De glazen van vader en zoon Cuypers in de nieuwe Bavo

Glazen Cuypers  — Wat maakt de glazen in de de apsis van de nieuwe Bavo (1896-1898) zo bijzonder? Dat ze van vader Pierre én zoon Joseph Cuypers zijn? We weten niet of een dergelijke samenwerking vaak voorkwam, maar dit gebeurde ook in de Laurentiuskerk in ‘t Ginneken (Breda) van Joseph Cuypers en Jan Stuyt (1900-1902). En met die ramen hebben die in Haarlem nog iets gemeen. Zin in een erfgoedraadseltje? Los dit dan op en laat het me weten.

Glazen Cuypers | Het vijfde raam uit de lucida van de nieuwe Bavo (programma A.J. Callier, figuraties Pierre J.H. Cuypers, ornamenten Joseph Th.J. Cuypers) (foto BvHH 2014).
Het vijfde raam van de lucida in de nieuwe Bavo toont links Koning David die de aanval van zijn zoon ervaart als beproeving van God (Oude Testament) en Maria Magdalena die vergeven wordt door Christus (Nieuwe Testament).

De hier afgebeelde glazen zijn ontworpen door Pierre J.H. Cuypers, die de figuraties verzorgde, en zijn zoon Joseph Th.J. Cuypers, die de ornamenten voor zijn rekening nam (1896-1898). Ze bevinden zich in de lucida van de nieuwe Bavo te Haarlem – de lichtbeuk van de apsis – waar ik ze in de zomer van 2014 heb kunnen fotograferen vanaf de steiger. Dat alleen al was een ervaring om nooit te vergeten! En zonder weerga, want er zal heel wat water door de Leidsevaart zijn gestroomd, eer er op deze plek weer steigers staan! Afgezien van de prachtig kleuren, waarin blauw, groen en rood domineren, valt op hoe op een bescheiden manier lichte partijen hun entree maken in dit glas-in-lood. Juist daar zou Joseph Cuypers bij de verdere ontwikkeling van de kathedraal veel waarde aan hechten. Wat betreft de symboliek geeft de schrijver van het boekje over de Bavo uit 1898, de priester Marie A. Thompson, de nodige uitleg over het programma dat door de bouwheer, A.J. Callier ontworpen is.* Om te beginnen legt hij uit dat het de bedoeling is om de centrale positie van de heilige Geest uit te beelden. Deze voor ons wat ongrijpbare derde persoon van de Drie-eenheid staat voor de zeven gaven die het de mens mogelijk maken een godvruchtig en vervullend leven te leiden. Bij Thompson gaat deze passage gepaard met een soort liturgische numerologie, waarin driemaal zeven parallelle verhalen centraal staan:

‘zoo wordt ons nu een drievoudig tafereel voor oogen gesteld, een historisch beeld uit het Oud Testament, uit het Nieuw Testament en uit de Overlevering en wel deze laatste genomen uit de geschiedenis van ons eigen vaderland en uit de allereerste prediking of predikers van het Christendom in deze streken. Aldus zien wij een groot stuk der katholieke theologie over den H. Geest verzinnebeeld in den koormuur van dezen luistervollen tempel. De gaven en de vruchten des H. Geestes omhoog uitgebeeld; de deugd, als vrucht dier zevenvoudige gaven, opwaarts strevend en als triumfeerend in het aardsche licht, dat door de hoge lucida-vensters neerschiet in het heiligdom, symbool van het eeuwig, ondoofbaar licht, waarin die deugd eenmaal voor aller oog zal uitblinken’.*

Het bijzondere hiervan is dat Thompson zo voortborduurt op het systeem van de Concordia novi ac veteris testamenti die tot het vroege Christendom te herleiden is en teruggaat op de Joodse tradities. Deze harmonieën of parallellen tussen het Oude en het Nieuwe Testament bestaan uit een systeem van typen, prototypen en antitypen dat in de loop van de tijd steeds verder werd verfijnd en uitgewerkt: een bepaalde figuur of gebeurtenis uit het Oude Testament (prototype) werd met terugwerkende kracht gekoppeld aan een equivalent uit het Nieuwe Testament (antitype). Zo werd koning David opgevat als voorafbeelding van Christus. Een ander bekend voorbeeld vormt het Joodse Pascha of paasmaal dat het type was van de Eucharistie, ingesteld tijdens het Laatste Avondmaal. Wat vóór de geboorte van Christus had plaatsgevonden werd dus opgevat als een prefiguratie, voorafbeelding, voorafschaduwing of voorbeduiding van hetgeen de Verlosser tijdens zijn leven en door zijn dood vervulde.*

Glazen Cuypers | Twee glazen uit de lucida van de nieuwe Bavo (programma A.J. Callier, figuraties Pierre J.H. Cuypers, ornamenten Joseph Th.J. Cuypers) (foto BvHH 2014)
Twee glazen uit de lucida van de nieuwe Bavo (programma A.J. Callier, figuraties Pierre J.H. Cuypers, ornamenten Joseph Th.J. Cuypers) (foto BvHH 2014).

Dat geldt ook voor de twee ramen hierboven, waarin de hoofdrolspelers niet zonder oermenselijke angst en twijfel een verantwoordelijkheid op zich nemen, die de een met haar eer en de ander met zijn dood moet bekopen. Maar daarmee is wel de verlossing verzekerd:

  • Judith (links) tussen de priesters, terwijl zij op het punt staat om naar Holofernes te gaan (Oude Testament). Wie herken je trouwens van een van de andere verhalen over de nieuwe Bavo, als je op de foto inzoomt?
  • Zij vormt de prefiguratie van het tafereel rechts met Christus tussen de slapende apostelen in de hof van Olijven (Nieuwe Testament).*

In ‘Ad orientem’ heb ik de achtergrond van deze ‘Biblia pauperum’ van A.J. Callier diepgaand onderzocht. Er zit veel meer achter dan je zo op het eerste gezicht zou denken.
Meer weten? Bestel dan mijn boek over de kathedraal!

B.

Glazen Cuypers | Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


Meer informatie & bestelgegevens

Het teken * in de bovenstaande tekst verwijst naar het volgende:

  • M.A. Thompson, ‘De nieuwe kathedrale kerk ‘St. Bavo’ te Haarlem. Bouwgeschiedenis, constructie en symboliek’, Haarlem 1898, pp. 40, 49- 50, 47-48.
  • Bernadette van Hellenberg Hubar, ‘Ad orientem | Gericht op het oosten. De nieuwe Bavo te Haarlem’, WBOOKS-Stichting Kathedrale Basiliek Sint Bavo, op initiatief van de Rijksdienst Cultureel Erfgoed, Zwolle-Haarlem 2016, paragraaf 3.2.2 en 5.3.
  • Om het boek over de nieuwe Bavo aan te schaffen surf je naar de bestelpagina.

De nieuwe Bavo wordt gerestaureerd door Van Hoogevest Architecten te Amersfoort (http://bit.ly/Hoogevest-Bavo) in opdracht van de Stichting Kathedrale Basiliek Sint Bavo te Haarlem: http://bit.ly/Bavo2Ao.

Bezoekadres

Heb je belangstelling om de kathedraal een keer te bezichtingen. Dat is mogelijk vanaf april tot en met oktober en in de kerstvakantie, waarbij je ontvangen wordt door kathedraalgidsen die je van alles over de nieuwe Bavo kunnen vertellen. Kijk voor je gaat even op de website van de kathedraal voor de precieze tijden.

De entree bevindt zich bij het hoofdportaal van de kathedraal aan het Bottemanneplein, onder de twee torens.
Er is ruime parkeergelegenheid op het Emmaplein, direct naast de kerk.
Voor autobussen zijn aparte plaatsen aan het Bottemanneplein.

De entree bedraagt € 4,00 en voor kinderen tot 12 jaar € 1,00.

Verkorte link van dit item: http://bit.ly/1QPbH9t

Tussen ἰχθύς en garnaal

Marc Mulders bovenlicht doopkapel nieuwe Bavo 2013
Marc Mulders met de net voltooide koepelschaal voor de doopkapel van de nieuwe Bavo. De emailleschildering laat de ἰχθύς (ICHTUS) zien. Het werk werd uitgevoerd bij GBB te Tilburg. Foto: Stephan van Rijt 2013.

We hebben in de nieuwe Bavo niet alleen te maken met kunst uit voorbije tijden, maar ook met ontwerpen van vandaag de dag. Daar horen natuurlijk de nieuwe glazen van Jan Dibbets bij, die inmiddels zowat allemaal zijn geplaatst. Maar er komt nog meer aan. Want ook de opdracht aan Marc Mulders voor de verdere decoratie van de doopkapel gaat door. De meeste mensen denken dat hij daar allang klaar is. We kijken immers al enige jaren tegen de ‘oersoep’ of de ‘garnaal’ aan, zoals de voorstelling op de schaal in de centrale opening van het gewelf van de doopkapel wel wordt genoemd. De kunstenaar speelt hiermee in op de oeroude symboliek van het letterspel ἰχθύς (ICHTUS), waarvan de beginletters in het Grieks staan voor Jezus Christus, Gods zoon, Redder. Omdat ἰχθύς tevens het woord is voor vis, ontstond al in de catacomben een vaste associatie tussen dat beeld en die afkorting. Een mooi voorbeeld van hoe gewijde tekens ontstaan. Is ondertussen wat de volksmond ervan maakte beledigend? Welnee! Geuzennamen in de kunst zijn zo oud als de weg naar Rome en sommige werden uiteindelijk zelfs gepromoveerd tot officiële stijlaanduidingen. Wat dacht je van ‘gotiek’ wat barbaars betekent. En helemaal erg was ‘neogotiek’ dat bedoeld was om heel denigrerend de namaak te onderstrepen van het werk van architecten als Pierre Cuypers, de vader van Joseph. Nu zal niemand dat meer van zijn hoogst originele ontwerpen zeggen, de geijkte uitzonderingen daargelaten. En zo zal het ook met de koepelschaal van Marc Mulders gaan.

Trouw — Een andere keer ga ik verder in op wat de kunstenaar in de doopkapel van plan is. Hier wil ik graag aandacht vragen voor het artikel van Henny de Lange dat afgelopen week in Trouw verscheen over de relatie tussen Joost Zwagerman en Marc Mulders. Ook al is de aanleiding vanwege de dood van de dichter triest, het geeft een goed idee van de kunstenaar die met hem samenwerkte. Dat begint al met de manier waarop Zwagerman contact met de kluizenaar Mulders maakt: ‘Als ik het goed heb, houd jij niet zo van telefoneren, dus ik leg je mijn vraag per mail voor.‘ Daarmee begon, zo schrijft De Lange, een ‘match made in heaven’, want Mulders zou de beelden leveren bij de laatste bundel gedichten van Zwagerman, Wakend over God. Het doet vreemd aan dat iemand die zo expressief gelovig is als Marc Mulders zo goed aanvoelde wat de worsteling van Joost Zwagerman inhield: zijn gevecht met de engel, waarin alle wanhoop en twijfel die een mens maar kan hebben tot uitdrukking komt.

Ga het interview lezen, zou ik zeggen: http://bit.ly/Mulders-Zwagerman-Trouw. Misschien raak je dan net als ik geïnspireerd om een bezoek te brengen aan museum De Pont in Tilburg waar de gedichten en beelden van Zwagerman en Mulders tot 13 maart 2016 naast elkaar hangen.

B.

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


Meer informatie &
  • Het nieuwe werk van Marc Mulders in de kathedraal krijgt een aparte plek in het boek Ad orientem | Gericht op het oosten. Weet je het nog?
    • Er komt een bibliofiele uitgave van het boek, waarvan de opbrengst ten goede komt aan de restauratie van de nieuwe Bavo. Wat houdt dat in, die bibliofiele uitgave? Dat is een aparte, genummerde en gesigneerde editie, waarin de naam van de begunstigers wordt vermeld. De ondergrens is € 100,00 per exemplaar, maar meer mag natuurlijk ook! Wie belangstelling heeft kan zich opgeven via NieuweBavo@gmail.com (vergeet niet je adresgegevens te vermelden).
    • Korting van € 10,00 — Op dit moment kan het boek ook besteld worden tegen een prijs van € 39,95 per exemplaar. Na het verschijnen, voorjaar 2016, wordt dit € 49,95. Meld je aan via NieuweBavo@gmail.com (graag verzendadres vermelden).
  • Voor de tentoonstelling in het De Pont Museum te Tilburg volg www.depont.nl.
  • Voor een handzame uitleg van ἰχθύς (ichtus) zie betreffende lemma op Wikipedia.
  • Bij de uitvoering van zijn glasontwerpen werkt Marc Mulders samen met GBB, GlasBewerkingsbedrijfBrabant te Tilburg.
  • Ad orientem | Gericht op het oosten. De nieuwe Bavo te Haarlem wordt uitgegeven door WBOOKS te Zwolle, in opdracht van de Stichting Kathedrale Basiliek Sint Bavo. Het boek komt tot stand op initiatief van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed te Amersfoort.
  • De nieuwe Bavo wordt gerestaureerd door Van Hoogevest Architecten te Amersfoort (http://bit.ly/Hoogevest-Bavo) in opdracht van de Stichting Kathedrale Basiliek Sint Bavo te Haarlem: http://bit.ly/Bavo2Ao.

Dit item maakt deel uit van de serie ‘Kunst met de kleine en de grote K in de nieuwe Bavo’ en is gepubliceerd op de Facebookpagina van de nieuwe Bavo op 8 december 2015.

Verkorte link: http://bit.ly/23dQKYj

De koepelschaal van Marc Mulders in de doopkapel van de nieuwe Bavo te Haarlem (foto Van Hoogevest Architecten 2013).
De koepelschaal van Marc Mulders in het hart van het gewelf van de doopkapel van de nieuwe Bavo te Haarlem. In mijn boek over de nieuwe Bavo (2016) heb ik zowel aan deze centraalbouw in het klein als aan het werk van Marc Mulders aandacht besteed. Foto Van Hoogevest Architecten 2013.

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

Samenvatting ‘De nieuwe Bavo te Haarlem’

Samenvatting boek nieuwe Bavo — In dit item vind je in kort bestek de belangrijkste thema’s in ons boek over het meesterwerk van Joseph Cuypers dat medio 2019 omgedoopt is tot KoepelKathedraal Haarlem (dit om een einde te maken aan de stelselmatige verwarring met de oude Bavo in het centrum van de stad). Normaal zou achter zo’n inleidende zin een oproep komen om het boek te bestellen, maar … dat kan niet meer. Het boek is uitverkocht!

De laatste exemplaren gingen over de toonbank tijdens de manifestatie ‘De klim naar het licht’ in 2019. En nu is het wachten om een digitale oplossing. Tot die tijd moet je het boek bestellen via de bibliotheek of alvast een voorproefje nemen via enkele fragmenten die hier online staan.

Maar neem eerst kennis van de samenvatting hieronder!

*

De nieuwe Bavo te Haarlem — Ad orientem | Gericht op het oosten

Het boek dat tijdens de restauratie geschreven werd

Op 9 september 2016 is de jongste publicatie over de Haarlemse kathedraal feestelijk gepresenteerd in de nieuwe Bavo bij gelegenheid van de start van de Open Monumentendagen in Haarlem, na een korte inleiding van professor dr Paul van den Akker van de OU te Heerlen.

Ad orientem | Gericht op het oosten onthult hét leidmotief van het nieuwe boek over de Haarlemse kathedraal, beter bekend als de nieuwe Bavo van architect Joseph Th.J. Cuypers (1861-1949). De subtitel slaat zowel op de oriëntatie van het gebouw – met de apsis gericht op het oosten – als de lichtsymboliek van de dageraad en de oriëntaalse invloeden in de vormgeving. Dat heeft Joseph Cuypers niet allemaal alleen bedacht. Geen bouwmeester zonder bouwheer, dus ook zijn opdrachtgever hoort hier genoemd te worden. Dat was de bisschop van Haarlem, die vertegenwoordigd werd door zijn vicaris-generaal A.J. Callier (uit te spreken als rijmend op lier). Callier die als de programmamaker van de kathedraal beschouwd kan worden, werd in 1903 tot bisschop benoemd, tijdens de tweede bouwfase. De nieuwe Bavo kwam namelijk in drie fasen tot stand:

  • De oostpartij tot en met een deel van de viering in 1893-1898.
  • Het schip, de onderbouw van de westtorens, de rest van de viering en de koepel in 1902-1906.
  • De twee westtorens in 1925-1930, door Josephs zoon, Pierre J.J.M. Cuypers.


Samenvatting 'De nieuwe Bavo te Haarlem' | De actoren
afb. 1 De bouwheren en bouwmeesters van de nieuwe Bavo: bisschop Caspar Bottemanne, zijn opvolger vicaris-generaal Augustinus Callier, Joseph Cuypers en Jan Stuyt.

De architect en zijn ploeg

Wie de naam Cuypers hoort, zal waarschijnlijk in eerste instantie denken aan de ontwerper van het Rijksmuseum en het Centraal Station te Amsterdam. Dat ook zijn zoon Joseph en kleinzoon Pierre junior actief waren in het bouwvak is minder bekend. Hoewel er inmiddels verschillende publicaties aan Joseph Cuypers zijn gewijd – waarvan de meest recente van pastoor Crutzen over de kerk van Klimmen – is er nog veel dat niet bekend is over zijn visie en zijn creativiteit. Wat dat betreft zal met dit boek de achterstand ingelopen worden; en dat is vooral mogelijk gebleken doordat het hier om het meesterwerk gaat van Joseph Cuypers als kerkenbouwer. Bij de totstandkoming van de kathedraal waren overigens meer mensen betrokken: zijn vader kon het niet laten om in het begin zelf wat schetsen op tafel te leggen; bijna dertig jaar daarvoor was hem immers deze opdracht in het vooruitzicht gesteld. Behalve als klankbord is zijn inbreng verder beperkt gebleven tot het glas-in-lood in de lucida (de ramen in de apsis). Verder had je daar Jan Stuyt die aanvankelijk als opzichter werkzaam was, maar vanaf 1899 als vennoot van Joseph Cuypers. Ook met hem zal de architect vaak gespiegeld hebben over zijn ontwerpen. En ten slotte was daar Pierre junior die onder de hoede van zijn vader tekende aan de westtorens en het noorderportaal.[1] Los van deze creatieve mensen had je in het bouwteam bazen en onderbazen waarvan de belangrijksten in de galerij van de apsis in symbolen en initialen vereeuwigd zijn.[2]

Waarom een nieuw boek?

Nu zijn er sinds de kerkwijding van 1898 al verschillende publicaties aan de nieuwe Bavo gewijd, waarvan de laatste uit 1997: in Getooid als een bruid is uitvoerig aandacht besteed aan de ontwikkeling van het bouwplan, de iconografie en de verschillende kunstenaars die aan de inrichting werkten. Wat maakt ‘mijn’ boek anders, en sterker nog, waarom is er nog een boek nodig? Heel eenvoudig: de nieuwe inzichten als gevolg van de restauratie.[3] Het anders en nodig heeft namelijk te maken met de ontdekkingen die vooral vanaf de steiger zijn gedaan. Als een van de betrokken onderzoekers stond ik daar oog in oog met de verschillende onderdelen die van de grond af niet waren te zien. Daar kreeg ik uitleg over de vondst van minieme kleursporen wat er toe heeft geleid dat de buitenpolychromie voor een groot deel is hersteld. Daar werd ik op een wel heel directe manier geconfronteerd met onvoltooide, brute halffabricaten en zelfs misbaksels die bij zo’n verheven bouwwerk als een kathedraal eigenlijk niet passen. Daar zag je ook het vakmanschap van de baksteenpolychromie en het spannende verschiet waarin verschillende elementen hand over hand in een klimmende beweging omhoog stuwen naar het meest majestueuze onderdeel: de groenkoperen koepel. Alleen al het complexe spel van architectonische hoofdlijnen en verfijnde detaillering is een studie waard.


Samenvatting 'De nieuwe Bavo te Haarlem' | Op de steigers
afb. 2 Op de steiger zie je de dingen in heel andere dimensies. Maar het is vooral de sfeer die je niet loslaat. Een bijzondere plek tussen hemel en aarde.

Samenvatting ‘De nieuwe Bavo te Haarlem’ | Wat kan ik vinden in dit boek?

Licht — Niet alleen de twee genoemde thema’s komen aan bod, want er speelt meer dan alleen de polychromie en de onvoltooide elementen. Ze gaven wel de richting aan van enkele andere bijzonderheden. Allereerst de opmerkelijke visie van Joseph Cuypers op licht in architectuur. Ik haal een klein stukje aan uit een van zijn belangrijkste artikelen over de nieuwe Bavo. Eerst vertelt hij over de sterke horizontale lijnen in de historische gebouwen van Nederland. Ons land is vlak en dat geldt ook voor de architectuur.

  • ‘Moet daarin niet worden erkend de weerspiegeling van wat het Hollandsche landschap dien ouden bouwmeesters te zien en te voelen gaf — eene groote ruimte, afgeteekend door fijne, teere profielen aan den horizon, zonder scherpe kleuren of harde contrasten: eene ruimte niet omschreven door krachtige bergruggen, maar voelbaar door de tinteling der atmosfeer en de afbleekende tonen van ’t geboomte onzer polders?’[4]

Pas toen ik dit las, realiseerde ik me dat Joseph niet alleen een Limburger is, maar ook een Hollandse jongen! Zijn vader, ja, dat was een echt ‘Remunsje jung’, maar Joseph had een Amsterdamse moeder, grootvader en overgrootvader en voelde zich dus ook Hollander. Zelf zou hij zeggen dat hij van zijn moeder een ‘Hollandsch gemoed’ erfde en van zijn Limburgse vader het ‘harmonisch kunst-inzicht’.[5] Het beste dus van twee werelden.

Wat betekende dit in de praktijk? Dat hij brak met het ideaal van de zwaar gekleurde, donkere Chartresachtige glazen omdat hij het licht van het Hollandse polderlandschap naar binnen wilde halen. Zo ontwikkelde hij een nieuw concept dat je als de architectonische variant van het impressionisme zou kunnen betitelen. Want lichtinval is iets dat elk moment verandert. En daardoor heb je eigenlijk niet met één gebouw te maken, maar met een hele serie gebouwen die ieder moment van aanzien veranderen. Een belangrijke inspiratiebron hiervoor was vrijwel zeker de beroemde reeks van Monet, van de kathedraal van Rouen. Die laat prachtig zien hoeveel verschillende gebouwen één kathedraal vormt op de verschillende momenten van de dag.[6]


Samenvatting 'De nieuwe Bavo te Haarlem' | Instantaneité
afb. 3 Claude Monet, Cathédrale de Rouen (1892-1894)

De Unvollendete — De onvoltooide elementen, misbaksels en halffabricaten worden in het boek behandeld als onderdeel van de Unvollendete, onder verwijzing naar de beroemde symfonie van Schubert. Nu was Joseph Cuypers een beelddenker, geen filosoof. Ook al zou je het niet (of misschien juist wel) zeggen na het poëtische stukje dat ik net aanhaalde: hij dacht vooral in beelden en niet in woorden. En dat is wat al die onvoltooide stukken steen laten zien: hoe Joseph Cuypers als beelddenker een filosofisch concept wist te verwerken. In dit geval gaat het om een denkbeeld van Thomas van Aquino die hierbij weer steunde op Aristoteles. Kort door de bocht kun je stellen dat alles wat bestaat één grote bulk potentie is: alleen zo kun je verklaren hoe het mogelijk is dat iets is en op hetzelfde moment iets anders aan het worden is. Als we alleen al naar ons zelf kijken zijn we voortdurend in staat van verandering: we zijn niet helemaal meer wat we waren, maar ook nog niet helemaal wat we het aan het worden zijn. En het mooie hiervan is dat we ieder moment keuzes kunnen maken. Dat is precies wat uitgedrukt wordt door de Unvollendete: de potentie om na het wordingsproces tot een bepaald stadium doorlopen te hebben, iets anders te worden. En dat iets anders maakt deel uit van een eindeloos scala aan mogelijkheden. Al die mogelijkheden zitten in ons, net zoals in de steen direct uit de groeve een eindeloze hoeveelheid beelden zit besloten.[7]


Samenvatting 'De nieuwe Bavo te Haarlem' | Die Unvollendete
afb. 4 De Unvollendete bestaat uit rudimentair beeldhouwwerk, halffabrikaten en misbaksels

Oriëntalisme — De kathedraal valt op door sterk oosters aandoende patronen en ornamenten, met de koepel als meest in het oog lopende uitdrukkingsvorm. Deze aandacht van Joseph Cuypers voor, zoals hij het zelf noemde, ‘Spaansch-Arabische motieven’ heeft niet alleen te maken met de erkenning van de inheemse architectuur van het heilige Land als inspiratiebron van christelijke cultuur, maar is opnieuw sterk beïnvloed door de figuur van Thomas van Aquino. Want zoals deze wijsgeer de geschriften van Aristoteles te danken had aan de islamitische denkers van Arabische signatuur, ontleende Joseph Cuypers daar een onderscheidend deel van zijn vormenschat aan.[8]

Polychromie — Er wordt wel gezegd dat dit oriëntalisme ook tot uitdrukking komt in de kleuren. En hoewel er zeker enige overeenkomsten zijn, steunt Joseph Cuypers hier toch vooral op de Farbenlehre van Goethe – de dichter, ja ! – en het onderzoek van Viollet-le-Duc; om de enorme ervaring van zijn vader op dit gebied niet te vergeten. Vooral de buitenpolychromie is heel bijzonder, omdat we van dit type geen enkel ander voorbeeld in Nederland (meer?) hebben. Voor de oorlog moet die voor een groot deel al zijn verweerd, want in het collectieve geheugen van Haarlem was geen enkele herinnering meer aan de eertijds rijke tooi van de torens, gevels en steunberen van de kathedraal. De polychromie werd ondersteund door verguldsel dat het licht en de kleuren reflecteerde, zoals ook aan de binnenkant gebeurde door middel van glanselementen als terracotta, edelsmeedwerk, mozaïeken en noem maar op.[9]


Samenvatting 'De nieuwe Bavo te Haarlem' | De bruid
afb. 5 Van de buitenpolychromie van de nieuwe Bavo was nauwelijks nog iets over.

Catechismus en Biblia pauperum — Ook de latere bisschop Callier was intensief bezig met het gedachtegoed van Thomas van Aquino. Hij liet zich zelfs vereeuwigen in het beeld van deze heilige bij het heilig Hartaltaar. Anders dan de architect was hij geen beelddenker, maar vooral een docent die elementaire geloofswaarheden, vervat in de catechismus, over het voetlicht wilde brengen. Daarvoor koos hij onder meer de systematiek van de middeleeuwse Biblia pauperum (armenbijbel), waarvan in het bisdom nog verschillende originele exemplaren bestonden, zoals in de Grote Kerk van Laren. Callier wist heel goed dat hij zijn ideeën niet kon realiseren zonder de tussenkomst van de uitvoerende kunstenaar, die hij dan ook een bijzondere status toekende. Zo werd zijn haast persoonlijke beeldhouwer, Johannes Maas, getypeerd als ‘priester van het Schoone’. Het geeft aan dat kunstenaars en geestelijken tijdens de bouw een bijna gelijkwaardige status hadden. Bijna, want uiteindelijk voelde de geestelijkheid zich toch ver verheven en bevoorrecht boven de leken. Wel kon de kunstenaar net als een geestelijke als een ingewijde worden beschouwd, iemand die door zijn scheppingsvermogen, kennis en inspiratie dieper doordrong tot de goddelijke geheimen dan de gewone gelovige.[10]

Netwerk en De Heilige Linie — Om het verhaal over de verschillende actoren in te kaderen, is zowel aandacht besteed aan het netwerk waarin zij verkeerden, als aan de gemene deler die onder het programma lag, het handboek over kerkbouwsymboliek van Josephs peetoom, J.A. Alberdingk Thijm, De Heilige Linie (1858).[11] Om te beginnen komt dit tot uitdrukking in de oriëntatie van de kerk, maar er spelen nog talloze andere thema’s mee die onder meer leidden tot de ontdekking van de bruid van het oosten en de bruid van het westen.[12]

Ervaring

Wat heeft het nu zo bijzonder gemaakt om dit boek te schrijven. Sowieso was het fantastisch om dit onderzoek te mogen doen, me te verdiepen in de verschillende persoonlijkheden die direct en zijdelings bij het project van 1895 tot 1930 waren betrokken – wat heb ik veel mensen leren kennen! – en bezig te kunnen zijn met alles wat zich op ons netvlies ontvouwt. Want daar gaat het per slot van rekening bij een kunsthistoricus om: om het visuele spel dat zich voor onze ogen afspeelt dankzij de kunst die door mensenhanden tot stand is gebracht. Maar wat dit boek toch wel extra bijzonder maakt, is dat ik het tijdens de restauratie heb mogen schrijven. En dat is behoorlijk apart in Nederland, want meestal gebeurt zoiets als het werk gedaan is. Dan kun je in principe al niet meer achter de schermen, of liever, vanaf de steigers kijken. Vooral dat laatste heeft dit me bij dit boek veel gebracht. Zo vond bij het herstel van de polychromie een directe wisselwerking plaats tussen onderzoek, schrijven en restaureren, waarbij over en weer een verdiepingsslag plaatsvond. Maar ook de gelukkige situatie dat het gebouw vanaf de steigers bestudeerd kon worden, leverde kennis en inzichten op die zonder dat onmogelijk zouden zijn geweest.


Samenvatting 'De nieuwe Bavo te Haarlem' | Jan Dibbets
afb. 6 Jan Dibbets (centraal met de stok) ontwierp eigentijdse glazen voor het schip van de nieuwe Bavo.

Lest best was het heel speciaal dat er een wisselwerking was met levende kunstenaars over hun recente bijdrage aan de kathedraal. Wat dacht je van de glazen van Jan Dibbets in het schip, de glasobjecten van Marc Mulders in de doopkapel of het mozaïek van Gijs Frieling bij de Sacramentskapel, allemaal na een proces van denken en overleggen tot stand gekomen in 2016. Hierbij speelde op de achtergrond de iconografische inbreng van de plebaan, met wie ik over actuele beeldprogramma’s kon praten: niet iets van gisteren, maar van vandaag, alhoewel uiteraard wel diep geworteld in de traditie. En zo vonden verschillende gesprekken plaats met de actoren van nu, variërend van de voorzitter van de Stichting Kathedrale Basiliek Sint Bavo tot de koster en de conservator van het KathedraalMuseum; van de architect en de opzichter tot de metselaar; van de kleurhistoricus tot de meesterschilder. Deel uitmaken van een team, vergelijkbaar met dat wat de Bavo ooit tot stand bracht. Je kunt het slechter treffen als onderzoeker en schrijver.

;-) B(&M)

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


Sociale media en erfgoed als de nieuwe Bavo/KoepelKathedraal

VanHellenbergHubar.Org zet sociale media zowel in om nieuws over kunst, cultuur & erfgoed te delen als om vragen te stellen en zo kennis te vergaren. Met betrekking tot dit project kun je een overzicht vinden in de serie ‘Kunst met de kleine en de grote K in de nieuwe Bavo’. Daartoe behoort ook deze samenvatting die op 25 november 2015 is gepubliceerd op het platform if then is now: http://bit.ly/Ifthenisnow-Bavo. Daarna volgde In 2016 bij gelegenheid van de verschijning van het boek tot tweemaal toe een analoge druk, en wel in Vakblad Vitruvius en in de periodiek met restauratienieuws over de nieuwe Bavo, In de steigers.

Jammer genoeg bestond destijds nog niet de optie van het Twittermoment – waarvan op dit moment (juli 2019) de vraag is hoe lang dat nog blijft bestaan – maar enkele tweets zijn verzameld onder deze link

Sinds 2018 hebben we een Facebookpagina als ankerpunt voor de berichten op de sociale media: http://bit.ly/VanHHOrg2FB

Ga eens kijken en ‘like’ onze pagina, zodat de berichten over onderwerpen als de nieuwe Bavo/KoepelKathedraal, kunstenaars als Joseph Cuypers en architectuur en kunst uit de laten negentiende en twintigste eeuw een nog grotere actieradius bereiken!

Delen is ons motto, dus iedereen mag gebruik maken van de gegevens die hier staan, maar wel binnen de termen van de Creative Commons licentie.*

Over delen gesproken, je kunt ons en andere onderzoekers helpen door deze pagina te delen via de knop delen onderaan de pagina.

*

Noten & beeldmateriaal

Beeldmateriaal in de tekst

  • afb. 1 Deze collage is gemaakt aan de hand van reprovrij beeldmateriaal uit het eerste boek over de nieuwe Bavo: M.A. Thompson, De nieuwe kathedrale kerk ‘St. Bavo’ te Haarlem. Bouwgeschiedenis, constructie en symboliek, Haarlem 1898. De portretten zijn van de hand van Theo Molkenboer.
  • afb. 2 Deze collage is gemaakt met foto’s van Bernadette van Hellenberg Hubar.
  • afb. 3 Deze collage is gemaakt aan de hand van reprovrij beeldmateriaal, afkomstig van Wikimedia Commons (zoektermen: Monet, Cathédral Rouen).
  • afb. 4 Deze collage is gemaakt met foto’s van Bernadette van Hellenberg Hubar.
  • afb. 5 Deze collage is gemaakt aan de hand van foto’s van Bernadette van Hellenberg Hubar en Jojanneke Post van Davique Sierschilderwerken.
  • afb. 6 Deze collega is gemaakt met foto’s van Judith Bohan en Bernadette van Hellenberg Hubar, en met een projectie van Van Hoogevest Architecten en een scan van Haarlems Dagblad.
  • Voor deze site hanteren we de Creative Commons licentie, gespecificeerd onder deze link: http://bit.ly/Copyright-CC-BY-NC-SA-4-0. Dus geen commercieel gebruik en absoluut naamsvermelding, zoals geldt voor al onze teksten en foto’s op onze sites. Hiertoe rekenen we ook onze pagina’s op Facebook en Blogger. Voor de goede orde, alles wat ten dienste komt van kennisverspreiding, beheer en behoud van erfgoed zonderen we uit van commercieel gebruik.

Noten

[1]    Zie de uitleg van Arjen Looyenga in Erftemeijer e.a., Getooid als een bruid, pp. 44-58. De vennootschap van Joseph Cuypers en Jan Stuyt duurde van 1898 tot 1909 en niet, zoals vaak wordt gedacht van 1900 tot 1908 (vriendelijke mededeling Agnes van der Linden, onder verwijzing naar haar boek: Vrienden van Jan Stuyt en Louise Barozzi: Bijdragen aan een album anno 1928, Nijmegen 2015, p.86).

[2]    Bernadette van Hellenberg Hubar, ‘Hommage aan het team’, op: vanhellenberghubar.org, http://wp.me/P4eh3s-7q (2013).

[3]    Eggenkamp, Wim, ‘Restauratie Kathedrale complex van Sint Bavo halverwege’, in: Haerlem Jaarboek 2014, Haarlem 2015, pp. 133-179.

[4]    Hubar, Ad orientem, paragraaf 6.2.5 ‘De invloed van Goethe’.

[5]    Erftemeijer e.a., Getooid als een bruid, p. 214.

[6]    Hubar, Ad orientem, paragraaf 6.4 ‘Licht en atmosfeer’.

[7]    Hubar, Ad orientem, paragraaf 4.2 ‘De graden van volmaaktheid (Thomas van Aquino)’.

[8]    Hubar, Ad orientem, hoofdstuk 7 ‘De koepel als epiloog’.

[9]    Hubar, Ad orientem, paragraaf 6.1 ‘De juwelen van de bruid’.

[10]   Hubar, Ad orientem, hoofdstuk 5 ‘Te Deum laudamus’.

[11]   Hubar, Ad orientem, hoofdstuk 2 ‘Acte de présence’. Ibidem, hoofdstuk 3 ‘De Heilige Linie’.

[12]   Hubar, Ad orientem, paragraaf 3.4 ‘De onzichtbare patrones’.

Verkorte link: http://bit.ly/2bPlZXW-nBavo

En dan zijn er ook nog fragmenten!

Dit is een doorlinkpagina naar de post: En nu de fragmenten …

Trefwoorden:

benedictijnen, boek, Brunssum, Clemenskerk, fragmenten, heiligen, Hermann Renzel, Merkelbeek, Romanus Jacobs, SRAL, Verhalen op de muur, schilderingen, polychromie, decoratief, glas-in-lood, iconografie, kerk, monumentale schilderkunst, muurschilderingen, restauratie, symboliek, uitmonstering

Clemenskerk te Merkelbeek


De Clemenskerk te Merkelbeek feestelijk in gebruik genomen!

Op zaterdag 22 november 2014 is de Clemenskerk te Merkelbeek (gemeente Brunssum) officieel heropend door de gouverneur van Limburg, Theo Bovens. Op dit moment is de kerk alleen voor groepen op aanvraag via info@clemensdomein.nl toegankelijk. Binnenkort echter staat de deur enkele dagen per week voor iedereen open. Dankzij een handige folder kun je er kennis maken met de benedictijner schilderingen van abt Hermann Renzel (verhaalllijn) en dom Romanus Jacobs (uitvoering) uit 1901. Na de bezichtiging ben je welkom om na te genieten met een kopje koffie of een andere versnapering in het informatiecentrum naast de kerk. Daar is ook een uitdraai van het digitale boek te koop:

Bernadette van Hellenberg Hubar, Verhalen op de muur, De schilderingen in de Clemenskerk van Merkelbeek, Brunssum 2014 (ISBN: 978-90-820976-1-0).

Voor een inkijkexemplaar volg je deze link.

Op de site www.clemensdomein.nl kun je meer informatie over de openingstijden en andere bezienswaardigheden vinden.

Omslag van mijn boek 'Verhalen op de muur' (2014), Clemenskerk te Merkelbeek.
De omslag van mijn digitale boek ‘Verhalen op de muur’ (2014), over de schilderingen in de Clemenskerk te Merkelbeek. Foto’s: Emile Verheijden, 2014. Vormgeving: Els Gulpen, 2014. 

Projectsignalement

Na het verschijnen van De genade van de steiger zijn opvallend veel nieuwe – onbekende – monumentale uitmonsteringen gesignaleerd. Dat geldt onder meer voor de Clemenskerk te Merkelbeek, die in 1901 werd beschilderd door de uit Duitsland afkomstige benedictijn dom Romanus Jacobs, toen 21 jaar oud. Je zou verwachten dat dit de sfeer zou ademen van de invloedrijke Beuroner school, de stroming die zich ontwikkeld had binnen de muren van de benedictijner abdij te Beuron, maar zo eenvoudig ligt het niet. Het gaat om krachtig weergegeven, haast geportretteerde heiligen, gevat in medaillons die op hun beurt in neogotisch geïnspireerd, decoratief sjabloonwerk opgenomen zijn. Naar achteraf is gebleken, geldt voor de jonge kunstenaar hetzelfde als voor veel van zijn Nederlandse vakgenoten: hij liet zich wel inspireren door zijn Beuroner confraters, maar koos voor eigen oplossingen. Zeer waarschijnlijk heeft zijn abt, Hermann Renzel die vrijwel zeker het decoratieprogramma van de schilderingen bedacht, hem hierbij aangestuurd.

Bij het onderzoek, dat ik in opdracht van de gemeente Brunssum voor een publicatie verricht, worden uiteraard ook de oudere afwerklagen betrokken die dateren vanaf de achttiende eeuw. De restauratie van het werk werd uitgevoerd door de SRAL, onder leiding van drs Angelique Friedrichs. Het is inmiddels voltooid.

Clemenskerk Merkelbeek met Angelique Friedrichs van de SRAL en Bernadette van Hellenberg Hubar

De schildering van koning David van dom Romanus Jacobs in de Clemenskerk te Merkelbeek, met restaurator Angelique Friedrichs van de SRAL (links) en Bernadette van Hellenberg Hubar (foto: Marij Coenen, november 2013).

Locatiegegevens

Clemenskerk | Bezoekerscentrum
Groeneweg 2 | Groeneweg 4
6441 LL Merkelbeek

Coördinaten:
50° 57′ 24″ NB, 5° 57′ 33″ OL

De verkorte link van deze pagina is http://bit.ly/VHH2Clemenskerk.

Tussen Pasen en 4 en 5 mei 2014

Charles Eyck, Christus' verrijzenis (circa 1933).

Charles Eyck, Christus’ opstanding uit het graf in de crypte van de kerkhofkapel van Barbara in Utrecht (circa 1933). Deze muurschildering vormt een evocatieve weergave van het wonder dat met Pasen wordt gevierd.* Herkomst: Beeldbank RCE-Pixelpolder.

Associaties hebben de hebbelijkheid om zomaar, zonder waarschuwing binnen te vallen. Of het toeval is of niet – ‘nee’, zou Harry Mulisch* zeggen – Pasen valt dit jaar op een datum die behoorlijk dicht bij 4 en 5 mei ligt. Zo vieren we vandaag de verrijzenis van Christus en de overwinning op de dood en herdenken we over enkele weken al die mensen die de dood hebben gevonden in de oorlog. Zij mochten de overwinning niet meer beleven. Een Joodse man stierf aan het kruis en ontsloot een rijk dat niet van deze wereld is, miljoenen van zijn volk werden uitgemoord omdat er voor hen geen plaats was in een rijk dat wel van deze aarde was. Of, zoals Anton van Duinkerken het zo fijntjes voorhield aan NSB-voorrman A.A. Mussert:

Jawel, mijnheer ik noem mij Katholiek,
en twintig eeuwen kunnen ’t woord verklaren
aan u en aan uw opgewonden kliek,
die blij mag zijn met twintig volle jaren, (…)*

Maar in die ruim twintig volle jaren slaagde die opgewonden kliek er wel in genocide van een ongekend formaat te plegen. En nog altijd heb je mensen die denken dat dat het loon was van een volk dat de Messias de rug toekeerde. Hoewel Mulisch dat nogmaals stellig zou weerspreken, kreeg ik bij toeval van Hein Jan van Ogtrop zijn boek over het leerhuis van Matteüs* — jawel, diezelfde Matteüs wiens passieverhaal op muziek van Bach de afgelopen dagen zo intensief beluisterd is. Het bleek een mooie voorbereiding op de Paasdagen. Een van de verhalen die mij trof, ging over de hardnekkige beeldvorming dat het Joodse volk zich tegen de Verlosser had gekeerd. Het geeft maar weer aan hoe gevaarlijk generaliseren is, want de opgewonden menigte die voor Pilatus stond, had weinig te maken met de hordes mensen die naar Christus kwamen luisteren tijdens zijn tournee door het land.* Denk alleen al aan de wonderbaarlijke vermenigvuldiging van vis en brood. Dit verhaal kan dus bij het grof vuil gezet worden en al helemaal niet aangehaald om Auschwitz te verklaren.

Matthieu Wiegman Obrechtkerk

Matthieu Wiegman, De wonderbaarlijke vermenigvuldiging van vis en
brood (1936) tegen de kopwand van het zuidertransept van de Obrechtkerk te Amsterdam.*
Herkomst: Beeldbank RCE-Pixelpolder.

Zoals veel mensen Pasen voorbereiden door te lezen, te luisteren en te kijken, zou je dat ook met 4 en 5 mei kunnen doen. Ik ga niet beweren dat het boek synchroon loopt met wat de evangelisten ons vertellen over de laatste dagen van Christus, maar dat het een passieverhaal is, staat buiten kijf: Terugkeer ongewenst van Charles Lewinsky over de Joodse acteur en regisseur Kurt Gerson (toneelnaam Gerron).* Er is al het nodige over deze roman geschreven, waarbij vooral de nadruk wordt gelegd op een vertrouwensconflict dat ook Jezus niet vreemd was, toen hij God vroeg om de beker te laten passeren. Of Gerson die beker wel of niet uitdronk kan hier niet beantwoord worden zonder het plot te bederven. Is het toeval of niet – ‘nee’, hoor ik Mulisch voor de derde maal zeggen – maar de vergelijking die zich bij mij opdrong was die met de staties van de kruisweg: zoals Jezus de via dolorosa nam, nam Gerson de straten van Theresienstadt, zonder kruis, maar met een camera en in de stellige hoop op een verlossing in het hier en nu.

B.

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!

Omslag van Charles Lewinsky, Terugkeer ongewenst, 2012, ontleend aan de site van bol.com (2014).

Bronnen

Het teken * in de bovenstaande tekst verwijst naar bronnen die hierna vermeld worden:

  • Duinkerken, Anton van (pseudoniem W.J.N. Asselbergs), Ballade van den katholiek (1935), te vinden onder deze link.
  • Hubar, Bernadette van Hellenberg, Angelique Friedrichs en Gerard van Wezel, De genade van de steiger, monumentale kerkelijke schilderkunst in het interbellum, Walburg Pers, 2013.
  • Lewinsky, Charles, Terugkeer ongewenst, Uitgeverij Signatuur, 2012.
  • Mulish, Harry, De ontdekking van de hemel, Bezige Bij, 1992.
  • Ogtrop, Hein Jan van, In het leerhuis van Matteüs, de schriftlezingen van de liturgie van de zondag in hun relatie met het joodse geloofsgetuigenis A-jaar, Katholieke Bijbelstichting, 1993.

Tijd en slijt | Medersa Ben Youssef in Marrakesh

Tijd en slijt

Tijd en slijt gaat over de deels uitgevaagde lettertekens op het houtwerk van de Medersa Ben Youssef | Ben Joesoefmadrassa te Marrakesh. Foto bvhh.nu 2014.

Tijd en slijt gaat over de deels uitgevaagde lettertekens op het houtwerk van de Medersa Ben Youssef | Ben Joesoefmadrassa te Marrakesh. Foto bvhh.nu 2014.

Een stenen kleed
weefsels van lettertekens
en siermotieven
onvoltooid of weggesleten
stokt het verhaal
waar letters hun zeggingskracht
in vegen
en krassen
door de tijd verliezen
projecteren schaduwlijnen
hun zinnen er dwars tegenin
Zo verschijnen en verdwijnen
de verhalen als
een temporeel proces
in dit boek van steen
lang van stof
voegen de seizoenen
aan
al die regels
steeds meer toe
aan tijd en slijt

Verweerde letters in het houtwerk wisselen de ornamenten af bij de Medersa Ben Youssef | Ben Joesoefmadrassa te Marrakesh. Foto bvhh.nu 2014.

Het weefsel van het stenen kleed is met letters en arabesken bezaaid bij de Medersa Ben Youssef | Ben Joesoefmadrassa te Marrakesh. Foto bvhh.nu 2014.

________________________

Post scriptum

Er is zoveel wat onze culturen bindt! Ook motieven als het gebouw als boek en muren als weefsels kennen we in onze architectuurtraditie. Dit laatste thema valt te herleiden tot de oudtestamentische tent boven de Ark des Verbonds die ook in de koran wordt genoemd: het constructieve raamwerk van het gebouw vormt de tentstokken, de niet dragende muren staan voor het doek. In 1858 zou J.A. Alberdingk Thijm deze architectonische metafoor bevestigen in zijn naslagwerk over de kerkbouwsymboliek, De Heilige Linie. Hierin komen we ook een aantal keren de vergelijking tegen van het kerkgebouw als boek der leken die door Gregorius de Grote is bedacht.* 

Op dit punt scheiden zich de wegen, want in het christelijke kamp werden daarmee de afbeeldingen bedoeld die in de islam verboden waren. In beide culturen werd de metafoor van het gebouw als een educatief boek vooral uitgedrukt door de muren, bogen en stijlen letterlijk met leestekens te overdekken, zoals in de medersa. Het betreft hier namen, begrippen, spreuken en heilwensen, zoals Allah (vaak als palindroom), vrede, ‘Eer aan God’, ‘Het koningschap behoort aan God’. Maar ook de stichters en het bouwjaar – 972 in de islamitische jaartelling, dus 1564-65 na Christus – staan bij de inscripties tussen de arabesken vermeldt. Verder zijn in de gebedsruimte bij de mihrab verzen uit de koran weergegeven. Heel poëtisch is de inscriptie bij de voorhal: ‘Ik (de architectuur) heb door de schoonheid die geschapen werd voor mijn verfraaiing het aanzien van een sieraad gekregen en mijn halssnoer volstond om me te tooien en te bedekken’.*

Nolens volens herinnert dit aan de vrouwelijke metaforiek van de architectuur die door het christendom van het Oude Testament is overgenomen en vooral tot uitdrukking komt in de vele titels van Maria. Een bijzonder voorbeeld is de nieuwe Bavo van Joseph Cuypers (1895-1930), die als enige (kathedrale) kerk in Nederland het motto draagt: ‘Getooid als een bruid’ (ontleend aan de Apocalyps en het Hooglied).* Alleen al op het punt van de architectuursymboliek valt er nog heel wat te onderzoeken over de relatie tussen de twee culturen.

In Tijd en slijt staat de taligheid van het gebouw centraal, de metafoor van het gebouw als een boek bij de Medersa Ben Youssef | Ben Joesoefmadrassa te Marrakesh. Een symboliek die oost en west delen! Hier zie je de kalligrafie van gewijde en andere teksten gebeiteld en gebakken in steen. Foto bvhh.nu 2014.

In Tijd en slijt staat de taligheid van het gebouw centraal, de metafoor van het gebouw als een boek bij de Medersa Ben Youssef | Ben Joesoefmadrassa te Marrakesh. Een symboliek die oost en west delen! Hier zie je de kalligrafie van gewijde en andere teksten gebeiteld en gebakken in steen. Foto bvhh.nu 2014.

Wie o wie gaat hier een diepgaande studie van maken? Met zoveel Marokkaanse medelanders zou zoiets toch tot de mogelijkheden moeten behoren? Opnieuw zal dan blijken dat cultuur een geweldige bruggenbouwer is.

B.

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


Bronnen en verdere informatie

De * in de tekst hierboven verwijst naar de volgende bronnen (volledige titels zijn te vinden in de bibliografie):

  • Zie ook de gedichten LeegteAtomen en Op het oosten in deze cyclus. Voor informatie over de Ben Joesoefmadrassa (1570), een van de belangrijkste Koranscholen in de islamitische wereld destijds, zie het lemma op Wikipedia en het hieronder geciteerde boek uit 1999.
  • Hubar, De nieuwe Bavo te Haarlem (2016). Wil je weten op welke pagina’s de betreffende begrippen in het boek zijn behandeld, bezoek dan het register op deze site.
  • Voor De Heilige Linie van Thijm, zie mijn blog onder deze link (daar kun je het boek ook downloaden).
  • Triki, Hamid en Alain Dovifat, Medersa de Marrakech, met bijdragen van Yves Pochy en Jacques Vignaud, Rigueur et modernité, en Jean-Paul Saint-Aubin, L’image et la realité de l’architecture, Parijs 1999.
  • Hoe kwam ik er ook alweer bij om gedichten te schrijven?

Ben je in Marrakesh, dan moet je zeker een kijkje gaan nemen bij de Medersa Ben Youssef:

Dit item kan geciteerd worden als: Hubar, Bernadette van Hellenberg. “Tijd en slijt”. VanHellenbergHubar.org (blog), 2014. http://bit.ly/1Ot7KGN-GOM.

Verkorte link van dit item: http://bit.ly/1Ot7KGN-GOM

Unieke hashtag: #GOM.1Ot7KGN

← Terug naar de hoofdpagina!

Arbeid & Bezieling bij het Rijksmuseum (proefschrift)

Arbeid & Bezieling | Masterclass Open Universiteit over het Rijksmuseum

Presentatie 12 mei 2017 over het Rijksmuseum voor een masterclass van de Open Universiteit. Collage bvhh.nu 2017.

Nota bene — Binnenkort is deze #presentatie weer te zien op deze pagina. Tot die tijd kun je haar bekijken via deze link. Je kunt de dia’s op je gemak doornemen door op de pauzeknop te klikken en er met de pijltjes doorheen te gaan.

Arbeid & Bezieling — De presentatie hierboven is gebaseerd op mijn proefschrift Arbeid & Bezieling dat in het bijzonder gaat over het programma van de voorgevel van het Rijksmuseum.[1] Aan de hand van dit verhaal heb ik uitleg gegeven aan de masterclass van de Open Universiteit over de invloed van het Rijksmuseum op onze interpretatie van de renaissance (en de middeleeuwen) als nationale cultuurdrager(s). Deze bijeenkomst stond onder leiding van professor dr. Paul van den Akker van de Open Universiteit (12 mei 2017 en 3 mei 2019), die zelf een lezing gaf over ons beeld van de renaissancestad bij uitstek, Florence. Het was een plezierige bijeenkomst die in 2017 voortgezet werd op locatie bij het Rijksmuseum. Het is één ding om een presentatie te geven en weer een ander om het onderwerp daarvan met eigen ogen te kunnen bekijken. Dat leidde tot een aantal interessante vragen en discussie. Bij de rondwandeling is ook ingegaan op verschillende aspecten van de afgelopen restauratie.

Spijtig genoeg kon ik in 2019 fysiek niet bij de masterclass aanwezig zijn. Het bleek wel een uitgelezen aanleiding om voor het eerst een presentatie on line via Skype te geven. Dat ging veel beter dan ik had verwacht, vooral door de dialoog tijdens het verhaal met Paul van den Akker.

De presentatie kan als PDF gedownload worden via deze link: http://bit.ly/Rijksmuseum-OU-12mei17.

Hoewel het in 2017 tot in de middag pijpenstelen regende, kwam gelukkig op tijd de zon door. Zou het dan toch geholpen hebben om een worst aan de heilige Clara te beloven?[2] 

Aan de hand van de Engelse samenvatting hieronder kun je een eerste indruk opdoen van Arbeid & Bezieling.

;-) B.[3] 

Masterclass Open Universiteit bij het Rijksmuseum (2017).

Masterclass Open Universiteit bij het Rijksmuseum: uitleg van de topgevel met Arbeid & Bezieling (2017).

Naar aanleiding van de presentatie:

  • Op het bezoek van Albrecht Dürer aan Den Bosch wordt kort ingegaan in deze blog. Van het item over Jeroen Bosch is inmiddels een apart webartikel gemaakt.
  • Over het fenomeen gipsafgietsel heeft Hanno van der Lans een lemma gemaakt voor Wikipedia. Hij heeft daarvoor onder meer gebruik gemaakt van mijn artikel over het Rijksmuseum – het Nederlandsch Museum voor Geschiedenis en Kunst en de collectie gipsafgietsels – uit 1983: http://bit.ly/Hubar-gipsafgietsels.

Karel van Manderprijs

29 maart 1995 promoveerde ik aan de Katholieke Universiteit van Nijmegen op het proefschrift Arbeid & Bezieling, de esthetica van P.J.H. Cuypers, J.A. Alberdingk Thijm en V.E.L. de Stuers, en de voorgevel van het Rijksmuseum. Daarna zou het nog twee jaar duren eer de handelseditie van het proefschrift uitkwam. Het was een hele eer dat het werk in datzelfde jaar, 1997, bekroond werd met de Karel van Manderprijs voor beste boek op het gebied van architectuurgeschiedenis en beeldhouwkunst van de Vereniging van Nederlandse Kunsthistorici (VNK).

Dat het die onderscheiding ontving, mag best een wonder heten, want het is een buitengewoon complexe studie. Ik heb nooit meer iets geschreven dat zo ingewikkeld is: in de beste tradities van de grote iconoloog Erwin Panofsky is op grond van kunsttheoretische, filosofische, theologische en architectuurhistorische bronnen getraceerd, wat mogelijkerwijs achter het beeldprogramma van de voorgevel van het Rijksmuseum schuilgaat. Ook andere delen van het museumgebouw zijn daarbij betrokken, maar het accent ligt op de façade aan de Stadhouderskade die als een compendium in steen opgevat kan worden van de opvattingen van het driemanschap Cuypers, Thijm en De Stuers. Hoe ik dit onderzoek heb aangepakt kun je lezen in de inleiding die de veelzeggende titel draagt: Een poging in de kunst.[4]

Een van mijn dromen is om op basis van Arbeid & Bezieling een klein, makkelijk toegankelijk boekje te schrijven over de buitenkant van het Rijksmuseum, zodat de bezoeker met dit bijzondere programma kennis kan maken. Tot het zover is, nodig ik je graag uit om onderstaande samenvatting te lezen.

Het Rijksmuseum van Pierre J.H. Cuypers (1875-1885)

Het Rijksmuseum kort na de opening in 1885. Aan de voet van de gelijkzijdige, centrale topgevel zitten de beelden van Arbeid & Bezieling (herkomst: het Nieuwe Instituut te Rotterdam, waar het archief van de firma Cuypers & Co ligt)

Labour and Inspiration

An iconological interpretation of the façade of the Amsterdam Rijksmuseum based on the aesthetics of P.J.H. Cuypers, J.A. Alberdingk Thijm and V.E.L. de Stuers

Bernadette van Hellenberg Hubar

Labour and Inspiration (Arbeid en Bezieling) is a study of the theories on the active and passive process of artistic creation of P.J.H. Cuypers, J.A. Alberdingk Thijm and V.E.L. de Stuers as they were expressed in the sculpture of the façade of the Rijksmuseum in Amsterdam and the decoration of the Arts & Crafts School in Roermond. Although in both cases the design of the ornament was supervised by Cuypers, the programme of meanings to be expressed in and through the deco­ration was devised in frequent consultations between the aesthetician and man of letters Alberdingk Thijm , the civil servant De Stuers and the architect Cuypers. In order to present their theories on both the active creative process of making a work of art and the passive artistic experience of the public and to interpret their formal expression in the Rijksmuseum and the Arts & Crafts School in Roermond, the methods of iconography and iconology have been used. In spite of their draw­backs, these methods have proved themselves to be useful instruments for an inquiry into the meaning of these decoration programmes. However, it should be remarked at the outset that the aim was not to reach quasi-objective results, but to enter into a dialogue with these works of art, leading to interpretations and reflec­tions in which the role of the educated guess is openly acknowledged.

Order and Movement

Labour and Inspiration is devided into three parts, called after a triad of con­cepts which play a central role in Thijm’s view of the development of a contem­porary Christian art formed after a devine model: “the Holy Type of Unity and Multiplicity, Order and Movement, and Harmony and Diversity”. Part I (Order and Movement) presents the opinions of the three men on the practical and idealis­tic aspects of the creation and enjoyment of art. In three chapters Cuypers’ educa­tion as an architect, Thijm’s aesthetic theories and De Stuers’ policy concerning artistic education and public art collections are discussed. Each chapter is prece­ded by a short biographical sketch of the dramatis personae of this study.

A close study of the years Cuypers spent at the Académie des Beaux Arts in Antwerp reveals not only the wide range of ‑ often conflicting ‑ theories of art that prevailed in Belgium and The Netherlands in the first half of the nineteenth century, but also the artistic practice at that time. The transformation of the classi­cist ideal of the ‘universal master’ into a romantic, quasi-mediaeval ideal of the Magister operum is a central theme in this chapter; another is the discovery that Cuypers’ professors, under the influence of J.-F. Blondel’s Cours d’Architecture, held a rhetorical view of architecture which was a major factor in determining  Cuypers’ ideas on the meaning and impact of architecture, on the role of iconolo­gical programmes and on the use of building styles and ornament.

Spotprent van J.P. Holswilder op het Rijksmuseum kort na de opening in 1885.

Spotprent van J.P. Holswilder op het Rijksmuseum kort na de opening in 1885. Het geeft een aardig beeld van wie men algemeen als de bedenkers van dit al te ‘Roomsch’ aandoende overheidsgebouw zag. Het oorspronkelijke onderschrift luidt dan ook: ‘De wijding van het bisschoppelijk paleis, genaamd “Het Rijksmuseum te Amsterdam”‘. Van links naar rechts: jonkheer Victor E.L. de Stuers, Joseph A. Alberdingk Thijm en Pierre J.H. Cuypers (herkomst: KDC Nijmegen).

Thijm’s aesthetics is presented by means of a discussion of one of his most beautiful historical novellas, The Organist of the Cathedral (De Organist van den Dom, 1848). In this work Thijm combines without effort typical Renaissance motifs such as the furor poeticus and the furor melancholicus with a general ro­mantic and catholic atmosphere, thus throwing new light on the mediaeval Cathe­dral of Utrecht, where the action takes place.

To end Part I, De Stuers’ cultural and educational policy is discussed. Both the state-supervised national programme for schooling in the arts and crafts and the idealistic programme of the National Museum for History and Art (Nederlandsch Museum voor Geschiedenis en Kunst), a subdivision of the Rijksmuseum, were dictated by the same vision on the role of the arts and crafts in society. One of De Stuers’ preoccupations was the problem of translating a creative concept into a practicable drawing and subsequently into an artistic product; another was the appeal of the work of art on its public, whose participation is made possible by the moving effect of aesthetic experience. This rhetorical view of art, in which its capacity to move the beholder is so central, is one of the characteristics of De Stuers’ museum ideology. This ideology was partly based on the “propre musée” located at the house of Cuypers’ first mentor Charles Guillon. Both preoccupa­tions of De Stuers have clearly informed the conception of the Rijksmuseum and its annexe, the Art Training School (Oefenschool).

Pierre J.H. en Joseph Th.J. Cuypers, De Teekenschool voor Nuttige en Beeldende Kunsten te Roermond (1904-1905) was net als het Rijksmuseum iconografisch opgezet als een tempel der kunst. Dit gebouw is in het oeuvre van Cuypers als enige buiten het Rijksmuseum gesierd met voorstellingen van Arbeid en Bezieling. (Opname van nà de restauratie in 1996).

Harmony and Diversity

Part II (Harmony and Diversity) is devoted to the Arts & Crafts School in Roermond and especially to its tile decoration of images of Labour and Inspira­tion. Although the Rijksmuseum antedates the Roermond School, the latter is dis­cussed first because this offers the opportunity to present the thoroughly catholic and mediaeval pair of concepts ‘inspiration’/’conception’ and ‘labour’/’craftsman’ as the background to the partly ‘Oudhollandsche’ (Old-Dutch) and partly classicist use of these concepts in the façade of the Rijksmuseum. To begin with, the buil­ding history and the architectural composition of this Gesamtkunstwerk is elucida­ted. Because of its liveliness and subtle balance between variety and variation, movement and asymmetry it is one of the outstanding Dutch examples of ‘pictu­res­que’ architecture. Cuypers ‘picturesque’ and varied design received added lustre by the colourful decoration of the exterior, where different kinds of brick, com­plex masonry motifs, sculpture and tile pictures were used. Secondly, the pro­gramme which formed the basis of all this ornament is interpreted. The represen­tation of ‘inspiration’/’conception’ is based on Mariological metaphors as they occur in the dogma De immaculata conceptione (1854); it strongly resembles the iconography of the decorations designed by Cuypers for the piano he gave as a wedding present to his second wife, Thijm’s sister Nenny. The figure of ‘inspira­tion’/’conception’ expresses an analogy between the ‘inspiration’ of Christ in Mary and the inspiration of the creative concept in the artist. This analogy was based on the interpretation of the articles devoted to Mary by Thijm’s friend, the priest and theologian Cornelis Broere. The figure of ‘labour’/’craftsman’ on the other hand shows the romantical, ‘mediaeval’ labor ethic of the three friends, which was held up to the citizens of Roermond as a harmonious model of a pros­perous society.

De personificatie van Bezieling te Roermond

Het tegeltableau van Bezieling bij de Teekenschool voor Nuttige en Beeldende Kunsten te Roermond (1905): Bezieling is afgestemd op de traditionele iconografie van de Annunciatie en wordt weergegeven als Maria (foto: Paul Kuyt 1983).

Unity and Multiplicity

Part III, Unity and Diversity, is devoted to the iconography and iconology of the Schauseite of the Rijksmuseum. The analysis of its content and meaning is preceded by a chapter which reconstructs the development of the plan, the buil­ding history and the façade sculpture, and describes the complex. The statues of Labour and Inspiration which support the façade, are the central themes here. In Thijm’s aesthetical theory and the series of conceptual associations which form an important part of it this pair of concepts is identical with that of Matter and Spirit. ‘True’ works of art can only be created in and through their interaction. The matter and craft aspect is reflected in the complex of meanings attached to the figure of Labour-Luke-Apelles as a patron of Painting, which combination goes back in essence to the apocryphal biblical story of Saint Luke painting the Madon­na. In the representation of Labour-Luke, drawing takes precedence over painting because drawing is the visual equivalent of verbal language. Labour-Luke thus illustrates the belief of Thijm, Cuypers and De Stuers in the Renaissance notion of drawing as the mediator of Platonic Ideas. The origins of this conviction can be traced through contemporary art criticism, philosophical treatises and the ‘Oudhol­landsche’ artistic theory to the Platonist humanism of Marsilio Ficino and his classical sources.

Het beeld Arbeid in de topgevel van het Rijksmuseum (Bart van den Hove 1883).

Het beeld Arbeid in de topgevel van het Rijksmuseum kreeg van Victor de Stuers de volgende beschrijving: ‘De driehoekige topgevel is aan zijn voet besloten door twee zittende beelden, de Arbeid en de Bezieling, de voorwaarden onmisbaar tot voortbrenging van ware kunstwerken; de Arbeid is een bejaard man gebogen over zijn tafel waarop hij zijn werk teekent. Naast hem een os als zinnebeeld van den ingespannen arbeid’. Deze figuur personifieert niet alleen de tekenkunst, maar verwijst tevens naar de evangelist Lucas en de klassieke schilder Apelles. Het beeld is van de hand van Bart van den Hove (1883-1885) (foto: J.J. Kuyt, 1988).

Inspiration on the other hand turns out to be John the evangelist, represented as the personification of the art of building, beholding the perfection of the heavenly Jerusalem. He is pictured in accordance with both the type of Meditatione and that of the furor poeticus, derived from the ‘Oudhollandsche’ edition of Cesare Ripa’s Iconologia. By this typology, which was extremely popular, the young man Inspi­ration symbolizes Thijm’s view of the creative power of sublimated melancholy. This theme, which was known above all through Dürer’s Melencolia I, can also be traced back to Ficino.

Het beeld Bezieling in de topgevel van het Rijksmuseum, van de hand van Bart van den Hove (1883).

Over het beeld Bezieling in de topgevel van het Rijksmuseum vertelt De Stuers: ‘De Bezieling is een jongeling naar den Hemel starend en gereed in een open boek de ontvangen ingeving op te teekenen; naast hem een arend, wiens hooge vlucht en scherpe blik hem vanouds stelden als zinnebeeld der bezieling’. Op deze bezieling kreeg men vat dankzij de furor poeticus (dichterlijke razernij), hetgeen de jonge man tot symbool van de dichtkunst maakt. Tegelijkertijd verwijst hij naar Johannes de Evangelist die als ziener van het hemelse Jeruzalem de bouwkunst vertegenwoordigt. Het beeld werd net als zijn tegenhanger Arbeid gemaakt door Bart van den Hove (1883-1885) (foto: J.J. Kuyt, 1988).

Next comes the interpretation of the decoration programme of the façade, pre­sented as a book for the laity. The strikingly classical design of the sculpture can be explained by connecting it with the double aim of emulating both the Parthe­non and the Amsterdam Town Hall by Jacob van Campen. By means of a con­struction of the history of art that had been prepared symbolically by Thijm and rationally by Viollet-le-Duc, Greek and mediaeval art could be considered as equivalents because they both represented the flowering of a culture. As a result of this specific concordance masterpieces of Greek art ‑ here the Parthenon ‑ also served as a model for contemporary projects. The emulation of the Town Hall was legitimated because its designers, Van Campen and Artus Quellinus, had tried in a similar way to find a national, classicist-’Oudhollandsch’ answer to the classics. In virtue of the central role of the Virgin, the sculpture of the Rijksmuseum can be interpreted as a litany in stone to the Madonna: the Parthenon, originally a temple devoted to a virgin goddess, had been consecrated tot the Mother of God in the early Christian age; the Amsterdam Town Hall had the Amsterdam Virgin as pa­troness, and the Rijksmuseum the Dutch Virgin. In both cases, this use of a virgin patroness originates in the use of Mary as a symbol of architecture, city-state or society. Moreover, in virtue of a multiplicity of ‘Oudhollandsche’ motifs, the Rijksmuseum would grow into a monument of patriotic feeling: a cultural and historical pantheon for national heroes, exempla virtutis, whose names and por­traits were immortalized in the tympana of the windows on the exterior. Thus the decoration of the façade presents us with a summa in which varying motifs had been connected by the “fertility and elasticity of the Christian-symbolical system” (Thijm). Various controversial catholic elements received in this fashion a diffe­rent, ‘Oudhollandsche’ and ‘classical’ interpretation.

Het centrale paneel in de latei boven de onderdoorgang van het Rijksmuseum toont het reliëf van de Nederlandse Maagd tussen Wijsheid en Rechtvaardigheid met Schoonheid en waarheid aan haar voeten. Ze wordt geflankeerd door Nederlandse wetenschappers en kunstenaars. Het beeldhouwwerk werd uitgevoerd door Frans Vermeylen 1881-1885 (foto: J.J. Kuyt, 1988).

One of these ‘elastic’ themes of the façade is represented in the relief ‘The Art of Drawing and Painting’, which is in fact an anachronistically ‘Greek’ variation of the theme ‘Saint Luke paints the Madonna’. Instead of Luke we find the pain­ter Apelles and instead of the Virgin with Christ sitting on her lap we find Venus Urania with Amor. The analysis of this relief is preceded by the iconographical explanation of the tile tableau with the Three Graces ‘Beauty, Truth and Good­ness’ above the entrance to the Art Training School (Oefenschool). This picture especially demonstrates the importance of the part played by De Stuers as icono­grapher and the great knowledge of ‘Oudhollandsche’ culture both he and Thijm possessed. Ficino’s concept of the Geminae Veneres ‑ heavenly Urania and earthly Pandemos ‑ is mixed with that of the Three Graces as they are represented in the tile tableau. These twins also appear in the relief with the Greek ‘Luke’ or Apel­les: Venus Urania as a model, the other Venus drawing. The design of the relief of ‘The Art of Drawing and Painting’ is based on a harmony between a classical, humanistic and mediaeval motif, devised by Thijm as an allusion to the Concordia Veteris et Novi Testamenti. Again, Mary is the link: she is prefigured as “the highest ideal in art” by Venus Urania, who in turn is often used as a visual me­taphor for the Idea of beauty.

Reliëf met de teken- en schilderkunst aan de gevel van het Rijksmuseum te Amsterdam

Apelles schildert Venus Urania met Amor divinus | Lucas schildert de Madonna met het Christuskind. De meester wordt omringd door zijn leerlingen. Linkerpaneel van de latei boven de onderdoorgang van het Rijksmuseum. Het reliëf werd uitgevoerd door Frans Vermeylen 1881-1885 (foto: J.J. Kuyt, 1988).

The counterpart for the relief of Apelles is the tableau depicting ‘The Art of Building and Sculpture’. Here, the motif of the Greek Magister operum is repre­sented on the basis of a similar concordance. Holding a banderole showing the almost magical emblem of circle, square and triangle, the architect refers as well to Vitruvius as to the mediaeval technique of triangulation. Thus this representa­tion of an architect can be linked to the portrait of Cuypers as an architectus doctus painted in Roermond by his brother in 1853: it shows the sitter against a richly filled book-case, with a drawing-case, an equilateral triangle and a Roman-Gothic capital. Similarly, the Amsterdam relief shows the symbiosis between vitruvianism and organicism in Cuypers’ thought and work in so far as the ‘master of the works’ also refers to the demiourgos, the architect of the universe. Analogous to this divine architect, the Magister operum creates architecture as a “second natu­re” (Thijm).

Reliëf van de bouw- en beeldhouwkunst aan de voorgevel van het Rijksmuseum te Amsterdam.

De bouwloods met de klassieke meester van het werk. Op zijn banderol toont hij het klassieke kwadratuurschema dat symbool staat voor de onvergankelijke geometrische figuren, die ten grondslag liggen aan de bouwkunst als een tweede natuur. Het reliëf werd uitgevoerd door Frans Vermeylen 1881-1885 (foto: J.J. Kuyt, 1988).

Victory-imagination is the central theme of the last chapter of Part III. The three friends considered imagination as a powerful creative instrument, active in a poetical, combining and perfecting way, but only if it is divinely inspired and recognized as a gift from heaven. Because of the analogy between God and man the latter is almost forced to use his imagination and to work creatively. From this results both the victory of mind over matter and the connecting link between heaven and earth. It is quite remarkable to see that this concept turns out to be similar in countless points to the aesthetics of the agnostic Carel Vosmaer, the most important opponent of Thijm, Cuypers and De Stuers.

Finally, by way of a conclusion and synthesis of the meanings connected with the programme of the façade, the most important lines and patterns ‑ both compo­sitional and allegorical ‑ are discussed. As in a perpetuum mobile a limited num­ber of themes dominates the front in ever changing forms and combinations. Among these are Mary as the highest ideal in art, the Magister operum, Beseleel and the demiourgos, the heavenly Jerusalem and the temple of the arts, Venus Urania and Venus Pandemos, the art of drawing as the mediator of the idea, the furor poeticus and many more. By continually balancing on the razor’s edge, turning necessity into a virtue by taking into account the criticism of opponents and incor­porating it in the visual programme, the iconology of the Rijksmuseum has acqui­red its acuteness and its subtle and inspired content. Yet at the same time this programme has remained incomprehensible for the average visitor because of its extreme difficulty. Even if countless symbolical ‘beams’ (Thijm) in the façade flash out with the aim of striking each other in the mind of the beholder, the programme remained too exclusive for the unsuspecting public. One can therefore safely state that similar to the mediaeval cathedral, the Rijksmuseum did not suc­ceed completely in being a book for the layman.

Het centrale deel van het Rijksmuseum met de sculptuur in het teken van Arbeid en Bezieling.

De voorgevel van het Rijksmuseum wordt bekroond door het beeld van Victoria, de gevleugelde dochter des hemels die staat voor de artistieke verbeeldingskracht. Zij reikt dan ook kransen uit aan de geslaagde kunstenaars wier werk als resultaat van Arbeid & Bezieling in het museum is te zien (foto: bvhh.nu 2013).

Epilogue

The epilogue first gives an evaluation of the degree in which ‘Oudhollandsche’ conceptual triads such as nature, teaching and exercise ‑ which were known from the writings of Vondel, Dürer, Ripa, Van Hoogstraten and others ‑ could be suc­cessfully transformed into the trio Labour, Inspiration and Victory. Again, it transpires that Cuypers, Thijm and De Stuers possessed a very solid and profound knowledge of such ‘Oudhollandsche’ metaphors. In this way, they can be conside­red as the precursors of the iconography and iconology of the twentieth century, in spite of the lack of actuality of the metaphors they used for contemporary art. Secondly, the epilogue considers whether and in which way the programme of the completed museum has influenced the work and opinions of the next generation of artists: the architect H.P. Berlage, the writers A. Verwey and L. van Deyssel (Thijms’ son), the painters R.N. Roland Holst, J. Toorop and A. Derkinderen and the composer A. Diepenbrock (Cuypers’ and Thijm’s relative), who summarized their ideals in the concept of ‘community art’ or Gemeenschapskunst.

De plechtigheid rond Cuypers' negentigste verjaardag bij de Teekenschool te Roermond.

Bij gelegenheid van zijn negentigste verjaardag werd Pierre Cuypers in Roermond geëerd met een buste in ‘zijn’ Teekenschool, waar overigens, naar achteraf bleek, ook zijn zoon Joseph als architect een belangrijk aandeel aan heeft geleverd. De school was onder meer gesierd met de personificaties van Arbeid & Bezieling. Rechts op de foto staat Joseph Cuypers met zijn hoed in de hand. Zijn generatie zou de ‘gemeenschapskunst’ hoog in het vaandel dragen.[5]

Critique fortune

Arbeid & Bezieling heeft uiteraard behalve lof ook kritiek gekregen. Dat is met name omdat de betekenis van Thijm te zwaar aangezet zou zijn en omdat de analyse een dolgedraaide iconologische exercitie heet te zijn: de bewijsvoering – voor zover van zoiets al sprake kan zijn – is te uitputtend en te abstract, en dus in meer opzichten onnavolgbaar. Vooral Elineor Bergvelt heeft het er moeilijk mee en veroordeelt Arbeid & Bezieling in één adem met het artikel van Jochen Becker uit 1985 dat me inspireerde tot het proefschrift. Deze opstelling doet vermoeden dat ze van geen van beide echt kennis genomen heeft, want het gaat om twee heel verschillende studies. Dat zou tegelijkertijd verklaren waarom het haar is ontgaan dat Arbeid & Bezieling juist op het punt van de moeilijkheidsgraad een hoog oplossend vermogen heeft. Het is namelijk zo opgezet dat je snel tot zeer snel van de hoofdlijnen en conclusies kennis kunt nemen zonder de breed uitgewerkte onderbouwing door te hoeven ploegen:

  • de Engelse samenvatting – die hierboven staat – beslaat slechts 4 pagina’s.
  • ieder hoofdstuk wordt voorafgegaan door een samenvatting vooraf, waardoor je in om en nabij de 35 pagina’s in vogelvlucht over het onderzoek scheert.
  • wie daarna voor diepgang wil gaan, kan het hele boek lezen, maar desgewenst ook via de inhoudsopgave en de index kiezen voor een selectie van onderwerpen.

Wat betreft de rol van Thijm zijn het met name Ype Koopmans en Aart Oxenaar die ten strijde trekken, zij het wel ieder om andere redenen. De eerste is van mening dat ik Victor de Stuers als programmamaker te kort doe en de laatste vindt algemeen dat Thijm teveel gewicht krijgt als het om de productie van Cuypers als architect gaat. Beide collega onderzoekers hebben net zoveel gelijk als ongelijk, waarmee ik maar wil zeggen dat een andere aanvliegroute heel goed kan betekenen dat we op een complementaire manier op dezelfde bestemming landen.

Wordt vervolgd!

;-) B. 

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


Annotatie

  1. Hubar, Bernadette van Hellenberg. Arbeid en bezieling: de esthetica van P.J.H. Cuypers, J.A. Alberdingk Thijm en V.E.L. de Stuers, en de voorgevel van het Rijksmuseum. Nijmeegse kunsthistorische studies, d. 3. Nijmegen: Nijmegen University Press, 1997.
  2. Het equivalent van die worst is gedoneerd aan monumentenfotograaf Léontine Van Geffen-Lamers voor haar actie ten behoeve van #FreeAGirl.
  3. Meer weten over de familie Cuypers? Surf dan naar http://bit.ly/Cuypers4all.
  4. De inleiding van Arbeid & Bezieling kan ingezien en gedownload worden via http://bit.ly/2FHOnGM-ArbeidEnBezieling.
  5. Tussen Pierre en Joseph Cuypers staan zijn vrouw en zonen; waarom de dochters ontbreken is niet duidelijk. In ieder geval niet vanwege hun gender: Delphine was een voorvechtser van de vrouwenemancipatie en dochter Marguerite was oorlogsverpleegster. Zie meer hierover bij de diapresentatie onderaan de pagina van Cuypers assortiment en elders in de Joseph Cuypers Collectie.
  6. Dit item kan geciteerd worden als: Hubar, Bernadette van Hellenberg, ‘Proefschrift Arbeid & Bezieling’, op: Vanhellenberghubar.org, http://bit.ly/Arbeid-Bezieling (2014).

De genade van de steiger in Dagblad De Limburger

Recensie van ‘De genade van de steiger’ in Dagblad De Limburger van Caspar Cillekens. Foto bvhh.nu 2013.
Recensie van ‘De genade van de steiger’ in Dagblad De Limburger van Caspar Cillekens. Foto bvhh.nu 2013.

‘Het resultaat van het onderzoek van Van Hellenberg Hubar is een prachtig boek. De genade van de steiger – de titel refereert aan de worsteling van de kunstenaar in allerlei houdingen hoog op de steiger – is behalve een gedegen monografie over kunstenaars, hun technieken en de verschillende kunststromingen vooral een kijkboek. Een lust voor het oog. Je krijgt direct zin om af te reizen naar een van de talloze katholieke godshuizen met hun verborgen rijkdom. Die kerken zijn vooral te vinden in de Randstad en hier in Limburg, vaak vlak om de hoek. En je hoeft echt niet gelovig te zijn om te kunnen genieten van de epische verhaalkunst, het symbolisme of de toentertijd als ‘barokke’ kunst omschreven expressionistische muurschilderingen. Ook voor agnosten, atheïsten en ‘ietsisten’ is er veel te genieten.’

Caspar Cillekens, Dagblad De Limburger, 4 januari 2014

Het volledige artikel kan hier gedownload worden!

Voor een samenvatting van De genade van de steiger volg deze link.

Overigens is het boek inmiddels (2017) uitverkocht!

;-) B.

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


Verkorte link van dit item: bit.ly/2AtLnhC-VanHH2Org