@Erfgoedverhaal

@Erfgoedverhaal

@Erfgoedverhaal verbindt de polen! (Ontwerp: Wolthera.info, 2014).

@Erfgoedverhaal speelt zich af tussen wat tastbaar is op locatie en wat zich virtueel bevindt in de geschreven bronnen.

@Erfgoedverhaal laat zien dat het als instrument functioneert bij herbestemming/herplaatsing/revitalisering en consolidatie, doordat het sensibiliseert en enthousiasmeert. En dat geldt dus niet alleen voor onroerend, maar ook voor roerend en immaterieel erfgoed. Zoiets doe je niet alleen, dat doe je met elkaar!

Meer weten? Volg @Erfgoedverhaal of surf naar http://bit.ly/Erfgoedverhaal en naar @Erfgoedverhaal in tweets.

Wordt vervolgd!

B.

______________

Nota bene — De verkorte link van dit item is http://wp.me/p4eh3s-K4

Luciferterrein Eindhoven (2009)

Opmaat

Luciferterrein Eindhoven — Het begon met een enthousiast berichtje op Facebook dat intussen ook voor enige verwarring zorgde.

Voor de workshop Van Luciferfabriek tot start upfabriek kun je je opgeven bij de gemeente Eindhoven.

Voor de workshop ‘Van Luciferfabriek tot start upfabriek’ kun je je opgeven bij de gemeente Eindhoven.

Nu is de ene luciferfabriek de andere niet! In Eindhoven waren er namelijk twee die wel tot dezelfde firma behoorden. Met mijn vorige bedrijf, Res nova, hebben we cultuur- en bouwhistorisch onderzoek verricht naar het oudste complex dat op het Luciferterrein lag in Eindhoven. Bovenstaande fabriek aan de Vestdijk maakt daar géén deel van uit. Maar op een briefhoofd van de firma – hiervoor moet je even naar beneden scrollen – staan ze wel als eenheid naast elkaar weergegeven. ((Onderzoeksrapport Luciferterrein, pp. 29-30))

Dit item gaat dus over het onderzoek naar het Luciferterrein dat je via deze link kunt bekijken en downloaden.

Zoals je in de inleiding kunt zien, hebben we dit project met een hele ploeg uitgevoerd die ik – ere wie ere toekomt – hier graag wil vermelden:

Dit rapport is van de hand van drs Silvia Pellemans in samenwerking met drs Don Rackham. Het historisch kadastrale onderzoek is uitgevoerd door Jos en Bauke Hüsken. Het is collegiaal getoetst door drs Margreeth Bangert en dr Bernadette van Hellenberg Hubar. De eindproductie was in handen van Marij Coenen.

Op het vroegere forum van Res nova stond een projectomschrijving van de hand van Don Rackham die hierna grotendeels is overgenomen.

Complex Lucifersfabriek met lay-out

Overzicht van het Luciferterrein met de verdwenen en de in 2009 nog bestaande gebouwen.

Samenvatting van het onderzoek

De gemeente Eindhoven gaf in 2009 opdracht om een cultuur- en bouwhistorische analyse uit te voeren naar het binnenterrein tussen de Bergstraat, Grote Berg en Kleine Berg, het zogenaamde Luciferterrein. De aanleiding voor dit onderzoek is het plan van Holland Art Gallery om op het binnenterrein een hotel met restaurant en galerie te ontwikkelen. ((Voor de laatste stand van zaken zie dit artikel van Eindhovens Dagblad van 22 mei 2014)) Op grond van beleid wil de gemeente Eindhoven, dat er voorafgaande aan de ontwerpfase, informatie ligt over de historische waarden van het gebied en de daarbinnen aanwezige bestaande en verdwenen bouwvolumes. Het onderzoek kan tevens dienen als referentiekader en inspiratiebron voor de op handen zijnde ontwikkeling.

Luciferterrein of Van der Schootterrein

Het projectgebied wordt in de volksmond aangeduid als Luciferterrein, genoemd naar de lucifersfabriek die in 1870 op deze locatie werd opgericht door de heren Mennen en Keunen. Het projectgebied omvat echter een terrein dat aanzienlijk groter is dan de kavel van de voormalige fabriek. Het gebied behelst verschillende panden aan de Bergstraat, de Kleine Berg en nog enkele volumes op het binnenterrein tussen deze straten. Momenteel is van de lucifersfabriek alleen nog het volume van het oorspronkelijke poortgebouw aanwezig in de vorm van het rijksmonument Bergstraat 26-30. Dit pand valt echter niet binnen de contouren van het plangebied.

Omdat de naam Luciferterrein de lading dan ook niet dekt, heeft Res nova voorgesteld om het projectgebied Van der Schootterrein te noemen. In de tweede helft van de twintigste eeuw was het overgrote deel van de bebouwing binnen het projectgebied, waaronder het rijksmonument Kleine Berg 45, de oude lucifersfabriek en nog enkele opstallen aan de Bergstraat, onderdeel van de ijzerwarenhandel van W. van der Schoot.

Res novae

Uit het onderzoek zijn de volgende nieuwe gegevens – res novae – naar voren gekomen:

  • Door diverse kaartprojecties is de ontwikkeling van het Van der Schootterrein vanaf de bouw van de lucifersfabriek in 1870 tot aan de huidige situatie inzichtelijk gemaakt.
    De industriële ontwikkeling op het binnenterrein tussen de Bergstraat, Grote en Kleine Berg start met de bouw van de lucifersfabriek van de heren Mennen en Keunen. Deze industriële activiteit wordt echter door de ijzerhandel W. Van der Schoot tot ver in de twintigste eeuw doorgezet.
  • Het onderzoek heeft aan het licht gebracht hoe de lucifersfabriek zich heeft ontwikkeld en welke functies waar in het complex waren ondergebracht.
  • Uit het kadastraal onderzoek is gebleken dat het pand Bergstraat 10a is opgericht als koperslagerij.
  • Het metselwerk van de zijgevel van Kleine Berg 45, het Van der Schootpand, vertoont diversiteit in verband en baksteenkleur. Historisch bronnenmateriaal laat zien dat het aangrenzende pand niet tegen de gevel was gebouwd, maar dat altijd sprake is geweest van een doorgang. De gevel geeft inzicht in de ontwikkeling van Kleine Berg 45 en toont de buitengevel van het negen¬tiende-eeuwse pand, de uitbreiding uit circa 1910 en de bouw van het huidige volume uit 1932.

Hieronder wordt kort ingegaan op de ontwikkelingsgeschiedenis en verschijningsvorm van de twee belangrijkste complexen op het terrein: de voormalige lucifersfabriek en het Van der Schootpand.

Briefhoofd van de firma Mennen en Keunen uit 1884.

Briefhoofd van de lucifersfabriek van Mennen en Keunen, 1884.

De Lucifersfabriek

Tot 1970 was het terrein achter de Bergstraat, Grote Berg en Kleine Berg onbebouwd. In 1870 kopen de heren Mennen en Keunen een groot perceel met de intentie hier een lucifersfabriek op te richten.

De bebouwing had een U-vormige plattegrond en volgde de contouren van het niet volledig orthogonale kavel. Het open voorterrein was bedoeld als sorteerplaats voor de aangevoerde boomstammen. Het betrof hier dan meestal populierenhout dat in de omgeving van Eindhoven ruimschoots voorhanden was. In het noordoostelijke deel van het complex, een smal langwerpig eenlaags bouwvolume onder zadeldak, stonden het stoomwerktuig en de ketel. Op deze machinerie waren de zaag- en schilmachines aangesloten, die in het gebouw direct naast het hierboven genoemde ketelhuis stonden.

Geheel in de zuidhoek van het perceel stond een eenlaags volume met een tongewelven dakconstructie met over de gehele lengte een ventilatiestrook. In dit gebouw was de eest, de droogkamer van de lucifers gevestigd. Rechts hiervan bevond zich een volume waar, door het hele gebouw, verticale ventilatieopeningen waren aangebracht en brandmuren waren geplaatst. Het gehele gebouw was gecompartimenteerd zodat in geval van uitslaande brand deze makkelijker kon worden beheerst. Dit volume was, gezien de vele ventilatieopeningen waarschijnlijk in gebruik voor het dompelen van de stokjes in de ontvlamvloeistof, ofwel de witte fosfor.

Het gebouw aan de noordoost zijde van het terrein bestond uit vier ruimtes: twee bergplaatsen, een ruimte voor de fabricage van schoensmeer en een kantoorvertrek.

In 1871, een jaar na de oprichting van de fabriek, gingen de heren Mennen en Keunen over tot het vervaardigen van veiligheidslucifers, de zogenaamde ‘Zweedsche lucifers’. De benaming ‘Zweedsche lucifers’ verwijst naar het patent op het vervaardigen van lucifers met rode fosforkoppen dat in Zweedse handen was. In datzelfde jaar wordt het poortgebouw aan de Bergstraat opgericht. Aangezien het pand het perceel aan de voorzijde afsluit en los staat van de fabrieksgebouwen is het oude erfachtige karakter van het perceel verdwenen, nu heerst er meer de allure van een door gebouwen omsloten werkterrein.

In 1872 volgt er een nieuwe uitbreiding. Ditmaal wordt er een rechthoekig volume aangebouwd aan de achterzijde van de bestaande fabriek. Vermoedelijk betreft het hier een tweede dompelruimte. Aan de voorzijde van het fabrieksgebouw wordt aan de zuidoost zijde een klein rechthoekig volume opgericht. De functie van het gebouw is onbekend.

In de jaren achttientachtig sluit de fabriek haar deuren en in 1890 wordt het complex verkocht. Het poortgebouw wordt opgedeeld in twee wooneenheden. In 1977 wordt het overgrote deel van de fabrieksgebouwtjes afgebroken. Alleen het poortgebouw en het kleine bijgebouwtje uit 1872 zijn behouden.

De ruimtelijke ontwikkeling van de Lucifersfabriek is in het onderzoek via historische kaarten in beeld gebracht.

De ruimtelijke ontwikkeling van de Lucifersfabriek is in het onderzoek via historische kaarten in beeld gebracht.

Van der Schootpand

Het rijksmonument Kleine Berg 45, het Van der Schootpand, is in 1932 gebouwd naar ontwerp van C.H. de Bever in een functionalistische stijl, in opdracht van W. van der Schoot. Het betreft hier een volume met rechthoekige plattegrond dat is opgesplitst in drie delen. Aan de Kleine Bergzijde bevindt zich het vierkante hoofdvolume dat vier bouwlagen telt onder rollaag en plat dak. Achter het hoofdvolume ligt een drie bouwlagen hoog bouw¬deel. Het geheel wordt aan de achterzijde afgesloten door een eenlaags volume.

De voorgevel van het hoofdvolume is opgetrokken in okerkleurige baksteen in Vlaams verband onder plat dak. Deze gevel wekt de suggestie dat hij als een scherm tussen de zijgevels hangt. De iets voor de voorgevel uitstekende zijgevels zijn op de hoeken in functionalistische stijl als hoeklisenen uitgewerkt. De voorgevel is op de begane grond voorzien van een zwart marmeren basement waarop een glazen winkelpui is geplaatst. Voor deze pui zijn metalen hekken aangebracht. Erboven is over de gehele breedte van de voorgevel een band met glazen bouwstenen aangebracht. Het bovenste gedeelte van de voorgevel (meer dan de helft van de totale hoogte) is blind. Het plat dak is voorzien van een grote piramidevormige lichtkoepel die dankzij een grote vide het winkelpand over alle verdiepingen van veel daglicht voorziet. Deze koepel is de primaire lichtbron van het complex en maakte het mogelijk dat het overgrote deel van de gevels blind konden worden uitgevoerd.

Lucifersterrein - Van der Schootpand

Kleine Berg 45 te Eindhoven: het Van der Schootpand van architect Kees (C.H.) de Bever.

De zijgevel van het pand is geheel blind. Nadat het aangrenzende pand werd afgebroken, kwam een gevel in het zicht die wordt gekenmerkt door een grote diversiteit in baksteenkleur en metselverband. Het is gebleken dat de gedurende de ontwikkelingen op deze locatie de bestaande zijgevel telkens werd opgenomen in de ver- of nieuwbouw. Op deze locatie stond tot circa 1920 een klein eenlaags arbeidershuisje. Rond 1920 werd hier een tweelaags kosthuis gebouwd om in 1932 te worden vervangen door het Van der Schootpand. Hoewel het hier telkens om nieuwe bebouwing gaat, nam men de bestaande zijgevel op in de plannen: deze was toch niet zichtbaar en hoefde daarom niet te worden afgewerkt.

Colofon en downloadlink

Het cultuur- en bouwhistorisch onderzoek naar het Luciferterrein werd in 2009 uitgevoerd door een team onder leiding van Res nova in opdracht van de gemeente.

Link om het rapport te downloaden: http://bit.ly/2jdi0ai-VanHH2Org.

B. ((Verkorte link van bovenstaand item: http://wp.me/P4eh3s-CH.

← Terug naar de inhoudsopgave!))

Voetnoten

ErfgoedSWOT© Paterskerk te Eindhoven

 


ErfgoedSWOT© Paterskerk te Eindhoven

Wil je een eerste indruk van dit project, lees dan verder, maar je kunt ook meteen surfen naar mijn presentatie om een beeld te krijgen van het interieur met onder meer topstukken van Atelier Custers. Niet alles hieruit is verdwenen, maar de samenhang ging teloor. Aan de creditzijde staat dat de adviezen uit het rapport met het perspectief voor een groot deel zijn opgevolgd, met name wat je in situ en ex situ  (maar binnen het complex behoudt). In de bandbreedte tussen behoud van de karakteristiek en doelmatige herbestemming is naar mijn mening de beoogde balans niet bereikt.

Papieren tijger — Als het gejubel over de herbestemming over een tijd verstomd is, zal de balans opgemaakt worden en dan vraag ik me af hoe die er uit zal zien. Zelf mocht ik meemaken dat one liners het voor een belangrijk deel wonnen van specialistisch onderzoek. Architectenbureaus bekommeren zich daar nauwelijks om, commissies ruimtelijke kwaliteit missen vaak expertise, de Rijksdienst Cultureel Erfgoed bemoeit zich er als papieren tijger op afstand niet mee, het Cuypersgenootschap haakte in dit geval voortijdig af en de enige die doorzette, de Henri van Abbestichting, heeft zich geconcentreerd op de aanpak van de voormalige biechtstoelen. Het resultaat daarvan stemde overigens terecht tot tevredenheid met als gevolg dat Domus DELA – zoals de kerk nu heet – een prijs van de Henri van Abbestichting kreeg.

Maar er ging ook best wat mis. Nog voordat de eerste steiger was opgericht, was de kruisweg van atelier Custers illegaal van de hand gedaan: illegaal, want als onderdeel van een beschermd rijksmonument had hiervoor vergunning aangevraagd moeten worden. Dit had voorkomen kunnen worden als het systeem van de selectieladder uit het Stappenplan voor het behoud van monumentale kunst van de RCE (2013) was uitgevoerd, zoals ooit de bedoeling was. Maar dat is dus niet gebeurd … 

Kritische geluiden zijn niet welkom in een sfeer waar alleen succesverhalen het voor het zeggen hebben, omdat herbestemming van kerkelijk erfgoed moet! Dat moet zeker – en we hebben er prachtige voorbeelden van in Nederland – maar tot welke prijs!

De Paterskerk te Eindhoven voor de herbestemming. Foto: Bas Gijselhart | BASEPHOTOGRAPHY (2014).

De Paterskerk te Eindhoven (1896-1898) met het heilig Hartbeeld hoog in de top van de toren. Deze riskante positie heeft het beeld de bijnaam bezorgd van Jezus waaghals, of Jezus de springer. Van een aangetrouwde oom hoorde ik dat de Amerikaanse soldaten die Eindhoven op 18 september 1944 bevrijdden, dachten dat het mr Philips was. Foto: Bas Gijselhart | BASEPHOTOGRAPHY (2014).

Anno 2014 — De Paterskerk maakt deel uit van het Augustijner klooster Mariënhage te Eindhoven. De Augustijnen en de gemeente Eindhoven trekken gezamenlijk op om een gedeeltelijke herbestemming te realiseren. Uitgangspunt is de marktconsultatie die in 2013 heeft plaatsgevonden. Als gevolg hiervan zijn coöperatie DELA uit Eindhoven en Kapellerput Conferentiehotel te Heeze uitgenodigd om een haalbaarheidsonderzoek op te stellen. Doordat een waardenstelling van de kerk nodig was, raakte ik bij het project betrokken. In principe gaat het om een erfgoedSWOT©, waarin niet alleen de waarden in kaart worden gebracht, maar ook een perspectief van de mogelijkheden wordt geschetst.

In 2014/15 is een cassette opgeleverd met de volgende onderdelen:

  • Hubar, Bernadette van Hellenberg, De mantel der liefde, De Paterskerk te Eindhoven, ErfgoedSWOT©, onderdeel waardenstelling, Ohé en Laak 2014.
  • Hubar, Bernadette van Hellenberg, Met hart en ziel, De Paterskerk te Eindhoven, ErfgoedSWOT©, onderdeel perspectief, Ohé en Laak 2014.
  • Hubar, Bernadette van Hellenberg, Op de achtergrond, Werkdocument Paterskerk te Eindhoven, Bouwstenen erfgoedSWOT©, onderdeel waardenstelling, Ohé en Laak 2014.
  • Hubar, Bernadette van Hellenberg, De Waardenstelling in plattegronden, appendix bij ‘De mantel der liefde’, Waardenstellend onderzoek Paterskerk te Eindhoven, Ohé en Laak 2015.

Deze stukken zijn te vinden in de cassette van het project Paterskerk: http://bit.ly/2B0GejS-Paterskerk, waarvan de inhoud openbaar is gemaakt door de gemeente Eindhoven als bevoegd gezag.

De kern van het onderzoek is samengevat in de presentatie:

Paterskerk te Eindhoven, altaar van Nicolaas van Tolentijn, een van de topstukken van Atelier Custers (circa 1900-1910). Foto Barbara Bonfrer van franken-pm.nl, 2014.

Paterskerk te Eindhoven, altaar van Nicolaas van Tolentijn, een van de topstukken van Atelier Custers (circa 1900-1910). Hij was de heilige die de meeste bezoekers trok, met name vanwege de wonderbare genezingen van mens en dier. Dit altaar is op zijn oorspronkelijke positie behouden gebleven (foto: Barbara Bonfrer van franken-pm.nl).

Anno 2021 wordt het project opnieuw als voorbeeld van een geslaagde herbestemming behandeld; ditmaal tijdens de Contactdag Herbestemming 2021, georganiseerd door het Nationaal Restauratiefonds en de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Of dat terecht is? Ik ben er nog niet uit en kom er vast nog een keer op terug.

B.

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


Dit item is gestart op 27/6/2014.

Verkorte link van dit item: http://bit.ly/VanHH-Paterskerk

De hoedenwinkel in de Hamstraat van Roermond

Een van de meest bekende zaken in Roermond was ongetwijfeld de hoedenwinkel van Gerda Beurskens in de Hamstraat, in het jugendstilpand naast de synagoge dat in 1906 tot stand kwam naar ontwerp van de Roermondse architect Frans Dupont. Toen deze zaak een aantal jaren geleden ophield te bestaan kwam een einde aan driekwart eeuw bijzondere detailhandel op deze plaats. De afgelopen decennia heeft de tijd in dit pand zo’n beetje stil gestaan, waardoor thans sprake is van een hoge mate aan achterstallig onderhoud, terwijl op het gebied van hedendaags comfort en hygiëne een inhaalslag dringend nodig is. Vandaar dat er plannen zijn ontwikkeld om de zaak van ‘tante Gerda’, zoals jong en – met name – oud haar in Roermond noemde, geschikt te maken voor winkelen anno 2014. Jammer genoeg bleek het concept wonen boven winkels hier niet haalbaar. Wel was het mogelijk om hier een B&B te vestigen. Anno 2018 wordt de winkel zelf overigens nog steeds als winkel gebruikt.

Voorafgaand aan deze zachte vorm van herbestemming moest een cultuurhistorische analyse met waardenstelling (CHAW) opgesteld worden, want het gaat om een rijksmonument dat in het bestemmingsplangebied van de Roermondse binnenstad ligt. Het onderzoek heb ik in de zomer van 2013 uitgevoerd. Het kan onder deze link als zwartwit-exemplaar ingezien worden. Wil je het in kleur hebben, dan kun je het bestellen via 4all op Bibliodoc.

Het rapport geeft een mooi beeld van de manier waarop ik dit type kleinere onderzoeken uitvoer.*

Voor de Cuyperianen onder ons: dit winkelgebouw verving het geboortehuis van architect Pierre J.H. Cuypers (1827-1921). Ook daarover vind je meer in het verhaal over de hoedenwinkel.

;-) B.

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


Post scriptum anno 2018

Vijf jaar later kunnen we constateren dat de crisis goed is geweest voor de hoedenwinkel. Er is namelijk nauwelijks iets veranderd. Er zit een soort vrijwilligerswinkel achter de etalage en in de ruimtes boven zit een B&B. Niet dat ik de architect of mijn opdrachtgever iets misgun, maar als erfgoedspecialist heb ik bij herbestemmingen en restauraties al zoveel zien verdwijnen – denk maar eens aan wat er nu bij de Paterskerk in Eindhoven gebeurt – dat ik blij ben met zo’n pas op de plaats. En wat mij betreft wordt het een hele lange pas op de plaats.

Wat trouwens heel grappig is. Deze blog blijkt een van de meest gelezen items van onze website te zijn.

Meer weten

De * verwijst naar de volgende informatie:

  • Voor dit type onderzoek heb ik een aparte methode ontwikkeld: de erfgoedSWOT©
  • Verkorte links van dit item: http://bit.ly/1ZvvLi8 | http://wp.me/p4eh3s-dR

CHAW Hamstraat 20B Roermond
Omslag van de rapportpublicatie ‘De hoedenwinkel in de Hamstraat’ te Roermond, ontworpen door architect Frans Dupont.