Grafmonument familie Cuypers te Roermond (2005)

Untitled Untitled
Pierre Cuypers op de leeftijd van 48 en 90 jaar.1

Terugblik

Mijn relatie met Cuypers startte in 1978, tijdens mijn afstudeeronderzoek naar de romaanse oostpartij van de Servaaskerk te Maastricht. Op dat moment was de hele uitmonstering op de koortravee en de apsis na, nog helemaal aanwezig en je kon de bouwgeschiedenis niet doorgronden, zonder je eerst door de ingrepen van Cuypers heen te werken. Aanvankelijk vol weerzin tegen die negentiende-eeuwse, ‘vertroebelende’ laag, groeide lopende het project waardering en bewondering voor de kennis van deze architect en zijn twee kompanen, Victor de Stuers en Jozef Alberdingk Thijm. Dat was het begin van een avontuur dat leidde tot de oprichting van het Cuypersgenootschap in 1984 en mijn promotie in 1995. Met het onderzoek naar de nieuwe Bavo dat in 2013 een aanvang nam, heb ik mijn fascinatie voor deze bouwmeester overgedragen op zijn zoon, Joseph Th.J. Cuypers.

Na mijn proefschrift over het programma van de voorgevel van het Rijksmuseum heb ik een aantal onderzoeken verricht die interessant zijn om Cuypers senior beter te leren kennen. Die kun je bekijken en downloaden via Cuypers4all. Hieronder vind je een samenvatting van de publicatie over zijn grafmonument in Roermond.2 In een later stadium zal een item volgen over het onderzoek naar zijn huis en tevens atelier, het huidige Cuypershuis te Roermond. Daarin komt vooral zijn vernieuwende karakter naar voren in een werkomgeving met stoommachines en in een comfortabele woonplek met een van de eerste waterclosets (toilet) in Nederland. Tot slot komt een aantal verhalen uit de Cuyperscode aan de orde die een tipje van de persoonlijke sluier oplichten. De collectie Cuyperiana is inmiddels ook aangevuld met verhalen over Joseph Cuypers. Maar nu eerst naar het begin en het einde, de alfa en de omega: de grafkapel van en voor de familie Cuypers.

Op Allerzielen 2 november 2006 is het herstelde grafmonument van Pierre J.H. Cuypers door de bisschop van Roermond, monseigneur Frans Wiertz, na een mis in de grafkapel van de bisschoppen, plechtig ingewijd als slotceremonieel van de restauratie. De campagne werd voorbereid en begeleid door Res nova (cultuurhistorisch onderzoek, sponsoring, subsidie- en fondsenwerving, vergunningentraject, draagvlakverbreding en directie werkzaamheden) in samenwerking met architect Hans Coppen en aannemer Tom Loven te Roermond. Beeldhouwer Ton Mooy verzorgde de vier nieuwe beelden voor het monument. Als slotstuk van de restauratie zijn de vier vervangen beelden geconserveerd en overgedragen aan het stedelijk museum ‘Het Cuypershuis’ te Roermond. Voor dit werk tekende restaurateur Adriaan van Rossum. Het bestuur van de Stichting Restauratie Grafmonument dr P.J.H. Cuypers heeft na de voltooiing van de restauratie het monument overhandigd aan de familie Cuypers die voor verder gebruik en beheer zorg zal dragen. Tijdens de restauratie werden de belangen van de familie behartigd door met name drs Pierre M. Cuypers uit Bemmel.3

Grafmonument Cuypers met het ontbrekende beeld. Foto: Jan Straus
Het ontbrekende beeld op het grafmonument met links Cecilia en rechts Petrus.

Het meest spannende onderdeel van de restauratie was de reconstructie van het ontbrekende beeld. Uit onderzoek bleek dat dit geïdentificeerd kon worden als Johannes de Evangelist. Hij verwijst niet alleen naar de vader van Cuypers die als oudste familielid in het graf is bijgezet, maar ook naar het visioen van het hemelse Jeruzalem dat Cuypers als symbool beschouwde van de volmaakte architectuur. Een korte samenvatting van het onderzoek is in 2005 ten behoeve van de fondsenwerving onder de titel ‘Tussen tijd en eeuwigheid’ uitgebracht en hieronder overgenomen. De afbeeldingen van het grafmonument hierin zijn van vóór de restauratie. Het hoofdrapport met de waardenstelling kan overigens gedownload worden via deze link.

Cuypers' gerestaureerd grafmonument met Johannes de Evangelist. Foto 2005 Cuypers' gerestaureerd grafmonument met Petrus en Catharina. Foto 2005 Cuypers' gerestaureerd grafmonument met Cecilia en Catharina. Foto 2015.
Het nieuwe beeld Johannes, het meer vrij gekopieerde beeld Petrus en de gereproduceerde beelden Cecilia en Catharina (van links naar rechts).

Tussen tijd en eeuwigheid

Begraven, maar niet vergeten!

Architect dr Pierre Cuypers (bekend van onder meer het Rijksmuseum en het Centraal station in Amsterdam) ligt begraven op ‘d’n Aje Kirkhoaf’ in Roermond. Het grafmonument, waar ook andere leden van zijn familie hun laatste rustplaats hebben, en het ontwerp van de begraafplaats zelf zijn beide van zijn hand en hebben sinds enkele jaren de status van rijksmonument.

Wie was Pierre Cuypers?

Pierre Cuypers werd in Roermond geboren op 16 mei 1827. Na het stedelijk gymnasium ging hij in 1844 naar de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten in Antwerpen om zich te ontwikkelen als architect en allround ontwerper op het gebied van de toegepaste kunsten. In 1849 keerde hij terug naar Roermond, bekroond met de prix d’excellence. Een jaar later stelde de gemeente hem aan als stadsarchitect, terwijl hij door de bisschop van Roermond belast werd met de restauratie van de Munsterkerk.

Vanaf het begin maakte Cuypers naam met wat we kortweg als neogotiek aanduiden: hij ontwikkelde een eigentijdse stijl, waarbij hij elementen uit de Europese gotiek combineerde met inheemse motieven en materialen. Met name baksteen was favoriet. In Antwerpen waren de angry young men van de Academie te hoop gelopen tegen de bepleisterde schijnarchitectuur. In plaats daarvan werd ‘kale’ baksteen gebruikt: eerlijk en duurzaam materiaal dat op dat moment echter een armoedige reputatie had. Door dit te combineren met verfijnde metseltechnieken en toe te passen in verschillende kleurschakeringen, wist Cuypers de markt te interesseren voor zijn nieuwe manier van bouwen. Op den duur slaagde hij er zo in om een eigen ‘nationaal’ gezicht te geven aan internationale stromingen als de neogotiek en de neorenaissance.

Cuypers' huis en werkplaatsen te Roermond circa 1900.
Avant garde-architectuur van 1853: het woonhuis met de werkplaatsen te Roermond.

Zijn middeleeuws aandoende stijl, waarmee Cuypers teruggreep op de inheemse bouwtradities, was toentertijd zeer modern. Het complex van zijn eigen woonhuis en enkele werkplaatsen (tegenwoordig het Cuypershuis van Roermond) gold bij oplevering in 1853 als een avant-gardistisch visitekaartje van het architectenbureau en de kunstwerkplaatsen van Cuypers.

In 1850 trouwde Cuypers met de Antwerpse modiste Rosalie van de Vin. Zij overleed echter in 1855, kort na de dood van hun tweede dochtertje. In 1859 hertrouwde hij met Antoinette, de jongste zus van de Amsterdamse koopman en publicist Joseph Alberdingk Thijm, een goede vriend van Cuypers. Nenny, zoals zij in huiselijke kring heette, en Pierre kregen vijf kinderen, waarvan zoon Joseph zelf ook een bekend architect werd. Beide echtgenotes en Joseph en zijn vrouw Delphine zijn bijgezet in het familiegraf in Roermond.

Voor de verdere ontwikkeling van architectenbureau Cuypers is zijn succes als ‘netwerker’ bijzonder belangrijk. In 1853 werd de kerkelijke hiërarchie hersteld in Nederland, hetgeen betekende dat de katholieke kerk zich als organisatie in het land mocht vestigen. Het gevolg was dat de paus met goedkeuring van de Nederlandse staat overging tot de oprichting van nieuwe bisdommen, van waaruit over heel Nederland nieuwe parochies werden gesticht. Dit luidde een hausse in de kerkenbouw in. Cuypers was samen met zijn compagnon Frans Stoltzenberg juist in 1853 van start gegaan met hun atelier voor christelijke kunst en had zich in Antwerpen al bekwaamd in de neogotische kerkenbouw. De timing om deze nieuwe markt te veroveren, was dus perfect.

De Willibrordus-buiten-de-Veste te Amsterdam, ontworpen door Cuypers (1864-1866) en voltooid door Joseph Th.J. Cuypers in 1897 en 1923.
De Willibrordus-buiten-de-Veste, ontworpen door Pierre Cuypers (1864-1866). Van de hoge torens van deze zogenaamde Kathedraal van Amsterdam, werd uiteindelijk alleen die op de viering uitgevoerd, en wel door Joseph Cuypers. De kerk is gesloopt in 1970.

In 1863 verhuisde Cuypers zijn architectenbureau naar Amsterdam, waar ‘het’ immers allemaal gebeurde. Mede door zijn functie als lid van het College van Rijksadviseurs voor de Monumenten van Geschiedenis en Kunst en zijn relatie met Victor de Stuers kreeg Cuypers de opdrachten voor het Rijksmuseum en het Centraal Station in Amsterdam alsmede vele restauratieopdrachten.

Ook bij deze prestigieuze opdrachten paste Cuypers consequent baksteen als bouwmateriaal toe. Voor het Rijksmuseum liet hij zelfs een speciaal formaat ontwikkelen. Geen wonder dat zowel de vereniging van baksteenfabrikanten als de Nederlandse aannemersvereniging Cuypers huldigde bij verschillende jubilea. Doordat hij als voortrekker het traditionele bouwvak in ere had hersteld, was het spin-off effect van zijn praktijk voor zowel de ene als de andere bedrijfstak aanzienlijk.

Behalve als architect was Cuypers actief als politicus in de gemeenteraad van Amsterdam en Roermond en richtte hij een van de eerste werkgeversorganisaties in Nederland op.

Stadsplattegrond van Roermond uit 1902.
Stadsplattegrond van Roermond uit 1902: de clustering van gebouwen op het snijpunt van de wegen linksonder betreft het complex van de Kapel in het Zand. Aan de weg die naar het zuiden loopt, ligt de entree tot het kerkhof.

De begraafplaats ‘d’n Aje Kirkhoaf’ in Roermond

In de negentiende eeuw maakte de dood meer deel uit van het dagelijkse leven dan vandaag de dag. De frequentie waarmee men familie en vrienden verloor was relatief hoog ten gevolge van een verhoudingsgewijs laag peil van de kraam- en algemene gezondheidszorg. De positie die men bij leven had moest ook zichtbaar zijn na de dood. Graven waren statussymbolen, waarbij families elkaar de loef af wilden steken met de fraaiste monumenten. De laatste rustplaats werd het middelpunt van architectonische, beeldhouwkundige en sierijzeren hoogstandjes. Zo bevindt zich op het kerkhof in Roermond neogotische (graf)kunst van hoge kwaliteit in een parkachtige omgeving.

De ‘Aje Kirkhoaf’ is een van de oudste algemene begraafplaatsen in Nederland en kent een strikte scheiding van de diverse geloofsovertuigingen, zoals die in Nederland vanaf het eind van de achttiende eeuw voor dodenakkers werd doorgevoerd. Naast de indeling in religie is er op het kerkhof ook een duidelijk onderscheid in vier klassen. In de eerste klasse lieten de rijken zich begraven in “eeuwigdurende graven”, met monumentale opbouwen en indrukwekkende grafkelders. De tweede en derde klasse bestonden uit huurgraven, de vierde klasse was bedoeld voor de armste bewoners.

Deze indeling is van de hand van Cuypers, die als stadsarchitect in 1858 de begraafplaats opnieuw inrichtte. Toen ontstond ook het lineaire karakter van het kerkhof en de aandacht voor de beplanting. Inrichting en beplanting van de begraafplaats zijn belangrijk om bezoekers in de juiste sfeer te brengen. Cuypers en zijn tijdgenoten deelden de romantische visie dat de weemoed op een kerkhof een brug sloeg tussen hemel en aarde.

Cuypers gerestaureerd grafmonument aan de voet van de bisschoppelijke Grafkapel. Foto: Jan Straus
Het grafmonument van P.J.H. Cuypers ligt aan het koor van de bisschoppelijke Grafkapel. Deze symbolisch zeer belangrijke locatie zorgt ervoor dat zijn status tot het einde der tijden is verzekerd.

Cuypers’ boodschap

Het versleutelen van boodschappen in de kunst door middel van symbolen is iets van alle tijden. Bij Cuypers kan men deze ontcijferen, omdat zijn beeldentaal geënt was op een brede onderstroom van collectief bewustzijn die sterk bepaald was door het katholieke geloof. Dit kent een schat aan metaforen rond het thema ‘dood en verrijzenis’. Het kerkhof wordt beschouwd als het vertrekpunt naar het paradijs. Dit paradijs wordt gevonden in de heilige Stad, het hemels Jeruzalem dat de evangelist Johannes in de Openbaringen heeft beschreven. Deze stad staat symbool voor de katholieke maatschappij met haar heilige ordening in rangen en standen, die op haar beurt weer is ingebed in de indeling van het kerkhof. Maar dit hemelse Jeruzalem wordt ook zichtbaar gemaakt door middel van architectuur, beelden, schilderingen, (edel)smeedkunst en glas-in-lood in het aardse kerkgebouw dat als een voorafspiegeling van de Goddelijke stad geldt. Elementen als deze vormen de kern van Cuypers’ gedachtegoed, waarin de architect een rijke middeleeuwse symboliek en de rituelen van het katholieke geloof versleutelde.

Naast het thema van het hemels Jeruzalem, speelde het lijdensmotief een toonaangevende rol: het centrale ritueel in het katholieke geloof bestaat uit de eucharistie, het ‘Heilig Sacrament des Altaars’, waarbij het bloedige lijden en sterven van Christus op onbloedige wijze wordt herdacht. Daarom bevat elk altaar een kleine holte: het sepulchrum, dat een verwijzing vormt naar het graf van Christus. Iedere kerk was zo tevens de grafkerk van Christus en verwees als zodanig naar de Grafkerk bij uitstek in Jeruzalem. Dit gebouw, opgetrokken boven het lege graf van Christus (Jezus is herrezen), vormt – hoe kan het ook anders – een christelijk icoon van klasse.

Grafmonument Cuypers met de leeuw als symbool van Marcus. Grafmonument Cuypers met de os als symbool van Lucas. Grafmonument Cuypers met de adelaar als symbool van Johannes. Grafmonument Cuypers met de mens als symbool van Mattheus.
De vier evangelistensymbolen in de hoeken van het randschrift rondom de zerk en de gedenkpijler: de leeuw van Marcus, de os van Lucas, de adelaar van Johannes en de engel of mens van Mattheus.

Beide thema’s herkende Cuypers op goede gronden in de middeleeuwse Munsterkerk te Roermond. Toen hij dan ook in 1887 opdracht kreeg om een bisschoppelijke Grafkapel op ‘d’n Aje Kirkhoaf’ te ontwerpen, greep hij terug op dit model. Cuypers was waarschijnlijk al in 1858, ten tijde van de herinrichting van het kerkhof, op de hoogte van de geoormerkte positie van die grafkapel en heeft deze voorkennis gebruikt bij de bepaling van de locatie van zijn eigen graf. Als voorafbeelding van het hemels Jeruzalem, wordt de begraafplaats als het ware tot een microkosmos van de maatschappij. Het centrum van deze microkosmos wordt gevormd door de bisschoppelijke Grafkapel. Door deze symboliek plaatste Cuypers zijn graf zowel ín het hemels Jeruzalem als in de directe nabijheid van deze heilige Stad.

Grafmonument Cuypers voor de restauratie. Foto: Jan Straus
Het grafmonument van dr Pierre J.H. Cuypers te Roermond voor de restauratie (Foto: Jan Straus)

Het grafmonument van de familie Cuypers

Locatie en oriëntatie óp de begraafplaats waren van essentieel belang. Direct na de voltooiing van de werkzaamheden in 1858 wist Pierre Cuypers een vergunning te verkrijgen voor de bouw van een grafkelder op een prominente positie, in de directe nabijheid van de dertig jaar later door hem gebouwde bisschoppelijke Grafkapel.

Het grafmonument is één van de meest opvallende gedenktekens op het kerkhof. Zij geldt als eerbetoon aan zijn overleden familieleden en uiteindelijk ook voor Cuypers zelf. Het monument bestaat uit twee zerken en een grootse gedenkpijler. Op de sokkel, voorzien van de namen van de in het graf gelegen personen, is een opbouw met vier elegante heiligenfiguren geplaatst. De neogotische vormentaal van het geheel is kenmerkend voor de tweede helft van de negentiende eeuw. Het is bovendien de ‘taal’ die Cuypers gedurende zijn carrière vervolmaakte en op grote schaal toepaste.

De grafzerk van Rosa dateert van 1858 en is ontworpen in middeleeuwse stijl. Inspiratiebron hiervoor was de zerk die Cuypers vriend, geestverwant en latere zwager, Josef Alberdingk Thijm in 1855 voor de laatste rustplaats van zijn familie ontwierp. Rosa staat als het ware in een gotische kerk – verwijzing naar het hemels Jeruzalem – en is omringd door de vier evangelistensymbolen die aan ‘den ingang der poorte van het huis des Heere’ staan.

Grafmonument Cuypers voor de restauratie met de zerk van Rosa. Foto: Jan Straus
De zerk van Cuypers’ eerste vrouw, Rosa van de Vin.

De gedenkpijler, waartoe ook vier heiligenbeelden behoren, is ontstaan na de dood van Cuypers’ tweede vrouw, in 1898. De heiligen Cecilia en Catharina zijn beide verwijzingen naar Nenny; Cecilia als patrones van de muziek, Catharina als naamheilige. Beide figuren keren ook terug op een piano die Cuypers als verlovingsgeschenk aan zijn jonge vrouw had geschonken. Petrus is niet alleen afgebeeld als de naamheilige van Pierre Cuypers, maar ook als de drager van de sleutels die toegang bieden tot de poorten van de hemel, de heilige Stad. Verder was Petrus de eerste bisschop van Rome en staat hij dus symbool voor de aardse kerk.

Het vierde beeld, dat met moeite geïdentificeerd kon worden, is Johannes. Hij kreeg niet alleen een plaats als naamheilige van de vader van Cuypers, maar vooral als Johannes de evangelist die het hemels Jeruzalem in zijn visioen heeft gezien. Hij is op het grafmonument zo geplaatst dat hij kijkt naar de bisschoppelijke Grafkapel, de aardse voorafspiegeling van het hemels Jeruzalem.

Grafmonument Cuypers Mariasymbool roos op hoek baldakijn.  Grafmonument Cuypers Mariasymbool maarts viooltje op hoek baldakijn.  Grafmonument Cuypers Mariasymbool maarts viooltje op hoek baldakijn.  Grafmonument Cuypers Mariasymbool roos op hoek baldakijn.
De hoeken van de baldakijnen boven de vier heiligen zijn gesierd met bloemen die terug te voeren zijn tot de roos en het maarts viooltje: beide behoren tot de Mariasymbolen

Tot in details als de bloemmotieven toe werkt de symboliek door. De associatie van bloemen, hiernamaals en verrijzenis is al zo oud als de prehistorie. De rol van de bloemen in de grafcultus wordt op prachtige wijze door Cuypers verwoord, wanneer hij zijn zoon Joseph na een bezoek aan het graf van Nenny schrijft: ‘Wat is verwonderlijk hoe fraai de bloemen blijven op Moeders graf. Er zijn rozenknoppen die voortdurend ontluiken. Het groen is zoo frisch of ‘t slechts eenige uren aan de stam onttrokken is -‘. Dit thema lijkt vertaald te zijn in de stenen rozen aan de baldakijnen die in een eeuwigdurend ontluiken zijn verstild.

Met de restauratie van het monumenten zijn de graven geschud en de beenderen verzameld. Rustend tussen zijn beide vrouwen is Cuypers op 2 november 2006 opnieuw ten grave gelegd in de crypte die hij voor zijn familie had bestemd. Dona eis requiem sempiternam.

Mozaïek van Cuypers: de vloer van het koor van de Munsterkerk.
Mozaïek van Cuypers de vloer van het koor van de Munsterkerk met het Benedicite.

Delen is ons motto, dus iedereen mag gebruik maken van de gegevens die hier staan, maar wel binnen de termen van de Creative Commons licentie.4

Over delen gesproken, je kunt ons en andere onderzoekers helpen door deze pagina te delen via de knop delen onderaan de pagina

;-) B(&M)

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


Verwijzingen &

  1. Deze en andere foto’s in dit item zijn ontleend aan het onderzoek over het grafmonument, waravan de volledige titel luidt: Bernadette van Hellenberg Hubar en Don Rackham. Het familiegraf van Pierre J.H. Cuypers. Cultuurhistorische analyse met waardenstelling. 1ste dr. Ohé en Laak/Horn: Res nova-VanHH.org, 2005. http://bit.ly/2jT4LM3-Cuyperiana. Onder deze laatste link kan het onderzoek ingekeken en gedownload worden.
  2. Het onderzoek is uitgevoerd in nauwe samenwerking met drs Don Rackham van Res nova Monumenten die een groot deel van de tekst van de publicatie voor zijn rekening nam.
  3. Terugblikkend op dit project, anno 2019, was niet alleen de restauratie op zich een heel avontuur: het bleek ook een hele uitdaging om uit de specialistische tekst van het rapport een eenvoudige leesbare brochure te destilleren. Hier mag niet onvermeld blijven dat onze co-onderzoeker, Don Rackham, de collegiale toets verrichtte en drs Roland Bruynesteyn MBA ons hielp met het verder vereenvoudigen van de tekst en de redactie op zich nam. Bij dit project voerde de laatste ook de fondsenwerving uit namens het bestuur van de restauratiestichting.
  4. Voor deze site hanteren we de Creative Commons licentie, gespecificeerd onder deze link: http://bit.ly/Copyright-CC-BY-NC-SA-4-0. Dus geen commercieel gebruik en absoluut naamsvermelding, zoals geldt voor al onze teksten en foto’s op onze sites. Hiertoe rekenen we ook onze pagina’s op Facebook en Blogger. Voor de goede orde, alles wat ten dienste komt van kennisverspreiding, beheer en behoud van erfgoed zonderen we uit van commercieel gebruik.

De verkorte link van deze webpagina is http://bit.ly/1PHUGJ4.

← Terug naar de hoofdpagina van de Joseph Cuypers Collectie

← Terug naar de hoofdpagina van Cuypers assortiment

 

Daar schoten drie stralen dooreen …

J.A. Alberdingk Thijm portret en profile (in de vierpas staan met de klok mee de woorden: godsdienst, kunst, vaderland en taal). Het portret is tegenwoordig te bewonderen in Museum Cuypershuis te Roermond. Herkomst: KDC Nijmegen.

J.A. Alberdingk Thijm portret en profile (in de vierpas staan met de klok mee de woorden: godsdienst, kunst, vaderland en taal). Het portret is tegenwoordig te bewonderen in Museum Cuypershuis te Roermond. Herkomst: KDC Nijmegen.

We zijn er zo langzamerhand wel aan gewend dat er binnen de katholieke kerk merkwaardige dingen gebeuren; dat zaken die allang afgehandeld hadden moeten zijn – zoals voorbehoedsmiddelen, celibaat en vrouwelijke voorgangers – in een doodlopende straat liggen te verschimmelen en trivia de voorrang krijgen. Hoewel … trivia? Kun je het afschaffen van het Nederlandse kerstliedje ‘De herdertjes lagen bij nachte’ echt als iets onbenulligs afdoen? Want dat is inmiddels (in 2013) door Rome gedaan, op voordracht van de Nederlandse Raad voor Liturgie. Niet dat er een verbod op het zingen ligt, oh nee, maar niet meer in kerkelijk verband, als onderdeel van de eredienst. Is het zomaar weer de volgende publicitaire flater van klasse van de Una sancta? Het is in ieder geval een tot treurnis stemmende miskenning van eeuwenoude volksvroomheid. En daar zou de kerk nu net haar bestaansrecht aan moeten ontlenen. Dit is echter niet het enige, want er schuilt nog meer achter.

Peter Nissen merkte op Facebook op dat J.A. Alberdingk Thijm de schrijver is van dit liedje, maar dat klopt niet helemaal. Het is namelijk een oud Utrechts volksliedje waarvan de ouderdom zich verliest in de tijd. Samen met zijn jong gestorven broer, de componist, musicus en musicoloog Lambert, heeft Thijm in 1852 teksten en partituren van dit soort oude kerstliedjes verzameld en uitgegeven. Wat dat voor een karwei is geweest, blijkt wel uit zijn beschrijving:

‘Had het eenige zwarigheden, om de beste texten dier liederen op te sporen, welke in hunne voormalige populariteit. zelve een waarborg hunner inderdaad onmiskenbare epische of lyrische kracht aanboden, het was ongelijk moeilijker de melodiën der meeste machtig te worden. Nu eens moesten er oude organisten of begijntjens, dan eens bedelaarskinderen van de straat, wijd en zijd in verschillende streken verspreide zangers en zangeressen, in den arm worden genomen, dan weêr door een doolhof van verkeerde aanwijzingen de weg gezocht in een vijftigtal van alom verzamelde handschriften en oude drukken, om te komen tot de traditioneele waarheid – dat is, om den text te doen zingen op de wijs, die er ‘van ouds bij behoorde’: om niet te spreken van de zwarigheid der overbrenging van verschillende onvolkomen noteeringen in nieuw muziekschrift, de kiesche bepaling van maatsverdeeling, waar die slechts zeer duister in het oude stuk was aangeduid en toch,. om den zang der verschillende koepletten den ongeoefenden duidelijk te maken, diende te worden vastgesteld; noch van de aanhoudende slingering der keuze tusschen het oude eigenaardige maar moeilijke of thands impopulaire en het nieuwere plattere , maar aangenamere. Bovendien, voor het letterkundig gedeelte had men den voorarbeid van vele verdienstelijke mannen; voor het muzikale was NIETS gedaan […].’

Het had dan ook heel wat werk gekost om tot publicatie van het resultaat te komen: een boekwerk dat de weidse titel kreeg van Oude en nieuwere kerstliederen benevens gezangen en liederen van andere hoogtijden en heilige dagen alsook van den advent en de vasten, gerangschikt naar de orde van het kerkelijk jaar, waaraan zijn toegevoegd eenige geestelijke liedekens van gemengden inhoud (Amsterdam 1852). De manier waarop de gebroeders Thijm dit materiaal presenteerden was niet zonder precedent: want net zoals Jozefs latere zwager, architect Pierre Cuypers, middeleeuwse kerken restaureerde en ‘voltooide’, deden zij dat met deze liedjes. Volgens de biografie over Thijm van Michel van der Plas is de tekst van De herdertjes, die slechts rudimentair bewaard was gebleven, tenslotte wel zo sterk omgewerkt dat het in zijn ogen een opus van Thijm is geworden. Met name het volgens hem weinig geslaagde couplet over de drie stralen zou geheel van de hand van Jozef zijn. Het voert te ver om daar hier op door te gaan, maar laat die tekst nu net van toepassing zijn op bepaalde thema’s die in de voorgevel van het Rijksmuseum zijn verwerkt. Hoewel Van der Plas tegen dit soort werk aankijkt als lang geleden kunsthistorici tegen de neogotiek, denkt ook hij dat zonder toedoen van de gebroeders Thijm veel verloren zou zijn gegaan.

En nu meent de Nederlandse Raad voor Liturgie in te moeten grijpen en dit stukje kerkelijk cultuurgoed te moeten verbannen. Wat me het meest prikt bij deze actie van de Una sancta, is de miskenning van het werk van een man die een van de grootste voorvechters was van het herstel van de kerkelijke hiërarchie in Nederland in 1853. Michel van der Plas stelt terecht dat het de leken zijn die dit hebben klaargespeeld, waarbij vaak opgebokst moest worden tegen de opinies van vaderlandse geestelijken en Rome. Je kunt het haast niet meer averechts bedenken, noch kan het vaak genoeg verteld worden: toen betrokken families als die van Thijm hun werk eenmaal hadden gedaan, werden ze door de kerk zonder pardon van het toneel geschoven. De nieuwe kerkelijke leiders in Nederland hadden geen behoefte aan strijdbare, onafhankelijk denkende katholieken, leken wel te verstaan. Die hadden hun tijd uitgediend. Het geeft te denken!

De piano van Antoinette Alberdingk Thijm, ontworpen door Pierre J.H. Cuypers

De piano van Nenny Alberdingk Thijm was een huwelijksgeschenk van haar man, Pierre J.H. Cuypers in 1858. Op de piano staan in het rechter paneel belangrijke promotors en componisten van kerkmuziek weergegeven: tweede van rechts staat Lambert Alberdingk Thijm. Op de foto staat de piano nog waar hij hoort, namelijk in het Cuypershuis te Roermond. Tegenwoordig staat het instrument tussen de vele topstukken haast onzichtbaar opgesteld in het Rijksmuseum.

B.

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


Postscriptum 2018

Vijf jaar na dato herlas ik dit stuk in de kersttijd en werd opnieuw verontwaardigd. Intussen ben ik een paar boeken verder: in 2016 verscheen De nieuwe Bavo te Haarlem en begin vorig jaar Tussen Gabriel en Michael over de kathedraal te Rotterdam.  Het blijft een ingewikkeld verhaal, de verhouding van de Una sancta – een benaming die in 2013 als synoniem voor de R.K. Kerk in De genade van de steiger introduceerde – tot de leken. Als reflectie is het zeker een artikel waard om op een rij te zetten waarom ik dat synoniem in het ene boek wel en het andere niet gebruik. Nolens volens weerspiegel ik de Januskop van de kerk: aan de ene kant een geloof vol liefde, aan de andere kant een kerk vol beklemmende dogma’s. Ik kom er op terug en daar mag je me aan houden!

Collectie Kersteindejaarsgedichten en -verhalen

Meer gedichten en verhalen lezen, die ik bij gelegenheid van Kerstmis, Oud & Nieuw en Driekoningen schreef? Pluk dan eens wat uit dit rijtje:

  • 2018 Kerstmis en Nieuwjaar 2019 via deze link.
  • Tweemaal Driekoningen | Sweet memories (2016; 2018) via deze link.
  • Nieuwjaarswens op Driekoningen (2017) via deze link.
  • Kerstverhaal in de Poolse Kapel (2017) via deze link.
  • Deinend … (2009; 2017) via deze link.
  • Zalig kerstfeest allemaal! (2016) via deze link.
  • Driekoningenfeest (2016 op if then is now) onder deze link.
  • Draaiende spiralen (2015) via deze link.
  • Wat schikt het … (2015) via deze link.
  • Een ster en een kroon (2015-2016) via deze link.
  • De Kerstkapel van de nieuwe Bavo (2015) via deze link.
  • De vlam van de kosmos tegen ‘t blauw | Nieuwjaarswens 2014 via deze link.
  • Rood | Colourfield (2014) via deze link.
  • Boven de Kerstkapel (2013) via deze link.
  • Daar schoten drie stralen dooreen … (2013) via deze link.
Bronnen
  • Hubar, Bernadette van Hellenberg, Arbeid en Bezieling; de esthetica van P.J.H. Cuypers, J.A. Alberdingk Thijm en V.E.L. de Stuers, en de voorgevel van het Rijksmuseum, Nijmegen 1997
  • Plas, Michel van der, Vader Thijm, biografie van een koopman-schrijver, Baarn 1995.
  • Thijm, J.A. en L.J.A. Alberdingk, Oude en nieuwere kerstliederen benevens gezangen en liederen van andere hoogtijden en heilige dagen alsook van den advent en de vasten, gerangschikt naar de orde van het kerkelijk jaar, waaraan zijn toegevoegd eenige geestelijke liedekens van gemengden inhoud, Amsterdam 1852.
  • Thijm, J.A. Alberdingk, Enkele trekken eener characterschets. Gedachtenis eens vroeg verloren broeders, z.p. (Amsterdam) 1855: bron van het citaat hierboven en van het ontwerp voor de zerk van de familie Alberdingk Thijm.
  • www.omroepbrabant.nl d.d. 15 november 2013. Als PDF ook te vinden in http://bit.ly/Uitdelen2all.
Familiegraf Alberdingk Thijm

De dood van zijn broer Lambert was de reden voor Thijm om een grafplaat voor de familie te ontwerpen. Later werd hij zelf ook in dit graf bijgezet. Herkomst: Thijm, Enkele trekken eener characterschets (zie bronnenlijst hiervoor).