deze plaats aangebracht. Het idee was om dit werk op termijn te vervangen door mozaïek. Tijdens de huidige restauratie is de schildering gereinigd en geconserveerd, want was ernstig vervuild en beschadigd door de inwerking van roet en stof. Foto bvhh.nu 2014.

Naschrift van Pierre M. Cuypers

Pierre M. Cuypers vertelde naar aanleiding van het bovenstaand stukje dat er ook een familiale relatie bestaat tussen Alphons (Fons) Diepenbrock en Joseph Cuypers:

De moeder van Fons was een Kuytenbrouwer. Zijn overgrootvader, Joannes Henricus Kuytenbrouwer was getrouwd met een Alberdingk Thijm (Geertruide Maria) en zij was een zus van Joannes A.Th. en dus een tante van Nenny (de moeder van Joseph Cuypers). Kortom, Alphons was een zoon van de achternicht van Joseph Cuypers (die dus zijn achteroudoom was). Niettemin was het destijds gevoelsmatig zeer wel familie.

Alleen al de netwerken van deze families zijn razend interessant, zoals opnieuw blijkt uit het project waar ik vanaf 2018 met tussenpozen aan werk: de Joseph Cuypers Collectie op het gemeentearchief van Roermond.

;-) B

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


Bronnen en verdere informatie

Wat al bekend was over het thema van de Caelestis urbs Jeruzalem, oftewel het hemelse Jeruzalem heb ik aan de hand van verschillende vondsten, onder meer over de polychromie, kunnen aanvullen en verdiepen in mijn boek over de nieuwe Bavo uit 2016, dat al enige tijd is uitverkocht. Ook de figuur van Diepenbrock komt hierin voor, onder meer met betrekking tot het gezelschap de Vioolstruik, waarin de families van Joseph Cuypers en Alphons Diepenbrock met elkaar toneelstukken lazen. De contacten tussen de architecten Cuypers en de componist zijn ook terug te vinden in de Joseph Cuypers collectie (#JCC).

  • Verkorte link van dit item: http://bit.ly/BvHH2Bavo1 
  • Erftemeijer, Antoon, Arjen Looyenga en Marieke van Roon, Getooid als een bruid, De nieuwe Sint-Bavokathedraal te Haarlem, Haarlem 1997.
  • Hubar, Bernadette van Hellenberg, Angelique Friedrichs en Gerard van Wezel, De genade van de steiger, monumentale kerkelijke schilderkunst in het interbellum, Amersfoort-Zutphen 2013.
  • Hubar, Bernadette van Hellenberg, Arbeid en Bezieling; de esthetica van P.J.H. Cuypers, J.A. Alberdingk Thijm en V.E.L. de Stuers, en de voorgevel van het Rijksmuseum, Nijmegen 1997 (voor een samenvatting volg deze link).
  • Hubar, Bernadette van Hellenberg, Auro intextum (met goud doorstikt), Kathedrale basiliek Sint Bavo te Haarlem, waardenstelling in modules, Ohé en Laak 2013.
  • Voor de verwijzingen naar Diepenbrock en de Vioolstruik zie het register van Hubar, De nieuwe Bavo te Haarlem, op deze site.
  • Voor Diepenbrock en zijn dochters in de #JCC zie GAR JCC v.n. 73, 142, 153, 173.

Dit item kan geciteerd worden als: Hubar, Bernadette van Hellenberg. ‘Caelestis urbs Jeruzalem in de nieuwe Bavo/KoepelKathedraal Haarlem’. Onder redactie van Marij Coenen. VanHellenbergHubar.Org, Kunst, cultuur & erfgoed, 2014-2020. http://bit.ly/BvHH2Bavo1

Laatste wijzigingen in oktober 2020.