Ambachtsdag nieuwe Bavo #AHM14

#AHM14-openingsdia

Het wordt een volle bak op Ambachtsdag 18 september aanstaande, én de weersverwachtingen zijn goed! Wat willen we nog meer, want we zitten niet alleen in de kerk, maar er zijn ook demonstraties en workshops buiten. ((Voor meer informatie zie Ambachtsdag in de Bavo.))

Mijn lezing is wat buitenissig, dus die hebben ze aan het einde van de dag geplaatst. Hoezo een buitenbeentje? Omdat ik de enige ben met een kunsthistorisch verhaal en als opdracht kreeg om iets over schoonheid en symboliek te vertellen. Dus niet over de laatste reinigingsmethodes, grondstoffen of baksteensoorten, maar over vorm en boodschap. Meestal kom je dan terecht in de sfeer van de architectuuriconografie, maar daar stapte ik van af na een twittergesprek met ambachtelijk voeg- en metselspecialist Danny van der Meer:

Bavo haptisch Ambachtsdag

Daar ga ik het dus over hebben: haptische schoonheid.

Liefst zou ik hier nog wat meer over willen vertellen, maar dat moet wachten tot donderdag. Dan zie ik je misschien bij de nieuwe Bavo tussen de mensen die het erfgoed in stand houden dankzij hun handen.

B. ((De verkorte link van dit item is http://wp.me/p4eh3s-10a.))

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!

Biografie Bernadette

Bernadette in de Picardie met Kunst der Vormen. Foto Poul de Haan 2010.
Bernadette van Hellenberg Hubar geeft uitleg bij een monument in Frankrijk (foto: Poul de Haan 2010).

Bernadette van Hellenberg Hubar (1956) studeerde kunstgeschiedenis aan de Rijksuniversiteit te Utrecht en promoveerde aan de Katholieke Universiteit te Nijmegen op het proefschrift Arbeid & Bezieling, De esthetica van P.J.H. Cuypers, J.A. Alberdingk Thijm en V.E.L. de Stuers, en de voorgevel van het Rijksmuseum in 1995. De handelseditie van 1997 werd bekroond met de Karel van Manderprijs van de Nederlandse vereniging van kunsthistorici. November 2013 verscheen van haar hand De genade van de steiger, monumentale kerkelijke schilderkunst uit het interbellum, dat naar een idee en onder leiding van Gerard van Wezel van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) werd uitgevoerd en door de Walburg Pers is uitgegeven. Dit boek, waarover hierna meer, is inmiddels uitverkocht!

Het volgende project, waaraan ze van 2013 tot 2016 heeft gewerkt, was de monografie over de nieuwe Bavo te Haarlem. Dit boek over het kerkelijke meesterwerk van Joseph Th.J. Cuypers, zoon van Pierre J.H. Cuypers is geschreven in opdracht van de Stichting Kathedrale Basiliek Sint Bavo – op initiatief van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) – en uitgegeven door WBOOKS te Zwolle. Het boek is sinds 2019 uitverkocht. Hieronder volgt meer informatie.



Een van de vondsten bij het onderzoek naar de nieuwe Bavo die (ook) in de pers aansloeg is die van de Unvollendete. Download hier de PDF-versie van deze recensie. Het boek is te bestellen via deze link

Expertise Bernadette van Hellenberg Hubar profileerde zich als cultureel ondernemer en productontwikkelaar op het raakvlak van cultuurhistorie en juridisch instrumentarium. De basis hiervoor is gelegd gedurende 15 jaar secretariaat van het Cuypersgenootschap dat in 1997 de Prins Bernhardfondsprijs toegekend kreeg voor de combinatie van wetenschappelijk onderzoek en juridisch optreden. Vanaf de entree van de nota Belvedere in 1999 is Bernadette op zoek gegaan naar methodes die inzetten op ruimtelijke bescherming en ontwikkeling. Een van deze producten – Praktijkboek en Concordans Atlas Sint Geertruid (Margraten) – die ze met Margreeth Bangert heeft uitgewerkt, werd in 2003 onderscheiden. Met name op het gebied van het stellen van waarden heeft Bernadette een bijzondere expertise die onder meer resulteerde in de erfgoedSWOT©, bedacht bij het traceren van kernkwaliteiten voor wederopbouwgebieden in opdracht van het ministerie van OC&W (2010). Door haar kennis van beleid en regelgeving, kan ze als weinig anderen waardestellingen synchroniseren met erfgoedprocedures. Dat is ook van pas gekomen bij grootschalige projecten als de herbestemming van Landgoed Rhederhof in samenwerking met Friso Woudstra Architecten te Vorden.

Uitvinder — Bernadette van Hellenberg Hubar staat voor de inhoudelijke kant van het vak. Naast haar eigen projecten, begeleidt ze onderzoekers, verzorgt collegiale toetsen en participeert als coauteur. Daarnaast heeft ze grote interesse in het bedenken van nieuwe producten. Ze ontwikkelde in 2003 de formule voor Fiscaal verhaal© voor Rijksmonumenten en in 2004 het (PER©) voor gemeenten, dat een modern alternatief biedt voor de klassieke monumentenverordening. De afgelopen jaren is dit bij bestemmingsplangebieden in Maastricht en Eindhoven ingevoerd. Het vernieuwende denken achter het (PER©) is gehonoreerd door minister Plasterk in de beleidsbrief MoMo (september 2009). Het beleid dat toen is ingezet heeft tot een wijziging van het B(esluit)ro geleid, waardoor het PER© per 1 januari 2012 voortaan direct wettelijk verankerd was. Vanaf dat moment had het bovengrondse erfgoed heeft in het bestemmingsplan dezelfde status als het bodemarchief. In 2013 heeft ze met haar vroegere bureau Res nova een variant van het PER© voor de gemeente Bunschoten afgerond. Het PER© is actueler dan ooit, want met de nieuwe omgevingswet wordt planologische bescherming van erfgoed geïnstitutionaliseerd in de opvolger van het bestemmingsplan, het omgevingsplan (2021).*

Biografie | PER© brochure 2010
Een van de uitvindingen is het Planologisch erfgoedregime of PER© dat al vanaf 2005 in Maastricht wordt gebruikt. Dit type bescherming wordt geïnstitutionaliseerd in de Omgevingswet die per 2021 in werking treedt. De brochure kan gedownload worden via http://bit.ly/2wiVwOC-PER-Brochure.

Erfgoedspel — In het kader van de verdere ontwikkeling van de portfolio in de erfgoedsector heeft Bernadette van Hellenberg Hubar samen met Lost again in 2008 deel 2 van de Cuyperscode voltooid, een erfgoedspel dat vanaf de lancering in oktober 2007 ruim 80.000 bezoeken heeft getrokken. Bernadette tekende voor het script en schreef hiervoor enkele gedichten en fanfictions (historische korte verhalen), Lost again bouwde de engine. De Cuyperscode is op verschillende middelbare scholen gespeeld.

Gedichten — Als homo ludens kreeg Bernadette van Hellenberg Hubar in 2008 de gelegenheid om een nieuwe weg in te slaan met cultuurhistorie. Tijdens verschillende excursies, georganiseerd door Kunst der Vormen en haar reis naar China, kwam ze op het idee om gedichten op locatie te schrijven. Heel apart was de opdracht van de Rechtbank Roermond voor een bundel over rechtspraak in Roermond, die werd uitgevoerd in samenwerking met kunstenares Annelei Engelberts (2013-2014). Meer informatie daarover is te vinden onder deze link.

Interbellumboek — Eind 2013 is het boek De genade van de steiger, Monumentale kerkelijke schilderkunst uit het interbellum, verschenen, dat geschreven is in opdracht van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed: Ter introductie schreef Bernadette van Hellenberg Hubar hierover:

‘Zo’n verzameling schilders kan je aardig bezig houden. Tijdens het onderzoek regende het vondsten. Iedere keer weer kwamen er verrassende zaken tevoorschijn. Omdat ook de aanloop naar het interbellum in kaart is gebracht, hebben we nu een goed beeld gekregen van de invloed van de Beuroner school op de monumentale schilderkunst. Die was niet alleen veel groter dan algemeen wordt gedacht, maar vooral héél anders. Dat valt op als je het werk van Anton Derkinderen plaatst naast dat van Jan en Kees Dunselman, of F.H. Bach vergelijkt met Joan Collette en Piet Gerrits. Zowel de verschillen als de overeenkomsten maken het heel spannend. Onder meer hierdoor kunnen we nu voor de eerste keer de vinger leggen op de betekenis van het katholieke werk van Jan Toorop. Naast de kunstenaars die tot zijn richting horen – met grote namen als Anton Molkenboer en Chris Lebeau – heb je de kunstenaars van de expressionistische stam met figuren als Joep Nicolas, Henri Jonas, Matthieu Wiegman, Otto van Rees, Charles Eyck, Jaap Mes et cetera. Via de kunstkritiek is het gelukt meer greep op dit gezelschap te krijgen, waarbij vooral de rol van de Franse filosoof Jacques Maritain tevoorschijn komt. Daarnaast heeft ook de liturgische stijlstrijd grote gevolgen gehad. De veelheid van invloeden en factoren heeft in het interbellum tot een indrukwekkende variëteit aan artistieke producten geleid, waaronder veel monumentaal werk met een grote K’.

Een beknopt overzicht van de inhoud van het boek is te vinden in de samenvatting op deze site. Daar wordt ook duidelijk gemaakt wat de kunstenaars Joan Collette en Anton Molkenboer nu precies bedoelden met ‘de genade van de steiger’
Overigens is ook dit boek uitverkocht.

Biografie | De beelden rond de apsis van de nieuwe Bavo te Haarlem tijdens de restauratie. Foto bvhh.nu 2013.
De beelden rond de apsis van de nieuwe Bavo te Haarlem tijdens de restauratie. Foto bvhh.nu 2013.

Nieuwe Bavo — Was De genade van de steiger al zo’n bijzonder project, het onderzoek naar de nieuwe Bavo weet dat te evenaren, zo niet te overtreffen.  Zelden is over het programma van een kerk zo diepgaand nagedacht, in dit geval met name door Joseph Cuypers en de bouwheer, de latere bisschop A.J. Callier. Hoewel er vrijwel voortdurend geldgebrek was, slaagden zij er toch in hun kathedraal te realiseren zonder al te veel concessies aan de kwaliteit. Die wordt niet alleen door het artistieke niveau bepaald, maar ook door de hoge mate van ambachtelijkheid, waarmee het gebouw en zijn inrichting zijn uitgevoerd. De ideeën die vóór 1900 ontwikkeld werden over de boodschap die de nieuwe Bavo in architectuur en uitmonstering moest uitdragen zijn tot na de jaren 1950 actueel gebleven. Ook de nieuwe tijdslagen die in het kader van de huidige restauratie aan de kathedraal worden toegevoegd zijn daar voor een belangrijk deel op geënt.  Zo vormt de nieuwe Bavo het podium van ruim een eeuw artistieke uitdrukkingsvormen, waarin beeld, uitvoering en inhoud elkaar completeren. Het boek kan via deze link besteld worden.

Overige publicaties — Behalve deze twee grote werken heeft Bernadette van Hellenberg Hubar de afgelopen jaren verschillende andere sleutelpublicaties afgerond:

  • de monografie over de Clemenskerk in Merkelbeek.
  • de waardestelling van het oeuvre van Annemiek Punt in de monografie van Joost de Wal over de glazenier.
  • het E-boek over de schilderingen van Jojanneke Post naar het werk van Kees Dunselman in de kathedraal van Rotterdam.

Hoewel geen publicatie in de formele zin van het woord, mag hier ook het project #KunstinBreda genoemd worden met waardestellingen van het onroerende kerkelijke erfgoed in de gemeente Breda.

Deze publicaties waren geen van alle tot stand gekomen zonder de inbreng van vennoot Marij Coenen die met straffe hand de redactie voert.

Recent — Een overzicht van de activiteiten waar Bernadette van Hellenberg Hubar & Marij Coenen verder mee bezig zijn, is te vinden op LinkedIn* en op deze site onder het tabblad Projecten.


Een van de meest bijzondere kunstenaars van het interbellumonderzoek is Joep Nicolas. Op deze site is een fragment uit ‘De genade van de steiger’ geplaatst, waarin ook bovenstaand werk ter sprake komt; het Hubertusraam (1928) in de de pastorie van de Obrechtkerk te Amsterdam. De twee linker (noordelijke) ramen zijn aan Maria gewijd: linksboven zien we de Kroning van Maria, Koningin van de Rozenkrans. Linksonder staat een rozenstruik met rozenkrans, verwijzend naar de naam van de kerk: de vijf witte rozen staan voor de blijde geheimen van de rozenkrans, de vijf rode rozen voor de droevige geheimen en de vijf gouden rozen voor de glorievolle geheimen. Centraal is de parabel van goede herder weergegeven die verwijst naar pastoor Hoosemans als herder van de parochie. De ramen rechts (zuidelijk), waar je Jozef zou verwachten, zijn hier gewijd aan de patroon van de pastoor, Hubertus: rechtsboven zien we de bekering van Hubert met het hert dat in zijn gewei een kruis draagt; rechtsonder figureert de heilige als bisschop van Luik (Voor de datering en de iconografie zie de site obrechtkerk.nl.). Foto: RCE-Sjaan van der Jagt/Pixelpolder.

Verkorte link van dit item: http://bit.ly/Biografie-VHH-org

Samenvatting van ‘De genade van de steiger’

Nota bene — Wie liever eerst wil kijken naar het overzicht van items over De genade van de steiger op deze site, kan deze link volgen. Het boek is inmiddels uitverkocht en bij uitgeverij De Walburg Pers niet meer verkrijgbaar. Gelukkig blijkt het bij verschillende webwinkels nog verkrijgbaar te zijn en verder wordt het ook tweedehands en antiquarisch aangeboden. Ga maar eens googelen.

Samenvatting Genade van de steiger| Uitnodiging voor de presentatie van het boek, 21 november 2013 in de Obrechtkerk te Amsterdam
Detail van de koepelschildering van Jan Oosterman in de Catharinakerk van Den Bosch van Jan Stuyt. (Foto: RCE-Pixelpolder)

De genade van de steiger vormt de eerste studie die aan de monumentale kerkelijke schilderkunst van het interbellum in Nederland is gewijd. Over dit genre is nauwelijks iets bekend, niet alleen strikt genomen wat betreft de jaren twintig en dertig van de vorige eeuw, maar ook over de aanloop vanaf circa 1900 en de nasleep na 1940. Voor de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) vormden de kanjerrestauraties van acht grote kerken aanleiding om hier nader onderzoek naar te laten verrichten. Men constateerde dat het gesignaleerde hiaat dit onderdeel van de kerkelijke kunst onzichtbaar dreigde te maken. De geïnitieerde inhaalslag heeft er toe geleid dat er veel relevante informatie beschikbaar is gekomen voor het beheer en behoud van dit type erfgoed.

Bij dit project is een rijk gestoffeerd landschap in kaart gebracht, waarbij voor het eerst ook kwantitatief onderzoek naar monumentale schilderkunst is verricht. Niet eerder is er zoveel bekend geworden over wie zich allemaal in kunstzinnig Nederland bezig hielden met dit genre. Aanvankelijk was gerekend op zo’n 40 treffers, maar uiteindelijk zijn nagenoeg 200 namen van kunstenaars, ateliers en vakschilders tevoorschijn gekomen. Opvallend genoeg blijkt het gros van het nog bestaande werk in rijksmonumenten aanwezig te zijn. Tijdens het onderzoek is veel primaire literatuur opgespoord, mede dankzij de krantenbank van de KB. De analyse van dit materiaal resulteerde in een boek, waarin de lezer in vier inleidende hoofdstukken naar een canon van de verschillende stromingen in de muurschilderkunst wordt geleid. Deze canon bestaat uit drie hoofdstukken die elk gewijd zijn aan een van de ontdekte hoofdstromingen: de epische mis-en-scène en de Beuroner beurtzang (I), het synthetisme en het symbolisme (II), en ten slotte de expressionistische stam (III).

Vorming en technieken Het eerste hoofdstuk is gewijd aan de Amsterdamse Rijksacademie: alleen daar kon men een specialisatie volgen in de monumentale kunst. Aan de hand van concrete lesstof is achterhaald wat voor een soort onderwijs de aankomende kunstenaar op de steiger hier genoot. Hierdoor was het mogelijk lacunes in ouder onderzoek te dichten, hetgeen tot veel kenniswinst heeft geleid. Tegenover de academisch gevormde ‘figuristen’ stond het anonieme leger aan vakschilders: de voorbereiders, de decoratieschilders en de kalligrafen. Ook deze blijken over het algemeen degelijk geschoold te zijn. Als vervolg op de opleiding is een apart hoofdstuk gewijd aan de technieken en materialen van die tijd. Hierbij kwam voor het eerst aan het licht dat de frescoschilderkunst in Nederland pas tijdens het interbellum serieus beoefend werd. Daarnaast is het ontstaan en de introductie van de succesvolle keimverf in Nederland onder de loep genomen. Ook oudere technieken als olie-, caseïne- en wasverf komen aan de orde, naast nieuwe materialen als linoleum en hard- en zachtboard.

Samenvatting Genade van de steiger | De worgengel in het noorderportaal in Asselt van Joep Nicolas
Joep Nicolas, Cyclus in de crypte van Asselt (1923-1924) (Foto: RCE-Pixelpolder)

Kunstkritiek — Een aparte plaats neemt het hoofdstuk over de kunstkritiek in. Dit bleek onmisbaar om greep te krijgen op de verschillende stromingen en de uiteenlopende begrippen voor de waardering van monumentale schilderkunst. De analyse van dit onderdeel vond plaats op tekstueel niveau, waardoor standaardtermen als symbolisme en expressionisme, maar ietwat paradoxaal ook barok herijkt zijn. De katholieke esthetica van die tijd komt hierbij eveneens aan bod. Daarnaast is het jargon tegen het licht gehouden: dit heeft ertoe geleid dat we woorden als factuur, coloriet, abstract, cerebraal, decoratief, synthetisch, episch, leesbaar, gedenatureerd et cetera in de context van die tijd kunnen verstaan en actualiseren. Langs deze weg is een wetenschappelijk waarderingskader ontstaan dat tot dusver nog niet bestond.

Canon — De voorgaande hoofdstukken monden uit in een overzicht, waarin de belangrijkste kunstenaars en hun volgelingen op het toneel worden gezet. Behalve de drie genoemde hoofdgroepen worden enkele wisselspelers en einzelgänger uitgelicht. Aan de ene kant leidt deze mise-en-scène tot een correctie en verfijning van het algemene beeld van die tijd. Anderzijds wijkt de monumentale schilderkunst door de aparte voorwaarden die het medium stelt zo sterk af van de gangbare uitingsmiddelen dat dit ook van invloed blijkt op de positionering. Ondertussen worden programma’s gerealiseerd die iconografisch bezien verrassende oplossingen tonen, terwijl ze tegelijkertijd de bindende kracht van de christelijke symboliek demonstreren. De publicatie brengt alles bij elkaar veel nieuwe feiten en inzichten over het voetlicht. Ze biedt de gelegenheid om kennis te maken met een aparte wereld binnen de internationale artistieke scene, die een nadere beschouwing meer dan waard is.

Productie Het onderzoek is opgezet naar een idee en onder leiding van Gerard van Wezel van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Het manuscript is van de hand van dr Bernadette C.M. van Hellenberg Hubar, met medewerking van drs Angelique Friedrichs (hoofdstuk 3) en assistentie van drs Silvia Pellemans en drs Ingrid M.H. Evers. Het boek wordt rijkelijk geïllustreerd met speciaal daarvoor gemaakt beeldmateriaal, geproduceerd door Sjaan van der Jagt van Pixelpolder. Voor de correctie tekenden Marij Coenen en drs ir Marja Langenberg, terwijl de eindredactie en inhoudelijke synchronisatie verzorgd werd door professor dr Paul van den Akker.

Database Behalve deze publicatie is de RCE voornemens om het spreadsheet met alle aangetroffen namen van kunst- en vakschilders om te zetten in een database, die on line geraadpleegd kan worden.

Samenvatting Genade van de steiger | De omslag rolt van de pers.
De omslag rolt van de drukpers. Foto Gerard van Wezel 2013.

De genade van de steiger was direct te bestellen bij de Walburg Pers.

De verkort link van dit item is http://bit.ly/GvdS-samenvatting.