Luciferterrein Eindhoven (2009)

Opmaat

Luciferterrein Eindhoven — Het begon met een enthousiast berichtje op Facebook dat intussen ook voor enige verwarring zorgde.

Voor de workshop Van Luciferfabriek tot start upfabriek kun je je opgeven bij de gemeente Eindhoven.

Voor de workshop ‘Van Luciferfabriek tot start upfabriek’ kun je je opgeven bij de gemeente Eindhoven.

Nu is de ene luciferfabriek de andere niet! In Eindhoven waren er namelijk twee die wel tot dezelfde firma behoorden. Met mijn vorige bedrijf, Res nova, hebben we cultuur- en bouwhistorisch onderzoek verricht naar het oudste complex dat op het Luciferterrein lag in Eindhoven. Bovenstaande fabriek aan de Vestdijk maakt daar géén deel van uit. Maar op een briefhoofd van de firma – hiervoor moet je even naar beneden scrollen – staan ze wel als eenheid naast elkaar weergegeven. ((Onderzoeksrapport Luciferterrein, pp. 29-30))

Dit item gaat dus over het onderzoek naar het Luciferterrein dat je via deze link kunt bekijken en downloaden.

Zoals je in de inleiding kunt zien, hebben we dit project met een hele ploeg uitgevoerd die ik – ere wie ere toekomt – hier graag wil vermelden:

Dit rapport is van de hand van drs Silvia Pellemans in samenwerking met drs Don Rackham. Het historisch kadastrale onderzoek is uitgevoerd door Jos en Bauke Hüsken. Het is collegiaal getoetst door drs Margreeth Bangert en dr Bernadette van Hellenberg Hubar. De eindproductie was in handen van Marij Coenen.

Op het vroegere forum van Res nova stond een projectomschrijving van de hand van Don Rackham die hierna grotendeels is overgenomen.

Complex Lucifersfabriek met lay-out

Overzicht van het Luciferterrein met de verdwenen en de in 2009 nog bestaande gebouwen.

Samenvatting van het onderzoek

De gemeente Eindhoven gaf in 2009 opdracht om een cultuur- en bouwhistorische analyse uit te voeren naar het binnenterrein tussen de Bergstraat, Grote Berg en Kleine Berg, het zogenaamde Luciferterrein. De aanleiding voor dit onderzoek is het plan van Holland Art Gallery om op het binnenterrein een hotel met restaurant en galerie te ontwikkelen. ((Voor de laatste stand van zaken zie dit artikel van Eindhovens Dagblad van 22 mei 2014)) Op grond van beleid wil de gemeente Eindhoven, dat er voorafgaande aan de ontwerpfase, informatie ligt over de historische waarden van het gebied en de daarbinnen aanwezige bestaande en verdwenen bouwvolumes. Het onderzoek kan tevens dienen als referentiekader en inspiratiebron voor de op handen zijnde ontwikkeling.

Luciferterrein of Van der Schootterrein

Het projectgebied wordt in de volksmond aangeduid als Luciferterrein, genoemd naar de lucifersfabriek die in 1870 op deze locatie werd opgericht door de heren Mennen en Keunen. Het projectgebied omvat echter een terrein dat aanzienlijk groter is dan de kavel van de voormalige fabriek. Het gebied behelst verschillende panden aan de Bergstraat, de Kleine Berg en nog enkele volumes op het binnenterrein tussen deze straten. Momenteel is van de lucifersfabriek alleen nog het volume van het oorspronkelijke poortgebouw aanwezig in de vorm van het rijksmonument Bergstraat 26-30. Dit pand valt echter niet binnen de contouren van het plangebied.

Omdat de naam Luciferterrein de lading dan ook niet dekt, heeft Res nova voorgesteld om het projectgebied Van der Schootterrein te noemen. In de tweede helft van de twintigste eeuw was het overgrote deel van de bebouwing binnen het projectgebied, waaronder het rijksmonument Kleine Berg 45, de oude lucifersfabriek en nog enkele opstallen aan de Bergstraat, onderdeel van de ijzerwarenhandel van W. van der Schoot.

Res novae

Uit het onderzoek zijn de volgende nieuwe gegevens – res novae – naar voren gekomen:

  • Door diverse kaartprojecties is de ontwikkeling van het Van der Schootterrein vanaf de bouw van de lucifersfabriek in 1870 tot aan de huidige situatie inzichtelijk gemaakt.
    De industriële ontwikkeling op het binnenterrein tussen de Bergstraat, Grote en Kleine Berg start met de bouw van de lucifersfabriek van de heren Mennen en Keunen. Deze industriële activiteit wordt echter door de ijzerhandel W. Van der Schoot tot ver in de twintigste eeuw doorgezet.
  • Het onderzoek heeft aan het licht gebracht hoe de lucifersfabriek zich heeft ontwikkeld en welke functies waar in het complex waren ondergebracht.
  • Uit het kadastraal onderzoek is gebleken dat het pand Bergstraat 10a is opgericht als koperslagerij.
  • Het metselwerk van de zijgevel van Kleine Berg 45, het Van der Schootpand, vertoont diversiteit in verband en baksteenkleur. Historisch bronnenmateriaal laat zien dat het aangrenzende pand niet tegen de gevel was gebouwd, maar dat altijd sprake is geweest van een doorgang. De gevel geeft inzicht in de ontwikkeling van Kleine Berg 45 en toont de buitengevel van het negen¬tiende-eeuwse pand, de uitbreiding uit circa 1910 en de bouw van het huidige volume uit 1932.

Hieronder wordt kort ingegaan op de ontwikkelingsgeschiedenis en verschijningsvorm van de twee belangrijkste complexen op het terrein: de voormalige lucifersfabriek en het Van der Schootpand.

Briefhoofd van de firma Mennen en Keunen uit 1884.

Briefhoofd van de lucifersfabriek van Mennen en Keunen, 1884.

De Lucifersfabriek

Tot 1970 was het terrein achter de Bergstraat, Grote Berg en Kleine Berg onbebouwd. In 1870 kopen de heren Mennen en Keunen een groot perceel met de intentie hier een lucifersfabriek op te richten.

De bebouwing had een U-vormige plattegrond en volgde de contouren van het niet volledig orthogonale kavel. Het open voorterrein was bedoeld als sorteerplaats voor de aangevoerde boomstammen. Het betrof hier dan meestal populierenhout dat in de omgeving van Eindhoven ruimschoots voorhanden was. In het noordoostelijke deel van het complex, een smal langwerpig eenlaags bouwvolume onder zadeldak, stonden het stoomwerktuig en de ketel. Op deze machinerie waren de zaag- en schilmachines aangesloten, die in het gebouw direct naast het hierboven genoemde ketelhuis stonden.

Geheel in de zuidhoek van het perceel stond een eenlaags volume met een tongewelven dakconstructie met over de gehele lengte een ventilatiestrook. In dit gebouw was de eest, de droogkamer van de lucifers gevestigd. Rechts hiervan bevond zich een volume waar, door het hele gebouw, verticale ventilatieopeningen waren aangebracht en brandmuren waren geplaatst. Het gehele gebouw was gecompartimenteerd zodat in geval van uitslaande brand deze makkelijker kon worden beheerst. Dit volume was, gezien de vele ventilatieopeningen waarschijnlijk in gebruik voor het dompelen van de stokjes in de ontvlamvloeistof, ofwel de witte fosfor.

Het gebouw aan de noordoost zijde van het terrein bestond uit vier ruimtes: twee bergplaatsen, een ruimte voor de fabricage van schoensmeer en een kantoorvertrek.

In 1871, een jaar na de oprichting van de fabriek, gingen de heren Mennen en Keunen over tot het vervaardigen van veiligheidslucifers, de zogenaamde ‘Zweedsche lucifers’. De benaming ‘Zweedsche lucifers’ verwijst naar het patent op het vervaardigen van lucifers met rode fosforkoppen dat in Zweedse handen was. In datzelfde jaar wordt het poortgebouw aan de Bergstraat opgericht. Aangezien het pand het perceel aan de voorzijde afsluit en los staat van de fabrieksgebouwen is het oude erfachtige karakter van het perceel verdwenen, nu heerst er meer de allure van een door gebouwen omsloten werkterrein.

In 1872 volgt er een nieuwe uitbreiding. Ditmaal wordt er een rechthoekig volume aangebouwd aan de achterzijde van de bestaande fabriek. Vermoedelijk betreft het hier een tweede dompelruimte. Aan de voorzijde van het fabrieksgebouw wordt aan de zuidoost zijde een klein rechthoekig volume opgericht. De functie van het gebouw is onbekend.

In de jaren achttientachtig sluit de fabriek haar deuren en in 1890 wordt het complex verkocht. Het poortgebouw wordt opgedeeld in twee wooneenheden. In 1977 wordt het overgrote deel van de fabrieksgebouwtjes afgebroken. Alleen het poortgebouw en het kleine bijgebouwtje uit 1872 zijn behouden.

De ruimtelijke ontwikkeling van de Lucifersfabriek is in het onderzoek via historische kaarten in beeld gebracht.

De ruimtelijke ontwikkeling van de Lucifersfabriek is in het onderzoek via historische kaarten in beeld gebracht.

Van der Schootpand

Het rijksmonument Kleine Berg 45, het Van der Schootpand, is in 1932 gebouwd naar ontwerp van C.H. de Bever in een functionalistische stijl, in opdracht van W. van der Schoot. Het betreft hier een volume met rechthoekige plattegrond dat is opgesplitst in drie delen. Aan de Kleine Bergzijde bevindt zich het vierkante hoofdvolume dat vier bouwlagen telt onder rollaag en plat dak. Achter het hoofdvolume ligt een drie bouwlagen hoog bouw¬deel. Het geheel wordt aan de achterzijde afgesloten door een eenlaags volume.

De voorgevel van het hoofdvolume is opgetrokken in okerkleurige baksteen in Vlaams verband onder plat dak. Deze gevel wekt de suggestie dat hij als een scherm tussen de zijgevels hangt. De iets voor de voorgevel uitstekende zijgevels zijn op de hoeken in functionalistische stijl als hoeklisenen uitgewerkt. De voorgevel is op de begane grond voorzien van een zwart marmeren basement waarop een glazen winkelpui is geplaatst. Voor deze pui zijn metalen hekken aangebracht. Erboven is over de gehele breedte van de voorgevel een band met glazen bouwstenen aangebracht. Het bovenste gedeelte van de voorgevel (meer dan de helft van de totale hoogte) is blind. Het plat dak is voorzien van een grote piramidevormige lichtkoepel die dankzij een grote vide het winkelpand over alle verdiepingen van veel daglicht voorziet. Deze koepel is de primaire lichtbron van het complex en maakte het mogelijk dat het overgrote deel van de gevels blind konden worden uitgevoerd.

Lucifersterrein - Van der Schootpand

Kleine Berg 45 te Eindhoven: het Van der Schootpand van architect Kees (C.H.) de Bever.

De zijgevel van het pand is geheel blind. Nadat het aangrenzende pand werd afgebroken, kwam een gevel in het zicht die wordt gekenmerkt door een grote diversiteit in baksteenkleur en metselverband. Het is gebleken dat de gedurende de ontwikkelingen op deze locatie de bestaande zijgevel telkens werd opgenomen in de ver- of nieuwbouw. Op deze locatie stond tot circa 1920 een klein eenlaags arbeidershuisje. Rond 1920 werd hier een tweelaags kosthuis gebouwd om in 1932 te worden vervangen door het Van der Schootpand. Hoewel het hier telkens om nieuwe bebouwing gaat, nam men de bestaande zijgevel op in de plannen: deze was toch niet zichtbaar en hoefde daarom niet te worden afgewerkt.

Colofon en downloadlink

Het cultuur- en bouwhistorisch onderzoek naar het Luciferterrein werd in 2009 uitgevoerd door een team onder leiding van Res nova in opdracht van de gemeente.

Link om het rapport te downloaden: http://bit.ly/2jdi0ai-VanHH2Org.

B. ((Verkorte link van bovenstaand item: http://wp.me/P4eh3s-CH.

← Terug naar de inhoudsopgave!))

Voetnoten

ErfgoedSWOT© Paterskerk te Eindhoven

 


ErfgoedSWOT© Paterskerk te Eindhoven

Wil je een eerste indruk van dit project, lees dan verder, maar je kunt ook meteen surfen naar mijn presentatie om een beeld te krijgen van het interieur met onder meer topstukken van Atelier Custers. Niet alles hieruit is verdwenen, maar de samenhang ging teloor. Aan de creditzijde staat dat de adviezen uit het rapport met het perspectief voor een groot deel zijn opgevolgd, met name wat je in situ en ex situ  (maar binnen het complex behoudt). In de bandbreedte tussen behoud van de karakteristiek en doelmatige herbestemming is naar mijn mening de beoogde balans niet bereikt.

Papieren tijger — Als het gejubel over de herbestemming over een tijd verstomd is, zal de balans opgemaakt worden en dan vraag ik me af hoe die er uit zal zien. Zelf mocht ik meemaken dat one liners het voor een belangrijk deel wonnen van specialistisch onderzoek. Architectenbureaus bekommeren zich daar nauwelijks om, commissies ruimtelijke kwaliteit missen vaak expertise, de Rijksdienst Cultureel Erfgoed bemoeit zich er als papieren tijger op afstand niet mee, het Cuypersgenootschap haakte in dit geval voortijdig af en de enige die doorzette, de Henri van Abbestichting, heeft zich geconcentreerd op de aanpak van de voormalige biechtstoelen. Het resultaat daarvan stemde overigens terecht tot tevredenheid met als gevolg dat Domus DELA – zoals de kerk nu heet – een prijs van de Henri van Abbestichting kreeg.

Maar er ging ook best wat mis. Nog voordat de eerste steiger was opgericht, was de kruisweg van atelier Custers illegaal van de hand gedaan: illegaal, want als onderdeel van een beschermd rijksmonument had hiervoor vergunning aangevraagd moeten worden. Dit had voorkomen kunnen worden als het systeem van de selectieladder uit het Stappenplan voor het behoud van monumentale kunst van de RCE (2013) was uitgevoerd, zoals ooit de bedoeling was. Maar dat is dus niet gebeurd … 

Kritische geluiden zijn niet welkom in een sfeer waar alleen succesverhalen het voor het zeggen hebben, omdat herbestemming van kerkelijk erfgoed moet! Dat moet zeker – en we hebben er prachtige voorbeelden van in Nederland – maar tot welke prijs!

De Paterskerk te Eindhoven voor de herbestemming. Foto: Bas Gijselhart | BASEPHOTOGRAPHY (2014).

De Paterskerk te Eindhoven (1896-1898) met het heilig Hartbeeld hoog in de top van de toren. Deze riskante positie heeft het beeld de bijnaam bezorgd van Jezus waaghals, of Jezus de springer. Van een aangetrouwde oom hoorde ik dat de Amerikaanse soldaten die Eindhoven op 18 september 1944 bevrijdden, dachten dat het mr Philips was. Foto: Bas Gijselhart | BASEPHOTOGRAPHY (2014).

Anno 2014 — De Paterskerk maakt deel uit van het Augustijner klooster Mariënhage te Eindhoven. De Augustijnen en de gemeente Eindhoven trekken gezamenlijk op om een gedeeltelijke herbestemming te realiseren. Uitgangspunt is de marktconsultatie die in 2013 heeft plaatsgevonden. Als gevolg hiervan zijn coöperatie DELA uit Eindhoven en Kapellerput Conferentiehotel te Heeze uitgenodigd om een haalbaarheidsonderzoek op te stellen. Doordat een waardenstelling van de kerk nodig was, raakte ik bij het project betrokken. In principe gaat het om een erfgoedSWOT©, waarin niet alleen de waarden in kaart worden gebracht, maar ook een perspectief van de mogelijkheden wordt geschetst.

In 2014/15 is een cassette opgeleverd met de volgende onderdelen:

  • Hubar, Bernadette van Hellenberg, De mantel der liefde, De Paterskerk te Eindhoven, ErfgoedSWOT©, onderdeel waardenstelling, Ohé en Laak 2014.
  • Hubar, Bernadette van Hellenberg, Met hart en ziel, De Paterskerk te Eindhoven, ErfgoedSWOT©, onderdeel perspectief, Ohé en Laak 2014.
  • Hubar, Bernadette van Hellenberg, Op de achtergrond, Werkdocument Paterskerk te Eindhoven, Bouwstenen erfgoedSWOT©, onderdeel waardenstelling, Ohé en Laak 2014.
  • Hubar, Bernadette van Hellenberg, De Waardenstelling in plattegronden, appendix bij ‘De mantel der liefde’, Waardenstellend onderzoek Paterskerk te Eindhoven, Ohé en Laak 2015.

Deze stukken zijn te vinden in de cassette van het project Paterskerk: http://bit.ly/2B0GejS-Paterskerk, waarvan de inhoud openbaar is gemaakt door de gemeente Eindhoven als bevoegd gezag.

De kern van het onderzoek is samengevat in de presentatie:

Paterskerk te Eindhoven, altaar van Nicolaas van Tolentijn, een van de topstukken van Atelier Custers (circa 1900-1910). Foto Barbara Bonfrer van franken-pm.nl, 2014.

Paterskerk te Eindhoven, altaar van Nicolaas van Tolentijn, een van de topstukken van Atelier Custers (circa 1900-1910). Hij was de heilige die de meeste bezoekers trok, met name vanwege de wonderbare genezingen van mens en dier. Dit altaar is op zijn oorspronkelijke positie behouden gebleven (foto: Barbara Bonfrer van franken-pm.nl).

Anno 2021 wordt het project opnieuw als voorbeeld van een geslaagde herbestemming behandeld; ditmaal tijdens de Contactdag Herbestemming 2021, georganiseerd door het Nationaal Restauratiefonds en de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Of dat terecht is? Ik ben er nog niet uit en kom er vast nog een keer op terug.

B.

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


Dit item is gestart op 27/6/2014.

Verkorte link van dit item: http://bit.ly/VanHH-Paterskerk

Recensies & signalementen

Recensies — Hoe De genade van de steiger is ontvangen kun je met name in het lijstje hieronder vinden. Je ziet het goed, het boek heeft nauwelijks aandacht gekregen in de nieuwsbladen en de vaktijdschriften. Een kenner die zich meldde bij het Bulletin KNOB om het werk te recenseren werd afgewimpeld, omdat iemand van de redactie het zou doen. Bijna zes jaar na dato is dat nog altijd niet gebeurd en nu het boek is uitverkocht, lijkt ’t ons* twijfelachtig …  

Maar laten we ons concentreren op de positieve zaken: er zijn besprekingen van Henk van Os en Mieke Rijnders, van alle kanten krijgen we (nog steeds) complimenten van restauratoren (zeker ook dankzij het hoofdstuk van Angelique Friedrichs van de SRAL) en ook de sociale media laten zich niet onbetuigd. Daarom vooraf een recente opsteker van iemand die het boek zoekt voor zijn master thesis aan de OU:

*

Wie vindt er wat van?
  • Mieke Rijnders geeft een pittig lovende recensie onder de titel, ‘Roomse schilderkunst’, in Museumtijdschrift van mei 2014.
  • Henk van Os was aangenaam verrast door De genade van de steiger, zoals ook uit bijgaand signalement in Kunstschrift blijkt. Meer details vind je op deze pagina, waar we ook een van zijn favorieten behandelen: de heilig Hartschildering van Mathieu Wiegman in de Obrechtkerk.
  • Het enthousiaste artikel van Caspar Cillekens in Dagblad De Limburger.
  • Het blad van het bisdom Roermond spreekt over ‘een standaardwerk maar zeker ook een lust voor het oog’.
  • Een lovend verhaal van kerkenspecialist en VU-promotus Herman Wesselink, nota bene op de site van Protestant.nu (in iets uitgebreidere vorm tevens te vinden in het Cuypersbulletin).*
  • In de categorie klein, maar fijn, het signalement van dr Jos Pouls.
  • Een mooie recensie op de site van De Leestafel, die illustreert dat wat we beoogd hebben met dit boek – de herwaardering van de monumentale schilderkunst – gaat lukken (WayBackMachine).
  • Lest best, op Bol.com:

Veel kunstenaars hebben tussen de twee wereldoorlogen ‘de steiger’ getrotseerd om de muren en gewelven van kerken te beschilderen naar de roomse traditie en architectuur. Na 1945 werden zij met grote tegenzin ontvangen: hun kunst was niet modern abstract en de kerk was minder in tel. Recente restauraties zijn nu aanleiding dit beeld te herzien met een grondige en monumentale inventarisatie. In afgeronde hoofdstukken komen aan bod de vorming van deze zo diverse kunst- en kerkschilders, de vele conservatieve of experimentele stromingen, hun thema’s, technieken en de kritiek, en dat volgens objectieve criteria van schoonheid en wetenschap en historische waarde. Het resultaat is een alomvattende studie met bijna 400 prachtige afbeeldingen van kunstrijke of meer decoratieve interieurs, door vooral de kopstukken: Otto van Rees, Charles Eyck, Cuypers, Toorop, Derkinderen e.a. Met veel begripsverklaringen van vaak aparte termen, in citaten, veel noten en bronnen. Een ware canon van ‘vergeten’ kerkelijke kunst. Drs. Erik Kreytz

Mieke Rijnders recensie-

Recensie Mieke Rijnders ‘Genade van de steiger’ in Museumtijdschrift, mei 2014.

Zoals gezegd, is het boek inmiddels uitverkocht. Het grappige daarvan is dat je dan merkt hoeveel vraag er nog altijd naar is. Laten we hopen dat de RCE niet al te lang wacht met het plan om het boek online te zetten op DBNL.org.

Wordt vervolgd!

;-) B&M

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


Verwijzingen &
  • Ondanks het netwerk van initiator en goede vriend Gerard van Wezel, lukte het niet de dagbladpers te interesseren. Voor kerkelijke kunst hebben we moeten wachten op Kerkinterieurs in Nederland (2016) van het Catharijneconvent, eer dit type kunst in de waardering steeg. Ons slaat ook op het schrijverscollectief van Bernadette van Hellenberg Hubar en Marij Coenen dat begin 2019 geformaliseerd is in een VOF. Aan De genade van de steiger heeft Marij intensief meegewerkt. 
  • Helaas is de verwijzing naar Protestant.nu inmiddels een dode link! Jammer genoeg heeft de geweldige WayBackMachine van Archiv.org niet alle pagina’s opgenomen. De site Cuypersgenootschap.nl is eveneens uit de lucht, maar dit artikel is dankzij de WayBackMachine wel duurzaam opgeslagen. Je kunt het ook vinden onder deze link.
  • Juli 2019 bleek ook onze andere grote coproductie uitverkocht te zijn: De nieuwe Bavo te Haarlem (2016). Er is nog één adres  
  • Verkorte link van dit item: http://wp.me/P4eh3s-sU | http://bit.ly/1Zvd5z0

Fotodocumentatie Paterskerk

De Paterskerk te Eindhoven met het heilig Hartbeeld

De Paterskerk te Eindhoven (1896-1898) met het heilig Hartbeeld hoog in de top van de toren. Deze riskante positie heeft het beeld de bijnaam bezorgd van Jezus waaghals, of Jezus de springer. Van een aangetrouwde oom hoorde ik dat de Amerikaanse soldaten die Eindhoven op 18 september 1944 bevrijdden, dachten dat het mr Philips was. Foto: Bas Gijselhart | BASEPHOTOGRAPHY (2014).

Het onderstaande stukje schreef ik toen ik druk bezig was met het onderzoek en de waardenstelling van dit rijksmonument. Nog altijd vraag ik me af of ik niet te naïef ben geweest. Of het projectmanagement mij niet gewoon zag als een onvermijdelijke specialist die je d’r gang laat gaan, terwijl men ondertussen zijn eigen plan trekt. Maar zo dacht ik er in 2014 over:

Soms bof je met een project en dat geldt zeer beslist voor de Paterskerk in Eindhoven. Afgezien van het genoegen dat ik beleef aan het schrijven over zo’n mooi gebouw met zo’n bijzondere uitmonstering, heb ik het ook getroffen met de fotografen. Terwijl ik bezig was met de waardenstelling, was ondertussen een ploegje druk in de weer met de opname van alle bijzondere onderdelen van het interieur.

Want dat was de gedachte die er achter zat: de Paterskerk zal – als alles goed loopt – herbestemd worden, en dan kun je niet vroeg genoeg beginnen met de documentatie. Een goede documentatie is nog altijd de achilleshiel van alles wat in Nederland aan cultuurgoed verdwijnt. Vaak heeft dat te maken met een kwaad geweten, niet omdat mensen per definitie de kwader trouw zijn, maar omdat iedereen zich toch diep in zijn hart schaamt als iets waardevols vernietigd wordt.

Nu gaat het daar met de Paterskerk helemaal niet om. Er wordt op dit moment uitermate prudent met het gebouw en zijn inrichting omgegaan. Bij dit project ben ik er dan ook eerder bang voor dat op een gegeven moment het proces in zo’n krachtige versnelling raakt dat zoiets als documentatie over het hoofd wordt gezien.

Daarom ben ik heel blij dat fotoclub De Gender in Eindhoven, en wel meer in het bijzonder Bas Gijselhart van BASEPHOTOGRAPHY en Anke Spijkers zich over de Paterskerk ontfermd hebben. Ze hebben prachtig werk verricht. Daarnaast hebben Barbara Bonfrer en Bart van Gestel van Franken Projectmanagement opnames gemaakt. Eigenlijk zou een centraal orgaan deze digitale collectie moeten beheren, maar zover is het nog niet.

De foto’s van Bas Gijselhart en Anke Spijkers staan grotendeels on line via de site van BASEPHOTOGRAPHY.1 Van het werk van het tweetal van Franken Projectmagagement heb ik zelf een selectie in een lage resolutie op Flickr gezet, die bekeken kan worden via http://bit.ly/Paterskerk2franken-pm (noot auteur: deze is inmiddels verplaatst naar Google Photo’s onder deze link).

Ik zou zeggen, ga een kijkje nemen en geniet, maar respecteer het auteursrecht van de makers!

Inderdaad, geniet, want de sfeer die zo gaaf behouden was, is even onvermijdelijk als onherroepelijk verdwenen. Ook daar ligt beslist een uitdaging voor architecten die zich met herbestemming bezig houden. In het rapport met perspectieven voor de herbestemming kun je ermeer over vinden. Het voorgaande geldt trouwens ook voor de iconografie en symboliek van een kerkgebouw, waarvoor ik sinds 2021 een lans breek.

B.

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!

Detail van het Augustinusaltaar in de Paterskerk

Detail van het Augustinusaltaar van de gebroeders Custers te Eindhoven (vóór 1908). Afgezien van de bijzondere iconografie is de uitvoering van een zeer hoog niveau. Het reliëf was bedoeld om in steen gerealiseerd te worden, maar daar gaven de augustijnen geen toestemming voor. Om toch die indruk te wekken werd het gedaan in wit beschilderd hout. Dit altaar is op zijn oorspronkelijke positie behouden gebleven. Foto: Barbara Bonfrer van franken-pm.nl (2014).

Meer weten?

Het onderzoek over de Paterskerk is onder meer opgeleverd in de volgende twee delen:

  • Hubar, Bernadette van Hellenberg, De mantel der liefde, De Paterskerk te Eindhoven, ErfgoedSWOT©, onderdeel waardenstelling, Ohé en Laak 2014.
  • Hubar, Bernadette van Hellenberg, Met hart en ziel, De Paterskerk te Eindhoven, ErfgoedSWOT©, onderdeel perspectief, Ohé en Laak 2014.

Deze twee stukken zijn te vinden in de cassette van het project Paterskerk: http://bit.ly/2B0GejS-Paterskerk, waarvan de inhoud openbaar is gemaakt door de gemeente Eindhoven als bevoegd gezag.

Mijn opdrachtgever was coöperatie DELA te Eindhoven die met succes had deelgenomen aan marktconsultatie van de gemeente Eindhoven en de augustijnen:

‘De Orde der Augustijnen en de gemeente Eindhoven hebben naar aanleiding van de marktconsultatie Mariënhage besloten om verkennende gesprekken te voeren met coöperatie DELA over de verkoop van het gehele complex. DELA gaat een haalbaarheidsstudie doen naar het renoveren en exploiteren van gebied Mariënhage (exclusief het klooster) als ceremoniële locatie en daarmee opnieuw invulling geven aan de ‘hart en ziel’ gedachte. Verder wordt bekeken of er een samenwerking tussen DELA en Kapellerput (als beoogd huurder) mogelijk is om er zo ook ontmoetings- en overnachtingsfaciliteiten te realiseren ten behoeve van zakelijke en particuliere bijeenkomsten’. 2

Het project werd gecoördineerd door Karl Franken van Franken Projectmanagement en namens Dela begeleid door Peter Hoesbergen Advies. Als architecten waren Diederendirrix en Architecten|en|en, beide te Eindhoven, bij dit initiatief betrokken. Projectleider vanuit de gemeente Eindhoven was Sandra Janssen-Poelman.

Overige verwijzingen
  1. De serie op BASEPHOTOGRAPHY blijkt spijtig genoeg niet langer aanwezig te zijn. Wel zijn bij het project Domus DELA aansprekende foto’s te vinden van de huidige situatie.
  2. Persbericht van de gemeente Eindhoven d.d. 21 november 2013, ontleend aan de gemeentelijk website.
Verkorte link van dit item: http://bit.ly/1Pq4CZf

Door naar het hoofditem

Biografie Bernadette

Bernadette in de Picardie met Kunst der Vormen. Foto Poul de Haan 2010.
Bernadette van Hellenberg Hubar geeft uitleg bij een monument in Frankrijk (foto: Poul de Haan 2010).

Bernadette van Hellenberg Hubar (1956) studeerde kunstgeschiedenis aan de Rijksuniversiteit te Utrecht en promoveerde aan de Katholieke Universiteit te Nijmegen op het proefschrift Arbeid & Bezieling, De esthetica van P.J.H. Cuypers, J.A. Alberdingk Thijm en V.E.L. de Stuers, en de voorgevel van het Rijksmuseum in 1995. De handelseditie van 1997 werd bekroond met de Karel van Manderprijs van de Nederlandse vereniging van kunsthistorici. November 2013 verscheen van haar hand De genade van de steiger, monumentale kerkelijke schilderkunst uit het interbellum, dat naar een idee en onder leiding van Gerard van Wezel van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) werd uitgevoerd en door de Walburg Pers is uitgegeven. Dit boek, waarover hierna meer, is inmiddels uitverkocht!

Het volgende project, waaraan ze van 2013 tot 2016 heeft gewerkt, was de monografie over de nieuwe Bavo te Haarlem. Dit boek over het kerkelijke meesterwerk van Joseph Th.J. Cuypers, zoon van Pierre J.H. Cuypers is geschreven in opdracht van de Stichting Kathedrale Basiliek Sint Bavo – op initiatief van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) – en uitgegeven door WBOOKS te Zwolle. Het boek is sinds 2019 nog maar beperkt verkrijgbaar. Hieronder volgt meer informatie.



Een van de vondsten bij het onderzoek naar de nieuwe Bavo die (ook) in de pers aansloeg is die van de Unvollendete. Download hier de PDF-versie van deze recensie. Het boek is te bestellen via deze link

Expertise Bernadette van Hellenberg Hubar profileerde zich als cultureel ondernemer en productontwikkelaar op het raakvlak van cultuurhistorie en juridisch instrumentarium. De basis hiervoor is gelegd gedurende 15 jaar secretariaat van het Cuypersgenootschap dat in 1997 de Prins Bernhardfondsprijs toegekend kreeg voor de combinatie van wetenschappelijk onderzoek en juridisch optreden. Vanaf de entree van de nota Belvedere in 1999 is Bernadette op zoek gegaan naar methodes die inzetten op ruimtelijke bescherming en ontwikkeling. Een van deze producten – Praktijkboek en Concordans Atlas Sint Geertruid (Margraten) – die ze met Margreeth Bangert heeft uitgewerkt, werd in 2003 onderscheiden. Met name op het gebied van het stellen van waarden heeft Bernadette een bijzondere expertise die onder meer resulteerde in de erfgoedSWOT©, bedacht bij het traceren van kernkwaliteiten voor wederopbouwgebieden in opdracht van het ministerie van OC&W (2010). Door haar kennis van beleid en regelgeving, kan ze als weinig anderen waardestellingen synchroniseren met erfgoedprocedures. Dat is ook van pas gekomen bij grootschalige projecten als de herbestemming van Landgoed Rhederhof in samenwerking met Friso Woudstra Architecten te Vorden.

Uitvinder — Bernadette van Hellenberg Hubar staat voor de inhoudelijke kant van het vak. Naast haar eigen projecten, begeleidt ze onderzoekers, verzorgt collegiale toetsen en participeert als coauteur. Daarnaast heeft ze grote interesse in het bedenken van nieuwe producten. Ze ontwikkelde in 2003 de formule voor Fiscaal verhaal© voor Rijksmonumenten en in 2004 het (PER©) voor gemeenten, dat een modern alternatief biedt voor de klassieke monumentenverordening. De afgelopen jaren is dit bij bestemmingsplangebieden in Maastricht en Eindhoven ingevoerd. Het vernieuwende denken achter het (PER©) is gehonoreerd door minister Plasterk in de beleidsbrief MoMo (september 2009). Het beleid dat toen is ingezet heeft tot een wijziging van het B(esluit)ro geleid, waardoor het PER© per 1 januari 2012 voortaan direct wettelijk verankerd was. Vanaf dat moment had het bovengrondse erfgoed heeft in het bestemmingsplan dezelfde status als het bodemarchief. In 2013 heeft ze met haar vroegere bureau Res nova een variant van het PER© voor de gemeente Bunschoten afgerond. Het PER© is actueler dan ooit, want met de nieuwe omgevingswet wordt planologische bescherming van erfgoed geïnstitutionaliseerd in de opvolger van het bestemmingsplan, het omgevingsplan (2021).*

Biografie | PER© brochure 2010
Een van de uitvindingen is het Planologisch erfgoedregime of PER© dat al vanaf 2005 in Maastricht wordt gebruikt. Dit type bescherming wordt geïnstitutionaliseerd in de Omgevingswet die per 2021 in werking treedt. De brochure kan gedownload worden via http://bit.ly/2wiVwOC-PER-Brochure.

Erfgoedspel — In het kader van de verdere ontwikkeling van de portfolio in de erfgoedsector heeft Bernadette van Hellenberg Hubar samen met Lost again in 2008 deel 2 van de Cuyperscode voltooid, een erfgoedspel dat vanaf de lancering in oktober 2007 ruim 80.000 bezoeken heeft getrokken. Bernadette tekende voor het script en schreef hiervoor enkele gedichten en fanfictions (historische korte verhalen), Lost again bouwde de engine. De Cuyperscode is op verschillende middelbare scholen gespeeld.

Gedichten — Als homo ludens kreeg Bernadette van Hellenberg Hubar in 2008 de gelegenheid om een nieuwe weg in te slaan met cultuurhistorie. Tijdens verschillende excursies, georganiseerd door Kunst der Vormen en haar reis naar China, kwam ze op het idee om gedichten op locatie te schrijven. Heel apart was de opdracht van de Rechtbank Roermond voor een bundel over rechtspraak in Roermond, die werd uitgevoerd in samenwerking met kunstenares Annelei Engelberts (2013-2014). Meer informatie daarover is te vinden onder deze link.

Interbellumboek — Eind 2013 is het boek De genade van de steiger, Monumentale kerkelijke schilderkunst uit het interbellum, verschenen, dat geschreven is in opdracht van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed: Ter introductie schreef Bernadette van Hellenberg Hubar hierover:

‘Zo’n verzameling schilders kan je aardig bezig houden. Tijdens het onderzoek regende het vondsten. Iedere keer weer kwamen er verrassende zaken tevoorschijn. Omdat ook de aanloop naar het interbellum in kaart is gebracht, hebben we nu een goed beeld gekregen van de invloed van de Beuroner school op de monumentale schilderkunst. Die was niet alleen veel groter dan algemeen wordt gedacht, maar vooral héél anders. Dat valt op als je het werk van Anton Derkinderen plaatst naast dat van Jan en Kees Dunselman, of F.H. Bach vergelijkt met Joan Collette en Piet Gerrits. Zowel de verschillen als de overeenkomsten maken het heel spannend. Onder meer hierdoor kunnen we nu voor de eerste keer de vinger leggen op de betekenis van het katholieke werk van Jan Toorop. Naast de kunstenaars die tot zijn richting horen – met grote namen als Anton Molkenboer en Chris Lebeau – heb je de kunstenaars van de expressionistische stam met figuren als Joep Nicolas, Henri Jonas, Matthieu Wiegman, Otto van Rees, Charles Eyck, Jaap Mes et cetera. Via de kunstkritiek is het gelukt meer greep op dit gezelschap te krijgen, waarbij vooral de rol van de Franse filosoof Jacques Maritain tevoorschijn komt. Daarnaast heeft ook de liturgische stijlstrijd grote gevolgen gehad. De veelheid van invloeden en factoren heeft in het interbellum tot een indrukwekkende variëteit aan artistieke producten geleid, waaronder veel monumentaal werk met een grote K’.

Een beknopt overzicht van de inhoud van het boek is te vinden in de samenvatting op deze site. Daar wordt ook duidelijk gemaakt wat de kunstenaars Joan Collette en Anton Molkenboer nu precies bedoelden met ‘de genade van de steiger’
Overigens is ook dit boek uitverkocht.

Biografie | De beelden rond de apsis van de nieuwe Bavo te Haarlem tijdens de restauratie. Foto bvhh.nu 2013.
De beelden rond de apsis van de nieuwe Bavo te Haarlem tijdens de restauratie. Foto bvhh.nu 2013.

Nieuwe Bavo — Was De genade van de steiger al zo’n bijzonder project, het onderzoek naar de nieuwe Bavo weet dat te evenaren, zo niet te overtreffen.  Zelden is over het programma van een kerk zo diepgaand nagedacht, in dit geval met name door Joseph Cuypers en de bouwheer, de latere bisschop A.J. Callier. Hoewel er vrijwel voortdurend geldgebrek was, slaagden zij er toch in hun kathedraal te realiseren zonder al te veel concessies aan de kwaliteit. Die wordt niet alleen door het artistieke niveau bepaald, maar ook door de hoge mate van ambachtelijkheid, waarmee het gebouw en zijn inrichting zijn uitgevoerd. De ideeën die vóór 1900 ontwikkeld werden over de boodschap die de nieuwe Bavo in architectuur en uitmonstering moest uitdragen zijn tot na de jaren 1950 actueel gebleven. Ook de nieuwe tijdslagen die in het kader van de huidige restauratie aan de kathedraal worden toegevoegd zijn daar voor een belangrijk deel op geënt.  Zo vormt de nieuwe Bavo het podium van ruim een eeuw artistieke uitdrukkingsvormen, waarin beeld, uitvoering en inhoud elkaar completeren. Het boek kan via deze link besteld worden.

Overige publicaties — Behalve deze twee grote werken heeft Bernadette van Hellenberg Hubar de afgelopen jaren verschillende andere sleutelpublicaties afgerond:

  • de monografie over de Clemenskerk in Merkelbeek.
  • de waardestelling van het oeuvre van Annemiek Punt in de monografie van Joost de Wal over de glazenier.
  • het E-boek over de schilderingen van Jojanneke Post naar het werk van Kees Dunselman in de kathedraal van Rotterdam.

Hoewel geen publicatie in de formele zin van het woord, mag hier ook het project #KunstinBreda genoemd worden met waardestellingen van het onroerende kerkelijke erfgoed in de gemeente Breda.

Deze publicaties waren geen van alle tot stand gekomen zonder de inbreng van vennoot Marij Coenen die met straffe hand de redactie voert.

Recent — Een overzicht van de activiteiten waar Bernadette van Hellenberg Hubar & Marij Coenen verder mee bezig zijn, is te vinden op LinkedIn* en op deze site onder het tabblad Projecten.


Een van de meest bijzondere kunstenaars van het interbellumonderzoek is Joep Nicolas. Op deze site is een fragment uit ‘De genade van de steiger’ geplaatst, waarin ook bovenstaand werk ter sprake komt; het Hubertusraam (1928) in de de pastorie van de Obrechtkerk te Amsterdam. De twee linker (noordelijke) ramen zijn aan Maria gewijd: linksboven zien we de Kroning van Maria, Koningin van de Rozenkrans. Linksonder staat een rozenstruik met rozenkrans, verwijzend naar de naam van de kerk: de vijf witte rozen staan voor de blijde geheimen van de rozenkrans, de vijf rode rozen voor de droevige geheimen en de vijf gouden rozen voor de glorievolle geheimen. Centraal is de parabel van goede herder weergegeven die verwijst naar pastoor Hoosemans als herder van de parochie. De ramen rechts (zuidelijk), waar je Jozef zou verwachten, zijn hier gewijd aan de patroon van de pastoor, Hubertus: rechtsboven zien we de bekering van Hubert met het hert dat in zijn gewei een kruis draagt; rechtsonder figureert de heilige als bisschop van Luik (Voor de datering en de iconografie zie de site obrechtkerk.nl.). Foto: RCE-Sjaan van der Jagt/Pixelpolder.

Verkorte link van dit item: http://bit.ly/Biografie-VHH-org

De hoedenwinkel in de Hamstraat van Roermond

Een van de meest bekende zaken in Roermond was ongetwijfeld de hoedenwinkel van Gerda Beurskens in de Hamstraat, in het jugendstilpand naast de synagoge dat in 1906 tot stand kwam naar ontwerp van de Roermondse architect Frans Dupont. Toen deze zaak een aantal jaren geleden ophield te bestaan kwam een einde aan driekwart eeuw bijzondere detailhandel op deze plaats. De afgelopen decennia heeft de tijd in dit pand zo’n beetje stil gestaan, waardoor thans sprake is van een hoge mate aan achterstallig onderhoud, terwijl op het gebied van hedendaags comfort en hygiëne een inhaalslag dringend nodig is. Vandaar dat er plannen zijn ontwikkeld om de zaak van ‘tante Gerda’, zoals jong en – met name – oud haar in Roermond noemde, geschikt te maken voor winkelen anno 2014. Jammer genoeg bleek het concept wonen boven winkels hier niet haalbaar. Wel was het mogelijk om hier een B&B te vestigen. Anno 2018 wordt de winkel zelf overigens nog steeds als winkel gebruikt.

Voorafgaand aan deze zachte vorm van herbestemming moest een cultuurhistorische analyse met waardenstelling (CHAW) opgesteld worden, want het gaat om een rijksmonument dat in het bestemmingsplangebied van de Roermondse binnenstad ligt. Het onderzoek heb ik in de zomer van 2013 uitgevoerd. Het kan onder deze link als zwartwit-exemplaar ingezien worden. Wil je het in kleur hebben, dan kun je het bestellen via 4all op Bibliodoc.

Het rapport geeft een mooi beeld van de manier waarop ik dit type kleinere onderzoeken uitvoer.*

Voor de Cuyperianen onder ons: dit winkelgebouw verving het geboortehuis van architect Pierre J.H. Cuypers (1827-1921). Ook daarover vind je meer in het verhaal over de hoedenwinkel.

;-) B.

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


Post scriptum anno 2018

Vijf jaar later kunnen we constateren dat de crisis goed is geweest voor de hoedenwinkel. Er is namelijk nauwelijks iets veranderd. Er zit een soort vrijwilligerswinkel achter de etalage en in de ruimtes boven zit een B&B. Niet dat ik de architect of mijn opdrachtgever iets misgun, maar als erfgoedspecialist heb ik bij herbestemmingen en restauraties al zoveel zien verdwijnen – denk maar eens aan wat er nu bij de Paterskerk in Eindhoven gebeurt – dat ik blij ben met zo’n pas op de plaats. En wat mij betreft wordt het een hele lange pas op de plaats.

Wat trouwens heel grappig is. Deze blog blijkt een van de meest gelezen items van onze website te zijn.

Meer weten

De * verwijst naar de volgende informatie:

  • Voor dit type onderzoek heb ik een aparte methode ontwikkeld: de erfgoedSWOT©
  • Verkorte links van dit item: http://bit.ly/1ZvvLi8 | http://wp.me/p4eh3s-dR

CHAW Hamstraat 20B Roermond
Omslag van de rapportpublicatie ‘De hoedenwinkel in de Hamstraat’ te Roermond, ontworpen door architect Frans Dupont.

Archief: symposium

Interbellumboek Obrechtkerk Kees Dunselman
Bladzijde uit ‘De genade van de steiger’ over de schilderingen in het schip en de koortravee van Kees Dunselman in de Obrechtkerk te Amsterdam.

Presentatie & symposium ‘De genade van de steiger

Op donderdag 21 november 2013 verschijnt het boek De genade van de steiger, monumentale kerkelijke schilderkunst in het interbellum, van de hand van Bernadette van Hellenberg Hubar, met een bijdrage van Angelique Friedrichs en onder redactie van Gerard van Wezel. Naar aanleiding daarvan organiseert de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) een middagsymposium in de Obrechtkerk in Amsterdam. De locatie is goed bereikbaar met de auto en het openbaar vervoer.* Het boek is in de Obrechtkerk te koop, maar kan ook besteld worden bij de Walburg Pers. Belangstellenden voor het symposium kunnen zich gratis opgeven bij de RCE.

Programma:

13.30 Ontvangst met koffie en thee.

14.00 Welkomstwoord door mr. Manfred Evers, ‘regisseur’ van de Obrechtkerk.

14.10 Van historische naar esthetische herwaardering van verguisde kunst door prof. dr. Paul van den Akker, hoogleraar Beeldende Kunst voor 1800 aan de Open Universiteit en universitair docent Beeldende Kunst 300-1800 aan de Vrije Universiteit Amsterdam, tevens middagvoorzitter.

14.30 Bevrijding van de dwingende kerk: Over de afkeer van de negentiende-eeuwse kerkelijke kunst en architectuur in Nederland door prof. dr. Sible de Blaauw, hoogleraar Vroegchristelijke Kunst en Architectuur aan de Radboud Universiteit Nijmegen.

14.50 De betekenis van de liturgiehistorische context in de herwaardering van de twintigste-eeuwse kerkelijke kunsten door dr. Marisa Melchers, zelfstandig kunsthistorisch onderzoeker.

15.15 Uitreiking van het boek De genade van de steiger door drs. Cees van ’t Veen, directeur van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, aan prof. dr. Henk van Os.

15.25 Op de knieën met Wim Beeren door prof. dr. Henk van Os, universiteitshoogleraar Kunst en Samenleving aan de Universiteit van Amsterdam.

15.45 Theepauze.

16.15 De genade van de steiger: monumentale kerkelijke schilderkunst in het interbellum door dr. Bernadette van Hellenberg Hubar, erfgoedspecialist van adviesbureau vanhellenberghubar.org en hoofdauteur van het boek De genade van de steiger.

16.45 Afsluiting door prof. dr. Paul van den Akker.

17.00 Borrel tot 18.00.


*) Locatie van het symposium: Obrechtkerk (Onze Lieve Vrouw van de Allerheiligste Rozenkrans), Jacob Obrechtstraat 30, 1071 KM Amsterdam, www.obrechtkerk.nl. Vanaf het Centraal Station tram 2 en 16, halte Jacob Obrechtstraat. Vanaf Station Zuid tram 5, halte Concertgebouw. Vijf minuten lopen. Parkeergarage Museumplein, ingang Van Baerlestraat. Vijf minuten lopen.

Vue op de nieuwe Bavo

Mijn boek over de nieuwe Bavo is tot de verschijningsdatum medio 2016 voor € 39,95 (dus met 10 euro korting) te bestellen via NieuweBavo@gmail.com (graag verzendadres vermelden) of via http://bit.ly/WBOOKS-nBavo (inclusief verzendkosten). Je kunt ook meer of juist wat minder bijdragen. Surf daarvoor naar de bestelpagina: http://bit.ly/Bavo-Ao

De Mariakapel van de nieuwe Bavo bezien vanaf de steigers

De Mariakapel van de nieuwe Bavo bezien vanaf de steigers: op het gebeeldhouwde monogram, bekroond met de miniatuur koepel van de Sint Pieter van Rome, zijn onlangs de kleuren terug gebracht. Foto BvHH 2013.

Ik kan er maar geen genoeg van krijgen! Het is daar zo mooi op de steigers van de nieuwe Bavo. Dat vond ook RKK Katholiek Nederland TV toen de koster, Stephan van Rijt, materiaal stuurde over de beelden. Het resultaat was een uitzending over de restauratie die op 19 oktober 2013 uitgezonden werd, maar jammer genoeg niet meer beschikbaar is. Wat kwam er in deze gefilmde vue op de nieuwe Bavo zoal ter sprake:

De Unvollendete — Joseph Cuypers wist dat hij vanwege geldgebrek de kathedraal niet in één keer zou kunnen bouwen. Sterker nog, hij was zich er van bewust dat er meer generaties voor nodig zouden zijn om de kathedraal te voltooien. In overleg met de bisschop en de vicaris bedacht hij daarom een concept dat je zou kunnen opvatten als de architectonische tegenhanger van de beroemde Unvollendete (de onvoltooide symfonie) van Schubert:

  • Daardoor is het gebouw af en onaf tegelijkertijd: een optelsom van kwantumachtige momenten die elk de potentie hebben werkelijkheid te worden.
  • Tegelijkertijd schuilt hierachter een rijke christelijke symboliek die met name bepaald wordt door de visie dat het onvoltooide ons onweerstaanbaar naar de bron van alle voltooiing trekt: God. Maar zeker zo belangrijk is het – katholieke – besef dat het kruisoffer van Christus tijdens de eucharistie niet zomaar herdacht wordt, maar telkens weer opnieuw herhaald én voltooid wordt.
  • In het kielzog van het Oriëntalisme onderging ook Joseph Cuypers de aantrekkingskracht van de Arabische cultuur die een extra dimensie had, omdat ze het toenmalige aanzien bepaalde van het Heilige Land, waar Christus zijn verlossingswerk had verricht. In dit verband synchroniseerde de architect de ‘heilige leegte’ uit de christelijke en islamitische traditie door middel van lege poortnissen (in de koepel) en onbezette baldakijnen binnen en buiten de kerk. Omdat de leegte in principe ooit vol zal kunnen worden, maken ook deze deel uit van de Unvollendete.
  • Daarnaast speelde Joseph Cuypers in op een fenomeen dat in de achttiende eeuw werd ontdekt en afgelopen decennia door hersenonderzoek bevestigd werd: de voltooiende werking van onze ogen. Hoe sterk dat bij de nieuwe Bavo speelde, wordt vooral duidelijk als je bedenkt dat nu pas – tijdens de restauratie – ‘gezien’ werd hoeveel onafgewerkte brokken steen in het gebouw zitten. Te beginnen in de dominante koepel op de viering.
Detail van de koepel op de vieringtoren van de nieuwe Bavo te Haarlem

Pas tijdens deze restauratie vielen de hoeveelheid voorbewerkte blokken natuursteen op die de plaats innemen van beelden. Waren ze wel al gesignaleerd onder de baldakijnen van de lijst direct onder de koperen koepel, op de andere plaatsen in en buiten de kathedraal werden ze nu pas ontdekt. Foto BvHH 2013.

De juwelen van de bruid — Als devies draagt de kathedraal het motto Sicut sponsa ornata, getooid als een bruid. Dit is afkomstig uit de Apocalyps van Johannes en wel uit het hoofdstuk, waarin hij het hemels Jeruzalem ziet nederdalen, getooid als een bruid die zich mooi heeft gemaakt voor haar man. Op zijn beurt heeft Johannes dit prachtige beeld weer ontleend aan het Hooglied van Salomon. De kathedraal is symbolisch bezien de bruid, terwijl de selectief toegepaste buitenpolychromie de rol vervult van het snoer met juwelen rond haar hals. Opvallend genoeg zijn de kleuren vrijwel zonder uitzondering op bekroningen te zien, of dat nu torens betreft of topgevels.

Het dakenlandschap met de gepolychromeerde torens aan de noordoostzijde van de nieuwe Bavo.

De juwelen van de bruid. Foto BvHH 2013.

Microkosmos van de schepping — Stephan van Rijt merkte op dat je de beelden van Joseph Cuypers rond de nieuwe Bavo zou kunnen beschouwen als de tegenhangers van die van Viollet-le-Duc bij de Notre Dame van Parijs. Opvallend zijn de vele monsters die als symbool van de duistere kant van de schepping inherent zijn aan het wereldbeeld dat de kerk representeert: de strijd tussen goed en kwaad, licht en donker en noem maar op, wordt juist op gewijde plaatsen op het scherp van de snede uitgevochten. Daar vindt de apocalyptische kortsluiting plaats tussen de tegenstellingen die ons als mens raken, maar ook de verzoening met het aardse onvolmaakte dat een afspiegeling van de hemelse volmaaktheid toont. Bij de nieuwe Bavo tref je op verschillende plaatsen ambivalente wezens aan die hier en daar gekoppeld zijn aan een helend element: zo staan de meest bijzondere exemplaren op de Sacramentskapel, terwijl de duivel bij een van de beren rond de apsis achter de exorcist is geplaatst.

De monsters boven de sacramentskapel van de nieuwe Bavo

De wezens boven de sacramentskapel maken deel uit van de kosmische tegenstelling tussen goed en kwaad die de kathedraal als microkosmos van de schepping toont. Foto BvHH 2013.

Waardenstelling — De voorgaande gegevens zijn ontleend aan de waardenstelling waarmee ik bezig ben ten behoeve van de restauratie van de nieuwe Bavo. ((Hubar, Inauro textum, 2013, passim.)) Dit project wordt uitgevoerd in opdracht van de stichting kathedrale basiliek Sint Bavo te Haarlem, in samenwerking met de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed te Amersfoort, de gemeente Haarlem, Van Hoogevest Architecten te Amersfoort, Judith Bohan Interieur Restauratie te Haarlem en Davique Sierschilderwerk te Moordrecht.

Een nieuw boek over de kathedraal — Naar aanleiding van de resultaten van de waardenstelling kreeg ik in 2014 de opdracht om een boek te schrijven naar aanleiding van de huidige restauratie van de nieuwe Bavo: Ad orientem | Gericht op het oosten. Dit boek over de nieuwe Bavo is tot de verschijningsdatum medio 2016 voor € 39,95 (dus met 10 euro korting) te bestellen via NieuweBavo@gmail.com (graag verzendadres vermelden) of via http://bit.ly/WBOOKS-nBavo (inclusief verzendkosten). Je kunt ook meer of juist wat minder bijdragen. Surf daarvoor naar de bestelpagina: http://bit.ly/Bavo-Ao

Wil je het productieproces volgen? Abonneer je dan op mijn site of surf naar mijn blog!

B. ((Verkorte link van dit item: http://wp.me/P4eh3s-7u.

← Door naar de hoofdpagina!))

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!

Samenvatting van ‘De genade van de steiger’

Nota bene — Wie liever eerst wil kijken naar het overzicht van items over De genade van de steiger op deze site, kan deze link volgen. Het boek is inmiddels uitverkocht en bij uitgeverij De Walburg Pers niet meer verkrijgbaar. Gelukkig blijkt het bij verschillende webwinkels nog verkrijgbaar te zijn en verder wordt het ook tweedehands en antiquarisch aangeboden. Ga maar eens googelen.

Samenvatting Genade van de steiger| Uitnodiging voor de presentatie van het boek, 21 november 2013 in de Obrechtkerk te Amsterdam
Detail van de koepelschildering van Jan Oosterman in de Catharinakerk van Den Bosch van Jan Stuyt. (Foto: RCE-Pixelpolder)

De genade van de steiger vormt de eerste studie die aan de monumentale kerkelijke schilderkunst van het interbellum in Nederland is gewijd. Over dit genre is nauwelijks iets bekend, niet alleen strikt genomen wat betreft de jaren twintig en dertig van de vorige eeuw, maar ook over de aanloop vanaf circa 1900 en de nasleep na 1940. Voor de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) vormden de kanjerrestauraties van acht grote kerken aanleiding om hier nader onderzoek naar te laten verrichten. Men constateerde dat het gesignaleerde hiaat dit onderdeel van de kerkelijke kunst onzichtbaar dreigde te maken. De geïnitieerde inhaalslag heeft er toe geleid dat er veel relevante informatie beschikbaar is gekomen voor het beheer en behoud van dit type erfgoed.

Bij dit project is een rijk gestoffeerd landschap in kaart gebracht, waarbij voor het eerst ook kwantitatief onderzoek naar monumentale schilderkunst is verricht. Niet eerder is er zoveel bekend geworden over wie zich allemaal in kunstzinnig Nederland bezig hielden met dit genre. Aanvankelijk was gerekend op zo’n 40 treffers, maar uiteindelijk zijn nagenoeg 200 namen van kunstenaars, ateliers en vakschilders tevoorschijn gekomen. Opvallend genoeg blijkt het gros van het nog bestaande werk in rijksmonumenten aanwezig te zijn. Tijdens het onderzoek is veel primaire literatuur opgespoord, mede dankzij de krantenbank van de KB. De analyse van dit materiaal resulteerde in een boek, waarin de lezer in vier inleidende hoofdstukken naar een canon van de verschillende stromingen in de muurschilderkunst wordt geleid. Deze canon bestaat uit drie hoofdstukken die elk gewijd zijn aan een van de ontdekte hoofdstromingen: de epische mis-en-scène en de Beuroner beurtzang (I), het synthetisme en het symbolisme (II), en ten slotte de expressionistische stam (III).

Vorming en technieken Het eerste hoofdstuk is gewijd aan de Amsterdamse Rijksacademie: alleen daar kon men een specialisatie volgen in de monumentale kunst. Aan de hand van concrete lesstof is achterhaald wat voor een soort onderwijs de aankomende kunstenaar op de steiger hier genoot. Hierdoor was het mogelijk lacunes in ouder onderzoek te dichten, hetgeen tot veel kenniswinst heeft geleid. Tegenover de academisch gevormde ‘figuristen’ stond het anonieme leger aan vakschilders: de voorbereiders, de decoratieschilders en de kalligrafen. Ook deze blijken over het algemeen degelijk geschoold te zijn. Als vervolg op de opleiding is een apart hoofdstuk gewijd aan de technieken en materialen van die tijd. Hierbij kwam voor het eerst aan het licht dat de frescoschilderkunst in Nederland pas tijdens het interbellum serieus beoefend werd. Daarnaast is het ontstaan en de introductie van de succesvolle keimverf in Nederland onder de loep genomen. Ook oudere technieken als olie-, caseïne- en wasverf komen aan de orde, naast nieuwe materialen als linoleum en hard- en zachtboard.

Samenvatting Genade van de steiger | De worgengel in het noorderportaal in Asselt van Joep Nicolas
Joep Nicolas, Cyclus in de crypte van Asselt (1923-1924) (Foto: RCE-Pixelpolder)

Kunstkritiek — Een aparte plaats neemt het hoofdstuk over de kunstkritiek in. Dit bleek onmisbaar om greep te krijgen op de verschillende stromingen en de uiteenlopende begrippen voor de waardering van monumentale schilderkunst. De analyse van dit onderdeel vond plaats op tekstueel niveau, waardoor standaardtermen als symbolisme en expressionisme, maar ietwat paradoxaal ook barok herijkt zijn. De katholieke esthetica van die tijd komt hierbij eveneens aan bod. Daarnaast is het jargon tegen het licht gehouden: dit heeft ertoe geleid dat we woorden als factuur, coloriet, abstract, cerebraal, decoratief, synthetisch, episch, leesbaar, gedenatureerd et cetera in de context van die tijd kunnen verstaan en actualiseren. Langs deze weg is een wetenschappelijk waarderingskader ontstaan dat tot dusver nog niet bestond.

Canon — De voorgaande hoofdstukken monden uit in een overzicht, waarin de belangrijkste kunstenaars en hun volgelingen op het toneel worden gezet. Behalve de drie genoemde hoofdgroepen worden enkele wisselspelers en einzelgänger uitgelicht. Aan de ene kant leidt deze mise-en-scène tot een correctie en verfijning van het algemene beeld van die tijd. Anderzijds wijkt de monumentale schilderkunst door de aparte voorwaarden die het medium stelt zo sterk af van de gangbare uitingsmiddelen dat dit ook van invloed blijkt op de positionering. Ondertussen worden programma’s gerealiseerd die iconografisch bezien verrassende oplossingen tonen, terwijl ze tegelijkertijd de bindende kracht van de christelijke symboliek demonstreren. De publicatie brengt alles bij elkaar veel nieuwe feiten en inzichten over het voetlicht. Ze biedt de gelegenheid om kennis te maken met een aparte wereld binnen de internationale artistieke scene, die een nadere beschouwing meer dan waard is.

Productie Het onderzoek is opgezet naar een idee en onder leiding van Gerard van Wezel van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Het manuscript is van de hand van dr Bernadette C.M. van Hellenberg Hubar, met medewerking van drs Angelique Friedrichs (hoofdstuk 3) en assistentie van drs Silvia Pellemans en drs Ingrid M.H. Evers. Het boek wordt rijkelijk geïllustreerd met speciaal daarvoor gemaakt beeldmateriaal, geproduceerd door Sjaan van der Jagt van Pixelpolder. Voor de correctie tekenden Marij Coenen en drs ir Marja Langenberg, terwijl de eindredactie en inhoudelijke synchronisatie verzorgd werd door professor dr Paul van den Akker.

Database Behalve deze publicatie is de RCE voornemens om het spreadsheet met alle aangetroffen namen van kunst- en vakschilders om te zetten in een database, die on line geraadpleegd kan worden.

Samenvatting Genade van de steiger | De omslag rolt van de pers.
De omslag rolt van de drukpers. Foto Gerard van Wezel 2013.

De genade van de steiger was direct te bestellen bij de Walburg Pers.

De verkort link van dit item is http://bit.ly/GvdS-samenvatting.

Op naar Haarlem

Ga je mee voor een terugblik op een van mijn mooiste projecten ooit (2013-2016)? Wat fijn trouwens en wat terecht dat de nieuwe Bavo 13 juli 2018 toetreedt tot ‘Het Grootste Museum van Nederland’, een initiatief van het Catharijneconvent.* Uit mijn boek over de kathedraal kun je opmaken dat het gebouw zelf met zijn decoraties museumstuk nummer 1 is. Absoluut een bezoek waard!

De nieuwe Bavo te Haarlem — Je kunt je bijna geen mooie project voorstellen dan de nieuwe Bavo in Haarlem.* Natuurlijk kende ik het gebouw al, want niet alleen heb ik voor een zuiderling heel wat voetstappen verloren in Haarlem (ik logeerde vaak bij mijn vaders oudste zus aan de Spaarnelaan), maar we zijn er ook een aantal keren met het Cuypersgenootschap geweest. Maar kennen en kennen is twee, dus eigenlijk leer ik dit indrukkende oeuvre van Joseph Cuypers – waar overigens ook zijn vader en zijn zoon aan hebben meegewerkt – nu pas goed kennen. En dat was heel dankbaar, want na de afronding van de waardenstelling eind 2013 die als voorfase van het boek diende, bleek de potentie zo groot dat ik verder mocht met een monografie naar aanleiding van de restauratie. Zeg nu zelf, een meer intrigerende opdracht kun je nauwelijks bedenken! En wat een uitdaging ook!

De voorfase van de waardenstelling — Uitgangspunt waren de vele ontdekkingen die ik deed, terwijl ik de waardenstelling schreef. Van meet af aan was het plan was om afhankelijk van de resultaten daarvan de inhoud om te zetten in een monografie. Nu was de restauratie van de kathedrale basiliek Sint Bavo, of nieuwe Bavo, al enige jaren in volle gang. Voorafgaand aan en lopende het project waren verschillende onderzoeken uitgevoerd, maar die hadden niet tot een samenhangende waardenstelling geleid. En die is bij een dergelijke complexe campagne onontbeerlijk. Aanvankelijk luidde de opdracht om alleen het interieur onder de loep te nemen, omdat dat het meest opportuun leek. Achteraf bleek dit met name vanwege de polychromie ook nodig te zijn voor (delen van) het exterieur.

Omdat de schrijfopdracht, de gedachtevorming en de restauratie min of meer parallel liepen, had ik gekozen voor de insteek van een groeidocument: aan de hand van modules werden telkens onderdelen behandeld en van een waardering voorzien. Doordat deze tussentijds opgeleverd werden, deden zich naar gelang het onderzoek vorderde, onvermijdelijk nieuwe bevindingen voor. Waar dat opportuun was, heb ik het voortschrijdende inzicht in de vorm van passages in een afwijkende tekstkleur verwerkt. Daarnaast zijn enkele modules door middel van naschriften geactualiseerd. De laatste versie is eind 2013 opgeleverd. Aanvullend heb ik in mei 2014 de laatste hand gelegd aan een notitie over de polychromie van de twee gebeeldhouwde torentjes aan weerszijden van de topgevel van de Mariakapel. Uiteindelijk heeft dit alles, aangevuld met diepgaand onderzoek, een plaats gekregen in de monografie De nieuwe Bavo te Haarlem die via deze link besteld kan worden.

De nieuwe Bavo te Haarlem met de oostpartij in de steigers. Foto bvhh.nu 2013.

De nieuwe Bavo in de steigers lijkt wel een kunstwerk van Christo (foto bvhh.nu, zomer 2013).

Educated guess — Na de voorfase van de waardenstelling in 2013 kon al kan geconstateerd worden dat mijn werk met veel vondsten en kenniswinst gepaard was gegaan. Toch mag dit resultaat niet verabsoluteerd worden. Omdat er vanaf 2014 nog heel wat feitelijk onderzoek gedaan moest worden, berustte veel op de ‘educated guess’: een wetenschappelijke vorm van raden weliswaar, maar toch een vorm van speculeren, waarvan het erudiete karakter niet verward mag worden met substantiële hardware. Zelfs al verdient het resultaat het etiket van ‘met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid’, associaties vragen om feitelijke onderbouwing. Gelukkig kwam tijdens het vervolgonderzoek naar voren dat veel van die associaties feitelijk terecht bleken te zijn. Of ze konden met een zodanige omvang aan contextuele informatie onderbouwd worden, dat er weinig ruimte voor twijfel overbleef. De verschillende facetten van dit onderbouwen heb ik op een rij gezet in de verantwoording van het boek, waarbij ik opnieuw heb kunnen profiteren van de inleiding van mijn proefschrift, Arbeid en Bezieling, met de veelzeggende kop: Een poging in de kunst.* De motivering van mijn conclusies berustte overigens niet alleen op geschreven bronnen, maar steunde ook op bronnen van steen, glas, edel- en siermetalen, kleurstoffen, doek, textiel et cetera: kortom, het gebouw zelf en zijn uitmonstering van binnen en buiten.

Opdracht en samenwerking — Het project werd uitgevoerd in opdracht van de stichting kathedrale basiliek Sint Bavo te Haarlem, in samenwerking met de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed te Amersfoort, de gemeente Haarlem, Van Hoogevest Architecten te Amersfoort, Judith Bohan Interieur Restauratie te Haarlem en Davique Sierschilderwerk te Moordrecht. Met betrekking tot de monografie zorgde de RCE voor ondersteuning in de vorm van onder meer het benodigde beeldmateriaal. Voor de inhoudelijke toets tekende een leescommissie bestaande uit kenners van de nieuwe Bavo, iconografen, historici, erfgoedspecialisten en Cuyperskenners.

Wat het project heeft gebracht kun je op deze site onder meer vinden in ‘De nieuwe Bavo in verhalen‘.

;-) B. ((Verkorte link van dit item: http://bit.ly/VHH2nB-Haarlem.

← Terug naar de hoofdpagina!))

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


Bezoekadres &

Heb je belangstelling om de kathedraal een keer te bezichtingen. Dat is mogelijk vanaf april tot en met oktober en in de kerstvakantie, waarbij je ontvangen wordt door kathedraalgidsen die je van alles over de nieuwe Bavo kunnen vertellen. Kijk voor je gaat even op de website van de kathedraal voor de precieze tijden.

De entree bevindt zich bij het hoofdportaal van de kathedraal aan het Bottemanneplein, onder de twee torens.
Er is ruime parkeergelegenheid op het Emmaplein, direct naast de kerk.
Voor autobussen zijn aparte plaatsen aan het Bottemanneplein.

De entree bedraagt € 4,00 en voor kinderen tot 12 jaar € 1,00.

Gerelateerde onderwerpen

Met één klik op de afbeelding ga je naar …

Lettertekens en emblemen in de galerij onder de lichtbeuk van de apsis. Wat is wat? Bavo RCE Van der Mey Kroning Maria Joep Nicolas, Intrepiditas stadhuis Breda.