En dan zijn er ook nog fragmenten!

Dit is een doorlinkpagina naar de post: En nu de fragmenten …

Trefwoorden:

benedictijnen, boek, Brunssum, Clemenskerk, fragmenten, heiligen, Hermann Renzel, Merkelbeek, Romanus Jacobs, SRAL, Verhalen op de muur, schilderingen, polychromie, decoratief, glas-in-lood, iconografie, kerk, monumentale schilderkunst, muurschilderingen, restauratie, symboliek, uitmonstering

Bovendonk van drie generaties Cuypers (2008)

Grootseminarie Bovendonk te Hoeven van Pierre J.H. Cuypers, Joseph Th.J. Cuypers en Pierre J.J.M. Cuypers (1897-1906; 1922-1923). Collage bvhh.nu 2008.

Seminariecomplex Bovendonk te Hoeven van Pierre J.H. Cuypers, Joseph Th. J. Cuypers en Pierre J.J.M. Cuypers (1897-1906; 1922-1923).

‘Kwaliteit is het product van een langdurige ontwikkeling, van een samengaan, versmelten, van ‘kunde’ in de dubbele betekenis van technische vaardigheid en beheersing van de stof, een en ander afgerond, tot iets dat de maker individueel eigen is, het stempel van de persoonlijkheid, de originaliteit’ (Hella Haase).*

In de zomer van 2008 vond in opdracht van MAS Architectuur het eerste grote cultuur- en bouwhistorisch onderzoek plaats naar het voormalig seminariecomplex Bovendonk te Hoeven van Pierre J.H. Cuypers en Joseph Th.J. Cuypers. Het complex werd begin twintigste eeuw gesticht en functioneert tegenwoordig voor een klein deel nog steeds als priesteropleiding en voor het overige als hotel en conferentieoord. In 2007 vond in het kader van het Cuypersjaar een druk bezocht symposium plaats dat in ieder geval liet zien hoe passend deze bestemming voor dit gesamtkunstwerk van de architecten Cuypers is. Voordat we de samenvatting van de cultuur- en bouwhistorische analyse laten volgen, passeren hier eerst de vondsten uit het onderzoek de revue.*

Res novae

— door Bernadette van Hellenberg Hubar

  • Bovendonk is in het werk van Cuypers evenzeer een statement van ontwerptechniek, stijl en iconografie als het Amsterdamse Rijksmuseum.
  • De symboliek is niet beperkt gebleven tot de beelden en reliëfs in de gevel maar strekt zich ook uit tot de gehanteerde bouwstijl van het complex.
  • Bij het ontwerp van het complex heeft Cuypers de aan A.W.N. Pugin ontleende thematiek van de ‘stad in het klein’ gebruikt.
  • Bovendonk is, net als bijvoorbeeld het Rijksmuseum, een voorbeeld van interpretatie en emulatie van een historisch voorbeeld, in dit geval de architectuur van het huis van Maarten van Rossum in Zaltbommel.
  • De geometrische patronen van de tegelvloeren in de gangen van het complex zijn ontleend aan de Dictionnaire raisonnée van Viollet-le-Duc.
  • Bij de bouw van het grootseminarie zijn de marmeren schouwen uit het voormalige zomerverblijf van monseigneur de Nelis hergebruikt in de hoofdvleugel.
  • Het complex is ontworpen op basis van een geometrisch raster dat zijn wortels heeft in de ontwerpleer van de Fransman J.N.L. Durand.
  • De logistieke indeling van Bovendonk is een uitwerking van de beproefde seminarieplattegronden van Haaren en Driebergen-Rijsenburg.
  • Cuypers grijpt in Hoeven terug op de kloostertypologie uit de renaissance en de barok, die gekenmerkt wordt door geometrische rasterplattegronden met vele binnenplaatsen en door kloostergangen ontsloten vleugels.
  • De voorgevel is ontworpen op basis van de gelijkzijdige driehoek, terwijl de verhoudingen van de zijgevels op de minder steile Egyptische driehoek zijn gebaseerd.
  • Het basisschema van de hoofdtrappen gaat terug op het trappenhuis van de directievilla van het Rijksmuseum.
  • Bovendonk is een van de vroegste complexen waar op grote schaal een CV-installatie is ingebouwd.
  • Het gehanteerde kleurschema in Bovendonk vertoont grote overeenkomsten met het ‘Oud-Hollandse’ kleurenschema van het Rijksmuseum, dat is gebaseerd op de kleurenleer van Georg Hirth. In Das deutsche Zimmer der Renaissance uit 1880 bepleitte Hirth de rehabilitatie van de kleur bruin. Cuypers werkt de belangrijkste principes uit dit werk in Bovendonk uit in directe samenhang met de materiaalpolychromie.
  • Het ontwerp van Bovendonk vertoont sterke overeenkomsten met andere late werken uit het oeuvre van P.J.H. Cuypers, in het bijzonder de Roermondse Teekenschool (1902-1904), de Maastrichtse Stichting Ridder Emile de Stuers (1901-1904), de Ursulinenkapel te Hamont (1912-1914), en de Lievevrouwekerk te Venlo (1912-1914).
  • Joseph Cuypers is niet alleen verantwoordelijk geweest voor de uitvoering van de bouw, maar heeft ook grote delen van het complex ontworpen. De refter en recreatiezaal zijn vrijwel zeker van zijn hand.
  • Het ontwerp van de voorgevel van de kapel door Joseph Cuypers vertoont opvallende overeenkomsten met de Amsterdamse Vondelkerk, ontworpen door P.J.H. Cuypers, en kan als eerbetoon aan zijn vader worden opgevat.
  • De iconografie van de kapel is grotendeels een herhaling van de iconografie van de voorgevel, gericht op de verbeelding van de rol van het seminarie bij de opleiding tot het priesterschap.
  • De noordvleugel is nooit van eigen toiletten voorzien geweest. De huidige toiletgroepen zijn pas bij een verbouwing in de jaren vijftig of zestig ingebouwd.
  • Het complex had oorspronkelijk geen badkamers wat opmerkelijk is gezien het feit dat ze wel voorkomen op oudere ontwerpvarianten van het complex.
  • Gelet op zijn aanwezigheid als één van de drie herders bij het Maria-altaar kan geconcludeerd worden dat Pierre Cuypers junior bij het ontwerp van de kapel betrokken is geweest.
 
Grootseminarie Bovendonk te Hoeven van Pierre J.H. Cuypers, Joseph Th.J. Cuypers en Pierre J.J.M. Cuypers (1897-1906; 1922-1923). Collage bvhh.nu 2008.

In de trappenhuizen beleef je de factor beweging.

Samenvatting onderzoek Bovendonk

— door Wies van Leeuwen

Ruimtelijke schepping

Als grote ruimtelijke schepping in neogotische stijl is Bovendonk een samenballing van de principes die het werk van vader en zoon Cuypers typeren. Het is een kwalitatief hoogstaand gebouw, ontworpen en uitgevoerd door architecten met decennia aan ervaring. En dat is te zien. Wie het gebouw omcirkelt herkent onmiddellijk elementen uit de silhouetten van het Amsterdamse Rijksmuseum, het Centraal Station en de Roermondse Teekenschool. Aan deze gebouwen spelen hoge leien daken, torens, smeedijzeren bekroningen, dakkapellen, trap- en tuitgevels een intrigerend spel, waarbij het silhouet steeds verandert. In weerwil van de bewogen, schilderachtige silhouetten is de opzet van Cuypers’ gebouwen de resultante van de zakelijke eisen die aan het ontwerp worden gesteld. Hij volgt daarin de zienswijze van de door hem bewonderde Engelse architect A.W. Pugin. Die beschrijft in 1841 hoe pittoreske schoonheid voortkomt uit de wijze waarop de bouwers van de middeleeuwen hun plattegronden en ontwerpen opzetten aan de hand van de wensen van de opdrachtgevers en de plaatselijke omstandigheden. Daarbij benadrukken Pugin en de evenzeer door Cuypers bewonderde Eugène Viollet-le-Duc dat ornament alleen mag dienen als verrijking van de hoofdconstructie.

Typologie plattegrond

In samenspraak met de opdrachtgevers gebruiken ze een al sinds decennia voor seminaries beproefde plattegrond. Hoogstwaarschijnlijk is deze voor het eerst ontwikkeld in het bisdom ’s-Hertogenbosch, waar Jacobus Cuyten met de Oisterwijkse architect H. Essens in 1834-1836 het grootseminarie van Haaren ontwerpt. Het wordt een sobere, haast classicistische baksteenbouw met een waardig fronton en torentje. Essens rangschikt drie vleugels rondom een cour die gesloten wordt met een driebeukige kapel. Bovendonk is de schilderachtige variant van deze opzet. Het gebouw vormt een rechthoek, waarvan drie zijden bestaan uit twee- en drielaags vleugels met zadeldaken en de vierde zijde gesloten wordt door de kapel. De plattegrond toont het streng volgehouden grid van vierkanten en rechthoeken. Dat grid is overduidelijk zichtbaar in de lijnen van de gewelven van gangen en zalen, maar ook in de bibliotheek en klaslokalen keert het terug in de ijzeren plafondbalken, die de traveeën aangeven.

Grootseminarie Bovendonk te Hoeven van Pierre J.H. Cuypers, Joseph Th.J. Cuypers en Pierre J.J.M. Cuypers (1897-1906; 1922-1923). Collage bvhh.nu 2008.

De hallen, de gangen op de begane grond en de refter en recreatiezaal zijn overdekt met kruis- en netgewelven in baksteen.

Constructie, ambachtlijkheid en materiaalgebruik

Bovendonk is een baksteenbouw, deels onderkelderd. De buitenmuren zijn versierd met speklagen, siermetselwerk en ornamenten in kalksteen, de ramen en beeldnissen hebben gebakken profielsteen met subtiele kleurverschillen tussen helderrood en bruinrood. De hallen, de gangen op de begane grond en de refter en recreatiezaal zijn overdekt met kruis- en netgewelven in baksteen, ook weer met gebruik van gebakken profielsteen voor de ribben en kleurverschillen in de steen. Minder representatieve ruimten zijn overdekt met in baksteen gemetseld troggewelfjes, rustend op ijzeren profielen. Zo ontstaan brandvrije constructies. De gangen en kamers zijn veel soberder en hebben gepleisterde muren. Naar boven toe wordt het gebouw soberder, tot de indrukwekkende houten kappen van de immense bergzolders.

De decoraties en raamvormen tonen het onderscheid tussen representatieve gangen en zalen en eenvoudige verblijfsruimten. Vergelijk bijvoorbeeld de getraceerde ramen van de bibliotheek met de schuiframen van de theologantenkamers en de boogramen van de refter met die van de toiletaanbouwen. In de refter vinden we ook de brede bogen, rustend op hardstenen kolommen. Zij geven extra ruimtelijkheid en de gepleisterde aanzetten der gewelven zijn voorzien van gestileerde geschilderde bladmotieven, ter accentuering van de constructie. De muren zijn hier ter bescherming voorzien van een lambrisering van geglazuurde baksteen. Ook de grote variatie in kapitelen tussen de open en gesloten kloostergangen is opvallend: binnen bladkapitelen, buiten eenvoudige lijstkapitelen. De bibliotheek is ook een constructief hoogstandje. Daar rusten de uit grenenhout opgebouwde galerijen op ijzeren profielen met geschilderde geometrische siermotieven. De profielbalk van de twee galerijen is met een smeedijzeren stang opgehangen aan de oorspronkelijk okerkleurig geschilderde moerbalken van het plafond. De kapel door Joseph Cuypers is uitwendig sober gedetailleerd en minder rijzig dan de oudere ontwerpen van Pierre Cuypers. Middenschip en zijbeuken zijn gebaseerd op de gelijkzijdige driehoek en tonen een verzorgde detaillering in baksteen met marmeren kolommen en decoratieve marmeren vloeren.

Grootseminarie Bovendonk te Hoeven van Pierre J.H. Cuypers, Joseph Th.J. Cuypers en Pierre J.J.M. Cuypers (1897-1906; 1922-1923). Collage bvhh.nu 2008.

De buitenmuren zijn versierd met speklagen, siermetselwerk en ornamenten in kalksteen, de ramen en beeldnissen hebben gebakken profielsteen met subtiele kleurverschillen tussen helderrood en bruinrood.

Cuypers wordt geroemd als de man ‘die alle ambachten kende’, niet in letterlijke zin maar ‘zeker voor zoover hij den aard van het materiaal en de bewerking daarvan moet begrijpen en daarnaar zijn vormen maken.’ Met zijn kennis en ervaring maakt hij Bovendonk tot een ruimtelijke en visuele eenheid. Als constructeur zal hij vanaf het eerste begin van zijn carrière, kort voor 1850, zeer uiteenlopende materialen gaan gebruiken, waarbij hij al vrijwel meteen afrekent met pleister- en stucwerk, dat hij als onwaardig surrogaat veroordeelt. Daarvoor in de plaats grijpt hij terug op de eeuwenoude baksteentraditie van Limburg. Verder past hij waar nodig uiteenlopende natuursteensoorten zoals hardsteen en mergel toe, al snel gecombineerd met ijzer. Ook hier is de Dictionnaire van Viollet-le-Duc een onuitputtelijke bron van inspiratie.

Rationeel door het ontwerpen op systeem

In Bovendonk gebruikt Cuypers baksteen, natuursteen, hout, ijzer en – niet zichtbaar – gewapend beton. Deze materialen stellen Cuypers in staat de inwendige bestemming van zijn gebouwen in het uitwendige uit te drukken, zoals zijn leermeesters het wilden. Die afwisseling van materialen en vormen geeft zijn gebouwen met een logische, rationele plattegrond een schilderachtig karakter. In de tweede helft van de negentiende eeuw vindt de overgang plaats van goeddeels op basis van ervaring en intuïtie geconstrueerde gebouwen, naar de berekening van constructies. Evenals zijn illustere voorbeeld, de Franse architect E. Viollet-le-Duc, is Cuypers van mening dat de stabiliteit van het gebouw wordt gewaarborgd door het gebruik van de juiste geometrische grondvormen. Cuypers senior zal zijn constructies dus waarschijnlijk nog niet berekend hebben, maar zijn zoon Joseph kan al wel tabellen voor draagsterkte gebruikt hebben. Cuypers garandeert de degelijkheid van zijn gebouwen door zijn ruime ervaring en intuïtie.

Hij baseert zijn gebouwen op geometrische grondvormen: het vierkant en de rechthoek. Daarnaast gebruikt hij de ranke gelijkzijdige en de iets minder rijzige Egyptische driehoek, die de basis vormen voor de gevels en de ornamenten. De rijzige voorgevel van Bovendonk is ontworpen op basis van de gelijkzijdige driehoek. In de soberder gevels van de zijvleugels vinden we de iets gedrongener proporties van de Egyptische driehoek.

Symboliek en iconologie

Net als deze gebouwen en in beginsel alle kerken is Bovendonk voor Cuypers de verbeelding van het Hemels Jeruzalem. In navolging van Alberdingk Thijms Heilige Linie vat Cuypers zijn kerken op als de verbeelding van het Hemels Jeruzalem op aarde. Het apocalyptische visioen van de evangelist Johannes inspireert hem levenslang. Zijn profane gebouwen krijgen een vergelijkbare symbolische lading. Ze verbeelden een ideale wereld, een stad-in-het-klein, als beeld van de corporatieve staat op katholieke grondslag. Een moreel verantwoord visioen: ieder kent zijn plaats, ieder heeft zijn rol. Daarnaast vertoont Bovendonk alle kenmerken van de Cuyperiaanse ‘stad-in-het-klein’. De Civitas dei, de Stad Gods van Augustinus is erin verbeeld. Het is daarmee de microkosmos van de in zichzelf besloten samenleving van professoren, priesterstudenten en huispersoneel. Het gebouw heeft net als andere kloosters en het Rijksmuseum een ‘stedelijk’ silhouet gekregen, met een afwisselend en schilderachtig dakenlandschap, topgevels en torens. Het beeld van de stad-in-het-klein is voor de bezoeker die de groene oprijlaan en daarna het voorplein betreedt overduidelijk zichtbaar aan de drie trapgevels van de voorbouw. Ook van opzij en op de binnenplaats is deze symboliek zeer sprekend aanwezig in de vooruitspringende trapgevels van de trappenhuizen van de noord- en zuidvleugel en de voorbouw.

De factor beweging

In de ‘stad’ Bovendonk buiten vader en zoon Cuypers de factor beweging ten volle uit. Door de ramen van de kloostergangen heen veranderen gevel en silhouetten van de vleugels voortdurend. Wie de trappenhuizen betreedt maakt kennis met wisselende ruimten. Door bogen en nissen zijn steeds weer andere gewelfvormen en plafonds te zien. De gangen en zalen functioneren als de ‘straten’ van de stad en bieden met hun op organische bruin- en bronstinten gebaseerde kleurstellingen een steeds wisselend beeld aan de bezoeker. Vooral de tegelvloeren en het glas-in-lood spelen daarin een belangrijke rol.

Grootseminarie Bovendonk te Hoeven van Pierre J.H. Cuypers, Joseph Th.J. Cuypers en Pierre J.J.M. Cuypers (1897-1906; 1922-1923). Collage bvhh.nu 2008.

De factor beweging komt vooral tot zijn recht in de gangen en zalen met zijn tegelvloeren en glas-in-lood, doordat ze met hun kleurstellingen een steeds wisselend beeld geven aan de bezoeker.

Priesteropleiding

Door het vermengen van de gotiek en de Oud-Hollandse stijl maakt Cuypers in Bovendonk als het ware duidelijk dat ook de priesters die in daar worden opgeleid deel hebben aan de Nederlandse cultuur. Bovendonk draagt ook uit dat het samenlevingsverband van professoren, priesterstudenten en personeel een microkosmos is van de maatschappij op katholieke grondslag. Daarbij is de voorgevel het frontispice van het gebouw, de titelpagina die de functie verklaart. Dat blijkt uit de voorstellingen in de voorgevel en uit het educatieve programma in de kapel. Beide zijn gericht op de verbeelding van de rol van het seminarie bij de opleiding tot het priesterschap.

Vader en zoon Cuypers

Het seminarie is een laat werk van het bureau Cuypers. Het schijnbare gemak waarmee het geheel is opgezet en uitgewerkt verraadt de ervaring van de architect van het Rijksmuseum. Het vertoont echter een combinatie van soberheid en afgewogenheid die het laat passen tussen late werken als het klooster van Keer bij Maastricht, de Ursulinenkapel te Hamont en de Lievevrouwekerk te Venlo. Als we in Bovendonk proberen de hand van vader en zoon te herkennen, dan is dat niet gemakkelijk. De tekeningen zijn getekend door vader Cuypers, de schilderachtige vormentaal van Bovendonk verraadt in de afwisseling van baksteen en lichte natuursteen, de compositie en detaillering overduidelijk de hand van vader en zoon. De rationele opzet van het geheel is ook zichtbaar in het materiaalgebruik en de toegepaste constructies. Daarin verraadt zich ook de hand van de aan de Polytechnische School te Delft geschoolde Joseph Cuypers.

Het ligt voor de hand te veronderstellen dat vader Cuypers zich bij Bovendonk wel heeft bemoeid met de hoofdopzet en veel details – dat kon hij toch niet laten – maar dat ontwerp en detaillering goeddeels van de hand van Joseph zijn. Het seminariegebouw is door vader en zoon zeker opgevat als een typisch product van het bureau Cuypers, waarin Joseph al sinds 1885 nauw samenwerkt met zijn vader en vanaf 1898 de overhand heeft. Ondanks de verschillen in detaillering en de contrasten tussen rijkdom en soberheid vertoont het gebouw een onmiskenbare eenheid en daarmee alle kenmerken van een werk van het bureau Cuypers. Het onderzoek was in handen van David Mulder, Wies van Leeuwen en Bernadette van Hellenberg Hubar. De laatste heeft de verschillende bijdragen aangevuld en in één rapport samengebracht, dat redactioneel getoetst werd door Marij Coenen.*

Grootseminarie Bovendonk te Hoeven van Pierre J.H. Cuypers, Joseph Th.J. Cuypers en Pierre J.J.M. Cuypers (1897-1906; 1922-1923). Collage bvhh.nu 2008.

De architecten Pierre, Joseph en Pierre junior Cuypers als herders bij het Maria-altaar.

Naschrift en downloadlink

— Door VanHH.org

Voortschrijdend inzicht — Ruim 10 jaar na dato is er zeker sprake van kenniswinst als het gaat om grote en langdurige projecten als Bovendonk. Door het onderzoek naar de nieuwe Bavo/Koepelkathedraal in Haarlem en de Joseph Cuypers Collectie in Roermond is het wel duidelijk dat de samenwerking tussen de vaders en zonen Cuypers niet altijd even eenduidig is. Wies van Leeuwen geeft in zijn samenvatting al aan dat Joseph vanaf 1889 de overhand heeft op het bureau in Amsterdam. Cuypers is al overwerkt als in 1892 de vertrouwensbreuk met Stoltzenberg plaatsvindt, waarna hij zich terugtrekt in Valkenburg. Net nadat hij terug verhuisd is naar Roermond (in 1898) overlijdt zijn vrouw, Nenny, waarop een tweede inzinking volgt. Terecht meent Wies (hierboven) dat je je kunt afvragen wat de oude Cuypers nu echt aan het ontwerp van Bovendonk heeft gedaan, behalve het ontwerp van Joseph Cuypers en zijn medewerkers kritisch volgen en tenslotte goedkeuren. De geschiedenis herhaalt zich in 1922, want dan vormen Joseph en zijn zoon Pierre J.J.M. het architectenteam Cuypers. Zo zijn de torens van de nieuwe Bavo die na 1925 zijn ontworpen, van de hand van Pierre J.J.M. die het hele project ook heeft begeleid; dit alles onder de vleugels van zijn vader. Dit is de reden waarom we tegenwoordig van de architecten Cuypers zouden moeten spreken. Vanaf het moment dat Joseph afstudeert, in 1883, en aan de slag gaat in Architectuur, zoals het bureau in de familie genoemd werd, is het afgelopen met de solopositie van zijn vader. Op zijn beurt geeft Joseph na de Eerste Wereldoorlog het estafettestokje door aan zijn zoon die bij Bovendonk zeer waarschijnlijk een positie verdient als co-architect.*

Het rapport en latere publicaties — Het rapport over Bovendonk kan als onderdeel van het educatieve fonds Cuypers4all gratis gedownload worden via http://bit.ly/Cuypers-Bovendonk. Delen ervan zijn inmiddels gebruikt voor de monografie Lindeijer, Marc, Jan Brouwers, David Mulder, en Hans de Jong. Seminarie Bovendonk: reisgids door een monument, 2018. De daaraan opgenomen teksten van David Mulder zijn collegiaal getoetst door Bernadette van Hellenberg Hubar. In de literatuurlijst staat ten onrechte Herman Heuver bij de auteurs, terwijl de inbreng van Bernadette van Hellenberg Hubar en Marij Coenen achterwege is gelaten. Herman van Heuver was opdrachtgever, Bernadette was co-auteur en samensteller van het rapport en Marij eindredacteur.

Eveneens in 2018 is een publicatie van de heemkundevereniging verschenen: Caulil, C.M.M. van, Hans de Jong, P.C Lauwerijssen, A.J.M Vermunt, Rieni Voermans, A.P.F Wouters, en Stichting Priesteropleiding Bovendonk (Hoeven). Uythof Bovendonk: centrum van West-Brabant. Hoeven: Stichting Bovendonk, 2018.

Voor beide publicaties heeft Bea Hoeks – een deel van – de fotografie en/of vormgeving verzorgd. Als lid van de Facebookgroep Nederlands Religieus Erfgoed zorgt ze ervoor dat dit deel van Nederland in de aandacht blijft staan.

In het kader van de Open monumentendagen in 2019 is Bovendonk als locatie opgenomen in de Open Monumenten Special over de Bernardusdagen (25 augustus, 1, 8 en 15 september). Een mooie gelegenheid om meteen dat andere bijzondere werk van Pierre J.H. Cuypers te zien, de Sint Pieter in het klein in Oudenbosch. Klik op onderstaand plaatje voor een vergroting van de route!

Kennis delen — Zoals hiervoor al aangestipt, is VanHH.org op dit moment als schrijverscollectief intensief bezig met de Joseph Cuypers Collectie op het gemeentearchief van Roermond, onderwerp van het volgende e-boek. Dit project komt met grote regelmaat aan de orde op onze Facebookpagina: http://bit.ly/VanHHOrg2FB

Ga eens kijken en ‘like’ de pagina, zodat de berichten als de bovenstaande een nog grotere actieradius bereiken!

In Cuypers4all zijn ook andere onderzoeken en artikelen over de architectenfamilie Cuypers te vinden die tot het publieke domein horen. Delen is ons motto, dus iedereen mag gebruik maken van de gegevens die hier staan, maar wel binnen de termen van de Creative Commons licentie.*

Over delen gesproken, je kunt ons en andere onderzoekers helpen door deze pagina te delen via de knop delen onderaan de pagina.

;-) B&M

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


Verwijzingen &

  • Hella S. Haasse, 1987, geciteerd naar: Retour Grenoble. Anthony Mertens in gesprek met Hella S. Haasse, Amsterdam 2003, p. 47.
  • De volledige titel luidt: Hubar, Bernadette van Hellenberg, A. J. C (Wies) van Leeuwen, en David Mulder. Bovendonk te Hoeven, Cultuur- en bouwhistorische analyse van het voormalige seminariecomplex van Pierre J.H. en Joseph Th.J. Cuypers. Onder redactie van Marij Coenen. Erfgoed in ontwikkeling. Ohé en Laak/Horn: Res nova-VanHH.org, 2008. http://bit.ly/Cuypers-Bovendonk. Het project werd uitgevoerd met mijn vorige bedrijf Res nova.
  • Dit zal nog duidelijker worden als Gert van Kleef klaar is met zijn promotieonderzoek naar het kerkelijke oeuvre van Joseph Cuypers.
  • Voor deze site hanteren we de Creative Commons licentie, gespecificeerd onder deze link: http://bit.ly/Copyright-CC-BY-NC-SA-4-0. Dus geen commercieel gebruik en absoluut naamsvermelding, zoals geldt voor al onze teksten en foto’s op onze sites. Hiertoe rekenen we ook onze pagina’s op Facebook en Blogger. Voor de goede orde, alles wat ten dienste komt van kennisverspreiding, beheer en behoud van erfgoed zonderen we uit van commercieel gebruik.

De verkorte link van dit item is http://wp.me/P4eh3s-DR of http://bit.ly/1PHUJEz.

← Naar de hoofdpagina van Cuypers assortiment!

← Naar de hoofdpagina van de Joseph Cuypers Collectie

Verder lezen na het boek over de Clemenskerk

Detail van de troonnis van David in de Clemenskerk te Merkelbeek.

Detail van de troonnis van koning David in de Clemenskerk te Merkelbeek (foto: Marij Coenen, april 2014).

Een paar titels voor wie zich na Verhalen op de muur ((Hubar, Verhalen op de muur, schilderingen Clemenskerk te Merkelbeek, inkijkexemplaar.)) verder zou willen verdiepen:

Polychromie

  • Gage, J., Colour and culture, Practice and meaning from antiquity to abstraction, Londen 1993.
  • Hubar, Bernadette van Hellenberg, De muziek van het licht, Cuypers’ polychromie, Res nova, Ohé en Laak 2007. | http://bit.ly/Muziek-polychromie
  • Hubar, Bernadette van Hellenberg, ‘“Een godin die nooit onverschillig blijkt”, De polychromie in de Teekenschool te Roermond’, in: Spiegel van Roermond 5 (1997), pp. 8-19. | http://bit.ly/Cuypers4all
  • RCE i.s.m. A. van Hees en N. van der Woude, ‘Monumentaal schilderwerk’, op: monumenten.nl (2014).
  • RDMZ (thans RCE), info restauratie en beheer 25, Kleuronderzoek, Zeist 2005. *
  • Thijm, J.A. Alberdingk. ‘De schilderkunst in het westersch Europa der middeleeuwen met name in Frankrijk’, in: Dietsche Warande 9 (1871), pp. 319-335; (vervolg): Dietsche Warande 10 (1874), pp. 232-272. | http://bit.ly/Thijm1Viollet-le-Duc1Peinture

Iconografie

  • Hubar, Bernadette van Hellenberg, ‘”Eene voorstelling van eenheid uit het vele”’, Bulletin KNOB 83 (1984), pp. 119-143. | http://bit.ly/Themanummer-Servaaskerk-KNOB84
  • Hubar, Bernadette van Hellenberg, Angelique Friedrichs en Gerard van Wezel, De genade van de steiger, monumentale kerkelijke schilderkunst in het interbellum, Amersfoort-Zutphen 2013.
  • Hunink, Vincent en Mark Nieuwenhuis, Jacobus de Voragine, De hand van God, De mooiste heiligenlevens uit de Legenda Aurea, Amsterdam 2006.
  • Leeuwen, Wies (A.J.C.) van, Alberdingk Thijm, bouwkunst en symboliek, Ohé en Laak 1989. | http://bit.ly/2retpLg-VanLeeuwen
  • Nieuwbarn, M.C., Het Roomsche kerkgebouw, leer der algemeene symboliek en ikonografie onzer Katholieke kerken, Nijmegen 1908. | http://bit.ly/Nieuwbarn-bouwsymboliek
  • Thijm, J.A. Alberdingk, ‘De Heilige Linie, proeve over de oostwaardsche richting van kerk en autaer als hoofdbeginsel der kerkelijke bouwkunst’, in: Sterck, J.F.M., red., A. Alberdingk Thijm, werken IV, kunst en oudheidkunde I, Amsterdam/Den Haag 1909 (1e dr. 1858). | http://bit.ly/Thijm-Sterck-Oudheidkunde.

Overige titels

  • Ook op het platform if then is now heb ik een artikel over de Clemenskerk geplaatst, de eerste van een serie die later de naam kreeg van #kerkverhalen:
    Hubar, Bernadette van Hellenberg. “De schilderingen in de Clemenskerk te Merkelbeek”. if then is now, 2014. http://bit.ly/ITIN-Clemenskerk.

B. ((Verkorte link van dit item: http://bit.ly/1QPaAGB

← Terug naar de hoofdpagina!))

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!

Clemenskerk te Merkelbeek


De Clemenskerk te Merkelbeek feestelijk in gebruik genomen!

Op zaterdag 22 november 2014 is de Clemenskerk te Merkelbeek (gemeente Brunssum) officieel heropend door de gouverneur van Limburg, Theo Bovens. Op dit moment is de kerk alleen voor groepen op aanvraag via info@clemensdomein.nl toegankelijk. Binnenkort echter staat de deur enkele dagen per week voor iedereen open. Dankzij een handige folder kun je er kennis maken met de benedictijner schilderingen van abt Hermann Renzel (verhaallijn) en dom Romanus Jacobs (uitvoering) uit 1901. Na de bezichtiging ben je welkom om na te genieten met een kopje koffie of een andere versnapering in het informatiecentrum naast de kerk. Daar is ook het digitale boek te krijgen:

Bernadette van Hellenberg Hubar, Verhalen op de muur, De schilderingen in de Clemenskerk van Merkelbeek, Brunssum 2014 (ISBN: 978-90-820976-1-0).

Voor een inkijkexemplaar volg je deze link.

Op de site www.clemensdomein.nl kun je meer informatie over de openingstijden en andere bezienswaardigheden vinden.

Omslag van mijn boek 'Verhalen op de muur' (2014), Clemenskerk te Merkelbeek.
De omslag van mijn digitale boek ‘Verhalen op de muur’ (2014), over de schilderingen in de Clemenskerk te Merkelbeek. Foto’s: Emile Verheijden, 2014. Vormgeving: Els Gulpen, 2014. 

Projectsignalement

Na het verschijnen van De genade van de steiger zijn opvallend veel nieuwe – onbekende – monumentale uitmonsteringen gesignaleerd. Dat geldt onder meer voor de Clemenskerk te Merkelbeek, die in 1901 werd beschilderd door de uit Duitsland afkomstige benedictijn dom Romanus Jacobs, toen 21 jaar oud. Je zou verwachten dat dit de sfeer zou ademen van de invloedrijke Beuroner school, de stroming die zich ontwikkeld had binnen de muren van de benedictijner abdij te Beuron, maar zo eenvoudig ligt het niet. Het gaat om krachtig weergegeven, haast geportretteerde heiligen, gevat in medaillons die op hun beurt in neogotisch geïnspireerd, decoratief sjabloonwerk opgenomen zijn. Naar achteraf is gebleken, geldt voor de jonge kunstenaar hetzelfde als voor veel van zijn Nederlandse vakgenoten: hij liet zich wel inspireren door zijn Beuroner confraters, maar koos voor eigen oplossingen. Zeer waarschijnlijk heeft zijn abt, Hermann Renzel die vrijwel zeker het decoratieprogramma van de schilderingen bedacht, hem hierbij aangestuurd.

Bij het onderzoek, dat ik in opdracht van de gemeente Brunssum voor een publicatie verricht, worden uiteraard ook de oudere afwerklagen betrokken die dateren vanaf de achttiende eeuw. De restauratie van het werk werd uitgevoerd door de SRAL, onder leiding van drs Angelique Friedrichs. Het is inmiddels voltooid.

Clemenskerk Merkelbeek met Angelique Friedrichs van de SRAL en Bernadette van Hellenberg Hubar

De schildering van koning David van dom Romanus Jacobs in de Clemenskerk te Merkelbeek, met restaurator Angelique Friedrichs van de SRAL (links) en Bernadette van Hellenberg Hubar (foto: Marij Coenen, november 2013).

Locatiegegevens

Clemenskerk | Bezoekerscentrum
Groeneweg 2 | Groeneweg 4
6441 LL Merkelbeek

Coördinaten:
50° 57′ 24″ NB, 5° 57′ 33″ OL

De verkorte link van deze pagina is http://bit.ly/VHH2Clemenskerk.

Ubi sunt op weg naar Haarlem

Ubi sunt op weg naar Haarlem herinnert aan de Cuyperscode. Collage en tekst bvhh.nu 2007.

Op weg naar 3 maart ben ik me aan het oriënteren. Daarbij kwam ik zomaar deze afbeelding tegen. Oude tijden herleven, niet alleen wat betreft de inhoud, maar ook de context, want dit kleine gedicht maakte ik als aanwijzing in het kader van het erfgoedspel De Cuyperscode. Welke weg zou hier beschreven staan? Misschien kom ik daar wel op terug bij de lezing van 3 maart 2014 in de nieuwe Bavo te Haarlem.

Post scriptum 2017

Het is jammer dat het niet meer kan, want ik vond het een geweldige optie: vanuit Flickr een foto met een stukje tekst bloggen. In bovenstaand geval nam ik een voorschot op een lezing over het hemels Jeruzalem in de kathedraal van Haarlem die zelf een van de mooiste incarnaties vormt van dit thema.

Toen ik enige tijd geleden de serie ‘Gedicht op maandag | #Gom’ startte – er lag inmiddels zoveel fraais onder het stof – vond ik dat ook Ubi sunt daarin een plaats verdiende. Misschien wel omdat het een van de exemplaren was die me er in 2008 toe inspireerde eindelijk de stap te zetten naar een bundel. Dat werd Assez de place pour être heureux. Die titel heeft zich onbedoeld tot een metafoor ontpopt, want het is beslist een van de dingen die me erg gelukkig maakt: gedichten schrijven.

;-) B.

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


Verwijzingen

Caelestis urbs Jeruzalem in de nieuwe Bavo/KoepelKathedraal te Haarlem

Hoe de hemelse stad tot tweemaal toe even opnieuw nederdaalde …

Het was genieten op 31 augustus in de bisschoppelijke sacristie en op 3 maart in de KoepelKathedraal zelf. Om het bij die laatste bijeenkomst te houden, samen met organist Ton van Eck, drie jeugdsolisten van de kathedrale koorschool en de Kathedrale Bavo Cantorij, mocht ik de avond verzorgen die gewijd was aan het hemels Jeruzalem. Alleen al qua muziek is er heel wat langs gekomen, variërend van Bach en Händel tot de Caelestis urbs Jeruzalem van Jean Titelouze (1562 – 1633) en Flor Peeters (1903 – 1986). Pièce de resistance was uiteraard de gelijknamige hymne van Alphons Diepenbrock (1862-1921). Wat de inhoud van de lezing betreft, kun je in de aankondiging hieronder een samenvatting aantreffen.*

 

De lezing zelf is met enthousiasme ontvangen, zoals je onder meer kunt lezen op de site van Van Hoogevest Architecten, het bureau dat verantwoordelijk was voor de restauratie van de nieuwe Bavo. Verschillende aanwezigen hebben me gevraagd of ze de lezing als PDF mochten hebben. Omdat alleen zo’n bestand niets van de voice over (mijn inbreng dus) of de sfeer van de locatie kan overbrengen, vond een tweede uitvoering plaats op 31 augustus dat jaar. 

Kijk trouwens hieronder vooral even naar de laatste dia van mijn presentatie, waar ik de mensen bedank die me hebben geholpen, want dit soort activiteiten doe je niet in je eentje. Stephan van Rijt, koster van de nieuwe Bavo en penningmeester van de Vrienden van de Bavo staat voorop, want zonder zijn inspirerende inzet had ik deze onderneming nooit tot een goed einde kunnen brengen.

De monstrans van Jan Brom is een van de pronkstukken van het KathedraalMuseum van de nieuwe Bavo/KoepelKathedraal Haarlem.

Jan Brom liet zich in 1906-1907 bij het ontwerp van de monstrans voor de nieuwe Bavo inspireren door Johannes’ beschrijving van het hemels Jeruzalem. Herkomst: restauratie.rkbavo.nl.

Caelestis urbs Jeruzalem

… onder de koepel van de nieuwe Bavo

Wat bindt de componist Alphons Diepenbrock met Joseph Cuypers als architect van de nieuwe Bavo? Wat zijn de schakels tussen de Apocalyps van Johannes en De Heilige Linie van Cuypers’ peetoom J.A. Alberdingk Thijm? Welke gemene deler is er tussen de Sainte Chapelle van Parijs, het Amsterdamse Rijksmuseum en de nieuwe Bavo in Haarlem? En wat is dan weer de overeenkomst met de monstrans van Jan Brom in het Kathedraal Museum van de nieuwe Bavo? Er is maar één antwoord en dat is: het hemels Jeruzalem.

Inspiratie — Een van de meest inspirerende thema’s in de kerkelijke kunst is dat van de hemelse stad die door Johannes in zijn Apocalyps op onnavolgbare wijze wordt beschreven. Het rijk Gods dat niet van deze wereld is, werd niettemin vanouds opgevat als een aardse stadstaat, omsloten door muren als een veilige burcht. Zo schilderde Jan Oosterman haar in de Catharinakerk in Den Bosch van Jan Stuyt, de co-architect van de nieuwe Bavo. Oosterman, die ook in de nieuwe Bavo gewerkt heeft (de verering van het Lam Gods en de Drie-eenheid boven de noordelijke entree naar de kooromgang is van zijn hand), schilderde dit visioen in Den Bosch in de centrale koepel: het deel van de kerk dat bij uitstek door haar ronde vorm de eeuwigheid verbeeldt. Ook bij de majestueuze koepel van Haarlem is dat het geval. Zo ontvouwt zich een patroon dat verloopt van staat naar stad naar gebouw, of liever gezegd kerkgebouw. De hymne In festo dedicationis ecclesiae, bij het kerkwijdingsfeest, opent dan ook met de woorden Caelestis urbs Jeruzalem, want ieder kerkgebouw is een aardse voorafbeelding van de hemelse stad.

Jan Oosterman, Het hemels Jeruzalem met de acht zaligsprekingen (1918-1919) in de Catharinakerk van Jan Stuyt te Den Bosch (1917-1918). Herkomst: Beeldbank RCE - Pixelpolder

Jan Oosterman, Het hemels Jeruzalem met de acht zaligsprekingen (1918-1919) in de Catharinakerk van Jan Stuyt te Den Bosch (1917-1918). Herkomst: Beeldbank RCE – Sjaan van der Jagt/Pixelpolder

Nieuwe Bavo — Toch zijn er kerken bij wie dit thema nadrukkelijker speelt dan bij andere, en op dit punt springt de nieuwe Bavo er uit. Ze is namelijk de enige die een motto draagt dat direct te herleiden is tot de Apocalyptische stad. Johannes vertelt dat deze stad geheel uit goud is gemaakt en versierd is met edelstenen. Hij vergelijkt haar met een bruid die zich mooi maakt voor haar man: een beeld dat hij ontleende aan het Hooglied, dat andere bijbelse gezang dat maar niet ophield, noch houdt, te inspireren. Zo kwam de KoepelKathedraal als enige kerk in Nederland aan haar devies: sicut sponsa ornata, getooid als een bruid.

Leidmotief — Al vanaf mijn studie kunstgeschiedenis, die ik afrondde met een scriptie over de romaanse Servaaskerk in Maastricht, heeft het visioen van Johannes me geïntrigeerd. Het thema van de hemelse stad kwam terug, toen ik bezig was met mijn proefschrift over het Rijksmuseum en kan dan ook als een van de leidmotieven in het oeuvre van Cuypers senior worden beschouwd. Dat is ook de reden dat Alphons Diepenbrock zijn hymne In festo dedicationis ecclesiae speciaal voor de architect componeerde en wel voor zijn zeventigste verjaardag. Dat dit motief ook in de nieuwe Bavo een prominente positie inneemt, mag eigenlijk niet verbazen. In de lezing heb ik mijn toehoorders meegenomen naar hemelse steden in aardse vormen.

Lezing — Tijdens de lezing op 3 maart werd de hymne In festo dedicationis ecclesiae van Alphons Diepenbrock uitgevoerd door de Kathedrale Bavo Cantorij.

De lezing was georganiseerd door de Vriendenkring van de nieuwe Bavo. Voor de entree werd een bijdrage van 10 euro gevraagd (vrienden vrij) die ten goede kwam aan het nieuwe glas-in-lood van Marc Mulders voor de Doopkapel van de kathedraal. 

Jan Oosterman, Drie-eenheid met Lam Gods in de nieuwe Bavo/KoepelKathedraal (1908)

Jan Oosterman, De verering van het Lam Gods en de Drie-eenheid (1908) boven de noordelijke entree naar de kooromgang van de nieuwe Bavo/KoepelKathedraal Haarlem (voor de restauratie). Oosterman vertelde later in een interview dat Jan Stuyt, in die tijd vennoot van Joseph Cuypers, hem bij de nieuwe Bavo betrok. De schildering is gemaakt op doek en vervolgens op deze plaats aangebracht. Het idee was om dit werk op termijn te vervangen door mozaïek. Tijdens de huidige restauratie is de schildering gereinigd en geconserveerd, want was ernstig vervuild en beschadigd door de inwerking van roet en stof. Foto bvhh.nu 2014.

Naschrift van Pierre M. Cuypers

Pierre M. Cuypers vertelde naar aanleiding van het bovenstaand stukje dat er ook een familiale relatie bestaat tussen Alphons (Fons) Diepenbrock en Joseph Cuypers:

De moeder van Fons was een Kuytenbrouwer. Zijn overgrootvader, Joannes Henricus Kuytenbrouwer was getrouwd met een Alberdingk Thijm (Geertruide Maria) en zij was een zus van Joannes A.Th. en dus een tante van Nenny (de moeder van Joseph Cuypers). Kortom, Alphons was een zoon van de achternicht van Joseph Cuypers (die dus zijn achteroudoom was). Niettemin was het destijds gevoelsmatig zeer wel familie.

Alleen al de netwerken van deze families zijn razend interessant, zoals opnieuw blijkt uit het project waar ik vanaf 2018 met tussenpozen aan werk: de Joseph Cuypers Collectie op het gemeentearchief van Roermond.

;-) B

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


Bronnen en verdere informatie

Wat al bekend was over het thema van de Caelestis urbs Jeruzalem, oftewel het hemelse Jeruzalem heb ik aan de hand van verschillende vondsten, onder meer over de polychromie, kunnen aanvullen en verdiepen in mijn boek over de nieuwe Bavo uit 2016, dat al enige tijd is uitverkocht. Ook de figuur van Diepenbrock komt hierin voor, onder meer met betrekking tot het gezelschap de Vioolstruik, waarin de families van Joseph Cuypers en Alphons Diepenbrock met elkaar toneelstukken lazen. De contacten tussen de architecten Cuypers en de componist zijn ook terug te vinden in de Joseph Cuypers collectie (#JCC).

  • Verkorte link van dit item: http://bit.ly/BvHH2Bavo1 
  • Erftemeijer, Antoon, Arjen Looyenga en Marieke van Roon, Getooid als een bruid, De nieuwe Sint-Bavokathedraal te Haarlem, Haarlem 1997.
  • Hubar, Bernadette van Hellenberg, Angelique Friedrichs en Gerard van Wezel, De genade van de steiger, monumentale kerkelijke schilderkunst in het interbellum, Amersfoort-Zutphen 2013.
  • Hubar, Bernadette van Hellenberg, Arbeid en Bezieling; de esthetica van P.J.H. Cuypers, J.A. Alberdingk Thijm en V.E.L. de Stuers, en de voorgevel van het Rijksmuseum, Nijmegen 1997 (voor een samenvatting volg deze link).
  • Hubar, Bernadette van Hellenberg, Auro intextum (met goud doorstikt), Kathedrale basiliek Sint Bavo te Haarlem, waardenstelling in modules, Ohé en Laak 2013.
  • Voor de verwijzingen naar Diepenbrock en de Vioolstruik zie het register van Hubar, De nieuwe Bavo te Haarlem, op deze site.
  • Voor Diepenbrock en zijn dochters in de #JCC zie GAR JCC v.n. 73, 142, 153, 173.

Dit item kan geciteerd worden als: Hubar, Bernadette van Hellenberg. ‘Caelestis urbs Jeruzalem in de nieuwe Bavo/KoepelKathedraal Haarlem’. Onder redactie van Marij Coenen. VanHellenbergHubar.Org, Kunst, cultuur & erfgoed, 2014-2020. http://bit.ly/BvHH2Bavo1

Laatste wijzigingen in oktober 2020.

Zalig kerstfeest anno 2013

Het onderstaande verhaal schreef ik in 2013 als kerstboodschap. Toen was het nog lang niet zeker dat ik verder mocht gaan met mijn project over de nieuwe Bavo, waarvan de waardenstelling net was afgerond. Die was bedoeld als voorbereiding voor het schrijven van een monografie naar aanleiding van de restauratie van de kathedraal. Pas in mei 2014 was er voldoende uitzicht op het doorgaan van het project en kon de stichting Kathedrale Basiliek Sint Bavo mij opdracht verlenen. Nu, ruim anderhalf jaar later, ligt er een manuscript, waar alleen de inleiding nog aan ontbreekt. ((Je kunt de restauratie steunen door het boek te bestellen via deze link.)) Dit werk heeft veel gebracht, en dat inspireerde me ertoe om anno 2015 het onderstaande verhaal opnieuw ter hand te nemen. De nieuwe, uitgebreide versie is te vinden op If then is now en wordt opnieuw vergezeld door een zalig kerstfeest.

Onderkoning Jozef van Egypte met achter hem de ezel op de Kerstkapel van de nieuwe Bavo (1898). Ontwerp Joseph Cuypers, uitvoering Cuypers & Co Roermond.
Onderkoning Joseph en de ezel boven de kerstkapel van de nieuwe Bavo (voorheen heilige Familiekapel). Atelier Cuypers & Co te Roermond. Foto BvHH 2013.

Zij waken over het kind boven de kerstkapel van de nieuwe Bavo in Haarlem: ‘Joseph, den onderkoning van Egypte, die het brood verstrekte aan de hongerenden en van Maria, Mozes’ zuster, die de verlossing uit Egypte bezong, welke beelden zich met den os en den ezel boven de kapel der H. Familie verheffen’, vertelt Thompson in zijn boekje uit 1898. ((Thompson, M.A., De nieuwe kathedrale kerk ‘St. Bavo’ te Haarlem. Bouwgeschiedenis, constructie en symboliek, Haarlem 1898.))

Waarom heeft monseigneur Callier, die het beeldprogramma van de Haarlemse kathedraal bedacht, voor deze twee gekozen? De oudtestamentische Joseph zou je kunnen opvatten als voorafbeelding van de voedstervader die het kerstkind opvoedde, maar ook van het kind zelf dat eens koning zou worden van een rijk dat veel machtiger zou zijn dan Egypte. Ondertussen veroordeelde datzelfde Egypte na de dood van de onderkoning zijn volk tot slavernij. Mogelijk heeft Callier hier een parallel gezien met de mensheid die voor Christus’ komst het ware geloof nog niet kende en op Gods volk na zich verslaafde aan de verering van valse goden. Maar het lied van de oudtestamentische Maria bood uitzicht op de verlossing, zoals de stem van de Moeder van God het Magnificat anima mea aanhief toen Gabriel haar vertelde dat zij de Verlosser zou baren. Zijn de os en de ezel in dit verband nederige dieren? Of herinnert het laatste dier aan de intocht van de nieuwe koning in Jeruzalem met Palmpasen en de os aan de evangelist Lucas die als eerste de Madonna met haar kind schilderde?

Maria van Egypte met achter haar de os op de Kerstkapel van de nieuwe Bavo (1898). Ontwerp Joseph Cuypers, uitvoering Cuypers & Co Roermond.
Maria, de zuster van Mozes, met de os boven de kerstkapel van de nieuwe Bavo (voorheen heilige Familiekapel). Atelier Cuypers & Co te Roermond. Foto BvHH 2013.

Dit soort parallellen – harmonieën – tussen het Oude en het Nieuwe Testament waren zeer populair in de kringen waarin Joseph Cuypers en monseigneur Callier verkeerden. Opnieuw is het Josephs peetoom, J.A. Alberdingk Thijm, geweest die deze harmonieën op grond van middeleeuwse bronnen actualiseerde. Maar daar kom ik nog een andere keer over te praten. Ondertussen wens ik iedereen een zalig kerstfeest toe.

B. ((Verkorte link van dit item: http://wp.me/p4eh3s-c0.))

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!