Glaskunst in een Twittermoment

Op het Twittermoment ‘Glas‘ verzamelijk ik allerlei tweets over hedendaagse en historische glaskunst. Sinds De genade van de steiger is glas niet meer weg te denken uit mijn belangstelling. Op een niet vermoeden manier heb ik toen kennisgemaakt met het werk van Jan Toorop, Antoon Derkinderen, Joep Nicolas, Matthieu Wiegman om er enkelen te noemen.

Later heb er in het boek over de nieuwe Bavo veel aandacht aan gewijd, zowel vanwege het werk van Joseph Cuypers, als van Jan Dibbets en Marc Mulders. Daarna volgden mijn artikelen over het werk van Annemiek Punt en over het naoorlogse balanceren tussen figuratief, decoratief en modern aan de hand van de glazen van Hugo Brouwer en Charles Eyck in het Fatimahuis te Weert. Wat mij betreft mogen er nog veel opdrachten langskomen.

Over Jan Toorop heb ik hieronder een fragment opgenomen over zijn Nijmeegse Apostelraam.

Maar ga eerst eens hieronder kijken wat glaskunst allemaal teweeg brengt op Twitter.

;-) B.

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!



‘t Apostelraam van Jan Toorop (1908-1909)

Jan Toorop en het Apostelraam uit ‘De genade van de steiger’, p. 275. Klik op het plaatje om te vergroten!

Afb. 223a-e. c. Jan Toorop, Het Apostelraam (1913-1915) in de Jozefkerk te Nijmegen (1908-1909), met een ontwerptekening en details van de koppen
van Christus en de engelen. Vanwege het innovatieve karakter maakte dit
werk van Toorop destijds veel ophef. Dit zal zeker te maken hebben gehad
met de omstandigheid dat er in Nederland nog niet zoveel door Beuron beïnvloede glasschilderingen waren te zien.(90) Dit laatste verklaart ook waarom de ornamentele invulling nog sterk op de neogotiek lijkt te zijn afgestemd, al werd hiermee vermoedelijk een emulatie nagestreefd in glas van het Byzantijns geïnspireerde Beuroner mozaïek. Dat de vorm een ander doel dient, blijkt ook bij een vergelijking met het veel minder statische sectieltableau gewijd aan Aloysius in de Nieuwe Bavokathedraal te Haarlem uit 1907 (zie afb. 81).

Het is opvallend dat Plasschaert in zijn monografie over muurschilderingen blind lijkt voor de Beuroner inslag van (onder meer) dit werk. Zelf schreef Toorop hierover: ‘Maar ik heb er toch genoegen van om het apostelraam op die wijze, liturgisch en alles harmonieus zuiver in aansluiting met de omringende architectuur te hebben gemaakt. Daar moet maar eens een einde komen aan al dat ramengeknoei die onze mooie kerkgebouwen bederven’.(91) Hiermee toonde hij zich een rasecht Violierlid. Herkenbaar in de iconografie zijn aspecten (de blote voeten, de regenboog) die door Nieuwbarn in ‘Het Roomsche Kerkgebouw’ werden benoemd. Heel karakteristiek voor Toorop is het werken met een verdubbeling van koppen, waardoor het effect van diepte ontstaat zonder doorbreking van de tweedimensionaliteit. Opvallend is verder de totale vulling van de bogen in de ramen met figuren, waardoor geen achtergrond viel op te vullen en er een optimale eenheid tussen voorstelling en architectuur van het venster is ontstaan. In de hiëratische houding en plooival van de gewaden volgde Toorop Lenz, evenals in de lijnen van het gewaad van de zittende Christus (a). Het Christushoofd is levensecht, maar in zijn symmetrie volledig geconstrueerd naar een ideaal (d). Hoewel er naar de weergave van types is gestreefd, hebben de koppen van de apostelen een individuele signatuur behouden. Van enkele 
is bekend wie er model voor heeft gestaan. In de hoofden van de twee engelen heeft Toorop het portret van Miek Janssen verwerkt (b-c). Hiermee nam hij een voorschot op de kruisweg van Oosterbeek, waar hij de combinatie van portret, type en halftype ook in symbolische zin verder zou uitwerken. Herkomst: Beeldbank RCE.

Fragment uit De genade van de steiger, p. 275.

Verkorte link van dit item: http://bit.ly/2isWCOh


BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

Cuypersgenootschap najaarsexcursie 2017 Rotterdam

Tijdens de najaarsexcursie naar Rotterdam bezoekt het Cuypersgenootschap onder meer de Laurentius-Elisabethkathedraal, waar ik samen met Jojanneke Post van Davique.nl een verhaal zal houden over het gebouw, het terugbrengen van de schilderingen en over de beelden.

Maar er valt in Rotterdam nog veel meer te bekijken, zoals je op het Twittermoment hieronder kunt zien:

Over de Laurentius-Elisabethkathedraal geeft het convocaat van het Cuypersgenootschap de volgende informatie:

De kerk vormt een typisch product van de ideeën van de Katholieke Kunstkring De Violier, waarvan Buskens, maar ook de hierna te noemen gebroeders Dunselman lid waren. Bouwpastoor was Alphons Wreesman (1904-1927) die na zijn emeritaat betrokken bleef bij de inrichting van ‘zijn’ kerk. In 1915 trok hij Jan Dunselman aan voor de eerste kruiswegstatie en de beschildering van de Lourdeskapel, waarna deze kunstenaar met zijn team tot circa 1922 het ene na het andere werk voltooide. Waarschijnlijk vanwege ernstige problemen met Jans gezondheid nam Kees Dunselman in 1929 het stokje van zijn broer over. Hij maakte de uitmonstering van de kalot van de apsis die op dit moment teruggebracht wordt door Jojanneke Post van Davique Sierschilderwerken. Aan de basis ligt een gezamenlijk uitgevoerd onderzoek onder leiding van Bernadette van Hellenberg Hubar dat als E-boek* zal verschijnen op de site van het bisdom Rotterdam. Bernadette van Hellenberg Hubar en Jojanneke Post zullen ons in de kathedraal een toelichting geven op het werk van de gebroeders Dunselman en de overige uitmonstering van dit bijzondere gebouw.

Over de ander bezienswaardigheden die 28 oktober bezocht zullen worden, vind je meer in het volledige convocaat onder deze link.

Kijk ook eens op de projectpagina van deze opdracht.

Ik kijk er naar uit om je 28 oktober te ontmoeten!

;-)  B.

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


*Het E-boek is inmiddels in concept opgeleverd en verschijnt onder de titel:

Hubar, Bernadette van Hellenberg, Jojanneke Post (Davique Sierschilderwerken), en Marij Coenen. Tussen Gabriel en Michael. De schilderingen van Kees Dunselman in de Laurentius-Elisabethkathedraal te Rotterdam. Rotterdam: H.H. Laurentius-Elisabethparochie, 2017.

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

De luchtboogbeelden onderweg

Onderweg — De aanleiding mag Jeroen Bosch zijn geweest, maar dat had de ‘wonderlijke klim’ bij de Sint Jan van Den Bosch helemaal niet nodig. Het was werkelijk een briljante vondst geweest om deze sculptuur op de steunbogen langs het schip – die globaal tussen 1470 en 1520 tot stand kwam – op deze manier toegankelijk te maken voor een groot publiek. Wie wat vaker verhalen van mij leest, weet dat ik gek ben op steigers, of liever, helemaal weg ben van die wonderlijke wereld tussen hemel en aarde. Toen de Bossche kathedraal de laatste keer in de steigers stond, heb ik daar rond mogen dwalen in het gezelschap van Wies van Leeuwen die de problematiek van de restauratie toelichtte. Was dat al boeiend, nog aangrijpender was de poëtische sfeer op de steigerplanken tussen de beren, luchtbogen en wimbergen, oog in oog met beelden en ornamenten. Een andere wereld, dacht ik toen, een totaal aparte wereld. Datzelfde gevoel overviel me toen ik in 2013 op de steigers stond bij die andere fantastische kathedraal, de nieuwe Bavo in Haarlem, en waar dat toe leidde gaan we 9 september beleven. Maar nu eerst het fata morgana – of was het een fantas morgana? – dat me overviel bij de ‘wonderlijke klim’ in Den Bosch.

Sint Jan Den Bosch, De wonderlijke klim (bvhh.nu 2016).


Zittend op de luchtboog
zetten we ons voorzichtig af
om opwaarts te schuiven
‘n trage dodendans
van heiligen en zondaars
zotskappen en wijzen
de man om de hoek en de koning
tussen dieren en monsters
zestien bogen lang
‘n brug tussen aarde en hemel
waar Cerberus wacht
in vele gedaanten

de muil wijd geopend
gebeurt ‘t ieder moment
kokhalzend spuwend
een zondvloed van water
kolkt op onze lijven
houvast verdwijnt
graaiend, tuimelend,
vallend klauwend
vergeefs grijpen we
naar wapperende panden
‘n arm ‘n voet van hen
die nog sneller
dalen
de aarde tegemoet

aan de voet van de beren
zijn wij als Sisyphus
behept met ‘n taak
die nooit lijkt te voleinden
Steeds weer onderweg
naar waar engelen
zingen: Alleluja

________________

Programma — Je wil nog weten wat er waar is in mijn verhaal in dichtvorm? Of het klopt van die waterspuwers boven de luchtbogen? Zoals zo vaak, is het antwoord ‘ja’ en ‘nee’. Wat de luchtboogbeelden precies betekenen heeft tot dusver niemand kunnen achterhalen, zoals Ronald Glaudemans in zijn boek hierover nog eens benadrukt.* Het onderliggende programma blijft in raadselen gehuld. Sterker nog, mijn promotor, Kees Peeters, meende zelfs dat de cyclus van toevalligheden aan elkaar hing. Ongetwijfeld is er naar de middeleeuwse achtergronden nog veel onderzoek nodig, maar misschien is het ook wel aardig om de menagerie op de luchtbogen te bekijken door een negentiende en vroeg twintigste-eeuwse bril. Want we denken wel dat we naar een middeleeuws toneel kijken, daarboven in de dakgoot van de Sint Jan, maar het gros van wat we zien is negentiende-eeuws. We zijn niet zozeer beland bij de wereld van Jeroen Bosch, als wel bij die van de belangrijkste restauratie-architect, Lambert Hezenmans (1841-1909) , en de man die namens het Rijk de inspectie van de werken uitvoerde, Pierre J.H. Cuypers (1827-1921). De twee kenden elkaar goed, want beiden waren door de afdeling kunsten en wetenschappen van het ministerie van buitenlandse zaken – dat wil zeggen, Victor de Stuers – aangesteld als rijksinspecteur. Niet zelden controleerden ze in die functie elkaars werken. In het geval van de luchtboogbeelden leidde dat tot pittige kritiek van de kant van Cuypers, met name wat betreft de concrete aanpak van Hezenmans, waardoor origineel, gerestaureerd en aangevuld niet goed te onderscheiden waren.*


Lambert Hezenmans, Schetsjes van een aantal luchtboogbeelden (1870-1885). Herkomst: site Bossche Encyclopedie
Lambert Hezenmans, Schetsjes van een aantal luchtboogbeelden (1870-1885). Herkomst: site Bossche Encyclopedie: http://bit.ly/29kyLN3.

Lange tijd is behoorlijk denigrerend gedaan over de kennis die mensen als Hezenmans en Cuypers over de middeleeuwen hadden en wat dat voor een fnuikende gevolgen had voor de middeleeuwse monumenten van ons land. Vanaf de jaren zeventig kwam een herwaardering op gang die startte met een pleidooi voor de erkenning van de intrinsieke oudheidkundige betekenis van dit soort restauraties. Vrijwel niemand vond de negentiende-eeuwse bijdrage in die tijd ‘mooi’, maar dat stond los van de cultuurhistorische waarde. Geleidelijk kwam meer oog voor de ambachtelijke kwaliteit van de negentiende-eeuwse ateliers met hun strak gepolijste technieken. Toen eenmaal die horde tot het ‘mooi’ vinden genomen was, bleek ook nog eens dat men in die tijd veel meer wist van de middeleeuwen dan tot dusver was aangenomen. En dan valt onvermijdelijk de naam van Cuypers’ zwager, J.A. Alberdingk Thijm en zijn standaardwerk De Heilige Linie (1858). Niet dat Thijm de enige was die zich bezighield met de middeleeuwen, maar op het gebied van de iconografie en symboliek kun je hem zeker beschouwen als een vaandeldrager.*

Microkosmos — Voor Thijm en zijn tijdgenoten was de kathedraal een microkosmos, waarin ‘de gedaante der kerk als afbeelding der waereld’ centraal stond: een wereld in het klein, met al het goed en het kwaad wat ertoe behoorde. Zijn petekind, Joseph Cuypers, zou – vast ook geïnspireerd door de Sint Jan die hij onvermijdelijk kende – deze visie tot uitdrukking brengen in de beeldencyclus van de nieuwe Bavo. Dat deed hij niet alleen, want ook vicaris-generaal en later bisschop A.J. Callier droeg bij aan dit programma. Een belangrijk netwerk waar katholieke kunstenaars en geleerden elkaar ontmoeten was De Violier die in 1906 een bezoek bracht aan de kathedraal van Den Bosch. Tot deze kunstkring hoorde onder meer Xavier Smits die al eerder voor De Violier een lezing had gehouden over de Sint Jan en een proefschrift daarover voorbereidde bij de universiteit van Leuven.* Juist hij wordt afgeserveerd door Ronald Glaudemans:

  • ‘Een andere onderzoeker van de bouwgeschiedenis, C.-F.-X. Smits, ‘Doctor in de Archaeologie’, […] beredeneert in 1907 dat de beeldjes ‘de gezamenlijke menschheid’ voorstellen; ‘De geheele menschheid is dan door dat leger van opstijgende beeldjes verpersoonlijkt. Tusschen de rangen der menschen bevinden zich eenige potsierlijke en phantastische typen, die den mensch op zijn weg door het leven bemoeilijken’. Deze minstens zo merkwaardige verklaring verraadt duidelijk de tijdgeest van de periode waarin deze werd opgeschreven en kan vandaag de dag ook niet echt stand houden’.*

Als we het woord mensheid vervangen door schepping dan komen we dicht in de buurt van Thijms visie op de microkosmos die – zoals hij in De Heilige Linie uitlegt – een sterk antropologisch karakter heeft. Al zo lang als de mensheid bestaat hebben de volkeren in hun gewijde gebouwen de wereld in het klein weergegeven; niet alleen in het westen, maar over de hele aardbol. Dit idee werd bij De Violier verder uitgedragen door een andere vriend van Joseph Cuypers, de iconograaf Matthaeus Nieuwbarn die hierbij op Viollet-le-Duc leunde:

  • ‘De kunstenaars der middeleeuwen hebben van de Christelijke Kerk een soort van nieuwe schepping gemaakt; zij hebben er al wat in de zichtbare en onzichtbare wereld geschapen was, als een heldendicht van lijn en steen in samengebracht.’*

In die wereld is de mens op een symbolische pelgrimage op weg naar de hemel, en onderweg ontmoet hij alles en iedereen: naast de man om de hoek en z’n vrouw, de elite van koningen en keizers; naast bekende dieren de meest vreemdsoortige wezen die onder meer staan voor de beproevingen en verleidingen, zoals Jeroen Bosch ze heeft weergegeven op zijn beroemde schilderijen van heilige heremieten. Zo tijdgebonden was de visie van Smits dus niet. Daarbij komt dat de luchtboogbeelden zich bevinden boven het schip, de plek die volgens Thijm bij uitstek staat voor de aarde, de strijdende kerk, waar de gelovigen ‘zich door des waerelds woelige golven trachten heen te werken’.* Sinds ik met de nieuwe Bavo bezig ben geweest, koppel ik dit beeld van goed en kwaad aan de theodicee* van Thomas van Aquino die vanaf 1879 (opnieuw) in het centrum van het katholieke denken stond. Of daarin nog aanknopingspunten zitten voor het middeleeuwse programma van de beeldencyclus van de kathedraal, vraagt om verder onderzoek.



Brochure met de plattegrond en de benaming van de luchtboogbeelden. Net als het informatieve boekje van Ronald Glaudemans (zie hieronder) verkrijgbaar bij de kaartverkoop van ‘De wonderlijke klim‘ van de Sint Jan in Den Bosch.

Klassieke referenties — Maar ja, zul je denken, hoe zit het dan met Cerberus en Sisyphus? Dan komen we toch terecht in de klassieke oudheid? Dat klopt, maar uit het oogpunt van de middeleeuwen was er geen scheiding met die oudheid. Die maakte integraal deel uit van het eigen erfgoed. Een mooi voorbeeld daarvan is de Divina Commedia van Dante uit het eerste kwart van de veertiende eeuw: de auteur gaat hierin met de – let wel! – klassieke schrijver Vergilius op stap. Op zijn reis – die in de vakliteratuur vaak als pelgrimage wordt bestempeld – komt hij onder meer Sisyphus en Cerberus tegen.*

Kijk, dat is het nu het mooie aan gedichten: met een minimum aan woorden roep je een beeld op, waarna heel veel zinnen nodig zijn om uitleg te geven. Terwijl zo’n gedicht ontstaat gebeurt er van alles in je hoofd: in een hoog tempo rijgen zich voorstellingen aan elkaar die vanuit de enorme vergaarbak van het geheugen intuïtief elkaars gezelschap zoeken en vervolgens via je vingers op het scherm belanden. Dit is een proces van ‘n paar minuten, het denken daarna over de achtergrond en de context vraagt heel wat meer. Dat geeft de verdiepingsslag en maakt het – wie weet – wel mogelijk dat je als je daar staat, terugdenkt aan dit verhaal.

Bernadette van Hellenberg Hubar

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!


Bronnen

De * in de tekst verwijst naar de volgende bronnen:

  • ‘Luchtboogfiguren’, op: bossche-enyclopie.nl, http://bit.ly/29kyLN3 (2016).
  • Cuypers, Jos. en Jan Stuyt (Constructie) en Xav. Smits (Symboliek), De nieuwe St. Jacob te ’s-Hertogenbosch, ’s-Hertogenbosch 1907.
  • Davidson,Linda Kay en David Martin Gitlitz, Pilgrimage: From the Ganges to Graceland: an Encyclopedia, deel 1, 2002, pp. xviii-xix. | http://bit.ly/29NFwau
  • Divina commedia: zie https://www.wikiwand.com/nl/De_goddelijke_komedie
  • Donkers, Geert, ‘“De parel aan Brabants kroon”: het bezoek van ‘De Violier’ aan ‘s-Hertogenbosch’, in: Bossche Bladen, Cultuurhistorisch magazine over ‘s-Hertogenbosch 3 (2001), pp. 16-20. | http://bit.ly/29AHsPK
  • Donkers, Geert, ‘De Katholieke Kunstkring De Violier, 1901-1920’, in: Trajecta 10 (2001), pp. 112-135. | http://bit.ly/29mBa5Y
  • Glaudemans, Ronald, Een wonderlijke klim, De luchtboogbeelden op de Sint-Jan, Den Bosch 2016, pp. 6; 10-12.
  • Hubar, Bernadette van Hellenberg, Arbeid en Bezieling; de esthetica van P.J.H. Cuypers, J.A. Alberdingk Thijm en V.E.L. de Stuers, en de voorgevel van het Rijksmuseum, Nijmegen 1997, onder meer pp. 325-329 (microkosmos).
  • Kalf, J., ‘Vierde jaarverslag van den Katholieken Kunstkring: De Violier’, in: Van Onzen Tijd 6 (1905-1906), pp. 130-142. | http://bit.ly/VanOnzenTijd (lezing Xavier Smits kathedraal Sint Jan).
  • Nieuwbarn, M.C., Het Roomsche kerkgebouw, leer der algemeene symboliek en ikonografie onzer Katholieke kerken, Nijmegen 1908, p. 9. | http://bit.ly/Nieuwbarn-bouwsymboliek.
  • Theodicee: https://www.wikiwand.com/nl/Theodicee
  • Thijm, J.A. Alberdingk, De Heilige Linie, pp. 73; 197. | http://bit.ly/Thijm-Sterck-Oudheidkunde

Beeldmateriaal

De foto’s in de kop en de diashow zijn van de hand van de auteur (bvhh.nu) en vallen onder http://bit.ly/Copyright-CC-BY-NC-SA.

Dit bericht is tot stand gekomen in het kader van #kerkverhalen en tevens geplaatst op ifthenisnow.eu: http://bit.ly/29PRceK.
Meer weten over #kerkverhalen? Volg dan deze link. Interesse om mee te doen? Meld je dan aan bij menno@ifthenisnow.nl. Je kunt ons ook volgen op Twitter via @kerkverhalen.

Verkorte link van dit item: http://bit.ly/28U5chf

Joseph Cuypers Urbanuskerk Nes aan de Amstel

Joseph Cuypers Urbanuskerk Nes aan de Amstel — Dit jeugdwerk van Joseph Cuypers is een echte aanrader om te bezoeken! Dat kan in ieder geval tijdens de Open Monumentendagen op ZONDAG 12 september vanaf 11:00 tot 16:30 uur. Dankzij de actieve Vrienden van de Urbanuskerk van Nes aan de Amstel die je op Facebook kunt volgen, staat de kerk sinds juni 2021 aan de oostkant in de steigers om het glas in lood te restaureren. De vrienden zijn goed bezig, maar er moet nog heel wat gedaan worden om dit gebouw in staat van onderhoud te brengen. Dus als je de Urbanuskerk bezoekt, doe dan ook gelijk een donatie, want alle bijdragen helpen.1

Een groot deel van de foto’s in deze diaserie is gemaakt in het kader van de productie van mijn boek over de nieuwe Bavo/Koepelkathedraal Haarlem door Sjaan van der Jagt in opdracht van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), in 2015. Spijtig genoeg zijn deze foto’s nog steeds niet opgenomen op de beeldbank van de RCE. De volledige set kan bekeken worden via deze link. Je kunt de diashow overigens op pauze zetten en eventueel sprekersnotities openen et cetera door de drie verticale puntjes aan te klikken naast de dianummering.

Op naar Nes aan de Amstel

In 2014, toen me de opdracht was gegund voor het schrijven van een boek over de nieuwe Bavo/Koepelkathedraal Haarlem, bracht ik een werkbezoek aan de Urbanuskerk in Nes aan de Amstel.2 Waarom dat nodig was? Heel simpel, omdat het hier allemaal begonnen is. We hebben het over het eerste werk van de architecten Cuypers, waar alleen de handtekening van Joseph onder staat. Hij werkte hieraan zonder de slagschaduw van zijn vader die bij andere – ook latere – projecten zwaar leunde op de arm van zijn zoon.

Maar wat zeker zo belangrijk was, is dat Joseph Cuypers hier bij de kerkwijding vicaris-generaal A.J. Callier ontmoette – de rechterhand van bisschop Bottemanne – die de opdracht zou regelen voor de nieuwe Bavo. Op de thuisreis hadden ze, naar Joseph later vertelde, ‘een langdurig en diepgaand gesprek over kerkbouw en symboliek’.3 De overlevering wil dat dit gesprek plaatsvond op een trekschuit; een draadje op Twitter leidde tot de ontdekking dat het een stoomboot geweest moet zijn van maatschappij De Volharding die Nes aandeed op weg van Amsterdam naar Gouda en vice versa (zie bovenstaande diashow).4

Bij de Urbanuskerk werkte de architect samen met bouwpastoor M.A. van Zanten, net als Callier oud-docent van het kleinseminarie Hageveld. Later, vanaf 1898, zou hij als pastoor van de ‘kathedraal’ van Amsterdam, de Willibrordus buiten de Veste, opnieuw met Joseph Cuypers aan de slag gaan. Pas toen kreeg dit Amsterdamse bouwwerk, waarvan de bouw 24 jaar had stilgelegen, eindelijk het aanzien van een echte kerk: Joseph Cuypers voegde schip, zijbeuken, viering en transept toe; alles bij elkaar een volume dat vele malen groter was, dan de oostpartij die in 1873 onder zijn vader tot stand kwam.5

In Nes hebben Van Zanten en Joseph Cuypers samen een vernieuwend stukje kerkelijke architectuur gerealiseerd dat onder de volgende pastoors, M.P.R. Droog (tot 1908) en J. Opmeer (tot 1928) verder ingericht zou worden. Dit gebeurde waarschijnlijk voor een deel nog volgens een programma dat door de bouwpastoor en zijn architect was samengesteld. Het ademt de sfeer van de ‘modernistische’ katholieke kunstkring De Violier, waarvan Van Zanten en Joseph Cuypers beiden actief lid waren.6 

Joseph bleef tot circa 1910 als ontwerper en producent van onderdelen van de uitmonstering bij de Urbanuskerk betrokken.7 Hoe vernieuwend ook die laatste was, blijkt alleen al uit de iconografie van de schipvloer en de doopkapel (1899), in welke laatste ruimte het geijkte element van het water op een aparte manier is gecombineerd met andere thema’s. Daarnaast is ook aan andere standaardonderdelen veel aandacht besteed, zoals de volledig betegelde kruisweg laat zien met haar lambrisering van gestileerde passiebloemen, rozen en lelies.

Juist die rijke keramiek vormt een van de meest opvallende aspecten van de kerk. Bij de doopkapel staat op één van de tegels aangegeven dat ze geproduceerd zijn door de bekende plateelbakkerij Rozenburg in Den Haag (ontwerp Joseph Cuypers, 1899). De betegelde kruisweg is eveneens van de hand van Joseph Cuypers en gemaakt door de firma Brantjes te Purmerend (1904). De hoogst zeldzame uitvoering van het Benedicite in de tegelvloer, naar ontwerp van Theo Molkenboer (eveneens actief in De Violier), blijkt gemaakt te zijn in een Engelse fabriek (1904).8 De Urbanuskerk zou eigenlijk een keer opnieuw tegen het licht gehouden moeten worden van de opvattingen over kunst van De Violier. In mijn boek over de nieuwe Bavo/Koepelkathedraal wordt uitgelegd dat het raam in de kerk onder Paus Leo XIII even openstond, waardoor innovaties mogelijk waren. De Haarlemse kathedraal vormt daar het ongeslagen hoogtepunt van, maar ook de Urbanuskerk maakt deel uit van deze zeldzame groep werken, waaraan een thomistisch symbolisme ten grondslag ligt.9

Kruisweg

Over de kruisweg moet ik ook nog iets kwijt. Dankzij het onderzoek dat ik deed voor De genade van de steiger (2013) is meer bekend geworden over de receptie van de artistieke idealen van de Beuroner school die haar uitvalsbasis had in de benedictijner abdij van Beuron in de deelstaat Baden-Württemberg van Duitsland. Onder leiding van pater Desiderius Lenz ontstond een type kunst dat heel Europa van conservatief tot progressief – om deze versleten termen maar te gebruiken – in zijn greep nam. In Nederland gebeurde dat na de publicatie van drie opstellen van Lenz in 1899. Joseph Cuypers memoreerde later dat zijn familiebedrijf met haar werk al veel eerder een weg had ingeslagen in die richting, want:

‘Parallel aan dat werk zien wij het type der Beuronner school zich ontwikkelen en reeds vroeger in Engeland de Praerafaelisten.’ 10

Joseph Cuypers geeft hier eigenlijk aan dat de kunstzinnige productie van zijn familiebedrijf zich kan meten met deze majeure stromingen. Hoewel dit zeker het geval is, bleef enige wisselwerking niet uit, want we zien al vrij vroeg Beuroner tendensen in de uitmonsteringen van de firma Cuypers, onder meer in de Dominicuskerk te Amsterdam die in 1883-1893 werd gebouwd. Maar dat geldt niet minder voor de kruisweg van de Urbanuskerk in Nes: héél karakteristiek zijn de egale, blauwe achtergronden, waarin vrijwel alleen de stad Jeruzalem in de verte als coulisse toe wordt gelaten. Daarnaast is ook de natuurlijke, weinig gecompliceerde plooival van de gewaden – iets waar Lenz zich zeer druk om maakte – , het zachte kleurenpalet en de ingehouden dramatiek van de haast klassieke poses en gebaren van de figuren zeer Beuronesk. Hét model hiervoor waren de wandschilderingen met de kruisweg in de Mariakerk van Stuttgart van Desiderius Lenz uit 1884. In de Nederlandse vaktijdschriften van die tijd werd daar vanaf 1893 aandacht aan besteed.11

Betegelde kruisweg met lambrisering in de Urbanuskerk van Jospeh Cuypers in Nes aan de Amstel (1889-1891).
Met de betegelde kruisweg van de Urbanuskerk van Nes aan de Amstel laat de firma Cuypers & Co zien hoe ze de Beuroner invloeden heeft verwerkt. Foto bvhh.nu 2014.

Om de vernieuwende inbreng van Joseph te illustreren kan de kruisweg van Nes het beste vergeleken worden met een ander betegeld exemplaar van de firma Cuypers & Co, te weten de kruisweg uit De Liefde (helaas gesloopt in 1990) die duidelijk de hand van Cuypers senior verraadt. Dankzij het Nederlands tegelmuseum in Otterloo, waar alle staties zijn opgeslagen, kunnen we ons hier een beeld van vormen. Volgens de site van het museum zou de kruisweg vrij snel na de voltooiing van deze Amsterdamse kerk in 1885 tot stand gekomen zijn:

‘Nederland kende al vele eeuwen een rijke traditie van tegelfabrieken, maar halverwege de negentiende eeuw verdwenen deze de een na de ander, omdat ze de concurrentie met industriële buitenlandse fabrieken niet aankonden. Cuypers koos er echter nadrukkelijk voor om zijn tegels bij een oud, traditioneel bedrijf te laten maken, hoewel zijn neogotische ontwerpen in stijl en kleurgebruik sterk afweken van de oud-Hollandse tegels. Hij kwam uit bij de tegelfabriek van Jan van Hulst in Harlingen, waar zijn tegels geschilderd werden door de eerste schilder Joseph Witte (1843-1909). Het gaat hier om één van de grote tegelopdrachten die aan het eind van de negentiende eeuw de herleving van de Nederlandse tegelindustrie inluidden’.12

Beide kruiswegen werden in een gestileerde architectuuromlijsting gevat. Maar die van De Liefde is veel gedetailleerder en vertoont een veel sterker neogotisch idioom dan de inkadering van het exemplaar in Nes die haast tot het hoognodige gereduceerd is. De blauwe fonds hebben de beide werken gemeen, maar als je kijkt naar de figuren valt in het Amsterdamse exemplaar de uitbundige middeleeuwse plooival van de gewaden op, met bijna gebeeldhouwde geknikte driepunten. Een ander verschil is de klassiek aandoende anatomie van de personages in het exemplaar in Nes tegenover de wat schrale en tanige actoren in dat van De Liefde. Opvallend is ook het gebruik van de gotische minuskel in de al even gotische banderollen tegenover de veel neutralere tekstband in de Urbanuskerk. Daar is ten slotte de bloemenrand eveneens minder gedetailleerd en qua opzet kloeker dan die in De Liefde.

Kruisweg uit De Liefde van Pierre J.H. Cuypers (na 1885).
De kruisweg uit De Liefde van Pierre J.H. Cuypers (na 1885) ligt opgeslagen in het Nederlands tegelmuseum. Vergeleken met die van de Urbanuskerk in Nes, ontworpen door Joseph Cuypers, valt op hoeveel neogotischer van signatuur die van zijn vader is. Herkomst: Nederlands Tegelmuseum 2008. In de zomer van 2018 is de kruisweg tentoongesteld in het Heiligenbeeldenmuseum in de oudste nog bestaande Cuyperskerk te Kranenburg bij Vorden.13

Al vanaf 1979 ben ik met Cuypers bezig, en hoewel we met een groot aantal kunst- en architectuurhistorici – onder meer binnen het Cuypersgenootschap – veel onderzoek hebben gedaan en gepubliceerd, valt telkens weer op hoe weinig we van bepaalde zaken weten. Met het inventariseren en ontsluiten van de Joseph Cuypers Collectie op het gemeentearchief van Roermond, vinden we heel wat antwoorden, maar doemen als vanzelf weer nieuwe vragen op. Dat maakt ons vak ook zo spannend en boeiend. 

Wordt vervolgd!

;-) B (&M)

Vragen? Stuur een mailtje naar bernadette@vanhellenberghubar.org!



Ook in 2021 doet de Urbanuskerk weer mee aan de Open Monumentendag (12 september). Volg de mededelingen op Facebook.

Bronnen en andere verwijzingen

  1. Voor de bezoektijden, raadpleeg verder de site, mail een van de bestuursleden of bel met de pastorie: 0297-582 232. Jammer genoeg is het informatieve boekje van de kerk uitverkocht: Mascini, Rob, Urbanuskerk Nes aan de Amstel, Nes aan de Amstel, z.j. Het komt misschien online op de site van de vrienden.
  2. Dit webartikel is in augustus 2021 vrijwel geheel herschreven. Sedert ons schrijverscollectief – Marij Coenen en ik – bezig zijn met de Joseph Cuypers Collectie in Roermond hebben zich nieuwe inzichten voorgedaan. Die zijn grotendeels verwerkt, wat ook geldt voor de gegevens uit de publicatie van Timmermans, Huub, Margaret Timmermans, en Elly van Rooden. “125 jaar Sint Urbanuskerk – Nes aan de Amstel 1891 – 2016 – jubileumkrant”. UrbanusparochieNes.nl, 2016. http://bit.ly/2ukgf1l. De volledige URL is https://www.urbanusparochienes.nl/pdf/Urb.jub.krant-125jr.-final.pdf.
  3. Het citaat over de ontmoeting met Callier komt van Looyenga, in: Erftemeijer, Getooid als een bruid, p. 40 (zie bibliografie). 
  4. Perkamentus. ‘Met een stoomboot van de “Volharding”, die ook in De Nes aanlegde. 😊’. Tweet. @Perkamentusblog (blog), 30 juni 2021.https://twitter.com/Perkamentusblog/status/1410244341201833991. Geschiedenisvanzuidholland.nl. ‘Aanlegplaats Stoomboot De Volharding’. Geraadpleegd 30 juni 2021. https://geschiedenisvanzuidholland.nl/collecties/aanlegplaats-stoomboot-de-volharding. Helaas werkt deze link niet meer door een ingrijpende transformatie van deze website. Een deel valt te achterhalen via de WayBackMachine van Archive.org.
  5. Hubar, De nieuwe Bavo te Haarlem (zie bibliografie). Meer informatie over het boek is te vinden onder deze link. Wat betreft de Urbanuskerk volg in het register online van de monografie de zoektermen Urbanuskerk, Nes of Nes aan de Amstel.
  6. Voor M.A. van Zanten volg het register online van Hubar, De nieuwe Bavo te Haarlem (zie bibliografie). Idem voor de betekenis van De Violier voor de kerkelijke kunst van die tijd. Voor het thomistisch symbolisme zie dit item op onze site. Voor de ambtsperiode van de hier genoemde pastoors zie de volgende bronnen:
    1. M.A. van Zanten (1866-1898): Timmermans, Timmermans en Van Rooden, 125 jaar Sint Urbanuskerk, p. 13. Pius-almanak …; jaarboek van katholiek Nederland, jrg 24, 1898, 1898. Geraadpleegd op Delpher op 05-08-2021, https://resolver.kb.nl/resolve?urn=MMKDC04:000791001:00009
    2. M.P.R. Droog (1898-1908): Zie de almanak hiervoor en Onze Pius-Almanak voor het jaar des Heeren …, jrg 8, 1907, 1907. Geraadpleegd op Delpher op 09-08-2021, https://resolver.kb.nl/resolve?urn=MMKDC04:002643001:00009
    3. J. Opmeer (1908-1928): Zie de almanak hiervoor en Pius-almanak …; jaarboek van katholiek Nederland, jrg 34, 1908, 1908. Geraadpleegd op Delpher op 05-08-2021, https://resolver.kb.nl/resolve?urn=MMKDC04:000795001:00009 en Timmermans, Timmermans en Van Rooden, 125 jaar Sint Urbanuskerk, p. 21.
  7. NHI Rotterdam, CUBA.110380522 Bouw en decoratie van de rooms-katholieke St. Urbanuskerk en pastorie in de Nes- en Zwaluwenbuurt (Nes aan de Amstel), door J.Th.J. Cuypers. 1888-1903. NHI Rotterdam, CUCO.110384089 Decoratie van de rooms-katholieke St. Urbanuskerk in de Nes- en Zwaluwenbuurt (Nes aan de Amstel). 1891, z.j. NHI staat voor Nederlands Architectuurinstituut, waar zich zowel het archief van de architecten Cuypers bevindt, als dat van hun atelier voor kerkelijke kunst: Cuypers & Stoltzenberg, vanaf 1892 Cuypers & Co (Van Leeuwen, Pierre Cuypers, architect, pp. 35-36 (zie bibliografie).
  8. Timmermans, Timmermans en Van Rooden, 125 jaar Sint Urbanuskerk, pp. 4, 15. Zie het lemma op Wikipedia: http://nl.wikipedia.org/wiki/Plateelbakkerij_Rozenburg. Heel informatief is ook de brochure van de RACM, thans de RCE: Nijenhuis, Henk, Tegels in de twintigste eeuw, brochure cultuurhistorie 13, RACM Amersfoort 2008.
  9. Zie noot 6 voor De Violier, Leo XIII en het thomistisch symbolisme. Naar deze groep kerken, waar in ieder geval de vroege kerken van de vennootschap Joseph Cuypers en Jan Stuyt (vanaf 1900) toe behoren, is tot op heden nauwelijks onderzoek gedaan. 
  10. Hubar, De genade van de steiger, p. 227 (zie bibliografie).
  11. Hubar, De genade van de steiger, pp. 468-469: over de Beuroner school en haar invloed; pp. 227-238: over de Beuroner school en Joseph Cuypers; pp. 190-191, 222, 263, 339, 469: de kruisweg van Desiderius Lenz in de Mariakerk van Stuttgart uit 1884. Op één voorstelling na is deze tijdens de Tweede Wereldoorlog geheel vernietigd (zie bibliografie).
  12. Spijtig genoeg is deze informatieve pagina over de Amsterdamse Cuyperskerk De Liefde van de site van het tegelmuseum verwijderd. 
  13. “Thematentoonstelling | Heiligenbeeldenmuseum Kranenburg”, Heiligenbeeldenmuseum, 2018. http://bit.ly/2rnC5Pt-Evernote. Deze informatie is eveneens vervangen en door het ontbreken van een zoektoets op de site ook verder onvindbaar; ik ben blij dat ik die pagina destijds opgeslagen heb op Evernote!
  14. Voor verdere informatie over dit jeugdwerk van Joseph Cuypers zie ook de site van Monumenten Ouder-Amstel en Reliwiki

Dit item kan geciteerd worden als: Hubar, Bernadette van Hellenberg. ‘Joseph Cuypers Urbanuskerk Nes aan de Amstel | VanHH.org’. Onder redactie van Marij Coenen. VanHellenbergHubar.org, 2014-2021. https://bit.ly/1Ot6l2T-JCC.

Over Joseph Cuypers is meer te vinden bij de Joseph Cuypers Collectie, De nieuwe Bavokathedraal en Cuypers assortiment.

Het project komt verder met grote regelmaat aan de orde op onze Facebookpagina: http://bit.ly/VanHHOrg2FB
Ga eens kijken en ‘like’ de pagina, zodat de berichten over Joseph Cuypers en zijn werk een nog grotere actieradius bereiken!

Wil je de Urbanuskerk bezoeken, controleer dan van te voren de openingstijden op de site of op de Facebookpagina van de vrienden!
Het kan in ieder geval op de Open Monumentendag op zondag 12 september vanaf 11:00 tot 16:30 uur.

Verkorte link van dit item: https://bit.ly/1Ot6l2T-JCC