Brochure monumentale kerkelijke schilderkunst RCE

Brochure monumentale kerkelijke schilderkunst — Wil je het verhaal eerst inzien of direct downloaden? Je kunt ook beginnen met de introductie hieronder.

Binnenkort verschijnt de brochure over kerkelijke monumentale schilderkunst, die we voor de RCE geschreven hebben naar aanleiding van ons boek ‘De genade van de steiger’. Deze kan gratis gedownload worden vanaf de site van de RCE en bij ons.

Begin 2019 verscheen de brochure over kerkelijke monumentale schilderkunst, die we voor de RCE geschreven hebben naar aanleiding van ons boek ‘De genade van de steiger’. Deze kan gratis gedownload worden.

Brochure monumentale kerkelijke schilderkunst — Als onderdeel van het beleid ten aanzien van kennisbundeling en overdracht stelt de RCE een inmiddels indrukwekkende reeks erfgoedbrochures on line ter beschikking voor eigenaren, vrijwilligers en professionals. Binnenkort wordt daar die van ons aan toegevoegd. De volledige titel luidt:

  • Hubar, Bernadette van Hellenberg. Monumentale kerkelijke schilderkunst (1890-1980). Onder redactie van Marij Coenen en Bernice Crijns. Brochures Rijksdienst Cultureel Erfgoed. Amersfoort: RCE, 2019. bit.ly/2TSEmyu-VanHH2Org.

In de introductie van de brochure wordt opgemerkt:

Experimenten, nieuwe schildertechnieken en beeldformules kenmerken de ontwikkeling van de muurschilderkunst in het interbellum. Naast het autonome werk uitte een breed scala aan kunstenaars hun creativiteit op wanden en gewelven van kerken, vaak met een hoog artistiek gehalte en verrassende iconografische oplossingen. Met de opgave van herbestemming van kerkgebouwen lopen deze schilderingen gevaar.

Dat laatste kan niet vaak genoeg benadrukt worden, want anders dan overige interieurelementen kun je dit type kunst niet verplaatsen als het in de weg staat bij hergebruiksplannen. Over sloop moeten we het dan helemaal niet hebben.

Kijk de brochure hieronder in en/of download deze via de tweede knop van rechts (met de dikke pijl naar beneden): 

In de brochure zit niet alleen een samenvatting van de kunsthistorische hoofdlijnen van De genade van de steiger, maar ook een doorkijkje tot 1980. Dit is gebaseerd op het (web)artikel: ‘Balanceren tussen figuratief, decoratief en abstract’ op deze site.

VanHH.org, monumentale_kerkelijke_schilderkunst (ol)

In de loop van het jaar verschijnt aanvullend een technische brochure Tussen organisch en synthetisch over de verschillende verfsoorten en bindmiddelen in de late negentiende en twintigste eeuw. Onze bijdrage bestond erin een compacte tekst te schrijven over de kennis en inzichten van twee specialisten van de RCE, Bernice Crijns en Rutger Morelissen. Hierin is ook het technische hoofdstuk van Angelique Friedrichs uit De genade van de steiger opgenomen.

Wordt vervolgd!

;-) B&M

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


Verwijzingen 
  • Voortschrijdend inzicht? Nu al? Ja zeker! Dankzij de volharding van specialist in religieus erfgoed, Door Jelsma, weten we eindelijk wie de kunstenaar is van de schildering uit 1863 die aan het slot van de brochure staat: Gerrit de Moreé uit Breda. Hij tekende zowel voor de schildering, de sculptuur als het mozaïek van dit bijzondere liturgische centrum. We vertellen er meer over op de betreffende webpagina ‘Voor en na Vaticanum II in Prinsenbeek (1963)‘ (zoekterm Jelsma).
  • Het projectteam bestond uit Bernice Crijns, Ben Kooij en Rutger Morelissen van de RCE en schrijverscollectief Bernadette van Hellenberg Hubar & Marij Coenen.
  • Verkorte link van dit item: bit.ly/2TSEmyu-VanHH2Org
  • Verkorte link directe download bij de RCE: bit.ly/2DTNT2u-GvdS

← Terug naar de hoofdpagina van De genade van de steiger!

Nieuwsbrief voorjaar 2018

Nieuwsbrief voorjaar 2018 — Op weg naar de zomertijd is het terugblikken op de oogst van de winter en al het andere wat het afgelopen jaar heeft gebracht. Wil je direct naar een bepaald onderwerp, volg dan de inhoudsopgave!


Jojanneke Post ontmoet Kees Dunselman in de schilderingen in de kathedraal van Rotterdam. Collage bvhh.nu 2018.

Gratis E-boek schilderingen kathedraal Rotterdam

Tussen Gabriel en Michael heb ik geschreven in het kader van het onderzoek naar de verdwenen schilderingen van – naar achteraf bleek – niet Jan, maar Kees Dunselman in de Laurentius & Elisabeth Kathedraal te Rotterdam. Dit project ging van start dankzij het gulle gebaar van een mecenas die zich ontfermde over de kalot van de apsis in de kathedraal. De voorstelling op dit gewelf was in 1964 verwijderd onder invloed van de vernieuwingen die tijdens het tweede Vaticaans Concilie (1962-1965) Nederland bereikten. Na raadpleging van de parochie bleek de voorkeur uit te gaan naar een ontwerp dat herinnerde aan het verdwenen werk van Kees Dunselman. Die opdracht ging naar Jojanneke Post van Davique Sierschilderwerken, met wie ik tijdens mijn onderzoek nauw heb samengewerkt. Vooral de sessies op de steiger, lopende het project, waren heel inspirerend. Als je als kunsthistoricus zo nauw mag samenwerken met een kunstenaar en de chemie bruist, dan brengt dat heel veel.

Dat de E-publicatie gratis gedownload kan worden, hebben we te danken aan de kathedraal en het bisdom. Men wil graag dat zoveel mogelijk mensen kennis nemen van dit nieuwe kunstwerk en de achterliggende verhalen. Die zijn er te over! Wat te denken van de mensen die de kerk – want de Elisabethkerk is pas sinds 1968 kathedraal – en haar inrichting tot stand hebben gebracht. Of de symbolische code die in de voorstellingen verborgen zit. Dat bleek een hersenkraker waar Dan Brown eer aan had kunnen behalen. Het was verder een heel avontuur om het geheim te achterhalen van de bijzondere schilderstechnieken van Kees Dunselman, waar Jojanneke Post een eigen variant voor heeft bedacht. En dan het verhaal van de liturgie, waar de bisschop zelf een bijzondere inbreng in heeft gehad.* Bij ieder project leg je weer nieuwe accenten. Ditmaal heb ik liturgie en iconografie dichter bij elkaar gebracht door het virtuele duet tussen de voorgestelde mensen op de muren en de kerkgangers in het gebouw in beeld te brengen. Alles bij elkaar vormt het nieuwe kunstwerk een bijzondere toevoeging aan het gesamtkunstwerk dat de kathedraal vormt: een toevoeging die van deze tijd is, geënt op wat er vroeger speelde.

Een korte blik op de inhoudsopgave van het E-boek maakt duidelijk, dat ik dit nooit had kunnen schrijven zonder de twee grote monografieën van de afgelopen jaren: De nieuwe Bavo te Haarlem (2016) en De genade van de steiger (2013).

De documentaire over glazenier Annemiek Punt

In de sociale media, de pers en op de vaksites is veel aandacht besteed aan het boek over glazenier Annemiek Punt van producent Joost de Wal (juli 2017), waaraan ik heb meegewerkt. Een bijzonder project, waarbij ik voor het eerst een waardestelling heb geschreven over het oeuvre van een levende kunstenaar. Maar dat was niet het enige. Naar aanleiding van mijn analyse is me gevraagd om ook een bijdrage te leveren aan de documentaire van Fokke Baarssen over haar werk. In de trailer hieronder heb ik heel kort iets verteld over de beelddenker die Annemiek Punt is:


Jaar van het verzet en het boek over oom Theo van Joep Vogels

2018 is door het Platform Herinnering Tweede Wereldoorlog (Platform WO2) uitgeroepen tot themajaar ‘Jaar van Verzet’.* Dat biedt een uitgelezen kans om het boek over mijn oom Theo van mijn neef Joep Vogels voor het voetlicht te plaatsen. Joep schreef dat naar aanleiding van het initiatief van de universiteit Tilburg om een digitaal monument voor de vrijheid op te richten. De universiteit vertelt daarover:

  • Op onze universiteit lopen meer dan 12.000 studenten rond, hun levensgeschiedenissen zijn even talrijk. Studenten zijn mensen, geen nummers. Daarom willen wij de 22 studenten die zijn omgekomen op dit digitaal monument uit de anonimiteit halen, een naam en een gezicht geven.*

Een van die studenten was mijn oom Theo, die in het gezin direct na mijn moeder kwam. Omdat de twee broers daarboven, uit een eerder huwelijk van mijn oma, veel ouder waren, lag het voor de hand dat de twee daaropvolgende kinderen min of meer op elkaar aangewezen waren. Mijn lievelingsbroer zei mijn moeder altijd, als ze na tafel verhalen over vroeger vertelde. Er kwamen daarna nog drie broers – Pieter, Harrie en Ton – en als laatste een zusje, Marie-Therese of Muis, zoals iedereen haar noemde. Mijn tante Muis vertelde me ooit dat ze als puber best wel jaloers was op mijn moeder, omdat oom Theo haar meenam naar zijn studentenfeestjes. Een vrolijke jongeman die net als veel anderen aan de – toen nog – hogeschool het voorbeeld volgde van zijn rector magnificus Martinus Cobbenhagen door de loyaliteitsverklaring aan de bezetter niet te ondertekenen. De universiteit heeft de betekenis van dit verzet geactualiseerd door huidige studenten een brief te laten schrijven aan de 22 gevallenen. Onder deze link vind je die voor Theo.


De foto van Theo Vogels op de omslag van het boek is vermoedelijk genomen bij aankomst in de Kriegswehrmachtsgefängnis in Antwerpen (1943). Herkomst: familie Vogels.
De foto van Theo Vogels op de omslag van het boek is vermoedelijk genomen bij aankomst in de Kriegswehrmachtsgefängnis in Antwerpen (1943). Herkomst: familie Vogels.

Alle bewondering voor mijn neef Joep die op een volhardende manier alle informatie over oom Theo bij elkaar wist te krijgen en zo een beeld heeft kunnen reconstrueren over de jeugd en het verzet van deze student die, 25 jaar oud, net na de bevrijding overleed in Siegburg. Om Joep aan het woord te laten:

  • Hij was gewoon een jonge student, die de loyaliteitsverklaring weigerde te tekenen en min of meer toevallig in het verzet verzeilde. Maar zoals veel studenten, nam hij uit naam van geloof en vaderland de handschoen op en verleende hand- en spandiensten aan een verzetsgroep die een van de pilotenlijnen over de Belgische grens organiseerde. Eind 1943 werd een groot deel van die verzetsgroep opgepakt en een aantal leden ter dood veroordeeld, waaronder Theo Vogels. Uiteindelijk zijn 16 van hen overleden in de gevangenis of gefusilleerd, waaronder een 6-tal studenten. In mijn boek beschrijf ik Theo’s levensverhaal vanaf zijn prille jeugd in Tilburg, het Odulphus lyceum, de tijd op kasteel Groenendael in Hilvarenbeek, zijn studententijd met Olof, het verzet, de rechtszaak, de Nacht und Nebel periode daarna tot zijn dood in mei 1945.

Ik ben blij voor mijn oom en trots op mijn neef. Voor mij en mijn tweelingbroer is hij een baken als we aan de slag gaan met het boek over mijn vader.

Volledige titel: Joep Vogels, Student in verzet. Gedreven door geloof, Tilburg 2017, ISBN/EAN 978-90-9030354-3.

Rijp & groen …

Een nieuwsbrief moet je kort houden en dat is niet eenvoudig, want ik heb nog zoveel te vertellen! Daarom een rijtje van enkele dingen waar ik de volgende keer aandacht voor wil vragen:

  • De schijnwerper op … Op het gebied van erfgoed worden heel wat blogs geschreven, dus het ligt voor de hand dat je er na verloop van tijd een paar favorieten op na houdt. Een paar van die bloggers wil ik de komende tijd in het licht zetten.
  • Tussen organisch en synthetisch: de brochure over het gebruik van materialen en technieken in de monumentale schilderkunst van de twintigste eeuw voor de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) ligt bij de redactie.* Ik heb dit overzicht geschreven in goed overleg met en dankzij de geweldige input van Bernice Crijns en Rutger Morelissen van de RCE. De laatste heeft de kopij voor zijn nieuwe E-boek ter beschikking gesteld, dat in detail laat zien hoe verrassend groot de variatie aan middelen en methodes was na de oorlog. Ondertussen is ook dankbaar gebruik gemaakt van het hoofdstuk van Angelique Friedrichs over materialen en technieken in het interbellum, uit De genade van de steiger. Tegelijkertijd met deze brochure verschijnt die over stromingen in de monumentale schilderkunst tussen 1890-1980: Op de steiger.
  • Samen met Menno Heling van het platform voor cultuur, erfgoed en toerisme if then is now, ben ik bezig met de opdracht van het Cuypersgenootschap om een transitie voor te bereiden van een vereniging oude stijl naar een organisatie anno nu. Virtueel floreert het Cuypersgenootschap als je afgaat op de ruim 1100 volgers op Twitter bij @Cuypersgenoten. Kijken we naar de prozaïsche praktijk dan gaat het er net zo aan toe als bij veel andere erfgoed organisaties: men kampt met een slinkend ledental en een forse vergrijzing. Wat kunnen we daaraan doen?
  • #Gom staat voor gedicht op maandag! Grappig, als het woord gedicht valt, hoor je de mensen al kreunen. Maar bij mij hoef je niet te schrikken, want het zijn gewoon kleine verhaaltjes bij een plaatje en dat plaatje gaat meestal over erfgoed. Dat kan van alles zijn en dat maakt het zo gevarieerd. Ongeveer eens in de veertien dagen graai ik in mijn collectie en zet een exemplaar online. Ze doen het heel aardig op Twitter.

Wordt vervolgd!

;-) B.

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


Even verder surfen op mijn site? Klik dan op het plaatje en neem een kijkje bij:

De diashow van de kalotschildering van Jojanneke Post, geïnspireerd door het ontwerp van Kees Dunselman in de Laurentius & Elisabeth Kathedraal te Rotterdam. Foto bvhh.nu 2018.   Een prachtig project was #KunstinBreda dat ik met Marjanne Statema heb uitgevoerd. Foto bvhh.nu 2016.   Een van mijn mooiste projecten: 'De nieuwe Bavo te Haarlem, Ad orientem | Gericht op het oosten', Stichting Kathedrale Basiliek Sint Bavo, WBOOKS 2016.

Verkorte link van dit item: bit.ly/2DHF7BJ-VanHH2org

‘De genade van de steiger’ is uitverkocht!

Met één klik op de afbeelding kón je De genade van de steiger bestellen!

Dat kan dus niet meer, want het boek is uitverkocht. Gelukkig blijkt het bij verschillende webwinkels nog verkrijgbaar te zijn en verder wordt het ook tweedehands en antiquarisch aangeboden. Ga maar eens googelen.

Je kunt het boek ook opvragen via een van de – openbare – bibliotheken die Nederland rijk is! Laat me je helpen met deze link!

Nu het uitverkocht is, wil de opdrachtgever van dit boek, de Rijksdienst voor het Cultureel erfgoed, ervoor zorgen dat het on line beschikbaar komt. Dat is goed nieuws, want Nederland loopt achter op wetenschappelijk gebied doordat te weinig recent onderzoek on line staat. De publicaties van de RCE zijn vrijwel zonder uitzondering te raadplegen via de DBNL, dus laten we hopen dat De genade van de steiger daar op korte termijn een plaats zal krijgen.

Volledige titel: Bernadette van Hellenberg Hubar, Angélique Friedrichs en G. W. C. van Wezel. De genade van de steiger. Monumentale kerkelijke schilderkunst in het interbellum. Amersfoort-Zutphen: Rijksdienst Cultureel Erfgoed, Walburg Pers, 2013. ISB 978-90-5730-881-9

Misschien kun je dit werk nog bestellen via de boekhandel. Bij uitgeverij De Walburgpers is 'De genade van de steiger' uitverkocht!

In november 2013 verscheen De genade van de steiger, monumentale kerkelijke schilderkunst in het interbellum, dat naar een idee en onder leiding van Gerard van Wezel van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) werd uitgevoerd door Bernadette van Hellenberg Hubar, met een hoofdstuk over de restauratieproblematiek van dit type kunst door Angelique Friedrichs. Marij Coenen stond voor de redactionele toets en Paul van den Akker, hoogleraar Open Universiteit, tekende voor de tekstuele hoofdredactie en inhoudelijke consistentie.

  • Het onderzoek dat de Rijksdienst Cultureel Erfgoed in 2012 initieerde naar monumentale kerkelijke schilderkunst in het Interbellum resulteerde in de eerste studie over dit onderwerp, De genade van de steiger. De titel reflecteert de worsteling van de kunstenaar die in allerlei houdingen hoog op de steiger zijn werk uitvoert en in zijn hoofd een berekening moet maken van hoe dit er vanaf de grond uit komt te zien. Een beetje genade was daarbij onmisbaar.De publicatie schetst hoe de academisch geschoolde kunstenaar aan het einde van de negentiende eeuw zijn entree maakte op de steiger. Dit leidde in het Interbellum tot een relatief kortstondige vlucht aan kerkelijke opdrachten voor specialistisch geschoolde muurschilders. Niet alleen de actoren en hun opleiding, maar ook de toegepaste technieken en de kunstkritiek passeren de revue. De publicatie wordt afgerond met een indeling in stromingen en karakteristieken met kopstukken en representanten, Einzelgänger en pluriforme kunstenaars.Deze opzet biedt een kader om in de toekomst de waarden van dit type werk te kunnen positioneren. Vanuit een wetenschappelijke benadering beoogt De genade van de steiger een handwerk te zijn voor een ieder die in de praktijk met beheer en behoud van monumenten en hun interieurs te maken heeft.

Ook onderzoek naar erfgoed moet het hebben van kennis delen. Je kunt ons en andere onderzoekers dan ook helpen door deze pagina te delen via de knop delen onderaan de pagina. Het zou helemaal fijn als je daarbij de hashtag #GvdSteiger gebruikt.

Meer weten? Ga dan naar de inhoudsopgave van dit item.

Zin in een voorproefje? Lees dan hieronder verder of kijk bij de fragmenten.

Het boek is weliswaar uitverkocht, maar je kunt het nog altijd lenen via de Openbare Bibliotheken in Nederland! Volg deze link.


Preview: Otto van Rees in de Obrechtkerk

Voorafgaand aan het verschijnen van De genade van de steiger publiceerde Historiek de volgende preview:

Toen Otto van Rees in 1931 de opdracht voor de beschildering van de Pietàkapel van de Obrechtkerk in Amsterdam aannam, vormde het vertrekpunt van zijn ontwerp het aanwezige beeld dat naar verluidt uit een Frans atelier afkomstig was. In zijn eerste opzet koos hij blijkens een gouache voor een veelkleurige barok-geïnspireerde opzet met musicerende engelen in contrapost. Uiteindelijk besloot hij:

  • ‘mezelf en de schildering niet op de voorgrond te dringen doch een teruggehouden stemmige uitdrukking te bereiken, die in het kader op de achtergrond blijft en niet uit de muur springt’.

De kunstenaar koos dan ook voor een overwegend klassieke insteek, die hij consequent inzette door de Pieta van haar kleuren te ontdoen, zodat wat er resteerde op z’n minst neoclassicistisch oogde (afb. 365). Wat Van Rees vervolgens deed, kan met recht zonder weerga worden genoemd. Hij bracht op de muur een blanke, steenachtig ogende onderlaag aan die met een nauwelijks merkbare marmering in blauw en grijs de tactiele structuur van natuursteen oproept: als op een blad papier plaatste hij hierop in een tekenachtige factuur de figuren en objecten.

Otto van Rees, De goede herder, Obrechtkerk 1931. Foto Beeldbank RCE-Sjaan van der Jagt 2011.  Otto van Rees, Johannes de Evangelist, Obrechtkerk 1931. Foto Beeldbank RCE-Sjaan van der Jagt 2011.

Otto van Rees, Maria Magdalena, Obrechtkerk 1931. Foto Beeldbank RCE-Sjaan van der Jagt 2011.  Otto van Rees, Maria met Kind, Obrechtkerk 1931. Foto Beeldbank RCE-Sjaan van der Jagt 2011.
De meer dan levensgrote personificaties in de Pietàkapel van de Obrechtkerk zijn afgestemd op bekende bijbelse karakters: a. De Goede Herder, b. Johannes de Evangelist, c. Maria Magdalena en d. Maria met kind. Ze dragen daardoor een bepaalde boodschap uit, maar vormen geen ‘portretten’. Het werk is hiermee een voorbeeld van de iconografische creativiteit in het interbellum. Foto’s: beeldbank van de RCE-Sjaan van der Jagt/Pixelpolder.

Sommige lijnen zijn zo fijn dat ze wel met de pen aangebracht hadden kunnen zijn. Van Rees hield daarbij een uiterst sober palet aan van zwart en bruin voor de contouren, en rood, oranjebeige, mosgroen en geel voor de schaduwen die plastische volumes definiëren. De vier figuren rond de Pietà zijn tegen blauwe fonds geplaatst, die niet alleen op een hemelse toekomst wijzen, vergelijkbaar met de engelen in de kalot, maar tevens herinneren aan het neoclassicistische Wedgwoodachtige gamma van Jan Oosterman in Den Bosch en Uden. Ze zijn hoekig en sculpturaal van gestalte met uitzondering van de vrouw direct rechts van het kruis, die als enige uit rondingen is opgebouwd.

Het tekenachtige effect komt ook tot uitdrukking doordat Van Rees totaal geen kleurvlakken gebruikt: op de toon van de schaduwen en contourlijnen na, zijn de huid en de gewaden transparant gehouden, dus in dezelfde kleur als de stenige factuur van de ondergrond. Hierdoor zijn de gestalten zelf zo lapidair dat ze wel sculpturen lijken die nauwelijks van de steen loskomen. Het is van een verfijning die tot dan toe op de muur zelden is toegepast en alleen een precedent heeft in het werk van Derkinderen in Jutphaas uit 1904. Of Van Rees zich hierdoor echt heeft laten inspireren, is zeer de vraag, ook al zal hij alleen al vanwege zijn vriendschap met Wiegman, Jonas en Eyck weet hebben gehad van de invloed van Derkinderen.

Wie weet heeft Eyck zijn vriend gewezen op het experiment bij het tongewelf van Rumpen (1929), waar hij zelf dit concept voor het eerst toepaste. Mocht dit Van Rees op het idee hebben gebracht, dan heeft hij deze oplossing wel op een heel ander plan getild.

Het vervolg van dit verhaal kun je lezen in De genade van de steiger, pp. 426-430.

B&M

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


Sociale media en erfgoed

VanHellenbergHubar.Org zet sociale media in zowel om nieuws over kunst, cultuur & erfgoed te delen als om vragen te stellen en zo kennis te vergaren. Centraal hierin staat onze Facebookpagina: http://bit.ly/VanHHOrg2FB

Ga eens kijken en ‘like’ onze pagina’, zodat de berichten over onderwerpen als de voorgaande een nog grotere actieradius bereiken!

Gerelateerde onderwerpen

Met één klik op de afbeelding ga je naar …

Recensie Mieke Rijnders 'Genade van de steiger' in Museumtijdschrift, mei 2014. Hendrik Wiegersma, glas-in-lood in zijn woonhuis, 1939 Merkelbeek mc 16 apr 14 (20) (Large)

Verkorte link van dit item: bit.ly/1wt4nQYo of bit.ly/Bestellen-GvdS

Schoonhoven’s Leda en de zwaan

Jan Schoonhoven, Leda en de Zwaan (1957). Herkomst: site Museumkijker van F. Ledeboer (2015). Screenshot collage bvhh.nu 2018.
Jan Schoonhoven (1914-1994), Leda en de zwaan (1952), Museum Prinsenhof Delft. Voor wie het verhaal niet kent, is dit item handig. Herkomst: site Museumkijker van Françoise Ledeboer (2015). Screenshot collage bvhh.nu 2018.

Een tijdje terug (in 2015) viel mijn oog op dit berichtje dat me via @ArtFollowers bereikte:

Soms zijn er van die werken die je de adem benemen, zo mooi van vorm en zo puur, dat het een genot is om naar te kijken. Zo’n werk is Leda en de Zwaan van de Delftse kunstenaar Jan Schoonhoven. ((José van der Wegen op kunst.blog.nl))

Dat maakte me erg nieuwsgierig, vooral omdat het hartverwarmend is als critici weer eens ongegeneerd hun enthousiasme durven te uiten. En het is ook een fantastisch werk, alleen al uit het oogpunt van compositie en kleurgebruik. Waar eindigt de zwaan en begint de vrouw en wie bevrucht wie in deze interactie tussen uitwaaierende stroken en centrale cirkel/hoekige vorm? Zien we hier spermatozoïden tot de eicel doordringen in een kosmische setting waarin alles om de cyclus van leven en dood draait? Het zou fascinerend zijn om daar meer over te weten, vooral omdat het werk een buitenbeentje lijkt in het oeuvre van deze kunstenaar. ((Vergelijk de mooie blog hierover van Françoise Ledeboer van Museumkijker. Voorts het betreffende lemma op Wikipedia. Onderzoek via Delpher leverde geen treffers op van dit werk van Schoonhoven.)) Nu viel me in de blog van José van der Wegen nog iets anders op: dit bijzondere werk is namelijk van linoleum gemaakt.

Wat typisch dat Jan Schoonhoven hiervoor koos ((Voor Jan Schoonhoven zie ook de database van RKD)). Je zou haast denken dat dat op dat moment een nieuw medium was, maar niets is minder waar. Bij het onderzoek voor De genade van de steiger kwamen Angelique Friedrichs van de SRAL en ik erachter dat de beroemde Bossche Wanden van Antoon Derkinderen uit de late negentiende eeuw in Nederland tot de vroegste experimenten behoren met deze nieuwe drager. ((Hubar, Bernadette van Hellenberg, Angelique Friedrichs en Gerard van Wezel, De genade van de steiger, monumentale kerkelijke schilderkunst in het interbellum, Amersfoort-Zutphen 2013, pp. 51; 100; 104. Dit boek kwam tot stand in opdracht van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE).)) Wat Leda en de zwaan echter héél anders maakt, is dat linoleum hier niet de drager is, maar het artistieke uitdrukkingsmiddel. Restaurator Evelyne Snyders, die het werk heeft hersteld, vertelde me dat Schoonhoven koos voor ‘een collage van verschillende kleuren linoleum (‘marmoleum’ om precies te zijn) verlijmd op een multiplex drager’. ((Mail van Evelyne Snyders d.d. 21 juli 2014.))

Dit ongewone gebruik heeft Schoonhoven in zekere zin gemeen met de monumentale kunstenaars van rond 1900. Men kampte toen met het probleem dat direct op de muur schilderen in het Nederlandse klimaat veel risico’s met zich meebracht. Was dat nog niet zo’n ramp voor de gesjabloneerde decoraties – die waren immers eenvoudig reproduceerbaar – voor de figuratieve unica lag het heel anders. Vandaar dat men met allerlei soorten doek experimenteerde, maar ook met hard- en zachtboard, eterniet en linoleum. Vooral Jan Dunselman, voor wiens technische vaardigheid Derkinderen grote bewondering had, heeft van die laatste drager veel gebruik gemaakt. Wie kent niet zijn prachtige kruisweg in de Nicolaaskerk van Amsterdam. ((Hubar, De genade van de steiger, pp. 184-186.)) Als je zijn fijne penseel vergelijkt met de collage van Schoonhoven had het verschil haast niet groter kunnen zijn. Bien étonnés de se trouver ensemble lijkt de moraal.

Jan Dunselman en de geschilderde uitmonstering van de Nicolaaskerk te Amsterdam. Uit ‘De genade van de steiger’, p. 188. Screenshot bvhh.nu 2018.
Jan Dunselman schilderde onder meer de kruisweg van de Nicolaaskerk te Amsterdam op linoleum (1891-1898). Herkomst: Genade van de steiger, detail van p. 188 (Voor een groter beeld klik op de afbeelding). ((Hubar, De genade van de steiger, p. 188. Voor een groter beeld klik op de afbeelding.))

Nu is het werken met linoleum één ding, maar het instandhouden weer iets heel anders. Dat geldt sowieso voor al die nieuwe materialen en technieken waarmee men vanaf circa 1900 aan de slag ging. Vandaar dat Angelique Friedrichs hierover een speciaal hoofdstuk heeft geschreven voor De genade van de steiger. Het accent hierin ligt vooral op het onderzoek naar technieken als fresco en keim, waarin baanbrekende vondsten zijn gedaan. Wat betreft de problematiek van het linoleum zijn er al wel veel praktijkervaringen, maar is nog niet zoveel publiek vastgelegd. ((Wat betreft het werk op linoleum van Dunselman in de Agathakerk te Lisse heb ik bij De genade van de steiger mogen profiteren van het restauratieverslag van Rob Bremer en Wil Werkman.)) Op dat punt is de casus van de restauratie van Leda en de zwaan een welkome aanvulling. ((Schoonhoven’s Leda en de Zwaan is weer terug | Blog Museum Prinsenhof.)) Nu dit oeuvre duurzaam behouden is, lijkt de tijd rijp om het toe te voegen aan de indrukwekkende canon van kunstwerken – variërend van de klassieke oudheid tot Leonardo da Vinci en van de barok tot Gustav Klimt en Jan Sluijters – die Leda en de zwaan tot onderwerp hebben. ((Voor een overzicht zie tijdruimte.nl.)) De versie van Schoonhoven is te bezichtigen in Museum Prinsenhof.

B. ((Met dank aan Evelyne Snijders, die me feedback geef op de eerst versie van dit bericht. Hierdoor was het mogelijk om enkele omissies te corrigeren. Dit item kan geciteerd worden als: Hubar, Bernadette van Hellenberg, ‘Schoonhoven’s Leda en de zwaan’, op: Vanhellenberghubar.org: http://wp.me/p4eh3s-HT | http://bit.ly/1Ot7F5S (2014-2018).))

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!