Meesterteken | Akkoorden

Meesterteken | Akkoorden gaat over de haptische schoonheid van historisch metselwerk en de metaforische inwisselbaarheid van steen en woord. Je vindt dit tweelinggedicht in de bundel Een moment in zijn eeuwigheid uit 2008.*  

Meesterteken, Akkoorden

Meesterteken| Akkoorden kwam tot stand tijdens de tweede excursie die ik met Kunst der Vormen meemaakte, opnieuw georganiseerd door Hanneke Barendregt en Marjan van den Bos, in Bever (2008). Het krijgt hier een plaats in het kader van Gedicht op maandag (#gom). Het verhaal hieronder ontleende ik aan de bundel Een moment in zijn eeuwigheid:

In de mooiste nazomer die je je maar wensen kunt, vond de najaarsexcursie van Kunst der Vormen naar Bever plaats. Ook dit keer leidde de combinatie van gezelschap en ambiance tot ruime inspiratie met als resultaat een cahier van negen gedichten. De titel ervan heeft Hanneke aangereikt met de spreuk van zondag 28 september voor de Kapellekenstocht:

Fotograferen is een spontane impuls die ontstaat door voortdurend kijken en die het moment in zijn eeuwigheid grijpt (Henri Cartier Bresson).

Want dat is toch wel wat we daar allemaal hebben zitten doen: het moment in zijn eeuwigheid betrappen en vastleggen, de een in potlood, de volgende in aquarel of krijt, in pixels of in woorden. Want ook bij de woorden gaat het om wat er op dat moment in de stilte van het observeren gebeurt, bij de kraag te grijpen.

Het meesterteken

De daggestreep als meesterteken van de metselaar staat symbool voor het verlies aan ambachtelijkheid in het bouwvak vandaag de dag. Bij ieder gebreken plan dat Res nova* over een historisch gebouw produceert – en dat gebeurt samen met een van de laatste mensen die ‘restauratie’ in Delft heeft kunnen studeren (over verlies gesproken) – worden we geconfronteerd met de schade als gevolg van verkeerde materialen. Boven aan de top staat het gebruik van cement in plaats van mortel, waardoor het microklimaat van een gebouw ernstig wordt geschaad en een sneeuwbaleffect in werking zet dat met name vochtproblemen in de hand werkt. Met alle gevolgen van dien. Daarnaast is het schrijnend om te zien hoe het grove platvol gevoegde werk de fijne, strakke voegen van de mortel verdringt. Vandaar mijn kleine hommage aan het oude ambacht in de stille hoop dat we nog een renaissance mogen beleven.

Akkoorden

Tegenover het ene ambacht staat het andere ambacht, tegenover de dagge­streep de beeldspraak. Eigenlijk zijn schrijvers op dit punt niet veel anders dan wijnproevers: om wat wij ervaren tot uitdrukking te brengen – en dat geldt al helemaal als het gaat om de observatie van kunst – nemen wij toevlucht tot metaforen. Sommige daarvan zijn heel oud, alhoewel de gedachte op zich dat architectuur te beschrijven valt als een gewaarwording, pas zijn entree maakt in de vroege achttiende eeuw. Ligt de genese daarvan in het Engelse kamp, al snel verspreidt dit nieuwe genre zich over heel Europa en krijgt het een sublieme manifestatie in Goethe’s hymne op de Dom van Straatsburg, waarmee de herontdekking van de gotische architectuur als een kunstvorm doorbreekt. Ook de poëtische visie van Chateaubriand op de gotiek als een stenen woud die ik in een van de gedichten in de Picardie verwerkte, past in deze visie. Architectuur werd in staat geacht grootse gevoelens op te roepen, de mens in contact te brengen met het schone en sublieme en dat was lange tijd wel zo ongeveer het hoogste dat de kunst kon bieden.

Het beeld van de dichter als bouwer ontstond spontaan als reflectie op het Meesterteken en, valt, wat mij betreft, in omgekeerde zin te herleiden tot Lodewijk van Deyssel, die zijn oom (ja heus, Cuypers) als een dichter in steen beschreef. Ouder, veel ouder zelfs, is de herkomst van de muzikale metafoor in architectuurbeschouwingen. Dat is ook haast onvermijdelijk wanneer je bedenkt dat bij zowel het ene als het andere medium de proportieleer haar basis vindt bij Pythagoras die daarom ook een plek kreeg in de kathedraalsculptuur van bijvoorbeeld Chartres.  Maar ook hier treffen we een van de mooiste beelden bij Goethe aan die in 1829 architectuur typeerde als gestolde muziek:

Ich habe unter meinen Papieren ein Blatt gefunden,
wo ich die Baukunst eine erstarrte Musik nenne.[1]

Vanuit deze achtergrond valt de voorliefde te begrijpen voor de ‘toonladderige akkoorden’ van monumentale architectuur of het nu de tempels op het Parthenon waren of de gotische kathedraal van Salisbury: van zowel de een als de ander werd in 1863 gesteld dat ze in “alle lijnen en hoeken (…) harmonisch of toonladderig waren, zonder de minste trilling van wanklank of dissonant, zoodat men uit zijne evenredigheden getoonde muziekchoren zoude kunnen samenstellen”.[2] En was het niet architect Wijdeveld die in gesprek met Cordonnier over een van de arkel­torentjes aan het Vredepaleis riep: “C’est de la musique!”[3]

Wil je de bundel in haar totaliteit doorbladeren, klik dan op deze link.

;-) B.

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


Bronnen en andere informatie
  • De volledige titel van de bundel luidt: Hubar, Bernadette van Hellenberg. ‘Een moment in zijn eeuwigheid’. Kunst der Vormen bezoekt het dal van de Dender. Bever/Ohé en Laak: VanHH.org, 2008. http://bit.ly/2Gl9LF9-Gedichten. Onder de voorgaande link kun je de bundel inzien en downloaden.
  • Ons vroegere bedrijf heette Res nova.
  • [1] Johann Wolfgang von Goethe, 3 maart 1829 aan zijn vriend en medewerker Johann Peter Eckermann.
    [2]  Brouwers, J.W. Aanrakingspunten tusschen wetenschap en kunst, naar het Engelsch van Z.E. den kardinaal Wiseman (vertaling met aanteekeningen). Leiden, 1864.
    [3]  Ontleend aan de prachtige documentaire over Hendrik Wijdeveld van Hank Onrust, die je kunt bekijken op Youtube.
  • De collage bestaat uit foto’s die ik heb gemaakt tijdens de excursies naar Oudenberg en Lessines. 
  • Meer weten over mijn gedichten op locatie, lees dan hier hoe het allemaal begon! Voor #Gom | Gedicht op maandag gebruik je de volgende link.
  • Met Kunst der Vormen zaten we in de B&B Rosario te Bever. Heel bijzonder.

Ben je een keer in Bever, ga dan eens kijken op de locatie waar we verbleven. In de omgeving kun je de plaatsen bezoeken waar we op excursie zijn geweest, zoals Oudenberg en Lessines.

Aan #Gom | Gedicht op maandag wordt steevast aandacht besteed op onze Facebookpagina: http://bit.ly/VanHHOrg2FB
Ga eens kijken en ‘like’ de pagina, zodat erfgoedgedichten als deze een nog grotere actieradius bereiken en wie weet, ook anderen inspireren tot dichterlijke reflecties op erfgoed!

Dat kun je ook doen door dit item te delen via de knop delen onderaan de pagina. Het zou helemaal fijn als je daarbij de hashtag #gom gebruikt.

Verkorte link van dit item: http://bit.ly/2Fb5pir

Prins Bernhard Cultuurfonds Limburg Inspiratieprijs 2018

Prins Bernhard Cultuurfonds Limburg Inspiratieprijs 2018 — In 2018 hebben we de sociale media behartigd voor de Prins Bernhard Cultuurfonds Limburg Inspiratieprijs 2018. De stukken staan verspreid op allerlei platforms. Vandaar deze verzamelpagina met een inhoudsopgave.

Publiek toegankelijk — Eerst nog het volgende. Grappig genoeg is het niemand opgevallen dat nota bene 10 van de 12 genomineerde monumenten publiek toegankelijk zijn. Je kunt er dus zomaar in! En dat brengt ons bij de speech van juryvoorzitter Kiki van Aubel bij de prijsuitreiking. Ze deed toen deze oproep, die we – zeker met dit vroege voorjaar in 2019 – met alle liefde hier herhalen:

Ergens las ik dat architectuur net zo belangrijk is voor het geluksgevoel als de groene omgeving.

En als we in het buitenland zijn, laten we dat toe. Dan bezoeken we sneller een monument dan ‘thuis’. Immers… díe plek staat er morgen ook nog. Maar… als we onszelf en elkaar nu eens uitnodigen om dat wél te doen. Om ook hier thuis juist die plekken te bezoeken waarvan we denken dat dat altijd nog kan. Want wie weet… Misschien staan ze er morgen helemaal niet meer. Of… ervaart u dat gevoel van geluk, zomaar hier. In uw eigen omgeving. Laten we beginnen bij een van de 12 genomineerden wiens verhaal u heeft kunnen lezen in Dagblad De Limburger. Iedere maand één, dat moet te doen zijn?

Kortom, ga de uitdaging aan en laat het ons weten als je dat hebt gedaan. Dat kan gewoon via postvanhellenberghubar@gmail.com of onze FB-pagina of via @Erfgoedverhaal op Twitter.

De Hompesche molen te Ohé en laak/Stevensweert was een van de genomineerden voor de inspiratieprijs 2018 van het Prins Bernhard Cultuurfonds Limburg. Collage bvhh.nu 2018.

De Hompesche molen te Ohé en laak/Stevensweert was een van de genomineerden voor de inspiratieprijs 2018 van het Prins Bernhard Cultuurfonds Limburg. Hier wandelen we zowat dagelijks en dat verveelt nooit! Collage bvhh.nu 2018.

Inhoudsopgave

Het spannende verloop van de prijsvraag

De winnaar en de nummers 2 en 3:

  1. Kasteel Borgharen, Borgharen: http://bit.ly/2Nj2oU7-PBCFLimburg
  2. Kasteelruïne Montfort, Montfort: http://bit.ly/2Ni6USB-PBCFLimburg
  3. Catharinakerk met schilderingen Hans Truyen, Oud-Lemiers: http://bit.ly/2NmVMUU-PBCFLimburg

De overige kandidaten op alfabetische volgorde:

Intussen is de bedoeling van de inspiratieprijs dat deze leidt tot meer belangstelling voor monumenten in onze provincie en dat die aandacht zich vertaalt in speciale aanvragen bij het Prins Bernhard Cultuurfonds Limburg. Zegt het voort, zegt het voort …

;-) B&M

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


Inspiratieprijs 2018 Prins Bernhard Cultuurfonds Limburg

VANDAAG is de laatste mogelijkheid om het meest inspirerende monument aan te melden voor de inspiratieprijs 2018 van het Prins Bernhard Cultuurfonds in Limburg.

Pak NU je smartphone en stuur jouw favoriet(en) naar limburg@cultuurfonds.nl!

Deze diashow vereist JavaScript.

Voor meer informatie kun je terecht bij dit stukje, ontleend aan de Facebookpagina van Huis voor de Kunsten:

De Inspiratieprijs wordt sinds 2011 jaarlijks uitgereikt aan een persoon, groep of organisatie die zich bijzonder verdienstelijk heeft gemaakt op het gebied van letteren, virtual art, e-cultuur, beeldende kunst, muziek, theater, dans, geschiedenis, natuur of erfgoed.

Dit jaar gaat de aandacht uit naar ‘erfgoed’ en in het bijzonder naar de monumenten(zorg). Welk monument prikkelt de nieuwsgierigheid tot op de dag van vandaag? En waarom inspireert het vanuit zijn monumentale wortels in het verleden tot in de hedendaagse actualiteit?

De jury bestaat uit leden van het bestuur van het Prins Bernhard Cultuurfonds Limburg (Kiki van Aubel, Edmond Staal en Jackie Smeets), aangevuld met externe experts. Dit jaar zijn dat: Chequita Nahar, Theo Oberndorff (coördinator Cultureel erfgoed bij het Huis), Guus Urlings/Ruud Maas en Bernadette van Hellenberg Hubar.

Na het samenstellen van een groslijst, gaat de jury een shortlist samenstellen. En dan komt het publiek aan het woord. In samenwerking met Dagblad De Limburger worden lezers gevraagd om een publieksfavoriet aan te wijzen. Op 1 november 2018 wordt bekend welk monument in Limburg de Inspiratieprijs 2018 toegewezen krijgt.

Dus stuur je suggesties door naar limburg@cultuurfonds.nl en wie weet, zien we elkaar bij de feestelijke bekendmaking van de winnaar!

;-) B.

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


Inspiratieprijs 2018 | Calvariekapel in de Minderbroedersstraat te Roermond. Foto bvhh.nu 2018.
Bij monumenten gaat het niet alleen om grote afmetingen, maar ook om kleine, devotionele objecten, zoals deze calvariekapel in de Minderbroedersstraat te Roermond. Waar haal jij je inspiratie vandaan? Foto bvhh.nu 2018.

De collage hierboven is gemaakt met foto’s van Roy Denessen (boven midden), Leo Reijnen (rechtsonder) en van Marij Coenen en bvhh.nu.

Verkorte link van dit item: http://bit.ly/2xpwRbs-VanHH2Org

Gerard van Wezel (1951-2018)

Gerard — Maandag 23 april 2018 hebben we afscheid genomen van onze lieve vriend Gerard van Wezel tijdens een mooie plechtigheid in het crematorium van Bilthoven. Zijn wederhelft, Paul van den Akker, blikte terug op 35 jaar harmonisch samenzijn en vertelde over de moeizame laatste tocht die onvoorzien leidde tot het overlijden van Gerard. Hij richtte een drieluik voor hem op, waarvoor hij drie sprekers uitnodigde om dit te beschilderen: chronologisch vroeg Paul mij te spreken over architectuur en monumenten, Hans Janssen van het Gemeentemuseum van Den Haag over Gerards liefde voor Jan Toorop* en Mariëtte Haveman over de collectie Van Wezel.* Ieder van ons heeft licht geworpen op de veelkleurige persoon die Gerard was en het is verdrietig om te beseffen dat we nooit meer dat warme timbre van zijn stem zullen horen, nooit meer de in rap tempo versnellende argumentatie over iets dat hem bewoog, nooit meer dat vrolijke lachen …

Gerard van Wezel, Paul van den Akker, Marij Coenen en Bernadette van Hellenberg Hubar bij Droomkunst in Singer Museum Laren. Collage van foto's van Marij Coenen en van Paul van den Akker (linksboven), 6 juli 2014.
Praten, praten en nog eens heerlijk praten bij het bezoek aan Droomkunst, de tentoonstelling van de collectie Van Wezel in Singer Museum Laren. Op de foto’s Gerard van Wezel, Paul van den Akker, Marij Coenen en Bernadette van Hellenberg Hubar. Collage van foto’s van Marij Coenen en Paul van den Akker (linksboven), 6 juli 2014 (klik op de afbeelding voor een vergroting).

Gerard (1951-2018)

Gerard en ik deelden een passie! Of eigenlijk we deelden er twee. Intensief bezig met monumenten werd onze aanvliegroute bepaald door hout, steen en ijzer, en constructies in alle soorten en maten. Maar daarnaast was er die andere passie, en wel de liefde voor schilderingen. Ik zeg hier expres schilderingen, want de collectie van Gerard doet vermoeden dat het bij hem alleen om de roerende schilderkunst ging. Maar dat klopt niet! Gerard was ook geboeid door de monumentale variant en die bracht ons bij elkaar. Bij mij begon die fascinatie bij Cuypers (de man van het Rijksmuseum), bij Gerard – jawel, hij komt weer langs – bij Toorop. Het bijzondere was dat Gerard niet bleef steken bij de beroemde werken voor de beurs van Berlage – ware iconen – maar de moed had het veel verguisde, roomse werk van Toorop op het podium te plaatsen. Ook dat maakte de tentoonstelling van 2015 zo bijzonder.

Doordat hij ook met dit facet van Toorop bezig was, viel hem iets op wat niemand binnen de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) had gemerkt: dat er niets bekend was over de monumentale interbellum schilderkunst, de tijd dat Toorop zich aan verschillende experimenten waagde op het gebied van kerkelijke schilderingen en glas in lood. Het was vrijwel onmogelijk om zijn werk te positioneren. Maar dat was niet het enige. Hoe moest je als instelling voor beschermde rijksmonumenten hiervoor beleid ontwikkelen als er niets over bekend was. Daar moest wat aan gedaan worden. Dat Gerard daarmee een vooruitziende blik had, wordt vandaag de dag bevestigd met de hausse aan kerksluitingen. Bij de besluitvorming tellen de schilderingen na 1900 tegenwoordig mee, terwijl die voor 2013 tot de marge veroordeeld waren. Ik noem 2013 omdat dit het jaar was waarin onze coproductie gereed kwam: De genade van de steiger. Monumentale kerkelijke schilderkunst in het interbellum.* Ik heb een exemplaar meegenomen en iedereen mag er in bladeren, zijn of haar naam inzetten, met koffie of thee morsen en vetvlekken achterlaten … als een memento wil ik het straks aan Paul geven, als een symbool van wat Gerard op het gebied van boeken heeft klaargespeeld. Daar kom ik nog op terug.

De erfenis van Gerard is niet gering en des te meer bijzonder omdat hij autodidact was; misschien wel de enige autodidact die ooit de Karel van Manderprijs heeft gekregen, de hoogste onderscheiding van de Vereniging van Kunsthistorici in Nederland. Dat was voor zijn monografie over het kasteel van Breda, waarop hij had kunnen promoveren.* Maar dat wilde hij niet … ach nee, zo’n gezeur, zei hij toen ik er hem naar vroeg. Wat zeker een rol zal hebben gespeeld, was dat Gerard eigenlijk niet echt graag schreef en dat terwijl hij dol op boeken was, ook als het om de esthetische kwaliteiten ging. Dat niet zo graag schrijven botste regelmatig met zijn ambitie om dingen over het voetlicht te brengen en maakte hem daarin selectief. Bij hem was het niet ‘pick your battles’, maar ‘pick your books’. Hij was zeker – ook als je naar zijn verzameling kijkt – meer de intuïtieve beelddenker dan een woordmens, wat hij overigens gemeen had met zijn grote voorbeeld Toorop. Als ik het een tikkeltje chargeer, ging het bij hem meer om het woordeloze begrijpen – de ervaring van het mooi vinden – dan om het educatieve verklaren. Daarom was het maar goed dat Paul er was en daarom was hij ook zo blij dat ik me bij ons project wel met uitleg en verklaren bezighield. We vulden elkaar aan met zijn kennis over het symbolisme en die van mij over de iconografie en liturgie en hadden er plezier in dat we beiden open genoeg waren om dingen te herijken en mooi te vinden die waarschijnlijk ook in dit gezelschap nog als non-kunst betiteld zullen worden. Voor Paul leidde dit project ertoe dat hij een prachtig artikel schreef over hoe kunstuitingen eerst wetenschappelijk – cultuurhistorisch – interessant worden gevonden, voordat men ze mooi gaat vinden.* Ik weet zeker dat Gerard op dit moment ergens boven zit te genieten dat dit nu vandaag verteld wordt.

De kruisweg van Jan Toorop in 'De genade van de steiger' (2013). Herkomst beeldmateriaal RCE Beeldbank-Sjaan van der Jagt/Pixelpolder 2012.
Een van de meest bijzondere kruiswegen op nationaal, zo niet Europees niveau, is die van Jan Toorop in de Bernulphuskerk van Oosterbeek die binnen afzienbare tijd gesloten zal worden. We kunnen ons nu al zorgen gaan maken wat dat betekent voor de toekomst van dit oeuvre. Gerard heeft me aangemoedigd om in ‘De genade van de steiger’ (2013) – waar dit ‘centerfold’ vandaan komt – alle aandacht te besteden aan het katholieke oeuvre van Toorop. De invloed van Toorop is ook op dit gebied ontzaglijk groot geweest, mede doordat hij door de elkaar bestrijdende generaties unaniem als autoriteit erkend werd. Herkomst beeldmateriaal RCE Beeldbank-Sjaan van der Jagt/Pixelpolder 2012 (klik op de afbeelding voor een vergroting).

Gerard was een inspirator. Onze autodidact was behept met een zeldzaam goede neus waar de expertise vandaan gehaald moest worden. Als ik mag spreken van een opus magnum dan is het toch wel de reeks bouwsculptuur die hij vanuit de RCE met WBooks heeft opgesteld. Stuk voor stuk geschreven door experts in een veld, dat voor veel mensen niet meer dan een superspecialisme is, maar Gerard als beheerder van de collectie bouwfragmenten van de RCE na aan het hart ging. Over de collectie van de oudste sculptuur in Nederland, maakte hij zich overigens grote zorgen. Hij zag met lede ogen toe hoe de digitalisering doorschoot en bij de overheid de mening postvatte dat het tastbare object rustig kon verdwijnen als het maar in enen en nullen was vastgelegd. Ook hier was het magische woord positioneren. Alleen zo zou respect afgedwongen kunnen worden voor dit haast ingekuilde erfgoed. En daar heeft hij voor gezorgd door kenners aan het werk te zetten die een kwartet schreven, gewijd aan de Sint-Eusebiuskerk te Arnhem, de Sint-Maartenskerk te Doorn, de bouwsculptuur van de Utrechtse Dom en de Sint-Jan te ‘s-Hertogenbosch.

Nu was een boek maken met Gerard niet alledaags, zoals zijn ‘huisuitgever’ Johan de Bruijn kan bevestigen. Gerard wist namelijk precies wat hij wilde, ook als het om vormgeving ging. Kwaliteit stond daarbij altijd voorop en als de uitgever niet zag waar het toe leidde, zette Gerard gewoon door; en terecht. Bij ons boek heeft hij een forse strijd geleverd om de rode achtergrondkleur erin te houden en die strijd bekroonde hij door bij de presentatie te verschijnen met een even zo rood overhemd. Iedereen hier weet hoe bijzonder dat was, Gerard die afweek van zijn monochrome uitmonstering in zwart en grijs!


Marij gefeliciteerd door Twinkel namens Gerard en Paul (2017).
Twinkel de boxer (2005-2017) feliciteert Marij. Aan Gerard als hondenmens is op 23 april het item in de reeks ‘Gedicht op maandag’ (#Gom) gewijd onder deze link.

Paul heeft me gevraagd om iets te vertellen over Gerard als kunsthistoricus, maar ik kan dit verhaal onmogelijk afsluiten zonder te vertellen over Gerard als hondenmens. Want ook daar hebben we elkaar in gevonden, ook al hadden wij (Marij en ik) geen boxer! Toen wij thuis problemen kregen met onze nieuwe hond – ook geen boxer – was Gerard de enige die wist wat we moesten doen om haar aan te pakken. Dat heeft geleid tot een aller plezierigste huisgenoot en daar zijn wij hem nog altijd heel dankbaar voor.

Laten we straks op Gerard drinken en verhalen uitwisselen en bedenken hoe fijn het was dat we deze inspirerende man hebben mogen kennen. De tijd van rouw komt snel genoeg.

Bernadette
23 april 2018

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


Verwijzingen

De * in de tekst hierboven verwijst naar de volgende publicaties (opgemaakt met Zotero):

  • Wezel, G.W.C. van. Jan Toorop: zang der tijden. [Den Haag]: Zwolle: Gemeentemuseum Den Haag; WBOOKS, 2016.
  • Wezel, G. W. C. van, Jan Rudolph de Lorm, Mariëtte Haveman, Paul van den Akker, Anne van Lienden, Karlien Metz, en Tom Haartsen. Droomkunst 1900 & 2000: de kunst van twee fin de siècles. Zwolle: WBOOKS, 2014.
  • Hubar, Bernadette van Hellenberg, Angélique Friedrichs, en G. W. C. van Wezel. De genade van de steiger. Monumentale kerkelijke schilderkunst in het interbellum. Amersfoort-Zutphen: Rijksdienst Cultureel Erfgoed, Walburg Pers, 2013.
  • Wezel, G.W.C. van. “Het paleis van Hendrik III, graaf van Nassau te Breda. Waanders Uitgevers, Zwolle / Rijksdienst voor de Monumentenzorg, Zeist 1999 · dbnl”. DBNL, 2011. bit.ly/2HpFFyM-VanWezel.
  • Het artikel van Paul is een bewerking van de lezing, die hij hield bij de presentatie van De genade van de steiger in de Obrechtkerk te Amsterdam, 21 november 2013.* Het zal dit jaar verschijnen in het Cuypersbulletin.

Dit item is met toestemming van Paul van den Akker on line geplaatst.
Verkorte link: bit.ly/2Fffh8J-VanHH2Org

Hovawart Frieda in de tuin in Ohe (Foto Marij Coenen 5 augustus 2018).
Dankzij Gerard heeft onze Hovawart Frieda zich ontwikkeld tot een gezellige huisgenoot en fijn wandelmaatje (foto Marij Coenen 5 augustus 2018).

Gedicht op maandag | #Gom op Twitter

De serie ‘Gedicht op maandag’ #Gom kan direct op twitter bekeken worden via deze link.

Wat ik daar nu toch mee wil, met dit soort gedichten, lees je hieronder naar aanleiding van mijn eerste bundel ‘Assez de place’ (2008).


Mijn eersteling*

Ik liep er al een hele tijd mee rond, voordat ik me waagde aan mijn eerste bundel gedichten – Assez de place pour être heureux – die ik schreef tijdens een excursie in de Picardie met het gezelschap ‘Kunst der vormen’ in 2008. De titel is ontleend aan de tekst die Marjan ons tijdens een briefing voorlas, waarin de regel voorkwam: ‘Pense qu’il faut si peu de place pour être heureux’. Wat mij betreft, was er op de plek waar we waren ‘assez de place pour être heureux’. Ik heb het als een gunst ervaren om zowel in ambiance als gezelschap zoveel inspiratie te vinden dat mijn droom werkelijkheid werd. De ‘notice explicative’ bij de gedichten ben ik gestart met een soort beginselverklaring die niets van haar kracht verloren heeft:

De gedichten zijn het resultaat van vrije associatie en zijn in de kiem vaak in enkele minuten op locatie tot stand gekomen, waarna het tijdrovende schaafwerk en het wikken en wegen van subtiele woordschakeringen volgde. Bij de opzet ervan heb ik vanwege de beoogde relatie met de ‘kunst der vormen’ geen enkele poging gedaan me los te maken van mijn discipline als kunsthistoricus. Ook al deed zich hier niet de noodzaak voor om mijn interpr taties wetenschappelijk te onderbouwen, om ze te kunnen geven – hoe verdicht ook – moest ik een beroep doen op mijn individuele schatkamer aan beelden en woorden. Daar schuilt natuurlijk ook een pracht van een paradox achter die ik graag bewaar voor een volgende keer.

Net zoals architectuur – en de kunst in het algemeen – kunnen gedichten vanuit verschillende lagen gelezen worden. Dat geldt al helemaal als er ook nog een plaatje bij zit. Het bleek een spannende worsteling te zijn om een goede onderlinge groepering te vinden tussen de twee media. Bij een gedicht op locatie zijn woord en beeld immers onverbrekelijk met elkaar verbonden. Eigenlijk gaat het om een soort stripverhaal en dan staat zo’n zin er zonder figuratieve ondergrond maar naakt bij.

Bij deze stripgedichten bestaat de eerste laag van de interpretatie uit datgene wat iedereen er zelf van maakt. En dat kan iets heel anders zijn dan ik bedoelde. Dat is niet erg. Zoals de kunstfilosoof Jacques de Visscher ooit met de nodige verve beweerde, is de bestemming van de kunst niet de maker zelf, ‘maar het publiek, en dat bijgevolg de zaak van het begrijpen van een kunstvoorwerp niet in de eerste plaats bij de maker ligt die dit dan buiten het werk om aan de toeschouwer als aangesprokene dicteert’. Kunstwerken zijn niet aansprekelijk omdat ze ‘in de particulariteit van de wereld van de maker’ gevangen zitten, maar juist omdat ze steeds weer ‘nieuwe verhalen genereren’. Het staat ieder dus vrij er van te maken wat men wil, zoals ik met mijn vrije associatie eveneens heb gedaan. Maar de meeste mensen blijken daar wel een handvat bij te kunnen gebruiken. Vandaar dat ik enige achtergrondinformatie bij de gedichten geef.

En zo ben ik dat blijven doen.

Meer weten over de gedichten die ik vanaf 2006 schreef? Volg dan deze link.

;-) B.

Omslag gedichtenbundel 'Assez de place' (2008) | Gedicht op maandag #Gom
De eerste bundel met erfgoedgedichten op locatie was ‘Assez de place’.

* Verkorte link van dit item: http://bit.ly/2fEzLO1-Assez

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewarenBewarenBewarenBewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

Kerkelijk erfgoed en sociale media

Op deze pagina kan de presentatie bekeken en gedownload worden van Bernadette van Hellenberg Hubar, gehouden op 12 mei 2016 tijdens de bijeenkomst in de Laurentiuskerk te Alkmaar rond het thema: De kerk in het midden. Hoe je met verhalen kerkelijk erfgoed helpt.


Meer over deze dag en de opzet van een community met betrekking tot kerkverhalen is te vinden op ifthenisnow.eu en deze site:

  • De kerk in het midden. Hoe je met verhalen kerkelijk erfgoed helpt!
  • Speech wethouder Anjo van de Ven bij de bijeenkomst van 12 mei.
  • Presentatie van Menno Heling over de opzet en werkwijze van if then is now.
  • Impressie van Walter van Teeffelen.
  • Verslag van de bijeenkomst.
  • Het beeldmateriaal van de bijeenkomst en van de kerk op deze items is ter beschikking gesteld door Anton van Daal.
  • De pagina met koppelingen voor s0ciale media: http://bit.ly/KihM-kop.

Voor een algemene indruk van if then is now als platform voor erfgoed, cultuur en toerisme, surf naar ifthenisnow.eu.

B.

De kerk in het midden. Bijeenkomst in Alkmaarse Cuyperskerk mei 2016. Screenshot Collage bvhh.nu.

Verkorte link van dit item: http://bit.ly/KihM-bvhh

Place Djemaa el Fna

Marrakesh, Djemaa el Fna, maart 2014

De acrobaten op place Djemaa el Fna in Marrakesh (in rood en blauw), op zoek naar een plek voor hun toeren (maart 2014).

Kunststof blauwe broeken
Schreeuwend rode gilets
‘n enkeling grijs in zijn sweatshirt
Trekken ze over het plein
met ‘n simpele act
die zich in de ruimte herhaalt

De sprong op de schouder
van de een
spiegelt die van de ander
in tweemaal
twee paren
dan opnieuw een verbond
tussen handen, armen en voeten
voor de derde maal dat gebaar
die krachttoer, die
soepele zwaai
waardoor een volgende
etage ontstaat
en de toren driemanhoog
Et voilà uitroept
de armen spreidt
om het kleine gejuich
te ontvangen

en de munten die
om hen heen
rinkelend het plaveisel raken
geworpen vanaf de balkons
waar de gasten zich vergapen
aan de markt van Marrakesh
place Djemaa el Fna

Marrakesh bvhh 19-26 mrt 14 (4)

Een van de slangenbezweerders op place Djemaa el Fna in Marrakesh (maart 2014).

Post scriptum — Het is een komen en gaan op dit plein en dat is het al van oudsher. Hier worden de oude tradities van potsenmakers en verhalenvertellers in stand gehouden. En ook al gebeurt dat vandaag de dag om toeristische redenen, dat doet aan de authenticiteit ervan niet af. Als er maar publiek is en als het maar een inkomen genereert, dan blijft dit leven. Dat is dan ook een van de redenen waarom dit plein door de Unesco op de lijst van het immaterieel erfgoed is geplaatst. Wel apart, want zonder de fysieke aanwezigheid van het plein, hadden we te maken gehad met een contextloos vacuüm.

Bernadette van Hellenberg Hubar ((Verkorte link van dit item: http://wp.me/P4eh3s-l3.))

BewarenBewaren