Urbanuskerk Nes Open Monumentendag 2021

Urbanuskerk Nes Open Monumentendag 2021 — Trek je agenda en reserveer 12 september voor een bezoek aan de Urbanuskerk van Nes aan de Amstel; beslist een van de mooiste kerken van Joseph Cuypers die ik ken, met een heel bijzonder interieur. Waarom dat zo is, leg ik in dit webartikel uit.

De Vrienden van de Urbanuskerk van Nes staan van 11:00 tot 16:30 uur klaar om je rond te leiden. Voor actuele informatie kun je terecht op hun Facebookpagina

 

 
 
 
 
 
Dit bericht bekijken op Instagram
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

 

Een bericht gedeeld door Bernadette Hellenberg Hubar (@vanhellenberghubar2all)

Voor ons was de Open Monumentendag 2021 een mooie aanleiding om een ouder artikel op onze site over dit jeugdwerk van Joseph Cuypers bij te werken. Dat was wel nodig, want sedert het boek over de nieuwe Bavo/KoepelKathedraal Haarlem (2016), waarin ik dit werk behandel, heeft zich heel wat voortschrijdend inzicht voorgedaan. 

Een kleine greep:

  • In de jubileumkrant voor het 125-jarig bestaan van de kerk zijn de gegevens over de inrichting uit de kroniek van de pastoor – het Liber memorialis – op een rij gezet. Daardoor is vrij nauwkeurig bekend wie wat wanneer heeft geschonken en gemaakt: zie Timmermans, Huub, Margaret Timmermans, en Elly van Rooden. “125 jaar Sint Urbanuskerk – Nes aan de Amstel 1891 – 2016 – jubileumkrant”. UrbanusparochieNes.nl.
  • Dankzij een rijk draadje op Twitter zijn we erachter op welke manier Joseph Cuypers vanuit Amsterdam naar Nes reisde en weer terug. Wie goed kijkt ziet hem virtueel, net in het pak, met tekenrol en aktetas, voortstappen; het kompas op Carré gericht. 
  • Tot slot leggen we uit waarom er serieus gekeken zou moeten worden naar de – waarschijnlijk kleine – groep kerken, waarvan de opzet en inrichting beïnvloed is door het neothomisme dat onder paus Leo XII krachtig bevorderd werd. Dit leidde bij de nieuwe Bavo/Koepelkathedraal Haarlem van Joseph Cuypers tot een thomistisch symbolisme, waar het gehele gebouw van doordesemd is. Met de Urbanuskerk werd een belangrijke voorzet gegeven.

Kortom, ga het verhaal lezen en bezoek de kerk op 12 september 2021 op de Open Monumentendag!

;-) B&M

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


Sociale media en erfgoed

VanHellenbergHubar.Org zet sociale media in zowel om nieuws over kunst, cultuur & erfgoed te delen als om vragen te stellen en zo kennis te vergaren. Centraal hierin staat onze Facebookpagina: http://bit.ly/VanHHOrg2FB

Ga eens kijken en ‘like’ onze pagina, zodat de berichten over onderwerpen als de voorgaande een nog grotere actieradius bereiken!

Verkorte link van dit bericht: http://bit.ly/2VRyEmt-VanHHOrg

Naar een thomistisch symbolisme in de nieuwe Bavo

Naar een thomistisch symbolisme — De nieuwe Bavo/KoepelKathedraal te Haarlem vormt een zeldzaam hoogtepunt van architectuur en toegepaste kunsten in Nederland. De uitvoering vond plaats volgens een doordacht liturgisch en iconografisch programma dat voor een belangrijk deel beïnvloed was door de herontdekking van het oeuvre van Thomas van Aquino na 1850. De bestudering en verspreiding daarvan kreeg een krachtige impuls onder paus Leo XIII die in 1879 het (neo)thomisme inzette voor de hervorming van de kerkelijke wetenschap. Daarmee had Leo XIII bepaald geen gemakkelijke stap gezet:

Het was niet eenvoudig om de omslag te motiveren van een beleid dat gericht was op het ontkennen en negeren van de moderne tijd naar openheid jegens wat steeds als de vijand en antichrist was geprofileerd. Leo deed dit door Thomas van Aquino als voorbeeld naar voren te schuiven die immers uit de vijandige stromingen van het joodse en Arabische aristotelisme een waarachtig christelijk denksysteem had opgebouwd. Alles stond hem ten dienste, al was het nog zo heidens. Als het iets goeds bevatte, bewees dat alleen maar dat, zoals Leo XIII benadrukte, God zelf geen onderscheid maakt in de boodschappers om zijn openbaring de wereld in te sturen.[ad1]

Even stond het raam open voor de ontwikkelingen in de eigen tijd. Uit dit gistingsproces waarin de kerk niet langer met de rug naar de maatschappij stond, maar er proactief aan deel wilde nemen en ontstond een nieuw katholiek symbolisme. Dit profileerde zich als tegenhanger van het gemystificeerde symbolisme van het fin de siècle, dat we in Nederland verbinden met kunstenaars als Jan Toorop, Johan Thorn Prikker, Carel de Nerée tot Babberich en R.N. Roland Holst. De roomse variant ontwikkelde zich vanuit het team van clerici en leken, architecten, kunstenaars en schrijvers rond een van de grootste bouwprojecten in – katholiek – Nederland van die tijd: de kathedraal van Sint Bavo te Haarlem. Of dit type symbolisme echt wortel heeft geschoten binnen de kerkelijke cultuur van de vroege twintigste eeuw, moet nader onderzocht worden. Als significant moment kan in ieder geval de afronding van de tweede bouwfase van de kathedraal genoemd worden (1906), toen de neothomistisch geïnspireerde, majestueuze koepel verrees.   

Thomas van Aquino bij het heilig Hartaltaar in de nieuwe Bavo. Het al bestaande heilig Hartbeeld van J.P. Maas werd in 1922 uitgebreid met een groep van zijn zoon A.W.M. Maas. Het beeld van Thomas van Aquino draagt de gelaatstrekken van de bouwheer van de kathedraal, bisschop A.J. Callier die zich hiermee profileert als (neo)thomist. Foto Beeldbank RCE – Margareta Svensson.

Hubar, Bernadette van Hellenberg. De nieuwe Bavo te Haarlem: ad orientem – gericht op het oosten. Onder redactie van Marij Coenen. Zwolle; Haarlem: Wbooks ; Stichting Kathedrale Basiliek Sint Bavo, op initiatief van de Rijksdienst Cultureel Erfgoed, 2016.

Uit hoofdstuk 5 Te deum laudamus

Naar een thomistisch symbolisme

In het voorgaande is dit al heel wat keren langs gekomen: Thompsons bijzondere uitleg van het programma in het eerste monografietje over de nieuwe Bavo uit 1898. Een hoogst merkwaardig boekje is dit, alleen al omdat het van de sfeer getuigt van vóór de integralistische terreur, geïllustreerd als het is met de portretten van de actoren van de hand van de rebelse Theo Molkenboer. Zowel lid van De Violier als de Klarenbeekse Club, zou deze kunstenaar in 1900 als eerste pleiten voor een nieuw type ‘volkskerken’ in de vorm van een centraalbouw die iedere kerkganger een rechtstreekse blik op het altaar bood. En dat type kwam er, getuige de kerken die Joseph Cuypers en Jan Stuyt gezamenlijk en afzonderlijk in de jaren daarna zouden bouwen.[1] Zoals ook de portretten in het boekje van Thompson tonen, was Theo Molkenboer, vergelijkbaar met Jan Toorop, verwikkeld in een stijlexperiment, waarbij hij verschillende uitdrukkingsvormen ontplooide tussen jugendstil en art nouveau, de Beuroner school en de realistische stromingen van zijn tijd. In wisselende mate dragen deze een symbolistische opdruk, hetgeen niet verwonderlijk is voor een leerling van Derkinderen en een broer van een van de symbolisten van het eerste uur, Anton Molkenboer. Ook op dat punt reflecteerde Theo de sfeer in de eerste fase van de nieuwe Bavo, waar diverse actoren zich intensief bezighielden met de speurtocht naar een nieuw, of liever vernieuwd christelijk symbolisme. Daarvoor gold wat Theo Molkenboer als stellingname omschreef:

‘Ik verlang in de kern niet naar het nieuwe, omdat het nieuw is, maar ik streef naar een beter, nieuw kleed, voor de oude, goede beginselen’.[2]

Die metafoor van het kleed keert terug bij Thompson, zoals hierna blijkt.[3] Wie overigens bedenkt hoe enthousiast Callier zou worden over het werk van Jan Toorop, zal het zeker frappant vinden dat Thompson zijn hoofdstuk over het ‘symbolisme’ start met afstand te nemen van ‘de mystieke richting der ultra moderne kunst’.[4] De richting dus, waarvan Toorop een van de meest toonaangevende exponenten was. Het tekent de ontwikkeling van de verschillende actoren dat dit in relatief korte tijd veranderen zou.

Wetenschap in thomistische zin

Hoewel dit na de behandeling van het beleid van Leo XIII in Æterni patris niet helemaal als een verrassing komt, valt het wel op dat Thompson het symbolisme tot driemaal toe beschrijft als een wetenschap.[5] Aan de ene kant kun je dat zien als een zelfbewuste verklaring van het niveau waarop het programma van de kathedraal zich afspeelde. Anderzijds kun je je niet aan de indruk onttrekken dat er ook een zekere legitimatie achter school. Wat Callier deed was kennelijk nog altijd geen dagelijkse kost voor de clerus en naar zijn bisschop toe kon hij dit moeilijk verantwoorden op basis van het pionierswerk van Thijm. Niet genoeg kan benadrukt worden dat Bottemanne maar weinig ophad met Thijm en zo rigide was in zijn visie op de verantwoordelijkheden die zijn ambt meebracht, dat Callier echt wel een stevige noot zal hebben moeten kraken om zijn programma er door te krijgen.[6] Maar om Thomas kon en wilde echt niemand heen. En zo zien we dat niet alleen Thompson, maar ook zijn collega redactielid van weekblad Sint Bavo, Rijkenberg, de Aquiner opvoert. Hij doet dat in verband met het oeuvre van Johannes Maas die als een ware ‘priester van het Schoone’ Thomas van Aquino volgt. De kunst moet namelijk volgens deze filosoof:

‘1o. gevoelens van godsvrucht opwekken, 2o. de voorbeelden der Heiligen dagelijks en voortdurend voor oogen stellen, en 3o. het onderrichten van onwetenden, die daardoor als door boeken onderwezen worden’.[7]

Een variatie op dit thema [zien we] enkele jaren later in het invloedrijke boekje van de Violierman, pater Nieuwbarn. Als ‘leraresse der volkeren’, schrijft deze dominicaan, zet de kerk volgens zijn grote ordegenoot de beelden als volgt in:

‘a. Tot onderwijzing der niet-ontwikkelden, die hier als door boek en woord worden onderricht.

b. Tot dagelijksche, voor oogen geziene herinnering aan het geheim der h. Menschwording en aan de toonbeelden onzer Heiligen.

c. Tot vermeerdering van onzen godsdienstzin, welke door aanschouwing sterker wordt aangezet dan door het aanhooren alleen’.[8]

Jammer genoeg verwijzen Nieuwbarn noch Rijkenberg naar de bron van hun opsomming. Ondertussen is het niet moeilijk om de beroemde uitspraak van Gregorius de Grote te herkennen. Dat geldt bij Nieuwbarn ook voor de stelling sub c), van Horatius, waarover we het bij Suger en Vondel hebben gehad.[9]

De rijkdom van de natuur roept in de visie van Thompson een bepaalde stemming op die de mens leidt naar het oneindige, naar God. Het toeval wil dat de de combinatie van wilde cichorei en boerenwormkruid precies de hoofdkleuren van de polychromie van de nieuwe Bavo zijn. Foto bvhh.nu 2015 langs de Schroevendaalse plas in Ohé.

Top down of bottom up

Wat Thompson zo interessant maakt vergeleken met Thijm en Nieuwbarn is een zo consequent mogelijke bottom up-insteek, terwijl de laatste twee vooral uitgaan van de neoplatoonse top down-visie op symboliek. Zo merkt Nieuwbarn op dat ‘alle de stoffelijke vormen en bestanddeelen werden bezield met een hooger en geestelijk leven’.[10] Hier domineert de idee van een uitvloeiing of uitstorting van boven naar beneden. Ook al is Thomas het daar niet helemaal mee oneens, bij hem overheerst de aristotelische opvatting dat alles wat we weten en leren primair via de zintuigen gaat. Zo ook bij Thompson die overigens start met neoplatoonse denkers als de Pseudo-Dionysius de Areopagiet en Origenes die we eerder in dit boek bij Suger en Thijm zijn tegengekomen. Aan hen ontleent Thompson stellingen als: ‘Het zichtbare is het klare beeld van het onzichtbare’, en: toen God de ‘stoffelijke wezens’ schiep ‘heeft Hij in die wezens de figuren en de beelden eener onstoffelijke wereld neergelegd’.[11] Hoe top down ook, de priester-journalist was retorisch en stilistisch een te sterke professional om deze twee vertaalde zinnen niet te starten met het ondermaanse, het zichtbare.

De thomistische idee

Hoe thomistisch was nu eigenlijk de visie van Thompson op het symbolisme? Op welke manier heeft hij het gedachtegoed van Thomas geïntegreerd in zijn betoog? Dankzij het vorige hoofdstuk valt dat goed te achterhalen. Dat geldt onder meer voor Thompsons uitleg van de Idee, dat we als neoplatoons begrip eerder bij Thijm tegenkwamen in de zin van het perfecte, dus onzintuiglijke ‘denkbeeld’. Omdat dit een goed beeld geeft van de manier waarop Thompson Thomas verwerkte, en deze op zijn beurt de klassieke filosofie, laat ik de passage hier integraal volgen:

‘De goddelijke gedachten zijn het richtsnoer en de maatstaf naar welke alles in den tijd is voortgebracht. Deze gedachten Gods zijn eeuwig en onveranderlijk omdat zij niets anders zijn dan het Goddelijk wezen zelf. God, zegt de H. Thomas, kent Zijn Wezen volkomen. Dat Wezen nu kan gekend worden niet alleen in Zich, maar ook in de gelijkenis en in de volmaaktheden, welke dat Wezen uitstort over de schepselen, want elk schepsel heeft een eigen aard en soort, naar gelang het deel heeft aan de gelijkenis met de goddelijke natuur. God, derhalve, die Zijn wezen kent als kunnende uitgedrukt worden door dit of dat schepsel, ziet in de oneindigheid van dat zelfde Wezen tevens de bestaande reden en het eigen idée van dit schepsel. En elders zegt de H. Kerkleeraar: Alle schepsel draagt een gelijkenis met de goddelijke natuur, maar ieder op verschillende wijze en naar een verscheidene maatstaf. Het goddelijke Wezen derhalve, beschouwd als een toonbeeld, op hetwelk elk schepsel naar eigene wijze gelijkt, is ook de eigen idée van dit schepsel naar zijn bepaalden vorm van gelijkenis. En daar andere schepselen weer onder ander opzicht op God gelijken, volgt daaruit, dat de gedachte, de reden van bestaan niet voor ieder schepsel dezelfde is, ofschoon het Goddelijk Wezen, dat toonbeeld is, eeuwig hetzelfde is, want alle volmaaktheden der schepselen schitteren in God onder enkelvoudigen en ondeelbaren vorm’.[12]

Veel van wat in het vorige hoofdstuk onder de noemer van de ‘graden van volmaaktheid’ is behandeld, keert hier terug: het belangrijkste is wel de participatie van ieder schepsel in de volmaaktheid van God. Dat gebeurt op zo’n evenredige manier dat wat het bezit ook direct ontleend is aan de goddelijke bron. Vandaar dat Thompson dit typeert als de ‘volmaaktheden der schepselen’. Dat is wat de schrijver in zijn uitleg bedoelt met het begrip van de ‘idée’ als dat, wat het ene ding onderscheidt van het ander en waarvan de ene allesomvattende en volmaakte Idee God is. Voor Thompson kan het symbolisme dus samengevat worden in één zin: ‘de zichtbare schepselen zijn de uitwendige beelden en teekenen der goddelijke gedachten’.[13] Als je dit vergelijkt met zijn opmerking hiervoor over de ‘inwendige beelden en figuren’, dan raken hemel en aarde elkaar. Die relatie aanschouwelijk maken is wat het symbolisme doet. Vanuit deze positie formuleert Thompson een specificatie aan de hand van drie punten. Deze herinneren niet alleen aan de aanpak van Thijm, maar ook aan die van grote namen in de iconografie als Erwin Panofsky, wiens boek Studies in iconology uit 1939 nog altijd een standaardwerk is.[14] Het grote verschil is dat het bij Thompson niet alleen gaat om geobjectiveerde, iconografische duidingen, maar ook om gevoelens.

Primair

Thompson start met het primaire symbolisme als gevolg van de directe relatie tussen het schepsel en God. Dit legt hij uit aan de hand van de stemming die in ons opgeroepen wordt door een bloemenveld in de lente. De schoonheid daarvan voert ons op ‘naar het oneindige, iets wat mijn lichamelijk oog niet ziet, maar wat door bemiddeling van het schepsel mij toeschijnt als een visioen’.[15] Terwijl dat ook geldt voor de Unvollendete, was het vermoedelijk vooral Thompsons bedoeling om bij de lezer de eerste associaties in te prenten met de rijke flora in steen en terracotta in de kathedraal.

Jan Toorop, ‘Gewijde en profane muziek’ (1921); ontleend aan Hubar, De nieuwe Bavo te Haarlem 2016), p. 180 #KoepelKathedraal

137 Jan Toorop, ‘Gewijde en profane muziek’ (1921), toont de musicerende ziel en de mystica in extase met de stormende zee op de achter – grond. Hoewel de mystica afgebeeld wordt als non heeft ze mondain aangezette lippen die haar profane inslag verraden. Gewijd of profaan, de muziek op de voorgrond leidt tot een stemming die een nimbusachtige gloed vanuit de non laat uitstralen. Wat Thompson van dit symbolisme vond is de vraag, maar clerici anno 1921 waren hier enthousiast over. Ook de ontblote borst gaf geen aanstoot, omdat deze staat voor het verlangen van de ziel naar God en dus nog aansluit bij de iconografie van Maria lactans die sedert Bernardus van Clairvaux hetzelfde symboliseert.151 Herkomst: Hubar, De nieuwe Bavo te Haarlem, p. 180. Met dank aan Gerard van Wezel (1951-2018).

Tweede niveau

De volgende fase vormt het symbolisme als gevolg van de ‘vaste verhouding’ die God schiep tussen ‘de schepselen in betrekking tot elkander’. Hiervoor komt Thompson terecht bij de zee: ‘De bewegingen der zee geven mij een beeld van de bewegingen in ‘s menschen geest en gemoed. Het brullen harer golven symboliseert mij de stormen der menschelijke ziel’. Opnieuw gaat Thompson voorbij aan een iconografische betekenisrelatie, zoals Nieuwbarn wel doet wanneer hij hetzelfde beeld koppelt aan de ‘woedenden golfslag op het meer van Genezareth’ of het stabiele schip van de kerk met Petrus als roerganger. Beiden leunen overigens op Thijm die het bij de uitleg van het schip in de kerk heeft over ‘de strijdenden, die zich door des waerelds woelige golven trachten heen te werken’.[16] Met Callier op de achtergrond herinnert dit aan de strandwandelingen die hij vanuit Hageveld met zijn bevriende collega De Rijk maakte. Tegelijkertijd kan dit beeld niet los worden gezien van de vele werken die Toorop maakte met de stormachtige zee op de achtergrond. Toorop nog wel, die bevriend was met Nieuwbarn, een leerling was van Thijm én de aandacht genoot van Callier.[17]

Dat Thompson in dit verband ook oog heeft voor iconografische duidingen blijkt als we terugkeren tot de bloemsymboliek, waarbij hij verwijst naar wat Christus zelf vertelt over de wijnstok en over de lelies in het veld. Toch spreekt hij weer in termen van gemoedsaandoeningen als het gaat om de indruk van Gods wonderschone natuur op heiligen als Johannes van het Kruis, Franciscus en Antonius die allemaal in de nieuwe Bavo vertegenwoordigd zijn. Opnieuw is de essentie dat Gods geheimen worden geopenbaard in de luister van zijn schepping.[18] Voor Callier zal dit gerijmd hebben met de verbindingen die hij zag met het Te Deum, waarin de hele aarde God eert, en hemel en aarde vol zijn van zijn glorie.

Derde stadium

Gingen de eerste twee stappen van concreet naar abstract, in de volgende fase gaat de weg andersom. In puur thomistische termen waarmee we inmiddels dankzij het vorige hoofdstuk vertrouwd zijn, vertelt Thompson:

‘En de onstoffelijke dingen, van welke geen beeld bestaat, kennen wij door vergelijking met de stoffelijke zichtbare dingen, die hunne overeenkomstige beelden hebben. Wanneer dus een voorwerp zich voordoet aan den menschelijken geest, komt het eerst onder het bereik der zinnen, van deze gaat het over naar de verbeelding en van deze naar het verstand of het begripsvermogen’.[19]

Deze uitleg is niet compleet zonder de eveneens herkenbare opmerking dat de zichtbare wereld voor Thomas de eerste trede vormt van de ladder die de mens naar God leidt, want ‘Sensibilia sunt praeambula ad intelligibilia’ (het zintuigelijke vormt de preambule of inleiding tot het begrippelijke). Thompson doet hierna opnieuw een beroep op de Pseudo-Dionysius, wiens werk, zoals eerder aangestipt, door Thomas werd becommentarieerd. De priester-journalist doet dat om met de Areopagiet te betogen dat het bij het symbolisme nìet gaat om een zwaktebod, ook al lijkt het daarop omdat de mens niet in staat is het onzienlijke te vatten. We weten namelijk dat gemis te overstijgen door ons talent om ‘de geheimzinnige en eerbiedwaardige natuur van God en van de gelukzalige geesten te wikkelen in beeld en figuur en onuitsprekelijke raadselen en haar aldus te onttrekken aan den blik en de beschouwing van oningewijden’. Als Thompson dit nader specificeert als de ‘disciplina arcana’, de geheimhoudingsplicht uit de tijd dat de christenen vervolgd werden, volgt hij opnieuw Thomas van Aquino die dezelfde houding aannam tegenover de niet-ingewijden, de andersgezinden.[20] Tegelijkertijd maakte het talent om deze geheimen te versluieren het Thompson mogelijk om de scheppingskracht van het bouwteam van de kathedraal in te kaderen. De scheppingskracht die op een directe participatie in God berust en bij Callier resulteerde in het programma en bij Joseph Cuypers in de architectuur van de kathedraal. Je kunt je niet aan de indruk onttrekken dat vooral de Unvollendete tot de categorie van de disciplina arcana hoorde: alleen rijp voor ingewijden. Maar voor de hele onderneming telde wat de Areopagiet voorschreef: dat we de eerbied voor God met stof en vorm ‘omkleeden’. Mogelijk speelde dat bij Theo Molkenboer nog door het hoofd toen hij een jaar later schreef dat hij ernaar verlangde om de oude beginselen van een ‘beter, nieuw kleed’ te voorzien.[21] En dat gold beslist niet voor hem alleen, zoals de cyclus van de nieuwe Bavo laat zien.

138 Een van de meest symbolistisch aandoende beelden van de cyclus rond de apsis is te vinden boven de Willibrorduskapel. De moeder van Willibrordus droomde over een nieuwe maan die transformeerde in volle maan en toen plots ‘haar mond inging en geheel haar binnenste met het zilveren licht verhelderde’. Dit betekende dat haar zoon ‘door God voorbestemd was tot het bekeeringswerk onder de volkeren, die nog in de duisternis van het heidendom verzonken lagen. Vandaar het beeld van de maan, oprijzende boven de paddenstoelen en de slangen de symbolen van duisternis’.152 Foto bvhh.nu 2013.

Positionering

Het verhaal over het symbolisme van Thompson is in meer opzichten hoogst bijzonder. Tot dusver is het de enig bekende uitleg die tamelijk rigoureus vanuit een thomistisch perspectief is opgesteld. Weliswaar noemt hij ook de Pseudo-Dionysius en Origenes, maar het gaat hier om denkers die Thomas zelf bestudeerd dan wel becommentarieerd heeft. Dat geldt eveneens voor Augustinus die slechts nominaal aangestipt wordt. Beide auteurs, Origenes en Augustinus hebben we eerder ontmoet bij Thijm, onder meer als exponenten van het vrije associëren bij het gebruik van metaforen.[22] Ook in de nadere specificatie van het programma – waarbij zelfs die delen als fysiek aanwezig beschreven worden die er alleen nog maar in potentie waren! – komt Thomas opvallend vaak aan de orde. Dit is met name het geval bij het programma van de glazen in de lucida, waar ik nog uitvoerig op terugkom.[23]

Dit is echter niet de enige reden waarom het betoog van Thompson eruit springt. Ook het voorop stellen van het ‘gemoed’ in plaats van de iconografische duiding bij de primaire en secundaire voorbeelden van de symboliek is apart. Zeker kan dit niet los worden gezien van de klassieke, retorische functie van de kunst, waarmee Callier en Thompson door en door vertrouwd waren: het movere, bewegen of ontroeren.[24] Maar dit adagium kreeg beslist een extra dimensie doordat het tevens als een direct uitvloeisel kon gelden van de route langs de zintuigen à la Thomas. Zoals Thompson zijn associaties beschrijft aan de hand van de bloei in de lente en de stormachtige zee, krijgt zijn symbolisme wel iets heel individueels. En dat is temeer frappant, omdat het daardoor sterk leunt op het door hem verworpen, mystieke symbolisme van Toorop en consorten uit die tijd. Wat het nog typischer maakt, is dat de mens nu juist in dit individuele – mits het positief is – deelneemt aan Gods natuur en we dus hier nu net te maken hebben met één van die ‘volmaaktheden van de schepselen’ die een directe weerspiegeling vormt van de schoonheid van God.[25] Want dat is wat kunst doet, een stukje van Gods schoonheid naar de aarde halen. Hoewel dit minder stellig wordt geformuleerd dan onder de volgende generatie thomisten, zoals Jacques Maritain, was daarom de artistieke ambachtelijkheid zo belangrijk, omdat de incarnatie van Gods schoonheid daar direct afhankelijk van was.[26]

Dat juist de individuele participatie kunst maakt, zou wel eens de verklaring kunnen zijn voor de bijzondere invulling van het programma van de nieuwe Bavo. Hierin vindt een wonderlijke combinatie van oud en nieuw plaats: van het nieuwe dat de aanvulling en de voltooiing is van het oude en van oude thema’s in een nieuw kleed. Het nieuwe, of liever nog de vernieuwing die op deze manier niet alleen van de goddelijke creativiteit van de mens getuigt, maar tegelijkertijd staat voor de thomistische verdieping van het inzicht van de mens in God. Een inzicht dat langs de weg van trial-and-error een progressieve ontwikkeling kent op de eindeloze weg naar het Oneindige. Vandaar ook dat Leo XIII spreekt van een proces van ‘augere et perficere’ (uitbreiden en vervolmaken).[27] Dit kon echter niet door middel van een ‘wilde, onbestemde fantasie’, zoals Toorop en consorten volgens Thompson deden, maar alleen langs de route van de kerkvader en –leraren. En dat leidde tot de herleving van het vrije associëren à la Origenes en Augustinus. Dat je daarvoor verbeelding nodig hebt, was voor Thomas niet meer dan vanzelfsprekend, want hoe zou je anders iets kunnen bedenken. De verbeelding is immers de plaats, waarin onze ervaringen zijn opgeslagen; als ‘inwendig zintuig’ weet ze die informatie al abstraherend en deducerend tot ‘fantasieën’ te combineren.[28] Vertaald naar kunst en symboliek is dat wat de actoren bij de nieuwe Bavo in de ogen van Thompson hebben gedaan: in het spoor van de kerkvaders met hun rijke allegorieën hebben ze de combinerende verbeelding ingezet en die leidde hen tot composities als de bruid van het oosten en de bruid van het westen of de heilige leegte en de levende stenen. Gematerialiseerd door ‘hoogst bekwame, kunstvaardige en nijvere mannen’, geldt daarvoor wat Thompson aan de Pseudo-Dionysius ontleende: ‘Het heilige wordt daar door symbolische vormen heilig behandeld’.[29]

136 De cyclus rond de apsis getuigt van het thomistische symbolisme, waarin vernieuwing essentieel is omdat die leidt tot de volgende stap op de eindeloze weg naar het Oneindige. De mens zet hierbij zijn individuele creativiteit in, waarin hij participeert in God. Meer in het bijzonder gebeurt dat door middel van het vrije, persoonlijke associëren dat tot vroegchristelijke tradities teruggaat. Dit leidt tot nieuwe beeldformules en duidingen zoals deze allegorie op de lagere wijdingen. Hier zien we (van links naar rechts), zoals Thompson beschrijft, ‘de monnik met een condor, die geacht wordt het hoogst te vliegen en daarom beeld is van het beschouwend leven; dan volgt de ostiarius (deurbewaarder) met klok en sleutel om de geloovigen naar de kerk te roepen, en buiten te sluiten wie niet in de kerk behoort, achter hem afgebeeld door een aap; de vierde is de lector (lezer) met het boek der gebeden, waaruit hij de wijdingen van het brood en der nieuwe vruchten moet lezen; hij heeft achter zich het stekelvarken, den grooten roover van de vruchten des wijngaards’.150 Juist deze combinaties getuigen van het vrije associëren. Foto bvhh.nu 2013.

Naschrift van ‘Naar een thomistisch symbolisme’

Tot zover het fragment uit De nieuwe Bavo te Haarlem. De opmaat tot dit stuk uit de inleiding van ons boek over de Haarlemse KoepelKathedraal kun je lezen onder deze link.

Meer lezen? Het boek is uitverkocht, maar je kunt het altijd opvragen bij De Bibliotheek.

Ook onderzoek naar erfgoed moet het hebben van kennis delen; zeker met het oog op het specifieke doel om symboliek en iconografie een volwaardige rol te geven bij de toekomstplannen voor kerkgebouwen. Wees dus zo goed om deze pagina te delen via de knop delen onderaan de pagina. Het zou helemaal fijn als je daarbij de hashtag #kerkelijkerfgoed gebruikt.

B&M

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


Noten bij ‘Naar een thomistisch symbolisme’

In de noten wordt gewerkt met verkorte titels. Voor de volledige titels raadpleeg de bibliografie, waarnaar verwezen wordt, via deze link:

[1] Theo Molkenboer, ‘Volkskerken’. Gerard Brom, Herleving van de kerkelike kunst, p. 335. Men denke aan de Jacobskerk in Den Bosch (Cuypers & Stuyt, 1907), de Catharinakerk in Den Bosch (Jan Stuyt, 1917), en de Agathakerk in Beverwijk (Joseph en Pierre junior Cuypers, 1924); ontleend aan reliwiki.nl.

[2] Theo Molkenboer, ‘Volkskerken’, p. 370.

[3] Thompson, St. Bavo, pp. 33, 38.

[4] Thompson, St. Bavo, pp. 22-24.

[5] Thompson, St. Bavo, p. 23.

[6] Over Bottemanne en Thijm zie paragraaf 2.1.2 ‘De actoren tussen Vioolstruik en Violier’. Voorts Van der Plas, Vader Thijm, pp. 587-588.

[7] Rijkenberg, ‘Hollandsche kunst’, p. 183.

[8] Nieuwbarn, Het Roomsche kerkgebouw, pp. 69-70.

[9] Zie paragraaf 2.1.3 ‘Het appel van de benedictijnen’.

[10] Nieuwbarn, Het Roomsche kerkgebouw, pp. 12, 16. Over de wisselwerking tussen het neoplatoonse en aristotelische gedachtegoed in de negentiende eeuw zie Hubar, Arbeid en Bezieling, pp. 214-222.

[11] Thompson, St. Bavo, pp. 23-25.

[12] Thompson, St. Bavo, pp. 26-27.

[13] Thompson, St. Bavo, p. 25.

[14] Hubar, Arbeid en Bezieling, pp. 22-32. Panofsky, Iconologie, pp. 7-20.

[15] Thompson, St. Bavo, pp. 25-26.

[16] Thompson, St. Bavo, p. 27. Nieuwbarn, Het Roomsche kerkgebouw, pp. 34-35. Thijm, De Heilige Linie, p. 197.

[17] Hubar e.a., De genade van de steiger, pp. 276, 279. ‘Levensschets van Mgr. A.J. Callier’, in De Maasbode 28 april 1928, p. 2.

[18] Thompson, St. Bavo, p. 28.

[19] Thompson, St. Bavo, p. 30.

[20] De Groot, Het leven van den H. Thomas van Aquino, p. 175. Thompson, St. Bavo, pp. viii, 32.

[21] Thompson, St. Bavo, pp. viii-ix, 30-32. Theo Molkenboer, ‘Volkskerken’, p. 370.

[22] Zie paragraaf 3.2.2 ‘Associaties, typologieën en harmonieën’.

[23] Thompson, St. Bavo, pp. 40-52.

[24] Hubar e.a., De genade van de steiger, pp. 107, 123, 180, 473.

[25] Thompson, St. Bavo, pp. 26-27.

[26] Hubar e.a., De genade van de steiger, onder meer pp. 131-141, 148-149, 411-413. Thompson, St. Bavo, pp. 4, 18, 19-21, 66, 94-95, besteedt opvallend veel aandacht aan constructie, techniek, kunstindustrie en kunstvaardigheid.

[27] Leo XIII, ‘Æterni patris’, p. 203 (Latijns origineel) p. 225 (Nederlandse vertaling).

[28] Zie voor dit facet van Thomas, Kenny, Aquino, pp. 109-119.

[29] Thompson, St. Bavo, pp. 32, 94.

Noten in de bijschriften, toegevoegde noot in de inleiding, titelbeschrijving etc.

  • ad1) Hubar, De nieuwe Bavo te Haarlem, pp. 23-24.
  • 150) Thompson, St. Bavo, p. 84.
  • 151) Hubar e.a., De genade van de steiger, pp. 284-286. Voor Bernardus zie paragraaf 3.5 ‘Toetssteen: tussen litanie en Hooglied’. Met dank aan Gerard van Wezel.
  • 152) Thompson, St. Bavo, pp. 86-87

Over Joseph Cuypers is meer te vinden bij de JCC | Joseph Cuypers Collectie, De nieuwe Bavokathedraal en Cuypers assortiment.

De JCC komt verder met grote regelmaat aan de orde op onze Facebookpagina: http://bit.ly/VanHHOrg2FB
Ga eens kijken en ‘like’ de pagina, zodat de berichten over onderwerpen als de bovenstaande een nog grotere actieradius bereiken!

Dit item kan geciteerd worden als: Hubar, Bernadette van Hellenberg. ‘Naar een thomistisch symbolisme in de nieuwe Bavo’. Onder redactie van Marij Coenen. VanHellenbergHubar.org, 2016-2021. http://bit.ly/3b6LB0q-JCC-nBavo.

Verkorte link: http://bit.ly/3b6LB0q-JCC-nBavo

Centrale linkpagina Instagram en andere sociale media

Centrale linkpagina Instagram, Facebook, Twitter en LinkedIn — Hieronder tref je de link aan naar het verhaal met betrekking tot het meest recente bericht, dat we via de sociale media hebben verspreid.

Waarom Instagram voorop staat? Omdat je daar geen link in de tekst bij de foto kunt plaatsen. Vandaar dat we als standaardregel toevoegen: ‘Actieve link in de bio’. Als je die aanklikt bereik je deze pagina. 

Ben je op zoek naar een overzicht van alle items op deze pagina, surf dan naar de inhoudsopgave.
Voor meer informatie over hoe we sociale media inzetten om erfgoed te promoten, volg je deze link.
Maar eerst het meest recente bericht!

Erfgoedzorg in de States

Je vindt het verhaal door de link in bovenstaande tweet aan te klikken!

Herdenking Eerste Wereldoorlog | Marguérite Cuypers

Je vindt het verhaal door de link in bovenstaande tweet aan te klikken!

De kopij voor deel 2 van ‘Nederlands religieus erfgoed op Facebook’ voor Vitruvius

Je vindt het verhaal door de link in bovenstaande tweet aan te klikken!

Tussen data en debat | Nederlands religieus erfgoed op Facebook

Je vindt het verhaal door de link in bovenstaande tweet aan te klikken!

Open Monumentendagen 2021 | Zondag is de Urbanuskerk van Nes aan de Amstel open

 

 
 
 
 
 
Dit bericht bekijken op Instagram
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

 

Een bericht gedeeld door Bernadette Hellenberg Hubar (@vanhellenberghubar2all)

Je vindt het verhaal door deze link aan te klikken!

Maria Geboortekerk Ohé en Laak Open Monumentendagen 2021

Meer over de Open monumentendagen in de gemeente Maasgouw onder deze link.

Marguérite M.D.A. Glastra van Loon-Cuypers (1896-1986), oudste dochter van Joseph en Delphine Cuypers-Povel

Je vindt het verhaal door de link in bovenstaande tweet aan te klikken!

Op naar Nes aan de Amstel voor de Open Monumentendag 2021

Je vindt het verhaal door de link in bovenstaande tweet aan te klikken!

De mantel der bescherming

Je vindt het verhaal door de link in bovenstaande tweet aan te klikken!

Maskerade

Ga je mee om Maskerade virtueel te bekijken en de gedichten te lezen?

Joseph Cuypers 160 jaar!

Meer weten over Joseph Cuypers? Volg dan deze link!

Iconografie en de herbestemming van kerkgebouwen

Verder lezen? Volg dan deze link.

Pinksteren

Over inspiratie gesproken, wat vind je van het bevlogen verhaal onder deze link: http://bit.ly/1R2tAeY?

Groot streepzaad

 

 
 
 
 
 
Dit bericht bekijken op Instagram
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

 

Een bericht gedeeld door Bernadette Hellenberg Hubar (@vanhellenberghubar2all)

*Voor het aangehaalde artikel volg: https://bit.ly/3f6Xh5w-erfgoedflora

Artikel volgende nummer vakblad Vitruvius

*Voor een overzicht van al onze artikelen op Vitruvius, volg https://bit.ly/3tXp8JW-Vitruvius

Hemelvaart 2021

 

 
 
 
 
 
Dit bericht bekijken op Instagram
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

 

Een bericht gedeeld door Bernadette Hellenberg Hubar (@vanhellenberghubar2all)

Surf naar kerkgebouwen-in-limburg.nl voor de hier genoemde kerken.

Klein hoefblad (#erfgoedflora)

 

 
 
 
 
 
Dit bericht bekijken op Instagram
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

 

Een bericht gedeeld door Bernadette Hellenberg Hubar (@vanhellenberghubar2all)

Lees meer over klein hoefblad op Wikipedia.

Sint Jozef op 19 maart

 

 
 
 
 
 
Dit bericht bekijken op Instagram
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

 

Een bericht gedeeld door Bernadette Hellenberg Hubar (@vanhellenberghubar2all)

Lees het hele verhaal over Sint Jozef via deze link. Nou ja, hele verhaal …

Hoe zorgen we voor meer vrouwen in de Tweede kamer?

 

 
 
 
 
 
Dit bericht bekijken op Instagram
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

 

Een bericht gedeeld door Bernadette Hellenberg Hubar (@vanhellenberghubar2all)

Lees hier meer over de actie over hoe het aantal vrouwen in de tweede Kamer groter kan worden.

Hoe we de leeuw weer in de benen krijgen! | Tweede Kamer Verkiezingen 15, 16 en 17 maart 2021!

 

 
 
 
 
 
Dit bericht bekijken op Instagram
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

 

Een bericht gedeeld door Bernadette Hellenberg Hubar (@vanhellenberghubar2all)

Surf naar https://bit.ly/30Hac6n-Blendle-BartDeKoning 
Bovenstaande link werkt, ook al staat deze doorgestreept!

Internationale vrouwendag in het teken van de Tweede Kamer Verkiezingen

 

 
 
 
 
 
Dit bericht bekijken op Instagram
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

 

Een bericht gedeeld door Bernadette Hellenberg Hubar (@vanhellenberghubar2all)

De naamdag van  Bernadette Soubirous, 18 februari 2021

 

 
 
 
 
 
Dit bericht bekijken op Instagram
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

 

Een bericht gedeeld door Bernadette Hellenberg Hubar (@vanhellenberghubar2all)

Een nieuw seizoen van de Franse komische serie Dix Pourcent op Netflix

Archief Dunselman naar KDC | Katholiek Documentatie Centrum Nijmegen

Centrale linkpagina | Klik op de afbeelding om te vergroten! Collage bvhh.nu 2021.

Het liep tegen het nieuwe jaar (2020-2021)

Centrale linkpagina | Klik op de afbeelding om te vergroten! Collage bvhh.nu 2020.

De gebroeders Dunselman in vakblad Vitruvius

Centrale linkpagina | Klik op de afbeelding om te vergroten! Collage bvhh.nu 2020.

Oproep eindejaarsdonatie aan Internet Archive

Centrale linkpagina | Klik op de afbeelding om te vergroten! Collage bvhh.nu 2020.

Sociale media en erfgoed

Verkorte link van dit item: http://bit.ly/2KbldIm-VanHHpuntOrg

VanHellenbergHubar.Org zet sociale media in zowel om nieuws over kunst, cultuur & erfgoed te delen als om vragen te stellen en zo kennis te vergaren. Deze centrale linkpagina helpt ons bij het gebruik van de volgende platforms:

Sinds 2020 hebben we met name voor de foto’s op Instagram de hashtags #erfgoedflora , #erfgoedfauna en #erfgoednatuur geïntroduceerd. Je zou kunnen stellen dat we op deze manier een meer eigentijdse invulling geven aan het jammer genoeg verouderde begrip #natuurhistorie. 

Centrale linkpagina | Klik op de afbeelding om te vergroten! Screenshot bvhh.nu 2021.

Graag nodigen we je van harte uit om de hashtag #erfgoedflora verder te verspreiden!

Ga eens kijken op onze Facebookpagina en ‘like’ onze berichten, zodat onderwerpen zoals hierboven een nog grotere actieradius bereiken!

Ook erfgoed moet het hebben van delen: kennis en passie kunnen we wereldwijd via de sociale media doorgeven. Vandaar onze vraag om deze pagina te delen via de knop delen onderaan de pagina. Het zou helemaal fijn als je daarbij de hashtag #erfgoed of #erfgoednatuur gebruikt.

;-) B&M

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


Joseph Cuypers Urbanuskerk Nes aan de Amstel

Joseph Cuypers Urbanuskerk Nes aan de Amstel — Dit jeugdwerk van Joseph Cuypers is een echte aanrader om te bezoeken! Dat kan in ieder geval tijdens de Open Monumentendagen op ZONDAG 12 september vanaf 11:00 tot 16:30 uur. Dankzij de actieve Vrienden van de Urbanuskerk van Nes aan de Amstel die je op Facebook kunt volgen, staat de kerk sinds juni 2021 aan de oostkant in de steigers om het glas in lood te restaureren. De vrienden zijn goed bezig, maar er moet nog heel wat gedaan worden om dit gebouw in staat van onderhoud te brengen. Dus als je de Urbanuskerk bezoekt, doe dan ook gelijk een donatie, want alle bijdragen helpen.1

Een groot deel van de foto’s in deze diaserie is gemaakt in het kader van de productie van mijn boek over de nieuwe Bavo/Koepelkathedraal Haarlem door Sjaan van der Jagt in opdracht van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), in 2015. Spijtig genoeg zijn deze foto’s nog steeds niet opgenomen op de beeldbank van de RCE. De volledige set kan bekeken worden via deze link. Je kunt de diashow overigens op pauze zetten en eventueel sprekersnotities openen et cetera door de drie verticale puntjes aan te klikken naast de dianummering.

Op naar Nes aan de Amstel

In 2014, toen me de opdracht was gegund voor het schrijven van een boek over de nieuwe Bavo/Koepelkathedraal Haarlem, bracht ik een werkbezoek aan de Urbanuskerk in Nes aan de Amstel.2 Waarom dat nodig was? Heel simpel, omdat het hier allemaal begonnen is. We hebben het over het eerste werk van de architecten Cuypers, waar alleen de handtekening van Joseph onder staat. Hij werkte hieraan zonder de slagschaduw van zijn vader die bij andere – ook latere – projecten zwaar leunde op de arm van zijn zoon.

Maar wat zeker zo belangrijk was, is dat Joseph Cuypers hier bij de kerkwijding vicaris-generaal A.J. Callier ontmoette – de rechterhand van bisschop Bottemanne – die de opdracht zou regelen voor de nieuwe Bavo. Op de thuisreis hadden ze, naar Joseph later vertelde, ‘een langdurig en diepgaand gesprek over kerkbouw en symboliek’.3 De overlevering wil dat dit gesprek plaatsvond op een trekschuit; een draadje op Twitter leidde tot de ontdekking dat het een stoomboot geweest moet zijn van maatschappij De Volharding die Nes aandeed op weg van Amsterdam naar Gouda en vice versa (zie bovenstaande diashow).4

Bij de Urbanuskerk werkte de architect samen met bouwpastoor M.A. van Zanten, net als Callier oud-docent van het kleinseminarie Hageveld. Later, vanaf 1898, zou hij als pastoor van de ‘kathedraal’ van Amsterdam, de Willibrordus buiten de Veste, opnieuw met Joseph Cuypers aan de slag gaan. Pas toen kreeg dit Amsterdamse bouwwerk, waarvan de bouw 24 jaar had stilgelegen, eindelijk het aanzien van een echte kerk: Joseph Cuypers voegde schip, zijbeuken, viering en transept toe; alles bij elkaar een volume dat vele malen groter was, dan de oostpartij die in 1873 onder zijn vader tot stand kwam.5

In Nes hebben Van Zanten en Joseph Cuypers samen een vernieuwend stukje kerkelijke architectuur gerealiseerd dat onder de volgende pastoors, M.P.R. Droog (tot 1908) en J. Opmeer (tot 1928) verder ingericht zou worden. Dit gebeurde waarschijnlijk voor een deel nog volgens een programma dat door de bouwpastoor en zijn architect was samengesteld. Het ademt de sfeer van de ‘modernistische’ katholieke kunstkring De Violier, waarvan Van Zanten en Joseph Cuypers beiden actief lid waren.6 

Joseph bleef tot circa 1910 als ontwerper en producent van onderdelen van de uitmonstering bij de Urbanuskerk betrokken.7 Hoe vernieuwend ook die laatste was, blijkt alleen al uit de iconografie van de schipvloer en de doopkapel (1899), in welke laatste ruimte het geijkte element van het water op een aparte manier is gecombineerd met andere thema’s. Daarnaast is ook aan andere standaardonderdelen veel aandacht besteed, zoals de volledig betegelde kruisweg laat zien met haar lambrisering van gestileerde passiebloemen, rozen en lelies.

Juist die rijke keramiek vormt een van de meest opvallende aspecten van de kerk. Bij de doopkapel staat op één van de tegels aangegeven dat ze geproduceerd zijn door de bekende plateelbakkerij Rozenburg in Den Haag (ontwerp Joseph Cuypers, 1899). De betegelde kruisweg is eveneens van de hand van Joseph Cuypers en gemaakt door de firma Brantjes te Purmerend (1904). De hoogst zeldzame uitvoering van het Benedicite in de tegelvloer, naar ontwerp van Theo Molkenboer (eveneens actief in De Violier), blijkt gemaakt te zijn in een Engelse fabriek (1904).8 De Urbanuskerk zou eigenlijk een keer opnieuw tegen het licht gehouden moeten worden van de opvattingen over kunst van De Violier. In mijn boek over de nieuwe Bavo/Koepelkathedraal wordt uitgelegd dat het raam in de kerk onder Paus Leo XIII even openstond, waardoor innovaties mogelijk waren. De Haarlemse kathedraal vormt daar het ongeslagen hoogtepunt van, maar ook de Urbanuskerk maakt deel uit van deze zeldzame groep werken, waaraan een thomistisch symbolisme ten grondslag ligt.9

Kruisweg

Over de kruisweg moet ik ook nog iets kwijt. Dankzij het onderzoek dat ik deed voor De genade van de steiger (2013) is meer bekend geworden over de receptie van de artistieke idealen van de Beuroner school die haar uitvalsbasis had in de benedictijner abdij van Beuron in de deelstaat Baden-Württemberg van Duitsland. Onder leiding van pater Desiderius Lenz ontstond een type kunst dat heel Europa van conservatief tot progressief – om deze versleten termen maar te gebruiken – in zijn greep nam. In Nederland gebeurde dat na de publicatie van drie opstellen van Lenz in 1899. Joseph Cuypers memoreerde later dat zijn familiebedrijf met haar werk al veel eerder een weg had ingeslagen in die richting, want:

‘Parallel aan dat werk zien wij het type der Beuronner school zich ontwikkelen en reeds vroeger in Engeland de Praerafaelisten.’ 10

Joseph Cuypers geeft hier eigenlijk aan dat de kunstzinnige productie van zijn familiebedrijf zich kan meten met deze majeure stromingen. Hoewel dit zeker het geval is, bleef enige wisselwerking niet uit, want we zien al vrij vroeg Beuroner tendensen in de uitmonsteringen van de firma Cuypers, onder meer in de Dominicuskerk te Amsterdam die in 1883-1893 werd gebouwd. Maar dat geldt niet minder voor de kruisweg van de Urbanuskerk in Nes: héél karakteristiek zijn de egale, blauwe achtergronden, waarin vrijwel alleen de stad Jeruzalem in de verte als coulisse toe wordt gelaten. Daarnaast is ook de natuurlijke, weinig gecompliceerde plooival van de gewaden – iets waar Lenz zich zeer druk om maakte – , het zachte kleurenpalet en de ingehouden dramatiek van de haast klassieke poses en gebaren van de figuren zeer Beuronesk. Hét model hiervoor waren de wandschilderingen met de kruisweg in de Mariakerk van Stuttgart van Desiderius Lenz uit 1884. In de Nederlandse vaktijdschriften van die tijd werd daar vanaf 1893 aandacht aan besteed.11

Betegelde kruisweg met lambrisering in de Urbanuskerk van Jospeh Cuypers in Nes aan de Amstel (1889-1891).
Met de betegelde kruisweg van de Urbanuskerk van Nes aan de Amstel laat de firma Cuypers & Co zien hoe ze de Beuroner invloeden heeft verwerkt. Foto bvhh.nu 2014.

Om de vernieuwende inbreng van Joseph te illustreren kan de kruisweg van Nes het beste vergeleken worden met een ander betegeld exemplaar van de firma Cuypers & Co, te weten de kruisweg uit De Liefde (helaas gesloopt in 1990) die duidelijk de hand van Cuypers senior verraadt. Dankzij het Nederlands tegelmuseum in Otterloo, waar alle staties zijn opgeslagen, kunnen we ons hier een beeld van vormen. Volgens de site van het museum zou de kruisweg vrij snel na de voltooiing van deze Amsterdamse kerk in 1885 tot stand gekomen zijn:

‘Nederland kende al vele eeuwen een rijke traditie van tegelfabrieken, maar halverwege de negentiende eeuw verdwenen deze de een na de ander, omdat ze de concurrentie met industriële buitenlandse fabrieken niet aankonden. Cuypers koos er echter nadrukkelijk voor om zijn tegels bij een oud, traditioneel bedrijf te laten maken, hoewel zijn neogotische ontwerpen in stijl en kleurgebruik sterk afweken van de oud-Hollandse tegels. Hij kwam uit bij de tegelfabriek van Jan van Hulst in Harlingen, waar zijn tegels geschilderd werden door de eerste schilder Joseph Witte (1843-1909). Het gaat hier om één van de grote tegelopdrachten die aan het eind van de negentiende eeuw de herleving van de Nederlandse tegelindustrie inluidden’.12

Beide kruiswegen werden in een gestileerde architectuuromlijsting gevat. Maar die van De Liefde is veel gedetailleerder en vertoont een veel sterker neogotisch idioom dan de inkadering van het exemplaar in Nes die haast tot het hoognodige gereduceerd is. De blauwe fonds hebben de beide werken gemeen, maar als je kijkt naar de figuren valt in het Amsterdamse exemplaar de uitbundige middeleeuwse plooival van de gewaden op, met bijna gebeeldhouwde geknikte driepunten. Een ander verschil is de klassiek aandoende anatomie van de personages in het exemplaar in Nes tegenover de wat schrale en tanige actoren in dat van De Liefde. Opvallend is ook het gebruik van de gotische minuskel in de al even gotische banderollen tegenover de veel neutralere tekstband in de Urbanuskerk. Daar is ten slotte de bloemenrand eveneens minder gedetailleerd en qua opzet kloeker dan die in De Liefde.

Kruisweg uit De Liefde van Pierre J.H. Cuypers (na 1885).
De kruisweg uit De Liefde van Pierre J.H. Cuypers (na 1885) ligt opgeslagen in het Nederlands tegelmuseum. Vergeleken met die van de Urbanuskerk in Nes, ontworpen door Joseph Cuypers, valt op hoeveel neogotischer van signatuur die van zijn vader is. Herkomst: Nederlands Tegelmuseum 2008. In de zomer van 2018 is de kruisweg tentoongesteld in het Heiligenbeeldenmuseum in de oudste nog bestaande Cuyperskerk te Kranenburg bij Vorden.13

Al vanaf 1979 ben ik met Cuypers bezig, en hoewel we met een groot aantal kunst- en architectuurhistorici – onder meer binnen het Cuypersgenootschap – veel onderzoek hebben gedaan en gepubliceerd, valt telkens weer op hoe weinig we van bepaalde zaken weten. Met het inventariseren en ontsluiten van de Joseph Cuypers Collectie op het gemeentearchief van Roermond, vinden we heel wat antwoorden, maar doemen als vanzelf weer nieuwe vragen op. Dat maakt ons vak ook zo spannend en boeiend. 

Wordt vervolgd!

;-) B (&M)

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!



Ook in 2021 doet de Urbanuskerk weer mee aan de Open Monumentendag (12 september). Volg de mededelingen op Facebook.

Bronnen en andere verwijzingen

  1. Voor de bezoektijden, raadpleeg verder de site, mail een van de bestuursleden of bel met de pastorie: 0297-582 232. Jammer genoeg is het informatieve boekje van de kerk uitverkocht: Mascini, Rob, Urbanuskerk Nes aan de Amstel, Nes aan de Amstel, z.j. Het komt misschien online op de site van de vrienden.
  2. Dit webartikel is in augustus 2021 vrijwel geheel herschreven. Sedert ons schrijverscollectief – Marij Coenen en ik – bezig zijn met de Joseph Cuypers Collectie in Roermond hebben zich nieuwe inzichten voorgedaan. Die zijn grotendeels verwerkt, wat ook geldt voor de gegevens uit de publicatie van Timmermans, Huub, Margaret Timmermans, en Elly van Rooden. “125 jaar Sint Urbanuskerk – Nes aan de Amstel 1891 – 2016 – jubileumkrant”. UrbanusparochieNes.nl, 2016. http://bit.ly/2ukgf1l. De volledige URL is https://www.urbanusparochienes.nl/pdf/Urb.jub.krant-125jr.-final.pdf.
  3. Het citaat over de ontmoeting met Callier komt van Looyenga, in: Erftemeijer, Getooid als een bruid, p. 40 (zie bibliografie). 
  4. Perkamentus. ‘Met een stoomboot van de “Volharding”, die ook in De Nes aanlegde. 😊’. Tweet. @Perkamentusblog (blog), 30 juni 2021.https://twitter.com/Perkamentusblog/status/1410244341201833991. Geschiedenisvanzuidholland.nl. ‘Aanlegplaats Stoomboot De Volharding’. Geraadpleegd 30 juni 2021. https://geschiedenisvanzuidholland.nl/collecties/aanlegplaats-stoomboot-de-volharding. Helaas werkt deze link niet meer door een ingrijpende transformatie van deze website. Een deel valt te achterhalen via de WayBackMachine van Archive.org.
  5. Hubar, De nieuwe Bavo te Haarlem (zie bibliografie). Meer informatie over het boek is te vinden onder deze link. Wat betreft de Urbanuskerk volg in het register online van de monografie de zoektermen Urbanuskerk, Nes of Nes aan de Amstel.
  6. Voor M.A. van Zanten volg het register online van Hubar, De nieuwe Bavo te Haarlem (zie bibliografie). Idem voor de betekenis van De Violier voor de kerkelijke kunst van die tijd. Voor het thomistisch symbolisme zie dit item op onze site. Voor de ambtsperiode van de hier genoemde pastoors zie de volgende bronnen:
    1. M.A. van Zanten (1866-1898): Timmermans, Timmermans en Van Rooden, 125 jaar Sint Urbanuskerk, p. 13. Pius-almanak …; jaarboek van katholiek Nederland, jrg 24, 1898, 1898. Geraadpleegd op Delpher op 05-08-2021, https://resolver.kb.nl/resolve?urn=MMKDC04:000791001:00009
    2. M.P.R. Droog (1898-1908): Zie de almanak hiervoor en Onze Pius-Almanak voor het jaar des Heeren …, jrg 8, 1907, 1907. Geraadpleegd op Delpher op 09-08-2021, https://resolver.kb.nl/resolve?urn=MMKDC04:002643001:00009
    3. J. Opmeer (1908-1928): Zie de almanak hiervoor en Pius-almanak …; jaarboek van katholiek Nederland, jrg 34, 1908, 1908. Geraadpleegd op Delpher op 05-08-2021, https://resolver.kb.nl/resolve?urn=MMKDC04:000795001:00009 en Timmermans, Timmermans en Van Rooden, 125 jaar Sint Urbanuskerk, p. 21.
  7. NHI Rotterdam, CUBA.110380522 Bouw en decoratie van de rooms-katholieke St. Urbanuskerk en pastorie in de Nes- en Zwaluwenbuurt (Nes aan de Amstel), door J.Th.J. Cuypers. 1888-1903. NHI Rotterdam, CUCO.110384089 Decoratie van de rooms-katholieke St. Urbanuskerk in de Nes- en Zwaluwenbuurt (Nes aan de Amstel). 1891, z.j. NHI staat voor Nederlands Architectuurinstituut, waar zich zowel het archief van de architecten Cuypers bevindt, als dat van hun atelier voor kerkelijke kunst: Cuypers & Stoltzenberg, vanaf 1892 Cuypers & Co (Van Leeuwen, Pierre Cuypers, architect, pp. 35-36 (zie bibliografie).
  8. Timmermans, Timmermans en Van Rooden, 125 jaar Sint Urbanuskerk, pp. 4, 15. Zie het lemma op Wikipedia: http://nl.wikipedia.org/wiki/Plateelbakkerij_Rozenburg. Heel informatief is ook de brochure van de RACM, thans de RCE: Nijenhuis, Henk, Tegels in de twintigste eeuw, brochure cultuurhistorie 13, RACM Amersfoort 2008.
  9. Zie noot 6 voor De Violier, Leo XIII en het thomistisch symbolisme. Naar deze groep kerken, waar in ieder geval de vroege kerken van de vennootschap Joseph Cuypers en Jan Stuyt (vanaf 1900) toe behoren, is tot op heden nauwelijks onderzoek gedaan. 
  10. Hubar, De genade van de steiger, p. 227 (zie bibliografie).
  11. Hubar, De genade van de steiger, pp. 468-469: over de Beuroner school en haar invloed; pp. 227-238: over de Beuroner school en Joseph Cuypers; pp. 190-191, 222, 263, 339, 469: de kruisweg van Desiderius Lenz in de Mariakerk van Stuttgart uit 1884. Op één voorstelling na is deze tijdens de Tweede Wereldoorlog geheel vernietigd (zie bibliografie).
  12. Spijtig genoeg is deze informatieve pagina over de Amsterdamse Cuyperskerk De Liefde van de site van het tegelmuseum verwijderd. 
  13. “Thematentoonstelling | Heiligenbeeldenmuseum Kranenburg”, Heiligenbeeldenmuseum, 2018. http://bit.ly/2rnC5Pt-Evernote. Deze informatie is eveneens vervangen en door het ontbreken van een zoektoets op de site ook verder onvindbaar; ik ben blij dat ik die pagina destijds opgeslagen heb op Evernote!
  14. Voor verdere informatie over dit jeugdwerk van Joseph Cuypers zie ook de site van Monumenten Ouder-Amstel en Reliwiki

Dit item kan geciteerd worden als: Hubar, Bernadette van Hellenberg. ‘Joseph Cuypers Urbanuskerk Nes aan de Amstel | VanHH.org’. Onder redactie van Marij Coenen. VanHellenbergHubar.org, 2014-2021. https://bit.ly/1Ot6l2T-JCC.

Over Joseph Cuypers is meer te vinden bij de Joseph Cuypers Collectie, De nieuwe Bavokathedraal en Cuypers assortiment.

Het project komt verder met grote regelmaat aan de orde op onze Facebookpagina: http://bit.ly/VanHHOrg2FB
Ga eens kijken en ‘like’ de pagina, zodat de berichten over Joseph Cuypers en zijn werk een nog grotere actieradius bereiken!

Wil je de Urbanuskerk bezoeken, controleer dan van te voren de openingstijden op de site of op de Facebookpagina van de vrienden!
Het kan in ieder geval op de Open Monumentendag op zondag 12 september vanaf 11:00 tot 16:30 uur.

Verkorte link van dit item: https://bit.ly/1Ot6l2T-JCC